info noticiashome
Dit nummer is een themanummer:
De Media


Met daarin onder meer:

REDACTIONEEL
- Thema 'Media'

ACTUEEL
- ING in troebel water
- Kindermoorden in Honduras

MEDIA
-
Persvrijheid op zijn Argentijns
- Standplaats Mexico
- Persbureau IPS
- Indianen op het web

PORTFOLIO
- Aldo Cardoso

MEDIA
- Media in Brazilië
- Digitaal geheimschrift
- Tarcisio Lage van de Wereldomroep
- Radio in de Andes
- Uitgelezen
- Kort Latijns-Amerikaans
- Agenda

Het volgende nummer van LA Chispa
zal medio oktober verschijnen


REDACTIONEEL    Maja Haanskorf
Thema 'Media'
Een themanummer over de media. Want zijn de media in onze moderne wereld niet oppermachtig geworden? In Brazilië schijn je geen president te kunnen worden als de grootste televiziezenders niet achter je staan. Je moet dan nog wel beschikken over wat uitstraling, mediageniek zijn. In Argentinië probeert de regering de waarheid naar haar hand te zetten. De media dienen te zwijgen over de onrust in het land en geen ruchtbaarheid te geven aan de vele initiatieven die de bevolking tentoonspreidt om het hoofd boven water te houden. En al helemaal niet aan hoe de politie, in naam van de regering, optreedt tegen demonstranten.
Waar politici de media in handen hebben, is het gedaan met de onafhankelijkheid van de pers. Ook als er officieel persvrijheid bestaat, zullen journalisten zich wel tweemaal bedenken hun nek uit te steken. Dwarsliggerij betekent ontslag of erger. Nog altijd worden er journalisten bedreigd en vermoord.

Waar de markt de media in handen heeft, heersen de lees- en vooral de kijkcijfers. Veel publiek betekent veel adverteerders, die nodig zijn voor de inkomsten. De inhoud van de media is koopwaar geworden. Dat geldt voor amusement, maar ook voor nieuws. De twee zijn steeds minder van elkaar te onderscheiden. Er is zelfs een speciale term voor: infotainment. Luchtig, snel, makkelijk te verteren.

De waan van de dag overheerst in deze 'ditjes en datjes-journalistiek'. Nieuwtjes moeten snel gebracht worden, in ieder geval vóór de concurrent. Voor het aanbrengen van verbanden, het maken van analyses en het uitdiepen van achtergronden is nauwelijks tijd. Iets dat vandaag nieuws is, is morgen alweer vergeten. Neem de elfde september.

Een jaar na dato werd de aanslag op de Twin Towers in New York herdacht. De Verenigde Staten als slachtoffer. Dat dit land op een zelfde datum, op 11 september 1973 dader was van een aanslag op het Chileense volk, daarover repte niemand. Alleen in Chili en in gemeenschappen van Chileense ballingen werd de moord op Salvador Allende en het begin van de dictatuur van Pinochet herdacht. Zoals in de woorden van de in Rotterdam wonende Chileense dichter Juan Heinsohn Huala:

Puesto que el olvido es una forma de rendirse.
Ya que ahora el 11 de septiembre también es de ellos.
Cuando sus muertos parecen hacer olvidar los nuestros.
Porqué el terrorismo siempre les ha servido a ellos, tanto para acabar con quienes anhelan otro tipo de mundo,
como para sacar provecho y justificar sus guerras.
Ya que ellos siguen siendo los señores de la guerra.
A causa de....

Omdat vergeten een vorm van capitulatie is
Omdat 11 september nu ook van hen is
Nu het lijkt of hun doden de onze verdringen
Omdat ze terrorisme nooit hebben geschuwd om mensen af te maken die een andere wereld nastreven
of om de vruchten te plukken van hun oorlogen en die te rechtvaardigen
Omdat zij nog steeds de krijgsheren zijn
Omdat…

Wellicht zijn dichters en schrijvers de ware journalisten van onze wereld.

Vertaling gedicht door Elvira Willems


De Dutch Connection   Kees Hudig
Wateroorlog Cochabamba en de ING

Een internationaal consortium, holdings, brievenbusfirma's, geheime contracten en een schadeclaim van 25 miljoen dollar. Betreft het hier de nieuwste financiële thriller? Welnee, we hebben het over de betrokkenheid van de Nederlandse ING-trust bij een privatiseringsschandaal in Bolivia. Pikant detail: dezelfde ING die zich laat voorstaan op haar verantwoord ondernemerschap.

Voor de eerste maal zette een inwoner van Cochabamba een voet binnen de deur bij wat de officiële eigenaar van zijn drinkwater had moeten worden. Op 5 september ontving de directie van ING-Trust in Amsterdam de Boliviaan Osvaldo Pareja, vertegenwoordiger van de bewonersorganisaties uit Cochabamba. In deze derde stad van Bolivia woedde twee jaar geleden een ware wateroorlog. Van de naam ING had toen nog niemand gehoord.


Alledaagse straffeloosheid   Daniël de Jongh
Golf van moorden op Hondurese straatkinderen

Dagelijks komt minstens één straatkind in Honduras door geweld om het leven. De Midden-Amerikaanse organisatie Casa Alianza registreert sinds 1998 het aantal moorden. In vijf jaar tijd staat de stand op dertienhonderd. Geen cijfer om vrolijk van te worden, maar niemand lijkt ervan wakker te liggen. Onderzoek naar de moorden vindt slechts mondjesmaat plaats en daders ontspringen de dans. 

Tegucigalpa, 15 september 1995. Tijdens de jaarlijkse viering van de onafhankelijkheidsdag voert de Hondurese politie een schoonmaakactie uit rond het nationale voetbalstadium. Honderdachtentwintig mensen worden opgepakt en in de cel gezet. Preventief, zoals dat heet, omdat ze een 'verdachte indruk' maken op de dienstdoende agenten. Onder de arrestanten bevinden zich de vijftienjarige Marco Antonio Servellón García, de zeventienjarige Rony Betancourt Hernández en de tweeëndertigjarige Orlando Álvarez Ríos. In de vroege uurtjes van de zestiende september wordt ook de negentienjarige Diómedes Obed García vastgezet zonder enig bewijs dat hij zich schuldig gemaakt zou hebben aan een strafbaar feit. Een dag later worden de vier jongeren in verschillende uithoeken van de stad gevonden; gemarteld en vermoord. Vanwege de vindplaatsen gaat de viervoudige moord de geschiedenis in als 'de vier windstreken'


'Lastigste mensen liggen er het eerste uit'    Anke Welten
Argentijnse persvrijheid in crisis

Sociaal protest is niet meer weggeweest, sinds de Argentijnse bevolking eind vorig jaar twee presidenten verjoeg. Argentijnse kranten berichten daar nauwelijks over. Ongekleurd waren ze nooit, maar onder druk van de crisis voelen journalisten zich steeds minder vrij om te schrijven wat ze willen. Journalisten zijn gedwee uit angst hun baan te verliezen. "Ik ben geen actievoerder, ik wil brood op de plank."

Een winterse vrijdagavond in Buenos Aires. Aan een tafeltje voor in een rokerig zaaltje zitten een paar journalisten en een actieve buurtbewoonster uit Avellaneda, een voorstad van Buenos Aires. Ze zijn bij elkaar gekomen om te discussiëren over de manier waarop de media met het drama van de afgelopen week is omgegaan. Het publiek bestaat vanavond uit journalisten, de meeste werkloos.
Een week eerder, op 26 juni, was de wijk Avellaneda op een akelige wijze in het nieuws geweest. Bij ongeregeldheden tussen demonstranten en politie op de brug tussen Avellaneda en Buenos Aires raakten tientallen demonstranten gewond en werden twee jongens gedood. Voor het eerst sinds de volksopstand van december vorig jaar was het vrijwel direct duidelijk dat de politie het bevel had gekregen om de demonstratie 'koste wat het kost' te beëindigen. De hele week had de regering al gewaarschuwd geen volgende incidenten te zullen tolereren. Er waren daarom op 26 juni meer televisie- en fotojournalisten aanwezig dan demonstranten. Haarfijn legden die vast hoe demonstranten taxi's en bussen in de fik staken, hoe politieagenten genadeloos hard op andere demonstraten insloegen en hoe twee demonstranten doodgeschoten werden. Achteraf bleken de meest provocatieve demonstranten politie-infiltranten te zijn. Dat vertelden de televisiecommentatoren niet. Ook niet dat een politiechef in burger, berucht uit de tijd van de militaire dictatuur, de dodelijke schoten had afgevuurd.
Schrijvend journalisten waren er echter nauwelijks. Dat was de volgende dag te zien in de kranten. De teneur van de berichten volgde precies de boodschap van regering en politie op de persconferentie de vorige avond: de politie viel niets te verwijten. "Ze hebben alleen rubberkogels in hun wapens, die zijn niet dodelijk", waren de woorden van een politiechef, zonder kritisch commentaar geciteerd door Clarín, het grootste dagblad van het land, en de conservatieve krant La Nación.
Beelden waaruit duidelijk bleek wie de dodelijke schoten had gelost werden pas in de loop van de volgende dag op grote schaal vertoond. Een overvloed aan bedenkelijke details, die langzaam waren uitgelekt, had de eerste lezing van de gebeurtenissen onhoudbaar gemaakt. De berichtgeving veranderde daarop even rigoureus als de overheidscommentaren: de politie was buiten haar boekje gegaan en de bewuste politiechef werd ontslagen. De demonstrerende werklozen veranderden van 'een bedreiging van openbare orde en democratie' opeens in 'een groep eenvoudige mensen die op een meestal vredelievende manier voor hun rechten opkomt, maar gemakkelijk te infiltreren is door mensen met criminele bedoelingen.'


Volgzame journalistiek
Helemaal vrij en onafhankelijk is de Argentijnse pers in twintig jaar democratie nooit geweest. De redactie van de serieus-populaire krant Clarín heeft altijd de belangen gediend van de dienstdoende regering. Sinds de uitgever van de krant, onder de naam Grupo Clarín, vanaf 1989 ook andere media en bedrijven onder haar hoede heeft, zijn de economische belangen groter geworden en is de vrijheid van journalisten daarmee kleiner. La Nación is van oudsher de krant van de machtige landbouwoligarchie in het land. Buitenbeentje is Página/12. Deze krant werd in 1987 opgericht om een tegenwicht te bieden tegen de traditionele, volgzame journalistiek. Maar omdat er weinig middelen zijn, is de krant dun en heeft ze weinig lezers.
Het gebrek aan onafhankelijkheid van de Argentijnse kranten is onderwerp van gesprek onder de journalisten in het zaaltje. Pablo Llonto is gespreksleider van de discussie. Hij werkte vanaf 1978 als sportjournalist bij Clarín. Zijn diensten voor de interne vakbond van de krant kostten hem in 1991 zijn baan. "Het is niet zo dat er iemand van de krant of van buiten vertelt wat we wel en niet mogen schrijven", vertelt hij over zijn ervaringen. "Journalisten leggen zichzelf censuur op om lezers, bronnen en financiers niet tegen het zere been te schoppen. Maar als er - om economische redenen - journalisten ontslagen moeten worden, dan liggen 'de lastigste mensen' er het eerste uit. Dat maakt collega's bang en de zelfcensuur strenger."
Die angst om eruit geschopt te worden is des te groter in deze tijden van economische crisis. De werkloosheid onder journalisten is hoog. Van de 8500 journalisten ooit werkzaam in Buenos Aires zijn er in de afgelopen vier jaar alleen al bij kranten 2500 ontslagen. De meeste daarvan zijn nu nog werkloos, of hebben een baan buiten de journalistiek.

Gehalveerd artikel
Maar is die angst voor ontslag de enige reden voor de weinig objectieve weergave van die dramatische dag in juni? Uit de ervaringen van Virginia Messi, journaliste van de politieredactie van Clarín, blijkt hoe haar redactie de berichtgeving manipuleert. De demonstratie van 26 juni stond gek genoeg niet op de redactieagenda van haar krant, vertelt ze tijdens de discussie. Toen ze die middag om één uur op haar werk verscheen, moest ze van haar chef maar eens gaan kijken. De twee dodelijke slachtoffers waren op dat moment al gevallen. "Toen ik aankwam waren de meeste demonstranten al weg, net als de politie", vertelt ze. "Ik deed wat ik nog kon doen: praten met iedereen die getuige was geweest: winkeliers langs de demonstratieroute, mensen in het ziekenhuis waar de gewonden aankwamen of die gezien hadden hoe politieagenten het plaatselijke kantoor van de communistische partij waren binnengevallen. Het was me snel duidelijk dat de politie een actieve rol had gespeeld in het geweld."
Terug op de krant verwerkte Messi snel haar bevindingen, op de halve pagina ruimte die haar baas ervoor vrij wilde maken. Met kromme tenen ging ze 's avonds naar huis, bang dat correctoren weinig van het verhaal heel zouden laten. En terecht: het stuk dat ze de volgende dag onder haar naam in de krant zag staan was gehalveerd. De inval in het partijbureau was eruit geknipt, net als andere getuigenissen die met een beschuldigende vinger in de richting van de politie wezen. Haar collega's van de sectie politiek hadden in hun analyses op de eerste pagina's niets van haar verslag meegenomen.
De meeste collega's in de zaal knikken begrijpend op Messi's relaas. Ze herkennen haar ervaring en begrijpen dat ze heeft gedaan wat in haar bereik lag. Fotograaf Sergio Kowalewski twijfelt. Als freelancer voor Página/12 merkte hij dat hij meer vrijheid had dan collega's van bijvoorbeeld Clarín en La Nación. "Ik was van begin af aan bij de demonstratie aanwezig en legde vast wat ik maar kon. Collega-fotograven vertelden me dat ze duidelijke instructies hadden meegekregen: laat vooral het geweld van demonstranten zien. Toch konden ze het niet laten om ook onevenredig politiegeweld vast te leggen. Dat hadden schrijvend journalisten ook moeten doen."
De vraag waarom Messi niet zelf het initiatief genomen had om die dag eerder ter plekke te zijn wordt niet gesteld door een ervaren collega, maar door een jongen van het alternatieve internetpersbureau Indymedia. Hij werkt als vrijwilliger. "Als wij erbij kunnen zijn, kunnen jullie van een grote krant dat ook", roept hij. "Het gaat er toch om dat wij de wereld laten zien wat er gebeurt?" "Zo gemakkelijk is dat niet", antwoordt een collega van Messi vanuit de zaal. Hij vertelt hoe zijn chef hem regelmatig op pad stuurt voor een leuke sfeerreportage in een klein dorpje, net op de dag dat er een belangrijke gebeurtenis plaatsvindt, zoals de berechting van een belangrijk persoon die hij volgt. "Hoe kan het dat een krant als Clarín niet meer mensen inzet op het moment dat er duidelijk iets te gebeuren staat?" vraagt Pablo Llonto zich hardop af. De vraag blijft in de lucht hangen, omdat iedereen het antwoord wel weet: 'ze' hebben er geen belang bij. "Je hebt toch een persoonlijke verantwoordelijkheid als journalist", probeert de jongen van Indymedia nogmaals. Iemand uit de zaal schiet Messi te hulp. "Messi is een gedegen journaliste, geen actievoerder." Messi bevestigt dat. "Ik moet hier mijn brood mee verdienen. Als actievoerder is je beroep niet je hoofddoel. Dat maakt wel een verschil." En daarmee is de kous af.

Asamblea barrial
Sinds de pannenprotesten van eind vorig jaar hebben de Argentijnse kranten vooral geschreven over de devaluatie van de peso, de dagelijkse ontvoeringen en het moment waarop 50 procent van de bevolking onder de armoedegrens terechtkwam. Maar er is veel meer gebeurd, ontwikkelingen die niet terug te vinden zijn in de grote kranten. De bevolking heeft in haar woede en zonder hulp van militairen twee presidenten verjaagd. Ze heeft zich, veel meer dan voorheen, georganiseerd om zelf dingen te kunnen veranderen. Bijna alle wijken en dorpen in het land hebben de laatste maanden een asamblea barrial gekregen, een vergadering van buurtbewoners die plannen bespreken voor het eigen dorp of de eigen wijk. Werkloze fabrieksarbeiders hebben in het hele land fabrieken bezet om zichzelf in hun onderhoud te blijven voorzien. Ze laten hiermee zien dat een leven buiten het traditionele economische circuit mogelijk is. Ontslagen arbeiders en gedupeerde bankrekeninghouders staan soms samen op de barricades, iets wat negen maanden terug ondenkbaar was. Página/12 is de enige krant die deze bewegingen volgt. Andere media beschrijven hooguit af en toe een actie, alsof het om incidentele gebeurtenissen gaat die niemand bedreigen.
De bijeenkomst van de journalisten in het zaaltje is vergelijkbaar met zo'n buurtvergadering, zij het gericht op de journalistiek. Net als de buurtvergaderingen heeft het groepje van honderd journalisten dat regelmatig bijeenkomt zich niet tot vereniging uitgeroepen. De Argentijnse ervaring leert dat officiële clubs binnen de kortste keren geïnfiltreerd vanwege politieke en economische belangen. De eerste bijeenkomst van de journalisten vond plaats na de escalatie van de crisis in december. Vrij snel kwamen ze tot de conclusie dat het voorlopig onmogelijk is om iets te veranderen aan 's lands situatie vanuit de bestaande media. Even speelden ze met de gedachte om een nieuwe gratis krant op te zetten. Enerzijds om werkloze journalisten van werk te voorzien; anderzijds om een kritisch medium te bieden aan de groeiende groep mensen die zich geen krant meer kunnen permitteren. Maar waar haal je het geld vandaan in deze moeilijke tijden? Nu liggen er plannen om een tijdschrift uit te geven, ofwel voor en over de journalistiek, ofwel voor een algemeen publiek. "Of zo'n tijdschrift er komt is de vraag", aldus Llonto. "Maar het belangrijkste is dat we de discussie begonnen zijn. Eén van de eerste gevolgen is de groei van alternatieve media zoals Indymedia, die niet afhankelijk zijn van overheidsgeld of grote bedrijven. Werkloze journalisten kunnen daar als vrijwilliger hun werk voortzetten. En journalisten die nog in dienst zijn bij de 'traditionele' media doorbreken de zelfcensuur door de alternatieven als bron te gebruiken. Die verslaan gebeurtenissen waar krantenbazen hun personeel niet naartoe sturen."

Meeste geld
Het ziet er voorlopig niet naar uit dat de Argentijnse media kritischer berichten zullen publiceren. Nu de meeste Argentijnen zich geen krant meer kunnen veroorloven en dagbladen net als alle bedrijven op de rand van faillissement staan, grijpen zakenlui hun kans een media-imperium op te bouwen. Página/12 kwam al een paar jaar geleden in handen van Grupo Clarín. Vooralsnog kan deze krant 'eigenwijs' blijven omdat dat haar handelsmerk is en de groep lezers te klein is om een bedreiging te vormen. Maar journalisten van die krant zeggen dat ook zij steeds vaker horen dat ze over bepaalde onderwerpen beter niet kunnen schrijven.
De laatste grote transacties in medialand zijn overduidelijk politiek gekleurd. De nieuwste eigenaren van televisie- en radiostations en tijdschriften zijn goede bekenden van Carlos Menem, de ex-president die door bijna elke Argentijn wordt aangewezen als hoofdschuldige aan de crisis. Hij maakt deel uit van dezelfde groep politici en bestuurders van de twee grootste politieke partijen, Peronisten en Radicalen. Die hebben de afgelopen jaren meer tijd besteed aan onderlinge ruzies en het veiligstellen van eigen hachie dan aan het bestrijden van de crisis. De kans is groot dat niemand van deze groep bij de verkiezingen echt wat zal verliezen, al kan er maar één winnen: degene met het meeste geld en de meeste invloed. Althans, dat denkt Menem.


Vrijuit schrijven over het buurland mag wel   Wim Gijsbers
Zelfcensuur in Mexico

Mexico is een land van uitersten als het gaat om vrije meningsuiting. Waar ter wereld kan het gebeuren dat een guerrilla-beweging als het EZLN het halve land door kan trekken om in dertien verschillende staten te worden toegejuicht door honderdduizenden inwoners? Ook in Mexico-Stad kregen de Zapatisten een onthaal waar presidentskandidaten alleen van kunnen dromen. Het was voor het eerst in de geschiedenis dat gemaskerde indianen een toespraak hielden in het parlement. Het kostte moeite, maar het kon. En daarna? Het was zoiets als de kater na een wereldkampioenschap voetbal. De kranten werden weer saai en de verkoop ging behoorlijk omlaag. In Chiapas zelf gebeurde weinig en politiek Mexico ging over tot de orde van de dag.


In Latijns-Amerika zitten nog een paar oude krokodillen  Cora van den Berg
IPS: persbureau met nieuws uit het Zuiden

Een kleine veertig jaar bestaat het al, Inter Press Service (IPS), het nieuwsagentschap met oog voor het Zuiden. Het Derde-Wereldpersbureau werd opgericht in 1964 door idealistische journalisten die betrokken waren bij Latijns-Amerika en iets tegen het monopolie van de westerse persbureaus wilden doen. IPS-Nederland heeft een paar jaar goed gedraaid, mede dankzij de miljoenensubsidies van de Postcodeloterij en de Novib. Maar de redactie in Amsterdam moest er in 1995 mee stoppen. Sinds 1996 zit er een Nederlandstalige redactie in Brussel. IPS-Vlaanderen vertaalt dagelijks zes nieuwsberichten uit Latijns-Amerika, Afrika en Azië en verstuurt die naar de abonnees. Een handjevol abonnees.

ANP, AP, Reuters. Bekende letters tussen haakjes onderaan krantenberichten, als de krant tenminste de moeite neemt het persbureau als bron te vermelden. 'IPS' als bronvermelding komt wat minder vaak voor. In Nederland zijn het alleen het Nederlandsch Dagblad, het Reformatorisch Dagblad en het Friesch Dagblad, en de maandbladen OnzeWereld en Targets, die gebruik maken van het persagentschap Inter Press Service. In België zijn het de kranten De Morgen, de Financieel-Economische Tijd en Metro, die regelmatig berichten van IPS publiceren, en de maandbladen De Wereld Morgen en Wereldwijd.
IPS zag het licht in 1964, toen een groep Italiaanse journalisten op bezoek was in Latijns-Amerika en zich druk maakte over de gebrekkige perscontacten tussen de landen daar. De groep probeerde een lokaal persagentschap op te zetten, dat ook Europa kon voorzien van nieuws en achtergronden over dat continent. Roberto Savio, één van de Italianen, bracht het idee naar Europa en wist veel fondsen los te krijgen.
In de beginjaren ging IPS de concurrentie met de grote internationale persbureaus zoals AFP en Reuters aan. De Nederlandse afdeling van IPS, gevestigd in Amsterdam, had in de jaren tachtig een paar grote abonnees, waaronder de NOS en een aantal landelijke dagbladen. Boudewijn Poelmann, directeur van IPS-Nederland en tevens initiatiefnemer van de Postcodeloterij, zorgde ervoor dat het persbureau jaarlijks op vier ton subsidie kon rekenen. De ontwikkelingsorganisatie Novib was goed voor een half miljoen subsidie. De voorspoed voor IPS-Nederland mocht echter niet blijven. De landelijke media haakten al snel af als abonnee, onder meer vanwege klachten over de kwaliteit van de berichten van de IPS-correspondenten in de verschillende werelddelen. De Postcodeloterij trok zich medio jaren negentig ook terug. Poelmann was het er niet mee eens dat de leiding van IPS in Rome het noodlijdende persbureau UPI, dat voor een appel en een ei te koop stond, niet wilde overnemen. Begin 1995 sloot het kantoor in Amsterdam en stonden de toenmalige hoofdredacteur en redactie van IPS-Nederland op straat.
Toch bleef het Nederlandstalige publiek niet lang verstoken van berichten van IPS. In 1996 opende een nieuwe redactie, IPS-Vlaanderen, een kantoor in Brussel. Die bedient anno 2002 nog steeds een klein aantal kranten en maandbladen in België en Nederland.


Inheemse volkeren online  Guillermo Delgado-P.
Evaluatie van tien jaar computergebruik

In 1992 richtte de indiaanse beweging in Midden- en Zuid-Amerika haar aandacht op de nieuwe informatietechnologiën. Twee jaar later bracht subcomandante Marcos de eerste berichten over de opstand van de Zapatisten naar buiten via e-mail, waarop de Mexicaanse auteur Carlos Fuentes de opstand prompt de 'eerste postmoderne revolutie'doopte. Op een enkele uitzondering na is er sindsdien amper bericht over het computergebruik van de inheemse volkeren. Hoe revolutionair is het gebruik van computers onder hen nu eigenlijk?

'Een toekomst met tradities' was de slogan van de indiaanse beweging in 1992, precies vijf eeuwen na de ontdekking van Amerika. De slogan hield in dat het koesteren van tradities uit het kleurrijke verleden hand in hand zou moeten gaan met het bestrijden van het racisme, de voortdurende onrechtvaardigheid en de economische marginalisering van de indiaanse bevolkingsgroepen. Om deze strijd aan te gaan zou men gebruik moeten gaan maken van nieuwe, veelbelovende informatietechnologiën zoals computers, e-mail en internet. In de jaren daarop lobbyden de indiaanse groepen bij Europa, de Verenigde Staten en Canada voor technologische hulp. Hierop doneerden veel ngo's hardware zoals computers en hielpen met het opzetten van computersystemen om de inheemse bevolking online te krijgen. Nu, tien jaar later, is het tijd voor een evaluatie: Hebben de nieuwe technologiën de belofte vervuld die ze voor de inheemse bevolking leken in te houden? Heeft cybercommunicatie de solidariteit werkelijk versterkt of heeft ze slechts de hoeveelheid gespecialiseerde kennis van supporters vergroot over een handjevol problemen van indianen? Heeft internet geholpen bij het vervolgen van mensen die zich schuldig maakten aan overtredingen tegen indiaanse bevolkingsgroepen en hun territoria? De antwoorden hierop zijn ja en nee.


Van burger naar consument   Nico Vink
De media in Brazilië

Terwijl in Nederland de laatste maanden het debat oplaait over de invloed van de media op politieke processen, is het in Brazilië al lang geen geheim meer dat de media, en dan vooral de televisie, politici kunnen maken of breken. Zo verloor de linkse presidentskandidaat Lula een decennium geleden van Collor, nadat de ex van Lula op televisie vertelde hoe ze door hem in de steek zou zijn gelaten. Hoe beter een politicus zich weet te verkopen en hoe meer de kijker zich bij hem op zijn gemak voelt, hoe meer kans de politicus maakt. Wij in Nederland beginnen hier net aan te wennen. De gemiddelde Braziliaan is al langer veranderd van burger in consument. De Braziliaanse media weten dat en vechten voor hun marktsegment.

Het belangrijkste kenmerk van de Braziliaanse media is het commerciële karakter. Ze vormen een belangrijke culturele industrie gericht op winst maken. Er bestaan enkele kleine educatieve zenders maar de grote zenders zoals TVGlobo en TVS zijn commercieel. In de strijd om de kijkersgunst zijn alle trucs geoorloofd. Beide kanalen veranderen ineens programmatijden om de concurrent te benadelen. Ze maken zich schuldig aan het uitkopen van sterren en het overnemen en kopiëren van succesformules. Beide zenders maken nu ook zogenaamde realiteitstelevisie. Globo heeft de formule Big Brother gekocht van het Nederlandse Endemol en is met een tweede serie bezig. TVS heeft een minder succesvol soortgelijk programma. Globo blijft onverminderd de eerste in de kijkersgunst.


Versleutelen van e-mail redt levens    Cora van den Berg

Een digitaal geheimschrift, zo zou je de verzameling van willekeurige tekens kunnen noemen, die op het beeldscherm verschijnen. Alleen de juiste 'sleutel' tovert een echte tekst tevoorschijn. Geen verzinsel uit een spionageroman, maar een modern middel dat vooral de mensenrechten ten goede komt.

'Namens de mensenrechtenorganisaties in Guatemala wil ik u bedanken voor uw komst naar ons land. Uw PGP-software is de mensenrechten enorm van dienst geweest.' Zo schreef Patrick Ball, waarnemend directeur van de American Association for the Advancement of Science (AAAS), in 1999 aan Phil Zimmermann. Deze Amerikaanse internetgoeroe is de geestelijk vader van het
programma Pretty Good Privacy (PGP), 's werelds populairste en veiligste encryptiesoftware. Encryptie is het versleutelen van elektronische teksten en beelden tot een chaotische, schijnbaar willekeurige brei van letters en tekens. Alleen degene die over de juiste coderingssleutel beschikt kan de berichten weer ontcijferen. Zimmermann heeft zijn programma als gratis software op internet ter beschikking gesteld, zodat het in de jaren negentig over de hele wereld is verspreid. De bedenker was vroeger zelf vredesactivist en is een groot voorstander van privacy en vrijheid van
meningsuiting voor iedereen. Hij beroept zich erop PGP oorspronkelijk ontwikkeld te hebben ten behoeve van de mensenrechten.


'Het gevecht tegen de macht is fundamenteel.'    Hans Veltmeijer
Portret van schrijver, journalist en anarchist Tarcisio Lage.

Tarcisio Lage geniet van zijn vervroegde pensioen bij Radio Nederland Wereldomroep. Het geeft hem de mogelijkheid nog meer te schrijven. Zijn derde roman is af, en op zijn website- 'een pagina voor een anarchistisch praatje'- bestookt hij dagelijks Portugeestaligen met gekruide commentaren op de mondiale politiek. Die kritische kijk deed hem tweemaal zijn geboorteland Brazilië ontvluchten tijdens de militaire dictatuur. Na 21 jaar Nederland verklaart Lage zich geen Nederlander en ook geen Braziliaan te voelen. "Ik ben een internationalist."

Voor hem op de koffietafel ligt tussen een stapel Braziliaanse tijdschriften de lokale krant uit Abaeté. Tarcisio Lage is al zo'n veertig jaar weg uit zijn geboortestadje op het platteland van de deelstaat Minas Gerais, maar blijft toch op de hoogte van het plaatselijke nieuws. Want een Mineiro blijft een Mineiro: een beetje schuchter maar wel hondstrouw.
Op 24 mei van dit jaar zwaaide Tarcisio Lage (60) af als coördinator van de afdeling Brazilië van Radio Nederland Wereldomroep. Ruim twintig jaar informeerde hij de Brazilianen over Nederland en later steeds meer over gebeurtenissen en ontwikkelingen in Europa en de wereld. Aanvankelijk over de korte golf, later door middel van samenwerking met Braziliaanse radiozenders. Zo honkvast als hij in Nederland is geweest, zo veranderlijk was zijn journalistieke carrière in Brazilië. Daarvoor heeft hij een simpele verklaring: "In Nederland heb ik geen andere opties, mijn instrument is de Portugese taal. Hoe ga ik in het Nederlands schrijven?"


De vruchtbare aarde van de radio   Vincent Kramer
Indiaanse boeren in de ether

Eén van de meest spraakmakende radioprogramma's van Peru is Tierra Fecunda. Een programma voor, over en met de boeren in de Peruaanse Andes. Sinds het in 1980 de lucht in ging is het erg populair geworden onder campesinos. Leo Casas was tien jaar lang één van de centrale figuren bij het programma, van 1981 tot 1991. Hij vertelt over campesinos, de Peruaanse radio, cultuur, de kerk en de overheid.

In juni 1981 gebeurde er iets opmerkelijks in Peru. Het nieuwe radioprogramma Tierra Fecunda, vruchtbare aarde, schreef een wedstrijd uit waarbij indiaanse boeren gevraagd werd eigen liedteksten in te sturen. Er kwamen meer dan tweehonderd inzendingen binnen, in zowel Quechua als Spaans. Een onwaarschijnlijk hoog getal voor de vele Peruanen die dachten dat campesinos niet kunnen schrijven, laat staan gevoel hebben voor poëzie. Want zo omschrijft Leo Casas de meeste ingestuurde teksten, als pure poëzie. "De wedstrijd sloeg in als een bom. Het was ineens duidelijk dat er wel degelijk geschreven wordt door campesinos, dat ze nog steeds goede huayno-teksten schrijven. Huaynos zijn de volksliederen van de Andes, waarvan de bekendste ongetwijfeld 'El Condor Pasa' is. De luisteraars waren zo enthousiast, dat we al snel nieuwe wedstrijden uitschreven waarvoor ze mythen, vertellingen, legenden of essays konden insturen. De winnende teksten werden voorgedragen op de radio. Dit stimuleerde veel campesinos om te schrijven over hun dagelijkse problemen. Zo kregen ze letterlijk een eigen stem op de radio. In Peru was dat nooit eerder voorgekomen."

 

 

   E-mail Noticias
   Noticias-donateur worden?

Patrocinado por / Sponsored by:


  

Noticias 1997-2004