|
REDACTIONEEL
Polder-infantilisering
Onlangs werd in Nederland een reeks debatten georganiseerd ter gelegenheid van de op handen zijnde Kindertop van de Verenigde Naties. Doel van de bijeenkomsten: voorkomen dat deze Kindertop eenzelfde dood sterft als zijn voorganger, die tien jaar geleden uitmondde in een reeks ambitieuze voornemens die helaas nooit zijn uitgevoerd. Kleurig foldermateriaal van zo'n veertig Nederlandse organisaties, verenigd in het Platform VN-kindertop 2001, lokte mij naar de Amsterdamse grachtengordel. Het thema van het eerste debat was kinderarbeid. Bij binnenkomst herkende ik enkele deskundigen die bekend staan om hun genuanceerde visie op kinderarbeid, zoals Olga Nieuwenhuys van de Universiteit van Amsterdam. Het had een interessante middag kunnen worden, ware het niet dat de organisatoren gekozen hadden voor de vorm van een debat.
De kern van een debat is dat het vooral niet sáái mag zijn. Dus krijgt niemand lang het woord en is er weinig ruimte voor nuances. De voorzitter poneert een kort-door-de-bocht geformuleerde stelling en de deelnemers mogen kiezen tussen voor en tegen. Extra levendigheid werd in Amsterdam gecreëerd door de deelnemers voortdurend naar een toepasselijk rood of groengekleurd vak te laten lopen. Een theoretische inleiding is bij zo'n debat taboe, zodat het geheel babylonische trekken aannam. Want wat is nou eigenlijk kinderarbeid? Is dat alleen vreselijke slavenarbeid, verricht onder omstandigheden waar je volwassenen ook niet aan bloot zou willen stellen, of is het ook het leren-door-meehelpen in een omgeving waar praktische vaardigheden wellicht nuttiger zijn dan schoolse kennis? Komt het alleen in ontwikkelingslanden voor, of is de term ook van toepassing op krantenwijken, babysitten of huiswerk maken? Het zal niemand verrassen dat er na afloop geen uitgewerkte plannen waren gesmeed om de wereldleiders die deelnemen aan de VN-kindertop zo effectief mogelijk onder druk te zetten om de problemen van werkende kinderen daadwerkelijk aan te pakken.
Dat hoefde ook niet, want over de lobbykant was al nagedacht door de organisatie. Bij binnenkomst werd elke deelnemer in de gelegenheid gesteld met vingerverf een handafdruk te zetten op een meterslange lap stof voor minister Herfkens. Dat was de lobby: die baal stof mag ze in september meenemen naar de Kindertop in New York. Arm mens, in het verleden is ze door Jubilee 2000 al eens naar een vergadering over schuldkwijtschelding gestuurd met een zak kwartjes en fluitjes en zo is er voor elke gelegenheid wel iets te verzinnen. Je zal toch op internationale topontmoetingen moeten verklaren dat de bijdrage van de maatschappelijke organisaties in je land bestaat uit een goedbedoeld en oh zo ludiek geschenk. Onwillekeurig dringt zich de vergelijking op met de conference van Wim Sonneveld over de zelfgemaakte verjaarsgeschenken die het volk vroeger placht aan te bieden aan heure majesteit koningin Juliana: "Zet maar achter het bordes, met een kaartje erbij van wie het is en vooral wat het voorstelt."
Publieksdebatten zijn in. Ze passen wonderbaarlijk goed in het poldermodel, waarin ideologische en belangentegenstellingen niet worden uitgediept maar alle partijen zo snel mogelijk tot een oppervlakkige consensus proberen te komen. Polderen is onderhandelen over randvoorwaarden, terwijl de onderliggende processen niet ter discussie worden gesteld. Iedereen mag meepraten, maar de spreektijd is minimaal en de invloed marginaal zodat overheden en bedrijven ongestoord hun eigen plan kunnen trekken. Onder het mom dat het anders saai en langdradig zou worden wordt zo'n zoethoudertje nog geslikt ook. Voor actievoeren binnen het poldermodel geldt iets soortgelijks: het mag best, zolang het maar niet storend is en liefst ook niet saai. Papa en mama willen best even naar je luisteren, maar dan moet je niet stampvoeten. Is er een groter contrast denkbaar dan dat tussen kinderen die lange werkdagen maken om te overleven en maatschappelijke organisaties die hun stem proberen te vertegenwoordigen door te gaan vingerverven?
Daniël de Jongh
ECONOMISCHE CRISIS IN ARGENTINIE
Met de benoeming van Domingo Cavallo tot minister van economie is de cirkel weer rond. Tien jaar geleden trok de toenmalige president Calos Menem de Harvard-econoom Cavallo aan om het land uit een economische crisis te halen. Nu mag hij opnieuw puin ruimen. Van het Argentijnse parlement en de huidige president Fernando de la Rúa heeft hij een blanco volmacht gekregen.
Maja Haanskorf
Bij zijn aantreden als minister van economie in 1991 was de eerste daad van Cavallo het gelijkstellen van de nationale munt de peso aan de Amerikaanse dollar. Deze pariteit van beide munteenheden leek de economie aanvankelijk geen windeieren te leggen. De eerste vier jaren was er sprake van een Argentijns 'Wirtschaftswunder'. De hyperinflatie verdween, buitenlandse investeerders toonden weer vertrouwen en de economie groeide. Maar in 1995 begon het sprookje haar glans te verliezen. Een recessie tekende zich af en de pariteit van de peso aan de dollar maakte een devaluatie onmogelijk en daarmee een verlaging van de rentevoet. Toch herstelde de economie zich vrij snel, vooral dankzij de aanzienlijke export naar buurland Brazilië, dat zijn munt in 1994 ook aan de dollar had gelijkgeschakeld. De huidige crisis doet de roep om devaluatie van de peso weer oplaaien. De hoogte van de munt zou niet overeenkomen met de werkelijke productiviteit van de Argentijnse bedrijven. De financiële wereld en de leidende klassen menen dat de gelijkschakeling van de peso aan de dollar de voornaamste oorzaak van de huidige crisis is. Bovendien vrezen zij dat het plan van Cavallo de situatie van de gewone burger verder zal verslechteren. Vooralsnog echter verlenen zij Cavallo het voordeel van de twijfel.
Redder des vaderlands
Sinds 1999 begon de situatie in Argentinië te verslechteren. De export naar Brazilië verminderde aanzienlijk, omdat dat land de pariteit aan de dollar had losgelaten en Argentijnse producten daardoor duurder werden. Drie jaar lang bedroeg de groei van de Argentijnse economie nul komma nul. Inmiddels bevindt het land zich op de rand van een bankroet. Argentinië gaat gebukt onder een loodzware buitenlandse schuldenlast van bijna 150 miljard dollar. Ondernemers investeren steeds minder en de werkloosheid nadert de twintig procent. Een derde deel van de 36 miljoen Argentijnen leeft onder de armoedegrens. Deze keer belooft het financiële wonder Cavallo, die sinds 1996 van het politieke toneel verdwenen was, het land te redden door middel van een plan van concurrentie.
De belangrijkste ingrediënten van zijn beoogde aanpak zijn de reductie van het staatsapparaat, een nieuwe belasting op banktransacties, invoerheffing van 30 procent op consumptiegoederen, afschaffing van invoerheffing op industriële goederen en de intensivering van de strijd tegen de ontduiking van belastingen. Cavallo denkt dat hierdoor de productiekosten van bedrijven met een vijfde omlaag zullen gaan, waardoor de export zal toenemen. Om de export te stimuleren heeft hij in juni de zogenaamde export-peso ingevoerd, wat de munt in de handel rond de acht procent lager maakt. Daarmee heeft hij het verbreken van de pariteit aan de dollar vermeden, omdat in het land zelf een peso gewoon een dollar waard blijft. De meeste analisten zien geen heil in deze maatregel, omdat volgens hen de peso zeker twintig procent overgewaardeerd is. Toch kan de export nominaal toenemen. De exporteur kan in samenspraak met de importeur zijn waar hoger factureren en bij de Argentijnse bank zijn 0,92 peso omwisselen voor een dollar. Of dit de transparantie van het economisch beleid ten goede komt, heeft Cavallo niet laten weten.
Daarbij komt de Argentijnse crisis op een slecht moment. De Noord-Amerikaanse economie staat op een laag pitje. Ook de Europese Unie en Japan kampen met een dreigende recessie. Argentijnse ondernemers zullen investeringen wellicht uitstellen omdat de export niet echt verbetert. Dit scenario brengt een verlaging van de staatsschuld in gevaar en daarmee het crediet van 40 miljard dollar dat het IMF het vorig jaar aan Argentinië toekende. Cavallo heeft geen andere keus dan nog meer te bezuinigen, wat ongetwijfeld de sociale onrust doet toenemen.
Consensus afgedwongen
Ook al heeft de senaat eind juli de wet goedgekeurd die het begrotingstekort in de tweede helft van dit jaar tot nul moet terugbrengen, van eensgezindheid is geen sprake. De opppositiepartij Partido Justicialista (PJ) stemde tegen de wet, omdat van de meest kwetsbare groepen in de samenleving de grootste offers worden gevraagd. JP-senator Eduardo Menem, broer van ex-president Carlos Menem, sprak zijn afkeuring uit over de druk die volgens hem op de senatoren werd uitgeoefend om de wet goed te keuren. Het was een kwestie van "of voor de wet stemmen of voor de Apocalyps". Ook twijfelt hij aan het nut van de plannen, omdat de huidige crisis volgens hem niet alleen economisch is, maar ook te wijten is aan gebrek aan vertrouwen in deze regering. De buitenlandse schuld van Argentinië bedraagt volgens Menem 46 procent van het Bruto Nationaal Product, "dat is een lager percentage dan in landen als Spanje of de Verenigde Staten." Bovendien is het begrotingstekort van de Argentijnse staat slechts 2,4 procent van het BNP en "volgens het verdrag van Maastricht accepteren de aangesloten landen een tekort van 3 procent van het BNP", aldus Menem.
Een deel van de regeringscoalitie wil wijzigingen aanbrengen in het bezuiningsplan. Leider van deze beweging is ex-president Raúl Alfonsín, die de Unión Cívica Radical (UCR) aanvoert, de partij waartoe ook huidig president De La Rúa hoort. De bezwaren van deze groep richten zich met name tegen de verlaging van salarissen van ambtenaren en van de pensioenen met acht tot tien procent. Ze stellen voor dat pensioenfondsen en grote particiliere bedrijven bijdragen aan de verlichting van de crisis en aan de instelling van een werkloosheidsuitkering voor gezinshoofden. Ondanks deze tegengeluiden, verklaarde president De la Rúa geen enkele afwijking van het plan te accepteren. Het begrotingstekort moet terug naar nul, dat staat vast. "Het is de enige uitweg en ik geef mijn leven voor deze strijd", verkaarde hij voor radio en televisie.
Direct na de goedkeuring van de wet in de senaat, waren er diverse stakingen en manifestaties. Met name de ambtenaren en de piqueteros, een beweging vooral bestaande uit werklozen, deden van zich horen. De piqueteros kondigden meer acties aan, waaronder wegblokkades, als de regering het plan niet intrekt.
Onrust in buurlanden
De presidenten van de 19 Latijns-Amerikaanse landen die samen de Grupo de Río vormen, betuigden hun steun aan de "aanzienlijke inspanningen"die Argentinië zich getroost om de crisis op te lossen. Tevens deden zij een beroep op internationale financiële organismen om maatregelen te nemen ter ondersteuning van Argentinië. Tijdens de vijftiende top van de Grupo de Río, op 16 augustus in Santiago in Chili, was de Argentijnse crisis het belangrijkste, hoewel officieuze, agendapunt. De presidenten riepen op een sfeer van speculatie te voorkomen en benadrukten dat Latijns-Amerika zich grote inspanningen had getroost om de respectievelijke economieën te ordenen. Het spreekt voor zich dat deze uitspraken met name dienden om het Internationaal Monetair Fonds (IMF) gunstig te stemmen. De Chileense president Lagos en de Mexicaanse Fox riepen daarnaast de internationale gemeenschap op Argentinië te steunen. De landen zijn duidelijk beducht voor het overslaan van de crisis naar hun landen, getuige een informele bijeenkomst van de presidenten van Argentinië, Mexico en Brazilië ten huize van Lagos. De economische depressie midden jaren negentig in Mexico, met het zogenaamde efecto tequila, ligt nog vers in het geheugen. Vooral Brazilië en Mexico houden Argentinië in de gaten. Het IMF heeft al 15 miljard dollar gereserveerd om in ieder geval Brazilië tegemoet te komen, mocht het in Argentinië mis gaan.
IMF over de brug
Inmiddels zijn de besprekingen tussen het IMF en Argentinië voor het land gunstig verlopen. Het stand-by krediet is vastgesteld op 22 miljard dollar, een verhoging met 8 miljard dollar. Vijf miljard daarvan kan onder voorwaarden op korte termijn worden opgenomen. Begin augustus was al een spoedoverboeking van ruim een miljard dollar aan Argentinië gedaan.
Het blijft echter de vraag of de financiële steun het land van de ondergang kan redden. Het IMF en het bankwezen kunnen alleen helpen voorkomen dat Argentinië op korte termijn bankroet gaat. Dat zou niet alleen voor het land zelf dramatische gevolgen hebben, maar ook voor de grotere economieën van Brazilië en Mexico en voor vrijwel alle zogenaamde opkomende economieën. De injectie van 22 miljard dollar is een groot bedrag, maar afgezet tegen de staatsschuld stelt het niet veel voor. Met de nieuwe lening kan Argentinië in principe voorkomen dat het zijn betalingsverplichtingen niet meer kan nakomen. Bovendien heeft het IMF als voorwaarde gesteld dat Argentinië de bestaande buitenlandse schuld herfinancieert om zo tot lagere lasten te komen.
Nu het IMF heeft besloten tot een nieuwe financiële injectie van de Argentijnse economie, ziet Cavallo de kansen op welslagen van zijn plan groeien. Dat komt weer ten goede aan zijn aspiraties voor het presidentschap. In 2004 zijn er verkiezingen, dus met zijn timing is niets mis.
HIJOS: levenslustige jongeren tegen de straffeloosheid
'DE STRATEN WORDEN HUN GEVANGENIS'
Bijna overal lopen de moordenaars en folteraars van de dictaturen vrij rond. Maar steeds vaker krabben jongeren hun verleden open. Zij demonstreren met trommels en gezang voor hun huizen en verspreiden pamfletten zodat iedereen weet wat die 'keurige' buurman heeft gedaan. De beweging HIJOS, in 1995 ontstaan in Argentinië, breidt zich uit tot steeds meer landen. De zaak-Zorreguieta gaf de beslissende stoot tot de oprichting van een Nederlandse groep.
Jan de Kievid
De Argentijnse ex-kolonel Carlos Landoni had zich op een ver verleden gericht door een boek te schrijven over San Martín, leider van de bevrijdingsstrijd tegen Spanje. Maar bij de presentatie van dat boek in december 2000 haalde het recente verleden hem in. Kinderen van vermisten, georganiseerd in HIJOS (Hijos por la Identidad y la Justicia contra el Olvido y el Silencio, kinderen voor de identiteit en gerechtigheid tegen de vergetelheid en het zwijgen) demonstreerden luidruchtig buiten het gebouw. Landoni had dat kunnen verwachten. Drie maanden eerder had HIJOS al bij zijn huis gedemonstreerd en pamfletten uitgedeeld over deze man die altijd ongestraft is gebleven. Landoni had tijdens de militaire dictatuur (1976-1983) een clandestien detentiecentrum geleid, waar mensen werden gemarteld en vervolgens 'verdwenen'. Vaak werden pas geboren kinderen van zulke 'vermisten' geroofd en geadopteerd door militairen.
Een woordvoerder van HIJOS verwees naar deze misdaden: "De militairen hebben zich niet alleen de identiteit van honderden jongeren toegeëigend, maar proberen zich nu ook meester te maken van San Martín, de leider van het bevrijdingsleger. Diens geschiedenis heeft niets te maken met deze militaire moordenaars."
De jongeren zongen: "Het leidt geen twijfel, als San Martín nog geleefd had, zou hij Landoni hebben gewurgd." Zij zetten dat kracht bij met een spandoek met een citaat van San Martín: "Het vaderland maakt iemand niet soldaat om het te onteren met zijn misdaden en geeft hem ook geen wapens om die te misbruiken tegen de burgers."
Krabben
Op 24 maart 1996, precies twintig jaar na de militaire staatsgreep in Argentinië, trad HIJOS voor het eerst naar buiten met demonstraties voor de huizen van ongestrafte moordenaars en folteraars. Voor zulke acties hebben zij een nieuw woord verzonnen: escraches, afgeleid van het Engelse to scratch: krabben, de verf eraf halen, zodat je kunt zien wat eronder zit. Met die escraches maken jongeren duidelijk wat er werkelijk gebeurd is, in de doofpot is gestopt of verzwegen. Er zijn inmiddels zoveel escraches geweest, soms met duizend of meer jongeren, dat dit woord in Argentinië al is opgenomen in het gewone politieke jargon. Ook in andere landen wordt het gebruikt.
De jongeren die in 1995 HIJOS oprichtten, hadden elkaar leren kennen via de Dwaze Moeders van de Plaza de Mayo, die vaak hun grootmoeders zijn. Zij waren tijdens de dictatuur nog heel jong en hadden hun 'verdwenen' ouders maar kort of helemaal niet gekend. Ze herkenden veel in elkaars ervaringen en gevoelens en hadden behoefte die met elkaar te delen en te merken dat ze hiermee niet alleen stonden. Ook is erkenning belangrijk voor hen.
De leden van HIJOS willen graag op eigen wijze een bijdrage leveren aan de strijd voor gerechtigheid en tegen de straffeloosheid. Als de politiek berechting onmogelijk maakt moet "de werkelijke gerechtigheid komen van het volk, zodat de moordenaars voelen dat zij door iedereen worden veroordeeld en de straten hun gevangenis worden". Dat de moordenaars vrij rondlopen is "één van de meest pathologische kenmerken van de huidige Argentijnse maatschappij." Zolang de "dodelijke kanker" van de straffeloosheid niet is uitgeschakeld, kan van een democratische samenleving geen sprake zijn.
HIJOS verzamelt materiaal over de moordenaars en folteraars en hun vroegere en huidige activiteiten, zodat bij acties publiek en media goed geïnformeerd kunnen worden. Ook zorgt HIJOS op scholen voor voorlichting over het recente verleden - wat nog vaak wordt doodgezwegen - en het belang van mensenrechten. Daarnaast organiseert HIJOS culturele activiteiten om zoveel mogelijk jongeren te bereiken.
Bij dit alles heeft HIJOS een andere uitstraling dan de Moeders van de Plaza de Mayo. Alejandra Slutzky van het recent gevormde HIJOS-Nederland noemt het "heel zichtbaar, spontaan, jong, sympathiek, bruisend, van deze tijd. Er is natuurlijk een kern van verdriet en boosheid en een onverwerkt verleden, maar toch straalt het blijheid, leven, strijdvaardigheid uit. Dat is heel anders dan bij de Moeders, die kijken naar achteren, naar vroeger, HIJOS kijkt naar voren, naar de toekomst."
Internet
De werkwijze van HIJOS sloeg aan. Binnen vijf jaar ontstonden HIJOS-groepen in Chili, Uruguay, Venezuela, Guatemala en Mexico en in landen waar jongeren in ballingschap terecht waren gekomen: Canada, Spanje, Frankrijk, Zweden, Italië, Zwitserland, België, Engeland en Nederland. In meer landen zijn groepen in oprichting. Zonder internet en e-mail was zo'n snelle uitbreiding moeilijk denkbaar geweest. Ook bij de acties spelen deze communicatiemiddelen een belangrijke rol. Via hun websites en e-mail kunnen jongeren snel worden gemobiliseerd om aan een escrache mee te doen.
In Chili hielden HIJOS en bevriende organisaties medio1999 hun eerste demonstratie voor het huis van een mensenrechtenschender. Het is waarschijnlijk niet toevallig dat men dat durfde toen Pinochet in Engeland zat. In Chili spreekt men niet van een escrache, maar een funa. De strijdkreet is dan ook: "Si no hay justicia, HAY FUNA!!!" (Als er geen gerechtigheid is, wordt een funa gehouden!!!).
Op 30 mei 2001 arriveerden vijfhonderd funeros bij een particuliere school in Santiago, waarvan de directeur-eigenaar - ex-kolonet Haroldo Latorre - in 1974 de middelbare scholier José Flores had gearresteerd die daarna was 'verdwenen' "Wij zijn allemaal José Flores!" riepen de jongeren, terwijl zij pamfletten uitdeelden over de rol van Latorre. Die tekst werd via een megafoon voorgelezen. Na de bijeenkomst bij de school van de ex-kolonel liep men verder naar de school waar José Flores was gearresteerd. De demonstranten plaatsten daar een nieuw naambordje: José Floresplein. De actie had succes. Toen zij van het verleden van de directeur hoorden, haalden verschillende ouders hun kinderen van deze school met militaire discipline.
Garnalen
Een maand eerder had een actie tegen Ricardo Lawrence, een beruchte agent van de Chileense geheime politie DINA, een vergelijkbaar succes. Deze Lawrence heeft tegenwoordig een bedrijf dat garnalen levert aan de beste restaurants van Santiago. Die restaurants staan keurig met adressen erbij vermeld op een pamflet van HIJOS. Als resultaat van deze actie besloot een groep restaurants geen garnalen meer van Lawrence te kopen. Dat scheelt Lawrence ruim dertigduizend dollar per maand.
Jongeren van HIJOS-Guatemala, het land met verreweg de meeste vermisten van Latijns-Amerika, liepen begin juli 2001 in militaire kledij met doodshoofden voor het Nationale Cultuurpaleis. Op de doodshoofden hadden zij 'genocide' geschreven. Zo protesteerden zij tegen de viering van de Dag van het Guatemalteekse leger. HIJOS-Guatemala bestaat sinds 1999. De jongeren praten, net als elders, veel over hun ervaringen om elkaar te helpen en het gevoel te geven dat ze niet alleen staan. Soms hebben ze daar psycho-sociale hulp bij nodig, maar ze houden niet van die term omdat zij "ziek noch gek" zijn. De groep steekt veel energie in het omzetten van trauma's en frustraties in kunst. Zo kan men ook anderen bewust maken, bijvoorbeeld door muurschilderingen. Sommige leden zien zo weinig hoop op gerechtigheid, dat zij uit wraak een militair zouden willen doden. Ze doen dat echter niet, maar uiten zich in schilderijen.
Niet altijd verzamelt zich een groep jongeren voor het huis of kantoor van een misdadiger. Zo riep HIJOS-Uruguay op 27 juni 2000, precies 27 jaar na de militaire staatsgreep van 1973, op tot een virtuele escr@che, een e-mail-bombardement van de daders en van de politieke organisaties die berechting onmogelijk hebben gemaakt.
Trommels en gezang
Hoewel de landen formeel al jaren weer democratisch zijn, hebben HIJOS groepen overal te maken met repressie. In september 2000 haalden zwaarbewapende mannen het kantoor van HIJOS-Guatemala overhoop. Zij bedreigden de aanwezigen met de dood en namen computers mee met het materiaal over mensenrechtenschendingen die men aan het onderzoeken was. Ook elders ontvangt HIJOS vaak bedreigingen. Soms reageert de politie rustig en laconiek op escraches en funas, soms heel hard. Dan worden demonstranten opgepakt en op het politiebureau flink mishandeld. Dat gebeurt bijvoorbeeld regelmatig in Noord-Argentinië. In Buenos Aires is wat meer ruimte, maar daar zijn twee leden van HIJOS onder verdachte omstandigheden door autobussen doodgereden. In Chili waren er tot voor kort nooit massale arrestaties, maar toen HIJOS in juni 2001 voor de tweede keer een funa wilde houden bij het huis van Ricardo Claro, blokkeerden drie volle politiebussen, twee waterkanonnen en een paar arrestatiewagens de weg. Vijftig mensen werden opgepakt.
Veel actiemethoden van HIJOS zijn natuurlijk al jaren bekend, maar toch is de stijl nieuw. HIJOS-Chili spreekt over "een gevoel van vreugde en opbouw dat achter elke funa zit. Het is niet meer het verdriet en de onmacht die jongeren ertoe brengen de onrechtvaardigheid en de ongelijkheid in deze maatschappij aan te klagen, maar de overtuiging dat alles anders kan zijn, dat het tegen ons gebruikte geweld slechts onze motivatie voor verandering, waarheid en strijd versterkt. Een strijd zonder stenen en barricaden, maar met trommels en gezang."
Paco van HIJOS-Guatemala, die wel wraak zou willen nemen op de militairen, ziet een duidelijk generatieconflict met de Organisatie van Familieleden van Vermisten: "Zij vinden ons zeer radicaal, begrijpen onze zwarte humor niet en vinden ons respectloos en smakeloos. Er zijn zaken die ons bezighouden, waarover wij met hen niet kunnen praten. Zij hebben natuurlijk ten dele dezelfde gevoelens van vertwijfeling en machteloosheid, maar zij gaan daar heel anders mee om."
Met haar enthousiasme weet HIJOS vaak meer dan duizend jongeren te mobiliseren in een tijdperk waarin - volgens klagende linkse ouderen - jongeren geheel in de ban van het individuele consumeren, carrière maken of overleven van het neoliberalisme zouden zijn geraakt.
[KADER]
HIJOS-Nederland: "Zorreguieta haalt alles weer naar boven"
Onlangs is HIJOS-Nederland opgericht. Alejandra Slutzky, een van de initiatiefneemsters, kwam in 1978 als veertienjarige samen met haar broer Mariano, maar zonder haar ouders uit Argentinië naar Nederland. Haar vader, arts en voormalig revolutionair activist, was in juni 1977 opgepakt en daarna 'verdwenen'. "We hebben aan de hand van getuigenissen kunnen achterhalen waar hij heeft gezeten. Dat was vlak bij ons huis." Alejandra's moeder bleef ziek achter in Argentinië, waar ze in 1981 overleed zonder haar kinderen terug te zien.
Alejandra's broer had al eens geprobeerd een HIJOS-groep in Nederland op te zetten, maar dat lukte niet. De Argentijnen in Nederland wonen zeer verspreid over het land en zijn sterk geassimileerd.
Alejandra: "Maar nu lukt het ineens wel. Mensen zoals ik hebben hier twintig jaar redelijk gelukkig geleefd. En dan komt Zorreguieta en die haalt alles weer naar boven. Alles wat wij een plekje hadden gegeven, wordt overhoop gehaald. En iedereen valt ons lastig: Wat vinden jullie ervan? Dat willen we ook wel vertellen. Nu we zoveel aandacht krijgen, moeten we daar - met name voor wat in Argentinië gebeurt - gebruik van maken."
Er is nu een groep gevormd van tien jongeren, waarvan Alejandra de oudste is: acht Argentijnen en twee Chilenen. Naast het delen van ervaringen wil de groep ook naar buiten treden. Alejandra zit al namens HIJOS in het Comité Nationaal Geschenk dat ter gelegenheid van het huwelijk van Willem Alexander en Máxima een cadeau wil aanbieden aan mensenrechtenorganisaties in Argentinië.
Voor zover mogelijk wil men vanuit Nederland HIJOS in Argentinië ondersteunen. Ook werkt de groep actief mee aan de kaartenactie aan het Nederlandse parlement om de Nederlandse politiek te doordringen van het belang van actieve steun aan vervolging van de mensenrechtenschenders tijdens de dictatuur (zie LA Chispa no. 279) Men wil die kaarten op een vrolijke, ludieke manier uitdelen, verkleed en met muziek. Daarnaast gaat HIJOS-Nederland films over Argentinië vertonen in scholen en buurthuizen, bijvoorbeeld Historias Cotidianas over HIJOS-Argentinië, die te zien was op het Amnesty Filmfestival in Nederland in maart 2001. De groep is tevens aangesloten bij het Platform tegen de Straffeloosheid, waaraan ook XminY, het comité tegen de Straffeloosheid in Chili en het Guatemala Komitee Nederland deelnemen. Daarnaast wil HIJOS een archief opzetten over de solidariteitsactiviteiten van ballingen sinds 1976. Samen met de studierichting filosofie in Utrecht gaat HIJOS de honderden vermiste filosofiestudenten herdenken.
Alle leden van HIJOS hebben besloten definitief in Nederland te blijven. Zij onderscheiden zich nadrukkelijk van de vorige generatie Argentijnen. Alejandra: "Zowel wij zelf als onze ouders komen uit heel verschillende politieke stromingen. Wij zijn het geruzie van de oudere generatie ontzettend zat." In HIJOS kunnen die achterhaalde tegenstellingen worden overbrugd.
Voor meer informatie: e-mail: Alejandra.Slutzky@atosorigin.com
|