REDACTIONEEL
Maja Haanskorf
Thema 'Media'
Een themanummer over de media.
Want zijn de media in onze moderne wereld niet oppermachtig
geworden? In Brazilië schijn je geen president te kunnen
worden als de grootste televiziezenders niet achter je staan.
Je moet dan nog wel beschikken over wat uitstraling, mediageniek
zijn. In Argentinië probeert de regering de waarheid naar
haar hand te zetten. De media dienen te zwijgen over de onrust
in het land en geen ruchtbaarheid te geven aan de vele initiatieven
die de bevolking tentoonspreidt om het hoofd boven water te
houden. En al helemaal niet aan hoe de politie, in naam van
de regering, optreedt tegen demonstranten.
Waar politici de media in handen
hebben, is het gedaan met de onafhankelijkheid van de pers.
Ook als er officieel persvrijheid bestaat, zullen journalisten
zich wel tweemaal bedenken hun nek uit te steken. Dwarsliggerij
betekent ontslag of erger. Nog altijd worden er journalisten
bedreigd en vermoord.
Waar de markt de media in handen
heeft, heersen de lees- en vooral de kijkcijfers. Veel publiek
betekent veel adverteerders, die nodig zijn voor de inkomsten.
De inhoud van de media is koopwaar geworden. Dat geldt voor
amusement, maar ook voor nieuws. De twee zijn steeds minder
van elkaar te onderscheiden. Er is zelfs een speciale term voor:
infotainment. Luchtig, snel, makkelijk te verteren.
De waan van de dag overheerst in
deze 'ditjes en datjes-journalistiek'. Nieuwtjes moeten snel
gebracht worden, in ieder geval vóór de concurrent.
Voor het aanbrengen van verbanden, het maken van analyses en
het uitdiepen van achtergronden is nauwelijks tijd. Iets dat
vandaag nieuws is, is morgen alweer vergeten. Neem de elfde
september.
Een jaar na dato werd de aanslag
op de Twin Towers in New York herdacht. De Verenigde Staten
als slachtoffer. Dat dit land op een zelfde datum, op 11 september
1973 dader was van een aanslag op het Chileense volk, daarover
repte niemand. Alleen in Chili en in gemeenschappen van Chileense
ballingen werd de moord op Salvador Allende en het begin van
de dictatuur van Pinochet herdacht. Zoals in de woorden van
de in Rotterdam wonende Chileense dichter Juan Heinsohn Huala:
Puesto que el olvido es una
forma de rendirse.
Ya que ahora el 11 de septiembre también es de ellos.
Cuando sus muertos parecen hacer olvidar los nuestros.
Porqué el terrorismo siempre les ha servido a ellos,
tanto para acabar con quienes anhelan otro tipo de mundo,
como para sacar provecho y justificar sus guerras.
Ya que ellos siguen siendo los señores de la guerra.
A causa de....
Omdat vergeten een vorm van
capitulatie is
Omdat 11 september nu ook van hen is
Nu het lijkt of hun doden de onze verdringen
Omdat ze terrorisme nooit hebben geschuwd om mensen af te maken
die een andere wereld nastreven
of om de vruchten te plukken van hun oorlogen en die te rechtvaardigen
Omdat zij nog steeds de krijgsheren zijn
Omdat…
Wellicht zijn dichters en schrijvers
de ware journalisten van onze wereld.
Vertaling gedicht door Elvira Willems
De
Dutch Connection Kees
Hudig
Wateroorlog Cochabamba en de ING
Een internationaal consortium, holdings, brievenbusfirma's,
geheime contracten en een schadeclaim van 25 miljoen dollar.
Betreft het hier de nieuwste financiële thriller? Welnee,
we hebben het over de betrokkenheid van de Nederlandse ING-trust
bij een privatiseringsschandaal in Bolivia. Pikant detail: dezelfde
ING die zich laat voorstaan op haar verantwoord ondernemerschap.
Voor de eerste maal zette een inwoner
van Cochabamba een voet binnen de deur bij wat de officiële
eigenaar van zijn drinkwater had moeten worden. Op 5 september
ontving de directie van ING-Trust in Amsterdam de Boliviaan
Osvaldo Pareja, vertegenwoordiger van de bewonersorganisaties
uit Cochabamba. In deze derde stad van Bolivia woedde twee jaar
geleden een ware wateroorlog. Van de naam ING had toen nog niemand
gehoord.
Alledaagse
straffeloosheid Daniël
de Jongh
Golf van moorden op Hondurese straatkinderen
Dagelijks komt minstens één straatkind in Honduras
door geweld om het leven. De Midden-Amerikaanse organisatie
Casa Alianza registreert sinds 1998 het aantal moorden. In vijf
jaar tijd staat de stand op dertienhonderd. Geen cijfer om vrolijk
van te worden, maar niemand lijkt ervan wakker te liggen. Onderzoek
naar de moorden vindt slechts mondjesmaat plaats en daders ontspringen
de dans.
Tegucigalpa, 15 september 1995. Tijdens de jaarlijkse viering
van de onafhankelijkheidsdag voert de Hondurese politie een
schoonmaakactie uit rond het nationale voetbalstadium. Honderdachtentwintig
mensen worden opgepakt en in de cel gezet. Preventief, zoals
dat heet, omdat ze een 'verdachte indruk' maken op de dienstdoende
agenten. Onder de arrestanten bevinden zich de vijftienjarige
Marco Antonio Servellón García, de zeventienjarige
Rony Betancourt Hernández en de tweeëndertigjarige
Orlando Álvarez Ríos. In de vroege uurtjes van
de zestiende september wordt ook de negentienjarige Diómedes
Obed García vastgezet zonder enig bewijs dat hij zich
schuldig gemaakt zou hebben aan een strafbaar feit. Een dag
later worden de vier jongeren in verschillende uithoeken van
de stad gevonden; gemarteld en vermoord. Vanwege de vindplaatsen
gaat de viervoudige moord de geschiedenis in als 'de vier windstreken'
'Lastigste mensen liggen er het eerste
uit' Anke
Welten
Argentijnse persvrijheid in crisis
Sociaal protest is niet meer weggeweest, sinds de Argentijnse
bevolking eind vorig jaar twee presidenten verjoeg. Argentijnse
kranten berichten daar nauwelijks over. Ongekleurd waren ze
nooit, maar onder druk van de crisis voelen journalisten zich
steeds minder vrij om te schrijven wat ze willen. Journalisten
zijn gedwee uit angst hun baan te verliezen. "Ik ben geen
actievoerder, ik wil brood op de plank."
Een winterse vrijdagavond in Buenos Aires. Aan een tafeltje
voor in een rokerig zaaltje zitten een paar journalisten en
een actieve buurtbewoonster uit Avellaneda, een voorstad van
Buenos Aires. Ze zijn bij elkaar gekomen om te discussiëren
over de manier waarop de media met het drama van de afgelopen
week is omgegaan. Het publiek bestaat vanavond uit journalisten,
de meeste werkloos.
Een week eerder, op 26 juni, was de wijk Avellaneda op een akelige
wijze in het nieuws geweest. Bij ongeregeldheden tussen demonstranten
en politie op de brug tussen Avellaneda en Buenos Aires raakten
tientallen demonstranten gewond en werden twee jongens gedood.
Voor het eerst sinds de volksopstand van december vorig jaar
was het vrijwel direct duidelijk dat de politie het bevel had
gekregen om de demonstratie 'koste wat het kost' te beëindigen.
De hele week had de regering al gewaarschuwd geen volgende incidenten
te zullen tolereren. Er waren daarom op 26 juni meer televisie-
en fotojournalisten aanwezig dan demonstranten. Haarfijn legden
die vast hoe demonstranten taxi's en bussen in de fik staken,
hoe politieagenten genadeloos hard op andere demonstraten insloegen
en hoe twee demonstranten doodgeschoten werden. Achteraf bleken
de meest provocatieve demonstranten politie-infiltranten te
zijn. Dat vertelden de televisiecommentatoren niet. Ook niet
dat een politiechef in burger, berucht uit de tijd van de militaire
dictatuur, de dodelijke schoten had afgevuurd.
Schrijvend journalisten waren er echter nauwelijks. Dat was
de volgende dag te zien in de kranten. De teneur van de berichten
volgde precies de boodschap van regering en politie op de persconferentie
de vorige avond: de politie viel niets te verwijten. "Ze
hebben alleen rubberkogels in hun wapens, die zijn niet dodelijk",
waren de woorden van een politiechef, zonder kritisch commentaar
geciteerd door Clarín, het grootste dagblad van het land,
en de conservatieve krant La Nación.
Beelden waaruit duidelijk bleek wie de dodelijke schoten had
gelost werden pas in de loop van de volgende dag op grote schaal
vertoond. Een overvloed aan bedenkelijke details, die langzaam
waren uitgelekt, had de eerste lezing van de gebeurtenissen
onhoudbaar gemaakt. De berichtgeving veranderde daarop even
rigoureus als de overheidscommentaren: de politie was buiten
haar boekje gegaan en de bewuste politiechef werd ontslagen.
De demonstrerende werklozen veranderden van 'een bedreiging
van openbare orde en democratie' opeens in 'een groep eenvoudige
mensen die op een meestal vredelievende manier voor hun rechten
opkomt, maar gemakkelijk te infiltreren is door mensen met criminele
bedoelingen.'
Volgzame journalistiek
Helemaal vrij en onafhankelijk is de Argentijnse pers in twintig
jaar democratie nooit geweest. De redactie van de serieus-populaire
krant Clarín heeft altijd de belangen gediend van de
dienstdoende regering. Sinds de uitgever van de krant, onder
de naam Grupo Clarín, vanaf 1989 ook andere media en
bedrijven onder haar hoede heeft, zijn de economische belangen
groter geworden en is de vrijheid van journalisten daarmee kleiner.
La Nación is van oudsher de krant van de machtige landbouwoligarchie
in het land. Buitenbeentje is Página/12. Deze krant werd
in 1987 opgericht om een tegenwicht te bieden tegen de traditionele,
volgzame journalistiek. Maar omdat er weinig middelen zijn,
is de krant dun en heeft ze weinig lezers.
Het gebrek aan onafhankelijkheid van de Argentijnse kranten
is onderwerp van gesprek onder de journalisten in het zaaltje.
Pablo Llonto is gespreksleider van de discussie. Hij werkte
vanaf 1978 als sportjournalist bij Clarín. Zijn diensten
voor de interne vakbond van de krant kostten hem in 1991 zijn
baan. "Het is niet zo dat er iemand van de krant of van
buiten vertelt wat we wel en niet mogen schrijven", vertelt
hij over zijn ervaringen. "Journalisten leggen zichzelf
censuur op om lezers, bronnen en financiers niet tegen het zere
been te schoppen. Maar als er - om economische redenen - journalisten
ontslagen moeten worden, dan liggen 'de lastigste mensen' er
het eerste uit. Dat maakt collega's bang en de zelfcensuur strenger."
Die angst om eruit geschopt te worden is des te groter in deze
tijden van economische crisis. De werkloosheid onder journalisten
is hoog. Van de 8500 journalisten ooit werkzaam in Buenos Aires
zijn er in de afgelopen vier jaar alleen al bij kranten 2500
ontslagen. De meeste daarvan zijn nu nog werkloos, of hebben
een baan buiten de journalistiek.
Gehalveerd
artikel
Maar is die angst voor ontslag de enige reden voor de weinig
objectieve weergave van die dramatische dag in juni? Uit de
ervaringen van Virginia Messi, journaliste van de politieredactie
van Clarín, blijkt hoe haar redactie de berichtgeving
manipuleert. De demonstratie van 26 juni stond gek genoeg niet
op de redactieagenda van haar krant, vertelt ze tijdens de discussie.
Toen ze die middag om één uur op haar werk verscheen,
moest ze van haar chef maar eens gaan kijken. De twee dodelijke
slachtoffers waren op dat moment al gevallen. "Toen ik
aankwam waren de meeste demonstranten al weg, net als de politie",
vertelt ze. "Ik deed wat ik nog kon doen: praten met iedereen
die getuige was geweest: winkeliers langs de demonstratieroute,
mensen in het ziekenhuis waar de gewonden aankwamen of die gezien
hadden hoe politieagenten het plaatselijke kantoor van de communistische
partij waren binnengevallen. Het was me snel duidelijk dat de
politie een actieve rol had gespeeld in het geweld."
Terug op de krant verwerkte Messi snel haar bevindingen, op
de halve pagina ruimte die haar baas ervoor vrij wilde maken.
Met kromme tenen ging ze 's avonds naar huis, bang dat correctoren
weinig van het verhaal heel zouden laten. En terecht: het stuk
dat ze de volgende dag onder haar naam in de krant zag staan
was gehalveerd. De inval in het partijbureau was eruit geknipt,
net als andere getuigenissen die met een beschuldigende vinger
in de richting van de politie wezen. Haar collega's van de sectie
politiek hadden in hun analyses op de eerste pagina's niets
van haar verslag meegenomen.
De meeste collega's in de zaal knikken begrijpend op Messi's
relaas. Ze herkennen haar ervaring en begrijpen dat ze heeft
gedaan wat in haar bereik lag. Fotograaf Sergio Kowalewski twijfelt.
Als freelancer voor Página/12 merkte hij dat hij meer
vrijheid had dan collega's van bijvoorbeeld Clarín en
La Nación. "Ik was van begin af aan bij de demonstratie
aanwezig en legde vast wat ik maar kon. Collega-fotograven vertelden
me dat ze duidelijke instructies hadden meegekregen: laat vooral
het geweld van demonstranten zien. Toch konden ze het niet laten
om ook onevenredig politiegeweld vast te leggen. Dat hadden
schrijvend journalisten ook moeten doen."
De vraag waarom Messi niet zelf het initiatief genomen had om
die dag eerder ter plekke te zijn wordt niet gesteld door een
ervaren collega, maar door een jongen van het alternatieve internetpersbureau
Indymedia. Hij werkt als vrijwilliger. "Als wij erbij kunnen
zijn, kunnen jullie van een grote krant dat ook", roept
hij. "Het gaat er toch om dat wij de wereld laten zien
wat er gebeurt?" "Zo gemakkelijk is dat niet",
antwoordt een collega van Messi vanuit de zaal. Hij vertelt
hoe zijn chef hem regelmatig op pad stuurt voor een leuke sfeerreportage
in een klein dorpje, net op de dag dat er een belangrijke gebeurtenis
plaatsvindt, zoals de berechting van een belangrijk persoon
die hij volgt. "Hoe kan het dat een krant als Clarín
niet meer mensen inzet op het moment dat er duidelijk iets te
gebeuren staat?" vraagt Pablo Llonto zich hardop af. De
vraag blijft in de lucht hangen, omdat iedereen het antwoord
wel weet: 'ze' hebben er geen belang bij. "Je hebt toch
een persoonlijke verantwoordelijkheid als journalist",
probeert de jongen van Indymedia nogmaals. Iemand uit de zaal
schiet Messi te hulp. "Messi is een gedegen journaliste,
geen actievoerder." Messi bevestigt dat. "Ik moet
hier mijn brood mee verdienen. Als actievoerder is je beroep
niet je hoofddoel. Dat maakt wel een verschil." En daarmee
is de kous af.
Asamblea
barrial
Sinds de pannenprotesten van eind vorig jaar hebben de Argentijnse
kranten vooral geschreven over de devaluatie van de peso, de
dagelijkse ontvoeringen en het moment waarop 50 procent van
de bevolking onder de armoedegrens terechtkwam. Maar er is veel
meer gebeurd, ontwikkelingen die niet terug te vinden zijn in
de grote kranten. De bevolking heeft in haar woede en zonder
hulp van militairen twee presidenten verjaagd. Ze heeft zich,
veel meer dan voorheen, georganiseerd om zelf dingen te kunnen
veranderen. Bijna alle wijken en dorpen in het land hebben de
laatste maanden een asamblea barrial gekregen, een vergadering
van buurtbewoners die plannen bespreken voor het eigen dorp
of de eigen wijk. Werkloze fabrieksarbeiders hebben in het hele
land fabrieken bezet om zichzelf in hun onderhoud te blijven
voorzien. Ze laten hiermee zien dat een leven buiten het traditionele
economische circuit mogelijk is. Ontslagen arbeiders en gedupeerde
bankrekeninghouders staan soms samen op de barricades, iets
wat negen maanden terug ondenkbaar was. Página/12 is
de enige krant die deze bewegingen volgt. Andere media beschrijven
hooguit af en toe een actie, alsof het om incidentele gebeurtenissen
gaat die niemand bedreigen.
De bijeenkomst van de journalisten in het zaaltje is vergelijkbaar
met zo'n buurtvergadering, zij het gericht op de journalistiek.
Net als de buurtvergaderingen heeft het groepje van honderd
journalisten dat regelmatig bijeenkomt zich niet tot vereniging
uitgeroepen. De Argentijnse ervaring leert dat officiële
clubs binnen de kortste keren geïnfiltreerd vanwege politieke
en economische belangen. De eerste bijeenkomst van de journalisten
vond plaats na de escalatie van de crisis in december. Vrij
snel kwamen ze tot de conclusie dat het voorlopig onmogelijk
is om iets te veranderen aan 's lands situatie vanuit de bestaande
media. Even speelden ze met de gedachte om een nieuwe gratis
krant op te zetten. Enerzijds om werkloze journalisten van werk
te voorzien; anderzijds om een kritisch medium te bieden aan
de groeiende groep mensen die zich geen krant meer kunnen permitteren.
Maar waar haal je het geld vandaan in deze moeilijke tijden?
Nu liggen er plannen om een tijdschrift uit te geven, ofwel
voor en over de journalistiek, ofwel voor een algemeen publiek.
"Of zo'n tijdschrift er komt is de vraag", aldus Llonto.
"Maar het belangrijkste is dat we de discussie begonnen
zijn. Eén van de eerste gevolgen is de groei van alternatieve
media zoals Indymedia, die niet afhankelijk zijn van overheidsgeld
of grote bedrijven. Werkloze journalisten kunnen daar als vrijwilliger
hun werk voortzetten. En journalisten die nog in dienst zijn
bij de 'traditionele' media doorbreken de zelfcensuur door de
alternatieven als bron te gebruiken. Die verslaan gebeurtenissen
waar krantenbazen hun personeel niet naartoe sturen."
Meeste geld
Het ziet er voorlopig niet naar uit dat de Argentijnse media
kritischer berichten zullen publiceren. Nu de meeste Argentijnen
zich geen krant meer kunnen veroorloven en dagbladen net als
alle bedrijven op de rand van faillissement staan, grijpen zakenlui
hun kans een media-imperium op te bouwen. Página/12 kwam
al een paar jaar geleden in handen van Grupo Clarín.
Vooralsnog kan deze krant 'eigenwijs' blijven omdat dat haar
handelsmerk is en de groep lezers te klein is om een bedreiging
te vormen. Maar journalisten van die krant zeggen dat ook zij
steeds vaker horen dat ze over bepaalde onderwerpen beter niet
kunnen schrijven.
De laatste grote transacties in medialand zijn overduidelijk
politiek gekleurd. De nieuwste eigenaren van televisie- en radiostations
en tijdschriften zijn goede bekenden van Carlos Menem, de ex-president
die door bijna elke Argentijn wordt aangewezen als hoofdschuldige
aan de crisis. Hij maakt deel uit van dezelfde groep politici
en bestuurders van de twee grootste politieke partijen, Peronisten
en Radicalen. Die hebben de afgelopen jaren meer tijd besteed
aan onderlinge ruzies en het veiligstellen van eigen hachie
dan aan het bestrijden van de crisis. De kans is groot dat niemand
van deze groep bij de verkiezingen echt wat zal verliezen, al
kan er maar één winnen: degene met het meeste
geld en de meeste invloed. Althans, dat denkt Menem.
Vrijuit schrijven over het buurland mag
wel Wim Gijsbers
Zelfcensuur in Mexico
Mexico is een land van uitersten als het gaat om vrije meningsuiting.
Waar ter wereld kan het gebeuren dat een guerrilla-beweging
als het EZLN het halve land door kan trekken om in dertien verschillende
staten te worden toegejuicht door honderdduizenden inwoners?
Ook in Mexico-Stad kregen de Zapatisten een onthaal waar presidentskandidaten
alleen van kunnen dromen. Het was voor het eerst in de geschiedenis
dat gemaskerde indianen een toespraak hielden in het parlement.
Het kostte moeite, maar het kon. En daarna? Het was zoiets als
de kater na een wereldkampioenschap voetbal. De kranten werden
weer saai en de verkoop ging behoorlijk omlaag. In Chiapas zelf
gebeurde weinig en politiek Mexico ging over tot de orde van
de dag.
In
Latijns-Amerika zitten nog een paar oude krokodillen
Cora van den Berg
IPS: persbureau met nieuws uit het Zuiden
Een kleine veertig jaar bestaat het al, Inter Press Service
(IPS), het nieuwsagentschap met oog voor het Zuiden. Het Derde-Wereldpersbureau
werd opgericht in 1964 door idealistische journalisten die betrokken
waren bij Latijns-Amerika en iets tegen het monopolie van de
westerse persbureaus wilden doen. IPS-Nederland heeft een paar
jaar goed gedraaid, mede dankzij de miljoenensubsidies van de
Postcodeloterij en de Novib. Maar de redactie in Amsterdam moest
er in 1995 mee stoppen. Sinds 1996 zit er een Nederlandstalige
redactie in Brussel. IPS-Vlaanderen vertaalt dagelijks zes nieuwsberichten
uit Latijns-Amerika, Afrika en Azië en verstuurt die naar
de abonnees. Een handjevol abonnees.
ANP, AP, Reuters. Bekende letters tussen haakjes onderaan krantenberichten,
als de krant tenminste de moeite neemt het persbureau als bron
te vermelden. 'IPS' als bronvermelding komt wat minder vaak
voor. In Nederland zijn het alleen het Nederlandsch Dagblad,
het Reformatorisch Dagblad en het Friesch Dagblad, en de maandbladen
OnzeWereld en Targets, die gebruik maken van het persagentschap
Inter Press Service. In België zijn het de kranten De Morgen,
de Financieel-Economische Tijd en Metro, die regelmatig berichten
van IPS publiceren, en de maandbladen De Wereld Morgen en Wereldwijd.
IPS zag het licht in 1964, toen een groep Italiaanse journalisten
op bezoek was in Latijns-Amerika en zich druk maakte over de
gebrekkige perscontacten tussen de landen daar. De groep probeerde
een lokaal persagentschap op te zetten, dat ook Europa kon voorzien
van nieuws en achtergronden over dat continent. Roberto Savio,
één van de Italianen, bracht het idee naar Europa
en wist veel fondsen los te krijgen.
In de beginjaren ging IPS de concurrentie met de grote internationale
persbureaus zoals AFP en Reuters aan. De Nederlandse afdeling
van IPS, gevestigd in Amsterdam, had in de jaren tachtig een
paar grote abonnees, waaronder de NOS en een aantal landelijke
dagbladen. Boudewijn Poelmann, directeur van IPS-Nederland en
tevens initiatiefnemer van de Postcodeloterij, zorgde ervoor
dat het persbureau jaarlijks op vier ton subsidie kon rekenen.
De ontwikkelingsorganisatie Novib was goed voor een half miljoen
subsidie. De voorspoed voor IPS-Nederland mocht echter niet
blijven. De landelijke media haakten al snel af als abonnee,
onder meer vanwege klachten over de kwaliteit van de berichten
van de IPS-correspondenten in de verschillende werelddelen.
De Postcodeloterij trok zich medio jaren negentig ook terug.
Poelmann was het er niet mee eens dat de leiding van IPS in
Rome het noodlijdende persbureau UPI, dat voor een appel en
een ei te koop stond, niet wilde overnemen. Begin 1995 sloot
het kantoor in Amsterdam en stonden de toenmalige hoofdredacteur
en redactie van IPS-Nederland op straat.
Toch bleef het Nederlandstalige publiek niet lang verstoken
van berichten van IPS. In 1996 opende een nieuwe redactie, IPS-Vlaanderen,
een kantoor in Brussel. Die bedient anno 2002 nog steeds een
klein aantal kranten en maandbladen in België en Nederland.
Inheemse volkeren online
Guillermo Delgado-P.
Evaluatie van tien jaar computergebruik
In 1992 richtte de indiaanse beweging in Midden- en Zuid-Amerika
haar aandacht op de nieuwe informatietechnologiën. Twee
jaar later bracht subcomandante Marcos de eerste berichten over
de opstand van de Zapatisten naar buiten via e-mail, waarop
de Mexicaanse auteur Carlos Fuentes de opstand prompt de 'eerste
postmoderne revolutie'doopte. Op een enkele uitzondering na
is er sindsdien amper bericht over het computergebruik van de
inheemse volkeren. Hoe revolutionair is het gebruik van computers
onder hen nu eigenlijk?
'Een toekomst met tradities' was de slogan van de indiaanse
beweging in 1992, precies vijf eeuwen na de ontdekking van Amerika.
De slogan hield in dat het koesteren van tradities uit het kleurrijke
verleden hand in hand zou moeten gaan met het bestrijden van
het racisme, de voortdurende onrechtvaardigheid en de economische
marginalisering van de indiaanse bevolkingsgroepen. Om deze
strijd aan te gaan zou men gebruik moeten gaan maken van nieuwe,
veelbelovende informatietechnologiën zoals computers, e-mail
en internet. In de jaren daarop lobbyden de indiaanse groepen
bij Europa, de Verenigde Staten en Canada voor technologische
hulp. Hierop doneerden veel ngo's hardware zoals computers en
hielpen met het opzetten van computersystemen om de inheemse
bevolking online te krijgen. Nu, tien jaar later, is het tijd
voor een evaluatie: Hebben de nieuwe technologiën de belofte
vervuld die ze voor de inheemse bevolking leken in te houden?
Heeft cybercommunicatie de solidariteit werkelijk versterkt
of heeft ze slechts de hoeveelheid gespecialiseerde kennis van
supporters vergroot over een handjevol problemen van indianen?
Heeft internet geholpen bij het vervolgen van mensen die zich
schuldig maakten aan overtredingen tegen indiaanse bevolkingsgroepen
en hun territoria? De antwoorden hierop zijn ja en nee.
Van burger naar consument
Nico Vink
De media in Brazilië
Terwijl in Nederland de laatste
maanden het debat oplaait over de invloed van de media op politieke
processen, is het in Brazilië al lang geen geheim meer
dat de media, en dan vooral de televisie, politici kunnen maken
of breken. Zo verloor de linkse presidentskandidaat Lula een
decennium geleden van Collor, nadat de ex van Lula op televisie
vertelde hoe ze door hem in de steek zou zijn gelaten. Hoe beter
een politicus zich weet te verkopen en hoe meer de kijker zich
bij hem op zijn gemak voelt, hoe meer kans de politicus maakt.
Wij in Nederland beginnen hier net aan te wennen. De gemiddelde
Braziliaan is al langer veranderd van burger in consument. De
Braziliaanse media weten dat en vechten voor hun marktsegment.
Het belangrijkste kenmerk van de
Braziliaanse media is het commerciële karakter. Ze vormen
een belangrijke culturele industrie gericht op winst maken.
Er bestaan enkele kleine educatieve zenders maar de grote zenders
zoals TVGlobo en TVS zijn commercieel. In de strijd om de kijkersgunst
zijn alle trucs geoorloofd. Beide kanalen veranderen ineens
programmatijden om de concurrent te benadelen. Ze maken zich
schuldig aan het uitkopen van sterren en het overnemen en kopiëren
van succesformules. Beide zenders maken nu ook zogenaamde realiteitstelevisie.
Globo heeft de formule Big Brother gekocht van het Nederlandse
Endemol en is met een tweede serie bezig. TVS heeft een minder
succesvol soortgelijk programma. Globo blijft onverminderd de
eerste in de kijkersgunst.
Versleutelen van e-mail redt levens
Cora
van den Berg
Een digitaal geheimschrift, zo zou je de verzameling van
willekeurige tekens kunnen noemen, die op het beeldscherm verschijnen.
Alleen de juiste 'sleutel' tovert een echte tekst tevoorschijn.
Geen verzinsel uit een spionageroman, maar een modern middel
dat vooral de mensenrechten ten goede komt.
'Namens de mensenrechtenorganisaties in Guatemala wil ik u bedanken
voor uw komst naar ons land. Uw PGP-software is de mensenrechten
enorm van dienst geweest.' Zo schreef Patrick Ball, waarnemend
directeur van de American Association for the Advancement of
Science (AAAS), in 1999 aan Phil Zimmermann. Deze Amerikaanse
internetgoeroe is de geestelijk vader van het
programma Pretty Good Privacy (PGP), 's werelds populairste
en veiligste encryptiesoftware. Encryptie is het versleutelen
van elektronische teksten en beelden tot een chaotische, schijnbaar
willekeurige brei van letters en tekens. Alleen degene die over
de juiste coderingssleutel beschikt kan de berichten weer ontcijferen.
Zimmermann heeft zijn programma als gratis software op internet
ter beschikking gesteld, zodat het in de jaren negentig over
de hele wereld is verspreid. De bedenker was vroeger zelf vredesactivist
en is een groot voorstander van privacy en vrijheid van
meningsuiting voor iedereen. Hij beroept zich erop PGP oorspronkelijk
ontwikkeld te hebben ten behoeve van de mensenrechten.
'Het gevecht tegen de macht is fundamenteel.'
Hans
Veltmeijer
Portret van schrijver, journalist en anarchist Tarcisio Lage.
Tarcisio Lage geniet van zijn vervroegde pensioen bij Radio
Nederland Wereldomroep. Het geeft hem de mogelijkheid nog meer
te schrijven. Zijn derde roman is af, en op zijn website- 'een
pagina voor een anarchistisch praatje'- bestookt hij dagelijks
Portugeestaligen met gekruide commentaren op de mondiale politiek.
Die kritische kijk deed hem tweemaal zijn geboorteland Brazilië
ontvluchten tijdens de militaire dictatuur. Na 21 jaar Nederland
verklaart Lage zich geen Nederlander en ook geen Braziliaan
te voelen. "Ik ben een internationalist."
Voor hem op de koffietafel ligt tussen een stapel Braziliaanse
tijdschriften de lokale krant uit Abaeté. Tarcisio Lage
is al zo'n veertig jaar weg uit zijn geboortestadje op het platteland
van de deelstaat Minas Gerais, maar blijft toch op de hoogte
van het plaatselijke nieuws. Want een Mineiro blijft een Mineiro:
een beetje schuchter maar wel hondstrouw.
Op 24 mei van dit jaar zwaaide Tarcisio Lage (60) af als coördinator
van de afdeling Brazilië van Radio Nederland Wereldomroep.
Ruim twintig jaar informeerde hij de Brazilianen over Nederland
en later steeds meer over gebeurtenissen en ontwikkelingen in
Europa en de wereld. Aanvankelijk over de korte golf, later
door middel van samenwerking met Braziliaanse radiozenders.
Zo honkvast als hij in Nederland is geweest, zo veranderlijk
was zijn journalistieke carrière in Brazilië. Daarvoor
heeft hij een simpele verklaring: "In Nederland heb ik
geen andere opties, mijn instrument is de Portugese taal. Hoe
ga ik in het Nederlands schrijven?"
De
vruchtbare aarde van de radio Vincent
Kramer
Indiaanse boeren in de ether
Eén van de meest spraakmakende
radioprogramma's van Peru is Tierra Fecunda. Een programma voor,
over en met de boeren in de Peruaanse Andes. Sinds het in 1980
de lucht in ging is het erg populair geworden onder campesinos.
Leo Casas was tien jaar lang één van de centrale
figuren bij het programma, van 1981 tot 1991. Hij vertelt over
campesinos, de Peruaanse radio, cultuur, de kerk en de overheid.
In juni 1981 gebeurde er iets opmerkelijks
in Peru. Het nieuwe radioprogramma Tierra Fecunda, vruchtbare
aarde, schreef een wedstrijd uit waarbij indiaanse boeren gevraagd
werd eigen liedteksten in te sturen. Er kwamen meer dan tweehonderd
inzendingen binnen, in zowel Quechua als Spaans. Een onwaarschijnlijk
hoog getal voor de vele Peruanen die dachten dat campesinos
niet kunnen schrijven, laat staan gevoel hebben voor poëzie.
Want zo omschrijft Leo Casas de meeste ingestuurde teksten,
als pure poëzie. "De wedstrijd sloeg in als een bom.
Het was ineens duidelijk dat er wel degelijk geschreven wordt
door campesinos, dat ze nog steeds goede huayno-teksten schrijven.
Huaynos zijn de volksliederen van de Andes, waarvan de bekendste
ongetwijfeld 'El Condor Pasa' is. De luisteraars waren zo enthousiast,
dat we al snel nieuwe wedstrijden uitschreven waarvoor ze mythen,
vertellingen, legenden of essays konden insturen. De winnende
teksten werden voorgedragen op de radio. Dit stimuleerde veel
campesinos om te schrijven over hun dagelijkse problemen. Zo
kregen ze letterlijk een eigen stem op de radio. In Peru was
dat nooit eerder voorgekomen."
|