| ACHTERGROND |
terug naar
index Achtergrond |
Door Edwin Koopman ( Trouw)
| 14-05-2003 |
De armen kraken gesloten fabrieken
“Alleen het water hoefde nog maar te worden aangesloten”, klaagt Alicia Gutierrez. “Als ze ons hadden laten doorgaan dan hadden we pasta kunnen maken voor alle volkskeukens van Buenos Aires.” De sfeer is niet vrolijk in het buurtlokaal van Unidad y Lucha (Eenheid en Strijd) in het stadsdeel Avellaneda. De 40-jarige Gutierrez vertelt hoe ze vorige maand met honderden andere wijkbewoners door de politie is verjaagd uit de oude pastafabriek die ze hadden bezet. Vanuit het lokaal is de gele toren te zien van het gebouw dat twintig jaar geleden failliet ging. “Maar de machines zijn nog prima in orde”.
Unidad y Lucha ligt een uurtje rijden uit het centrum van Buenos Aires. Maar de onverharde straten, bouwvallige optrekjes, golfplaten daken en slechte voorzieningen doen in niets denken aan het moderne en Europees ogende stadscentrum. De economische crisis, die sinds enkele jaren zo hard toeslaat bij de Argentijnse middenklasse, is hier al generaties lang een manier van leven. Veel mensen moeten rondkomen van een of twee dollar per dag. Honderden schoolkinderen en bejaarden zijn aangewezen op de volkskeuken op de hoek. Van het lichte economisch herstel waarvan in Argentinië sprake zou zijn, hebben ze in Unidad y Lucha niks gemerkt. Het is alleen maar erger geworden. Toen president Eduardo Duhalde vorig jaar de nationale peso loskoppelde van de dollar, liep de koopkracht met tweederde terug. Door een recordaantal bedrijfssluitingen is nu 40 procent van de arbeiders in de wijk werkloos. Landelijk ligt het gemiddelde op 17 procent.
Uit pure ellende besloten ex-werknemers van pastafabriek Sasetru begin dit jaar een poging te wagen hun oude werkplaats nieuw leven in te blazen. Het kraken van gesloten fabrieken is sinds de val van president Fernando de la Rua, in december 2001, een nieuwe trend geworden in Argentinië. In anderhalf jaar tijd zijn in Buenos Aires 150 fabrieken onder arbeiderszelfbestuur gebracht en verenigd in de Beweging van Gerecupereerde Fabrieken. Meestal gaat het om een symbolische actie, maar in enkele gevallen wordt inderdaad weer geproduceerd en zelfs winst gemaakt. “De werknemers van een metaalbedrijf hier in de wijk verdienen nu 2200 pesos, bijna vier keer zoveel als toen de directie er nog zat”, vertelt Lisardo Martínez, vice-voorzitter van de nieuw opgerichte cooperatie Sasetru.
De bezettingen zijn het antwoord op de schrijnende armoede en de arrogantie van de corrupte politieke en economische elite. Inmiddels moeten drie van elke vijf Argentijnen rondkomen van minder dan 250 dollar per maand. Sinds kort zie je in de stadscentra ‘s nachts moeders met kinderen vuilniszakken openscheuren op zoek naar voedsel. Pas toen de wereld eind vorig jaar werd opgeschrikt door schokkende foto’s met van honger stervende kinderen, werden er voedseltreinen ingezet. Duhalde, begin vorig jaar aangesteld als crisismanager, heeft de meest heikele problemen laten liggen voor zijn opvolger, die zondag wordt gekozen. De winnaar mag vanaf 25 mei de zes miljoen werklozen en 20 miljoen armen confronteren met uitgestelde betalingen aan het IMF, noodzakelijke en zeer omstreden verhoging van de tarieven voor nutsvoorzieningen, verhoging van de belastingen en herziening van het banksysteem.
Maar de piqueteros gaan daar niet op wachten. Die hebben hun eigen agenda al klaar voor acties en bezettingen. “Die politici zijn geen van allen te vertrouwen”, zegt de verkoper van “Alternativa Socialista”, een links krantje dat rondgaat tijdens een demonstratie van armen en werklozen. Op de voorpagina staan de tronies van Carlos Menem en Nestor Kirchner, de kandidaten van komende zondag, samengevoegd tot een soort tweekoppig corruptiemonster. Plaats van actie is textielfabriek Brukman, het nieuwste symbool van het Argentijnse armenprotest. Vorige maand vielen hier tientallen gewonden toen de politie met groot machtsvertoon zestig naaisters de fabriek uitzette. Die hadden het bedrijf sinds de sluiting in 2001 bezet en draaiende gehouden. Nu zijn alle omliggende straten afgesloten met hekken, pantserwagens en waterkanonnen. Oproerpolitie houdt de demonstranten nauwlettend in de gaten. “Het is een schande hoe we worden behandeld”, zegt een van de spreeksters. “Waarom laten ze ons niet gewoon werken, dan laten we hun ook met rust.” Ze oogst luid applaus met haar oproep om niet of blanco te gaan stemmen. Bij de eerste verkiezingsronde, eind april, bleef een vijfde van de stemmers thuis.
|
|
|
|