REDACTIONEEL
Hans Veltmeijer
Lula: hoop
in bange dagen
'De hoop heeft het
gewonnen van de angst', was een eerste rake analyse van Luiz
Inácio Lula da Silva nadat duidelijk werd dat hij in
de tweede ronde van de Braziliaanse presidentsverkiezingen op
ruim zestig procent van de stemmen kon rekenen. De Brazilianen
hebben daarmee op overtuigende wijze hun meest linkse president
tot nog toe gekozen. Voor Lula's kleurloze tegenkandidaat José
Serra van de regerende sociaaldemocraten was die tweede ronde
eigenlijk al een meevaller. Hij kon het electoraat geen angst
voor Lula meer aanpraten.
Met de uitslag wint de aanhouder die al drie keer zijn verlies
moest nemen bij vorige presidentsverkiezingen. Dat de voormalig
metaalarbeider en vakbondsman nu wel de scepter mag gaan zwaaien
over de negende economie ter wereld is niet verrassend. Na acht
jaar redelijke vooruitgang onder centrumrechts verkeren de Brazilianen
nu, zoals de rest van de wereld, in een economische crisis.
De daarmee gepaard gaande gevoelens van woede en hopeloosheid
worden gebotvierd op de regering Cardoso, die internationaal
wel veel lof oogstte. Brazilië heeft het gehad met 'rechts'
en Lula is nu de verlosser. Daardoor kon hij niet alleen op
de steun van de armen rekenen, maar heeft hij ook de middenklasse
voor het eerst voor zich gewonnen. Zijn milde toon, charme en
charisma tijdens de campagne trokken de twijfelaars definitief
over de streep.
Dat de zaken niet zo simpel liggen weet de voorman van de Arbeiderspartij
(PT) zelf ook wel. De flexibele onderhandelaar heeft tijdens
zijn campagne zelfs zo'n milde identiteit aangenomen dat hij
door velen al niet meer 'links' wordt genoemd. Zo beloofde hij
aan de meeste eisen van het IMF te blijven voldoen en de torenhoge
staatsschulden te blijven aflossen. Ook stelde hij het bedrijfsleven
gerust dat het economische beleid van Cardoso in grote lijnen
voortgezet zou worden. Als coalitiepartners worden nu de huidige
sociaaldemocratische regeringspartij en de liberale PL, die
zich in het midden van het politieke spectrum bevindt, genoemd.
Het spook van wanbetalingen en protectionistische maatregelen
dat het paniekerig reagerende bedrijfsleven en de financiële
wereld de afgelopen maanden op de loer zagen liggen, is daarmee
grotendeels verdwenen. Hoewel de aanzienlijke radicale vleugel
van de PT in het parlement daar wel tevergeefs op aan zal dringen.
Toch wil Lula geen tweede Cardoso worden en zal zijn beleid
ergens in het midden van bovengenoemde extremen komen te liggen.
Lula is voor even de held, maar hem wacht een zware taak. Hij
beloofde het volk miljoenen banen erbij, verhoging van het minimumloon
en meer veiligheid. Maar als het mondiale economische klimaat
regenachtig blijft, lijkt zijn missie te hoog gegrepen. Want
ook de sociale issues vallen en staan bij de toestand van de
economie in Brazilië. En die wordt nu eenmaal onevenredig
hard geraakt als het in de wereld wat minder gaat. Een gevolg
van vijfhonderd jaar structurele ongelijkheid en afhankelijkheid,
weet president Cardoso altijd goed te vertellen. Ook de al grote
armoede en criminaliteit stijgen dan ogenblikkelijk naar niveaus
die niet langer geaccepteerd worden door de bevolking.
Gelukkig zijn de Brazilianen een optimistisch volk dat als geen
ander gewend is aan crises, en altijd de hoop op beter blijft
houden. De aimabele volksjongen Lula belichaamt die hoop in
deze bange dagen. En dat is genoeg om weer even van te leven.
Het
verlanglijstje
van Uribe
Mieke Wouters
Colombiaanse president komt verkiezingsbelofte na
Nog geen vier dagen na zijn installering
als nieuwe president van Colombia, begin augustus, riep Alvaro
Uribe de noodtoestand uit. De maatregel werd onder de bevolking
op grote schaal gesteund. Met duidelijke, ferme taal wist Uribe
de kiezers gemakkelijk te overtuigen. Geheel in lijn met de
mondiale ontwikkelingen staat hem een harde en militaire oplossing
van het conflict voor ogen. Ondertussen nemen het geweld en
de vluchtelingenproblematiek nog in alle hevigheid toe, zoals
bijvoorbeeld in het departement el Chocó.
De noodtoestand die Uribe in augustus
over Colombia uitriep, was allereerst bedoeld om de voorgenomen
extra militaire uitgaven te kunnen financieren. Het eerste decreet
betrof een speciale belastingheffing van 1,2 procent op roerende
goederen. Het moet zo'n achthonderd miljoen dollar opleveren
voor de opleiding van drie mobiele brigades van enkele duizenden
manschappen, de salariëring van tienduizend extra assistenten
van politie en leger en de beloning en compensatie van een miljoen
burgerinformanten. Dit nogal omstreden netwerk heeft internationaal
veel kritiek geoogst, maar opereert inmiddels op diverse plekken.
Los lunes de la recompensa is al een begrip en verwijst naar
de beloningen die elke maandag worden uitbetaald aan mensen
die politie of leger van waardevolle informatie hebben voorzien.
Afkeer van
traditionele politici
Peter Gelauff
Ex-couppleger en multimiljonair naar tweede ronde in Ecuador
Na jaren politieke onrust, waarin
reguliere verkiezingen werden afgewisseld met staatsgrepen en
pseudo-staatsgrepen, gingen de Ecuadoranen op 20 oktober naar
de stembus om te kiezen uit liefst elf presidentskandidaten.
De voormalige militaire couppleger Lucio Gutiérrez, die
met 20,4 procent het hoogste scoorde, moet het in de tweede
ronde op 24 november opnemen tegen de steenrijke zakenman Alvaro
Noboa. De meeste Ecuadoranen hebben echter weinig vertrouwen
dat politici de voortslepende economische en sociale problemen
zullen oplossen.
Bij de verkiezingen van 20 oktober hebben
de Ecuadoranen hun afkeer getoond van de traditionele politieke
partijen. Zij gaven de meeste stemmen aan een ex-militair, die
nog geen drie jaar geleden een hoofdrol speelde bij een coup,
en een multimiljonair, die eigenaar is van bananenplantages
en andere bedrijven. Gevraagd naar hun mening over politici
steken de bewoners van Quito's volkswijken hun mening niet onder
stoelen of banken. "Dieven" zijn het, "zakkenrollers",
"zakkenvullers" en "rijken". Politici behoren
tot een andere klasse, komen niet voort uit 'het volk' en zijn
dus ook geen vertegenwoordigers van dat volk. Stemmen is verplicht,
maar bij de vorige verkiezingen bleef 42 procent van de kiezers
weg. President en parlementsleden worden uiteindelijk door een
minderheid van de bevolking gekozen. En wie zou bij het terugblikken
op de geschiedenis van postkoloniaal Ecuador niet alle vertrouwen
in de politiek en daarmee in de democratie verliezen.
Want hoe kan het dat een land, dat in beginsel in een vergelijkbare
cultuur is ingebed als de omringende landen, al vanaf haar onafhankelijkheid
in 1822 van de ene politieke hervorming in de andere rolt, de
ene grondwet na de andere opstelt, met niet aflatend enthousiasme
bouwt en timmert aan de 'ideale orde' en toch de indruk wekt
onregeerbaar te zijn? President of parlementslid van zo'n 'onregeerbaar'
land willen worden, moet dan ofwel van grote heldhaftigheid
getuigen of andere, meer tastbare, voordelen bieden die opwegen
tegen de ondankbare taak een tijdje de kop van jut te zijn.
Inderdaad, als je dan toch voor dief en zakkenvuller wordt uitgemaakt,
waarom zou je het dan ook niet zijn? Of nog een stapje verder:
als je al dief en zakkenvuller bent, waarom zou je niet proberen
president te worden?
Wijken 'kopen'
Ecuador heeft presidenten van beide soorten
voortgebracht: heldhaftigen en zakkenvullers. Er is geen sprake
geweest van consistent beleid, geen president(skandidaat) en
geen partij presenteerde een duidelijke toekomst- of maatschappijvisie.
Terwijl het vertrouwen van de bevolking in de politiek tot een
dieptepunt is gedaald, blijft de Ecuadoraanse samenleving doortrokken
van politiek. Zelfs de meest onaanzienlijke functie wordt politiek
toegewezen. Kandidaten werven geen aanhang voor ideeën
of visies, maar voor hun persoon. Alles draait om cliëntelisme,
relaties, vriendjes- en familiepolitiek. De klassieke links-rechts
tegenstelling wordt meer verbaal beleden dan in werkelijkheid
beleefd. De aanhang van kandidaten loopt dwars door alle sociale
lagen heen. Het gaat erom tot welke clan je behoort, of je vriendje
van de kandidaat of van diens familie bent. Stemmen van hele
wijken worden 'gekocht' met beloften van noodzakelijke voorzieningen
als de kandidaat eenmaal, met aantoonbare steun uit de wijk,
is gekozen.
Groter dan de links-rechts tegenstelling is die tussen Guayaquil,
'de stad waar het geld wordt verdiend', en het bestuurscentrum
Quito. Presidentskandidaten uit de ene stad doen er goed aan
hun running mate in de andere stad te zoeken, anders kunnen
ze het wel vergeten.
De burgermeester van Loja, de hoofdstad van de gelijknamige
zuidelijke provincie, is een aimabel man, tegelijk ook een volksmenner
die zich erop beroept het in tegenstelling tot alle andere politici
niet achter de ellebogen te hebben. Hoewel de wet het hem verbiedt,
stroopt hij net als zoveel andere overheidsfunctionarissen in
de pick-up van de gemeente de hele provincie af om stemmen te
vergaren voor zijn eigen lijst, die van de Beweging voor Regionale
Integratie in Ecuador. Hiermee poogt hij een groot blok van
'buitenprovincies' te vormen tegen de centralistische steden
Guayaquil en Quito. Voor de presidents- en parlementsverkiezingen
is hij een lijstverbinding aangegaan met de van oorsprong sociaaldemocratische
Izquierda Democrática van oud-president Borja. Ook andere
regionale partijen zijn lijstverbindingen aangegaan, waardoor
er aan de verkiezingen twaalf partijen en negenendertig allianties
deelnamen met in totaal elf kandidaten voor het presidentschap
en bijna vijftienhonderd voor de honderd parlementszetels.
Andes-Thatcherisme
Ecuador zakt steeds verder weg in het moeras.
In 1979 kwam na een zevenjarig militair bewind weer een democratisch
gekozen regering aan de macht, die onmiddellijk werd geconfronteerd
met de gevolgen van het economische beleid van haar voorgangers,
wat uitmondde in de schuldencrisis van 1981. In datzelfde jaar
kwam de charismatische leider van de centrumlinkse coalitieregering,
Jaime Roldós, bij een vliegtuigongeluk om het leven.
Zijn opvolger Osvaldo Hurtado zag zich in 1982 door het IMF
gedwongen akkoord te gaan met een Structureel Aanpassingsprogramma
om te komen tot een schuldenregeling. De bezuinigingen die hiervan
het gevolg waren, leidden tot heftige protesten onder de bevolking.
Sindsdien verkeert Ecuador in een permanente economische crisis,
nog verergerd door een ernstige aardbeving in 1987. Daardoor
kwam de olie-uitvoer, de kurk waarop Ecuadors economie drijft,
maandenlang stil te liggen. Ook het natuurverschijnsel El Niño
in 1998 en het onverantwoorde gedrag van de politici lieten
hun sporen na.
Na Hurtado, die ook nu weer van de partij is, mocht eerst León
Febres Cordero van de conservatieve Sociaal-Christelijke Partij
(PSC) het proberen. Die joeg echter met zijn autoritaire 'Andes-Thatcherisme'
- vrije markt, exportbevordering, privatisering, afbraak sociale
voorzieningen - de bevolking volledig tegen zich in het harnas.
Zijn opvolger, de centrumlinkse Rodrigo Borja (wederom kandidaat),
die de Izquierda Democrática (ID) had opgericht, distantieerde
zich na zijn verkiezing in 1988 van het neoliberale beleid van
zijn voorganger.
Maar ook Borja moest, toen de inflatie onbeheersbaar bleek,
overgaan tot impopulaire maatregelen. Dalende koopkracht en
stijgende werkloosheid leidden tot veel stakingen. Het regeringsbesluit
om grote oppervlaktes van een indianenreservaat in concessie
af te geven aan buitenlandse oliemaatschappijen had in 1990
de eerste georganiseerde indianenopstand tot gevolg. Deze stond
onder leiding van de CONAIE, de Nationale Confederatie van Indianen
van Ecuador, die een bundeling is van 26 indianenvolkeren.
In 1992 werd centrumlinks weer weggevaagd en kwam centrumrechts
terug aan de macht in de figuur van Sixto Durán, die
vanwege zijn hoge leeftijd was gepasseerd als kandidaat van
de Sociaal-Christelijke Partij en daarom zijn eigen Republikeinse
Eenheidpartij (PUR) had opgericht. Onder zijn bewind kwam in
1994 de Algemene Wet voor Instellingen van het Financiële
Systeem tot stand, die tot doel had de kredietverstrekking te
liberaliseren. De wet was zo liberaal van snit dat personen
die gelieerd waren aan dat financiële systeem alle ruimte
kregen om zonder enig onderpand zichzelf huizenhoge kredieten
te verlenen. Terwijl de wet was bedoeld om kredietverstrekking
te bevorderen en daarmee koopkracht en kooplust gereguleerd
te stimuleren, waren de gevolgen juist oncontroleerbare groei
van de corruptie en gierende inflatie.
Indiaanse coup
De in 1998 gekozen populist Abdala Bucaram,
die de kiezers gouden bergen had beloofd, werd al na een half
jaar wegens 'geestelijke onbekwaamheid' afgezet en na nieuwe
verkiezingen opgevolgd door Jamil Mahuad. Deze probeerde de
economische rampspoed te keren door een bankhervorming door
te voeren, die het failliet van veertien grote banken tot gevolg
had. Daarnaast zette Mahuad als eerste president van een Latijns-Amerikaans
land de betaling van de schuldendienst stop, waardoor nieuwe
leningen uitbleven. Zijn in september 1999 aangenomen belastinghervorming
leidde tot prijsverhogingen die de man/vrouw in de straat niet
meer pikte. De aankondiging dat de regering de gierende inflatie
van 91 procent te lijf zou gaan met de dollarisering van de
Ecuadoraanse economie kon Mahuad niet meer redden. Op 21 januari
2000 bezetten protesterende indianen met steun van enkele militairen,
waaronder kolonel Lucio Gutiérrez, het presidentiële
paleis. Een dag later nam vice-president Gustavo Noboa (geen
familie van de huidige kandidaat) het presidentschap van Mahuad
over.
Noboa voerde de dollarisering door in een poging de voortdurende
geldontwaarding en prijsstijgingen te bedwingen. Veel Latijns-Amerikaanse
landen kennen een dollarisering de facto, maar na Panama was
Ecuador het eerste land dat niet alleen de nationale munt, de
sucre, aan de dollar koppelde maar ook werkelijk inwisselde
voor de dollar van de Verenigde Staten. Voordelen daarvan zijn
dat de kosten van de transacties verlaagd worden, de inflatie
een halt wordt toegeroepen en de economie verder open wordt
gegooid. Daar staan forse nadelen tegenover. De regering kan
nauwelijks een eigen economische politiek voeren door bijvoorbeeld
de wisselkoers aan te passen om de export te bevorderen of via
geldschepping de economische cycli te corrigeren. Open economieën
als de Ecuadoraanse zijn daardoor uiterst kwetsbaar. Dat blijkt
ook wel in de praktijk. Ecuador is volledig afhankelijk geworden
van de wereldmarkt. Aangezien het weinig meer dan grondstoffen
kan leveren, heeft de regering amper instrumenten in handen
om de economische groei te bevorderen.
Geen programma
De verkiezingen van 20 oktober lijken weinig
uitweg te bieden uit het moeras waarin Ecuador langzaam wegzinkt.
De retoriek, scheldpartijen en verdachtmakingen zijn die van
altijd en evenzo de kandidaten. Allemaal hadden ze de mond vol
van de corruptie van de anderen, dat Ecuador een regering nodig
heeft die het land haar waardigheid teruggeeft en dat nou net
zij daarvoor de beste garantie zouden bieden. Ex-presidenten,
ex-kandidaat-presidenten, de rijkste man van het land, een beroepsdiplomate,
allemaal deden ze een gooi naar de macht. Geen van allen had
echter een plan of programma om het land weer op de rails te
krijgen.
Luttele dagen voor de verkiezingen en een week na de laatste
toegestane peilingen leken de multimiljonair Alvaro Noboa, ook
al kandidaat in 1998 en volstrekt onbekwaam geacht, de oude
rot Rodrigo Borja, geen schim meer van de linkse president uit
de jaren tachtig, en Xavier Neira, de plaatsvervanger van de
(te) oude maar absolute baas van de rechtse Sociaal-Christelijke
Partij León Febres Cordero, elkaar de eer zullen gaan
betwisten. Maar op 20 oktober bleek ex-kolonel Lucio Gutiérrez,
één van de coupplegers uit januari 2000, met 20,4
procent het hoogste te scoren, gevolgd door Noboa met 17,4 procent.
Gutiérrez wordt als links gezien, voor wat dat waard
is in het Ecuadoraanse politieke spectrum, en heeft de steun
van Pachakutik, de politieke uitdrukking van een deel van de
indianenfederatie CONAIE. Hij is een bewonderaar van Fidel Castro
en de Venezolaanse president Hugo Chávez, maar heeft
voor de tweede ronde zijn toon gematigd. Gutiérrez spreekt
nu over samenwerking en een "dialoog met alle sectoren."
Opnieuw bleven veel kiezers weg van de stembus: 37 procent.
Opmerkelijk is wel, dat de traditionele partijen het wel goed
deden in de parlementsverkiezingen, met als gevolg dat de nieuwe
president, welk van beide overgebleven kandidaten het ook wordt,
een vijandig parlement tegenover zich zal vinden. León
Febres Cordero, die als leider van de grootste fractie ook voorzitter
van het parlement zal worden, heeft al aangkondigd dat niet
de nieuwe president maar hij uiteindelijk de touwtjes in handen
zal hebben.
Tijdens de verkiezingsstrijd ging het hardnekkige gerucht dat
de voormalige aartsvijanden Borja en Febres Cordero achter gesloten
deuren een deal hadden gesloten om de kandidaat van de andere
partij te steunen ingeval deze het in de tweede ronde tegen
Noboa zou moeten opnemen. Handjeklap als vanouds, maar te voorbarig
omdat Borja en de plaatsvervanger van Febres Cordero geen van
beiden de tweede ronde hebben gehaald.
Fraude
Geruchten over mogelijke fraude deden
al vóór 20 oktober alom de ronde. Weliswaar was
er geen spoor van bewijs, maar de mogelijke verliezers wilden
zich alvast tegen hun verlies indekken. Dat zij daarmee en passant
het vertrouwen in de politiek en in de democratie nog meer schade
toebrachten dan de afgelopen jaren al was gebeurd, leek hen
niet te deren. Het lijkt erop dat de organisator van de verkiezingen,
het Opperste Verkiezingstribunaal, alles in het werk heeft gesteld
om ervoor te zorgen dat fraude is uitgesloten, maar het kiezersvolk
vertrouwt dat niet omdat ook dit Tribunaal politiek is samengesteld.
Buitenlandse waarnemers van de Europese Unie en de Organisatie
van Amerikaanse Staten en binnenlandse zoals Participación
Ciudadana (burgerparticipatie) en de Veedurias Ciudadanas (burgercontroleurs)
doen hun best om met hun controlerende aanwezigheid het vertrouwen
in de transparantie van het proces te vergroten. Naar het zich
laat aanzien is dat ook gelukt, al zullen er traditiegetrouw
op kleine schaal pogingen zijn ondernomen om stembiljetten te
manipuleren of ongeldig te maken, want ook de leden van de stembureaus
hebben politieke belangen. Het decennialang gegroeide wantrouwen
is tegelijkertijd zo groot, dat iedere onregelmatigheid in de
uitslagen aangegrepen wordt om de tegenstanders, het organiserende
Verkiezingstribunaal en als het erop aan komt zelfs de buitenlandse
waarnemers van medeplichtigheid aan fraude te beschuldigen.
Ondanks wat kleine incidenten en organisatorische problemen
was het eindoordeel van de waarnemers van de Europese Unie over
het uitbrengen en tellen van de stemmen positief.
Blijft de vraag wat deze verkiezingen zullen betekenen voor
de bevolking. God helpe Ecuador, want de politici en de geglobaliseerde
economie zullen het niet doen.
ESSAY 'NIEUWE ROL VOOR DE OVERHEID'
Annelies Zoomers
Oude en nieuwe landhervormingen in Latijns-Amerika
Opnieuw staan in Latijns-Amerika landhervormingen
op de agenda. Maar anders dan bij de vroegere 'politieke' hervormingen,
waarbij land van grootgrondbezitters werd verdeeld onder arme
boeren, zien beleidsmakers het nu als een 'technische' kwestie.
Eigendomsregistratie van land en een 'vrije' grondmarkt moeten
leiden tot hogere productie en minder armoede. Annelies Zoomers,
verbonden aan het interuniversitair Latijns-Amerika-instituut
CEDLA in Amsterdam, betoogt dat deze nieuwe aanpak weinig oplevert
voor de armen. De overheid zal veel actiever moeten reguleren.
Terwijl vóór 1990 vrijwel geen
enkele donororganisatie- of ontwikkelingsbank zich durfde te
mengen in politiek gevoelige onderwerpen als landhervormingen,
financieren nu Wereldbank, FAO (Voedsel- en Landbouworganisatie
van de Verenigde Naties) en andere donoren op grote schaal programma's
voor land titling en grondregistratie. Zij zien verstrekken
van eigendomsbewijzen en opzetten van kadasters als belangrijke
stappen voor duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding. In
Latijns-Amerika hebben arme boeren vaak geen officiële
eigendomspapieren. Hun rechten zijn veelal gebaseerd op mondelinge
afspraken. Ook staan de eigendomstitels vaak niet op de eigen
naam of zijn niet in het kadaster opgenomen.
Een goede eigendomsregistratie en een 'vrije' grondmarkt zouden
de boeren veel voordelen kunnen opleveren. 'Legalisatie' zou
boeren eindelijk eigenaar maken van hun land. Door die grotere
zekerheid zouden zij meer investeren, ook omdat ze - met grond
als onderpand - eindelijk toegang zouden krijgen tot kredieten.
Daarmee zou een einde komen aan conflicten. Het afschaffen van
beperkende regelingen over verkoop van land en het stimuleren
van de vrije handel in land zou boeren beter in staat stellen
hun bedrijfsresultaten te optimaliseren en flexibel in te spelen
op marktontwikkelingen.
Dit scheppen van orde en afschaffen van beperkingen vormen de
speerpunten van het moderne beleid. Hoe is dit beleid ontstaan,
wat zijn de doelstellingen en resultaten, en heeft het geleid
tot vermindering van de rurale armoede?
'ZE
ZIJN NU TIEN KEER BETER AF' Jan de Kievid
Boek over landlozenbeweging MST in
Brazilië
De Braziliaanse beweging van landlozen
MST is de meest opmerkelijke sociale beweging in het huidige
Latijns-Amerika. Ondanks harde tegenstand heeft de MST veel
bereikt. Vaak met vallen en opstaan, waarbij steeds weer moeilijke
keuzes gemaakt moesten worden. Twee betrokken Engelse journalistes
schreven hierover een prachtig boek.
In april 2000 sloten 1200 activisten van de
Braziliaanse landlozenbeweging MST, Movimento dos Trabalhadores
Rurais Sem Terra, een vierdaags congres in het Amazonegebied
af in de vroegere feestzaal van een door hen bezet kolossaal
landhuis. Op de grond lagen negentien pas gekozen leiders, elk
bedekt met een MST-vlag en bloemen. Bij kaarslicht las een vrouw
de namen voor van negentien MST-leden die vier jaar eerder vlakbij,
in Eldorado de Carajás, in koelen bloede door de politie
waren vermoord. Als een naam werd genoemd, stond telkens een
van de leiders op van de grond en zei: "Ik ben hier."
Deze negentien waren niet de enige slachtoffers van repressie
tegen boeren en landarbeiders. In zeventien jaar nieuwe democratie
vielen in Brazilië onder hen meer doden (alleen al 250
MST-leden) dan door de gerichte repressie van de voorafgaande
twintig jaar militaire dictatuur. In dit klimaat zijn het doorzettingsvermogen
en de resultaten van de MST indrukwekkend. Door landbezettingen
hebben sinds 1984 meer dan honderdduizend gezinnen een eigen
stuk land verworven in zo'n 1200 nederzettingen. Die beslaan
anderhalf maal de oppervlakte van Nederland, al is dat in een
land als Brazilië maar een heel klein deel van de landbouwgrond.
Politiek
establishment afgeserveerd
Hans
Veltmeijer
Gouverneursverkiezingen Brazilië
Ruim 115 miljoen Brazilianen kozen
op 6 oktober voor het eerst per elektronische stembus voor een
president, een deelstaatgouverneur, senatoren en gedeputeerden.
Luiz Inácio 'Lula' kon pas in de tweede ronde op 27 oktober
José Serra verslaan, maar verschillende kandidaten voor
het gouverneurschap lieten het niet zover komen. De uitschakeling
van ex-president Collor door de zittende gouverneur Ronaldo
Lessa in Alagoas en de verkiezing van Rosinha Matheus, vrouw
van presidentskandidaat Garotinho, in Rio de Janeiro waren daarbij
opmerkelijk.
Fernando Collor de Mello ging onderuit
in zijn familiaire thuisbasis, de kleine en arme noordoostelijke
deelstaat Alagoas. De wegens corruptieschandalen in 1992 afgezette
ex-president van Brazilië, heeft zijn straf van acht jaar
onthouding van politieke activiteiten inmiddels uitgediend en
dacht zijn politieke carrière te kunnen hervatten als
gouverneur in een gebied waar hij groot is geworden. Andere
leden van zijn familie die verkiesbaar waren, zoals zijn zoon,
neef en schoonzoon, verloren eveneens.
Rivaal en overwinnaar van Collor, de zittende gouverneur Ronaldo
Lessa van de socialistische partij, verklaarde dat "ex-president
Collor en zijn politieke kliek voor het politieke leven begraven
waren." De centrumrechtse Collor voerde een agressieve
en populistische campagne, waarbij hij zich bediende van cliëntelisme
en zich voordeed als de verlosser van de arme bevolking. Toen
bleek dat Collor aan de winnende hand was, gaf Lessa zijn campagne
een 'pedagogisch karakter' door de veelal onwetende bevolking
te wijzen op Collors corrupte verleden. Deze benadering vormde
volgens Lessa de basis voor zijn succes. Collor heeft al aangekondigd
zich bij volgende verkiezingen weer op het presidentschap te
gaan richten.
De Braziliaanse media plaatsen de nederlaag van Collor in een
nationale ontwikkeling waarbij de bevolking het politieke establishment,
dat regelmatig in opspraak komt maar zich steeds opnieuw verkiesbaar
stelt, voor het eerst afserveert. Zo leed ook de doorgewinterde
centrumrechtse politicus Paulo Maluf (71) bij de gouverneursverkiezingen
in São Paulo een verrassend verlies ten opzichte van
veel jongere kandidaten van de Arbeiderspartij van Lula en de
sociaaldemocraten van de vertrekkende president Cardoso.
DE
LEGALISATIE VAN COCAÏNE: FICTIE OF REALITEIT? Senta
in 't Veld
Debuut Uruguayaans-Nederlandse Carolina Trujillo
De legalisatie van cocaïne in
Zuid-Amerika, vanaf de plant tot het witte poeder: een mogelijke
realiteit of complete fictie? In haar debuutroman De bastaard
van Mal Abrigo schept Carolina Trujillo Píriz een Zuid-Amerikaans
land waar de legalisatie een feit wordt, met alle gevolgen van
dien. Achter het fictieve verhaal schuilt een stellig standpunt
van de schrijfster. "Ik denk dat er gelegaliseerd zal worden
en ik hoop dat ik dat nog mag meemaken."
In een fictief Latijns-Amerikaans land wint
de bastaard Buenaventurado Guerra tegen alle verwachtingen in
de presidentsverkiezingen met de campagneleuze '¡A legalizar!'
Beloven de cocaïne te legaliseren is één
ding, doen een tweede. Eenmaal in het presidentiële paleis
ondervindt Guerra dat de daadwerkelijke legalisatie opofferingen
eist die hij zich van tevoren niet had kunnen indenken. Maar
de nieuwbakken president vervult zijn belofte, waarop logischerwijs
een handelsboycot van de Verenigde Staten volgt. Met als doel
een afzetmarkt te vinden in Europa toont Guerra de eerste kilo
legaal geproduceerde cocaïne hoogstpersoonlijk aan het
Europese parlement: 'U weet dat cocaïne niet veel van tabak
of alcohol verschilt en u weet dat mijn volk crepeert. Wat wij
vragen is of u ons product dezelfde behandeling wilt geven als
de andere. Of u bereid bent consequent te zijn en bij te dragen
aan de vrede in ons land en daarmee aan de wereldvrede.'
Buenaventurado Guerra is de hoofdpersoon van de roman De bastaard
van Mal Abrigo, het debuut van de uit Uruguay afkomstige schrijfster
Carolina Trujillo Píriz, die al sinds haar jeugd jarenlang
in Nederland woont. Haar boek is dan ook in het Nederlands geschreven.
Hoe realistisch is de legalisatie van cocaïne? Trujillo:
"In het boek draag ik een mogelijkheid aan, die in de werkelijkheid
al lang bestaat, daar heeft niemand mij of mijn roman voor nodig.
De wereld van de fictie loopt echter vaak vooruit op de wereld
van de werkelijkheid. Denk maar aan het feit dat vrouwen eerder
broeken in literatuur droegen dan in het echt. De voorspellende
waarde van de literatuur heet dat officieel. En ja, ik denk
wel dat er uiteindelijk gelegaliseerd zal worden. Waarschijnlijk
zal het de eerste kandidaat die dat voorstelt niet lukken en
ook niet de tweede of de derde, die overleven het niet. Maar
misschien de vierde. Er is er trouwens al een geweest."
Trujillo springt enthousiast op en komt terug met een afbeelding
van Evo Morales, de leider van de Boliviaanse cocaboeren, die
onlangs maar net naast het presidentschap greep. "Denk
je dat hij het had overleefd als hij president was geworden?"
vraagt ze lachend.
UNIVERSELE MUZIEK OVER HAÏTIAANSE
REALITEIT Peter Desmet
Zangeres Marlene Dorcena in België
De Haïtiaanse zangeres Marlene
Dorcena woont en werkt al zo'n tien jaar in Vlaanderen. Haar
liedjes zijn niet 100 procent Haïtiaans - ze zingt in het
Creools, maar ook in het Engels, Frans en Spaans - maar ze wil
er wel wat over Haïti in kwijt. "Ik kan geen technische
hulp verlenen voor de misère in mijn land, maar wel wat
doen aan de bewustwording, aan het beeld dat mensen ervan hebben."
In België is Marlene Dorcena een graag
geziene artiest. Zo heeft de Haïtiaanse zangeres meerdere
malen opgetreden in Brussel en Antwerpen. Dit voorjaar was ze
één van de blikvangers van het Mano Mundo festival,
het jaarlijkse wereldmuziekfestival in het Belgische Boom. Met
haar ingetogen liedjes slaagde ze er glansrijk in zich staande
te houden in een rumoerige festivaltent. Geen sinecure als je
weet dat de elektriciteit het tijdens haar optreden tot tweemaal
toe begaf. Ze gaf er vooral liedjes ten beste van haar kersverse
cd Mèsy (Dank).
Dorcena, die altijd heel actief geweest is in het theater, kwam
voor het eerst naar België in 1991 voor een theateruitwisselingsproject
van zeven maanden. "We brachten een toneelstuk over Haïti
met vier Haïtiaanse en zes Belgische acteurs", vertelt
ze in uitstekend Nederlands. "Ik ging ook in het theater
samenwerken met de bekende Vlaamse percussionist Chris Joris.
Die hoorde me zingen en vroeg me waarom ik die liedjes niet
op het toneel zou brengen."
Na de uitwisseling vertrok de artieste weer naar haar geboorteland
om te studeren en te werken. "Net in de tijd van de coup
tegen de gekozen president Aristide. De toestand in Haïti
werd onhoudbaar. Daarom ben ik weer teruggekeerd naar België.
Tussen 1992 en 1994 studeerde ik journalistiek, maar begon ook
stilaan meer te zingen. In 1995 heb ik het nog even geprobeerd
in Haïti als presentatrice voor radio en televisie. Maar
uiteindelijk ben ik toch in Brussel terechtgekomen. Als journalist
werken in België is me trouwens niet gelukt. En het zingen
heeft me ontzettend veel moeite gekost in het begin. Tot ik
Michel De Bock van de platenmaatschappij Contre Jour ontmoette.
Die geloofde echt in mijn muziek. De cd is toen opgenomen binnen
drie maanden tijd."
BINNENLAND EN STAD, TRADITIE
EN MODERNITEIT
Walter Lotens
Mensenrechtenorganisatie in Suriname
Salomon Emanuels is
bosneger, cultureel antropoloog en verantwoordelijk voor de
sector Binnenland van de Surinaamse mensenrechtenorganisatie
Moiwana '86. Hij is een typische tussenfiguur: door zijn afkomst
en zijn opleiding behoort hij tot verschillende werelden waartussen
hij een verbinding vormt. "Dat er op dit ogenblik geen
brute schendingen van mensenrechten zijn, betekent niet dat
het Binnenland niet meer bestaat."
Aan het Molenpad in Paramaribo
staat het huis van de mensenrechtenorganisatie Moiwana. Hier
heeft Salomon Emanuels, coördinator van de sector Binnenland
van de organisatie, zijn kantoor. De antropoloog Emanuels is
zelf afkomstig uit het Binnenland en weet goed wat het betekent
om met stadsogen bekeken te worden. Hij heeft het aan den lijve
ervaren toen hij naar de stad kwam om te studeren. "Vanaf
de eerste dag dat ik in Paramaribo naar school ging, zagen ze
mij als een vreemde. Ik werd begroet in een gebrekkig Saramaccaans
en gebrekkig Nederlands. 'Hoe gaat het met die beesten daar?
Wat heb je gegeten? Is het waar dat jullie in het Binnenland
lijkenvocht drinken?' Dat soort vragen, bol van vooroordelen.
Ik wist niet hoe ik daarop moest reageren. Moest ik erop los
meppen of me rustig houden? Dat gevoel van niet voor vol te
worden aangezien heeft lang geduurd. Toegegeven," relativeert
Emanuels, "dat zijn mijn jeugdherinneringen van jaren geleden.
Maar het verschijnsel is jammer genoeg geen verleden tijd. Die
achterstelling, dat neerkijken op Binnenlandbewoners, bestaat
nog steeds. Het vergoelijken daarvan getuigt van onbegrip of
kwade wil. Het is één van de taken van Moiwana
'86 om gevallen van structurele discriminatie in de wet- en
regelgeving aan de kaak te stellen."
Moiwana '86 heeft een belangrijke rol te vervullen voor de Binnenlandbewoners,
volgens Emanuels. De vredesovereenkomst van 1992 betekende officieel
het einde van de Binnenlandse Oorlog, maar niet van de scheve
verhouding tussen stad en Binnenland. Een veel gehoorde opmerking
is dat er niet meer geschoten wordt in het Binnenland, en er
dus niets aan de hand is. "Die overtuiging leeft nog, maar
niets is minder waar", becommentarieert de antropoloog.
"Veel mensen hebben trauma's overgehouden aan de oorlogsperiode.
Daar moet iets aan gebeuren. Dat er op dit ogenblik geen brute
schendingen van mensenrechten zijn, betekent niet dat het Binnenland
niet meer bestaat."
Nationaal
Geschenk Mensenrechten
Daniël de Jongh
Argentinië
Met de start van een openbare kunstveiling
kwam op 6 september een eind aan de publieksactiviteiten van
het Comité Nationaal Geschenk Mensenrechten Argentinië.
Het gironummer 437 blijft nog tot eind dit jaar openstaan voor
giften. Voorlopig staat de teller op een totaalopbrengst van
ongeveer 350.000 euro. Bij de opening van de veiling haalde
Hedy D'Ancona fel uit naar het kabinet-Kok.
In een jaar tijd maakten zo'n tienduizend mensen
een gift over aan het Comité Nationaal Geschenk Mensenrechten
Argentinië. De inzamelingsactie voor Argentijnse mensenrechtenorganisaties
is de tegenhanger van het officiële nationale geschenk
voor prins Willem-Alexander, zijn bruid en projecten ten gunste
van de Nederlandse samenleving. Ongeveer 350.000 euro leverde
de actie op. Niet zoveel als het officiële geschenk, maar
dat werd dan ook gespekt met 500.000 euro van de regering-Kok.
Een erg royale bijdrage voor een kabinet dat voor het alternatief
geschenk desgevraagd geen cent overhad.
De campagne is afgesloten met een 'verkoopexpositie'
die nog tot 31 december duurt. Bekende Nederlanders hebben hiervoor
kunstwerken gratis ter beschikking gesteld. De verkoopexpositie
is op 6 september geopend door Hedy D'Ancona, die in haar toespraak
de weigering van de Nederlandse overheid hekelde. "De regering-Kok
heeft ons op geen enkele wijze gesteund", zegt ook Alejandra
Slutzky van het Comité. Zelfs een verzoek van in Nederland
wonende nabestaanden van slachtoffers van de Argentijnse dictatuur
om behalve de president van Argentinië en Nelson Mandela
ook een 'Dwaze Moeder' uit te nodigen werd niet gehonoreerd.
Leesgids
Mexico
Verhalen uit en over Mexico
Uitgeverij Maarten Muntinga, 2002, Amsterdam, 366 pag. Meerdere
vertalers. ISBN 90 5831149. Euro 12,95
Reizen was in vroegere tijden vaker noodzaak
dan aangenaam tijdverdrijf. Vandaag de dag reist de moderne
- en met name westerse, rijke - mens veelal voor ontspanning
en avontuur. Luchtvaartmaatschappijen concurreren elkaar onderling
haast kapot en het ene reisprogramma prijst een nog exotischer
en ongerepter oord aan dan het andere. De schrijvende media
laten zich evenmin onbetuigd en er verschijnen complete series
reisgidsen en -verhalen. Het is niet meer dan logisch dat uitgeverijen
een graantje meepikken van die ontwikkelingen in de markt.
|