info noticiashome

Met daarin onder meer:

REDACTIONEEL
- Lula: hoop in bange dagen

ACTUEEL
- Uribe's ferme hand in Colombia
- Verkiezingen in Ecuador
- Essay: landhervormingen
- Landlozenbeweging Brazilië
- Regionale verkiezingen Brazilië
- Kort Latijns-Amerikaans
- Interview Carolina Trujillo

PORTFOLIO
- Carolina Trujillo

CULTURA
- Zangeres Dorcena over Haïti
- Binnenlandbewoners van Suriname
- Nationaal Geschenk Argentinië
- Uitgelezen
- Kort Latijns-Amerikaans
- Agenda

Het volgende nummer van LA Chispa
zal medio december verschijnen


REDACTIONEEL     Hans Veltmeijer
Lula: hoop in bange dagen

'De hoop heeft het gewonnen van de angst', was een eerste rake analyse van Luiz Inácio Lula da Silva nadat duidelijk werd dat hij in de tweede ronde van de Braziliaanse presidentsverkiezingen op ruim zestig procent van de stemmen kon rekenen. De Brazilianen hebben daarmee op overtuigende wijze hun meest linkse president tot nog toe gekozen. Voor Lula's kleurloze tegenkandidaat José Serra van de regerende sociaaldemocraten was die tweede ronde eigenlijk al een meevaller. Hij kon het electoraat geen angst voor Lula meer aanpraten.
Met de uitslag wint de aanhouder die al drie keer zijn verlies moest nemen bij vorige presidentsverkiezingen. Dat de voormalig metaalarbeider en vakbondsman nu wel de scepter mag gaan zwaaien over de negende economie ter wereld is niet verrassend. Na acht jaar redelijke vooruitgang onder centrumrechts verkeren de Brazilianen nu, zoals de rest van de wereld, in een economische crisis.
De daarmee gepaard gaande gevoelens van woede en hopeloosheid worden gebotvierd op de regering Cardoso, die internationaal wel veel lof oogstte. Brazilië heeft het gehad met 'rechts' en Lula is nu de verlosser. Daardoor kon hij niet alleen op de steun van de armen rekenen, maar heeft hij ook de middenklasse voor het eerst voor zich gewonnen. Zijn milde toon, charme en charisma tijdens de campagne trokken de twijfelaars definitief over de streep.
Dat de zaken niet zo simpel liggen weet de voorman van de Arbeiderspartij (PT) zelf ook wel. De flexibele onderhandelaar heeft tijdens zijn campagne zelfs zo'n milde identiteit aangenomen dat hij door velen al niet meer 'links' wordt genoemd. Zo beloofde hij aan de meeste eisen van het IMF te blijven voldoen en de torenhoge staatsschulden te blijven aflossen. Ook stelde hij het bedrijfsleven gerust dat het economische beleid van Cardoso in grote lijnen voortgezet zou worden. Als coalitiepartners worden nu de huidige sociaaldemocratische regeringspartij en de liberale PL, die zich in het midden van het politieke spectrum bevindt, genoemd.
Het spook van wanbetalingen en protectionistische maatregelen dat het paniekerig reagerende bedrijfsleven en de financiële wereld de afgelopen maanden op de loer zagen liggen, is daarmee grotendeels verdwenen. Hoewel de aanzienlijke radicale vleugel van de PT in het parlement daar wel tevergeefs op aan zal dringen. Toch wil Lula geen tweede Cardoso worden en zal zijn beleid ergens in het midden van bovengenoemde extremen komen te liggen.
Lula is voor even de held, maar hem wacht een zware taak. Hij beloofde het volk miljoenen banen erbij, verhoging van het minimumloon en meer veiligheid. Maar als het mondiale economische klimaat regenachtig blijft, lijkt zijn missie te hoog gegrepen. Want ook de sociale issues vallen en staan bij de toestand van de economie in Brazilië. En die wordt nu eenmaal onevenredig hard geraakt als het in de wereld wat minder gaat. Een gevolg van vijfhonderd jaar structurele ongelijkheid en afhankelijkheid, weet president Cardoso altijd goed te vertellen. Ook de al grote armoede en criminaliteit stijgen dan ogenblikkelijk naar niveaus die niet langer geaccepteerd worden door de bevolking.
Gelukkig zijn de Brazilianen een optimistisch volk dat als geen ander gewend is aan crises, en altijd de hoop op beter blijft houden. De aimabele volksjongen Lula belichaamt die hoop in deze bange dagen. En dat is genoeg om weer even van te leven.


Het verlanglijstje van Uribe    Mieke Wouters
Colombiaanse president komt verkiezingsbelofte na

Nog geen vier dagen na zijn installering als nieuwe president van Colombia, begin augustus, riep Alvaro Uribe de noodtoestand uit. De maatregel werd onder de bevolking op grote schaal gesteund. Met duidelijke, ferme taal wist Uribe de kiezers gemakkelijk te overtuigen. Geheel in lijn met de mondiale ontwikkelingen staat hem een harde en militaire oplossing van het conflict voor ogen. Ondertussen nemen het geweld en de vluchtelingenproblematiek nog in alle hevigheid toe, zoals bijvoorbeeld in het departement el Chocó.

De noodtoestand die Uribe in augustus over Colombia uitriep, was allereerst bedoeld om de voorgenomen extra militaire uitgaven te kunnen financieren. Het eerste decreet betrof een speciale belastingheffing van 1,2 procent op roerende goederen. Het moet zo'n achthonderd miljoen dollar opleveren voor de opleiding van drie mobiele brigades van enkele duizenden manschappen, de salariëring van tienduizend extra assistenten van politie en leger en de beloning en compensatie van een miljoen burgerinformanten. Dit nogal omstreden netwerk heeft internationaal veel kritiek geoogst, maar opereert inmiddels op diverse plekken. Los lunes de la recompensa is al een begrip en verwijst naar de beloningen die elke maandag worden uitbetaald aan mensen die politie of leger van waardevolle informatie hebben voorzien.


Afkeer van traditionele politici    Peter Gelauff
Ex-couppleger en multimiljonair naar tweede ronde in Ecuador

Na jaren politieke onrust, waarin reguliere verkiezingen werden afgewisseld met staatsgrepen en pseudo-staatsgrepen, gingen de Ecuadoranen op 20 oktober naar de stembus om te kiezen uit liefst elf presidentskandidaten. De voormalige militaire couppleger Lucio Gutiérrez, die met 20,4 procent het hoogste scoorde, moet het in de tweede ronde op 24 november opnemen tegen de steenrijke zakenman Alvaro Noboa. De meeste Ecuadoranen hebben echter weinig vertrouwen dat politici de voortslepende economische en sociale problemen zullen oplossen.

Bij de verkiezingen van 20 oktober hebben de Ecuadoranen hun afkeer getoond van de traditionele politieke partijen. Zij gaven de meeste stemmen aan een ex-militair, die nog geen drie jaar geleden een hoofdrol speelde bij een coup, en een multimiljonair, die eigenaar is van bananenplantages en andere bedrijven. Gevraagd naar hun mening over politici steken de bewoners van Quito's volkswijken hun mening niet onder stoelen of banken. "Dieven" zijn het, "zakkenrollers", "zakkenvullers" en "rijken". Politici behoren tot een andere klasse, komen niet voort uit 'het volk' en zijn dus ook geen vertegenwoordigers van dat volk. Stemmen is verplicht, maar bij de vorige verkiezingen bleef 42 procent van de kiezers weg. President en parlementsleden worden uiteindelijk door een minderheid van de bevolking gekozen. En wie zou bij het terugblikken op de geschiedenis van postkoloniaal Ecuador niet alle vertrouwen in de politiek en daarmee in de democratie verliezen.
Want hoe kan het dat een land, dat in beginsel in een vergelijkbare cultuur is ingebed als de omringende landen, al vanaf haar onafhankelijkheid in 1822 van de ene politieke hervorming in de andere rolt, de ene grondwet na de andere opstelt, met niet aflatend enthousiasme bouwt en timmert aan de 'ideale orde' en toch de indruk wekt onregeerbaar te zijn? President of parlementslid van zo'n 'onregeerbaar' land willen worden, moet dan ofwel van grote heldhaftigheid getuigen of andere, meer tastbare, voordelen bieden die opwegen tegen de ondankbare taak een tijdje de kop van jut te zijn. Inderdaad, als je dan toch voor dief en zakkenvuller wordt uitgemaakt, waarom zou je het dan ook niet zijn? Of nog een stapje verder: als je al dief en zakkenvuller bent, waarom zou je niet proberen president te worden?

Wijken 'kopen'

Ecuador heeft presidenten van beide soorten voortgebracht: heldhaftigen en zakkenvullers. Er is geen sprake geweest van consistent beleid, geen president(skandidaat) en geen partij presenteerde een duidelijke toekomst- of maatschappijvisie. Terwijl het vertrouwen van de bevolking in de politiek tot een dieptepunt is gedaald, blijft de Ecuadoraanse samenleving doortrokken van politiek. Zelfs de meest onaanzienlijke functie wordt politiek toegewezen. Kandidaten werven geen aanhang voor ideeën of visies, maar voor hun persoon. Alles draait om cliëntelisme, relaties, vriendjes- en familiepolitiek. De klassieke links-rechts tegenstelling wordt meer verbaal beleden dan in werkelijkheid beleefd. De aanhang van kandidaten loopt dwars door alle sociale lagen heen. Het gaat erom tot welke clan je behoort, of je vriendje van de kandidaat of van diens familie bent. Stemmen van hele wijken worden 'gekocht' met beloften van noodzakelijke voorzieningen als de kandidaat eenmaal, met aantoonbare steun uit de wijk, is gekozen.
Groter dan de links-rechts tegenstelling is die tussen Guayaquil, 'de stad waar het geld wordt verdiend', en het bestuurscentrum Quito. Presidentskandidaten uit de ene stad doen er goed aan hun running mate in de andere stad te zoeken, anders kunnen ze het wel vergeten.
De burgermeester van Loja, de hoofdstad van de gelijknamige zuidelijke provincie, is een aimabel man, tegelijk ook een volksmenner die zich erop beroept het in tegenstelling tot alle andere politici niet achter de ellebogen te hebben. Hoewel de wet het hem verbiedt, stroopt hij net als zoveel andere overheidsfunctionarissen in de pick-up van de gemeente de hele provincie af om stemmen te vergaren voor zijn eigen lijst, die van de Beweging voor Regionale Integratie in Ecuador. Hiermee poogt hij een groot blok van 'buitenprovincies' te vormen tegen de centralistische steden Guayaquil en Quito. Voor de presidents- en parlementsverkiezingen is hij een lijstverbinding aangegaan met de van oorsprong sociaaldemocratische Izquierda Democrática van oud-president Borja. Ook andere regionale partijen zijn lijstverbindingen aangegaan, waardoor er aan de verkiezingen twaalf partijen en negenendertig allianties deelnamen met in totaal elf kandidaten voor het presidentschap en bijna vijftienhonderd voor de honderd parlementszetels.

Andes-Thatcherisme

Ecuador zakt steeds verder weg in het moeras. In 1979 kwam na een zevenjarig militair bewind weer een democratisch gekozen regering aan de macht, die onmiddellijk werd geconfronteerd met de gevolgen van het economische beleid van haar voorgangers, wat uitmondde in de schuldencrisis van 1981. In datzelfde jaar kwam de charismatische leider van de centrumlinkse coalitieregering, Jaime Roldós, bij een vliegtuigongeluk om het leven. Zijn opvolger Osvaldo Hurtado zag zich in 1982 door het IMF gedwongen akkoord te gaan met een Structureel Aanpassingsprogramma om te komen tot een schuldenregeling. De bezuinigingen die hiervan het gevolg waren, leidden tot heftige protesten onder de bevolking.
Sindsdien verkeert Ecuador in een permanente economische crisis, nog verergerd door een ernstige aardbeving in 1987. Daardoor kwam de olie-uitvoer, de kurk waarop Ecuadors economie drijft, maandenlang stil te liggen. Ook het natuurverschijnsel El Niño in 1998 en het onverantwoorde gedrag van de politici lieten hun sporen na.
Na Hurtado, die ook nu weer van de partij is, mocht eerst León Febres Cordero van de conservatieve Sociaal-Christelijke Partij (PSC) het proberen. Die joeg echter met zijn autoritaire 'Andes-Thatcherisme' - vrije markt, exportbevordering, privatisering, afbraak sociale voorzieningen - de bevolking volledig tegen zich in het harnas. Zijn opvolger, de centrumlinkse Rodrigo Borja (wederom kandidaat), die de Izquierda Democrática (ID) had opgericht, distantieerde zich na zijn verkiezing in 1988 van het neoliberale beleid van zijn voorganger.
Maar ook Borja moest, toen de inflatie onbeheersbaar bleek, overgaan tot impopulaire maatregelen. Dalende koopkracht en stijgende werkloosheid leidden tot veel stakingen. Het regeringsbesluit om grote oppervlaktes van een indianenreservaat in concessie af te geven aan buitenlandse oliemaatschappijen had in 1990 de eerste georganiseerde indianenopstand tot gevolg. Deze stond onder leiding van de CONAIE, de Nationale Confederatie van Indianen van Ecuador, die een bundeling is van 26 indianenvolkeren.
In 1992 werd centrumlinks weer weggevaagd en kwam centrumrechts terug aan de macht in de figuur van Sixto Durán, die vanwege zijn hoge leeftijd was gepasseerd als kandidaat van de Sociaal-Christelijke Partij en daarom zijn eigen Republikeinse Eenheidpartij (PUR) had opgericht. Onder zijn bewind kwam in 1994 de Algemene Wet voor Instellingen van het Financiële Systeem tot stand, die tot doel had de kredietverstrekking te liberaliseren. De wet was zo liberaal van snit dat personen die gelieerd waren aan dat financiële systeem alle ruimte kregen om zonder enig onderpand zichzelf huizenhoge kredieten te verlenen. Terwijl de wet was bedoeld om kredietverstrekking te bevorderen en daarmee koopkracht en kooplust gereguleerd te stimuleren, waren de gevolgen juist oncontroleerbare groei van de corruptie en gierende inflatie.

Indiaanse coup

De in 1998 gekozen populist Abdala Bucaram, die de kiezers gouden bergen had beloofd, werd al na een half jaar wegens 'geestelijke onbekwaamheid' afgezet en na nieuwe verkiezingen opgevolgd door Jamil Mahuad. Deze probeerde de economische rampspoed te keren door een bankhervorming door te voeren, die het failliet van veertien grote banken tot gevolg had. Daarnaast zette Mahuad als eerste president van een Latijns-Amerikaans land de betaling van de schuldendienst stop, waardoor nieuwe leningen uitbleven. Zijn in september 1999 aangenomen belastinghervorming leidde tot prijsverhogingen die de man/vrouw in de straat niet meer pikte. De aankondiging dat de regering de gierende inflatie van 91 procent te lijf zou gaan met de dollarisering van de Ecuadoraanse economie kon Mahuad niet meer redden. Op 21 januari 2000 bezetten protesterende indianen met steun van enkele militairen, waaronder kolonel Lucio Gutiérrez, het presidentiële paleis. Een dag later nam vice-president Gustavo Noboa (geen familie van de huidige kandidaat) het presidentschap van Mahuad over.
Noboa voerde de dollarisering door in een poging de voortdurende geldontwaarding en prijsstijgingen te bedwingen. Veel Latijns-Amerikaanse landen kennen een dollarisering de facto, maar na Panama was Ecuador het eerste land dat niet alleen de nationale munt, de sucre, aan de dollar koppelde maar ook werkelijk inwisselde voor de dollar van de Verenigde Staten. Voordelen daarvan zijn dat de kosten van de transacties verlaagd worden, de inflatie een halt wordt toegeroepen en de economie verder open wordt gegooid. Daar staan forse nadelen tegenover. De regering kan nauwelijks een eigen economische politiek voeren door bijvoorbeeld de wisselkoers aan te passen om de export te bevorderen of via geldschepping de economische cycli te corrigeren. Open economieën als de Ecuadoraanse zijn daardoor uiterst kwetsbaar. Dat blijkt ook wel in de praktijk. Ecuador is volledig afhankelijk geworden van de wereldmarkt. Aangezien het weinig meer dan grondstoffen kan leveren, heeft de regering amper instrumenten in handen om de economische groei te bevorderen.

Geen programma

De verkiezingen van 20 oktober lijken weinig uitweg te bieden uit het moeras waarin Ecuador langzaam wegzinkt. De retoriek, scheldpartijen en verdachtmakingen zijn die van altijd en evenzo de kandidaten. Allemaal hadden ze de mond vol van de corruptie van de anderen, dat Ecuador een regering nodig heeft die het land haar waardigheid teruggeeft en dat nou net zij daarvoor de beste garantie zouden bieden. Ex-presidenten, ex-kandidaat-presidenten, de rijkste man van het land, een beroepsdiplomate, allemaal deden ze een gooi naar de macht. Geen van allen had echter een plan of programma om het land weer op de rails te krijgen.
Luttele dagen voor de verkiezingen en een week na de laatste toegestane peilingen leken de multimiljonair Alvaro Noboa, ook al kandidaat in 1998 en volstrekt onbekwaam geacht, de oude rot Rodrigo Borja, geen schim meer van de linkse president uit de jaren tachtig, en Xavier Neira, de plaatsvervanger van de (te) oude maar absolute baas van de rechtse Sociaal-Christelijke Partij León Febres Cordero, elkaar de eer zullen gaan betwisten. Maar op 20 oktober bleek ex-kolonel Lucio Gutiérrez, één van de coupplegers uit januari 2000, met 20,4 procent het hoogste te scoren, gevolgd door Noboa met 17,4 procent. Gutiérrez wordt als links gezien, voor wat dat waard is in het Ecuadoraanse politieke spectrum, en heeft de steun van Pachakutik, de politieke uitdrukking van een deel van de indianenfederatie CONAIE. Hij is een bewonderaar van Fidel Castro en de Venezolaanse president Hugo Chávez, maar heeft voor de tweede ronde zijn toon gematigd. Gutiérrez spreekt nu over samenwerking en een "dialoog met alle sectoren." Opnieuw bleven veel kiezers weg van de stembus: 37 procent.
Opmerkelijk is wel, dat de traditionele partijen het wel goed deden in de parlementsverkiezingen, met als gevolg dat de nieuwe president, welk van beide overgebleven kandidaten het ook wordt, een vijandig parlement tegenover zich zal vinden. León Febres Cordero, die als leider van de grootste fractie ook voorzitter van het parlement zal worden, heeft al aangkondigd dat niet de nieuwe president maar hij uiteindelijk de touwtjes in handen zal hebben.
Tijdens de verkiezingsstrijd ging het hardnekkige gerucht dat de voormalige aartsvijanden Borja en Febres Cordero achter gesloten deuren een deal hadden gesloten om de kandidaat van de andere partij te steunen ingeval deze het in de tweede ronde tegen Noboa zou moeten opnemen. Handjeklap als vanouds, maar te voorbarig omdat Borja en de plaatsvervanger van Febres Cordero geen van beiden de tweede ronde hebben gehaald.

Fraude

Geruchten over mogelijke fraude deden al vóór 20 oktober alom de ronde. Weliswaar was er geen spoor van bewijs, maar de mogelijke verliezers wilden zich alvast tegen hun verlies indekken. Dat zij daarmee en passant het vertrouwen in de politiek en in de democratie nog meer schade toebrachten dan de afgelopen jaren al was gebeurd, leek hen niet te deren. Het lijkt erop dat de organisator van de verkiezingen, het Opperste Verkiezingstribunaal, alles in het werk heeft gesteld om ervoor te zorgen dat fraude is uitgesloten, maar het kiezersvolk vertrouwt dat niet omdat ook dit Tribunaal politiek is samengesteld.
Buitenlandse waarnemers van de Europese Unie en de Organisatie van Amerikaanse Staten en binnenlandse zoals Participación Ciudadana (burgerparticipatie) en de Veedurias Ciudadanas (burgercontroleurs) doen hun best om met hun controlerende aanwezigheid het vertrouwen in de transparantie van het proces te vergroten. Naar het zich laat aanzien is dat ook gelukt, al zullen er traditiegetrouw op kleine schaal pogingen zijn ondernomen om stembiljetten te manipuleren of ongeldig te maken, want ook de leden van de stembureaus hebben politieke belangen. Het decennialang gegroeide wantrouwen is tegelijkertijd zo groot, dat iedere onregelmatigheid in de uitslagen aangegrepen wordt om de tegenstanders, het organiserende Verkiezingstribunaal en als het erop aan komt zelfs de buitenlandse waarnemers van medeplichtigheid aan fraude te beschuldigen. Ondanks wat kleine incidenten en organisatorische problemen was het eindoordeel van de waarnemers van de Europese Unie over het uitbrengen en tellen van de stemmen positief.
Blijft de vraag wat deze verkiezingen zullen betekenen voor de bevolking. God helpe Ecuador, want de politici en de geglobaliseerde economie zullen het niet doen.


ESSAY 'NIEUWE ROL VOOR DE OVERHEID'   Annelies Zoomers
Oude en nieuwe landhervormingen in Latijns-Amerika

Opnieuw staan in Latijns-Amerika landhervormingen op de agenda. Maar anders dan bij de vroegere 'politieke' hervormingen, waarbij land van grootgrondbezitters werd verdeeld onder arme boeren, zien beleidsmakers het nu als een 'technische' kwestie. Eigendomsregistratie van land en een 'vrije' grondmarkt moeten leiden tot hogere productie en minder armoede. Annelies Zoomers, verbonden aan het interuniversitair Latijns-Amerika-instituut CEDLA in Amsterdam, betoogt dat deze nieuwe aanpak weinig oplevert voor de armen. De overheid zal veel actiever moeten reguleren.

Terwijl vóór 1990 vrijwel geen enkele donororganisatie- of ontwikkelingsbank zich durfde te mengen in politiek gevoelige onderwerpen als landhervormingen, financieren nu Wereldbank, FAO (Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties) en andere donoren op grote schaal programma's voor land titling en grondregistratie. Zij zien verstrekken van eigendomsbewijzen en opzetten van kadasters als belangrijke stappen voor duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding. In Latijns-Amerika hebben arme boeren vaak geen officiële eigendomspapieren. Hun rechten zijn veelal gebaseerd op mondelinge afspraken. Ook staan de eigendomstitels vaak niet op de eigen naam of zijn niet in het kadaster opgenomen.
Een goede eigendomsregistratie en een 'vrije' grondmarkt zouden de boeren veel voordelen kunnen opleveren. 'Legalisatie' zou boeren eindelijk eigenaar maken van hun land. Door die grotere zekerheid zouden zij meer investeren, ook omdat ze - met grond als onderpand - eindelijk toegang zouden krijgen tot kredieten. Daarmee zou een einde komen aan conflicten. Het afschaffen van beperkende regelingen over verkoop van land en het stimuleren van de vrije handel in land zou boeren beter in staat stellen hun bedrijfsresultaten te optimaliseren en flexibel in te spelen op marktontwikkelingen.
Dit scheppen van orde en afschaffen van beperkingen vormen de speerpunten van het moderne beleid. Hoe is dit beleid ontstaan, wat zijn de doelstellingen en resultaten, en heeft het geleid tot vermindering van de rurale armoede?


'ZE ZIJN NU TIEN KEER BETER AF'    Jan de Kievid
Boek over landlozenbeweging MST in Brazilië

De Braziliaanse beweging van landlozen MST is de meest opmerkelijke sociale beweging in het huidige Latijns-Amerika. Ondanks harde tegenstand heeft de MST veel bereikt. Vaak met vallen en opstaan, waarbij steeds weer moeilijke keuzes gemaakt moesten worden. Twee betrokken Engelse journalistes schreven hierover een prachtig boek.

In april 2000 sloten 1200 activisten van de Braziliaanse landlozenbeweging MST, Movimento dos Trabalhadores Rurais Sem Terra, een vierdaags congres in het Amazonegebied af in de vroegere feestzaal van een door hen bezet kolossaal landhuis. Op de grond lagen negentien pas gekozen leiders, elk bedekt met een MST-vlag en bloemen. Bij kaarslicht las een vrouw de namen voor van negentien MST-leden die vier jaar eerder vlakbij, in Eldorado de Carajás, in koelen bloede door de politie waren vermoord. Als een naam werd genoemd, stond telkens een van de leiders op van de grond en zei: "Ik ben hier."
Deze negentien waren niet de enige slachtoffers van repressie tegen boeren en landarbeiders. In zeventien jaar nieuwe democratie vielen in Brazilië onder hen meer doden (alleen al 250 MST-leden) dan door de gerichte repressie van de voorafgaande twintig jaar militaire dictatuur. In dit klimaat zijn het doorzettingsvermogen en de resultaten van de MST indrukwekkend. Door landbezettingen hebben sinds 1984 meer dan honderdduizend gezinnen een eigen stuk land verworven in zo'n 1200 nederzettingen. Die beslaan anderhalf maal de oppervlakte van Nederland, al is dat in een land als Brazilië maar een heel klein deel van de landbouwgrond.


Politiek establishment afgeserveerd Hans Veltmeijer
Gouverneursverkiezingen Brazilië

Ruim 115 miljoen Brazilianen kozen op 6 oktober voor het eerst per elektronische stembus voor een president, een deelstaatgouverneur, senatoren en gedeputeerden. Luiz Inácio 'Lula' kon pas in de tweede ronde op 27 oktober José Serra verslaan, maar verschillende kandidaten voor het gouverneurschap lieten het niet zover komen. De uitschakeling van ex-president Collor door de zittende gouverneur Ronaldo Lessa in Alagoas en de verkiezing van Rosinha Matheus, vrouw van presidentskandidaat Garotinho, in Rio de Janeiro waren daarbij opmerkelijk.

Fernando Collor de Mello ging onderuit in zijn familiaire thuisbasis, de kleine en arme noordoostelijke deelstaat Alagoas. De wegens corruptieschandalen in 1992 afgezette ex-president van Brazilië, heeft zijn straf van acht jaar onthouding van politieke activiteiten inmiddels uitgediend en dacht zijn politieke carrière te kunnen hervatten als gouverneur in een gebied waar hij groot is geworden. Andere leden van zijn familie die verkiesbaar waren, zoals zijn zoon, neef en schoonzoon, verloren eveneens.
Rivaal en overwinnaar van Collor, de zittende gouverneur Ronaldo Lessa van de socialistische partij, verklaarde dat "ex-president Collor en zijn politieke kliek voor het politieke leven begraven waren." De centrumrechtse Collor voerde een agressieve en populistische campagne, waarbij hij zich bediende van cliëntelisme en zich voordeed als de verlosser van de arme bevolking. Toen bleek dat Collor aan de winnende hand was, gaf Lessa zijn campagne een 'pedagogisch karakter' door de veelal onwetende bevolking te wijzen op Collors corrupte verleden. Deze benadering vormde volgens Lessa de basis voor zijn succes. Collor heeft al aangekondigd zich bij volgende verkiezingen weer op het presidentschap te gaan richten.
De Braziliaanse media plaatsen de nederlaag van Collor in een nationale ontwikkeling waarbij de bevolking het politieke establishment, dat regelmatig in opspraak komt maar zich steeds opnieuw verkiesbaar stelt, voor het eerst afserveert. Zo leed ook de doorgewinterde centrumrechtse politicus Paulo Maluf (71) bij de gouverneursverkiezingen in São Paulo een verrassend verlies ten opzichte van veel jongere kandidaten van de Arbeiderspartij van Lula en de sociaaldemocraten van de vertrekkende president Cardoso.


DE LEGALISATIE VAN COCAÏNE: FICTIE OF REALITEIT? Senta in 't Veld
Debuut Uruguayaans-Nederlandse Carolina Trujillo

De legalisatie van cocaïne in Zuid-Amerika, vanaf de plant tot het witte poeder: een mogelijke realiteit of complete fictie? In haar debuutroman De bastaard van Mal Abrigo schept Carolina Trujillo Píriz een Zuid-Amerikaans land waar de legalisatie een feit wordt, met alle gevolgen van dien. Achter het fictieve verhaal schuilt een stellig standpunt van de schrijfster. "Ik denk dat er gelegaliseerd zal worden en ik hoop dat ik dat nog mag meemaken."

In een fictief Latijns-Amerikaans land wint de bastaard Buenaventurado Guerra tegen alle verwachtingen in de presidentsverkiezingen met de campagneleuze '¡A legalizar!' Beloven de cocaïne te legaliseren is één ding, doen een tweede. Eenmaal in het presidentiële paleis ondervindt Guerra dat de daadwerkelijke legalisatie opofferingen eist die hij zich van tevoren niet had kunnen indenken. Maar de nieuwbakken president vervult zijn belofte, waarop logischerwijs een handelsboycot van de Verenigde Staten volgt. Met als doel een afzetmarkt te vinden in Europa toont Guerra de eerste kilo legaal geproduceerde cocaïne hoogstpersoonlijk aan het Europese parlement: 'U weet dat cocaïne niet veel van tabak of alcohol verschilt en u weet dat mijn volk crepeert. Wat wij vragen is of u ons product dezelfde behandeling wilt geven als de andere. Of u bereid bent consequent te zijn en bij te dragen aan de vrede in ons land en daarmee aan de wereldvrede.'
Buenaventurado Guerra is de hoofdpersoon van de roman De bastaard van Mal Abrigo, het debuut van de uit Uruguay afkomstige schrijfster Carolina Trujillo Píriz, die al sinds haar jeugd jarenlang in Nederland woont. Haar boek is dan ook in het Nederlands geschreven. Hoe realistisch is de legalisatie van cocaïne? Trujillo: "In het boek draag ik een mogelijkheid aan, die in de werkelijkheid al lang bestaat, daar heeft niemand mij of mijn roman voor nodig. De wereld van de fictie loopt echter vaak vooruit op de wereld van de werkelijkheid. Denk maar aan het feit dat vrouwen eerder broeken in literatuur droegen dan in het echt. De voorspellende waarde van de literatuur heet dat officieel. En ja, ik denk wel dat er uiteindelijk gelegaliseerd zal worden. Waarschijnlijk zal het de eerste kandidaat die dat voorstelt niet lukken en ook niet de tweede of de derde, die overleven het niet. Maar misschien de vierde. Er is er trouwens al een geweest." Trujillo springt enthousiast op en komt terug met een afbeelding van Evo Morales, de leider van de Boliviaanse cocaboeren, die onlangs maar net naast het presidentschap greep. "Denk je dat hij het had overleefd als hij president was geworden?" vraagt ze lachend.


UNIVERSELE MUZIEK OVER HAÏTIAANSE REALITEIT   Peter Desmet
Zangeres Marlene Dorcena in België

De Haïtiaanse zangeres Marlene Dorcena woont en werkt al zo'n tien jaar in Vlaanderen. Haar liedjes zijn niet 100 procent Haïtiaans - ze zingt in het Creools, maar ook in het Engels, Frans en Spaans - maar ze wil er wel wat over Haïti in kwijt. "Ik kan geen technische hulp verlenen voor de misère in mijn land, maar wel wat doen aan de bewustwording, aan het beeld dat mensen ervan hebben."

In België is Marlene Dorcena een graag geziene artiest. Zo heeft de Haïtiaanse zangeres meerdere malen opgetreden in Brussel en Antwerpen. Dit voorjaar was ze één van de blikvangers van het Mano Mundo festival, het jaarlijkse wereldmuziekfestival in het Belgische Boom. Met haar ingetogen liedjes slaagde ze er glansrijk in zich staande te houden in een rumoerige festivaltent. Geen sinecure als je weet dat de elektriciteit het tijdens haar optreden tot tweemaal toe begaf. Ze gaf er vooral liedjes ten beste van haar kersverse cd Mèsy (Dank).
Dorcena, die altijd heel actief geweest is in het theater, kwam voor het eerst naar België in 1991 voor een theateruitwisselingsproject van zeven maanden. "We brachten een toneelstuk over Haïti met vier Haïtiaanse en zes Belgische acteurs", vertelt ze in uitstekend Nederlands. "Ik ging ook in het theater samenwerken met de bekende Vlaamse percussionist Chris Joris. Die hoorde me zingen en vroeg me waarom ik die liedjes niet op het toneel zou brengen."
Na de uitwisseling vertrok de artieste weer naar haar geboorteland om te studeren en te werken. "Net in de tijd van de coup tegen de gekozen president Aristide. De toestand in Haïti werd onhoudbaar. Daarom ben ik weer teruggekeerd naar België. Tussen 1992 en 1994 studeerde ik journalistiek, maar begon ook stilaan meer te zingen. In 1995 heb ik het nog even geprobeerd in Haïti als presentatrice voor radio en televisie. Maar uiteindelijk ben ik toch in Brussel terechtgekomen. Als journalist werken in België is me trouwens niet gelukt. En het zingen heeft me ontzettend veel moeite gekost in het begin. Tot ik Michel De Bock van de platenmaatschappij Contre Jour ontmoette. Die geloofde echt in mijn muziek. De cd is toen opgenomen binnen drie maanden tijd."


BINNENLAND EN STAD, TRADITIE EN MODERNITEIT    Walter Lotens
Mensenrechtenorganisatie in Suriname

Salomon Emanuels is bosneger, cultureel antropoloog en verantwoordelijk voor de sector Binnenland van de Surinaamse mensenrechtenorganisatie Moiwana '86. Hij is een typische tussenfiguur: door zijn afkomst en zijn opleiding behoort hij tot verschillende werelden waartussen hij een verbinding vormt. "Dat er op dit ogenblik geen brute schendingen van mensenrechten zijn, betekent niet dat het Binnenland niet meer bestaat."

Aan het Molenpad in Paramaribo staat het huis van de mensenrechtenorganisatie Moiwana. Hier heeft Salomon Emanuels, coördinator van de sector Binnenland van de organisatie, zijn kantoor. De antropoloog Emanuels is zelf afkomstig uit het Binnenland en weet goed wat het betekent om met stadsogen bekeken te worden. Hij heeft het aan den lijve ervaren toen hij naar de stad kwam om te studeren. "Vanaf de eerste dag dat ik in Paramaribo naar school ging, zagen ze mij als een vreemde. Ik werd begroet in een gebrekkig Saramaccaans en gebrekkig Nederlands. 'Hoe gaat het met die beesten daar? Wat heb je gegeten? Is het waar dat jullie in het Binnenland lijkenvocht drinken?' Dat soort vragen, bol van vooroordelen. Ik wist niet hoe ik daarop moest reageren. Moest ik erop los meppen of me rustig houden? Dat gevoel van niet voor vol te worden aangezien heeft lang geduurd. Toegegeven," relativeert Emanuels, "dat zijn mijn jeugdherinneringen van jaren geleden. Maar het verschijnsel is jammer genoeg geen verleden tijd. Die achterstelling, dat neerkijken op Binnenlandbewoners, bestaat nog steeds. Het vergoelijken daarvan getuigt van onbegrip of kwade wil. Het is één van de taken van Moiwana '86 om gevallen van structurele discriminatie in de wet- en regelgeving aan de kaak te stellen."
Moiwana '86 heeft een belangrijke rol te vervullen voor de Binnenlandbewoners, volgens Emanuels. De vredesovereenkomst van 1992 betekende officieel het einde van de Binnenlandse Oorlog, maar niet van de scheve verhouding tussen stad en Binnenland. Een veel gehoorde opmerking is dat er niet meer geschoten wordt in het Binnenland, en er dus niets aan de hand is. "Die overtuiging leeft nog, maar niets is minder waar", becommentarieert de antropoloog. "Veel mensen hebben trauma's overgehouden aan de oorlogsperiode. Daar moet iets aan gebeuren. Dat er op dit ogenblik geen brute schendingen van mensenrechten zijn, betekent niet dat het Binnenland niet meer bestaat."


Nationaal Geschenk Mensenrechten    Daniël de Jongh
Argentinië

Met de start van een openbare kunstveiling kwam op 6 september een eind aan de publieksactiviteiten van het Comité Nationaal Geschenk Mensenrechten Argentinië. Het gironummer 437 blijft nog tot eind dit jaar openstaan voor giften. Voorlopig staat de teller op een totaalopbrengst van ongeveer 350.000 euro. Bij de opening van de veiling haalde Hedy D'Ancona fel uit naar het kabinet-Kok.

In een jaar tijd maakten zo'n tienduizend mensen een gift over aan het Comité Nationaal Geschenk Mensenrechten Argentinië. De inzamelingsactie voor Argentijnse mensenrechtenorganisaties is de tegenhanger van het officiële nationale geschenk voor prins Willem-Alexander, zijn bruid en projecten ten gunste van de Nederlandse samenleving. Ongeveer 350.000 euro leverde de actie op. Niet zoveel als het officiële geschenk, maar dat werd dan ook gespekt met 500.000 euro van de regering-Kok. Een erg royale bijdrage voor een kabinet dat voor het alternatief geschenk desgevraagd geen cent overhad.

De campagne is afgesloten met een 'verkoopexpositie' die nog tot 31 december duurt. Bekende Nederlanders hebben hiervoor kunstwerken gratis ter beschikking gesteld. De verkoopexpositie is op 6 september geopend door Hedy D'Ancona, die in haar toespraak de weigering van de Nederlandse overheid hekelde. "De regering-Kok heeft ons op geen enkele wijze gesteund", zegt ook Alejandra Slutzky van het Comité. Zelfs een verzoek van in Nederland wonende nabestaanden van slachtoffers van de Argentijnse dictatuur om behalve de president van Argentinië en Nelson Mandela ook een 'Dwaze Moeder' uit te nodigen werd niet gehonoreerd.


Leesgids Mexico
Verhalen uit en over Mexico

Uitgeverij Maarten Muntinga, 2002, Amsterdam, 366 pag. Meerdere vertalers. ISBN 90 5831149. Euro 12,95

Reizen was in vroegere tijden vaker noodzaak dan aangenaam tijdverdrijf. Vandaag de dag reist de moderne - en met name westerse, rijke - mens veelal voor ontspanning en avontuur. Luchtvaartmaatschappijen concurreren elkaar onderling haast kapot en het ene reisprogramma prijst een nog exotischer en ongerepter oord aan dan het andere. De schrijvende media laten zich evenmin onbetuigd en er verschijnen complete series reisgidsen en -verhalen. Het is niet meer dan logisch dat uitgeverijen een graantje meepikken van die ontwikkelingen in de markt.

 

   E-mail Noticias
   Noticias-donateur worden?

Patrocinado por / Sponsored by:


  

Noticias 1997-2004