Volver Indice
Terug Index


Comunicados
Persberichten


Actividades
Akties


Documentos
Documenten

Audio

Fotos

Enlaces
Links


Libro de Comentarios
Gastenboek






Steun de campagne van de Comité tegen Straffeloosheid in Chile !
Giro 3168  t.n.v. Pinochet naar de rechtbank, te Amsterdam



Geen Straffeloosheid voor Pinochet
November 1999
Comité tegen de Straffeloosheid in Chile (Nederland)



Ter inleiding
1998: Pinochet in de Chileense politiek
Chronologie van het Proces
Onuitvoerbaarheid berechting Pinochet in Chili
Vrijlating op humanitaire gronden
Het Permanent Internationaal Strafhof

 

Ter inleiding:

Op 16 oktober 1998 werd onverwachts voor iedereen, maar het meeste nog wel voor hemzelf, de Chileense oud-dictator Augusto Pinochet in Londen gearresteerd op verzoek van de Spaanse justitie. Zowel over de arrestatie zelf als over de daarop volgende pogingen van de Chileense centrumlinkse regering van Eduardo Frei om de Generaal langs juridische dan wel langs diplomatieke weg terug naar Chili te krijgen heeft de Nederlandse regering zich ternauwernood uitgelaten. Vragen in het parlement leidden tot niet veel meer dan obligate antwoorden van de regering, van enig actief engagement is vanaf het begin geen sprake geweest. De vraag is wat er gebeurt nu de Chileense regering, nadat juridische argumenten en diplomatieke zowel als economische druk op de Spaanse (en Engelse?) regering niet het gewenste effect hebben gehad, haar hoop is gaan stellen op de humanitaire kaart. Enige weken geleden kondigde zij aan al haar contacten met regeringen in West Europa te zullen gaan mobiliseren om de Britse minister van Binnenlandse Zaken Straw, de man die uiteindelijk de uitlevering van Pinochet aan de Spaanse justitie moet goedkeuren, ervan te overtuigen dat de gezondheidstoestand van de oud-dictator een spoedige terugkeer naar Chili op humanitaire gronden rechtvaardigt. Tegelijkertijd ontplooit de Chileense regering een, wat genoemd zou kunnen worden, geloofwaardigheidsoffensief, om aan te tonen dat zij, in weerwil van 10 jaar falen, zeer goed in staat is zelf recht te spreken over de schendingen van de mensen- rechten onder de militaire dictatuur.

Om deze redenen is het meer dan waarschijnlijk dat ook de Nederlandse regering, vanouds zeer bevriend met de huidige Chileense regering, gevraagd zal worden zich bij de Engelsen in te spannen om Pinochet vrij te krijgen. Het Nederlandse ‘Comité tegen de Straffeloosheid in Chili’ wil ten behoeve van de Nederlandse politieke en maatschappelijke organisaties in onderstaande notitie een beknopt overzicht geven van de politieke, juridische en humanitaire argumenten die pleiten tégen de door de Chileense regering bepleite terugkeer van Pinochet naar Chili. Met deze informatie wil het comité ertoe bijdragen dat de onafhankelijke rechtsgang niet door politieke machinaties ondergraven wordt.

1998: Pinochet in de Chileense politiek

In 1998 is het 25 jaar geleden dat Augusto Pinochet Ugarte met een militaire staatsgreep de regering van de grondwettig gekozen president van dat moment, Salvador Allende Gossens, omverwerpt en zijn er acht jaar verlopen sinds hij de macht een democratisch gekozen president heeft moeten overdragen. Niettemin wordt 1998 in sterke mate door zijn persoon getekend, daarmee op amper mis te verstane wijze de tekortkomingen tekenend van het proces van de ‘Overgang naar de Democratie’ (la Transición Democrática) en de daaruit voortvloeiende maatschappelijke verhoudingen zoals die zich in de voorgaande jaren ontwikkeld hebben. Het overgangsproces kende van het begin af aan grote beperkingen door de dwangbuis van beperkende maatregelen, die het militaire regiem als erfenis had achtergelaten. De belangrijkste van deze maatregelen: de legerleiding kan niet door de burgerregering gewijzigd worden; door een aantal benoemingen voor het leven, waaronder die van Pinochet zelf, is de senaat zo samengesteld, dat er geen meerderheid valt te vormen voor wijzigingen van de grondwet van Pinochet van 1980; het verkiezingssysteem is zo ingericht dat progressieve krachten nooit een meerderheid kunnen halen in de volksvertegenwoordiging; antiterrorisme wetten geven het leger grote bevoegdheid in te grijpen in de politiek; de president moet zich laten bijstaan door een Nationale Veiligheidsraad, in meerderheid samengesteld uit militairen; amnestiewetten maken het onmogelijk misdaden tegen de menselijkheid uit de beginjaren van de dictatuur te berechten.

Niet eerder in deze periode zijn de tekortkomingen, de verdeeldheid en het gebrek aan communicatie, die voortkomen uit deze door de militairen bij hun terugtreden in 1989 afgedwongen maatregelen, zo scherp aan het daglicht getreden als juist in 1998. Men zou kunnen stellen, met verwijzing naar Berlijn 1989, dat in 1998 de muur in Chili viel, waardoor het werkelijke Chili te voorschijn kwam, dat tot dan toe achter het gordijn van de straffeloosheid was schuilgegaan.

1998, dat op voorhand al veel politieke agitatie beloofde vanwege de aankondiging van Pinochet dat hij na zijn aftreden dat jaar als opperbevelhebber van het leger zijn plaats als Senator-voor-het-leven zou opeisen, begon al onmiddellijk stormachtig. De eerste dagen van januari diende een groep volksvertegenwoordigers van de regeringscoalitie een grondwettelijke beschuldiging tegen hem in. Die beschuldiging luidde dat hij tijdens zijn periode als opperbevelhebber de veiligheid en de eer van de natie serieus in gevaar zou hebben gebracht. Dat initiatief veroorzaakte een van de heftigste conflicten binnen de regeringscoalitie, vooral binnen de Christen-democratische Partij, die diep verdeeld raakte tussen degenen die de aanklacht steunden en degenen die haar, achter de schermen gesteund door de President, verwierpen. Hoewel de democratische sectoren in het parlement in de meerderheid waren, werd de beschuldiging verworpen met steun van een tiental christen-democraten onder leiding van afgevaardigde Ignacio Walker en met o.a. partijvoorzitter Enrique Krauss, die met de pinochetgezinde oppositie meestemden. Zodoende kon Pinochet de dreiging die uitging van het enige initiatief tot dan toe om hem aan een politiek oordeel te onderwerpen omzetten in een klinkende overwinning. Binnen de organisaties voor de Mensenrechten werd duidelijk dat bepaalde sectoren binnen de Christen-democratie zich gecommitteerd hadden aan de straffeloosheid en dat dit committment het bestaan onthulde van expliciete of impliciete overeenkomsten met de militairen o.a. om te garanderen dat de generaal niet zou worden vervolgd. Het bestaan van een dergelijke overeenkomst is door de belangrijkste actoren van de ‘Transición’ altijd bij hoog en bij laag ontkend maar de feitelijke gebeurtenissen wijzen wel degelijk in die richting. Meer nog, alles wijst erop dat met name de schendingen van de mensenrechten in een dergelijke overeenkomst een belangrijke plaats innemen en dat het recht daarin geofferd wordt aan de ‘stabiliteit’ van het overgangsproces.

In maart 1998, als Pinochet daadwerkelijk aftreedt als opperbevelhebber van het leger en het bevel na gecompliceerde onderhandelingen wordt over gedragen aan generaal Izurieta, ontpopt hij zich opnieuw als de belangrijkste politieke speler door, zoals vastgelegd in zijn eigen grondwet van 1980, de functie van Senator-voor-het-leven op zich te nemen om zich daarmee juridisch in te dekken tegen elke poging hem voor het gerecht te brengen.

Midden oktober, niettemin, wordt Chili opgeschrikt door een bericht dat niemand had verwacht en iedereen verraste: gehoor gevend aan het verzoek tot aanhouding, uitgevaardigd door de Spaanse rechter Baltazar Garzón, wordt Pinochet door de Engelse politie in Londen gearresteerd. Ongeveer twee jaar eerder was in Spanje een aanvang gemaakt met een voorbereidend onderzoek om de gerechtelijke verantwoordelijkheid van de generaal voor misdaden tegen de menselijkheid, binnen en buiten Chili door hem begaan terwijl hij aan de macht was, vast te stellen. De gebeurtenis werd aanvankelijk in Chili weinig serieus genomen. De gerechtelijke actie vond echter gehoor bij de Spaanse justitie en ondanks de juridische complicaties die dat met zich meebracht werd een vooronderzoek gestart, waarbij ervan werd uitgegaan dat Spanje, overeenkomstig de internationale verdragen die het mede ondertekend had, de competentie had om de betrokken misdrijven, ook al waren ze niet in Spanje zelf begaan, te onderzoeken.

Chronologie van het Proces

16 oktober 1998:
Aanhouding van Pinochet op verzoek van Spanje.

28 oktober 1998:
Het Britse Hooggerechtshof verklaart dat de aanhouding onwettig is vanwege de immuniteit die Pinochet als staatshoofd genoot.

6 november 1998:
Spanje verzoekt Engeland om uitlevering.

25 november 1998:
De Law Lords spreken zich uit tegen het besluit van het Britse Hooggerechtshof.

9 december 1998:
De Britse Minister van Binnenlandse Zaken, Jack Straw, geeft toestemming voor het uitleveringsproces.

15 december 1998:
De advocaten van de verdediging van Pinochet gaan in beroep tegen de onwettigheid van de uitspraak van de Law Lords vanwege de relatie van een van de rechters met Amnesty International.

17 december 1998:
Law Lords besluiten tot herziening van hun eerdere besluit.

24 maart 1999:
Law Lords besluiten ten tweede male dat Pinochet geen immuniteit geniet en staan het proces tot uitlevering toe.

Vanaf augustus 1999:
Chileense regering begint internationale steuncampagne voor vrijlating van Pinochet op humanitaire gronden.

4 september 1999:
Chili verzoekt Spanje om ‘vriendschappelijke arbitrage’. Spanje verwerpt het verzoek.

8 oktober 1999:
Britse rechter Bartle geeft toestemming tot uitlevering van Pinochet aan Spanje

(Opmerkelijk is dat de rechter als reden voor deze toestemming niet alleen de 35 aan hem voorgelegde gevallen van marteling uit de door de Law Lords vastgestelde periode van ná 1988 aanmerkt, doch ook de 1158 gevallen van ‘voortdurende marteling’ als gevolg van de verdwijning van evenzovele Chilenen in de voorafgaande periode.)

18 oktober 1999:
Verdediging Pinochet gaat in beroep tegen de uitspraak van rechter Bartle

Onuitvoerbaarheid berechting Pinochet in Chili

Een van de meest terugkerende argumenten van Chileense overheid om de berechting van Pinochet in Spanje te verwerpen is het lopende juridische proces in eigen land waarin de strafbare verantwoordelijkheden van de ex-dictator onderzocht worden. Het gaat daarbij om 43 aanklachten die tegen hem zijn ingediend inzake dezelfde feiten waarvoor men hem in Spanje wil berechten en die ontvankelijk zijn verklaard door de rechter ter zake, dhr. Juan Guzmán. Daarmee zou volgens regeringsinstanties de bewering dat berechting van Pinochet onmogelijk zou zijn gelogenstraft worden.

Het gegeven dat er een openbaar gerechtelijk onderzoek wordt uitgevoerd nadat er klachten zijn ingediend tegen de oud legerleider betekent echter niet en kan ook niet betekenen dat Pinochet in Chili ook werkelijk vervolgd wordt. Conform het vigerende Chileense procesrecht staat het particulieren vrij een strafrechtelijke actie te ondernemen voor het strafhof, ook voor het militaire hof. Hooguit kan daarmee bereikt worden dat een onderzoek wordt geopend om het bestaan van het misdrijf vast te stellen alsook de veronderstelde verantwoordelijkheid daarvoor van bepaalde personen. Dat impliceert nog in geen geval berechting, doch slechts een voorbereidend onderzoek om vast te stellen of er wettelijk aanleiding is om de betrokken persoon voor enig misdrijf te vervolgen.

Alle aanklachten tegen de generaal verkeren nog in dit voorbereidende onderzoeksstadium. Op een enkele uitzondering na zijn alle onderzoeken in de Chileense gerechtshoven naar misdrijven op het terrein van de mensenrechten gedurende de militaire dictatuur dit stadium nooit gepasseerd. Een persoon berechten betekent echter: een aanklacht formuleren, bewijzen produceren, instanties toestaan de beschuldigde te verdedigen, bewijzen van de verdediging te produceren en uiteindelijk veroordeling of vrijspraak uit te spreken op grond van de bewijsvoering. Niets hiervan is echter in het huidige Chili mogelijk in het geval van Pinochet.

Op de eerste plaats omdat de misdrijven waarvoor hij wordt aangeklaagd worden afgedekt door het wetsdecreet 2191 van 1978, dat een uitgebreide amnestieregeling inhoudt voor de meerderheid van de misdaden uit de meest repressieve periode van de dictatuur, een regeling die dan ook steevast door de Chileense tribunalen is toegepast.. Op de tweede plaats omdat Pinochet ingevolge zijn functie als Senator-voor-het-leven, functie zie hijzelf in de grondwet van 1980 heeft gecreëerd, wettelijke onschendbaarheid geniet, welke onschendbaarheid hem zou moeten worden ontnomen eer hij gerechtelijk vervolgd kan worden. Ten derde omdat de burgerlijke autoriteiten, onder druk van het dreigement van de militairen om de overgang naar de democratie te blokkeren, overeengekomen zijn Pinochet en zijn familie ongemoeid te laten. Ten bewijze hiervan zij verwezen naar de onmiddellijke neutralisering van hogerhand van beschuldigingen aan het adres van de ex-dictator of leden van zijn familie zodra het leger haar ongenoegen daarover kenbaar maakte. Ten slotte kan men er niet omheen dat, als er in deze processen al enige vooruitgang is geboekt, dit vooral te danken is aan de aanhouding van Pinochet in Londen en dat op het moment dat de situatie delicaat wordt voor degenen die verantwoordelijk zijn voor de schendingen van de mensenrechten, de militaire justitie de weg naar berechting zal blokkeren.

 

Vrijlating op humanitaire gronden

Nu door de uitspraak van de Britse rechter de weg naar uitlevering van Pinochet aan Spanje geopend is en de pogingen van de Chileense regering om de jurisdictie van de Spaanse rechterlijke macht over de aanklachten tegen Pinochet ter arbitrage aan het Internationaal Gerechtshof in Den Haag voor te leggen (vooralsnog) niet op de medewerking van de Spaanse regering kunnen rekenen is de Chileense regering een campagne begonnen om de ex-dictator op humanitaire gronden naar Chili te laten terugkeren. Er zijn twee krachtige motieven om deze terugkeer op humanitaire gronden af te wijzen.

Op de eerste plaats zou honorering van dit argument direct leiden tot een definitieve acceptatie van de straffeloosheid als middel om een periode van rechteloosheid af te sluiten. (Zie over de aangevoerde mogelijkheid Pinochet bij terugkeer in Chili te berechten de vorige paragraaf.) Straffeloosheid is te definiëren als de afwezigheid van de toeschrijving van strafrechtelijke, burgerlijke, bestuurlijke of disciplinaire verantwoordelijkheid aan de daders van schendingen van mensenrechten voor de door hen begane misdaden, als gevolg waarvan zij aan ieder onderzoek dat tot tenlastelegging zou kunnen leiden, aan arrestatie, aan berechting en, in geval van schuldigverklaring, aan de daarvoor vastgestelde straffen ontkomen. In juridisch opzicht veroorzaakt erkenning van straffeloosheid daarom een nieuwe misdaad, n.l. medeplichtigheid aan de eerder begane misdaden. Niet alleen die misdaden zelf - i.c. de schendingen van de mensenrechten waarvoor Pinochet aangeklaagd wordt - worden dan toegelaten, maar ook (de medewerking aan) de verhindering door bepaalde politieke sectoren van de rechtsgang die moet leiden tot de berechting van de oorspronkelijke misdaden. De toepassing van de straffeloosheid betekent derhalve niet de oplossing van een probleem, maar de schepping van een nieuw probleem dat vanwege haar belang even groot en ernstig is als de misdaad (-daden) waarover de straffeloosheid wordt ingeroepen.

Een tweede argument tégen inroeping van humanitaire gronden om Pinochet naar Chili terug te laten keren ligt op het emotionele vlak, echter met vergaande politieke consequenties. Voor niemand is begrijpelijk te maken dat een persoon, die bij het begaan van de misdaden tegen de menselijkheid waarvan hij beschuldigd wordt zich niets gelegen heeft laten liggen aan humanitaire redenen om de slachtoffers van de onder zijn verantwoordelijkheid ingesteld arbitraire rechtsgang te ontzien, zich nu op humanitaire gronden niet voor zijn daden voor een door vele internationale verdragen en conventies geschraagde rechter zou hoeven te verantwoorden. Voor velen in en buiten Chili zou een dergelijk besluit de geloofwaardigheid van de onafhankelijkheid van de rechtspraak, als gevolg van de periode van dictatuur al sterk verzwakt, nog verder ondergraven. Bovendien zouden met een dergelijk besluit alle vorderingen die in de afgelopen decennia gemaakt zijn op het gebied van de universaliteit van de mensenrechten en van de erkenning van de internationale verantwoordelijkheid voor de berechting van schendingen daarvan, te niet worden gedaan.

Voor de concrete Chileense situatie betekent de straffeloosheid dat afgezien wordt van het recht op de waarheid, zowel wat betreft de historische condities waaronder de mensenrechten geschonden werden, een inzicht dat onmisbaar is als fundament van een democratische rechtsstaat, als wat betreft de waarheid omtrent het lot van de slachtoffers van die schendingen, kennis die onontbeerlijk is voor de familieleden maar ook voor de gehele samenleving om een einde te maken aan een martelende onzekerheid.

Het Permanent Internationaal Strafhof

De geschiedenis

De geschiedenis van de oprichting van het Permanent Internationaal Strafhof gaat terug tot het einde van WO II, naar de gerechtshoven van Nüremberg en Tokio die de nazi’s en de misdadigers van de Japanse oorlog berechtten. Vanaf dat moment begonnen de VN de mogelijkheid te bestuderen van een Permanent Tribunaal dat de misdaden tegen de menselijkheid zou kunnen berechten. Resolutie 95 van de Algemene Vergadering van de VN van 11 december 1946 gaf de goedkeuring voor het proces van Nüremberg, bevestigde de feiten die daaraan ten grondslag lagen en stemde in met zijn uitgangspunten.

In 1948 verzocht de Organisatie van de VN de Internationale Commissie van Juristen (CIJ) de mogelijkheid te bestuderen te komen tot de instelling van een Permanent Internationaal Strafhof. In 1950 beval deze Commissie de instelling van een dergelijk permanent gerechtshof aan, maar vanwege de Koude Oorlog lag dit initiatief jarenlang stil. Pas na 1990 namen de VN het initiatief weer op en in de 49-e Plenaire Vergadering, gehouden in 1994, stelde zij ten behoeve van de oprichting van een Permanent Internationaal Strafhof een Commissie Ad-hoc in, toegankelijk voor alle staten en gespecialiseerde instellingen van de VN om het voorontwerp van de CIJ te herzien. Een jaar later stelde de 50-e Algemene Vergadering een Voorbereidingscomité in dat op haar beurt in 1996 de aanbeveling deed een Diplomatieke Conferentie bijeen te roepen. Deze aanbeveling werd door de Algemene Vergadering van December van dat jaar overgenomen door te besluiten in 1998 een Diplomatieke Conferentie te beleggen om definitieve vorm te geven aan een Conventie aangaande de vestiging van een Internationaal Strafhof en deze conventie ook aan te nemen. Uiteindelijk werd na een langdurig discussieproces in juni 1998 in Rome de Diplomatieke Conferentie van Gevolmachtigden gehouden, die was bijeengeroepen om het definitieve Statuut voor de vestiging van een Internationaal Strafhof goed te keuren.

De oprichting onderwijl van de ad-hoc tribunalen voor onderzoek en berechting van de oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië en Ruanda, die op aandringen van de Veiligheidsraad van de VN waren opgericht, vormden weliswaar een gunstig voorteken, maar waren op zich niet voldoende.

De goedkeuring van het Statuut

Op 17 juli 1998 keurt de Diplomatieke Conferentie van Gevolmachtigden ter zake de oprichting van een Internationaal Strafhof de oprichting van dit Gerechtshof en van het Statuut dat de werking ervan zal regelen goed. Aan deze conferentie, die in Rome gehouden werd van 15 juni tot 17 juli, namen 160 staten en internationale organisaties deel en ongeveer 200 NGO’s van overal ter wereld. De goedkeuring van het statuut in Rome betekent zonder enige twijfel een belangrijk succes in de strijd die miljoenen mensen in de afgelopen decennia hebben geleverd tegen de straffeloosheid van misdaden tegen de menselijkheid. Het is het eerste internationale mechanisme in de geschiedenis dat over het mandaat beschikt om individuen vanwege ernstige internationale misdaden te berechten.

Het Internationale Gerechtshof kan alleen gevallen berechten waarbij de nationale rechtbanken het hebben laten afweten en de verantwoordelijke voor misdaden ongestraft hebben gelaten; d.w.z. het kan alleen voorzien in de leemte die veroorzaakt wordt door het gebrekkig functioneren van de nationale rechtssystemen, doch hiervoor niet in de plaats treden.

Het Statuut
Het Hof heeft jurisdictie over misdaden van:

Volkerenmoord
Misdaden tegen de menselijkheid
Oorlogsmisdaden
Agressie (nog niet nader gedefinieerd.
Misdaden tegen de menselijkheid kunnen zowel in tijden van oorlog als in tijden van vrede worden berecht.

Onder oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid worden ook inbegrepen verkrachting, gedwongen zwangerschap, seksuele slavernij, vervolging om reden van geslacht.

Inbegrepen worden eveneens oorlogsmisdaden begaan tijdens interne conflicten.

Inbegrepen wordt gedwongen rekrutering van kinderen onder de 15 jaar.

De openbare aanklager kan een officieel onderzoek starten op basis van gegevens ontvangen van slachtoffers of van iedere andere betrouwbare bron. Dit houdt in dat geen toestemming vereist is van nationale regeringen en van de Veiligheidsraad om bepaalde aangelegenheden ter kennis te brengen van het Hof.

In het recht op een eerlijk proces worden normen opgenomen ter bescherming van de aangeklaagden.

Ook worden er normen opgenomen ter bescherming van de slachtoffers en getuigen.

De doodstraf wordt niet opgenomen.

Niet erkend wordt het recht van de slachtoffers op genoegdoening.

Bij het Statuut wordt geen voorbehoud toegestaan.

De conferentie in Rome stelde ook een Voorbereidingscommissie van de VN in die als taak heeft de voorbereidingsproblemen op te lossen. Deze commissie zal de regels t.a.v. de werkwijze van het Hof en van de deelnemende landen, de relatie tussen het hof en de VN en de financiële aangelegenheden bediscussiëren. Bovendien moet het de hangende discussie over ‘agressie’ voeren en de voorwaarden formuleren waaronder het Hof haar jurisdictie over deze misdaad kan uitoefenen.

Zetel

Het Hof zal zetelen in Den Haag, Nederland

Staten ondertekenaars van het Statuut:

Albanië, Andorra, Angola, België, Bolivia, Chili, Costa Rica, Denemarken, Djibouti, Equator, Eritrea, Finland, Frankrijk, Gabon, Georgië, Honduras, Ierland, Italië, Ivoorkust, Jordanië, , Kameroen, Liberia, Liechtenstein, Macedonië, Madagaskar, Mali, Malta, Mauritanië, Monaco, Namibië, Niger, Nieuw Zeeland, Nederland, Noorwegen, Oeganda, Oostenrijk , Panama, Paraguay, Portugal, Republiek Kongo, San Marino, Samoa, Senegal, Slovenië, Spanje, Zambia, Zimbabwe, Zuid-Afrika, Zweden