Volver Indice Terug Index Comunicados Persberichten Actividades Akties Documentos Documenten Audio Fotos Enlaces Links Libro de Comentarios Gastenboek Buscar Zoeken-Search Steun de campagne van
de Comité tegen Straffeloosheid in Chile ! |
Toespraak
Studenten-Ekklesia 21 jan. 2001
‘Ze hebben de Bok gedood.’ In Santo Domingo op het eiland Hispaniola in de Caribische Zee wordt een vreemde merengue gezongen. Een herinnering aan het einde van een afschuwelijke periode uit de geschiedenis van het land. Kende ik de melodie, ik zou het voor u zingen: ‘De bevolking viert / op de dertigste mei / met groot enthousiasme / het Feest van de Bok’. De Bok met een hoofdletter. De bijnaam, de scheldnaam van de man die er dertig jaar lang met harde hand en onbarmhartige wreedheid zorg voor droeg dat het land een gewillige prooi was van de Noordamerikaanse United Fruit: Zijne Excellentie, De Weldoener, de Vader des Vaderlands, Doctor Rafael Leonidas Trujillo Molina, alias De Bok. De Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa schreef er zijn laatste roman over: ‘Het Feest van de Bok’. Aan de hand van de herinneringen van een Dominicaanse vrouw roept de schrijver de laatste dagen, weken op voorafgaand aan de aanslag, de tirannenmoord die op 30 mei 1961 een einde maakt aan het leven van Trujillo en aan dertig jaar meedogenloze onderdrukking. Operette-generaals werden ze glimlachend, geringschattend, vertederd zelfs genoemd, de opgeblazen mannetjes in hun protserige uniformen, die in de jaren vijftig ons beeld van Latijns Amerika bepaalden. Alsof het allemaal zo erg niet was, het was toch een vrolijk volkje daar, zon, zee, muziek, één ‘dolce far niente’ en ach, die generaals, die hoorden bij de folklore. Zo werd graag verteld althans. Pablo Neruda, we hoorden het al, zag dat anders in zijn Canto General, de ode aan het Latijnsamerikaanse continent. Verontwaardigd haalt hij uit naar het internationale kapitaal, dat ‘haat zaaide en tot rust en orde/ dictatoren opriep, als zwermen vliegen:/ Trujillo-vliegen, Tacho-vliegen,/ de Carías- en Martínez-vliegen,/ de Ubico-vliegen, vliegen druipend/ van het bloedbad van de kleine man,/(…)/ circusvliegen en geleerde vliegen,/ specialisten in de tirannie’. Operette-generaals? Ik zal niet ingaan op de verschrikkingen, de ondenkbare martelingen, het onmenselijk sadisme waarmee de zoons van Trujillo, zijn clan, zijn geheime dienst de moord op de dictator indertijd hebben gewroken. In de landen van Latijns Amerika is wreedheid en willekeur altijd al het prerogatief van de rijken en machtigen geweest, maar hoe erg dit was: u wilt het niet weten. Het dient ook geen enkel doel het wel te weten. Wat een doel dient is te weten dat ze er, hoe ongelooflijk het ook klinkt, mee weggekomen zijn. Dat de zoons en de broers en de handlangers van Trujillo - door hun vereerde broer, vader, weldoener bij leven allen bedacht met hoge militaire rangen - dat zij slechts onder voorwaarde dat zij nooit verantwoording zouden hoeven af te leggen voor hun beestachtigheid, dat zij straffeloos zouden mogen gaan, dat zij slechts onder die voorwaarde de macht aan een burgerregering hebben willen overdragen. Och, operette-generaals! Ze hadden slechts hun rol gespeeld, hun stuk viel niet langer in de smaak, dus konden ze het toneel verlaten. Ongestraft. Maar het systeem werd geperfectioneerd en over het hele continent verspreid. Waar armen en uitgebuitenen hun stem verhieven, organisaties vormden, langs de weg van de opstand of die van de stembus hun rechten zochten, streken de vliegen neer. De Figuereido- en Videlavliegen, de Pinochet- en de Maseravliegen, zetbazen van de vrije markt. Ze moordden, martelden en verkrachtten, met ijzeren vuist hielden zij de zoekers naar gerechtigheid eronder, terwijl economen en juristen alle ruimte kregen om een rechtssysteem te bouwen waarin het recht van de sterkste werd geïnstitutionaliseerd, onrecht en ongelijkheid bij wet werden vastgelegd. En toen uit naam van de machtigen en de rijken de liberale orde eenmaal was hersteld en alle garanties waren ingebouwd dat de armen nooit meer hun stem zouden kunnen/durven verheffen, toen eisten de vliegen als beloning voor hun kunsten de vrije aftocht om zich ongestraft in hun kazernes terug te kunnen trekken. ‘Als jullie, burgers, ooit zouden vinden dat wij in dienst van het Vaderland jullie wetten, die niet de onze zijn, overtreden hebben, dan bepalen wij hierbij en dwingen op straffe van een nieuwe machtsgreep af dat die overtredingen ons niet zullen worden aangerekend, dat we er niet voor berecht kunnen worden, dat we er nooit en te nimmer voor kunnen worden bestraft!’ Maar hoe moet dat dan? Hoe moet het verder met een samenleving waarin het rechtssysteem van de een niet dat van de ander is? Waarin één groep zich het recht mag voorbehouden met alle middelen, tot de meest onmenselijke vormen van geweld aan toe, haar voorrechten te verdedigen terwijl de rest met wetten en geboden de mond wordt gesnoerd. Laten we voor het gemak eens kijken wat er met zo’n land gebeurt. Chili, iedereen bekend. Honderdduizenden politieke gevangenen en ballingen tijdens de dictatuur van Pinochet; tienduizenden door marteling geestelijk of lichamelijk voor het leven getekend; duizenden vermisten, ook nu nog steeds vermist. Het regiem komt aan zijn eind omdat de dictator zich in 1988 verkijkt op zijn eigen populariteit en bij een volksstemming het onderspit delft. Een op maat gesneden grondwet, een amnestiewet én onverholen dreiging met nieuw geweld bieden het leger echter een vrije aftocht. Opeenvolgende regeringen durven Pinochet geen rekenschap te vragen voor de misdaden van zijn regiem. Als tien jaar later een Spaanse rechter hem op grond van internationale rechtsspraak in Londen laat arresteren, beweegt de Chileense regering uit angst voor een nieuwe vliegenplaag hemel en aarde om de ex-dictator weer heelhuids in Chili terug te krijgen, wat haar – schande zij de Engelse regering! – uiteindelijk ook lukt. Een Chileense rechter waagt het manmoedig om Pinochet in Chili zelf voor het gerecht te dagen en vanaf dat moment is hij zijn leven niet meer zeker. En niet een van God en gebod verlaten maffiabende heeft het op hem gemunt, maar leger, politie en politieke partijen die zeggen de democratie te dienen. In dit Chili van de ongelijke rechten moeten de twintig armste van iedere honderd inwoners het stellen met het inkomen van vijf, terwijl de twintig rijksten voor vijftig consumeren. Na Brazilië is Chili, het wonderkind uit de school van de vrije markt, daarmee het land met de grootste inkomensverschillen van Latijns Amerika. In dit Chili heeft de militaire rechtbank de bevoegdheid burgers te berechten en belanden indiaanse leiders in de cel omdat zij proberen de rechten op hun eigen landbouwgronden uit te oefenen. In dit Chili werd vorig jaar een zwartboek over de Chileense justitie verboden en is de auteur wegens bedreigingen tegen haar leven naar het buitenland gevlucht. In dit Chili zit een zekere Marcela Rodríguez een gevangenisstraf van twintig jaar uit terwijl ze de medische verzorging ontbeert die zij dringend nodig heeft omdat zij, tien jaar geleden in haar rug getroffen door een politiekogel, verlamd is en een uitermate gecompliceerd ziektebeeld vertoont. Dát gebeurt er met een land waarin de straffeloosheid regeert, waarin het overgrote deel van de bevolking zich niet beschermd weet tegen de macht en de willekeur van een arrogante bovenlaag, waarin het onrecht is geïnstitutionaliseerd. Zij zuigen de lucht uit,/ zij wroeten de zilveren bronnen/ uit andermans grond;/ drakentanden, angstdromen/ zaaien zij rond,/ zij stoten de armen/ het woord uit de mond./ Niemand die raad weet,/ niemand die recht doet,/ niemand,’ zullen we straks zingen. Schendingen van de mensenrechten, van het recht op leven, op fundamentele vrijheden duren voort en de daders blijven ongestraft. Om economische en om politieke redenen blijft de toegang tot het rechtssysteem ongelijk verdeeld. Culturele en sociale discriminatie zijn in Latijns Amerika het brood van alledag, waarmee dit de meest onrechtvaardige regio ter wereld is. Onbegrijpelijk voor een land, voor een continent dat sinds de Spaans-Portugese verovering letterlijk in het christendom is gedrenkt, in de leer van de liefde, in de leer van de mens als zijn broeders hoeder. Of moeten we zeggen: begrijpelijk voor een land, voor een continent dat in een christendom is gedrenkt dat de biecht, de aflaat ziet als een panacee voor alle onrecht. Een kerk die het sacrament van de verzoening heeft gereduceerd tot een tweegesprek tussen de zondaar en zijn God: een bekentenis in het verborgene en een symbolische straf en elk onrecht is vergeven en vergeten. In het wetboek van de stam van Levi staat geschreven: ‘Wanneer iemand zondigt door de wet te overtreden en daarmee schuld op zich laadt, moet hij zijn zonde bekennen en een zoenoffer brengen. Zo zal de priester voor hem verzoening voor zijn zonde verkrijgen en zal hem vergiffenis worden geschonken.’ (ex Lev. 5, 1-5). Geen vergeving zonder verzoening, zegt de schrift, maar geen verzoening zonder boete en geen boete zonder bekentenis. Gaan we van het begin van het oude boek naar het einde. De lezing van vandaag hoorden we al op de laatste zondag voor de advent, de tijd van wachten op de komst van ‘God-redt-ons’: ‘Dan zal ik ook komen,’ kondigt de profeet Maleachi aan, ‘om jullie te richten, als een doortastend aanklager zal ik optreden tegen (…) de onderdrukkers van werklieden, weduwen en wezen, tegen de verkrachters van het recht van de vreemdeling, tegen allen die mij niet eerbiedigen. Zo spreekt Adonai (…)’ (Mal. 3:5). Het zit verankerd in onze joods-christelijke traditie, in onze cultuur: de eerbiediging van Adonai, van God is Liefde, van de tien woorden uit de schrift die de mens als richtsnoer dienen. Dat is het fundament van de menselijke samenleving. En ‘als doortastend aanklager zal ik optreden tegen allen die de liefde niet doen.’ Zonder aanklacht en oordeel geen gerechtigheid. Zonder gerechtigheid geen verzoening. Ter verdediging van haar enge, mechanistische interpretatie van het sacrament van de verzoening beroept de kerk zich graag op de psalm die zingt: ‘Tegen u en u alleen heb ik gezondigd en gedaan wat kwaad is in uw ogen.’ (Ps. 51,6) Maar Mattheus vertelt ons hoe Christus dat zag: ‘Als gij uw gave brengt naar het altaar en daar schiet u te binnen dat uw broeder iets tegen u heeft, ga u dan eerst met uw broeder verzoenen en kom dan terug om uw gave aan te bieden.’ (Mt. 5, 23-24) De gemeenschap van mensen groeit scheef als overtredingen tegen de tien woorden niet worden toegegeven, niet berecht en beoordeeld; als geen zoenoffer wordt gebracht. De fundamenten worden uitgehold, de mens raakt los van zijn ankers, ‘gelijkheid in rechte’ ontaardt in ‘het recht van de sterkste’. Zonder erkenning van de gelijkheid in rechte wankelt de rechtsstaat en waar de rechtsstaat wankelt, wankelt de samenleving. Dat gebeurt waar straffeloosheid regeert. Wat moeten we ermee? We lezen amper nog over dit Latijns Amerika. Vroeger ja, toen solidariteit nog ‘in’ was en een T-shirt met Che Guevara sexy. Toen christenen voor het socialisme kozen ‘omdat de Latijnsamerikaanse bevrijdingstheologen het bijbelse uittochtverhaal tot het hart van hun theologie hadden gemaakt – niet het dogma van de drie-eenheid, de godheid van Christus of het wezen van de kerk, maar de bevrijding van de armen uit het slavenhuis van Somoza en ander farao’s en het recht van de zwaksten en het gelijk van de revolutie; omdat zij het wereldomspannende economische systeem van het vrije westen verantwoordelijk stelden voor de vernietiging van de armen in hun werelddeel, en omdat zij beweerden dat de maat van het onrecht vol was…’. Christendom en socialisme, toen ja. Maar vervolgens werd eerst God en daarna het socialisme dood verklaard. De kerk sloot zich op in haar leerstellingen en de sociaal-democratie als erfopvolger van het socialisme schaarde zich achter de aanbidders van het gouden kalf. Toch: er blijven mensen actief, er bestaat zoiets als het Nederlandse Comité tegen de Straffeloosheid in Chili, er bestaan initiatieven om de straffeloosheid ook elders in Latijns Amerika tegen te gaan, om de zwaksten hun rechten terug te geven. Geen brede beweging meer zoals weleer, maar toch. Kleine mosterdzaadjes misschien, maar met de potentie om tot volle wasdom te komen. Moge het zo zijn. |