info noticiashome
  ACHTERGROND terug naar index Achtergrond
Door Laura Baas (IREWOC)
29-09-2008


Bolivia: kinderarbeid en toch naar school

Werkende kinderen kom je in Bolivia op allerlei verschillende plekken tegen. Volgens het Boliviaanse Instituut voor Statistieken (INE) en the Internationale Arbeids Organisatie (ILO) waren er in 2002 rond de 300.000 kinderen aan het werk in Bolivia in allerlei verschillende sectoren.

Kinderarbeid komt wereldwijd vooral op het platteland voor en Bolvia is daarin geen uitzondering. Volgens een onderzoek van het Ministerie van Arbeid van de VS (USDOL) uit 2006 komt 76,3% van de kinderarbeid op het Boliviaanse platteland. Omdat Bolivia internationale verdragen omtrent kinderarbeid heeft ondertekend, is een speciale Commissie van het Ministerie van Arbeid belast met het uitroeien van de 'ergste vormen' van kinderarbeid en met het verbeteren van de arbeidsomstandigheden waarin kinderen werken.

De 'ergste vormen' van kinderarbeid zijn in Bolivia onder andere te vinden in de suikerrietoogst en de mijnbouw. Kinderen die in deze vormen van kinderarbeid werken lopen, volgens de ILO en de Commissie van het Ministerie van Arbeid, het risico op mentale, fysieke en emotionele schade als gevolg van hun werk. In alleen al het mijnbouwgebied van Potosí zijn ongeveer 700 kinderen en jongeren werkzaam en in heel Bolivia’s mijnbouwsector zo'n 3.800. In de suikerrietsector in het oostelijke Santa Cruz en zuidelijke Tarija zijn ieder jaar ongeveer 10.000 suikerrietkappers onder de 18 jaar aan het werk.

Mijnbouw
De 14-jarige zoon Eliseo werkt sinds twee maanden in de mijnen van Cerro Rico, een berg vlakbij de stad Potosí. Zijn vader is onlangs op 35-jarige leeftijd overleden aan stoflongen vanwege een levenlang werken in de mijnen. Omdat Eliseo's moeder, doña Rita, weinig inkomsten heeft, moet Eliseo zelf geld verdienen om zijn school te betalen. Zoals hij zegt: 'Ik zit op school in een dorpje maar ik kom hier nu in de mijn werken. Als ik genoeg heb verdiend ga ik over een tijdje weer naar school'.

Dat het werk in de mijnbouw snel op kleine of grotere ongelukken uitdraait, heeft Eliseo al gemerkt toen zijn hand tussen twee metalen karren, waarin het mineraal wordt vervoerd, klem kwam te zitten: 'Mijn vingers zijn opgezwollen en het doet wel pijn maar ik ben niet naar de dokter geweest. Hopelijk gaat het vanzelf over'.

Jonge jongens zoals Eliseo die hun werk in de mijnbouw proberen te combineren met naar school gaan, zijn er in op de Cerro Rico veel te vinden. De twee vrienden Rubén en Yoel van 16 jaar werken overdag in de mijnen en gaan ’s avonds naar de middelbare school in Potosí. Volgens Rubén is het moeilijk om altijd op tijd op school te zijn: 'We moeten er om 19:00 uur zijn maar ik kan er niet altijd precies zo laat zijn; gister was ik er pas om 20:00 uur'.

Ook volgens Yoel is de combinatie werk en school lastig: 'Soms kun je je niet concentreren want dan ben je moe van het werk. Maar ik wil naar de universiteit dus ik moet wel werken om daar geld voor te verdienen'. Rubén en Yoel slagen er tot nog toe in om het zware werk in de mijnen te combineren met het volgen van lessen op de middelbare school. Voor de 17-jarige René is het echter niet mogelijk om zijn werk te combineren met school. Zijn vader is ziek en kan niet meer werken en heeft dure medicijnen nodig. René is daarom in de mijnen gaan werken. 'Mijn vader wordt steeds zieker dus ik denk niet dat ik ooit nog terug kan naar school. Ik voel me daar wel ongemakkelijk bij want ik had altijd gedacht dat ik een opleiding zou gaan volgen'.

Suikerrietplantages
Naast de jongens die binnen in de mijnen werken en waarvan sommigen buiten werktijd proberen te studeren, zijn er jongere kinderen onder de 14 jaar werkzaam in het mijnbouw gebied. Vanesa, de twaalf-jarige dochter van doña Rita, helpt haar moeder met alles wat er moet gebeuren om de mijningang te bewaken. Zo blijft ze thuis om de spullen van de mijnwerkers te bewaken wanneer haar moeder er niet is en maakt ze eten klaar voor de mijnwerkers. Een andere dagelijkse klus is het opvegen van mineraal dat achter blijft en dat een klein percentage zilver of tin bevat. Dit gruis verkopen Vanesa en haar moeder voor 1.000 Bolivianos (100 Euro) per vrachtwagen. Iedere maand of iedere twee maanden vullen ze een vrachtwagen met gruis, wat een ruime verdubbeling van hun inkomen betekent. Vanesa doet dit werk iedere ochtend een paar uur en 's middags gaat ze naar school.

Zoals de kinderen en jongeren in de mijnbouwsector hun werk proberen te combineren met school, zo gebeurt dat ook in de suikerrietoogst. Ieder jaar migreren duizenden families vanuit afgelegen rurale gebieden naar de suikerrietplantages in Santa Cruz en Tarija om daar tussen de 4 en 6 maanden in de oogst te werken. Vaak gaan kinderen mee omdat ze niet zonder hun ouders kunnen achterblijven. Ouders proberen vaak wel een plek te vinden voor hun schoolgaande kinderen zodat ze in hun woonplaats naar school kunnen blijven gaan, maar dat lukt lang niet altijd. De twaalf-jarige Roger bijvoorbeeld is met zijn ouders meegekomen naar de suikerrietplantages van Tarija en werkt dagelijks samen met zijn moeder in de oogst. Zoals hij zegt: 'We zijn vergeten om een inschrijfbewijs van mijn school thuis mee te nemen, dus nu kan ik hier niet naar school.' Terwijl de andere kinderen uit het migrantenkamp 's morgens les volgen op de school twee kilometer verderop, gaat Roger iedere morgen met zijn kapmes naar de plantage. De andere kinderen werken ’s middags en in het weekend mee. Hoewel het suikerriet kappen gevaarlijk en extreem vermoeiend werk is, werken alle kinderen uit het kamp vanaf zeven jaar oud mee.

Maatregelen van de overheid
Het tien-jaren plan van de Commissie van het Ministerie van Arbeid om (de 'ergste vormen' van) kinderarbeid uit te roeien loopt nog tot 2010. Voor de naleving van de regels ten aanzien van kinderarbeid is het volgens een medewerkster van de regionale afdeling van het Minsterie van Arbeid in Tarija belangrijk om meer inspecties uit te kunnen voeren. Zoals zij zegt: 'De internationale regels verbieden kinderarbeid in de suikerrietsector, maar we zijn met te weinig mensen en middelen om ze goed te kunnen uitvoeren'. Hetzelfde geldt voor de mijnbouwsector in Potosí waar de regionale afdeling van het Ministerie van Arbeid zelfs geen auto heeft om het gebied te kunnen bezoeken.

Ondanks logistieke tegenslagen proberen lokale overheidsmedewerkers jongeren te stimuleren om alsnog voor school te kiezen en alternatieven te vinden voor het werk in de mijnen of op de plantages. Een instituut in Tarija dat middelbare school en opleidingen aanbiedt voor jongeren en jong-volwassenen is CETHA. Een kwart van de studenten zijn jongeren die eerst op de suikerrietplantages werkten. De jongeren zijn enthousiast om bij CETHA te kunnen studeren. Ernesto van 17 legt het uit: 'Ik had geen zin om terug naar school te gaan met allemaal kleine kinderen, maar hier is het goed, hier zitten we met allemaal jongeren en volwassenen'.


Dit artikel is gebaseerd op de resultaten van een onderzoek door stichting IREWOC naar de 'ergste vormen' van kinderarbeid in Latijns Amerika (Perú, Guatemala en Bolivia) dat anderhalf jaar geduurd heeft. Voor meer informatie zie www.irewoc.nl