Politiek
Binnenkort legaal?
Op de Inter-Amerikaanse top wordt dit weekend voor het eerst het strafvrij maken van het gebruik van en de handel in drugs besproken. Heeft dat zin? Maakt het voorstel kans?
In november verbaasde de Colombiaanse president Juan Manuel Santos vriend en vijand door te opperen handel in en gebruik van drugs strafvrij te willen maken. In een interview met The Guardian zei hij dat ‘de wereld al veertig jaar in hetzelfde frame dacht’ en dat ‘een nieuwe wereldwijde benadering nodig was.’ Die benadering zou “de gewelddadige winst die de drugshandel genereert moeten wegnemen. Als dat legaliseren betekent, ben ik niet tegen.” Santos stelde dat zo’n nieuw programma op globaal niveau besproken en ingevoerd moet worden en dat hijzelf geen voorloper zou zijn, “want dan word ik gekruisigd.”
Geen oplossing, wel verplaatsing
In plaats van een kruisiging kreeg Santos bijval, onder meer vanuit Brazilië, Guatemala en Mexico. Anders dan in de jaren ’90 is Colombia niet meer het voornaamste toneel van drugsgerelateerd geweld. Harde aanpak van de productie en kartels in het Plan Colombia - door de VS met 8 miljard dollar gefinancierd - hebben de cocaïneproductie in Colombia meer dan gehalveerd, maar die in Peru juist doen toenemen. Waar Peru in 2000 nog geen 20% van de 900.000 kilo aan wereldwijd geproduceerde pure cocaïne produceerde, is het nu goed voor 325 ton, bijna net zoveel als de nog altijd 350 van Colombia.
Niet alleen de productie, ook de smokkel is onder het Plan Colombia verlegd. In de jaren ’90 ging de meeste cocaïne per vliegtuig of boot rechtstreeks naar de VS, maar betere controles hebben de handel het vasteland op gedrukt. Als gevolg daarvan zijn de misdaad- en moordcijfers in Centaal-Amerika geëxplodeerd. Mexico telt meer dan 50.000 drugsgerelateerde moorden sinds 2006, het jaar dat president Calderón de war on drugs er opende, wederom met miljarden militaire steun van de VS. Midden-Amerika is momenteel het onveiligste deel van de wereld, met moordenaantallen rond de 80 per 100.000 inwoners per jaar, waarvan 98% onopgelost blijft. Ter vergelijking: Mexico zit op 15 per 100.000, Nederland op 1.
Zoek gespeeld
In januari dit jaar zei de president van het zwaar door de drugshandel ontwrichte Guatemala dat er ‘zo snel mogelijk’ en ‘ernstig’ over een alternatief moet worden nagedacht. Media in Guatemala beschrijven het land als ongelukkig gelegen tussen de VS, de grootste afzetmarkt voor drugs, en Colombia, als grootste productieland. Guatemala is als doorvoerhaven geen partij, maar wordt door internationale druk gedwongen een groot deel van de toch al schamele belastinginkomsten aan drugsbestrijding uit te geven. Politie en justitie worden volkomen zoek gespeeld door Mexicaanse en Colombiaanse kartels, wiens omzet volgens schattingen van de VN ongeveer net zo hoog is als het BBP van Guatemala - rond de 40 miljard dollar per jaar.
De Mexicaanse president Calderón had in augustus 2011 al in Time gezegd dat de Amerikanen zelf over een manier moesten nadenken om de megalomane winst van de drugskartels te verminderen, bijvoorbeeld door de distributie te reguleren of marktalernatieven te zoeken. In oktober zei hij tegen Time: “We wonen in een gebouw waarin onze buurman de grootste drugsconsument ter wereld is, en iedereen hem drugs wil verkopen door ons raam. Dezelfde buurman is de grootste wapenexporteur ter wereld. Naast zo’n buur is het moeilijk leven.” Op de vraag of Calderón wilde dat de VS drugs legaliseerde, zei hij: “Ik kan de criminelen vastzetten, ik kan hun structuren oprollen. Maar zolang de Amerikanen niet de vraag naar drugs verminderen of de winst die op de zwarte markt voor drugs wordt gemaakt, is het probleem onoplosbaar.”
Santos, Pérez Molina en Calderón hebben allemaal duidelijk gezegd dat geen van de landen zelf wetgeving gaat aanpassen als er op multilateraal niveau geen overeenstemming is. Geen van de presidenten wil drugs legaliseren. Doel van het strafvrij maken is de drugs uit het criminele circuit te halen, waardoor de winsten van de kartels lager worden en gebruikers niet meer vervolgd hoeven te worden, wat staatscapaciteit vrijmaakt voor bijvoorbeeld preventie. Een pragmatische aanpak, die vergeleken wordt met het Nederlandse gedoogbeleid.
Verdeeldheid
Maar er is kritiek op het idee, ook binnen de landen die voor zijn. De Colombiaanse commentator Juan Diego Restrepo schrijft in Semana dat het probleem niet de drugs zelf zijn, maar het georganiseerde geweld. Wie de drugs verbiedt, dwingt de kartels tot andere formen van financiering, zoals afpersing en ontvoering. De criminoloog David Martínez Almador zei op de Belgische nieuwssite MO: “Je kan marihuana, heroïne en cocaïne legaliseren, maar doe je dat ook met synthetische drugs die het centrale zenuwstelsel aantasten? En de bendes die de drugshandel in handen hebben, doen ook aan ontvoeringen, afpersingen, wapen- en orgaanhandel. Gaan we die ook legaliseren?”
Officieel staat het thema de komende Cumbre niet op de agenda. Officieus is het echter afgelopen maandag geagendeerd toen Amerikaanse vicepremier John Biden zei dat, hoewel de VS tegen een verandering van het drugsbeleid zijn, het thema wel besproken kan worden. De Colombiaanse minister van Buitenlandse Zaken, Holguín verzekerde woensdag dat het thema besproken gaat worden. In een opiniepeiling van Semana vind 40% van de stemmers dit het belangrijkste thema.
Inconsequent
Het voeren van een discussie over de status van drugs ligt gevoelig. Nooit eerder, sinds Nixon in 1971 de War on Drugs opende, is een politiek debat over het legaliseren ervan mogelijk geweest. Wel is het idee vaak geopperd. Aan de vooravond van de eerste Cumbre de las Américas in 1994 vroegen wetenschappers als de Colombiaanse politicoloog Tokatlían, op dat moment in dienst van de Universiteit van Miami, zich al af waarom vrije handel zo centraal staat in de inter-Amerikaanse betrekkingen terwijl vrije handel in drugs - immers ook een gevolg van de globalisering - onbespreekbaar is.
De Amerikaanse politicoloog Peter Andreas belichtte veelvuldig de Noord-Amerikaanse inconsequentie van een open inter-Amerikaanse markt waarin elk land zijn competatief voordeel maximaliseert, maar waarbinnen drugs en immigranten ongewenst want ‘illegaal’ zijn. Drugs en goedkope arbeidskrachten zijn volgens Andreas nu precies wat Latijns-Amerika goedkoper en beter dan de VS produceert. Volgens Andreas zijn ‘legale’ en íllegale’ stromen onlosmakelijk met elkaar verweven, en is elke scheiding ertussen politiek. Volgens hem zijn de eerste jaren na de ratificering van de NAFTA, het vrijhandelsverdrag tussen de Canada, de VS en Mexico, naar schatting een miljoen Mexicaanse boeren naar de VS gemigreerd omdat ze niet konden concurreren tegen de lage maisprijzen uit de VS. Mais legaal, migranten illegeaal. In Bolivia floreerde de cocaïne-industrie nadat het land door het IMF onder curatele geplaatst. Drugsinkomsten waren de enige manier om in een open markt de schulden weg te kunnen werken; in andere sectoren was Bolivia niet competitief genoeg.
Maar ook uit politieke hoek is het drugsbeleid bekritiseerd. In juni 2011 verscheen een VN-rapport dat pleitte voor het legaliseren van drugs. De waarde ervan zat niet zozeer in de inhoud, maar in de opstellers ervan: de oud-presidenten Cardoso (Brazilië), Zedillo (Mexico) en Garivia (Colombia) en Kofi Annan. Ook Obama zelf heeft in zijn campagne in 2004 de War on Drugs als an utter failure bestempeld – ‘we need to rethink and decriminalize our marihuana laws.’ Na zijn verkiezing is hij hier nooit op teruggekomen.
De reden is simpel, betoogt onder meer the Guardian. Een president die drugs wil legaliseren pleegt politieke zelfmoord. In de VS gebruikt 10% van de inwoners drugs, alles wat wij softdrugs noemen inbegrepen, 90% heeft dus geen direct voordeel bij legaliseren. De tegenstand – van ouders, bejaarden, (chirstelijke) lobbygroepen – is veel groter dan de medestand. Daarom komen presidenten doorgaans pas met dit voorstel als ze in ruste zijn en pragmatiek verkiezen boven populariteit. Een uitzondering lijkt nu gemaakt voor presidenten wiens land ten onder gaat aan de drugsoorlog, zoals Mexico, Guatemala en Colombia. In deze landen zijn inwoners zo klaar met het geweld, dat elke optie bespreekbaar wordt.
Of de optie ook continentaal bespreekbaar wordt, blijkt dit weekend.








Commentaar toevoegen