REDACTIONEEL
Mark Weenink
Voetbal is oorlog
'Voetbal is oorlog.' Deze
gevleugelde uitspraak kent iedereen in ons land. Maar deze zomer kan Nederland haar 'troepen' thuis laten. Geen Japan en Zuid-Korea voor 'onze jongens.' Geen WK met bijbehorende oranjekoorts in de straten. Máxima kan met een gerust hart haar eigen land toejuichen.
Tegen de tijd dat deze Chispa op de deurmat valt, nadert het WK zijn einde en woedt 'de oorlog' dus maximaal. Zal er een Latijns-Amerikaanse ploeg in de finale staan? Ecuador bijvoorbeeld, dat voor het eerst in de geschiedenis aan een WK deelneemt? Gezien de deplorabele situatie waarin het land verkeert een lovenswaardige prestatie, natuurlijk.
Als er trouwens één land is dat een mentale opkikker kan gebruiken, is het wel Argentinië, volgens kenners een van de grote kanshebbers. Mochten de Argentijnen winnen, zou het land zich dan laten meeslepen door een kortstondige euforie? En zou het uit het dal klimmen, nu zich crisis op crisis stapelt en president na president het veld moet ruimen? Je zou bijna denken dat het om voetbalcoaches gaat.
Of zou God, die volgens de voetbalgekke Brazilianen rond is, dan toch voor de vijfde maal de goddelijke kanaries, zoals de spelers van het nationale elftal genoemd worden, de zege gunnen? Kunnen ze eindelijk de T-shirts met vijf sterren kwijt, die gedrukt werden voor het vorige WK. Hoogmoed komt echter ten val en Frankrijk ging met de titel aan de haal.
Ook zonder voetbal is er oorlog genoeg. De Amerikanen bombarderen Afghanistan. Pakistan en India, waar honderdduizenden soldaten aan beide zijden van de grens wachten op wat komen gaat, leven onder een wolk van nucleaire dreiging.
En, om bij het Latijns-Amerikaanse continent te blijven: Colombia. Omdat het volk snakt naar vrede, heeft het Uribe gekozen tot president. Hij laat de mislukte dialoog van Pastrana met de FARC achter zich en staat de harde lijn voor. De oorlog lijkt alleen maar heviger te kunnen worden.
Hier in Nederland is geen voetbal. Oorlog evenmin, gelukkig maar. Hoewel, uitlatingen gedaan door een paranoïde Bouterse eind vorige maand klonken behoorlijk oorlogszuchtig. Nederlandse mariniers gaan op oefening in de Surinaamse jungle, uiteraard na overleg tussen de twee bevriende naties. Volgens de ex-legerleider is de oefening slechts een dekmantel. Ware missie: Bouterse oppakken en naar Nederland brengen, waar Justitie hem graag ziet verschijnen. De ferme taal die Bouta uitsloeg, wekte enige beroering in Suriname. Maar veel om het lijf heeft het eigenlijk niet. Van oorlog zal het zeker niet komen. Wellicht tijd voor een vriendschappelijke interland?
Kandidaat van de Arbeiderspartij verloor al drie verkiezingen
Hans Veltmeijer
Mildere Lula stevent af op zege in Brazilië
Een paar maanden voor de Braziliaanse presidentsverkiezingen in oktober staat de voorlopige kandidaat van de Arbeiderspartij er beter voor dan ooit. Maar Luis Inacio Lula da Silva (Lula) heeft al vaker op winst gestaan in de peilingen, om uiteindelijk het onderspit te moeten delven tegen een behoudende kandidaat. Nu de centrum-rechtse regering na acht jaar uitgeregeerd is en zich weinig aansprekende tegenstanders aandienen, lijkt het tij Lula echter mee te zitten. President Cardoso gaat zijn beoogd opvolger José Serra actiever tot daden aansporen. "We moeten Lula aanvallen."
In december 2001 zag het er nog naar uit dat Roseane Sarney hard op weg was de eerste vrouwelijke president van Brazilië te worden, na de verkiezingen van oktober dit jaar. Zij stond als prékandidaat van de liberale PFL in de peilingen zelfs voor op Lula, de voorlopige kandidaat van de Arbeiderspartij (PT). Begin dit jaar sloeg het noodlot echter toe voor de dochter van ex-president José Sarney. Zij raakte betrokken in een zwart-geld schandaal.
Het harde optreden van de federale politie tijdens een inval in het adviesbureau van haar echtgenoot is president Fernando Henrique Cardoso door de PFL in de schoenen geschoven. 'Sabotage van Roseane's campagne' luidde de aanklacht. De partij stapte daarop uit de coalitieregering en Roseane Sarney trok in alle commotie haar kandidatuur voor het presidentschap in.
De kiezers werden daarmee van de enige rechtse kandidaat beroofd en Lula was van zijn grootste concurrent verlost. Hij had daarna het rijk alleen in de media. Dat heeft hem geen windeieren gelegd, gezien de ruim 40 procent van de stemmen waarop hij in de peilingen van mei mocht rekenen. Daarmee ligt zelfs een overwinning in de eerste verkiezingsronde (meer dan 50 procent van de stemmen) binnen handbereik.
Toch leert de geschiedenis dat de strijd allesbehalve gestreden is. De sociaal-democratische PSDB moet eigenlijk nog beginnen met de campagne. En als Lula echt wordt aangepakt, kan het zijn dat hij zich wederom te vroeg rijk rekent.
Serra: weinig charismatisch
Lula's tegenspeler van de sociaal-democratische regeringspartij PSDB, José Serra, trad heel weinig op de voorgrond. De ervaren zestigjarige politicus en ex-minister van gezondheid wordt verweten weinig charismatisch te zijn. Nu hij in de peilingen met slechts 17 procent van de stemmen een straatlengte achter ligt op Lula, heeft partijgenoot en huidig president Cardoso zich geroerd.
"Serra moet naar buiten treden, reizen, praten en discussies aangaan", adviseerde Cardoso zijn partijbestuur. Hij verklaarde Lula te willen aanvallen op zijn 'dubieuze ideeën'. "We moeten hem vragen wat hij wil. Of hij voor illegale landbezettingen is en tegen de wet van de fiscale verantwoordelijkheid."
Serra is ondertussen enigszins wakker geschud door de alarmerende peilingen en besloot een gevoelig thema in de strijd te gooien. Hij kondigde aan als president een ministerie van veiligheid in het leven te zullen roepen met een nieuwe militaire politie binnen de federale politie. Hiermee denkt hij de uit de hand lopende wapen- en drugshandel te kunnen bestrijden. De bendes voeren vooral in Rio de Janeiro onderling steeds openlijker oorlog tegen elkaar en tegen de politie. Het openbare leven wordt hierdoor regelmatig verlamd.
Serra bekritiseerde zelfs zijn eigen regering. Hij verklaarde zich naast het huidige op preventie gerichte beleid - "we moeten investeren in werk, cultuur en recreatie zodat de jeugd zich de baas van het land voelt"- te willen toeleggen op een effectievere bestrijding van de effecten van de drugscriminaliteit.
Vervolgens heeft Serra een mogelijk slimme electorale stap gezet. Hij benoemde persoonlijk en in weerwil van veel partijgenoten Rita Camata (41) van coalitiepartner PMDB als zijn kandidate voor het vice-presidentschap. Hij hoopt daarmee veel vrouwelijke kiezers te trekken. De hoogblonde, kettingrokende Camata verklaarde in Folha de Sâo Paulo "met hoge hakken en make-up de strijd tegen Lula aan te zullen gaan." Daarmee zal ze ook het mannelijke electoraat niet onberoerd laten.
Garotinho: tweederangs kandidaat
Outsider Anthony Willian Matheus de Oliveira, ofwel Garotinho (jochie), bezit wel charismatische kwaliteiten. De 42-jarige ex-gouverneur van Rio de Janeiro spreekt de taal van het volk en doet dat op directe en vaak emotionele wijze. Die gave heeft hij ontwikkeld tijdens zijn periode als voetbalverslaggever en talkshow-presentator voor de lokale radio. Hij is voorlopig kandidaat voor de kleine socialistische partij PSB en stond bij de peilingen in mei op 15 procent van de stemmen.
Garotinho, die in 1984 na ruzie brak met de PT, hoopt op veel stemmen van de armen en de protestanten. De gestaag groeiende, maar verdeelde groep protestanten in Brazilië vormt een potentieel electoraat van twintig miljoen stemmen voor Garotinho. Zelf zag hij vier jaar geleden na een auto-ongeval het licht en sindsdien gebruikt hij zijn geloofsovertuiging ook in zijn politieke carrière. Zo duikt hij veel op in de omvangrijke evangelische media om campagne te voeren. De reguliere pers neemt hem niet al te serieus. Politiek commentator Dora Kramer wijst er in haar column in Jornal do Brasil op dat Garotinho door de pers gezien wordt als 'een karikatuur van een politicus' en 'een tweederangs kandidaat'. Ook bij kenners stuiten zijn politieke plannen op nogal wat hoon. De combinatie van rente omlaag, inflatie omlaag, minimumloon verdubbelen en werkgelegenheid omhoog is 'fantasie' volgens een politieke consultant.
Thierry Oger van de Financial Times geeft Garotinho wel kansen. Volgens hem is hij een Latijns-Amerikaans populist, maar dan wel Braziliaanse stijl. Geen harde confronterende taal dus, maar vriendelijk en bereid tot compromissen. Dat laatste moet onder meer blijken uit zijn goede samenwerking met het bedrijfsleven tijdens zijn gouverneursschap.
Anderen menen dat Garotinho het niet gaat redden, omdat traditioneel de Brazilianen kiezen tussen een linkse kandidaat van een grote partij die voor verandering is, zoals Lula sinds 1989, en een centrum-rechtse kandidaat die stabiliteit propageert, zoal Cardoso in 1994 en 1998 en Serra voor de komende verkiezingen.
Ciro Gomes: dissident
Niet ver achter Garotinho in de peilingen komt een dissident van de partij van Serra en Cardoso. Ciro Gomes kreeg als gouverneur van de noordoostelijke deelstaat Ceará, zijn thuisbasis, begin jaren negentig een prijs van Unicef voor zijn inspanningen tegen kindersterfte. Deze opmerkelijke waardering haalt hij nog regelmatig uit de kast in zijn huidige campagne. In 1994 nam hij even het ambt van minister van financiën van Cardoso over. Hij verliet de PSDB in 1997 na veel onenigheden met Serra en Cardoso en sloot zich aan bij de PPS, een uitvloeisel van de Braziliaanse communistische partij.
In 1998 was hij al presidentskandidaat voor de PPS, met de steun van twee andere kleine linkse partijen. Met 11 procent van de stemmen eindigde hij toen achter Cardoso en Lula. Hij lijkt een vaste trouwe aanhang te hebben die niet groeit en niet slinkt. Hij blijft ook nu in de peilingen op iets boven de 10 procent van de stemmen staan.
In een interview met het radiostation CBN, eind mei, trok hij fel van leer tegen alle kandidaten en president Cardoso. Die behandelt volgens Ciro het volk als een stel idioten door het minimumloon niet te verhogen en de hoge rente te handhaven om de inflatie te beteugelen. "Hij chanteert de mensen met het gevaar van Argentijnse toestanden". Zelf zou Ciro dat minimumloon direct verhogen tot ruim honderd euro en in tien jaar tijd laten oplopen tot zo'n vierhonderd euro. "Dat werkt als een vicieuze cirkel, omdat de consumptie drastisch zal toenemen en de productie verhoogd wordt".
Lula: volksjongen
Ook loodgieter en ex-vakbondsman Lula (56) is voor verhoging van het minimumloon en verlaging van de rente, zij het in beperkte mate. Met hem krijgt Brazilië mogelijk een ander type president dan het land gewend is. In plaats van de wetenschappelijke benadering van Cardoso zullen de Brazilianen te maken krijgen met minder welbespraaktheid en meer recht-voor-zijn-raap politiek.
De zevenjarige Lula ontvluchtte in 1952 met zijn moeder en zijn broers in een bootje de armoede in de noordoostelijke staat Pernambuco voor een ongewis bestaan in Sâo Paulo. Daar maakte hij faam als vakbondsleider in de metaalsector en organisator van stakingen en protesten tegen de regering. In 1980 was hij mede-oprichter van de PT en werd hetzelfde jaar als president van die partij gekozen. In 1995 trad hij af en werd ere-president.
Hij is en blijft een volksjongen. Zo weigerde hij na zijn laatste verkiezingsnederlaag een uitnodiging om drie maanden op Harvard in de Verenigde Staten te studeren en koos in plaats daarvan een verblijf op het platteland van de deelstaat Minas Gerais. "Belangrijk is het land te kennen dat je wilt besturen", was zijn commentaar.
Na drie verloren verkiezingen, waarvan de laatste twee tegen Cardoso zelfs in de eerste ronde, is Lula door schade en schande wijs geworden. Zo geeft hij nu toe dat zijn kritiek in 1994 op het monetaire plano real van Cardoso onterecht was en heeft hij verklaard het economische regeringsbeleid in grote lijnen voort te zetten. 'Lula light' wordt de huidige toegeeflijke versie van de onverschrokken arbeidersleider in Brazilië genoemd.
Toch houden sommigen in het bedrijfsleven hun hart vast. Lula heeft bijvoorbeeld aangekondigd niet naar de pijpen van het IMF te willen dansen en de handelingen van de centrale bank onder beperkt regeringstoezicht te willen plaatsen. Bovendien kondige hij meer staatsinterventie in de geprivatiseerde energiesector aan. Ook zijn uitspraken dat de protectionistische handelskoers van de Verenigde Staten een goed voorbeeld voor Brazilië is, vielen niet goed in zowel binnen- als buitenland. Cardoso heeft zich de laatste jaren juist met succes ingezet voor een vrijere wereldhandel.
Dit soort geluiden en het feit dat de kandidaat van de Arbeiderspartij wel eens de scepter zou kunnen gaan zwaaien over de grootste economie van Latijns-Amerika, heeft al tot negatieve aankoopadviezen en een waardevermindering van Braziliaanse schuldpapieren geleid. President Cardoso was ontzet daarover. Lula klaagde dat sommige internationale banken Brazilië hiermee "behandelen alsof het een bananenrepubliek is".
Anderen wijzen er op dat Brazilië en de buitenlandse investeerders, waarvan Nederland de grootste was in het eerste kwartaal van 2002, niet hoeven te vrezen voor Lula. "Brazilië is een ontwikkelde staat met gevestigde instituties , een machtsevenwicht en democratie. Wie er ook president wordt, hij zal moeten onderhandelen met het parlement om zijn maatregelen door te voeren", probeerde Armando Monteiro als vice-president van een overkoepelend industrieorgaan het bedrijfsleven gerust te stellen in Jornal do Brasil.
Goed moment voor Lula light
Lula heeft dus weinig tegenstand te vrezen: Roseane Sarney is afgehaakt, Serra is zwak, Garotinho en Ciro Gomes ontberen een grote politieke achterban. Nu de kiezers na acht jaar op de club van Cardoso en Serra zijn uitgekeken, vormt Lula als het ware het enige alternatief bij de verplichte stembusgang in oktober.
Veel mensen voelen zich zelfs bedrogen door de regering. Er blijken nu vijftig miljoen Brazilianen onder de armoedegrens van zo'n veertig euro per maand te leven en in de openbare gezondheidszorg is niet veel verbeterd. Serra wordt als ex-minister van gezondheid verantwoordelijk gehouden voor de dengue-epidemie dit jaar. In tegenstelling tot gedane beloften in 1998 is de werkloosheid vooral het laatste jaar toegenomen, en de criminaliteit volgt die trend. Daarbij komt de energiecrisis die net achter de rug is, maar alweer opnieuw dreigt.
Cardoso heeft tijdens zijn bewind vooral de economische stabiliteit weten te herstellen en te handhaven. Hij rekende af met een chronische inflatie en voerde belastinghervormingen door. Dat leverde hem veel buitenlandse investeringen op en internationaal de naam van een van de meest succesvolle en eerlijke Braziliaanse presidenten. Dat zijn anti-armoedebeleid niet gewerkt heeft, wijdt hij aan tegenwerking door het parlement en een verkeerde besteding van de vrijgekomen gelden door de lokale overheden.
De president heeft de laatste jaren ook persoonlijk flink aan populariteit moeten inboeten. Hij heeft de reputatie gekregen vooral mooi weer te spelen tijdens zijn talrijke buitenlandse reizen, maar niet genoeg oog te hebben voor de problemen thuis. Het leverde hem de bijnaam van Viajando (reizende) Henrique Cardoso op. Verder wordt hem vaak verweten arrogant en laconiek over te komen. Het moment lijkt daar te zijn voor Lula light. Mits hij mild van toon blijft en daarmee de vele zwevende centrumkiezers voor zich weet te behouden.
Op 30 juni moeten alle partijen definitief hun kandidaten ingeschreven hebben, en zal ook blijken wie er op de steun van de kleinere partijen mag rekenen. Lula denkt bijvoorbeeld dat de uit de regering weggelopen liberale PFL wel weer in de armen van de PSDB terecht zal komen. Maar de liberalen verkondigden tot ieders verrassing eind mei meer te zien in het programma van Ciro Gomes.
Van
afhankelijkheid naar Globalisering
Jan de Kievid
Het gedachtegoed van Fernando Henrique Cardoso
Eind jaren zestig was de Braziliaanse socioloog Fernando Henrique Cardoso een van de grondleggers van de linkse afhankelijkheidstheorie. Dertig jaar later voert hij als president volgens linkse critici een neoliberaal beleid. Hoe heeft het denken van Cardoso zich ontwikkeld? Is er sprake van een breuk of eerder van continuïteit en evolutie?
"We moeten toegeven dat deelname aan de wereldeconomie positief kan zijn, dat het internationale systeem niet noodzakelijkerwijs vijandig is. Maar we moeten er zorgvuldig aan werken om de kansen te grijpen." Dat is tegenwoordig de opvatting van de sociaal-democraat Fernando Henrique Cardoso, die in januari 2003 als 71-jarige na acht jaar (twee termijnen) zal aftreden als president van Brazilië. Cardoso is een intellectueel in de politiek. Toen hij in de jaren zeventig actief werd in het verzet tegen de militaire dictatuur, gold hij al als de belangrijkste socioloog van Latijns-Amerika. Onlangs verscheen een selectie uit Cardoso's geschriften van de afgelopen veertig jaar.
Toen de militairen in 1964 de macht grepen, wilden zij de jonge, marxistisch georiënteerde sociologieprofessor uit Sâo Paulo arresteren. Cardoso vluchtte naar Santiago. De Chileense hoofdstad was destijds een bruisend intellectueel centrum, waar gevluchte wetenschappers uit allerlei landen elkaar ontmoetten. Cardoso kon er aan de slag bij CEPAL (Economische Commissie voor Latijns-Amerika van de Verenigde Naties), waar kritisch werd nagedacht over het westerse ontwikkelingsmodel.
Hij werd een van de grondleggers van de afhankelijkheids(dependencia)-theorie.Volgens deze theorie heeft de Derde Wereld geen achterstand op de rijke landen door een traditionele cultuur of gebrek aan ondernemerszin, maar is onderontwikkeling een gevolg van achterstelling en uitbuiting door die rijke landen. Dat begon met de kolonisatie en werd voortgezet door ongelijke ruil: arme landen moesten steeds meer grondstoffen leveren om industrieproducten te kunnen betalen. Zo was de Derde Wereld afhankelijk gemaakt van de rijke landen. Volgens de radicale versie van de theorie maakte deze afhankelijkheid (industriële) ontwikkeling in de Derde Wereld onmogelijk. Daarom moest men breken met het kapitalistische wereldsysteem en een socialistische maatschappij opbouwen.
Costa
Rica, bedrieglijk groen
Kees Hoek
Costa Rica: paradijs van duurzaamheid en verantwoord milieubeleid. Zo schilderen vele reisorganisaties en de eigen regering het land af. Hoewel een derde deel van het land bestaat uit nationale parken en de bewoners zich bewust zijn van het belang van natuur-en milieubehoud, is het niet al goud wat er blinkt. Recente ontwikkelingen in met name de varenindustrie kunnen het groene imago van het land ernstig schaden.
Tot voor kort hadden de activiteiten van bloemen- en plantenkwekers, waaronder die van varens, weinig invloed op de handelsbalans en het milieu in Costa Rica. Traditioneel werkte de sector altijd vervuilend, maar de schade aan natuur en milieu was gering gezien de spreiding en omvang van de teelt. In de laatste drie jaar heeft deze sector echter een sterke groei laten zien. Vooral de varenindustrie is spectaculair in omvang toegenomen. Costa Rica is momenteel de grootste producent van varens. Milieuorganisaties, die zich in eerste instantie geen zorgen maakten over de gevolgen van deze groene industrie, zijn onderzoeken gestart naar de invloed van de plantages op de omgeving. De meeste varenplantages liggen in het centrale hoogland, zoals in de omgeving van de vulkaan Poás. Het gelijknamige nationale park geniet volledige bescherming, maar aan de randen van het park dringt de varenindustrie gestaag op. Nu al worden er hele vlakten ontsierd door het donkere plastic waaronder de varens groeien. Een ontwikkeling die niet alleen bewoners van nabijgelegen gemeenschappen verontrust, maar op termijn zeker ook consequenties kan hebben voor het zo gekoesterde ecotoerisme. Toeristen zijn nu eenmaal niet geïnteresseerd in een door plastic ontsierd landschap.
Overwinning van de harde hand
Maja Haanskorf
Verkiezingen in Colombia
Geen woorden, maar daden. Een sterke staat, die autoriteit uitstraalt en voor eens en altijd het geweld in Colombia een halt toeroept. Met deze belofte heeft Álvaro Uribe, dissident van de Liberale Partij, op 26 mei de presidentsverkiezingen gewonnen. Met 54 procent van de uitgebrachte stemmen lijkt Uribe ruime steun te hebben van de bevolking, die murw geslagen is door vier decennia burgeroorlog. Het moet maar eens afgelopen zijn, al is dat met harde hand.
Door de rechtse havik Álvaro Uribe op 26 mei tot president te kiezen, hebben de Colombianen in meerderheid het beleid van de huidige president Andrés Pastrana gediskwalificeerd. Zijn pogingen tot onderhandelingen met de guerrilla, het toestaan van een eigen zone aan de grootste guerrillagroep FARC en zijn slappe houding tegenover de paramilitairen zijn met deze verkiezingen afgestraft. De bevolking is het geweld in het land meer dan zat. Bijna veertig jaar gewapend conflict heeft ruim veertigduizend doden opgeleverd, talloze ontvoeringen, aanslagen, bedreigingen en meer dan een miljoen ontheemden.
De
leugendemocratie op de proef gesteld
Theo Roncken
Bolivia in verkiezingstijd
Het belooft een woelige tijd te worden voor de nieuwe Boliviaanse regering die op 30 juni gekozen wordt. Indiaanse gemeenschappen en boeren uit het tropische laagland ondernamen in volle verkiezingstijd een krachtige protestmars naar La Paz. In diverse regio's verhindert de bevolking de traditionele partijen campagne te voeren. De politici hebben het er dan ook naar gemaakt. De laatste jaren zijn 's lands rijkdommen in hoog tempo op de internationale veiling gedumpt.
'Bestrijd de armoe, eet een arme', stond twee jaar geleden op een muur in de Boliviaanse stad Cochabamba geschreven. Vorig jaar was de anonieme kreet weer netjes overgekalkt. De regering van ex-dictator Hugo Banzer presenteerde haar 'strategie voor de reductie van armoede' of EBRP. "Dat klinkt als een virus", vond een vriendin en ze slaat de spijker op de kop. Officieel is de strategie het resultaat van een Nationale Dialoog. In werkelijkheid was de Dialoog een middel om sociale goedkeuring te winnen voor een via de Wereldbank opgelegde doctrine. Volgens deze doctrine zou in een land als Bolivia een duidelijke politieke steun aan het multinationale ondernemerschap gepaard moeten gaan met een bepaalde mate van bestuurbaarheid. 'Goed bestuur' staat hierbij voor een gedegen controle op de sociale onrust.
Op
zoek naar Macondo Mark Weenink
Krap 45 duizend inwoners telt het plaatsje, dat volgens het gemeentebord veeteelt en landbouw als de voornaamste bron van inkomsten heeft. Aracataca, zo luidt de naam van dit stoffige en hete dorp, zoals er in Colombia vele zijn. Waarschijnlijk zou de wereld nooit van het bestaan ervan geweten hebben, ware het niet dat op 6 maart 1928 's lands beroemdste schrijver er geboren werd: Gabriel García Márquez.
Vanaf Santa Marta,aan de Caribische kust van Colombia, is het ongeveer twee uur met de bus naar Aracataca, in het centrum van de bananenteeltzone. Een busstation is er niet, maar behulpzame passagiers wijzen me de bocht waar ik moet uitstappen. Ondanks het vroege uur drukt de hitte zwaar. De koele zeebries is merkbaar afwezig, hier in het dorre, stoffige binnenland.
Waarom gaat iemand naar Aracataca? Door de situatie waarin het land al decennia lang verkeert, is er geen noemenswaardig toerisme in Colombia. In Aracataca is al helemaal niets te beleven. Maar het idee het geboortehuis van de beroemde schrijver en Nobelprijswinnaar voor de literatuur, Gabriel García Márquez, te kunnen bezoeken laat me niet los. Bovendien is Aracataca meer dan alleen Márquez' geboortedorp. Het fictieve dorp Macondo dat steeds in zijn verhalen terugkeert is er naar gemodelleerd. Wie Macondo dus op de kaart van Colombia zoekt, doet dat tevergeefs. Wel schijnt Macondo de naam te zijn van een bananenplantage nabij Aracataca waar Márquez als kind met zijn grootvader kwam.
Tobago, een Caribisch eiland voor liefhebbers
Walter Lotens
Staan de voetstappen van Robinson Crusoe en Vrijdag op Tobago's strand? Sommige Tobagonians geloven het. Haast nergens ter wereld benadert de fantasie over het aardse paradijs zo dicht de werkelijkheid als op die kleine eilanden in het Caribische gebied waartoe Tobago behoort. Lange maagdelijke witte stranden, een diepblauwe zee, kokospalmen en een verfrissende passaatwind. Mijn liefje, wat wil je nog meer?
De Caribs noemden het eiland Tavaco (tabak), Colombus noemde het Bellaforma, de Hollanders Nieuw-Walcheren en de Engelsen overgoten het geheel met een angelsaksisch sausje. De geschiedenis van Tobago is vreselijk ingewikkeld. In 200 jaar ging het eiland liefst 31 keer van hand tot hand.
|