info noticiashome

Met daarin onder meer:
- Redactioneel

- De nieuwe oorlog
- Een andere elfde september
- Stedenband Juigalpa
- Verkiezingen Nicaragua
- Bolivia na Banzer
- Brazilië in het donker
- Archief van het continent
- Guido De Schrijver een balling
- Gevangen in Lima
- Aankondigingen
- Latijnse serenades: Los Bomberos
- Muziek als medicijn: Medicamento
- Uitgelezen
- Kort latijns-Amerikaans
- Agenda

REDACTIONEEL   Maja Haanskorf

Een andere wereld

'De wereld zal nooit meer hetzelfde zijn', luidde de dramatische uitspraak na de terroristische aanslagen op de VS van 11 september. Was dat maar waar. De wereld is juist op spectaculaire wijze zichzelf gebleven. Zoals een personage in een cartoon zei: "Ze beloven zoveel". 

Natuurlijk hield de wereld even de adem in. De aanslag was nieuw in zijn omvang, onvoorspelbaarheid en eenvoud. De reactie is niet nieuw. De supermacht de Verenigde Staten reageert op ouderwetse manier.Er moet wraak worden genomen en de machtspositie moet worden veilig gesteld. Na communisten en drugshandelaren zijn nu terroristen de vijand. De tactiek is evenmin nieuw. Zoek bondgenoten, smeed allianties, verleen privileges en deel boetes uit. De vormgeving van een wereldomvattende coalitie mag anders zijn, de inhoud is hetzelfde. 

Wereldwijd overheerst, zoals altijd, het najagen van het eigenbelang. Alle landen maken pragmatische keuzes. Logistieke steun aan de Amerikanen in ruil voor economische hulp. Wat troepen sturen, maar dan ook geen gezeur over binnenlandse schendingen van mensenrechten. Ze grijpen hun kans in deze jonge eeuw om zaken naar hun hand te zetten. Het ene land probeert van een slecht imago af te komen, een ander tracht zich omhoog te werken op de ladder van supernaties. Een derde ruikt de mogelijkheid binnenlandse dissidenten te kwalificeren als terroristen. Machtsstreven en gebruik van geweld: globalisering avant la lettre. 

Sommige landen lijken wel van de wereldkaart verdwenen te zijn. Het gehele Latijns-Amerikaanse continent bijvoorbeeld. Een commentator merkte op dat Latijns-Amerika nu eenmaal geen deel uitmaakt van de oplossing van het terrorisme en dat de aandacht van de VS en de hele wereld zich heeft verlegd naar het Midden-Oosten en landen die daar een sleutelrol spelen. Nu is het oppassen met 'geen nieuws is goed nieuws'; in de medialuwte spelen zich duistere zaken af. Wat gebeurt er bijvoorbeeld in Colombia nu terroristen wereldvijand nummer één zijn geworden? En een definitie van terroristen ontbreekt? Wat staat Nicaragua te wachten als de sandinisten de verkiezingen winnen? Wat gebeurt er met alle slachtoffers van de economische recessie? Valt er nog financiële ondersteuning te verwachten?

Juist Latijns-Amerikanen weten als geen ander wat de gevolgen van een elfde september zijn. Gevolgen van terrorisme, bedreven uit naam van een regering. Na de moord op president Allende van Chili, op dinsdag 11 september 1973, onder auspiciën van de VS, kende het continent een golf van moorden en verdwijningen. Operatie Condor zorgde effectief voor het zuiveren van het continent van vermeende communisten, de terroristen van destijds. 
Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in Latijns-Amerika de nodige scepsis bestaat ten aanzien van de bedoelingen en militaire acties van de VS. En dat er angst heerst over het toenemen van schendingen van de mensenrechten. Om nog maar te zwijgen van de economische repercussies.

Misschien daarom dat veel solidariteitsorganisaties met Latijns-Amerika deel uitmaken van het Platform tegen de Nieuwe Oorlog, naast tal van kerkelijke en vredesorganisaties. De geschiedenis heeft daar, en elders, duidelijk aangetoond dat repressie en geweld alleen maar tot meer geweld en meer slachtoffers leiden. Als iets de wereld werkelijk kan veranderen, is dat het oplossen van conflicten op een niet gewelddadige wijze. Eigenbelang kun je niet zo snel de wereld uithelpen, maar met de uitwassen ervan kun je in ieder geval een begin maken. Globalisering van mensenrechten, in de ruimste zin, en van bestaansmiddelen staan daarbij voorop. 


LATIJNS-AMERIKA EN DE NIEUWE OORLOG   Maja Haanskorf
Van terroristenjacht tot vrijhandel

De Latijns-Amerikaanse regeringsleiders onderscheiden zich in niets van hun collega's elders ter wereld. Ze reageren net zo volgzaam op Bush's 'keuze' tussen steun aan de Verenigde Staten of steun aan het terrorisme. Niet onlogisch, gezien de politieke en economische afhankelijkheid van het continent van het beleid van de VS. Diverse commentatoren en analisten laten ook andere geluiden horen. Niet iedereen wenst de buitenlandse politiek van de VS als onschuldig te beschouwen. Daarnaast is er zorg voor het eigen continent. Hoe zullen de VS zich opstellen ten opzichte van Latijns-Amerika en van de gewapende interne conflicten? En vooral, wat zullen de economische gevolgen zijn?

Unaniem veroordeelden de Latijns-Amerikaanse presidenten de terroristische aanslag van 11 september op de Verenigde Staten. Zelfs Cuba bood steun aan voor de slachoffers van de ramp, ook al veroordeelde Castro de oorlogszuchtige taal van de regering Bush. Niet verwonderlijk dat met name Colombia, bij monde van president Pastrana, de meest ferme taal verkondigde. Voor Pastrana ging het om een aanslag op 'vrienden'. De regeringsleiders, op de presidenten Chávez en Castro na, scharen zich ook achter de militaire aanvallen op Afghanistan. De Venezolaanse president vroeg zich af waarmee een derde wereldoorlog zou eindigen, "als de Tweede Wereldoorlog eindigde met twee atoombommen." In een toespraak voor het parlement verklaarde hij verder geen reden te zien om de relaties met Irak, Iran en Libië - een doorn in het oog van de VS- te verbreken, zolang er geen bewijzen zijn dat deze landen het terrorisme steunen. Castro noemde de Verenigde Naties het instrument om, met de steun van de voltallige intenationale gemeenschap, de daders van de tragedie die het Amerikaanse volk heeft getroffen, te bestraffen. In tegenstelling tot de officiële reacties blijkt uit opiniepeilingen dat veel mensen in Latijns-Amerika sceptisch staan tegenover de bedoelingen van de VS en het gebruik van militair geweld afwijzen. Diverse commentatoren wezen op de buitenlandse politiek van de VS, die aanslagen als die van 11 september uitlokt. Rigoberta Menchú, in 1992 Nobelprijwinnares voor de Vrede riep president Bush op af te zien van militair geweld en zich in te spannen voor een rechtvaardiger maatschappij op wereldschaal. 

De steun van Midden-Amerika heeft ook alles te maken met het grote aantal slachtoffers uit deze regio dat onder de puinhopen van de WTC-torens begraven ligt. Volgens hulporganisaties gaat het om minstens 144 personen. De regering van El Salvador zegt dat er niets meer is vernomen van ongeveer negentig landgenoten. Ook politieke en diplomatieke belangen spelen een rol. In Nicaragua en Honduras vinden binnenkort verkiezingen plaats. Nu al proberen de VS de sandinisten in Nicaragua in discrediet te brengen, door te wijzen op mogelijke banden met landen als Irak. Honduras is nog steeds, na haar jaren als 'vliegdekschip van de VS', niet veel meer dan een vazalstaat van de VS. President Fox van Mexico is er veel aan gelegen de mogelijkheden voor emigratie naar de VS te versoepelen.

Mensenrechten van agenda
Er wordt nogal verschillend gedacht over de toekomstige houding van de VS ten aanzien van de gewapende interne conflicten in het continent, met name in Colombia. Zo meent de Chileense ambassadeur bij de Verenigde Naties, Juan Gabriel Valdés, dat de aanval op de VS de visie op thema's van veiligheid heeft veranderd. Volgens hem zal er meer aandacht komen voor de overwinning van de extreme armoede, de strijd tegen drugs, de veiligheid in de steden, de marginalisatie en de migratie: allemaal kwesties waarin het terrorisme een kans krijgt. Daarentegen voorspelt Marco Romero, professor politocologie aan de Nationale Universiteit van Bogotá, dat een verscherping van de interne strijd voor de hand ligt, ook al zal de drugshandel tijdelijk naar het tweede plan opschuiven. Volgens hem is het verontrustend dat extreemrechtse sectoren in Colombia de huidige strijd tegen het terrorisme aangrijpen om oplossingen aan te dragen die in strijd zijn met de mensenrechten. Dit maakt de weg vrij voor terrorisme van de staat onder het voorwendsel van strijd tegen het terrorisme. Zoals minister van buitenlandse zaken Guillermo Fernández de Soto zei: "Het is duidelijk dat er, zolang er terrorisme bestaat, geen vooruitgang zal zijn in het vredesproces." En als er iets is in Colombia, is het wel terrorisme. Volgens de Colombiaanse regering zijn de FARC, ELN en de paramilitairen verantwoordelijk voor gemiddeld acht terroristische aanslagen per dag. Ook al heeft minister van buitenlandse zaken Colin Powell op 10 september voor het eerst de paramilitaire organisatie AUC op de lijst van terroristische bewegingen geplaatst, de Colombiaanse regering zal niet worden aangesproken op het gedrag van de paramilitairen. Na 11 september zullen landen die hun steun betuigen aan de VS de vrije hand hebben in het schenden van mensenrechten. 
Daarnaast zijn velen, vooral in Honduras en Guatemala, bang dat de militaire hulp van de VS aan de regio geïntensifeerd zal worden. Met alle kwalijke gevolgen vandien voor de fragiele vredesakkoorden in landen zoals Guatemala. 

Rustplaats voor terroristen
Ook in Latijns-Amerika is de jacht op internationale terroristen geopend. De Colombiaanse Farc wordt al langer verdacht van banden met de Ierse IRA. Op het moment zitten drie vermoedelijke leden van de IRA gevangen in Bogotá, op beschuldiging de FARC te trainen in het gebruik van explosieven. De Amerikaanse afgevaardigde voor het vredesproces in Ierland, Richard Haass, verklaarde dat zijn land dit soort activiteiten in een gebied dat van nationaal belang is voor de VS en waarin ze honderden miljoenen dollars geïnvesteerd heeft voor de bestrijding van drugs, niet zou tolereren.
In Peru heeft het congres onlangs een verklaring van Montesinos vrijgegeven waarin hij beweert dat Lima een rustplaats is voor de organisatie van Bin Laden. De uitspraak dateert van vorig jaar. De moslim-extremisten hebben het volgens Montesinos niet op Peru gemunt, maar op Amerikaanse doelen in andere landen van Latijns-Amerika. Intussen zijn drie mannen gearresteerd die ervan verdacht worden deel uit te maken van een terroristennetwerk met vertakkingen in Peru, Argentinië, Bolivia en Chili. Een van hen, een Irakees, is al op 6 september opgepakt. Hij had een vals Argentijns paspoort en was van plan met American Airlines naar Miami te vliegen.
Het grensgebied van Brazilië, Argentinië en Paraguay staat al jaren bekend als een broeinest van criminele organisaties. In deze regio zijn inmiddels zestien illegale immigranten uit Libanon aangehouden. Er is nog geen aanklacht tegen hen ingediend en het is onduidelijk of ze iets te maken hebben met Osama Bin Laden. De drie landen hebben de bewaking bij hun grenzen verscherpt. Er zouden aanwijzingen zijn dat zich hier extremistische moslim-groeperingen bevinden, waaronder cellen van de Hezbollah. 
Ook in Ecuador zijn mogelijke vertakkingen van Ladens' netwerk, volgens een Amerikaans rapport dat dateert van vóór 11 september. Onlangs zijn zeven Irakezen aangehouden in de havenstad Guayaquil, die in het bezit waren van valse paspoorten. 

Hysterie
In de verschillende landen maakt zich men zorgen om de toegenomen jacht op vermeende terroristen, die welhaast hysterische vormen aanneemt. In Midden-Amerika viel de oproep van de presidenten om in eigen land de eventule banden met terroristische structuren te verbreken niet in goede aarde. Met name het Salvodoraanse FMLN en het Nicaraguaanse FSLN voelen zich ten onrechte aangesproken. Progressieve organisaties menen dat de presidenten met twee maten meten. Volgens Celia Medrano, coördinator van de Commissie voor de Bescherming van de Mensenrechten in Centraal-Amerika, hebben enkele staatsleiders in het verleden niets gedaan tegen terrorisme. Zo verleende de Salvadoraanse president Flores jarenlang onderdak aan de Cubaanse balling Carriles, nu in hechtenis in Panama, waar hij vorig jaar een aanslag probeerde te plegen op Fidel Castro. Medrano meent dat het terrorisme overal ter wereld veroordeeld moet worden, ongeacht tegen wie het gericht is. 
Tenslotte heerst alom de vrees dat emigratie naar de VS aan strengere banden zal worden gelegd. "Duizenden mensen uit het Zuiden emigreren naar het Noorden wegens het ontbreken van bestaansmogelijkheden", zegt bisschop Ramazzini uit San Marcos in Guatemala. "Hun reis zal nog veel gevaarlijker worden." Door de recente droogte in Midden-Amerika zullen nog meer mensen de reis naar het 'beloofde land'ondernemen. 

Economische recessie
De Latijns-Amerikanen vragen zich vooral af welk effect de aanslag in de VS zal hebben op hun portemonnee. Het continent is voor een groot deel van haar export aangewezen op de VS. Vooral Mexico is door de NAFTA, het vrijhandelsakkoord tussen Mexico, Canada en de VS met handen en voeten gebonden aan de luimen van de noorderbuur. Als de Noord-Amerikaanse vraag krimpt, zijn de eersten die daar direct last van hebben de miljoenen Latijns-Amerikanen die leven van de handel met de VS. Die handel maakt vijftig procent uit van de economische activiteit en zelfs negentig procent in het geval van Mexico. In Midden-Amerika werd de recessie in de VS van het afgelopen jaar al gevoeld. Veel maquiladores moesten de deuren sluiten bij gebrek aan orders. De landbouw had te kampen met dalende koffieprijzen, vooral veroorzaakt door een groot koffie-aanbod uit Vietnam en Indonesië op de wereldmarkt. De bananensector lijdt nog altijd onder de naweeën van de orkaan Mitch. Daarbij komt de extreme droogte van het afgelopen half jaar, waardoor veel oogsten mislukt zijn. Te vrezen valt dat financiële steun voor ontwikkeling vanuit de VS en andere noordelijke landen zal verminderen, nu overal het budget voor de oorlog omhoog gaat. 

Doemdenkers versus positivo's
De meest zwarte scenario's gaan uit van een aanzienlijke daling van de economische groei en een terugloop in buitenlandse investeringen, naast een dalende export. De Argentijnse economie is er al bar slecht aan toe en ook Brazilië en Mexico gaat het niet voor de wind. De regeringen vrezen dat de VS na 11 september nog minder aandacht voor hun continent zullen hebben. Het IMF voorziet dat de groei minder zal zijn dan was voorspeld voor 11 september. Wanneer de Noord-Amerikaanse economie zich niet herstelt, zullen latino's minder geld opsturen naar hun familie in het zuiden. Andere analisten menen echter dat op de langere termijn Latijns-Amerika juist zal profiteren van de nieuwe wereldsituatie. De terugval in overzeese handel maakt de weg vrij voor producten uit Latijns-Amerika. Bovendien maakt de steun aan het beleid van de VS landen als Argentinië en Brazilië tot betrouwbare bondgenoten van de VS. Ook de angst voor een terugloop van het toerime- met name voor Peru en Mexico een belangrijke bron van inkomsten- delen zij niet. Het continent is immers een rustige oase in een woelige wereld en kan daardoor juist meer toeristen aantrekken. Daarnaast hebben de lage rentetarieven een gunstig effect op de economie. 

Vrijhandelsverdrag
Het geplande vrijhandelsverdrag van de VS tot Patagonië zal een belangrijke rol spelen in de toekomstige economische ontwikkeling van Latijns-Amerika. Uitgerekend op 11 september vergaderde de Organisatie van Amerikaanse Staten in Lima over de economische integratie van het continent. Hoewel de meeste regeringen van Latijns-Amerikaanse landen voorstander zijn van het verdrag, gaan er ook stemmen op om eerst de economische integratie binnen het continent beter te regelen. Want ook al zal door het verdrag de export naar de VS stijgen, de landen worden direct meegetrokken in een dalende Amerikaanse economie. Je hoeft alleen maar naar Mexico te kijken om te zien hoe de NAFTA daar uitpakt. Negenting procent van de Mexicaanse export gaat naar de VS, waarmee het land extreen kwetsbaar is voor schommelingen in de economie van de noorderbuur. Nog los van de vraag wat vrijhandel bijdraagt aan armoedebestrijding in de zuidelijke landen. 
Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay zijn verenigd in de vrijhandelszone Mercosur, waardoor de afhankelijkheid van de Amerikaanse economie beperkter is gebleven. De organisatie staat nu wel onder druk door de slechte Argentijnse economie. 

Handel als wapen tegen terreur
Het ziet ernaar uit dat de VS juist haast willen maken met het continent-brede vrijhandelsakkoord. Met name de republikeinen maken zich hard voor een snelle aanname van de fast track wetgeving, waarmee het congres aan president Bush vergaande bevoegdheden verleent in het sluiten van handelsverdragen. Ook een deel van de democraten steunt dit plan. In de Washington Post van 20 september stelde handelsattaché Robert Zoellich, die belast is met het promoten van fast track, dat terreur bestreden moet worden met handel. De regering moet vechten voor open markten, volgens Zoellick. Wat de Chileense ambassadeur bij de Verenigde Naties, Juan Gabriel Valdés, de opmerking ontlokte dat alles wat er gebeurd is in de VS zich voor Chili ten goede zal keren. Hij heeft alle vertrouwen in een gunstig verloop van de onderhandelingen over de oprichting van het vrijhandelsverdrag. De Andes-landen hopen van deze stemming te profiteren. Op 1 december moet de Andean Trade Preference Act vernieuwd worden, die regelt dat producten uit deze landen belastingvrij mogen worden uitgevoerd naar de VS. 

Alles bij elkaar blijft het vooralsnog onduidelijk wat de gevolgen van 11 september voor het continent zullen zijn. Veel zal afhangen van de politieke agenda in de VS en van het peil van economische groei ten tijde van een langdurig conflict. Naar de mening van Latijns-Amerika zal niet gevraagd worden.


In Juigalpa waaien nieuwe winden Hans van Heijningen

Zeventien jaar geleden zette de Haagse wethouder Piet Vink zijn handtekening
onder een document waarin de gemeente Den Haag en de Nicaraguaanse provinciestad Juigalpa hun officiële samenwerkingsrelatie bekrachtigden. Medio september van dit jaar kregen B&W van Juigalpa de Haagse burgemeester Deetman op bezoek. Een mooie aanleiding om eens te kijken hoe het er in Juigalpa voorstaat.

Den Haag en Juigalpa zijn in vrijwel elk opzicht elkaars tegenpolen. Kuddes koeien over de hoofdweg, tropische hitte, onverharde straten, ambachtslieden die schoenen en hoeden maken, cowboys op paarden, open riolen, vriendelijke mensen die alle tijd van de wereld hebben om een praatje te maken - kom daar maar eens om in Den Haag. Juigalpa is de afgelopen twintig jaar behoorlijk uit haar voegen gegroeid. De bevolking van het stadje is meer dan verdubbeld en wordt nu geschat op ongeveer 55 duizend mensen. Een groot deel van de nieuwkomers woont in arme wijken die rond de oude stad als paddestoelen uit de grond geschoten zijn. De gemeente doet haar best om water en electriciteit aan te leggen en wegen te verharden, maar de middelen zijn beperkt. Met een bedrag van ongeveer dertig gulden per hoofd van de bevolking - wat minder dan drie procent is van wat de gemeente Den Haag jaarlijks per inwoner besteedt - doe je namelijk ook in een ontwikkelingsland niet veel.

Liggende koe

De provincie Chontales wordt door de bekendste dichter van Juigalpa, Guillermo Rothschuh, als een liggende koe omschreven. De dichter, die in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw zijn best deed om op cultureel en politiek vlak wat leven in de brouwerij te brengen, liep stuk op zijn conservatieve stadsgenoten.
Verder dan het opzetten van een archeologisch museum met een hoog 'winkel van sinkel' karakter en een dierentuin waar de meeste beesten ondervoed zijn, is hij met zijn Intellectuele Club van Chontales nooit gekomen. Zelfs tijdens de sandinistische revolutie die in de jaren tachtig het hele land op stelten zette, was het maar een lauwe boel in Juigalpa. Er gebeurde wel wat aan landhervorming, onderwijs en gezondheidszorg, maar het hield allemaal niet over. De meeste mensen bleven tranquilo, wat betekent dat zij op ontspannen wijze weinig ondernamen. De participatie van de bevolking in het opbouwen van een nieuwe samenleving was in Juigalpa tamelijk beperkt.

Nieuw elan

Eind 2000 vonden er gemeenteraadsverkiezingen plaats die verrassend gewonnen werden door Erwing de Castilla van de sandinistische partij FSLN. De eerste verkiezingsoverwinning van links in Juigalpa is volgens insiders voornamelijk te danken aan het feit dat het vorige gemeentebestuur het lelijk heeft laten afweten. Gemeentelijke diensten die niet functioneerden, een toename van drugsgebruik en criminaliteit en B&W die hun zakken vulden met de
verkoop van taxivergunningen.  De Castilla dankt zijn overwinning voor een belangrijk deel aan zijn integriteit. Als directeur van een lerarenopleiding sleepte hij vier jaar achter elkaar het predikaat 'beste opleiding van Nicaragua' binnen. Tekenend voor zijn bescheidenheid is het feit dat hij zelf de eerste is om zijn verkiezingsoverwinning te relativeren. "Slechts iets meer dan de helft van de bevolking heeft eind vorig jaar de moeite genomen om te gaan stemmen. De niet-stemmers vormen dan ook zonder meer de grootste groep." Maar de burgemeester wil het er niet bij laten zitten. "Ik ga mijn best doen", vervolgt De Castilla, "om het bestuur uit de hoek van de partijpolitiek te trekken. De politiek wordt door een meerderheid van mensen geassocieerd met zakkenvullerij en smerige praktijken. Het gros van de politici, en de eerlijkheid gebiedt mij helaas te zeggen dat dat ook voor sommige leiders van mijn eigen partij geldt, hebben de afgelopen jaren illusies verkocht terwijl zij hun eigen zakken hebben gevuld."
 
Ombudsman

In Nicaragua zijn mensen eraan gewend om de hulp van autoriteiten in te roepen wanneer zij in de problemen zitten. "Ik kom er niet onderuit om mensen persoonlijk te woord te staan. Dat kost me gemiddeld wel zo'n dertig uur per week. Mensen komen bij me langs met de meest waanzinnige problemen: relaties die uit zijn gegaan, gevallen van mishandeling of verwaarlozing, alle mogelijke ziekten. De gemeente wordt gezien als een bedrijf dat individuele problemen oplost. Vaak kunnen we niet meer doen dan mensen een hart onder de riem steken. Dat is behoorlijk frusterend omdat je als alleenstaande moeder met een stel kinderen niet kunt eten van alleen mooie woorden." "Het ontbreken van economische perspectieven is in feite het probleem", gaat de burgemeester verder. "Zo'n tachtig procent van de bevolking woont in de stad. Een groot deel van hen heeft geen werk, terwijl ze wel allemaal moeten eten. De resterende twintig procent van de bevolking die buiten de stad woont, werkt in de landbouw of de veehouderij. Wat wij nodig hebben, is steun die maakt dat we op den duur op eigen benen kunnen staan. We hebben investeerders nodig om bijvoorbeeld tropische planten en bloemen op de internationale markt te brengen en het toerisme te ontwikkelen", aldus De Castilla.

Aanpakken

De burgermeester beschikt in ieder geval wel over een team van energieke medewerkers. Adolfo Hernández is sinds een half jaar hoofd van de afdeling
Financiën van de gemeente. Werk aan de winkel omdat vooral de economisch
sterken in Juigalpa zich volgens Hernández schuldig maken aan belastingontduiking. "Ze maken misbruik van het feit dat onze capaciteit om hun boeken te controleren ver beneden het gewenste niveau ligt. Dat maakt dat ze in feite zelf de hoogte van hun bruto-inkomen bepalen, waarover zij één procent belasting betalen."
Die situatie moet veranderen volgens Hernández. "Voor dit jaar mik ik op een inkomstenverhoging van twintig procent. Dat geld wil ik weghalen bij het electriciteitsbedrijf dat onlangs geprivatiseerd is, bij het slachthuis en bij de mobiele telefoonmaatschappij ENITEL". Ons gesprek wordt onderbroken doordat
het hoofd van de afdeling Infrastructuur de kamer binnenkomt. De wals die gebruikt wordt bij de aanleg en het onderhoud van wegen is kapot en de reparatie gaat duizend dollar kosten. "Ook dat nog", verzucht Hernández. "Weet je wat, ik betaal het grootste deel en de rest schuif ik onder niet gespecificeerde kosten van andere afdelingen", luidt zijn voorstel. "Tja, zo'n voorbeeld maakt pijnlijk duidelijk hoe de zaken er hier voorstaan", zegt hij.

In Juigalpa waaien nieuwe winden 

Zeventien jaar geleden zette de Haagse wethouder Piet Vink zijn handtekening
onder een document waarin de gemeente Den Haag en de Nicaraguaanse provinciestad Juigalpa hun officiële samenwerkingsrelatie bekrachtigden. Medio september van dit jaar kregen B&W van Juigalpa de Haagse burgemeester Deetman op bezoek. Een mooie aanleiding om eens te kijken hoe het er in Juigalpa voorstaat.

 


DE SMALLE MARGES   Hans van Heijningen
Verkiezingen in Nicaragua

Op 4 november krijgen de Nicaraguanen van zestien jaar en ouder de 
gelegenheid een nieuwe predident en volksvertegenwoordiging te kiezen. 'Niks 
nieuws en toch is alles anders' zou het motto kunnen zijn.

Het oude vertrouwde in de aanloop naar de verkiezingen in Nicaragua wordt belichaamd door Daniel Ortega die voor de vierde achtereenvolgende keer kandidaat-president van het Frente Sandinista de Liberación Nacional(FSLN)is. Even vertrouwd zijn de rood-zwarte partijvlaggen en de massaal bezochte verkiezingsbijeenkomsten in de open lucht. Ook aan de andere kant van het politieke spectrum zien we veel van hetzelfde. Bolaños, de zeventigjarige kandidaat van de liberalen, is net als de twintig jaar jongere Ortega een oude rot in het vak. Gedurende de hoogtijdagen van de sandinistische volksrevolutie stond Bolaños aan het hoofd van de werkgeversorganisatie COSEP die een sleutelrol speelde in de Amerikaanse strategie van low intensity conflict. Die strategie was erop gericht de sandinistische revolutie de kop in te drukken door een verrassende en ondoorzichtige mix van economische, politieke en diplomatieke oorlogsvoering en - ik durf het na 11 september bijna niet meer hardop te zeggen - terreur waarbij het afsnijden van kelen, het verkrachten van vrouwen en het met kogels doorzeven van personenauto's vaste prik waren. De oudere lezers 
herinneren zich zonder twijfel de afloop van deze interventie die en passant 
aan dertigduizend mensen het leven kostte en het land economisch op een duurzame achterstand zette: de sandinisten verloren op dramatische wijze de verkiezingen van 1990 waarmee er een eind kwam aan tien jaar landhervorming, gratis onderwijs en gezondheidszorg en vormen van democratie waarin de armen en gemarginaliseerden voor het eerst in de geschiedenis van Nicaragua op de 
voorste rij zaten.

Een fenix uit de as

Na de koude oorlog werd Nicaragua - volstrekt onterecht- toegevoegd aan het rijtje landen waar het communisme jammerlijk geflopt was. Maar elf jaar en twee verkiezingsnederlagen van de sandinisten later, lijken ex-president Ortega en het FSLN uit de as herrezen. Opnieuw maken de sandinisten, die de gematigde politiek omarmd lijken te hebben, een reële kans om de komende verkiezingen te winnen. Dat het zo ver heeft kunnen komen heeft veel te maken met een economisch beleid waarin geen plaats is voor de meerderheid van de bevolking. Onder invloed van het beleid dat door de Wereldbank, het IMF, de donorgemeenschap en de Nicaraguaanse burgerij -in die volgorde van gewicht- is doorgezet, heeft een groot deel van de bevolking geen werk en verkeert de publieke sector in crisis. Wie geen geld heeft, kan niet naar school en gaat dood als hij ziek wordt, want binnen de gezondheidszorg wordt eerst naar de portemonnee en dan pas - eventueel - naar de patiënt gekeken. Tegelijkertijd heeft de 'ieder voor zich-ideologie' 
ertoe geleid dat de kloof tussen rijk en arm fors is toegenomen, dat de hoofdstad Managua voor het eerst in de geschiedenis geplaagd wordt door files, dat de corruptie welig tiert en dat het vertrouwen van de bevolking in haar regeerders richting nulpunt gaat. Tegen die achtergrond beleven de sandinisten, die door de jaren heen een trouwe aanhang van vele tienduizenden mensen hebben weten te behouden, een comeback die enkele jaren geleden niet voor mogelijk werd gehouden.

Slechter kan niet

¿Nada nuevo?, ofwel niks nieuws? Toch wel, want de wereld om Nicaragua heen is ingrijpend veranderd. Niet langer vormt de Oost-West tegenstelling het kader dat in hoge mate bepalend is voor de wijze waarop politieke tegenstellingen binnen 
Nicaragua zich uitkristalliseren. Sinds de ondergang van het Oostblok als 
supermacht, ontkomt vrijwel geen enkel land ter wereld aan de noodzaak om beleid te maken binnen de strakke macro-kaders die door de Verenigde Staten en haar noordelijke bondgenoten uit worden gezet. Dat betekent dat de marges waarbinnen Ortega en het FSLN het land kunnen gaan besturen wanneer zij de verkiezingen winnen, op voorhand tamelijk beperkt zullen zijn. De kans dat zij grote knelpunten zoals het gebrek aan werk, inkomen en toegang tot basisvoorzieningen op afzienbare termijn op kunnen lossen, lijkt bijvoorbeeld vrijwel nihil. Wel zou een verkiezingsoverwinning van de sandinisten er in het beste geval toe kunnen leiden dat de corruptie aangepakt wordt, dat (te) schaarse middelen effectief worden ingezet en dat 'gewone' mensen sterker betrokken raken bij het bestuur van hun wijk, hun dorp of stad, en hun land. Daarmee rijst de vraag of de oude kaders van de sandinistische partij voldoende gedreven en integer zijn om het Nicaragua van 2001 een dergelijke dynamische impuls te geven. "Een grotere zooi dan die klojo's er nu van maken, kan het in ieder geval niet worden", aldus een schoenmaker op de markt van Juigalpa. 

 


Smurfen tegen Dinosaurussen   Theo Roncken
De eerste maanden van Quiroga in Bolivia

Een maand na het aantreden van de nieuwe president Jorge Quiroga in Bolivia, spraken velen vol lof over de ongekende eerlijkheid in het politiek bestel. Wat een verschil met zijn voorganger Banzer! Toch was de euforie maar van korte duur. De economie zit in het slop en de 'dinosaurussen', de traditionele machtskliek rond Banzer, laten zich niet zomaar van hun alomvattende macht beroven. 

Het is niet moeilijk om in Cochabamba, Bolivia, in korte tijd een aardige indruk te krijgen van wat de mensen zoal bezig houdt: laat je een dagje rondrijden in taxi's. De chauffeurs vormen een doorsnee van de mannelijke stedeling: metselaars, schoolmeesters, artsen en architecten vangen de crisis op door 'bij' te rijden en al vragend kom je een heel eind. Zo vertelde Juancho begin augustus, vlak na het aftreden van de zichtbaar door chemotherapie aangetaste Banzer, geen enkel respect voor hem te hebben. "Eerst schiet hij zonder pardon zijn tegenstanders af, dan verdeelt hij de staatskas onder zijn vrienden en familieleden en vervolgens kan hij zich er niets meer van herinneren". 
's Lands nieuwe president, Jorge 'Tuto' Quiroga, noch zijn Amerikaanse vrouw Ginger, delen in de stigmas van Banzer. De 41-jarige Harvard-ingenieur toont het publiek in alle opzichten een fris gezicht. Als vice-president was hij aanwezig bij alle belangrijke internationale topontmoetingen en symposia over de strijd tegen corruptie. Hij maakte zijn handen niet vuil aan repressieve maatregelen van de regering. Binnen zijn partij, Acción Democrática Nacionalista, wordt Tuto beschouwd als één van de Pitufos, Smurfen, die sinds enkele jaren de hegemonie en autocratische regeerstijl van de Dinosaurussen proberen te doorbreken. 

Mama Yolita

"Achter elke grote man staat een sterke vrouw", luidt het gezegde en ook al zijn de meningen verdeeld over het kaliber van generaal Hugo Banzer, niemand twijfelt aan de invloed van zijn vrouw, Yolanda Prada. Twee van 'Mama Yolita's' beste vriendinnen bezitten het staatsmonopolie op de aankoop van militair materieel en ook de bevordering tot generaal in het Boliviaanse leger is volgens het weekblad Tiempo de Opinión in principe een gunst van de Eerste Dame. In de vier jaar dat Banzer als confessioneel democraat regeerde plaatste zijn vrouw haar familieleden op tal van economisch en politiek strategische functies bij de douane en de spoorwegen, vanouds twee van de meest corruptiegevoelige sectoren. Ook benoemde zij familieleden tot prefect met bevoegdheden over regionale rijkdommen en investeringen en tot consul en ambassadeur overal ter wereld. De Boliviaanse onderzoeksjournalist Ronald Méndez schat het sinds 1997 vergaarde familiefortuin op zeventig miljoen dollar.

Internationale financiers van overheidsplannen hebben de regering Banzer weten te dwingen tot het formuleren van een Strategie tegen de Corruptie, maar toonden in de praktijk vooral hun onmacht tegenover de historische partijpolitiek, in Bolivia synoniem aan geïnstitutionaliseerde misdaad. Volgens taxichauffeur Juancho is er in sommige gevallen zelfs sprake van directe medeplichtigheid: "Voor de gringos is de uitroeiing van coca het enige dat telt. Verder mocht de enano, de dwerg, zoals Banzer werd genoemd, van hen doen en laten wat hij wilde".

Openhartigheid
Het kabinet van de nieuwe president Quiroga deed begin september, een maand na de formele machtsovername, door twee officiële mededelingen vele monden openvallen van verbazing. De eerste was een publieke erkenning dat in het tropische oerwoud bij Cochabamba, beter bekend als de Chapare, in plaats van zeshonderd nog minstens zesduizend hectares coca verbouwd worden. Het bericht was voor ingewijden in het thema allesbehalve nieuws, maar het zet de alom geprezen 'fabuleuze' resultaten van de regering Banzer in de strijd tegen de drugshandel zeker in een nieuw daglicht. Het tweede bericht betrof de stagnerende groei van de economie, die volgens de nieuwe minister van economie dit jaar niet meer dan 0.2 procent van het BNP zal bedragen, ondanks een enorme uitbreiding in de productie van olie en aardgas, die samen goed waren voor een groei van 37.1 procent in de eerste helft van dit jaar. Alle voorgaande ministers hadden het land tegen beter weten in wijs proberen te maken dat er van een structurele economische crisis helemaal geen sprake was.

De verrassende staaltjes van openhartigheid misten hun effect niet. Marktvrouwen en taxichauffeurs spraken zich vol lof uit over de ongekende eerlijkheid in het politiek bestel. In de erop volgende weken bleken er nog veel meer halve waarheden begraven te kunnen worden: het begrotingstekort werd op een klinkende 480 miljoen dollar vastgesteld, de officiële werkloosheid op 7.5 procent ofwel achtduizend Bolivianen, met in de steden een stijging van meer dan honderd procent sinds 1997. En voor de duidelijkheid: marktvrouwen en andere informele sectoren, goed voor naar schatting ruim 75 procent van de totale economie, worden als normaal werkend beschouwd en vinden zich in deze cijfers dus niet terug. Ook internationale delegaties waren blij met het eerlijke gezicht van de nieuwe regering en toonden zich welwillender dan ooit om een steentje bij te dragen aan nieuwe en bijgestelde plannen voor armoedebestrijding en arbeidsverschaffing.

Euforie taant

Twee maanden na Tuto's ambstaanvaarding is de eerste golf van euforie echter weer overgedreven. Critici geven aan dat het de president niet goed afgaat met de strijd binnen de eigen gelederen. Ondanks de mooie woorden over corruptiebestrijding staat Mama Yolita's imperium als een wolkenkrabber. De interne schandalen over illegale aankopen en steekpenningen die als warme broodjes de nationale pers inrollen worden in parlementaire onderzoekscommissies snel weer toegedekt. Bij uitstek interessant zijn de beschuldigingen die Fernando Kieffer, ex-minister van defensie en ooit één van Banzer's trouwste vazallen, vanuit Mexico aan het adres van zijn oude baas richt. Met noodfondsen voor de slachtoffers van een aardbeving in de regio Cochabamba zou een presidentieel vliegtuig gekocht zijn, zwaar overbegroot en bovendien met bemiddeling van een zoon van één van Mama Yolita's vriendinnen. Ook zijn er 18 T-33 trainingsvliegtuigen opgeknapt voor een bedrag van bijna 800.000 dollar elk, terwijl ze nieuw niet meer dan 300.000 dollar kosten.

Ook op economisch vlak ziet het er niet best uit. Het erkennen van de malaise leidt niet automatisch tot het oplossen ervan. De vanaf 1995 onder de huidige oppositiepartij, de Movimiento Nacionalista Revolucionaria, ingezette privatisering heeft het land practisch alle zeggenschap over haar eigen grondstoffen ontnomen. Bijna alles wat verkocht kon worden is verkocht. De - voor het publiek - nieuw ontdekte gasvoorraden, die Bolivia tot tweede gasproducent van Zuid-Amerika promoveren, geven de nieuwe regering een gereedschap in handen dat door critici ernstig in twijfel wordt getrokken. Want wat is de werkelijke onderhandelingsruimte van het land ten opzichte van de aan de internationale leenfondsen gekoppelde grote oliebedrijven? De traditioneel sterke sectoren van het land, zoals soja, tin, koffie en textiel, kampen allen met dalende prijzen en stagnerende export. De Boliviaanse luchtvaartmaatschappij LAB, 's lands nationale trots, staat op het punt van faillietverklaring omdat de regering haar destijds voor meer dan de helft verkocht aan de familie Canhedo, die bekend staat als behorende tot de grootste ondernemende boeven van Brazilië.

De leugen regeert

Langzaamaan worden ook de oude leugens weer hervat. De economie zal naar verwachting in 2002 weer een respectable groei van 2.5 tot 3 procent vertonen. De illegale coca zal volledig worden uitgeroeid. De witteboordencorruptie zal hard worden aangepakt. De richtlijnen van het IMFzullen Bolivia uit de economische crisis helpen. Een blik op buurland Argentinië, een trouwe volgeling van het beleid van het IMF, doet het ergste vrezen voor een verbetering van de economie.
De politieke dinosaurussen die Tuto's aanstelling als president hebben gesteund deden dit omdat zij wel zagen dat hun klasse niet meer om een imagoverbetering heen kon. Dit wil echter niet zeggen dat zij de president de ruimte laten die hij nodig heeft om de geïnstitutionaliseerde corruptie van het partijpolitieke systeem werkelijk te lijf te gaan. Ook de afhankelijkheid ten opzichte van Washington is geenszins doorbroken: eer de nieuwe president zijn kabinet kon beëdigen moest hij voor goedkeuring op bezoek bij de ambassadeur van de Verenigde Staten. De enige twee punten die Quiroga's kabinet mee lijkt te hebben zijn het feit dat het slechts een interimregering betreft- de volgende verkiezingen vinden al in mei 2002 plaats- en dat er weinig oppositie te verwachten is van de in schijnbaar onoverkomelijke schisma's verwikkelde vakbonden, boerenorganisaties en jongere volksbewegingen. 
Alles wijst erop dat Quiroga's rol zich beperkt tot een jaartje voor spek en bonen meespelen in de grote politiek.

De auteur is onderzoeker bij het Transnational Institute en Acción Andina

 


'Exiliado con Ustedes'   Senta in 't Veld en Daniël de Jongh
Een Belgische balling in België

"Het was net of je hier op een kerkhof kwam. Hier gebeurde niets, helemaal niets. Ginder was echt een revolutie, de zaak stond op barsten. Er ging van alles gebeuren, maar je komt hier en hier gebeurt niets." Na een verblijf van vijftien jaar in Guatemala keerde Guido de Schrijver in 1979 terug naar België. Onlangs publiceerde hij de roman El archivo del continente, Het archief van het continent, over Latijns-Amerikaanse ballingen in België. De roman vindt zijn oorsprong in de levenservaringen van De Schrijver, een missionaris die na jarenlange intensieve arbeid in Guatemala moest toezien hoe de repressie zijn mensen in het vizier kreeg.

Als seminarist verbonden aan de Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria, beter bekend als de orde van Scheut, werd de Vlaming Guido de Schrijver in 1964 uitgezonden naar Guatemala, waar hij in 1969 tot priester werd gewijd. De Schrijver: "De grote inbreng van buitenlandse missionarissen in Midden-Amerika was bedoeld om de invloed te keren van democratische regeringen zoals die van Arbenz in de jaren vijftig. Arbenz werd beschouwd als een communist, zijn regering had de grootste grondbezitter van het land beledigd: de United Fruit Company. Er was namelijk besloten dat alle braakliggende gronden verpacht moesten worden, niet eens afgegeven, aan landloze boeren. Dat was zogenaamd communistisch, dus hebben de generaals en de CIA dat regime doen vallen. De katholieke kerk heeft toen opgeroepen om landen als Guatemala te bekeren, tot het Westen eigenlijk. Niet tot Christus, maar tot het Westen."

In 1969 werd binnen de orde van Scheut besloten om een start te maken met het vormen van basisgemeenschappen in Guatemala. Dit soort sociale arbeid door religieuze groeperingen was in die tijd erg populair, met name door het succes dat met basisgemeenschappen in Brazilië was geboekt. De Schrijver werd belast met het organiseren van mensen in basisgemeenschappen in het aan de zuidkust gelegen departement Escuintla. De Schrijver: "We begonnen in de verschillende dorpsgemeenschappen, de parochies daar bestonden vooral uit kleine gehuchten of mensen die op finca's woonden. We probeerden uit te vissen wie de mensen waren met een natuurlijk gezag, zoals mensen met ondernemingsgeest of natuurlijke organisatiekracht. Daar gingen we dan mee praten. Het is begonnen met het hervormen van deze leiders, eerst een klein beetje maar, gewoon om met elkaar vertrouwd te raken. Daarna gingen we samen met hen op huisbezoek in hun dorpjes. Om de veertien dagen kwamen we samen in het huis van iemand van zo'n groep. Niet in de kerk, als die er al was, want we probeerden juist een decentralisatie door te voeren."

Op de bijeenkomsten stonden verschillende thema's centraal. In het begin waren deze vooral religieus getint, bijvoorbeeld 'Wie is God eigenlijk'. Geleidelijk aan werd er echter steeds meer aandacht besteed aan sociale problemen van de plaatselijke bevolking. De Schrijver: "We hadden bijvoorbeeld het thema armoede: waarom zijn wij arm? Waarom sterven onze kinderen? Deze mensen hadden het dan altijd over la voluntad de Dios, de wil van God. Dan zeiden we: 'Laten we eens aanbellen bij mensen in Zona 10 van Guatemala-Stad, de rijke buurt, en dan gaan vragen hoeveel van hun kinderen al dood zijn. Waarschijnlijk geen één, terwijl jullie er zelf al meerdere begraven hebben. Hoe komt dat? Als dat de wil van God is, dan moet hij jullie niet, want hij laat toch jullie kinderen sterven? Of is het misschien niet de wil van God maar van een ander?' En zo kwam je dan bijvoorbeeld bij de uitbuiting door de grootgrondbezitter. Zulke thema's hadden grote gevolgen voor die mensen want ze moesten een keuze gaan maken voor zichzelf: laten we onze kinderen sterven en blijft het de wil van God, ook als we beter weten?"

Het aantal basisgemeenschappen in de regio groeide en bedroeg op een gegeven moment rond de vijfentwintig. De Schrijver: "Dan breekt het moment aan waarop het praten over 'eenheid' en 'de familie van God' ergens toe moet gaan leiden." Tegelijkertijd groeide ook het gewapend verzet in Guatemala. "De mensen hoorden daar natuurlijk ook over. Ze spraken er met ons niet over, maar we wisten wel dat zij op de hoogte waren. En we wisten op een gegeven moment ook dat het verzet op onze mensen zat te azen, want men had wel in de gaten dat de mensen van de basisgemeenschappen goed gevormde mensen waren." De sociale bewustwording leidde er niet alleen toe dat mensen contacten legden met het gewapend verzet, een groot aantal verenigde zich ook in boerenorganisaties. In 1976 namen boerenorganisaties het initiatief tot een grote staking onder suikerrietkappers. De staking duurde ongeveer een week en werd vanuit verschillende parochies gesteund, onder meer uit Santa Lucía Cotzumalguapa, waar de Belgische priester Walter Voordeckers werkzaam was. De latere moord op Voordeckers (zie LA Chispa 277), die tijdens de staking maaltijden verstrekte aan de suikerrietkappers, is volgens De Schrijver niet los te zien van de pastorale activiteiten: "Wat daar gebeurde, is eigenlijk een gevolg van heel die voorgeschiedenis van de basisgemeenschappen."

Elitegroepen

Halverwege de jaren zeventig arriveerde een nieuwe lichting missionarissen van de orde van Scheut in Guatemala, onder wie de in 1982 vermoordde seminarist Ward Capiau. Deze bleek een andere kijk te hebben op de basisgemeenschappen. "Ik weet het nog goed, Ward zat bij ons in de parochie in Escuintla en deed echt dingen die wij nog nooit gedaan hadden. Wij als priesters hadden eigenlijk een westerse, moderne vorm van geloof. We hadden psychologisch niets te maken met het geloof van die mensen. Er waren uiteraard raakvlakken, we geloofden in dezelfde katholieke god. Maar elk volk heeft z'n eigen manier om godsdienst te belijden. De Nederlandse katholieken zijn bijvoorbeeld niet hetzelfde als de Italiaanse of de Ierse. Voor ons was het geloof daar vol bijgeloof en afgoderij. Heel die winkel van heiligen, dat vonden we vreselijk. Maar ja, je moest daaraan meedoen, je moest de kerkdeuren openen en af en toe een Onze Vader bidden voor zo'n beeld. Man zeg, vreselijk. En dan die processies in de Goede Week. Elke dag bijna! Daar deden we gewoon niet aan mee, dat deden die mensen zelf maar. Ward echter, die ging juist 's morgens om vijf uur opstaan op paaszondag om nog met de laatste processie mee te doen. Hij zei: 'Zoiets moet je doen voor de massa. Als je de massa wilt bereiken, moet je met hun geloof mee. Jullie zitten niet in de massa, jullie werken met elitemensen.'" De Schrijver vertelt hoe die kritiek een waarschuwend karakter kreeg toen de repressie in Guatemala aan het eind van de jaren toenam. "Er werd ons gezegd: 'Jullie hebben een soort clericale elite gevormd. Mensen die jullie heel goed kennen, die jullie vrienden zijn geworden. Maar als het erop aan komt zijn het kleine elitegroepjes, die recht in de kijkers komen te staan van de onderdrukkers.'" Hij vormt met zijn handen een kijker voor zijn ogen, als een angstwekkend vizier, en vervolgt: "Het kwam uit. Er werd op een bepaald ogenblik flink huisgehouden en tientallen en tientallen en nog eens tientallen catechisten en basisleiders en basismensen zijn opgehaald en afgemaakt."

Latijns-Amerikaanse ballingen

In 1979 besloot De Schrijver terug te keren naar België, in Guatemala kon de veiligheid van de clerus niet meer worden gegarandeerd. Velen van de congregatie keerden terug naar hun vaderland, een tiental mensen zette het werk voort vanuit Mexico-Stad. Van daaruit werd een internationaal netwerk geactiveerd om de aandacht te vestigen op mensenrechtenschendingen in Guatemala. Terug in Brussel werd De Schrijver hard geconfronteerd met de gedachte: wat nu? "Ideologisch en religieus gezien was ik mezelf voorbijgestreefd. Je kunt je verleden niet wegsnijden, je hebt krachten meegekregen waar je van kunt profiteren, maar de inhoud verandert. Ik kon dus niet meer terug naar vroeger. Veel mensen hebben dat wel kunnen doen, maar ik niet. Maar ja, wat dan? Het was niet eenvoudig, ik onderhield intensieve contacten met de mensen in Mexico-Stad. Jaarlijks kwamen wij daar samen om de zaken te bespreken. Dat was een soort redding voor mij om in nauw contact met ginder te zijn. Dan had ik het gevoel dat ik opnieuw werd gevoed, zodat ik er weer een tijdje tegen kon."

In Brussel kwam De Schrijver al snel in contact met Latijns-Amerikaanse vluchtelingen. De meesten waren afkomstig uit Chili, maar ook Argentijnen en Uruguayanen vormden een grote groep. Ze hadden zich georganiseerd in comités die door middel van culturele en politieke activiteiten probeerden de aandacht te vestigen op de misstanden in hun landen. Bij Belgische vakbonden, kerken en NGO's trachtten zij solidariteit en financiële steun te verwerven. De Schrijver sloot zich als vrijwilliger aan bij hun ontmoetingscentrum. "Yo soy exiliado con Ustedes", zei hij hen, "ik ben een balling, net als jullie". Hij werkt er nog steeds, tegenwoordig officieel in dienst van de katholieke kerk. "Zeker in de beginjaren bestond het werk vooral uit sociale en culturele bemiddeling. Zo kreeg ik veel verhalen te horen. Tegelijkertijd kreeg ik ook langs alle kanten bulletins binnen uit Latijns-Amerika. Er waren bulletins van vakbonden, van mensenrechtenorganisaties, van vrouwen- en indianenverenigingen. Ik kreeg al die informatie binnen en stilaan ben ik begonnen uitspraken en interessante verhalen te noteren."

Surrealisme

Na een aantal jaar brak het moment aan waarop De Schrijver de verhalen die hij had verzameld een plaats moest geven: "Ik begon zelf moe te worden van de moeheid van anderen, van ons doelpubliek. Altijd weer die bloedbaden en de vele moorden. Altijd weer het ontmaskeren van de dictatuur, het militair apparaat. Op den duur kom je zo pamflettair over dat de mensen moe worden van alle bulletins, tijdschriften en verhalen en ik werd er zelf ook moe van. Het was te veel allemaal, er kwam geen eind aan de ellende. Ik bedacht toen dat ik de boodschap moest proberen over te brengen op een literaire manier. Zo is de zaak gerijpt om te beginnen met schrijven."

De hoofdpersoon van El archivo del continente is Gregorio, een Chileense balling in Brussel. Zijn activiteiten vertonen sterke overeenkomsten met die van Guido de Schrijver. Hij probeert op allerlei manieren de problematiek van zijn land onder de aandacht te brengen. Wanneer demonstraties en pamfletten hun doel niet meer lijken te bereiken, richt Gregorio een soort documentatiecentrum over Latijns-Amerika op, een archief van het continent. De Schrijver legt uit hoe hij het documentatiecentrum heeft gebruikt om de verhalen die hij had verzameld een plaats te geven in de roman. "Dingen die ik interessant vond, losse flodders, al die notities heb ik bij elkaar kunnen brengen door Gregorio uitleg te laten geven aan bezoekers. Ik heb vooral die dingen er uitgelicht die ik eigenlijk surrealistisch vond. Want het continent ís voor mij surrealistisch, evenals de Latijns-Amerikanen zelf." De Schrijver heeft dit surrealisme benadrukt door in het boek geen enkel land of persoon bij naam te noemen. Zo is Guatemala 'het land van de Maya's' en Pinochet de 'Indringer'. Eerst wordt het archief regelmatig bezocht, maar naarmate de tijd verstrijkt verzwakt de interesse. Tegelijkertijd raakt Gregorio steeds meer in een isolement en aan het eind van het boek gaat het archief in vlammen op. De Schrijver beaamt dat dit negatieve einde van de roman een enigszins pessimistische visie op ballingschap weerspiegelt. Toch denkt hij dat de ballingen uiteindelijk beter af zijn de Indringer, die in de roman gebukt gaat onder de kwelling van schilfers die zijn lichaam langzamerhand veroveren: "Die schilfers hebben een symbolische betekenis, zijn een soort troost voor de Chilenen. Terwijl die man repressie opkweekt, lijdt hij zelf ook. Als je ziet wat er in het echt gebeurt, dat die sterke, grote man die de wereldgeschiedenis gehaald heeft zich nu moet beroepen op krankzinnigheid, op stommiteit en kindsheid, dan is hij er toch niet best aan toe?"

De Schrijver erkent dat hij door het niet expliciet benoemen van landen en personen zijn lezers soms aan het puzzelen zet: "Don Samuel Ruíz, de voormalige bisschop van Chiapas, heeft het boek gelezen en had moeite om Pinochet erin te herkennen! Terwijl de symbolen die ik gebruik toch algemeen bekend zijn." Dat het boek in het Spaans is geschreven maakt het er voor een deel van het lezerspubliek evenmin makkelijker op. "Dat klopt, maar ik wil dat het ook gelezen kan worden door Latijns-Amerikanen die het Nederlands niet beheersen. Ik weet ook niet of er veel belangstelling zou zijn voor een Nederlandstalige uitgave, dit soort romans wordt toch voornamelijk gelezen door mensen die in Spaanstalige landen hebben gewerkt. Bovendien schrijf ik al mijn verhalen eerst in het Spaans, uit psychologische nood, om het contact met het continent te blijven voelen." Met recht een boek van een balling. 

Sommige verhalen weten toch het Nederlandstalig publiek te bereiken, zoals het vertaalde fragment uit El Archivo del Continente in het Portfolio van deze LA Chispa.

 


Noord-Amerikaanse studente al jaren gevangen in Peru   Alexandra Indaco
'Opleggen neoliberalisme is ook geweld'

Lori Berenson, een Noord-Amerikaanse studente antropologie, werd in 1995 in Lima gearresteerd en tot levenslang veroordeeld op beschuldiging van deelname aan de guerrillabeweging Tupac Amaru (MRTA). Ook bij een nieuwe rechtszaak in juni 2001 kreeg Lori nog twintig jaar. Alexandra Indaco zocht haar op in de vrouwengevangenis Santa Mónica in Lima. Ook sprak zij met haar vader die in New York woont. 

De bewaker van de vrouwengevangenis in Lima wijst afkeurend op de kleuren van mijn kleding. Toevallig is mijn T-shirt rood en mijn rok zwart. Die kleuren zijn kennelijk vandaag verboden. Door deze willekeur kunnen marktkoopvrouwen op de hoek wat bij verdienen. Zij verhuren kleding in alle soorten, kleuren en maten. Als ik een andere rok aan heb, mogen we doorlopen voor vingerafdrukken en fouilleren. Een fles Inca-cola wordt streng gecontroleerd op eventuele geheime boodschappen onder de wikkel. 
Lori, de Noord-Amerikaanse antropologiestudente die al zes jaar in gevangenissen verblijft, zit in de speciale de vleugel voor vrouwen van de Revolutionaire Beweging Tupac Amaru (MRTA). Ze is erg geïsoleerd. "Al die jaren had ik geen recht op televisie, radio of tijdschriften. Ik mocht alleen streng gecensureerde Spaanstalige boeken lezen." In een telefonisch interview zegt haar vader Mark Berenson vanuit NewYork: "Montesinos, de vroegere veiligheidsadviseur en grootste handlanger van president-dictator Fujimori heeft in de gevangenis een laptop en een mobiele telefoon, maar Lori is al zes jaar afgesneden van de wereld en alle actualiteit." 

Huurhuis

Op de dag van haar arrestatie, 30 november 1995, was Lori voortdurend te zien op de nationale televisie. Die toonde een woeste vrouw met grote ronddraaiende ogen die schreeuwde dat in Peru geen gerechtigheid bestond. "De media hebben Lori afgeschilderd als een monster om haar arrestatie te rechtvaardigen", aldus Mark Berenson. "Haar arrestatie was een politieke zet van Fujimori om te laten zien dat er zelfs met een Noord-Amerikaans staatsburger die zich niet 'gedraagt' iets kan gebeuren."
Hoe raakt een studente antropologie in zo'n situatie verzeild? Op een stenen bankje voor haar cel van twee bij tweeënhalve meter doet Lori haar verhaal: "Ik kwam naar Peru met wetenschappelijke en journalistieke motieven. Ik wilde de gevolgen van armoede voor vrouwen onderzoeken. Ik raakte bevriend met academici die later leiders bleken te zijn van de MRTA. Maar zij onthulden mij nooit hun ware identiteit en ik wist dus van niets."
In 1995 huurde Lori een huis in de chique wijk La Molina in Lima. Drie maanden vóór haar arrestatie verhuurde ze dat onder aan haar nieuwe vrienden. Ze vertrok zelf naar een andere wijk. Lori kende haar onderhuurders als een Panamees academicus en een Bolivaanse fotografe. Later bleken dit Miguel Rincón en zijn vrouw Nancy te zijn, leiders van de MRTA. Fujimori was in die tijd bezig met een grootscheepse antiterreurcampagne en de antiterreurpolitie DINCOTE had kort daarvoor de militaire vleugel van de MRTA opgerold. Het huis in La Molina, dat volgens de DINCOTE een MRTA-schuilplaats was, bleek op naam van Lori te staan. Bovendien was zij volgens de politie betrokken bij de voorbereidingen van een aanval op het parlement. Met een valse perskaart zou zij daar binnengekomen zijn om een tekening te maken van het gebouw. Die aanval heeft overigens nooit plaatsgevonden. Lori: "Mijn perskaart was niet vals. Ik had die kaart nodig voor de research voor mijn artikelen. Bovendien heb ik nooit een tekening gemaakt. Ze hebben ook nooit bewezen dat er in dat huis iets is gevonden."

Gemaskerde rechters

Volgens Mark Berenson verliep het eerste proces begin 1996 absoluut niet volgens internationale rechtsnormen. De militaire rechters waren gemaskerd. Dit verschijnsel is vanuit Italië, waar men rechters wilde beschermen tegen de mafia, naar Peru overgewaaid. "Het is onmogelijk de identiteit van de rechter te achterhalen. Het zou Fujimori zelf geweest kunnen zijn", aldus Mark. Lori: "Tot de dag van het vonnis wisten mijn advocaat en ik niet waarvan ik precies werd beschuldigd. Alles wat we wisten, kwam uit de krant of via geruchten. Mijn advocaat werd geblinddoekt de zaal binnengeleid en kreeg maar vijftien minuten om mij te verdedigen. Uiteindelijk werd ik beschuldigd dat ik een van de leiders van de MRTA was en van wapenhandel. De bewijzen tegen mij heb ik nooit kunnen bekijken. We mochten geen enkel document inkijken. Tenslotte kreeg ik levenslang wegens "verraad aan het vaderland Peru". 
Mark: "Hoe kan een 25-jarige Noord-Amerikaanse in hemelsnaam leider zijn van een militaire beweging die Peru voornamelijk voor de Peruanen wil laten zijn? Bovendien zijn er alleen indirecte aanwijzingen tegen haar gebruikt. Met harde bewijzen zijn ze nooit gekomen." Lori: "Ik ben onschuldig en heb met de MRTA niets te maken gehad, behalve dat ik een huis verhuurde aan mensen waarvan ik de identiteit niet wist. Het ironische is dat ik hen pas echt hier in de gevangenis heb leren kennen". Dat leren kennen moet je heel letterlijk nemen. "Voorheen zaten we met vijf vrouwen in één cel van twee bij tweeënhalve meter en mochten we er per etmaal een haf uur uit." 

Geweld

Lori ziet haar straf als de consequentie van het opkomen voor haar idealen: "Ik zit vast vanwege mijn ideeën en als dit de gevolgen zijn, moet ik die maar dragen. Ik heb er geen spijt van." Maar waarom heeft Lori, als ze onschuldig is, de MRTA nooit publiekelijk veroordeeld? Waarom spreekt zij zich niet fel uit tegen geweld en terrorisme? Lori: "Als je over geweld spreekt, moet je die term eerst definiëren." Alleen wapengeweld als geweld beschouwen is volgens Lori een beperkte en eenzijdige visie. "Natuurlijk ben ik tegen geweld en tegen het doden van onschuldige mensen. Dat moet ten allen tijden worden voorkomen. Maar is het opleggen van een neoliberaal beleid door een militair regime dat op buitenproportionele wijze de mensenrechten schendt ook niet gewelddadig? Mensen het recht ontzeggen op een waardig leven, onderwijs, voedsel en gezondheidszorg, is dat geen geweld?"
Ruim de helft van de 25 miljoen Peruanen leeft onder de armoedegrens. De kindersterfte is erg hoog. Bovendien vielen in de tien jaar van Fujimori zo'n dertigduizend doden. Volgens Amnesty International komt 53 procent daarvan voor rekening van de staat en is 46 procent veroorzaakt door de maoïstische guerrillabeweging Sendero Luminoso. Lori: "Sendero is een heel andere beweging dan Tupac Amaru (MRTA). Sendero gebruikte willekeurig geweld en trad zeer bloedig op." De overblijvende één procent doden wordt toegedicht aan de MRTA. Lori ziet het niet als haar taak om mensen die in diepe armoede leven het recht om zich te verdedigen te ontzeggen. 

Zaak gesloten

Mark: "Lori zegt dat zij zelf nooit fysieke martelingen heeft ondergaan, maar haar medegevangenen worden nog dagelijks gemarteld: seksueel misbruik, bijna verdrinking, schoppen en slaan. Lori heeft twee jaar gevangen gezeten in Llanamayo, op zo'n vierduizend meter op de Peruaanse hoogvlakte. Door de koude daar lijdt zij nu aan artritis en heeft zij last van circulatie-en oogproblemen. Dat en haar maandenlange opsluiting in een isolatiecel vóór haar overplaatsing naar Lima hebben haar lichamelijk en geestelijk enorm aangetast."
Toen in augustus 2000 het vonnis ongeldig werd verklaard en haar zaak opnieuw behandeld zou worden door een civiele rechtbank, verwachtten velen haar vrijlating. Dat viel bitter tegen. Op 20 juni 2001 kreeg zij alsnog twintig jaar, ditmaal omdat zij met de MRTA zou hebben meegewerkt om het parlement aan te vallen. Er loopt nu nog een beroepszaak voor het Peruaanse Hooggerechtshof. De advocaat wil zich ook richten tot het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten in Costa Rica. 
De hoop dat de regering van de Verenigde Staten voor Lori zou opkomen, is ijdel gebleken. "Mijn mening komt hen niet goed uit, als zij hadden willen ingrijpen, hadden zij dat allang kunnen doen." Mark voegt toe: "Madeleine Albright, minister van buitenlandse zaken onder Clinton, heeft nooit gereageerd op onze verzoeken om hulp. Terwijl het toch de taak is van de Verenigde Staten om haar burgers te helpen wanneer hen onrecht wordt aangedaan. Na de aanslagen op 11 september in New York is het onwaarschijnlijk dat Bush iets zal doen voor Lori." 
De nieuwe Peruaanse president Alejandro Toledo respecteert het vonnis. Het zal ook nog wel een tijd duren voor hij het verrotte rechtssysteem kan hervormen. Lori zelf ziet haar zaak nu al als gesloten. Een onlangs van haar gepubliceerd artikel in Index on Censorship had als titel: "NO SINGING, NO LAUGHING………NO SOUND." 


LIEDEREN ALS PAARDENMIDDEL VOOR DE LIEFDE   Cora van den Berg
Groningse latinband brengt serenades

Een serenade tegen het vallen van de avond, voor het raam van de geliefde. In Europa is die traditie al eeuwen ter ziele, maar in Latijns-Amerika worden er nog volop muzikanten voor ingehuurd. De Groningse latinband Los Bomberos heeft de traditie opgepakt. "Nooit geweten dat de Nederlandse man zo romantisch was."

Serenades als liefdesverklaring, bij een huwelijksaanzoek, als laatste groet - voor iedere gelegenheid is er een lied. Tenminste, in Latijns-Amerikaanse landen waar de serenadecultuur veelal nog springlevend is. Rob Zwaving ondervond het op zijn reizen door Midden-Amerika. Van huis uit historicus met als specialisatie de pre- Columbiaanse culturen, ging hij voor zijn studie naar Mexico en bleef als reisleider in de regio hangen. Zo kwam hij in aanraking met de serenadecultuur. "In Mexico staan de muzikanten overal langs de kant van de weg, op pleinen of in kroegen te wachten tot ze opgepikt worden", vertelt hij op een Gronings terras. "Ze worden ingehuurd door mannen, om voor het huis van hun minnaressen een paar liederen te spelen. Als de vrouw enthousiast is gaan de muzikanten mee naar binnen, drinken een borrel, spelen nog een stuk en vertrekken weer. Om weer te wachten op de volgende man die zijn geliefde wil verrassen." Terug in Nederland had Zwaving de smaak te pakken en gaf de aanzet voor de band Los Bomberos. "Ik kende de Costa-Ricaanse muzikant Choco Ramírez, die al jaren in Nederland woont. Hij kende weer een paar andere muzikanten, zoals Tole Emmelot. Met z'n vijven vormen we nu Los Bomberos. Het bleek een schot in de roos."

De vijf muzikanten van Los Bomberos hebben allemaal een min of meer professionele muziekcarrière. Tole Emmelot, die in de band zang, fluit en gitaar voor zijn rekening neemt, geeft muziekles op een middelbare school. De bassist Harry van Lier is basdocent aan een muziekschool, de percussionist Frank de Jong is fulltime muzikant, Choco Ramírez is opgegroeid met salsa en son. Rob Zwaving, zanger en gitarist, heeft een parttimebaan bij een kunstgalerie. "Ik speelde veel flamencogitaar", vertelt Zwaving, "maar de populariteit van die muziek liep een beetje af. Toen hoorde ik de muziek van Buena Vista Social Club en ging dat voor de grap thuis meespelen. Die muziek was me op het lijf geschreven. Onze band is dus eigenlijk dankzij Buena Vista ontstaan."

Schunnig

Los Bomberos heeft binnen de Latijns-Amerikaanse muziek haar weg gevonden, met name met de meer traditionele vormen zoals son en cumbia. Af en toe maken de bandleden een uitstapje naar salsa of naar Santana-achtige nummers. "Maar binnen de cumbia en de son is nog zoveel te ontdekken", zegt Tole Emmelot. "Choco heeft die muziek met de paplepel ingekregen, maar voor ons is het nog steeds een avontuur." Inmiddels is de band ook eigen nummers gaan maken. Meestal schrijft Zwaving de muziek en Ramírez de tekst. "Die Latijns-Amerikaanse teksten zijn heel metaforisch", zegt Emmelot. "Tussen de regels door is er veel schunnigs te ontdekken. Latino's weten dat, die hoeven dat niet uitgelegd te krijgen. De naam van onze band heeft ook die dubbelzinnige lading. Los Bomberos, de brandweermannen, zegt in het Nederlands niet zoveel. Maar als latino's onze naam horen liggen ze in een deuk. Die denken aan 'spuitgasten, een brandje blussen', noem maar op. In het begin van ons bestaan namen we altijd de moeite dat aan het Nederlandse publiek uit te leggen. Maar dat doen we niet meer, dat wordt te veel van het goede." Voor de rest zijn de teksten van de son ronduit romantisch, uit het leven gegrepen. "Het zijn de Cubaanse smartlappen", zegt Emmelot. "André Hazes zou ze echt geweldig kunnen brengen. Je moet er wel goed Spaans voor kunnen, maar ik denk dat wij het latinogevoel heel goed kunnen overbrengen."

Laatste redmiddel

De band heeft samengewerkt met Ewald Chocolaad, die vanuit Curaçao de salsa in Nederland introduceerde. Los Bomberos speelt live tijdens zijn salsalessen. "Ewald heeft veel ervaring met het spelen van serenades, net als Choco", vertelt Emmelot. "Langzamerhand zijn we het idee van de serenades gaan uitwerken. We begonnen kleinschalig, in de vriendenkring. Dan belde een vriend ons op en vroeg of we iets wilden komen spelen, als het niks dreigde te worden met een meisje. Als laatste redmiddel, als paardenmiddel voor de liefde. Het is echt als een grapje begonnen. Totdat de media er lucht van kregen. De regionale bladen, Metro, BNN, de Avro, SBS6, allemaal hebben ze aandacht aan ons besteed."

Het idee bleek enorm aan te spreken. De opdrachten begonnen binnen te stromen. "We zijn verbaasd dat er hier zoveel markt voor is", zegt Zwaving. "Ik heb nooit geweten dat de Nederlandse man zo romantisch is. We spelen altijd als verrassing. Dan bellen we van tevoren even op, om te controleren of de dame in kwestie thuis is. Vervolgens wordt zij, en met haar de hele buurt, overrompeld door onze muziek." Los Bomberos houdt zoveel mogelijk vast aan de Latijns-Amerikaanse traditie. "Het is echt prachtig hoe die serenades deel uitmaken van de populaire cultuur", zegt Zwaving. "Voor iedere gelegenheid is er een eigen lied. Lágrimas Negras bijvoorbeeld, voor als de man in de steek gelaten is. 'Mijn hart zal altijd bij haar zijn', zo gaat die tekst. We zijn zelfs een keer gevraagd door een man die zijn relatie wilde verbreken. Dat werd dus een afscheidslied. De liederen zijn voornamelijk bolero's. Guantanamera spelen we niet als serenade, net zomin als Bamboleo, hoe populair die liedjes hier ook zijn."

Punky

In de prille jaren van Los Bomberos probeerden de muzikanten zo authentiek mogelijk te klinken, maar al snel bleek dat niet haalbaar. "Die typisch Cubaanse sound zit voor een deel in de stemmen die vaak heel hoog klinken", legt Emmelot uit. "Dat hebben wij gewoon niet in ons. We kunnen het proberen na te doen, maar dat heeft geen enkele zin. Tegenwoordig maken we ons daar helemaal niet meer druk over." "Het is veel beter om iets op je eigen manier te doen", voegt Zwaving toe. "Wij spelen vergeleken met Cubanen dus een paar toontjes lager. Dat betekent niet een paar tándjes lager, integendeel. We zijn allemaal vreselijk vurig van aard. Critici hebben wel gezegd dat wij te veel energie hebben. Dat komt ook door de rockachtergrond van een aantal bandleden. Af en toe gaan we er lekker tegenaan. Een beetje raggen, zeggen we dan. We nemen het niet altijd zo nauw in onze manier van spelen. Latino's spelen vaak meer ingehouden, zoals dat hoort bij de son. Bij ons komt dat niet tot z'n recht. Wij hebben die ambitie maar losgelaten en zijn meer een ongepolijste diamant geworden. Meer punky. Op die manier maken we van de nood een deugd: zo kunnen we compenseren dat we geen latino's zijn."

Toch zou de band zonder Choco Ramírez niet hetzelfde zijn, geven beide muzikanten toe. "Hij zet de zaal op z'n kop, hij communiceert met het publiek. Nog los van de inspiratie die hij ons geeft. Als iemand van ons een arrangement maakt, geeft hij net die tips die de muziek meer spanning geven. Hetzelfde geldt voor teksten. Met een fles wijn erbij heeft hij de coupletten zo voor elkaar. Zijn inspiratie komt uit vrouwen en uit de fles. Het klinkt als een cliché, maar veel clichés blijken te werken", voegt Zwaving eraan toe. Af en toe maken de jongens van Los Bomberos een uitstapje naar andere muziekvormen. "Zo stoppen we soms flamenco-elementen in onze muziek", zegt Zwaving. "Dat deden de Spaanse boeren op Cuba vroeger ook. Ook het feit dat wij Nederlanders zijn is natuurlijk van invloed. Ik vind het onzin dat je als Nederlander geen goede wereldmuziek zou kunnen maken. Paco de Lucía was ook geen zigeuner, maar hij is nu de beroemdste flamencogitarist. Er zijn in de Cariben veel Nederlanders die professioneel muziek maken. De muziek van de Nederlandse latinband Nueva Manteca wordt als lesmateriaal gebruikt op het conservatorium in Havana." Rob Zwaving is van de Nederlandse bandleden de enige die in Latijns-Amerika is geweest. "Het is inderdaad een gemis dat de anderen het continent niet kennen", geeft hij toe. "Al was het maar om de sfeer geproefd te hebben. Hoewel we hier in Groningen veel contact hebben met latino's. En het goede nieuws is dat Choco zich prima bij ons thuisvoelt. De chemie tussen de bandleden is uitstekend. En in muziek is het toch altijd hetzelfde motto: als het goed voelt, is het goed."

Mogelijke streamers:

"Als latino's onze naam horen liggen ze in een deuk."

"Door meer punky te spelen compenseren we dat we geen latino's zijn."

"De muziek van de Nederlandse band Nueva Manteca wordt als lesmateriaal gebruikt op het conservatorium in Havana." 

 

 

   E-mail Noticias
   Noticias-donateur worden?

Patrocinado por / Sponsored by:


  

Noticias 1997-2004