Patenten versus patiënten
Senta in 't Veld
Ontwikkelingslanden vechten voor medicijnen
In Pretoria, Zuid-Afrika, vierden in april honderden aids-activisten uitbundig feest. Negenendertig farmaceutische bedrijven hadden een rechtszaak ingetrokken om de import van generieke aids-medicijnen door Zuid-Afrika te verhinderen. Ook Brazilië leek te zegevieren toen de Verenigde Staten in juni een klacht bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) introkken over de productie van generieke aids-medicijnen in dat land. Het bleef echter de vraag wat de impact van deze gebeurtenissen zou zijn op de WTO-top in Qatar, waar de uiteindelijke beslissing moest vallen over de toegang tot medicijnen voor ontwikkelingslanden.
Al jaren strijden ontwikkelingslanden voor een betere toegang tot medicijnen. In deze zaak kwam afgelopen jaar een onverwachte doorbraak. Negenendertig farmaceutische bedrijven die een rechtszaak tegen de Zuid-Afrikaanse regering hadden aangespannen, trokken hun aanklacht in. De bedrijven protesteerden met de rechtszaak tegen de import van generieke (merkloze) aids-medicijnen door Zuid-Afrika. Daarmee werd volgens hen het patentrecht geschonden, zoals dit is vastgelegd in het TRIPS-akkoord (Trade-Related aspects of Intellectual Property) van de WTO-lidstaten, aangezien de bedrijven patent hadden op die medicijnen. De rechtszaak kreeg grote internationale belangstelling. Humanitaire organisaties haalden fel uit naar de farmaceutische bedrijven die voor derdewereldlanden onbetaalbare prijzen hanteerden. Vooral door deze internationale druk haalden de bedrijven bakzeil. Daarnaast was er nog een pikantere reden. De bedrijven liepen het risico voor de rechter te moeten onthullen wat de kostprijs van hun medicijnen was en welk percentage van hun megawinsten ze in onderzoek staken.
Iets vergelijkbaars deed zich voor tussen de Verenigde Staten en Brazilië. In geen derdewereldland is de aidsbehandeling zo succesvol als in Brazilië, met name door het gratis verstrekken van medicijnen. Daarvoor is een lage inkoopsprijs van medicijnen noodzakelijk. Importeren van gepatenteerde medicijnen was te duur, maar gelukkig bood een Braziliaanse patentwet uit 1996 uitkomst. Volgens die wet verliezen buitenlandse bedrijven patentbescherming als zij niet binnen drie jaar na het ingaan van het patentrecht zelf het medicijn in Brazilië produceren of een Braziliaans bedrijf recht daartoe hebben gegeven. Het patent op de benodigde aids-medicijnen bleek door deze wet niet meer geldig en dus besloot Brazilië zelf generieke geneesmiddelen te produceren. Daarop dienden de Verenigde Staten een klacht in bij de WTO en dreigden zij met handelssancties. Op 25 juni kwamen de landen echter tot een schikking. Een Braziliaanse handelsattaché meldde wel dat het zwichten van de Verenigde Staten geenszins een ommezwaai in het Amerikaans patentbeleid inhield, maar vooral kwam door - wederom - de grote internationale aandacht voor de zaak.
Exclusief
Het draait hierbij allemaal om het in 1994 door de WTO-leden gesloten TRIPS-akkoord. Dit akkoord zorgt voor bescherming van intellectuele eigendomsrechten in alle WTO-lidstaten. Zo houdt een farmaceutisch bedrijf twintig jaar patent op een nieuw ontwikkeld product. In die periode heeft het bedrijf de exclusieve verkooprechten en mag het gepatenteerde product niet door een ander bedrijf worden nagemaakt. Zo kan het patenthoudend bedrijf haar investeringen terugverdienen, wat een stimulans is voor zowel innovatie van dat product als voor onderzoek naar medicijnen voor andere ziekten. De farmaceutische industrie, bijgestaan door regeringen van onder andere de Verenigde Staten, Canada, Zwitserland, Japan en Australië, benadrukt dat een streng patentbeleid onderzoek naar armoedegerelateerde ziekten en de ontwikkeling van medicijnen daartegen zal stimuleren. Dit was in 1994 een belangrijke reden voor veel ontwikkelingslanden om de patentregeling te aanvaarden.
Het TRIPS-akkoord staat onder bepaalde voorwaarden uitzonderingen toe op de exclusieve rechten van patenthouders. Zo kan een land dat te kampen heeft met een crisis in de gezondheidssituatie, het recht krijgen om de benodigde medicijnen tegen een lagere inkoopsprijs uit een ander land te importeren (parallelle import). Ook kan de regering een binnenlands bedrijf zonder toestemming van de patenthouder een vergunning (dwanglicentie) verstrekken om het benodigde geneesmiddel goedkoper te produceren. Het is echter niet precies helder wanneer een land zich op deze uitzonderingen kan beroepen. Onduidelijk blijft wanneer de internationale afspraken gelden en wanneer de lidstaten een autonoom gezondheidsbeleid kunnen voeren. Dat is een belangrijke oorzaak van de conflicten rondom het Zuid-Afrikaanse en het Braziliaanse medicijnenbeleid van dit jaar.
Daarnaast hebben kleinere ontwikkelingslanden weinig tot niets aan deze uitzonderingen. Hun afzetmarkt is te klein om de gedane investeringen terug te verdienen, of zij hebben niet de kennis en de industriële capaciteit om de geneesmiddelen zelf te reproduceren.
Viagra
Bovendien heeft het strenge patentbeleid niet geleid tot de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen voor de derdewereldmarkt. Dit is echter hard nodig omdat veel ziekten en virussen in ontwikkelingslanden reeds resistent zijn tegen de bestaande vaccins en medicijnen. Jaarlijks sterven acht miljoen mensen aan infecties aan de luchtwegen, diarree, tuberculose en malaria, terwijl slechts één procent van het onderzoeksbudget in de wereldgezondheidszorg aan deze ziekten wordt besteed. Het op de markt brengen van nieuwe medicijnen tegen deze ziekten levert de farmaceutische industrie immers niets op. Hoe kunnen miljoenen arme mensen op tegen de miljarden dollars die de westerse wereld bereid is te investeren in middeltjes tegen rimpels, kaalheid, voetschimmels en, met stip op nummer één, impotentie? Want voor alle duidelijkheid: in het eerste jaar dat Viagra op de markt was bedroeg de omzet al meer dan een miljard dollar. Een strenge bescherming van patenten in ontwikkelingslanden zal nagenoeg geen verandering brengen in deze harde realiteit van de farmaceutische markt. Daar komt nog bij dat niet alleen voor een medicijn twintig jaar patent geldt, maar dat ook op verbeteringen aan datzelfde geneesmiddel weer patent kan worden verkregen. Daarmee blijven de prijzen jarenlang torenhoog. Dat is reden te meer voor ontwikkelingslanden om het TRIPS-akkoord zo te willen aanpassen dat dit een nationaal gezondheidsbeleid niet in de weg staat.
Voorstel
De interpretatie van het TRIPS-akkoord was daarom voor de ontwikkelingslanden een belangrijk punt op de Ministeriële Conferentie van de lidstaten van de WTO van 9 tot 14 november in Qatar. In de aanloop naar de conferentie vond in september in Genève een bijeenkomst plaats van de WTO-TRIPS Council. Daar deed een groep van 46 ontwikkelingslanden een voorstel voor een sociale interpretatie van het TRIPS-akkoord. De groep herbergde Brazilië en andere Zuid-Amerikaanse landen, maar opvallend afwezig waren relatief rijke landen als Argentinië en Chili. Deze groep landen stelde voor dat niets in het TRIPS-akkoord WTO-lidstaten mag verhinderen acties te ondernemen ter bescherming van de nationale volksgezondheid. WTO-leden moeten zonder angst voor sancties en zonder allerlei tijdrovende procedures dwanglicenties kunnen verstrekken of overgaan tot parallelle import. Het was de bedoeling dat dit voorstel in Quatar overgenomen zou worden als Ministeriële Verklaring van de hele WTO-conferentie. Deze landen worden gesteund door veel non-gouvernementele organisaties (ngo's) die willen voorkomen dat multilaterale wetten op intellectuele eigendommen voorrang krijgen op nationale bescherming van de volksgezondheid. Organisaties als Oxfam en Artsen Zonder Grenzen vinden dat er een eind moet komen aan het onder druk zetten en tiranniseren van derdewereldlanden. Bilateraal uitvechten van geschillen, zoals in het geval van Zuid-Afrika en Brazilië, werkt deze tirannie in de hand omdat een derdewereldland het dan in z'n eentje moet opnemen tegen de machtige farmaceutische industrie. Daarom pleiten de ngo's voor een multilaterale aanpak van problemen. Ter ondersteuning van de ontwikkelingslanden hielden humanitaire organisaties de handtekeningenactie Health before Wealth. De handtekeningen zijn in november overhandigd aan de president van de Verenigde Staten, George W. Bush, dezelfde man in wiens inauguratie alleen al twee miljoen dollar werd gepompt door de farmaceutische industrie.
Dikke vinger
Farmaceutische bedrijven beïnvloeden het Noord-Amerikaanse gezondheidsbeleid niet alleen met geld. In het kabinet van Bush zetelen ook twee ex-directeuren van farmaceutische industrieën. Daarnaast hebben topfunctionarissen van onder andere medicijnenfabrikant Merck in adviescommissies gezeten voor het gezondheidsprogramma van Bush. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Verenigde Staten tijdens de TRIPS Council het verzet tegen het voorstel van de derdewereldlanden aanvoerden. Hun meest agressieve medestander was Zwitserland waar de farmaceutische industrie eveneens een dikke vinger in de pap heeft. De twee landen kregen steun van Japan, Canada en Australië. Volgens deze landen bestaat er geen echte onduidelijkheid over de tekst in het TRIPS-akkoord. Zij steunen hiermee de patenthouders, die vaak betogen dat niet de hoge prijs van geneesmiddelen het kernprobleem van de gezondheidszorg is in veel ontwikkelingslanden. Veel erger zijn volgens de industrie het ontbreken van goed functionerende lokale distributiecentra van geneesmiddelen, het tekort aan bekwame artsen en andere gezondheidswerkers om medicijnen voor te schrijven, voorlichting te geven en patiënten te begeleiden. De farmaceutische industrie verwijst maar al te graag naar deze infrastructurele problemen. Een lagere prijs voor medicijnen zal geen structurele zoden aan de dijk zetten, volgens de bedrijven.
Hoewel verbeteringen in de gezondheidsinfrastructuur noodzakelijk zijn, zal een sociale interpretatie van het TRIPS-akkoord de toegang tot medicijnen voor derdewereldlanden zeker bevorderen. De Nederlandse ngo Wemos, die probeert de gezondheid van mensen in ontwikkelingslanden te verbeteren door het beïnvloeden van beleid in de rijke landen, heeft hierover een duidelijk standpunt. Volgens Nicole Metz, medewerkster van Wemos, is de Ministeriële Verklaring, zoals de ontwikkelingslanden die voorstellen, van belang voor de totstandkoming van een internationaal gezondheidsbeleid. Internationale afspraken over parallelle import en dwanglicenties zorgen namelijk voor een duidelijke patentwetgeving waaraan gerefereerd kan worden in eventuele toekomstige geschillen tussen WTO-lidstaten.
Strategisch spel
In principe staat Nederland een interpretatie van het TRIPS-akkoord voor waarbij het recht op gezondheid een centrale plaats inneemt. In een publiek debat in Den Haag op 12 oktober drong minister Herfkens van ontwikkelingssamenwerking nog aan op herziening van de verdragsbepaling dat regeringen alleen dwanglicenties mogen uitgeven aan nationale bedrijven die exclusief voor de eigen, nationale markt produceren. Herfkens: "Dat sluit de groep armste landen effectief buiten. Ze hebben geen eigen industrie aan wie ze een licentie kunnen geven."
Nicole Metz maakte deel uit van de Nederlandse delegatie in Qatar. Hoewel Nederland welwillend stond tegenover het voorstel van de ontwikkelingslanden, leverde de delegatie inhoudelijk weinig inbreng tijdens de WTO-top. Veeleer bood Nederland ondersteuning aan het standpunt van de Europese Unie.
Enigszins aarzelend liet de EU tijdens de TRIPS Council in Genève weten dat zij in principe bereid is flexibel om te gaan met patentrechten wanneer het gaat om essentiële medicijnen en volksgezondheid. Ook in Qatar was deze aarzelende houding merkbaar, die Nicole Metz definieert als een 'strategisch spel'. De EU heeft veel energie gestoken in haar rol als bruggenbouwer tussen de VS en de ontwikkelingslanden, met als belangrijkste doel voor ogen dat er resultaten moesten komen.
Het akkoord dat door de WTO-lidstaten is gesloten is een positieve stap in de goede richting, hierover zijn zowel Ellen 't Hoen van Artsen Zonder Grenzen (AZG) als Nicole Metz het eens. Het akkoord zet het belang van gezondheid boven dat van patenten. Hoewel de tekst niet veel overeenkomst vertoont met het voorstel van de ontwikkelingslanden in Genève, biedt het akkoord een handvat voor arme landen. Zij zullen de aankomende vier jaar, wanneer zij dat nodig achten, zonder angst voor represailles kunnen overgaan tot parallele import of het verstrekken van dwanglicenties.
In 2005/2006 zullen echter landen als India, die momenteel generieke medicijnen exporteren, alleen nog maar voor de eigen markt mogen produceren. De armste landen zullen daarvan de dupe worden, omdat zij niet beschikken over een draagkrachtige farmaceutische industrie. Voor dit probleem zal voor 2002 gepoogd worden een oplossing te vinden. Volgens Ellen 't Hoen verkeert AZG, hoewel de organisatie uitermate tevreden is over het in Qatar gesloten akkoord, niet in een jubelstemming. Nicole Metz toont meer scepsis over het akkoord. Volgens haar moet de toekomst uitwijzen of de nieuwe interpretatie van het TRIPS-akkoord bindend genoeg is om te verhinderen dat farmaceutische bedrijven een rechtszaak aanspannen tegen landen die patentrechten omzeilen.
Boemerang
Heel even leek het in oktober dat het standpunt van de Verenigde Staten over een streng patentbeleid een boemerangeffect zou hebben. De terroristische aanslagen met miltvuur zorgden voor een kolossale vraag naar het medicijn Cipro waarop het Duitse concern Bayer het patent houdt. Toen de Verenigde Staten dreigden het patentrecht te zullen schenden, stonden humanitaire organisaties handenwringend op de voorste rij om de ontwikkelingen te volgen. Een schending van het patentrecht naar aanleiding van slechts enkele doden zou immers een geweldige aanleiding zijn om de 25 miljoen HIV-besmette mensen in derdewereldlanden nog eens nadrukkelijk onder de aandacht te brengen. Het mocht niet zo zijn. Bayer zwichtte meteen onder de druk van de Verenigde Staten en gaf Cipro voor een vriendenprijsje vrij met als klap op de vuurpijl nog een donatie van vier miljoen pillen aan het in nood verkerende land. Met alle respect voor de miltvuurslachtoffers, zou je toch bijna willen dat aids ook in envelopjes was verspreid.
Gentechnologie in Brazilië verboden
Roeland Muskens
Voedselexport stijgt
Brazilië speelt een sleutelrol in de wereldwijde strijd tegen biotechnologie. Het is de enige grote exporteur van landbouwproducten die genetische manipulatie van gewassen niet toestaat. Terwijl Nederland wikt en weegt over de risico's en mogelijke voordelen van knutselen aan genetisch materiaal, spreekt de Braziliaanse campagneleider Adriano Campolina de Oliveira Soares over het succes van de Braziliaanse strijd tegen transgénicos.
Brazilië is waarschijnlijk 's werelds enige land dat groot voordeel heeft van de genetische modificatie van landbouwgewassen. Dat komt omdat Brazilië die gewassen heeft verboden! Terwijl andere grote voedselproducenten zoals de Verenigde Staten, Australië en Argentinië moderne biotechnologie hebben omarmd, kan Brazilië nog garanderen dat de soja en maïs die het land exporteert nog beschikt over origineel, ongekunsteld genenmateriaal. Dit heeft het land een bijzondere status opgeleverd als leverancier voor de bezorgde consument in Europa en Japan. Sinds 1999, toen Brazilië moderne biotechnologie in de ban deed, is de export van soja verdubbeld van twee naar bijna vier miljoen ton. Ook voor maïs legt 'gentech' het land geen windeieren. Voor het eerst in de geschiedenis zal Brazilië in 2001 meer maïs uitvoeren dan invoeren.
Adriano Campolina de Oliveira Soares kan een glimlach niet onderdrukken wanneer hij de cijfers noemt. Campolina is coördinator van de organisatie Action Aid Brazilië. Deze organisatie is één van de drijvende krachten achter de campagne voor een GMO (Genetically Manipulated Organisms)-vrij Brazilië (Por um Brasil livre de Transgénicos). De strijd om het GMO-vrij houden van Brazilië kan een heet hangijzer worden bij de presidentsverkiezingen van 2002, denkt Campolina.
Parlementsverkiezingen in Chili
Jan de Kievid
Gaat rechts winnen?
Op 16 december mogen de Chilenen stemmen voor een nieuw parlement. Zij beoordelen dan de eerste twee jaar van president Lagos. Omdat de werkloosheid hoog is en Lagos nog weinig heeft bereikt, gaat rechts misschien - voor het eerst sinds de dictatuur - winnen.
De aanloop tot de parlementsverkiezingen van 16 december past niet bij het Chileense zelfbeeld van een modern, geordend en vreedzaam land. In juli moest via een spoedwetje de verkiezingsdatum vijf dagen worden verschoven omdat de grootste partij, de christen-democraten, de kandidaten niet op tijd had ingeschreven. Eind oktober viel een dode bij een vechtpartij tussen propagandisten van de twee samenwerkende rechtse partijen.
De kiezers geven in december hun oordeel over de eerste twee jaar van de sociaal-democratische president Ricardo Lagos, leider van de Concertación, het verbond van christen-democraten en sociaal-democraten dat sinds het einde van de dictatuur in 1990 steeds de regering vormt. Jarenlang versloeg zij met ruime meerderheid rechtse partijen en presidentkandidaten, maar bij de verkiezing van Lagos ging het bijna mis. Pas in de tweede ronde in januari 2000 kon hij zijn rechtse tegenstander Joaquín Lavín met 51 tegen 49 procent achter zich laten. Het was voor een kandidaat van de regerende coalitie ook een beroerd moment. In 1999 was voor het eerst sinds 1983 het BNP gedaald en de werkloosheid was in een jaar verdubbeld tot het hoogste punt sinds 1986.
Maskers
Lagos en Lavín hadden de kiezers nadrukkelijk beloofd de werkloosheid terug te dringen. Daarnaast had Lagos plannen waar Lavín niets van wilde weten, al sprak Lagos ze eerder fluisterend dan schreeuwend uit: het eindelijk voltooien van de overgang naar democratie en het legaliseren van echtscheiding.
Hoever is Lagos in krap twee jaar gekomen? De Chileense economie herstelde zich en groeide in 2000 met 5,1 procent en in de eerste helft van 2001 met 3,5 procent. Maar de werkloosheid is nauwelijks afgenomen. In Santiago zit zelfs ruim een kwart van de jongeren zonder werk. De vooruitzichten zijn ongunstig. In Chili zijn de effecten voelbaar van de economische crisis in buurland Argentinië. Ook de aanslagen in New York werken door. Begin november daalde de koperprijs tot het laagste punt in een eeuw. Omdat koper goed is voor bijna de helft van de Chileense export, loopt Chili in een jaar ruim een miljard exportdollars mis. Minister van financiën Eyzaguirre spreekt over "een van de moeilijkste situaties van de laatste tientallen jaren." Gevreesd wordt voor het ontslag van duizenden mijnwerkers. Ook onder Lagos zijn de inkomensverschillen, in Chili toch al extreem, blijven groeien.
Alleen het bedrijf Masprot beleeft gouden tijden. Gewoonlijk produceert Masprot 80 duizend gasmaskers per jaar, vooral voor mijnwerkers. Nu zijn er uit de Verenigde Staten 100 duizend maskers per maand besteld. Dat kan Masprot natuurlijk niet aan, maar half oktober zijn de eerste 10 duizend maskers verzonden.
Politieke ijskast
De erfenis van de dictatuur werkt nog door. Slechts in een half procent van de moord- en verdwijningszaken zijn de daders in hoogste instantie veroordeeld. Met het proces tegen Pinochet is Chili verder gekomen dan een paar jaar geleden voor mogelijk werd gehouden. Het opheffen van de parlementaire onschendbaarheid door het Hooggerechtshof op 8 augustus 2000 was een grote stap. Maar op 9 juli 2001 werd het proces tijdelijk opgeschort wegens Pinochets gezondheid. Hij moet dus dement of gek zijn, want andere mogelijkheden geeft de wet niet. Formeel is het proces niet ten einde. Als Pinochet herstelt, wordt hij alsnog berecht, maar dat is onwaarschijnlijk. De 86-jarige Pinochet is wel definitief in de 'politieke ijskast' gezet. Zodra hij publiekelijk laat merken dat hij nog over zijn geestelijke vermogens beschikt, vragen advocaten van de slachtoffers een nieuw onderzoek.
Op een paar punten is vooruitgang geboekt. Zo is begin 2001 eindelijk de doodstraf in vredestijd afgeschaft. Ook is in mei een nieuwe wet op de vrijheid van meningsuiting aangenomen. Daardoor kan het in 1999 verboden Zwartboek van de Chileense justitie eindelijk legaal worden verkocht. Maar volgens journalisten legt ook de nieuwe wet de persvrijheid nog te veel aan banden.
Van democratisering van de staatsinstellingen is het nog niet gekomen. Nog steeds is de grondwet van Pinochet geldig. Die bepaalt dat er naast de gekozen senatoren nog een tiental wordt aangewezen door de militaire commandanten, de president en het Hooggerechtshof. Ook oud-presidenten hebben stemrecht in de senaat. Hierdoor heeft rechts een meerderheid en komt vrijwel geen voorstel er ongeschonden door. Daarnaast kan de president de militaire commandanten niet ontslaan. Om deze bepalingen te veranderen is een tweederde meerderheid nodig en die heeft de centrumlinkse coalitie onder de kiezers niet en in de senaat al helemaal niet De rechtse partij RN heeft al herhaaldelijk toegezegd mee te zullen werken aan democratisering van de grondwet, maar die belofte nooit waargemaakt.
Beledigend voor God
Lagos slaagde er net voor de verkiezingen in een herziene arbeidswet door het parlement te loodsen. De anti-vakbondswetgeving van de dictatuur was nog steeds niet onttakeld. Vakbonden en werknemers hebben wel wat meer rechten gekregen, maar de vakbeweging begint nu al te strijden voor een nieuwe herziening.
Graag had Lagos nog voor december een wetsvoorstel ingediend ter hervorming van de gezondheidszorg, maar door grote meningsverschillen tussen betrokkenen en onvoldoende politieke steun is dat opgeschoven tot na de verkiezingen.
Als enige bewoners van het westelijk halfrond kunnen Chilenen nog steeds niet legaal hun huwelijk ontbinden. In 1997 heeft het Huis van Afgevaardigden een voorstel goedgekeurd dat onder bepaalde voorwaarden echtscheiding mogelijk maakt, mits de echtgenoten eerst minstens twee jaar niet meer hebben samengewoond. De katholieke kerk keert zich buitengewoon fel tegen deze ondermijning van gezin en moraal. Omdat dit voorstel het in de senaat niet haalt, heeft de regering het uitgebreid: na twee jaar apart wonen volgen twee jaar van verplichte bemiddeling. Ook dit vinden de bisschoppen een "extreem standpunt". De regering geeft geen prioriteit aan het voorstel, maar het is wel onderdeel van de verkiezingsstrijd geworden. Kardinaal Jorge Medina, tegenwoordig topfunctionaris bij het Vaticaan, heeft de Chilenen opgeroepen alleen te stemmen op katholieke kandidaten die de aanwijzingen van de kerk opvolgen. Medina kan volgens eigen zeggen niet zwijgen bij situaties die beledigend zijn voor God. Hij heeft echter de moorden en verdwijningen nooit als beledigend voor God ervaren.
Cohabitatie
Toch beheerst niet echtscheiding de verkiezingen, maar werk en veiligheid. De rechtse oppositie benadrukt het falen van de regering op deze punten, terwijl de regering roept dat zij er alles aan doet. Lagos heeft onlangs een veiligheidsplan aangekondigd van twintig maatregelen, waaronder DNA-testen en registreren van wapenbezit.
Het is niet ondenkbaar dat de rechtse coalitie Alliantie voor Chili - bestaande uit de rechtse RN en de extreemrechtse UDI - de verkiezingen wint. De centrumlinkse Concertación heeft nu 69 van de 120 leden van het Huis van Afgevaardigden en 20 van de 38 gekozen leden van de senaat. De andere 51 en 18 leden zijn rechts. Door het nog van Pinochet geërfde kiesstelsel maken alleen grote partijen en samenwerkingsverbanden een kans. De voor de staatsgreep van 1973 ook parlementair belangrijke communistische partij (PC) heeft door dit stelsel na de dictatuur nooit meer een parlementszetel kunnen verwerven, hoewel de partij sterk is in de vakbeweging en studentenorganisaties.
Een indicatie van een mogelijke rechtse overwinning is dat UDI-leider Lavín volgens een peiling verreweg de populairste politicus van het land is (Lagos deed als president niet mee). Vorig jaar werd Lavín met 61 procent gekozen tot burgemeester van het centrum van Santiago. Het rechtse blok wordt echter geteisterd door ruzies. Zo is de tamelijk liberale RN-leider Sebastián Piñera als senaatskandidaat door een manoeuvre van de UDI gewipt ten gunste van de marinecommandant die overstapt naar de politiek. Ook de recente dood van een RN-propagandist na een vechtpartij met de UDI heeft de verhoudingen op scherp gezet.
Omdat Chili geen parlementair, maar een presidentieel stelsel kent, zal een rechtse overwinning niet leiden tot een regeringswisseling. Het wordt voor de zittende regering wel moeilijker om wetten door het parlement te krijgen. Men was sinds 1990 al gewend aan een cohabitatie met een rechtse senaat. Daar zou dan cohabitatie met een rechts Huis van Afgevaardigden bijkomen.
Sinds 1990 is de politiek bepaald door twee blokken: dat van de voormalige aanhangers en dat van de voormalige tegenstanders (van centrum en gematigd links) van de dictatuur. Nu wordt voor het eerst voorzichtig gemorreld aan de scheiding tussen die blokken. Zowel in het meer liberale deel van RN als onder christen-democraten en sociaal-democraten pleiten individuele leden voor een regering die niet helemaal uit aanhangers van één blok bestaat of zelfs voor een nieuwe partij. Zo'n partij zou in het politieke centrum zitten en mensen uit beide blokken moeten trekken.
Hiermee zou een nieuwe fase in de Chileense politiek ingaan. Zo ver is het echter nog niet. Nu proberen de leiders krampachtig de eigen gelederen gesloten te houden om zo hoog mogelijk te scoren op 16 december.
HONDURAS
Maja Haanskorf
Het kleine land in
Midden-Amerika met de vele bijnamen, van bananenrepubliek tot
vliegdekschip van de Verenigde Staten. Twee jaar geleden was Honduras
even ‘groot nieuws’, toen de orkaan Mitch er huis hield. Daarna
daalde de stilte weer over het land. In november waren er
verkiezingen, voor een nieuwe president, burgemeesters en leden van
het Congres. De keuze ging tussen kandidaten van de Nationale en de
Liberale partij, van oudsher de grote partijen. Inmiddels is de
uitslag bekend, maar maakt het eigenlijk uit wie er heeft gewonnen?
FORT
ORANJE Walter
Lotens
Jazeker, een
Nederlands Fort Oranje op de noordwestkust van Brazilië. Ruim drie
eeuwen geleden bouwde het Huis van Oranje hier grote forten. Het waren
de jaren van Piet Hein en de Zilvervloot en van de gloriedagen van de
West-Indische Compagnie. De huidige bewaker van het fort, de
ex-crimineel Zé Amaro, heeft van Fort Oranje zijn levenswerk gemaakt.
Hij zegt zich meer Nederlander dan Braziliaan te voelen en heeft grote
bewondering voor Mauricio, Maurits van Nassau, die in deze contreien
ooit de stad Mauritsstad liet bouwen.
|