info noticiashome
 

Met daarin onder meer:

REDACTIONEEL
- De markt doet zijn werk

ACTUEEL
- Interview Ingrid Betancourt
- Positie Chávez wankelt
- Mythe van het peronisme
- Argentinië aan de grond

PORTFOLIO
- Argentijnse fotograaf Marcelo Brodsky

ACTUEEL
- Aids in El Salvador
- Cuba en de Verenigde Staten
- In memoriam: Jean Carričre

CULTUUR 
- John Jansen van Galen over Suriname
- Uitgelezen
- CD-recensie
- Kort Latijns-Amerikaans
- Agenda 

Het volgende nummer van LA Chispa
zal medio mei verschijnen

REDACTIONEEL   Maja Haanskorf
De markt doet zijn werk

Het broeit weer in Latijns-Amerika. Argentinië zit economisch aan de grond en politiek is er een moeilijk te definiëren peronisme aan de macht. Colombia is in staat van oorlog. Na de kaping van een binnenlands passagiersvliegtuig door een commando van de FARC op 21 februari heeft president Pastrana de oorlog verklaard. De gedemilitariseerde zone van de FARC wordt te land en vanuit de lucht aangevallen. Venezuela staat economisch voor een debacle: de munt bolívar is losgekoppeld van de dollar en zwaar gedevalueerd. De positie van president Chávez wankelt en een staatsgreep ligt op de loer.
Dan hebben we het nog niet over Bolivia, waar politie en cocaboeren een verwoede strijd voeren . Of over Peru, waar president Toledo er niet in slaagt een wezenlijk andere post-Fujimori koers uit te zetten. Of Uruguay, dat langzaam maar zeker in de economische depressie wordt meegezogen. 

In deze LA Chispa besteden we vooral aandacht aan Argentinië, Colombia en Venezuela. Hoe verschillend de problemen in deze landen ook mogen zijn, ze hebben één overeenkomst: ze komen de Verenigde Staten niet slecht uit. De war on drugs en de war on terrorism hebben vrij spel in Colombia. Een meerderheid van de Colombianen is het geweld zat en verwelkomt ieder militair ingrijpen om een eind te maken aan de guerrilla. De uiterst rechtse presidentskandidaat Uribe scoort het hoogst in de peilingen. 
Als Chávez van het toneel verdwijnt zullen de VS dat niet betreuren. Zijn geflirt met landen als Cuba en Irak is hen al lang een doorn in het oog. Bovendien vrezen de VS zijn toenadering tot de FARC in Colombia. Twee vliegen in één klap zou je zeggen.
De economische crisis in Argentinië komt de VS ook niet slecht uit. Het IMF laat het land op een cruciaal moment in de steek, na het eerder tot de ondergang gedreven te hebben. Dit maakt de weg zo niet vrij, dan toch makkelijker begaanbaar voor de vrijhandelszone van Alaska tot Patagonië, die de Amerikaanse regering zo vurig wenst. Lastige Latijns-Amerikaanse organisaties, zoals de Mercosur, komen zwaar onder druk te staan en dan neemt het enthousiasme voor het verdrag wel toe. Waarmee de VS met meer succes de strijd kunnen aanbinden tegen de Europese Unie. 

Gaan deze drie landen voor de bijl, dan rest er niet veel keus meer voor Brazilië, het land dat tot nu toe de meeste reserves toont voor een continentlang vrijhandelsverdrag. Chili hebben de VS al in hun zak, want dat land is al begonnen aan besprekingen voor bilaterale handelsovereenkomsten. Een algehele economische en politieke pacificatie ten faveure van de VS zal het gevolg zijn. 
De CIA hoeft geen geheime operaties meer uit te voeren, de markt doet zijn werk. Gesteund door het idee het terrorisme gewapenderwijs wereldwijd uit te kunnen roeien. Tenzij landen als Brazilië en Argentinië hun kont tegen de krib gooien. En tenzij vanuit Europa initiatieven komen om de Latijns-Amerikaanse landen zowel economisch als politiek te steunen. Al was het maar uit welbegrepen eigenbelang, om de eigen positie tegenover de VS te versterken. Het doel heiligt niet alle middelen, maar een beetje pragmatisme kan geen kwaad. 

'MIJN WOEDE IS GEMENGD MET LIEFDE VOOR COLOMBIA'   Maja Haanskorf
Onvermoeibare strijd van presidentskandidate tegen corruptie

"Als er geen democratie bestaat, moet die gemaakt worden", zegt Ingrid Betancourt met grote stelligheid. De Colombiaanse presidentskandidate heeft de opbouw van de democratie en de strijd tegen corruptie tot haar levenswerk gemaakt. Haar verkiezingscampagne kwam op 23 februari abrupt tot stilstand, toen een commando van de FARC haar ontvoerde. Op dit moment is ze nog in handen van de guerrillagroep, die vrijlating van haar gevangenen eist in ruil voor vrijlating van Betancourt. In november vorig jaar was ze in Amsterdam voor de promotie van haar boek Woede in het hart, een politieke autobiografie waarin zij met hartstocht vertelt over haar strijd voor een nieuw Colombia.

Een tengere, maar gedreven vrouw vertelt in Amsterdam in rap tempo over haar levenswerk: het scheppen van een nieuw Colombia. Woede in het hart, zo heet haar boek dat in november 2001 verscheen. Daarin zet Ingrid Betancourt, de veertigjarige kandidate voor de Colombiaanse presidentsverkiezingen van mei 2002, uiteen zet hoe ze de strijd tegen corruptie heeft aangebonden. Dat is namelijk de bron van alle ellende, volgens Betancourt. "Colombia is besmet met het virus van de corruptie, al sinds het ontstaan van de onafhankelijkheid. De oligarchie heeft de machtsstructuren uit de Spaanse koloniale tijd overgenomen en ze in een democratisch jasje gestoken. Maar het land bleef wat het was, een territorium om rijkdom te vergaren. De Colombiaanse staat is geboren als een instrument van de nieuwe bazen om zich te verrijken. Zolang de corruptie bestaat, kan er geen democratie zijn." 
Tien jaar geleden begon Betancourt haar politieke strijd, die haar via het Huis van Afgevaardigden tot in de Senaat voerde. In haar boek doet ze verslag van de wantoestanden in de bestuurlijke organen. Werkelijk iedereen is betrokken bij de drugshandel, ontvangt er gelden van en probeert zijn eigen hachje te redden. Schijnbaar onvermoeibaar stelt Betancourt de misstanden aan de kaak. Ze schuwt niet man en paard te noemen. Het is haar komen te staan op doodsbedreigingen, die ook haar twee kinderen betreffen. Die wonen inmiddels al zes jaar bij hun vader in het buitenland, van wie Betancourt al langer gescheiden was. 
Tegenstanders menen dat de presidentskandidate blijkbaar de enige is die geen enkele blaam treft en noemen haar ironisch 'Jeanne d' Arc'. Voorstanders zien in haar de belichaming van een nieuw Colombia. Op die Colombianen heeft Betancourt haar hoop gevestigd. "Ik weet dat Colombia zo'n mooi land kan zijn. De Colombianen hebben altijd democratie gewild, al sinds de tijden van Bolívar. Dat maakt mij zo kwaad, dat een heel volk al meer dan honderd jaar slachtoffer is van onrecht en geweld. Mijn woede is gemengd met liefde voor Colombia. De woede zit in mijn hart, zoals bij veel Colombianen. Ik wil dit niet meer accepteren en ik ben niet de enige. In 1998 heb ik de politieke partij Oxígeno opgericht om mij kandidaat te kunnen stellen voor de senaat. Tegen alle aantijgingen van de heersende politici in heb ik voldoende stemmen gekregen om in hetzelfde jaar tot senator te worden gekozen. Ik sta er niet alleen voor."

U beschrijft de Colombiaanse staat als een narcostaat, die gefinancierd wordt door de drugshandelaren. Hoe heeft het zover kunnen komen?
"Wat iedereen goed moet begrijpen is dat de drugshandel niet de oorzaak is van de rampzalige toestand van het land. Het is andersom: het politieke systeem is van het begin af aan zo verrot, zo corrupt geweest, dat het de groei van de drugshandel mogelijk heeft gemaakt. Stel je eens voor wat voor paradijs Colombia voor de narco's is. Een regering die niet regeert, maar de buit onderling verdeelt. Een congres dat nooit de regering controleert. Een rechtspraak die geen recht spreekt, maar recht verkoopt. Aan de buitenkant zijn het democratische structuren, maar van binnen is het een grote dievenhandel. Colombia is een land waar het onrecht zegeviert en dat heeft het geweld doen ontstaan."
"Vandaag de dag heeft de drugshandel alle macht. Ze financiert de staat, de rechtspraak en het terrorisme. Je hebt in Colombia niet de staat en de narcomaffia, maar je hebt een narcostaat. Alles en iedereen is te koop. Mensen die zich ertegen verzetten bekopen dat met de dood. Hoeveel rechters die eerlijk recht wilden spreken zijn niet vermoord? Wie eerlijk is hoeft op geen enkele bescherming te rekenen. De enige manier om aan deze situatie een eind te maken is het scheppen van een werkelijke democratie. En dat betekent een einde aan de corruptie maken. Corruptie is niet anders dan het ontbreken van democratie."

De drugshandel financiert ook het terrorisme, zegt u. Over welk terrorisme heeft u het dan?
"Over het terrorisme van de guerrilla en van de paramilitairen. Beiden voeren een terroristische oorlog met de bevolking als doelwit en beiden worden gefinancierd door de narco's. Geen van beiden geeft dat natuurlijk toe. Maar we kunnen niet blijven denken dat we de drugshandel kunnen bestrijden als we er ons tegelijk mee blijven voeden. De staat ontkent alles, zowel haar banden met de narco's als met de paramilitairen. Dat komt de politici prima uit, want die willen geen hervormingen. Voor de gevestigde macht is de meest ideale oplossing een militaire uitschakeling van de guerrilla. Dan verandert er niets en kan zij doorgaan met zich te verrijken. Het geweld zal dan ook blijven bestaan. Het is juist de rechteloosheid die het geweld veroorzaakt. Dat is al zo sinds het begin van onze staat. Nu voeren guerrilla en paramilitairen een vuile oorlog ten koste van de bevolking. Het hoort een taak van de president te zijn om een einde te maken aan de vuile oorlog. De banden met paramilitairen en narco's dienen verbroken te worden. Er is geen andere manier. Pas als de staat het voorbeeld geeft kan zij aan anderen eisen stellen. Want ook de guerrilla moet haar banden met de narco's verbreken."

Wat doet president Pastrana op dit gebied? In de media wordt hij afgeschilderd als degene die de ene na de andere concessie doet aan de guerrilla, met name de FARC, de grootste guerrillabeweging.
"Pastrana doet niets. Bij zijn aantreden beloofde hij hervormingen, zowel van de instituties als op sociaal en economisch gebied. Daar heeft hij zich niet aan gehouden. Ik heb destijds zijn campagne ondersteund nadat hij met mij en mijn partij Oxígeno een akkoord had getekend om een plan tot hervormingen in een referendum aan het volk voor te leggen. Dat referendum is er nooit gekomen, hij heeft simpelweg verraad gepleegd. In drie jaar tijd heeft hij geen enkele politieke hervorming doorgevoerd, ook al stond dat op de agenda van de onderhandelingen met de FARC. Hij had ook drie jaar de tijd voor agrarische en sociale hervormingen. Er is niets van terechtgekomen. Zijn plan voor vrede deed het goed bij de verkiezingen. Dat weet de FARC ook heel goed, dat het vooral een mediastunt was om kiezers te krijgen. Pastrana is tenslotte een voormalig televisiejournalist. Vervolgens heeft hij een gebied ter grootte van 42 duizend vierkante kilometer aan de FARC gegeven, zonder er iets voor in ruil te krijgen. Het aanbod kwam de FARC goed uit, ze had nu een gebied waar zij zich politiek en militair kon organiseren. Maar als de FARC niets deed om vrede te bereiken, dan geldt dat ook voor Pastrana. Als president zou hij richting moeten geven aan hervormingen en aan het betrekken van de bevolking bij het vredesproces. Hij heeft zelfs geen voorstellen in die richting gedaan."

Hoe ziet u de rol van de paramilitairen? 
"De paramilitairen functioneren ten dienste van de staat en van machtige economische groepen. De enige manier om ze aan te pakken is het verbreken van de clandestiene banden tussen de staat, het leger en de drugshandel. Zodat duidelijk wordt wie welk spel speelt. Nu hebben ze de vrije hand. Ze trekken een gebied binnen en zeggen dat ze de streek gaan pacificeren. Ze halen alles en iedereen weg. Boeren moeten hun grond verlaten, terwijl zij er de rechtmatige eigenaars van zijn, met papieren en al. De para's verbranden kadasters, zodat er geen eigendomspapieren meer zijn. Het land is dan van niemand, het is braakliggende grond geworden. Vervolgens verkopen de para's de grond voor een zacht prijsje aan hun financiers. Dat is een georganiseerde en gelegaliseerde handel. Het gevolg zijn de honderdduizend boeren die nu in het zuiden van het land coca verbouwen. Een agrarische 'tegenhervorming', uitgevoerd door de paramilitairen. Dat is de band tussen oorlog en drugshandel. De oorlog levert de sociale structuren die nodig zijn om de drugshandel in stand te houden. Ze levert de boeren, die geen kant meer uit kunnen. Welke keus hebben zij? Zich aansluiten bij de guerrilla, bij de para's, bij de massa's werklozen in de steden of coca verbouwen. Daarom betekent het aanpakken van de drugshandel ook het invoeren van een agrarische hervorming. Zolang er geen oplossing is voor al die verdreven boeren, kun je de narco's niet aanpakken. Dan zijn er altijd boeren die gedwongen worden coca te verbouwen, omdat paramilitairen in opdracht van de narco's mensen van hun land verdrijven. De staat en de rechtspraak zijn georganiseerd om deze praktijken te legaliseren. Nogmaals: zonder democratie verandert dit niet."

Inmiddels is in Colombia de strijd tegen de drugs aangebonden onder de vlag van Plan Colombia. Een militaire operatie onder auspiciën van de Verenigde Staten. Hoe beoordeelt u het Plan Colombia?
"We moeten van de drugshandel af en van de narcostaat. Wat dat betreft is de diagnose van het Plan Colombia goed. Zonder de narco's is er geen financiering van de corruptie. De VS zijn pragmatisch, ze geven steun als het in hun belang is. Op dit moment vloeien de belangen samen in de uitschakeling van de drugshandel. Het is voor Colombia de enige manier om een democratie op te bouwen. Het probleem is dat de strategie niet gericht is op het hart van het probleem, maar op de periferie. Het besproeien van cocavelden en het aanvallen van de boeren lost niets op. Het leidt slechts tot versnelde ontbossing en verscherping van de sociale problemen. Het hart van het probleem ligt in de verbondenheid van de staat met de narco's. Daarom zouden de VS ons moeten steunen bij de opbouw van een democratie, bij schone verkiezingen, zodat andere kandidaten een kans krijgen. De VS hebben in Colombia geen waardige partner die meedenkt over een oplossing. Hier zeggen politici: 'er is geen oplossing'. Ze nemen geen enkel initiatief. Degenen die met voorstellen zouden moeten komen, zijn dezelfde personen die verbonden zijn met de narco's. Die vinden het prima dat de boeren aangevallen worden, zolang de drugshandel maar blijft bestaan. Colombiaanse regeringen willen altijd geld van de VS hebben, maakt niet uit hoe. Het ontbreekt aan eerlijk leiderschap, een president die de strategie bepaalt. Tenslotte is het ons land."

Het vredesproces zit behoorlijk vast. U gaf al aan dat de regering voordeel heeft bij een militaire oplossing en met Plan Colombia lijkt die mogelijkheid eerder groter dan kleiner te worden. Willen de VS niet ook een einde maken aan het terrorisme? 
"Als dat zo is, is dat goed. De twee zijn tenslotte met elkaar verbonden. De vuile oorlog moet stoppen. Zowel de guerrilla als de paramilitairen moeten stoppen met het maken van slachtoffers onder de bevolking. Er zijn geen makkelijke, directe oplossingen voorhanden. We moeten op twee fronten tegelijk werken, op het institutionele vlak en op het terrein van vrede. Daar is politieke wil voor nodig en leiderschap. Als president kun je het congres hervormen, zodat het werkelijk het volk vertegenwoordigt en gewenste sociale hervormingen doorvoert. Op het terrein van de vrede moeten onderhandelingen doorgaan. Op basis van hervormingen, van concessies. Ook al zijn de Colombianen nu in oorlogsstemming en willen zij alle guerrilla's vermoorden, omdat ze het zat zijn om voortdurend slachtoffer te zijn. Maar we doen al 150 jaar niet anders dan de problemen militariseren. Voorop staat dat zowel de regering als de guerrilla hun banden met de narco's verbreken. Dat is een noodzakelijke voorwaarde voor het vredesproces. Je moet weten naar wat voor soort vrede je streeft. Dat mag geen vrede zijn van een staat die een knieval doet voor de guerrilla en die de paramilitairen voor lief neemt, omdat die een rem vormen op omverwerping van de staat. Er moet openlijk gesproken worden over de banden met de drugshandel. Noch de regering, noch de guerrilla kunnen geloofwaardig zijn zolang zij die connecties in stand houden. Tot nu toe zijn de vredesonderhandelingen nooit serieus geweest. Het doel was slechts om tijd te winnen om een militair overwicht te bereiken en zo de overwinning te boeken. Regering en guerrilla helpen elkaar de oorlog te handhaven, waardoor zij zich kunnen blijven verrijken. De bevolking, de gewone mensen zijn de klos."

U staat kandidaat bij de presidentsverkiezingen in mei 2002. Voert uw partij Oxígeno een eigen lijst? En hoe staan uw kansen ervoor?
"Het voeren van een eigen lijst is zelfmoord. Door het huidige kiessysteem kunnen we dan nooit aan voldoende afgevaardigden komen. We praten met andere onafhankelijke politici, die hetzelfde denken over de opbouw van een nieuw democratisch Colombia. Een bundeling van democratische krachten, die ideologisch best van mening kunnen verschillen. Zo is Oxígeno ook samengesteld, als een open democratische partij. Er zitten mensen in met communistische ideeën, vakbondsmensen, leden van mensenrechtengroepen, natuurbeschermers, noem maar op. Ze komen uit alle lagen van de bevolking en zijn op allerlei niveaus actief. Wat betreft onze kansen ben ik optimistisch. Er zijn zoveel Colombianen die een werkelijke verandering willen. Ik weet dat we in de peilingen op 5 procent staan. Maar toen ik destijds kandidaat was voor de senaat, kwam ik in de peilingen niet eens voor, terwijl ik wel won. Peilingen worden altijd gemanipuleerd, net zoals stemmen gekocht worden. Daarom is het ook zo'n onzin te zeggen dat Colombianen toch altijd weer op dezelfde twee partijen stemmen. Dat is niet waar, de Liberale en Conservatieve Partij kopen hun stemmen. Ik zal direct naar de mensen toegaan, openhartig spreken, zonder omkoperij. Dat is onze kracht, waarin ik alle vertrouwen heb. Het is de enige kans op een nieuw Colombia."

Waarom is uw boek het eerst in Frankrijk verschenen?
"In Colombia wilde niemand zich eraan branden. Tenslotte heeft de Colombiaanse uitgeverij Grijalbo zich er toch aan gewaagd. Toen het eenmaal in de boekhandel lag, is mijn boek doodgezwegen. Absurd als je bedenkt dat het om een boek van een Colombiaanse gaat, dat in het buitenland als een trein verkoopt. In de pers geen woord, geen aankondiging, geen recensie. Ik heb toen zelf in El Tiempo een betaalde advertentie geplaatst. Toch presteerde de krant het om als kop alleen het woord Libro, boek, te gebruiken. Ze hadden er ook 'schoen' of 'hond ' boven kunnen zetten. Je wist niet waar het over ging. Bovendien hebben ze de naam van de boekhandel waar ik zou signeren weggelaten. In Colombia is officieel geen perscensuur, maar eigenaars van de media controleren de informatie. Mijn boek wordt beschouwd als een pamflet tegen Colombia en dat dient geweerd te worden. Toch wisten mensen de weg naar de boekhandel te vinden. In één weekend zijn er vijfhonderd exemplaren verkocht." 


ER IS GOD, ER IS BOLÍVAR EN ER IS CHÁVEZ   Peter Desmet
Wankele positie van Venezolaanse president

'Real y medio', 75 centavos, net niet genoeg voor een hele bolívar; zo wordt de Venezolaanse president Chávez in zijn eigen land spottend genoemd. Na drie jaar op het pluche wankelt zijn positie steeds meer. Het anti-Chávezfront beperkt zich niet meer tot de verpauperende middenklasse. De grootste vakbond eiste een referendum over het al of niet aanblijven van de president. Vijf hoge officieren uit het leger, dat ooit werd volgestouwd met Chávez-getrouwen, riepen om zijn aftreden. Ondanks de regelmatige potten- en pannenconcerten is Chávez onverzettelijk en blijft zich bijna lachwekkend gedragen. Genoeg stof voor Venezolaanse komieken.

Half januari werd Venezuela getrakteerd op een bijzonder voorval. De eerste dame van het land kon het niet meer harden met haar echtgenoot, de president. Tijdens een echtelijke ruzie schoot zij de president in de voet. Ze lijkt al even koleriek als haar man, Hugo Chávez. Hij is iemand van de confrontatie. Diplomatie en verzoening zijn niet aan hem besteed. In plaats van steun te zoeken voor zijn drastisch hervormingsbeleid (zie vorig nummer van LA Chispa) blijft hij op drammerige wijze zijn gelijk op radio en televisie demonstreren. Er bestaat op de tien Venezolaanse televisiekanalen geen programma waar de eigengereide president nog niet heeft 'ingebroken'. Dat betekent dat een baseballwedstrijd, nieuwsuitzending of de normaalgesproken onaantastbare telenovelas zonder enige waarschuwing onderbroken worden. De rechtstreekse toespraken van Chávez nemen vaak een dik uur in beslag. De verkoop van schotelantennes om buitenlandse zenders te ontvangen is in Venezuela spectaculair toegenomen. Alles is beter dan de president op televisie, redeneert de doorsnee Venezolaan. Chávez heeft al openlijk gedreigd eveneens meerderheidsparticipaties te kopen in een paar buitenlandse tv-kanalen, zodat hij ook daar op het scherm kan verkopen. Voeg daar nog bij dat hij in Venezuela met een wekelijkse live televisieshow en een radioprogramma, toepasselijk Allo Presidente getiteld, de Venezolaanse ether in gaat. Dan weet je dat Venezuela wekelijks gemiddeld tien uur Chávez-televisie te verteren heeft.


EEN SPRINGLEVENDE MYTHE   Jan de Kievid
Het Argentijnse peronisme

In de economische chaos in Argentinië is opnieuw een peronist aan de macht gekomen: Eduardo Duhalde. Veel mensen hebben bezorgd gereageerd, want peronisten hebben in het verleden veel ellende veroorzaakt. Is het peronisme meer dan een Argentijnse variant op het Latijns-Amerikaanse populisme? Was het fascistisch of juist socialistisch, en is het in de loop der jaren veranderd? Een politieke stroming die z'n eigen mythe is geworden. 

De Historische Winkler Prins meldde in 1959 over Juan Domingo Perón, de Argentijnse president die in 1955 was afgezet: 'Zijn bewind kwam neer op een schaamteloze uitbuiting van het land ten bate van Perón zelf en zijn vrienden. Corruptie, politiek bedrog en terreur vierden hoogtij achter een façade van parlementarisme en sociale politiek… Perón liet Argentinië in volkomen ontredderde toestand achter.' Het leest als een necrologie voor een 64-jarige van wie men nooit meer iets zal vernemen. Het tegendeel bleek waar. Tien jaar later kon je volgens een Noord-Amerikaanse journalist in Argentinië geen vijf minuten met iemand praten of Peróns naam dook op, hoewel hij al jaren in Spanje woonde. Hij werd gehaat en geliefd: als schurk en vijand van de traditionele oligarchie en als de man die de arbeiders een toekomst had gegeven. Maar de kans leek klein dat Perón ooit naar Argentinië zou terugkeren. 
Toch gebeurde dat in 1973 en daar bleef het niet bij. Rond de afgelopen jaarwisseling berichtten Nederlandse kranten dat Perón wederopgestaan leek, dat met peronisten aan de macht 'het ergste valt te vrezen' en dat Argentinië zich eindelijk moest bevrijden van deze stroming.


ARGENTINIE AAN DE GROND   Maja Haanskorf

Eind vorig jaar sloeg de vlam in de pan. Toen president De la Rúa geen greep kreeg op de economische crisis, werd hij door de bevolking weggejaagd. De peronist Eduardo Duhalde, de nieuwe president na vier interim-presidenten, erft een land dat aan de grond zit. Hoe is dat zo gekomen en wat was daarbij de rol van de Argentijnse regering en van het IMF? Duhalde zit klem, want om de economie vlot te trekken en politiek te overleven moet hij zowel bezuinigen als de koopkracht verhogen.

Een buitenlandse schuld van 150 miljard dollar, een lege staatskas, stagnerende productie en groeiende werkloosheid: dat zijn de grootste problemen. Sinds de zomer van 2001 probeerden president De la Rúa en zijn wonderminister van economische zaken Domingo Cavallo met forse bezuinigingen de economie onder controle te krijgen. Voorop stond de afbetaling van de buitenlandse schuld en het terugbrengen van het begrotingstekort. Zo hoopten zij opnieuw een lening van het IMF los te krijgen. Vooral in de pensioenen en de ambtenarensalarissen werd driftig gesneden; ze werden in augustus gekoppeld aan de - steeds minder wordende - belastingopbrengst. 
Toen Cavallo eind november besloot de dollartegoeden op de banken gedeeltelijk te bevriezen, was de maat voor de Argentijnen vol. Ze mochten per maand slechts duizend pesos omwisselen in dollars. De meeste mensen krijgen hun salaris uitbetaald in pesos, maar moeten hun hypotheek en schulden in dollars betalen. De Argentijnen wilden een mogelijke devaluatie van de peso voor zijn en ondernamen een run op de banken. Vooral de middenklasse was woedend en ging met potten en pannen de straat op. Vlak voor de kerstdagen namen de protesten massale vormen aan. Winkels werden geplunderd en de bevolking eiste het aftreden van De la Rúa. Meer dan 28 mensen kwamen bij de onlusten om het leven. 


AIDS IN EL SALVADOR   Senta in 't Veld
Meer dan een ernstige ziekte   


Tijdens de topconferentie van de Wereldhandelsorganisatie in november 2001 zijn belangrijke afspraken gemaakt over patenten op medicijnen (zie LA Chispa 283). Hierbij stond toegang tot betaalbare medicijnen voor derdewereldlanden centraal, een onderwerp waar de Canadese apotheker Kevin Moody dagelijks mee te maken heeft. Hij is campagnecoördinator bij de Nederlandse afdeling van Artsen Zonder Grenzen (AZG), waar het zijn taak is aan betaalbare medicijnen te komen voor projecten in derdewereldlanden. Momenteel werkt hij mee aan een aidsproject in El Salvador dat zich richt op het voorkomen van besmetting van pasgeborenen door hun HIV-positieve moeder. Volgens Moody is het belangrijk dat er aandacht wordt besteed aan aids in Midden-Amerika.

"Iedereen denkt bij aids aan subsahara-Afrika waar de armoede en het aantal mensen met aids overweldigend zijn. Toch is er ook in Midden-Amerika sprake van een aidsprobleem. El Salvador is bijvoorbeeld een land waar de meeste mensen redelijk in staat zijn voor gewone medicijnen te betalen. De toegang tot aidsremmers en medicijnen tegen infecties die met aids gepaard gaan is echter zeer beperkt."

El Salvador kent zelf geen farmaceutische industrie en is daarom afhankelijk van importmedicijnen. De prijs van gepatenteerde medicijnen is echter hoog. Buitenlandse farmaceuten zijn eerder geneigd goedkoper te leveren aan Afrika dan aan een land als El Salvador, waarvan het aidsprobleem niet onderkend wordt. Merkloze medicijnen zouden een oplossing kunnen zijn ware het niet dat er weinig merkloze aidsremmers te koop zijn. Bovendien moet de kwaliteit van veel van deze medicijnen nog worden aangetoond. Daarom heeft AZG ervoor gekozen zich in El Salvador te richten op het voorkomen van moeder-op-kindbesmetting. Hiervoor zijn relatief weinig medicijnen en medische apparatuur nodig, in tegenstelling tot de dure middelen die bij volledige behandeling van HIV-positieve mensen nodig zijn. 


TOENADERING CUBA EN VERENIGDE STATEN    Cora van den Berg 

Voedseltransporten uit de Verenigde Staten naar Cuba, voor het eerst sinds 41 jaar. Geen onvertogen woord van Castro tegen de huisvesting van Afghaanse strijders op de basis aan de Guantánamo Baai. Zijn twee aartsvijanden de scherpe randjes van hun relatie aan het afvijlen? Is er werkelijk een toenadering? “De druk van het Amerikaanse bedrijfsleven wordt steeds groter”, zegt Kees van Kortenhof van de Stichting Glasnost in Cuba. 

Waar een orkaan al niet goed voor is. Afgelopen december kwamen scheepsladingen vol maďs en graan uit de Verenigde Staten aan in Havana. Dat was voor het eerst sinds het instellen van het handelsembargo tegen Cuba in 1960. Daar moest wel een orkaan aan vooraf gaan, Michelle, die de maand ervoor grote ravage op het eiland had aangericht. Veel landbouwgronden en plantages waren verwoest, zodat import van voedsel geen overbodige luxe was. Het voedseltransport was mogelijk dankzij de versoepeling van het embargo in 2000. De verkoop van levensmiddelen en medicijnen is sindsdien toegestaan. Fidel Castro wilde er eerst niets van weten, zolang er niet gesproken wordt over opheffing van de hele boycot. Maar Michelle maakte de nood wel erg hoog.“Het voedseltransport van vorig jaar was voor beide landen een verregaande stap”, stelt Kees van Kortenhof van de Stichting Glasnost in Cuba, een Nederlandse organisatie voor mensenrechten op het Caribische eiland. “Amerika heeft nooit voedsel willen leveren. En Cuba was altijd te trots om het te accepteren. Beide landen hebben een stap gezet, na het nodige gesteggel. Cuba wilde alles zelf vervoeren. Maar Amerika stelde als voorwaarde dat er alleen Amerikaanse schepen aan te pas zouden komen, en dat Cuba contant zou betalen. De benodigde 35 miljoen dollar heeft Cuba inmiddels netjes opgehoest.”


IN MEMORIAM Dr. Jean Carričre (1939-2002)   Michiel Baud

Afgelopen januari, nog maar net een jaar na zijn welverdiende pensioen, overleed Jean Carričre. Jean was gedurende meer dan twintig jaar als politieke wetenschapper verbonden aan het CEDLA (Centrum voor Studie en Documentatie van Latijns-Amerika) in Amsterdam. In die periode gaf hij les aan honderden Nederlandse studenten met een speciale belangstelling voor Latijns-Amerika. Zij zochten zijn colleges en lezingen op omdat Jean Carričre als geen ander in staat was om de complexe en bij tijd en wijle tegenstrijdige Latijns-Amerikaanse samenleving op pakkende wijze begrijpelijk te maken. Hij koppelde een veelzijdige kennis aan een onuitputtelijke nieuwsgierigheid en een groot politiek en sociaal engagement. Bij zijn afscheid van het CEDLA, dat op 8 september 2000 werd gevierd met een seminar, bleek eens te meer hoeveel de Nederlandse Latijns-Amerikanistiek aan hem te danken heeft. 
Jean begon zijn wetenschappelijke loopbaan met een bijna historische studie van de politieke economie van het Chileense platteland in de periode 1932-1970. Deze eerste studie richtte zich vooral op de landeigenaren. Het ging de onderzoeker echter vooral om de sociale gevolgen van het denken en handelen van deze groep voor de grote massa van de rurale bevolking. Hierna begon Jean een groot onderzoeksproject naar de aard en gevolgen van de industrialisering in Latijns-Amerika. Het zag in dat dit facet van de Latijns-Amerikaanse ontwikkeling steeds belangrijker aan het worden was en richtte zich, net als in zijn eerdere studie, vooral op de interactie tussen ondernemers en arbeiders. Dit project leidde uiteindelijk tot twee in Engeland gepubliceerde bundels over deze thematiek. In de loop van de jaren negentig kreeg Jean steeds meer belangstelling voor de milieuproblematiek, waarschijnlijk mede het gevolg van het ecotoerisme waaraan hij zich met zijn vrouw Zella enthousiast overgaf. Zijn nieuwe belangstelling kwam vooral tot uiting in zijn onderwijs, maar resulteerde ook in een aantal artikelen over dit thema.
Hoezeer Jean ook een onderzoeker was, iedereen die hem kende zal hem toch vooral herinneren als de geestdriftige docent, die een heldere analytische geest combineerde met een groot engagement. Jean hield van Latijns-Amerika en hij was in staat om dat diepe gevoel over te brengen aan mensen die aan het begin van hun intellectuele leven stonden. Luisterend naar Jean, werd Latijns-Amerika een levend continent, maar ook een plaats waar ondanks de sociale problemen altijd weer hoop gloorde. Hij was zelf migrant en kon zich daardoor goed inleven in diegenen die om welke reden dan ook van Nederland hun woonplaats hadden gemaakt. Ook voor hen was hij een constante vraagbaak en een bron van inspiratie. 
Iedereen die Jean op welke manier dan ook heeft gekend, zal niet alleen hem en zijn markante persoonlijkheid missen, maar ook datgene waar hij voor stond en waar hij naar leefde. 

Directeur CEDLA


'EEN NEGER UIT ZUREMANE!'   Walter Lotens
Surinamekenner John Jansen van Galen 

De Nederlandse journalist John Jansen van Galen heeft al heel wat boeken over Suriname op zijn naam staan. Kapotte Plantage bijvoorbeeld is een kroniek van dertig jaar Surinaamse geschiedenis. Niet alle Surinamers nemen hem in dank af dat hij het waagt te schrijven over hun broko parnasi, ofwel kapotte plantage. Op bezoek in Paramaribo vertelt hij over zijn band met het Zuid-Amerikaanse land.

Een tanige bakra duwt hard op zijn pedalen. Wie vanuit het centrum van Paramaribo naar Leonsberg fietst, moet een stevige wind trotseren. Aan zijn flinke snor is de man te herkennen: het is de Nederlandse journalist en Surinamekenner John Jansen van Galen. De ambassadeur Ruud Treffers noemde hem onlangs een klokkenluider, omdat een artikel van hem over de slechte staat van het Surinaams bibliotheekwezen een stroom van boeken uit Nederland op gang heeft gebracht.
John Jansen van Galen, bekend van zijn presentatie voor het radioprogramma Met het oog op morgen, is door zijn bijdragen voor de Haagse Post, VPRO-radio en Het Parool de kroniekschrijver van meer dan dertig jaar Surinaamse geschiedenis. Hij werd geboren in 1940 en groeide op in Velp, op de oostelijke Veluwe. Zijn generatie, die kort na de Tweede Wereldoorlog naar school ging, kende alleen Nederlands-Indië. 'Van Soekarno en de Indonesiërs wilden we kachelhoutjes maken', schrijft hij in zijn boek Kapotte Plantage. 'Suriname zei ons niks, totdat er een bosneger op school verscheen. De meester zei dat er na de middagpauze een inwoner van Suriname over zijn land kwam vertellen en lichtbeelden kwam vertonen. "D'r komt een neger uit Zuremane!" jubelde Ernst van Barneveld.' Jansen van Galen glimlacht als hij aan die passage moet denken. "Die jongen was nou niet het grootste licht van de klas, maar niemand van ons kende de naam van het land", vertelt hij. "Suriname was volkomen onbekend. Een neger! Dat was een sensatie voor ons. Dat exotisme, dat verre land waar koningin Juliana eens op bezoek was geweest." Dat eerste contact is hem altijd bijgebleven. 'Toen en daar, in het handenarbeidlokaal, heb ik beslist dat ik zelf naar Suriname wilde', schrijft hij in zijn boek Dorpsstraat Ons Dorp. 
ira in Amsterdam de Braziliaanse groep Bacán op, samen met drummer Luis Luz. De leden van Bacán kwamen uit verschillende Latijns-Amerikaanse landen zoals Argentinië en Uruguay. "In Zuid-Amerika zou dat nooit gebeuren", vertelt de zangeres. "Je krijgt in Brazilië geen andere muziek te horen. De Spaanstalige landen en Portugees Brazilië zijn sterk van elkaar gescheiden. Pas hier in Nederland kwam ik met verschillende Latijns-Amerikaanse muziekstijlen en muzikanten in aanraking." 
De band Bacán mengde lome jazz met samba, maracatú, baiăo, funk en reggae. In 1995 kruisden de wegen van Bacán die van de Nederlandse jazzfunk formatie SfeQ. Dat was de basis voor Zuco 103. Samen met SfeQ-drummer Stefan Kruger en de Duitse jazztoetsenist Stefan Schmid die al jaren in Nederland woonde nam Vieira in 1998 het eerste lied op, 'Outro Lado'. Het nummer leverde zulke goede reacties op dat ze besloten samen verder te gaan, onder de naam Zuco 103, wat zoiets betekent als een cocktail, een sapje met 103 procent alcohol.


 

   E-mail Noticias
   Noticias-donateur worden?

Patrocinado por / Sponsored by:


  

Noticias 1997-2004