REDACTIONEEL
Daniël de Jongh
'Beetje dom'
De oude socialist Troelstra wist het al: de revolutie houdt niet op bij Zevenaar. Inmiddels is de wereld zo'n vijfentachtig jaar en een fiks aantal revoluties verder. Of het nou letterlijk zo genoemd wordt of niet, je kunt geen krant openslaan of je wordt geconfronteerd met het fenomeen globalisering. De een krijgt er dollartekentjes van in de ogen, de ander droomt van universele rechtspraak, weer een ander neemt drie minuten stilte in acht voor de slachtoffers van elf september. Hoe je er ook tegenaan kijkt, het besef lijkt onderhand bij iedereen doorgedrongen dat internationale ontwikkelingen en gebeurtenissen niet los staan van wat er in onze eigen contreien gebeurt.
Waarom doen we in Nederland dan alsof we ons desgewenst aan internationale invloeden kunnen onttrekken? Het geloof in de maakbare samenleving heeft afgedaan, maar de gedachte dat de wereld controleerbaar is gaat erin als koek. Vooral waar het ons eigen kleine wereldje betreft. Niet dat we geen rudimentair besef hebben dat de wereld groter is dan de polders, helemaal achterlijk zijn we ook weer niet. Maar die buitenwereld denken we eenvoudig buiten de deur te kunnen houden door het grotendeels sluiten van de grenzen voor nieuwkomers.
Behalve een stringent asielbeleid zijn Nederlandse files, Nederlandse wachtlijsten en veiligheid op straat de navelstaarderige onderwerpen die de beleidsagenda voor de komende vier jaar bepalen. Ministers voor grensoverschrijdende thema's als ontwikkelingssamenwerking en milieu zijn daarmee overbodig geworden. Als we hier onze zaakjes op orde hebben krijgen internationale dreigingen geen vat op ons. In juli presenteerde zich een kersvers kabinet aan het Nederlandse volk, door de gebruikelijke foto's op het bordes en in de Trêveszaal. Even lachen naar het vogeltje, klik, klaar.
Klaar? Nog geen acht uur later kon de eerste staatssecretaris alweer van de foto's worden afgeknipt. Philomena Bijlhout moest opstappen omdat ze tijdens de benoemingsprocedure was vergeten dat ze niet alleen voor, maar ook nog na de decembermoorden in Suriname iets had uit te staan met Bouterse en zijn volksmilities. 'Beetje dom', zou prinses Máxima in zo'n geval vergoeilijkend zeggen. Dat een Surinaams-Nederlandse politica minder makkelijk wegkomt met een beroep op geheugenverlies dan de koninklijke familie is een pikant detail.
Interessant is dat in beide gevallen exponenten van buitenlandse revoluties en contrarevoluties onze binnenlandse politiek zijn binnengeslopen. Ook al omvat globalisering veel meer, deze kleine voorbeelden zijn een indicatie dat de wereld zich niet zo gemakkelijk buiten de deur laat houden. Zelfs niet met het sluiten van de grenzen, want deze twee keurige dames zijn vast niet via Zevenaar binnengekomen. Daar bevindt zich tegenwoordig een van de officiële aanmeldcentra voor asielzoekers. Troelstra had een vooruitziende blik.
Nieuwe
identiteit: Buurtbewoner
Jan de Kievid
Organisaties en acties in de Argentijnse crisis
Veel Argentijnen zitten niet bij de pakken neer tijdens de zware crisis, maar voeren actie en organiseren zich. Zij doen dat vooral als buurtbewoners met een diepe afkeer van politiek en partijen: "Laat ze allemaal oprotten!" Er is veel verrassends. Mensenrechtenacties en sociaal-economische acties lopen in elkaar over en middenklasse en arbeiders trekken vaak samen op. De toekomst van de bewegingen is echter hoogst onzeker.
Op 26 juni schoot de politie in Buenos Aires twee jonge demonstranten dood toen werklozen een brug probeerden te blokkeren. Het waren de eerste doden door politiegeweld sinds het aantreden van de Peronistische president Eduardo Duhalde afgelopen januari. Aanvankelijk suggereerden de autoriteiten dat de piqueteros (actievoerende werklozen) elkaar hadden gedood. Uit foto's bleek echter dat de slachtoffers op de vlucht door de politie waren afgemaakt. Duhalde draaide als een blad aan een boom om en beschuldigde de politie van een 'wrede slachtpartij'. De gouverneur van de provincie Buenos Aires stuurde zijn politietop en minister van veiligheid en justitie de laan uit.
Er zijn voortdurend acties en protesten. Al sinds 1995 hadden de piqueteros hun sociale eisen regelmatig kracht bijgezet door wegen en bruggen te blokkeren, meestal tot grote ergernis van de middenklasse die ruim baan wilde voor de auto. Pas toen banktegoeden werden geblokkeerd, voegde de middenklasse zich eind 2001 bij de protesten, aanvankelijk vooral met 'nette' actievormen als op potten en pannen slaan.
Het einde van de crisis is nog niet in zicht. De eerste drie maanden van 2002 daalde het Bruto Nationaal Pruduct 18 procent. Zo'n 40 procent van de beroepsbevolking is werkloos. De afgelopen vijf maanden zijn - op een bevolking van 38 miljoen - 3,8 miljoen nieuwe mensen onder de armoedegrens gezakt. Dat zijn er 25 duizend per dag! De helft van de Argentijnen leeft nu in armoede.
Buurtvergaderingen
Al snel na het hevige oproer met enkele tientallen doden, dat leidde tot de val van president De la Rúa op 21 december, kwamen mensen bijeen in buurtvergaderingen. Deze beweging heeft zich razendsnel verspreid. Zowel in middenklasse- als arbeidersbuurten verenigden bewoners zich in zulke vergaderingen.
Eind juni was de Argentijnse schrijfster Nora Strajelivich, die actief aan de buurtvergaderingen meedoet en talloze activisten heeft geïnterviewd, in Nederland om te vertellen over deze nieuwe burgerbeweging: "De buurtvergaderingen vinden meestal zondags plaats op straat of op een plein met honderden, soms duizenden mensen. Er worden plannen besproken om acute problemen op te lossen - bijvoorbeeld gezamenlijk inkopen van voedsel bij supermarkten of aanleggen van een buurtgroentetuin - of om actie te voeren.Daarover wordt door alle aanwezigen gestemd. Mensen van alle leeftijden doen mee, maar net als in andere sociale bewegingen zijn meer vrouwen dan mannen actief. Politieke ideologieën spelen nauwelijks een rol. Tot voor kort ontleenden mensen hun collectieve identiteit vooral aan hun sociale klasse of politieke stroming, bijvoorbeeld als Peronisten. Dat is voorbij. Er is snel een nieuwe identiteit gegroeid: die van buren of buurtbewoners."
Mensenrechtenkwesties en sociale problemen raken nu met elkaar verweven. Jarenlang voerden kleine groepen actie voor berechting van de moordenaars en folteraars van de militaire dictatuur (1976-1983). Dat waren de Dwaze Moeders van de Plaza de Mayo en sinds 1996 ook de HIJOS, de kinderen van de vermisten (zie LA Chispa 281). Nora Strajelivich: "Men ziet die twee problemen nu in elkaars verlengde: de ellende is begonnen met de militairen en daarna voortgezet op sociaal-economisch gebied. Daarom waren er op 24 maart, de dag van de staatsgreep van 1976, ook herdenkingen van vermisten waaraan de hele buurt deelnam. Eerder was dat alleen een zaak van familie en andere direct betrokkenen. Bij de centrale herdenking liepen tweehonderdduizend mensen mee. Wij eisen naast gerechtigheid op het gebied van de mensenrechtenschendingen nu ook sociale gerechtigheid."
HIJOS voert regelmatig escraches uit, acties voor de huizen van ongestrafte moordenaars en folteraars. Die worden ontmaskerd door demonstranten met borden met foto's van de betrokkene met als onderschrift 'vrij rondlopende genocidepleger'. Nu houden buurtbewoners ook escraches voor de huizen van economische misdadigers. Op de borden staat 'pleger van economische genocide' of 'economisch terrorist'. Zij worden aangeklaagd wegens uitbuiting, privatisering van staatsbedrijven, ontslaan van werknemers, verlagen van lonen of uitleveren van Argentinië aan het IMF. Op 23 juni was Domingo Cavallo, jarenlang minister van economische zaken en net weer vrij na 65 dagen voorarrest, aan de beurt. Demonstranten, waarbij iemand Cavallo in boevenpak speelde, toonden affiches met Cavallo's hoofd met onderschriften als 'ajustador' (landverrader) en 'dief', en staken die vervolgens in brand. Volgens Strajelivich zal "de schoonvader van de Nederlandse kroonprins niet buiten schot kunnen blijven."
Economisch terrorist
Soms plaatsen actievoeders borden met de naam van de aangeklaagde en 'economisch terrorist' in de vorm van verkeersborden en de aanduiding 'over 150 meter' aan een paal boven een echt verkeersbord. Men probeert ontspannen actie te voeren. Escraches eindigen meestal vrolijk, met dansen en muziek. Als er politie komt, houden demonstranten die politie grote spiegels voor zodat de agenten zichzelf zien als ze willen ingrijpen.
Veel acties klagen vooral aan, maar soms hebben ze resultaat. Strajelivich: "Twee jaar geleden was iemand een supermarkt binnengegaan en had gevraagd om eten voor de buurt. Dat was geen overval, hij had geen bedreigingen geuit en ook niets gestolen. Toch was hij destijds tot vijf jaar cel veroordeeld. De buurtvergadering besloot actie te voeren voor zijn vrijlating. Met succes, hij is weer op vrije voeten."
Sinds eind december werken buurtvergaderingen en piqueteros regelmatig samen bij acties, terwijl de middenklasse eerder de wegblokkades verafschuwde. Beide bewegingen zijn zeker niet in elkaar opgegaan, maar zij ondersteunen elkaar nu vaak en werken naast elkaar op hun eigen wijze aan dezelfde zaken. Nu veel mensen uit de middenklasse zelf in de economische ellende zitten, hebben zij meer begrip gekregen voor de acties van de piqueteros. Uit een recente enquête bleek dat 80 procent van de bevolking sympathie heeft voor de acties van de buurtvergaderingen - met name het slaan op potten en pannen - en 40 procent voor de wegblokkades. Dat laatste percentage is opmerkelijk hoog voor een land met een grote middenklasse als Argentinië.
Juist dit samengaan van arbeiders- en middenklasseprotest verontrust bestuurders en politici. Die worden er soms van verdacht de groepen tegen elkaar op te zetten. Zo beschuldigde een vakbondsleider de gouverneur van de provincie Buenos Aires ervan dat hij hulp had aangeboden aan organisaties van werkloze arbeiders om een gewelddadige confrontatie aan te gaan met actievoerders uit de middenklasse.
Ook los van de buurtvergaderingen worden tal van acties gevoerd. Zo weigeren mensen die wegens huurschulden hun huis moeten verlaten om te vertrekken, terwijl ook leegstaande woningen worden gekraakt. In de crisis zijn nogal wat fabriekseigenaren plotseling naar het buitenland vertrokken. Soms heeft het personeel het bedrijf bezet om voortgang van productie en inkomen te garanderen. Vaak met redelijk succes.
De al zeven jaar bestaande beweging van ruileconomie is het laatste half jaar spectaculair gegroeid van één miljoen naar zeven miljoen deelnemers. Er wordt geruild met een bonnensysteem dat mensen minder afhankelijk maakt van grillige wisselkoersen en paniekerig monetair beleid. Zij hebben daardoor minder last van de economische crisis. Het gaat in dit ruilnetwerk niet alleen om eten en kleding, maar ook tandartsen, webontwerpers, handelaars in computers en auto's, verhuurders van vakantiehuizen, hoteleigenaren, reisbureaus, taxichauffeurs en advocaten doen mee. Sommige huishoudens draaien al voor 90 procent op dit bonnensysteem.
Autistisch
Er is geen enkel vertrouwen meer in de traditionele politiek van regering en partijen. De populairste leus is Que se vayan todos, 'Laat ze allemaal oprotten', de hele politieke klasse, ongeacht van welke partij. Men vindt dat regering, parlement en rechterlijke macht 'autistisch' zijn, totaal van de bevolking vervreemd. Regering en politici zijn alleen gericht op topoverleg om met het IMF tot een akkoord te komen.
Deze in zekere zin 'antipolitieke' beweging wil absoluut autonoom blijven en is allergisch voor inmenging of manipulatie door politieke partijen. Ook de Peronistische vakbondsbureaucratie wordt sterk gewantrouwd. Wat nieuwere en progressievere vakbonden vinden wel enige aansluiting. Strajelivich: "Kleine linkse partijen proberen de beweging te coöpteren en naar hun hand te zetten. Individuele partijleden kunnen natuurlijke meedoen aan de buurtvergaderingen, maar ook dat geeft vaak problemen omdat deze partijen zichzelf zien als een voorhoede die de leiding moet nemen en de weg wijzen. De buurtbewoners wijzen die houding af, maar het leidt wel tot breuken en gevaarlijke conflicten."
Natuurlijk stelt de beweging eisen aan de politiek. Duhalde moet opstappen, de onderhandelingen met het IMF moeten worden afgebroken en de betalingen aan het IMF stopgezet. Maar zulke eisen vormen niet het kernpunt van de beweging. Eigenlijk verwacht men niets meer van de politiek, je kunt beter proberen je eigen zaken zelf in handen te nemen. Ook gaat het niet om het veroveren van de staatsmacht. Er bestaat daarvoor te weinig vertrouwen in welke staat dan ook. Bovendien beseft men heel goed dat de beweging absoluut niet sterk genoeg is om de staatsmacht over te nemen.
Op haar beurt wantrouwt de gevestigde politiek de buurtvergaderingen. President Duhalde probeerde hen buiten de democratie te plaatsen: "Men kan niet met zulke vergaderingen regeren. De vorm die de burgers hebben om zich uit te spreken is via het stembiljet. Men moet zich binnen het democratisch systeem organiseren." Oud-president Alfonsín van de Radicale Partij eiste dat de vergaderingen op basis van een grondwetsartikel buiten de wet geplaatst zouden worden.
Geen roep om staatsgreep
De protesten bevatten verrassende nieuwe elementen. Vooral het gedrag van de economisch in het nauw gedreven middenklasse is opmerkelijk. Tot de laatste militaire dictatuur riep de middenklasse in Argentinië tijdens een ernstige crisis altijd om militair ingrijpen. Dat is nu niet het geval. Zo keert men zich ook heel duidelijk tegen ex-kolonel Seineldin, die in 1989 een poging tot staatsgreep deed en tegenwoordig een nationalistisch-populistische campagne voert. De beweging hecht nadrukkelijk aan de democratie. Volgens een recente enquête bestaat in geen Latijns-Amerikaans land zoveel wantrouwen tegen regering, parlement en partijen als in Argentinië. Tegelijkertijd is het percentage mensen dat vindt dat democratie de beste regeringsvorm is en dus moet blijven gestegen van ongeveer 60 naar 70 procent.
Uitzonderlijk is ook de samenwerking tussen mensen uit de middenklasse die aanvankelijk slechts aarzelend en in nette kleren actie voerden en de aan een hard leven en harde acties gewende (werkloze) arbeiders. Dat is iets radicaal nieuws in de Argentijnse klassenmaatschappij.
Ook de organisatie en solidariteit op buurtniveau zijn ten dele nieuw. Er bestonden vroeger wel allerlei organisaties en activiteiten, zoals buurtraden, volksbibliotheken en productie- en verbruikerscoöperaties, maar die waren na de staatsgreep van 1976 vernietigd. Het herstel van de democratie in 1983 betekende geen heropleving van zulke organisaties. Vooral in de jaren negentig, toen het economisch goed leek te gaan onder president Menem, had een groot deel van de middenklasse zich de neoliberale ideologie en mentaliteit van het individueel concurreren en consumeren eigen gemaakt. Daarin was geen plaats voor gezamenlijke acties en solidariteit met anderen. Nu er weinig meer te consumeren valt en veel mensen het op hun eigen houtje niet meer redden, zijn onderlinge solidariteit en organisatie weer belangrijker geworden.
Openbare ruimte
Nora Strajelivich: "Buurtvergaderingen sluiten aan bij anarchistische tradities van directe democratie. Rond 1900 leefde het anarchisme sterk onder de talrijke Italiaanse immigranten en eind jaren dertig arriveerden veel anarchistische vluchtelingen van de Spaanse burgeroorlog. Er ontstaan nieuwe vormen van participatie. Het is een groeiende sociale praktijk, die een dramatische culturele verandering betekent in een overwegend autoritaire maatschappij. Deze verandering is het gevolg van een collectieve tragedie. De beweging heeft met haar vergaderingen op straten en pleinen en met haar acties de openbare ruimte heroverd. Ook hebben veel mensen hun angst voor de autoriteiten en de politie overwonnen."
Voor sommige deelnemers heeft de beweging zelfs utopische trekjes. Zij voelen zich verwant met het verzet in Chiapas in Mexico en deel van de wereldwijde beweging tegen de kapitalistische globalisering. Op een muurschildering staat: 'Dat er komt wat er nooit is geweest'.
De toekomst van de beweging is onzeker. De verwachtingen over een nieuwe sociale praktijk van brede solidariteit en participatiedemocratie zijn vermoedelijk te hoog gespannen. Ook rond de sociale bewegingen aan het einde van de militaire dictaturen in de jaren tachtig bestonden zulke verwachtingen, die niet zijn uitgekomen. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat de beweging op korte termijn veel kan verbeteren aan de sociale omstandigheden van de deelnemers. Als tastbaar succes uitblijft, zal het moeilijk zijn om de ongebruikelijke samenwerking tussen middenklasse en (werkloze) arbeiders overeind te houden. Gebrek aan succes kan leiden tot teleurgesteld afhaken, verbittering, verbeten strategiediscussies, conflicten, splitsingen en radicalisering. Hopelijk is deze nieuwe beweging een beter lot beschoren.
Actuele informatie over acties: www.argentina.indymedia.org. of:
www.indymedia.ar.
Guillermo O'Donnell over democratie in Latijns-Amerika
Jan de Kievid
'Ook sociaal en civiel burgerschap nodig'
Een goed functionerende democratie in Latijns-Amerika vereist niet alleen politieke, maar ook sociale en civiele burgerrechten voor iedereen. Een gereconstrueerde staat moet die rechten helpen garanderen. Het is opmerkelijk dat in de Argentijnse crisis de democratie overeind is gebleven. De regering Bush is geen geluk voor de wereld en voor de democratie in Latijns-Amerika. Dat stelt de vooraanstaande Argentijnse politicoloog Guillermo O'Donnell, die sinds vijftien jaar in de Verenigde Staten werkt.
Eind 1978 moest de Argentijnse politicoloog Guillermo O'Donnell van de ene op de andere dag zijn land ontvluchten. Na de staatsgreep van 1976 was hij ontslagen aan de universiteit, maar aanvankelijk kon hij nog werken in een eigen onderzoekscentrum. "In 1978 was het niet meer uit te houden met de bedreigingen en de angst. Ik bleef drie jaar in Rio de Janeiro en daarna vier jaar in Sao Paulo. In 1986 kreeg ik een zeer verleidelijk aanbod om samen met Alejandro Foxley, die in 1990 de eerste Chileense minister van financiën na de dictatuur zou worden, een instituut voor Latijns-Amerikastudies in de Verenigde Staten op te zetten, geleid door Latijns-Amerikanen. Dat heb ik geaccepteerd, en sindsdien ben ik hoogleraar aan de universiteit van Notre Dame in Indiana."
O'Donnell geldt als de belangrijkste Latijns-Amerikaanse politicoloog. Begin juli hield hij de openingslezing op het derde Europese congres van Latijns-Amerikanisten in Amsterdam (zie elders in dit nummer). O'Donnell kwam rechtstreeks uit het in diepe crisis verkerende Argentinië.
Al dertig jaar kan niemand om O'Donnell heen bij discussies over dictatuur en democratie in Latijns-Amerika. Hij komt steeds met nieuwe inzichten: eerst over het karakter van de militaire dictaturen en daarna over het proces van overgang naar democratie. Tegenwoordig houdt hij de kwaliteit van de nieuwe democratieën scherp in de gaten. Telkens wijst O'Donnell er op dat de politieke processen in Latijns-Amerika niet verklaard kunnen worden met de gangbare politicologische theorieën, die zijn ontleend aan de ontwikkelingen in de westerse wereld. Toch geniet O'Donnell ook groot aanzien in gevestigde wetenschappelijke kringen. Zo was hij voorzitter van de IPSA, de wereldorganisatie van politicologen.
Blijf van mijn lijf!
Cora van den Berg
Vrouwenopvang in Nicaragua
Het zwijgen doorbreken, de vrouwen weerbaar maken en de kinderen leren dat geweld niet bij het leven hoort. Daartoe is het eerste en vooralsnog enige blijf-van-mijn-lijfhuis in Nicaragua opgericht, Casa de Albergue in Managua. De methodieken waarmee de vrouwen worden geholpen om op eigen benen te staan zijn overgebracht uit Nederland, door Cecilia Pérez van de Vrouwenopvang Amsterdam.
"Huiselijk geweld tegen vrouwen is gebaseerd op macht. Het komt overal voor. Maar in landen waar de familieband sterk is en sociale opvang niet bestaat, zoals in Nicaragua, is het voor vrouwen bijna onmogelijk hun man te verlaten. Ze worden door niemand begrepen en kunnen nergens naar toe." Cecilia Pérez van de Vrouwenopvang Amsterdam is al een paar jaar betrokken bij de opvang van mishandelde vrouwen in Managua. Dat is in de Nicaraguaanse hoofdstad geen overbodige luxe. Mishandeling, intimidatie en seksueel geweld tegen vrouwen en kinderen zijn alledaagse verschijnselen in Nicaragua. Veel mensen lijden onder de economische crisis waarin het land verkeert. Aanhoudende armoede en werkloosheid zorgen voor enorme frustraties, mannen reageren die nogal eens af op hun gezin. Per dag worden er gemiddeld tachtig aangiften van huiselijk geweld gedaan bij de zestien speciale vrouwenmeldpunten van de politie. Weglopen is voor vrouwen bijna onmogelijk. De kans is groot dat ze door familieleden linea recta teruggestuurd worden naar huis. Als ze toch onderdak vinden bij familie weten hun mannen hen altijd wel te vinden. En waar moeten vrouwen zonder geld anders naar toe?
Pitou van Dijck over de Surinaamse economie
Walter Lotens
Slecht voorbereid op globalisering
Hoe staat de Surinaamse economie erbij? Is Suriname klaar om mee te doen in een open, globaliserende wereld? Volgens een studie van een internationaal gezelschap deskundigen is Suriname slecht voorbereid op zo'n toekomst. Bij de presentatie van het boek in Paramaribo sprak Walter Lotens met de samensteller, de Nederlandse econoom Pitou van Dijck.
Een paar jaar geleden gaf Pitou van Dijck, verbonden aan het Amsterdamse CEDLA (Centrum voor Studie en Documentatie van Latijns-Amerika), colleges over het macro-economisch beleid in Latijns-Amerika: "Dat ging niet speciaal over Suriname, maar ik raakte wel geïnteresseerd in het vraagstuk hoe men een ontwikkelingsproces tot stand kan brengen in een economie die voor zijn deviezen zo sterk afhankelijk is van het buitenland als de Surinaamse. Er bleek maar heel weinig vakliteratuur te zijn over de recente macro-economische ontwikkelingen van het land. Buiten enkele - meestal interne rapporten - van het IMF, de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) en de Wereldbank bestonden er geen internationale publicaties. Ook in internationale statistieken was Suriname vaak niet of zeer onvolledig aanwezig. Als onderzoeker werd ik daardoor aangespoord om zelf op dat terrein te gaan spitten."
Dat heeft geleid tot een boek met bijdragen van een aantal internationale deskundigen: Suriname, the Economy. Prospects for Sustainable Development. Op één uitzondering na zijn alle artikelen geschreven door mensen van buiten Suriname. Van Dijck: "Ik heb bewust gekozen voor een niet-Nederlands perspectief. Natuurlijk speelt Nederland via de verdragsmiddelen (de bij de onafhankelijkheid in 1975 toegezegde ontwikkelingshulp), de migratiestromen en de postpakketten naar Suriname een belangrijke rol, maar de relatie Nederland-Suriname is niet het uitgangspunt van het boek." Er wordt naar de Surinaamse economie gekeken in het kader van de internationale economische transformaties van de afgelopen kwarteeuw.
Van Dijck: "De internationale kapitaalbewegingen - leningen en buitenlandse investeringen - zijn in die periode veruit het snelst gegroeid. Daarnaast was er een toename van de dienstverlening. Op de derde plaats kwam de internationale handel in industriële goederen en pas op de laatste plaats een groei in de internationale handel in landbouw- en mijnbouwproducten. Binnen dit proces van internationalisering en globalisering moeten landen hun plaats zien te vinden."
Latijns-Amerikanistencongres
in Amsterdam Jan de Kievid
'Grenzen overschrijden' was het centrale thema van het derde Europese Latijns-Amerikanistencongres begin juli in Amsterdam. Dit omvat zowel globalisering als de verschuivende grenzen bij de vorming van nationale, regionale, etnische, politieke, religieuze en genderidentiteiten. Ruim zevenhonderd mensen - vooral sociale wetenschappers - uit bijna veertig landen woonden het vierdaagse congres bij.
Nederland, Mexico en Brazilië leverden elk zo'n honderd deelnemers. Aanvankelijk hadden zich tachtig Argentijnen opgegeven, maar door de economische crisis kwam slechts een tiental. Ruim de helft van de congresgangers kwam uit de westerse wereld, waarvan een zestigtal uit de Verenigde Staten. Een kwart van deze deelnemers uit westerse landen heeft echter Latijns-Amerikaanse wortels. Daarmee bestond het congres voor ruim de helft uit Latijns-Amerikanen. De vier armste Midden-Amerikaanse en de vier armste Andeslanden leverden bij elkaar nauwelijks tien congresgangers.
Naast drie centrale lezingen waren er 120 groepsbijeenkomsten, waar zo'n 550 papers werden besproken. Volgens professor Michiel Baud, directeur van het Amsterdamse CEDLA (Centrum voor Studie en Documentatie van Latijns-Amerika) en voorzitter van het organisatiecomité, is het gelukt om "een gevarieerde deelname en inhoud te garanderen en tevens de menselijke maat te behouden. De centrale lezingen en de dagelijkse borrels geven iedereen het gevoel er bij te horen. Het wereldcongres van Latijns-Amerikanisten in 1988 in Amsterdam was groter, maar ook anoniemer." Ook David Scott Palmer, een vooraanstaand Noord-Amerikaans Peru-deskundige, vindt deze omvang "veel beter dan de congressen in de Verenigde Staten. De laatste keer waren er ruim vierduizend deelnemers met achthonderd groepsbijeenkomsten!"
Diego Muñoz uit Bolivia, die onderzoekt hoe economische organisaties van kleine boeren reageren op globalisering, bezocht nooit eerder zo'n congres. Hij vindt het juist te groot: "Er zijn teveel bijeenkomsten, wat kiezen moeilijk maakt. Ik ben niet bij de borrels geweest, maar heb die tijd gebruikt voor extra bijeenkomsten met collega's. Omdat wij nogal geïsoleerd zijn, wilde ik graag weten of ik met mijn onderzoek op het goede spoor zit. Dat blijkt zo te zijn, en dat geeft me vertrouwen om door te gaan." Gerdien Steenbeek, feministisch antropologe van de Utrechtse universiteit, vindt het congres "groot genoeg om keuzes te kunnen maken, en klein genoeg om elkaar te ontmoeten. Zo heb ik nieuwe contacten gelegd met Scandinavische collega's."
Hannes
Wallrafen Maja Haanskorf
Het verbeelden van de tijd
Hannes Wallrafen is fotograaf. Een chroniqueur van de tijd ook: hij wil beelden op een tijdslijn plaatsen. Geen platte foto's, maar verhalen die de kijker zelf kan invullen. "Ik heb meer met Fellini dan met Ed van der Elsken".
Als je zijn curriculum leest, krijg je de indruk dat Hannes Wallrafen (51) zijn hele leven aan het fotograferen en reizen is. Noem een land en hij is er met zijn camera geweest. Is hij zo'n globetrotter? Eigenlijk niet, net zomin als hij van jongs af aan verslingerd was aan de camera. "Ik ben opgegroeid in Duitsland en na mijn schooltijd trok ik naar Berlijn. Ik had geen idee wat ik wilde doen, het waren vrije-vogel-jaren. Het waren ook andere tijden, van studentenprotest, verzet tegen de gevestigde orde, engagement. Amsterdam had toen een naam, daar gebeurde het. Zo ben ik hier terechtgekomen, eigenlijk zonder doel. Tot ik de fotografie ontdekte en aan de Rietveld Academie ging studeren. Fotograferen was voor mij een manier om mijn standpunt te laten zien, te tonen wat goed en wat fout was. Ik fotografeerde de ontruiming van de Nieuwmarkt, waar ik toen woonde. Twee jaar later, in 1976 ging ik naar Tanzania. Daar was toen een soort socialisme gerealiseerd onder president Julius Nyerere en dat wilde ik zien en laten zien. Zo sloeg ik aan het reizen. Er kwamen opdrachten voor reportages in India, Iran, Libanon, Bolivia, Chili en andere landen. De meeste andere fotografen hadden in die tijd nog niet zoveel aandacht voor de Derde Wereld."
Tussen weggaan en blijven'
Mark Weenink
Antonio Skármeta op bezoek in Nederland
Onlangs bracht de Chileense auteur Antonio Skármeta een bliksembezoek aan Nederland. Op het Spaanse Instituto Cervantes te Utrecht gaf hij op 28 juni een lezing, in het kader van de serie 'Lente van de Chileense literatuur'. Daags erna reisde hij alweer door naar Duitsland, waar hij de functie van ambassadeur bekleedt. Zijn Chileense collega in Nederland introduceerde hem bij het publiek met een mooie anekdote. "De jonge Skármeta werd na het schrijven van zijn eerste boek thuis ontvangen door de grote schrijver Pablo Neruda. De Chileense Nobelprijswinnaar voor literatuur was enigszins verveeld en zat niet echt te wachten op de jonge blaag. 'Kom over twee maanden maar terug,' zei Neruda. Na twee maanden kwam Skármeta weer langs en Neruda's oordeel luidde als volgt: 'Dit boek is goed, maar dat zegt niets, want alle eerste boeken van Chileense schrijvers zijn goed. Laten we het tweede boek maar eens afwachten.'" Neruda's cynisme is onterecht gebleken want inmiddels is Skármeta een succesvol schrijver met vele titels op zijn naam en zijn werk is veelvuldig vertaald en bekroond.
Skármeta, een man met een vriendelijke uitstraling, een bril en een lichtelijk stevig postuur, werd in 1940 in Antofagasta geboren, een stad nabij de woestijn in het noorden van Chili. Een landschap van ongekende schoonheid, leegte en stilte, "een les van bescheidenheid voor de mens", zoals Skármeta het uitdrukte. Antofagasta is echter ook een havenplaats, op de grens van twee zeeën, "de één van water en de andere van zand, beiden schijnbaar oneindig".
Het gebied was een vestigingsplaats voor vele migranten uit Europa, onder wie de familie van Skármeta, wiens grootouders emigreerden vanuit Kroatisch-Dalmatië. Tijdens zijn jeugd bracht hij enige tijd door in Buenos Aires, een ervaring die hem bewust maakte van het anders-zijn en die belangrijk was voor de ontwikkeling van zijn identiteit, als jong volwassene en als Chileen. Ondanks de gemeenschappelijke taal was hij toch anders. Zijn uitspraak van het Spaans week af van dat van de Argentijnen en zijn manier van bewegen, eigenlijk alles was anders.
Skármeta reageerde hierop door veel te lezen. Aanvankelijk vond hij de Chileense literatuur te formeel en ging zijn voorkeur uit naar Noord-Amerikaanse en Engelse literatuur. Ook leerde hij radiodrama's en gedichten uit het hoofd, die hij op verjaardagsfeesten en andere gelegenheden ten gehore bracht. Hij trakteerde de aanwezigen in de zaal op een voorbeeld en begon - uit zijn hoofd - een tekst op bijna onnavolgbare snelheid op te zeggen.
Guatemalteekse dichter Humberto Ak'abal praat, neuriet en fluit
Mark Weenink
'Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is', luidt het aloude spreekwoord. Het is zeker van toepassing op de Guatemalteekse dichter Humberto Ak'abal (1952). In het Midden-Amerikaanse land worden naast de officiële taal Spaans nog vele inheemse talen gesproken. Het Mayaquiché is er één van. Op het literaire vlak is de taal een onbekende. Niet verwonderlijk, als je bedenkt dat inheemse culturen voornamelijk een orale verteltraditie kennen. Met Ak'abal lijkt de taal enigszins op de kaart gezet te worden.
Het Quiché is zijn moedertaal en de taal waarin hij dicht. In juni was hij in Nederland te gast, op uitnodiging van het 33e Poetry International Festival. Dichters uit alle windstreken waren naar de Rotterdamse schouwburg gekomen. Op het festival stond de relatie tussen poëzie en muziek centraal. Poëzie waarin werd gerapt, gezongen of die begeleid werd door muziek. Ak'abals poëzie paste perfect in dit thema, gezien het muzikale karakter van zijn gedichten. Bovendien was er behalve aandacht voor 'grote talen' als Engels, Frans en Spaans, speciale belangstelling voor zogenaamde 'kleine talen'. Met het Quiché was de Guatemalteek één van de zeven genodigden in deze categorie, naast onder andere een Welshe (Wales) en een Lijfse dichter (Letland).
Emancipatie door loodvrije bekers en schalen
Karin Anema
Mexico
Mexicaans aardewerk is in. Kleurrijke winkeltjes met prachtig geëmailleerde bekers en schalen schieten overal als paddestoelen uit de grond. Weinig mensen zullen zich echter realiseren dat de glazuurlaag lood kan bevatten, een giftig metaal. Dat veroorzaakt met name bij de makers van het aardewerk ernstige gezondheidsklachten. Desondanks zijn de meeste P'urepecha, een inheemse Mexicaanse bevolkingsgroep die van oudsher lood gebruikt bij het pottenbakken, niet van zins alternatieve glazuurtechnieken toe te passen. Een handjevol P'urepecha-vrouwen probeert daar nu verandering in te brengen. Daartoe moet de traditionele man-vrouw-verhouding op de schop.
Aan het schilderachtige Pátzcuaromeer in de Mexicaanse deelstaat Michoacan, een paar honderd kilometer ten westen van Mexico-Stad, ligt het piepkleine dorpje Santa Fe de la Laguna. De streek rondom het meer wordt overwegend bewoond door de P'urepecha. Van oudsher is deze inheemse bevolkingsgroep befaamd om haar kunstnijverheidsproducten. Het ene dorp heeft zich toegelegd op het vervaardigen van meubels, in het andere worden maskers gemaakt en nog weer andere zijn gespecialiseerd in geëmailleerd keramiek. Eens in de twee weken is er markt in het plaatsje Quiroga. Vanuit dertig omringende dorpen komen P'urepecha er goederen ruilen. Een stoel tegen een mand vol vis uit het meer, een mat van palmbladeren tegen aardewerk.
Geuzenmuziek uit Mexico
Vincent Kramer
Het was wel even wennen. Los de Abajo ging er meteen vandoor met opzwepende 'punk salsa', zoals het persbericht de muziek omschrijft. Iets te opzwepend, als je net uit het grauwe Nederlandse weer in dit bad van 'CyberTropiPunk' terechtkomt. Maar de groep hield stug vol, en na een klein half uur was iedereen in dezelfde feeststemming als de band.
Het was eenvoudigweg onmogelijk om je niet te laten meeslepen door de muziek. De Mexicaanse band Los de Abajo speelde op 23 mei in de Melkweg in Amsterdam een mix van salsa, hiphop, reggae, ska, funk, rancheros en house. Voor iedereen zat er wel iets bij. Maar het mooist was de sublieme manier waarop Los de Abajo de verschillende stijlen tot een geheel wist te maken, als een kleurrijk mozaïek. Het geluid van de groep is zo eigen dat het met gemak zulke uiteenlopende stijlen kan spelen, zonder het totaalbeeld te verstoren. Precies daar ligt de kracht van de band. Altijd worden de diverse stijlen weer teruggeleid naar Mexico. Líder Terán, de zanger van de band, noemt het de "kaleidoscoop van het Mexicaanse leven."
Want Los de Abajo laat er geen misverstand over bestaan: dit is een Mexicaanse band, en wel uit Mexico-Stad. Oftewel Cybertropic Chilango Power, zoals de nieuwste cd heet. Chilango betekent 'van Mexico-Stad'. Het is een soort geuzennaam. Mensen uit de provincie gebruiken dit woord om een lui, bedrieglijk en sluw persoon uit de grote stad mee aan te duiden. Er doen bumperstickers de ronde met de tekst 'Haz patria, mata un chilango' (Maak Mexico groot, dood een Chilango). De titel van de cd is dan ook niet gespeend van enige ironie.
De diversiteit in de muziek maakt Los de Abajo juist Mexicaans. De bandleden zijn opgegroeid met de hiphop uit de Verenigde Staten, de salsa uit de Cariben en de house van MTV Latino. De muziek is als de mestizocultuur van Mexico zelf. Met gemak leggen de bandleden de elektrische instrumenten neer om de tres of de accordeon te bespelen. Oorspronkelijke Mexicaanse ritmes komen aan bod, zoals de son jarocho in nummers als 'Vuelvo a Comenzar'. De stoere rapper Carlos Cuevas, met bijpassende hiphop-muts, blijkt ineens de trompet te kunnen bespelen. En zangeres Odisea Valenzuela kan ook trombone spelen, die nog maar net iets kleiner is dan zijzelf. En samen met tenorsaxofonist Damian Portugal blijken ze een sterke ranchero-blazerssectie neer te kunnen zetten.
|