| ACHTERGROND |
terug naar
index Achtergrond |
Door Pablo Eppelin (Noticias)
| 09-01-2007 |
‘Van cocaboer tot econoom’
Op 27 en 28 november jl. bezocht Evo Morales, sinds januari 2006 president van Bolivia, ons land. Tijdens een ontmoeting met studenten, pers en politiek in het Institute for Social Studies in Den Haag vertelde hij over de eerste successen van zijn tien maanden oude regering en over de vele problemen.
‘Dezelfde partijen die me vijf jaar geleden uit het parlement zetten, verhinderen nu dat ik langer dan de grondwettelijk bepaalde vijf dagen in het buitenland kan reizen. Bijgevolg moet ik mijn bezoek aan Europa tot het minimum beperken, terugreizen naar Bolivia, de presentielijst tekenen en weer voor vijf dagen vertrekken voor deelname aan de Top van Nigeria. Een klap in het gezicht van de democratie en het nieuwe beleid.’ Met deze woorden verklaarde de huidige president van Bolivia, Evo Morales bij aanvang van zijn toespraak het bliksemkarakter van zijn bezoek. ‘Ik zou dolgraag van gedachten hebben gewisseld met ministers, die mij als vakbondsleider nooit ontvingen.’
De zaal in het Institute for Social Studies was te klein voor de vele politici, wetenschappers, studenten en journalisten die van de enthousiaste en gedecideerde linkse president van Bolivia zélf wilden horen, hoe het hem in de eerste tien maanden is vergaan. ‘Ik ben aan het leren wat besturen is, want ik weet beter hoe een vakbond te leiden, dan hoe een land te besturen.’ Maar hij moest de sprong wel maken van vakbondsstrijd naar het presidentschap. ‘Onze verlangens, onze gerechtvaardigde eisen konden alleen worden ingewilligd als we zelf een politieke vuist zouden maken,’ was de conclusie van Morales en de zijnen.
Corruptie
Voor de vuist weg laat Morales de successen van zijn nog geen jaar oude regering de revue passeren. Een van de belangrijkste daarvan is, aldus Morales, het resultaat in de strijd tegen de corruptie. ‘Er is een einde gemaakt aan de corruptie in de hogere echelons, waar vaak 10, 15 of zelfs 20 procent commissie werd gevraagd voor het verlenen van vergunningen en toewijzingen.’ De strijd is echter nog niet gestreden. ‘De uitdaging is nu ook de corruptie van de lagere ambtenaren uit te bannen, waarmee de inheemse bevolking geconfronteerd wordt als ze bepaalde formaliteiten moet vervullen.’
Een forse overwinning is het feit de oppositie, na aanvankelijke tegenwerking, heeft toegezegd ten volle mee te zullen werken aan het Constitutionele Beraad. De grondwetgevende vergadering is op 6 augustus in zitting gegaan.. Aanvankelijk stelden de rechtse partijen hun medewerking afhankelijk van de toezegging dat alle besluiten met tweederde meerderheid zouden worden genomen. ‘We hebben toen onderscheid aangebracht tussen de onderwerpen waarvoor een absolute meerderheid voldoende is en die waarvoor een tweederde meerderheid wordt vereist, zoals die aangaande de autonomie, het grondbezit, het economisch beleid en de rechtspraak.’ Op 6 augustus 2007, een jaar na aanvang, moet de nieuwe grondwet klaar zijn. Ze zal ter goedkeuring aan de bevolking worden voorgelegd.
Structurele veranderingen
Ook op het gebied van de aardgas- en olie-exploitatie kon de Boliviaanse president vorderingen melden. Na eerdere nationalisatiepogingen, die telkens op niets uitliepen, stelt de regering de gas- en oliemaatschappijen nu een ‘bondgenootschap’ voor. Nog altijd zou het gaan om ‘een nationalisatie zonder schadevergoeding, maar dan een waarin wij, de Boliviaanse staat, het eigendomsrecht gaan uitoefenen zonder onteigening’, legt de president uit. ‘Wij zien ook wel dat bedrijven hun investeringen moeten kunnen terugverdienen. Alleen, nu wordt de verdeling van de opbrengsten omgekeerd.’ Voorheen was de verdeling: 18 procent van de opbrengst voor de staat en 82 procent voor de bedrijven. Met name voor de grote velden is die verdeling nu omgedraaid: 82 procent voor de staat en 18 procent voor de bedrijven. Voor kleinere velden is een 50-50 verdeling overeengekomen. ‘De bedrijven hebben recht op rechtszekerheid, maar die kan alleen worden gegeven, als er sociale zekerheid bestaat.’ Volgens de Boliviaanse president houdt dat in dat er eerst werkgelegenheid, onderwijs en gezondheidszorg moet komen, voordat bedrijven de financiële zekerheid kan worden geboden waarom zij vragen.
Naast de nationalisatie van gas- en oliewinning bereidt de regering een voorstel voor dat een einde moet maken aan het grootgrondbezit. Dat voorstel betreft echter niet de grond die haar sociale en economische functie vervult, maar het grondbezit dat onrechtmatig verkregen is, dat alleen maar als speculatieobject wordt gebruikt en dat niets produceert. Onlangs ging een aantal grootgrondbezitters in hongerstaking tegen de dreigende onteigening. Morales hierover: ‘Ik begrijp niet dat ondernemers en mensen, die geen gebrek hebben aan gezondheidszorg en onderwijs en die hun kinderen kunnen laten studeren aan privé-universiteiten, in hongerstaking moeten gaan. Ik kan alleen maar tot de conclusie komen dat zij slechts hun privileges willen verdedigen.’
Financieel terrorisme
De successen komen Morales echter niet aangewaaid. ‘We hebben al vijf aanvallen van financieel terrorisme te verduren gehad,’ vertelt de president. De pers en de oppositie schrijven dat er een corralito gaande is. Dat wil zeggen dat mensen snel hun geld terug moet trekken, voordat Morales de spaartegoeden en financiële transacties met het buitenland bevriest. Hij zou zijn ontwikkelingsplan willen financieren met geld van het volk. ‘Sommige ondernemers namen op één dag 10, 15 of zelfs 20 miljoen dollar uit de markt en dreigden met een run op de banken. Wanneer de media dat publiceren, heeft dat tot gevolg dat mensen bang worden en inderdaad massaal naar de bank gaan om hun geld op te nemen.’
Desalniettemin: volgens Morales zijn het afgelopen jaar de banktegoeden, de kredieten en zelfs de nationale economie en de internationale reserves gegroeid. ‘Ik was cocaboer, maar ik leer nu econoom te worden. Als ik het thema van de aardolie doorheb ben ik olieboer!’ grapt Morales. ‘In het begin van 2006 was onze internationale reserve 1.700 miljoen dollar, een paar maanden terug was dat al 3.000 miljoen, wat veel is voor Bolivia.’ Bijzonder onder de indruk is de president over de toename in belastingopbrengsten en douaneheffingen. ‘Ik merk dat het volk ons vertrouwt.’ Niettemin erkent hij dat er nog een lange weg te gaan is. ‘Het grote probleem van dit moment is de micro-economie. We willen de families, de kleine en de middelgrote ondernemers en de handwerklieden steunen met behulp van de Bank voor Productieve Ontwikkeling.’
Internationaal en Nederland
‘Nu de migratie van zuid naar noord gaat en Bolivianen naar het oude continent proberen te komen, worden er allerlei barricades opgeworpen; er worden visa geëist, mensen worden gedeporteerd, er worden muren opgetrokken,’ houdt Morales zijn gehoor voor. ‘Wat wij willen is dat mensen niet hoeven te emigreren; dat ze grond krijgen, leningen, microkredieten, enzovoort. Maar als er dan toch sprake is van globalisering, dan moeten alle mensen het recht hebben zonder visa door de wereld te trekken. Laat eerst de mensen globaliseren. Nu gaat het alleen maar om de globalisering van de internationale handel, van de koopwaar, maar worden de mensen illegaal verklaard.’
Over de relaties met internationale financiële instellingen laat Morales niets aan duidelijkheid te wensen over: ‘Wij willen niemand koloniseren, maar zelf ook niet gekoloniseerd worden. Wij zoeken wederzijdse aanvulling. De richtlijnen van IMF en Wereldbank zijn voor ons geen enkele oplossing geweest.’ En hij haalt aan wat hij enige dagen eerder heeft gezegd tegen een vertegenwoordiger van de Wereldbank: ‘Wij willen geen verplichtende richtlijnen, wij willen geen projecten of plannen of programma’s. We willen ons niet onderwerpen en we willen niet onderworpen worden. Als internationale organen ons willen helpen zijn ze welkom op voorwaarde dat ze onze voorstellen en die van de volksbeweging erkennen.’
Met Evo Morales, kwam ook minister van Energiezaken Carlos Villegas naar Nederland. Hij kwam onder meer om met Shell-topman Jeroen van de Veer te onderhandelen over de overname van de 25 procent aandelen van de energiegigant in het bedrijf Transredes, dat de aardgaspijpleidingen in Bolivia exploiteert. In een interview met het Financieel Dagblad gaf Villegas aan dat Shell daartoe bereid bleek en dat het bedrijf belangstelling heeft voor langtermijn investeringen. Daarnaast bezocht de minister enkele bedrijven op het gebied van gasexploitatie om zo het Nederlandse model te leren kennen.
President Morales moest zijn toespraak tot zijn spijt beëindigen zonder in te kunnen gaan op vragen uit de zaal. Er stond een ontmoeting met koningin Beatrix en prinses Maxima op het programma. ‘Ik ga nu naar de koningin en de prinses om over deze dingen te praten. Als vakbondsleider zouden ze me nooit ontvangen hebben. Dank zij het volk nu wel’.
Vertaald en bewerkt door Peter Gelauff
Luister in het spaans naar de conferentie van Evo Morales in het Institute for Social Studies (28 november 2006, Den Haag): Escuchar el audio (Español) (mp3) (63:43) |
|
|
|