REDACTIONEEL
Maja Haanskorf
Spreken is zilver, zwijgen is goud
Het is me wat, met het Koninklijk Huis en aanverwanten in Nederland. Margarita, de dochter van Irene, die weer de zus is van koningin Beatrix
-een volbloed nichtje dus -doet het ene kwalijke boekje na het andere open over haar
tante. Tantelief zou zowel haarzelf als haar echtgenoot, Edwin de Roy van
Zuidewijn, sinds hun relatie een aanvang nam op alle mogelijke onoorbare manieren dwars hebben
gezeten. Dat nu, meent Margarita, moet maar eens afgelopen zijn. Respect en
genoegdoening, dat willen zij en haar man. Bovendien vindt Margarita dat het Nederlandse volk recht heeft op de
waarheid, die eruit bestaat dat het land geregeerd wordt door een leugenachtige
despoot. Tante is not amused en ontkent iedere aantijging.
Niet zozeer over, als wel ten behoeve van koningin Beatrix en haar meereizende zoon Willem-Alexander en schoondochter Máxima hebben Chilenen in Nederland een alternatieve reisgids geschreven over Chili. Het drietal brengt van 19 tot 22 maart een officieel bezoek aan dat land. Het staatsbezoek laat,volgens de
samenstellers, veel saillante onderwerpen onbelicht. Daarom kan Beatrix zich in Het andere Chili inlezen in zaken zoals
straffeloosheid, repressie tegen de inheemse bevolkingsgroep de
Mapuches, de rol van het Nederlandse bedrijfsleven in Chili en de daar heersende beperkte democratie en grote
ongelijkheid. Of ze het boekje nu wel of niet leest en of ze nu wel of niet al lang op de hoogte was van de
inhoud, in Chili zal zij ongetwijfeld president Lagos prijzen voor zijn democratische en stabiele bestuur en haar mond dichthouden over lastige
bijkomstigheden.
Spreken is zilver, zwijgen is goud. En bij de Oranjes is het al goud wat er
blinkt. De Argentijnse Máxima zal er nog van staan te kijken, hoe goed in ons democratische landje van alles onbesproken blijft of in doofpotten wordt
gestopt. De Bouwfraude is nog maar net verwerkt, of daar blijkt Albert Heijn misschien wel op de
kleintjes, maar absoluut niet op de groten te letten. De kruidenier des vaderland is van de troon
gevallen. Allemaal klatergoud.
Maar daar lusten wij wel pap van. De finale tussen Jim en Jamai, kandidaten van de eigentijdse talentenjacht Idols op
televisie, trok meer kijkers dan welk actualiteitenprogramma ooit zal
bereiken. Behalve dan als een oorlog live wordt uitgezonden en als die dan niet te lang
duurt. Alleen dat is al een reden om geen oorlog te beginnen tegen
Irak: de tegenvallende kijkcijfers. Er is van tevoren al te veel over
gesproken, geschreven en gespeculeerd. Laat de wapens maar
zwijgen.
EEN
TRAUMATISCH JAAR
Jan de Kievid
Diepe crisis in Uruguay
Argentinië heeft Uruguay in zijn val meegesleept. Ook daar is de armoede snel toegenomen, evenals de protesten. Anders dan in Argentinië bleef de president zitten, maar de regeringscoalitie viel uit elkaar. Het IMF en de Verenigde Staten zijn toeschietelijker dan in Argentinië, maar of het helpt is de vraag. Ondertussen stemden parlementariërs voor een liberale abortuswet en zijn oude mensenrechtenkwesties weer
actueel.
"2002 Is het meest traumatische jaar voor Uruguay in de laatste honderd jaar", riep president Jorge Battle in december 2002. De economie was in een vrije val terechtgekomen. In het kleine land met bijna 3,5 miljoen inwoners leken de dramatische gebeurtenissen van Argentinië zich te herhalen, zij het minder heftig. Van heel Latijns-Amerika beleefde Uruguay na Argentinië de scherpste economische terugval en ook de sterkste stijging van de armoede. Net als in Argentinië dromden mensen in rijen voor banken om nog iets van hun spaargeld te redden. Ook hier werden banken gesloten en supermarkten geplunderd. Ook hier verloren mensen hun vertrouwen in de regering. Maar de revolte bleef beperkt, er vielen geen tientallen doden en de president bleef zitten.
In vier jaar is het inkomen per hoofd van de bevolking met een vijfde gedaald. De werkloosheid liep eind 2002 op tot 19 procent. De inflatie schoot omhoog naar 26 procent en de brandstoffenprijzen stegen in één jaar met 60 procent.
Volgens Battle was de crisis begonnen met een mond- en klauwzeerepidemie, die de voor Uruguay zo belangrijke vleesexportsector deed wankelen, en was het land daarna meegezogen door Argentinië. Dat speelde zeker een belangrijke rol, maar ook de opeenvolgende rechtse regeringen hadden er mee te maken. Een strak neoliberaal beleid had de capaciteit van de staat om de economie te reguleren ondermijnd. Ook had Uruguay zich meer gericht op goede politieke en economische betrekkingen met de Verenigde Staten dan op het versterken van de economische positie in de regio. Daardoor stond de regering betrekkelijk weerloos toen de grote crisis zich in 2002
aandiende.
Lula en Chávez, burger en militair
Peter Desmet
Met het aantreden van de Braziliaanse president Ignacio da Silva, door iedereen Lula genoemd, is het kamp van de linkse presidenten in Latijns-Amerika weer met een extra eenheid aangegroeid en herstelt de balans tussen links en rechts zich geleidelijk. In Chili leidt de socialist Ricardo Lagos het land, Ecuador verkoos de ex-kolonel Gutiérrez, Peru heeft Alejandro Toledo en Venezuela bezit in de persoon van de ex-legerkolonel Hugo Chávez Frías de meest omstreden president van het Amerikaanse continent, George Bush
uitgezonderd.
De twee meest progressieve presidenten van het Latijns-Amerikaanse continent, de Braziliaan Ignacio Lula da Silva en de Venezolaan Hugo Chávez Frías, verschillen aanzienlijk van elkaar. De één een burger, de ander een ex-militair. De Venezolaanse president Chávez werd bekend door twee mislukte couppogingen begin jaren negentig. Ondanks het feit dat de Venezolaanse militairen sinds 1958 geen rol van betekenis meer vervuld hadden, werd Chávez plots een populair figuur. Dit heeft alles te maken met de uitzichtloze politieke toestand, waarin Venezuela zich in de jaren negentig bevond. De gevestigde linkse partijen, de syndicale partij Causa R en de socialistische Movimiento al Socialismo (MAS), konden de Venezolaanse kiezer niet overtuigen. De grote centrumpartijen, de christen-democratische Copei en de sociaal-democratische Acción Demócratica (AD), slaagden daar evenmin in. Chávez stortte zich na zijn gevangenisstraf in 1998 op de politiek en werd zonder veel problemen in 1998 tot president gekozen. Kortom Chávez geraakte in een uiterst korte periode van amper zes jaar in de presidentsstoel.
In tegenstelling tot de komeetachtige carrière van Chávez heeft Lula heel lang moeten knokken om president van Brazilië te worden. Het verhaal is alom bekend maar daarom niet minder waarachtig: hoe hij het van ongeschoolde metaalarbeider tot vakbondsleider schopte in de industriële metropool Sao Paulo. Dit laatste ondanks dat Lula gedurende geruime tijd als arbeider een grote reserve aan de dag legde ten aanzien van het nut van de vakbeweging voor de gewone arbeiders. Begin jaren tachtig richtte Lula samen met enkele medestanders de Braziliaanse Arbeiderspartij op. Maar liefst vier keer stelde lula zich kandidaat voor het presidentschap voor deze partij. De aanhouder wint en bij zijn vijfde titelrace vorig jaar won hij het
pleit.
Liberalisering in Midden-Amerika
Maja Haanskorf
Overleg vrijhandel al begonnen
Afschaffen van invoerheffingen en opheffen van belemmeringen die een vrije onderlinge handel in de weg staan. Aan het eind van dit jaar moeten de Verenigde Staten en vijf Midden-Amerikaanse landen een vrijhandelsverdrag gesloten hebben, de CAFTA. De overheden en de ondernemers van de Midden-Amerikaanse landen zijn voorstander van een verdrag, boeren en volksorganisaties voorzien grote
problemen.
De onderhandelingen over het sluiten van een vrijhandelsverdrag tussen de Verenigde Staten en vijf landen in Midden-Amerika zijn in januari van dit jaar begonnen in San José, de hoofdstad van Costa Rica. Het is de bedoeling dat de ministers van Costa Rica, Nicaragua, El Salvador, Honduras, Guatemala en de VS maandelijks bij elkaar komen in besloten besprekingen. In december zou dan het definitieve Centraal-Amerikaanse Vrijhandelsverdrag (CAFTA) gereed moeten zijn.
De verschillende onderdelen van het verdrag worden gemodelleerd naar het al bestaande vrijhandelsverdrag tussen Mexico, Canada en de VS, de NAFTA. Dit verdrag is in 1994 in werking getreden. In feite is het veel meer dan een verdrag over vrije handel tussen de drie landen. Het voorziet in een grote mate van deregulering, waarbij overheden nauwelijks meer bevoegdheden hebben ten opzichte van de handel en wandel van de transnationale bedrijven. Zaken die binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) nog besproken moeten worden, zijn onder de NAFTA al van kracht. Het gaat hierbij vooral om de privatisering en liberalisering van investeringen, dienstverleningen, intellectueel eigendom en om de rol van de nationale overheid.
Diverse onderzoeken naar de gevolgen van bijna tien jaar NAFTA voor Mexico laten weinig positiefs zien voor de landen die nu onderhandelen over een Midden-Amerikaans vrijhandelsverdrag. Ging het bij Mexico nog om een industrieel behoorlijk ontwikkeld land -de tweede economie op het Latijns-Amerikaanse continent na Brazilië- de vijf landen in Midden-Amerika stellen industrieel niet veel voor en zijn op agrarisch gebied te zwak om te kunnen concurreren met de sterke noorderbuur.
Toch zijn de overheden van de vijf landen en de ondernemers optimistisch over een vrijhandelsakkoord. Ze denken er beter van te worden, of beschouwen het als een plan dat het proberen waard is. Baat het niet, het schaadt ook niet, lijkt de teneur.
Boeren en diverse volksorganisaties laten andere geluiden horen. Ze vrezen voor meer armoede, het verdwijnen van banen, de aantasting van natuur en milieu en verdergaande privatisering van diensten, zoals de gezondheidszorg.
De
parallelle macht van de drugsbazen
Hans Veltmeijer
Toenemend geweld in Latijns-Amerika politiek van aard
Latijns-Amerika is er niet veiliger op geworden sinds het einde van de dictaturen in de jaren tachtig. Vooral drugsbendes dagen steeds openlijker de overheden uit. Met Rio de Janeiro als schrikbeeld. Veel inwoners vrezen voor 'Colombiaanse toestanden', nu de bendes steeds vaker het openbare leven lamleggen. Dat het geweld in Rio niet op zich staat, bleek ook uit een conferentie over 'nieuw geweld in Latijns-Amerika' in Utrecht. "De routinisering van geweld heeft iets te maken met falende
staten."
Het was een tegenvaller voor de Brazilianen dat de film Cidade de Deus vorige maand in Los Angeles niet één van de vijf genomineerden was voor een oscar voor de beste buitenlandse film. In Brazilië is Cidade de Deus een kassucces en ook internationaal, zoals bij het Internationale Filmfestival Rotterdam, gooit de productie van Fernando Meirelles hoge ogen. Voor het eerst krijgt een groot publiek de kans een goed beeld te krijgen van het drugsgeweld waarmee de één miljoen favelabewoners in Rio de Janeiro vrijwel dagelijks worden geconfronteerd.
Voor inwoners van de arme wijken in Rio de Janeiro vertelt de film over het in de jaren zestig gebouwde sociale woonproject Cidade de Deus (stad van God), dat een decennium later veranderde in een favela, niets onthullends. Veel mensen uit de middenklasse wiens huizen vaak grenzen aan de sloppen, zijn echter geschokt door de rauwe beelden, die zeker niet overvloedig passeren. Het toont de kloof die er in Rio bestaat tussen 'berg' en 'straat', oftewel tussen de bewoners van de meestal op een heuvel gesitueerde favela en de mensen uit de middenklasse die onder aan de heuvel in de straat wonen. Het drugsgeweld is in grote mate verantwoordelijk voor die tweedeling.
Want dat geweld heeft epidemische vormen aangenomen. Een studie in opdracht van onder andere Unesco wijst uit dat het jaarlijkse aantal van drieduizend doden in Rio als gevolg van schietpartijen hoger is dan in oorlogsgebieden in landen zoals Sierra Leone, Kosovo en Colombia. Ongeveer elfduizend jongeren nemen deel aan de gewapende drugsbendes in Rio, van wie de helft onder de achttien jaar is. Inwoners van Rio leven nu vaak in een staat van paranoia: ook als er geen geweldsdreiging bestaat, zijn zij bang. Het dagelijkse wapengekletter is intussen een routinematig geluid geworden
Mensenrechten in Colombia onder druk
Mark Weenink
Interview Agustín Jiménez
Onlangs bracht Agustín Jiménez Cuello van het Colombiaanse Comité de Solidaridad con los Presos Políticos (CSPP) een bezoek aan Nederland. Als voorzitter van Colombia's oudste mensenrechtenorganisatie (1973) zet hij zich in voor de rechten van politieke gevangenen. Jiménez is op reis om internationale steun te verwerven. "Landen moeten zich bewust worden van het feit dat zij met hun entree op de Colombiaanse markt de politiek van president Uribe van strijd tegen terrorisme en de eigen bevolking
steunen."
Van origine is Agustín Jiménez advocaat. In de kustplaats Barranquilla raakte hij als vrijwilliger betrokken bij het CSPP en sinds een paar jaar is hij voorzitter van deze oudste mensenrechtenorganisatie in Colombia. Sinds de oprichting in 1973 is de voornaamste taak het bijstaan van politieke gevangenen in juridische procedures en het indienen van klachten tegen de staat, wanneer deze iemands rechten schendt. "Destijds werden mensen die publiekelijk een mening verkondigden die strijdig was met die van de overheid, gevangengezet. Burgers, vooral linkse intellectuelen, werden opgepakt en moesten verschijnen voor militaire rechtbanken, die ze zowel aanklaagden als berechtten, vertelt Jiménez. "Tegenwoordig wordt politieke gevangenen vaak rebellie ten laste gelegd, een vaag en subjectief begrip. Elke vijftien dagen bezoeken we, met toestemming van de regering, deze gevangenen." Jiménez bereist Colombia per vliegtuig. Over land reizen is te gevaarlijk. "In 1999 zijn twee collega's vermoord. Toen hebben we uit protest onze kantoren vijf maanden gesloten. Verschillende leden, waaronder ik zelf, zijn meerdere malen met de dood bedreigd. Nu worden we beveiligd door het ministerie van binnenlandse zaken. In mijn woonplaats Bogotá rijd ik in een geblindeerde auto en heb ik beveiligingsmensen."
De CSPP heeft in meerdere plaatsen kantoren, zoals in Medellín en Barranquilla.
Regelmatig reist Jiménez naar het buitenland om internationaal steun te verwerven voor het werk van zijn organisatie.
Tegenwoordig zijn vele non-gouvermentele organisaties actief in Colombia. Waarom fuseren die niet?
"Colombia telt ruim honderd ngo's, waaronder verscheidene op het gebied van mensenrechten. Het is een groot land met veertig miljoen inwoners. We steunen elkaar, opdat ook in afgelegen gebieden een bepaalde mate van organisatie is. Verder is de Colombiaanse samenleving verdeeld, de oorlog creëert grote meningsverschillen. Aan organisaties liggen verschillende motivaties ten grondslag. Het met elkaar eens worden is niet eenvoudig. We zijn allemaal product van een maatschappelijke zoektocht."
Is financiering een probleem met zoveel organisaties?
"Voor een oude organisatie als de onze niet, wij hebben relatief grote naamsbekendheid. Jongere organisaties hebben het moeilijker. Samenwerking met buitenlandse organisaties is een belangrijke bron voor fondsverwerving. Het CSPP dient projectverzoeken in en als die positief beoordeeld worden, krijgen we een bepaald bedrag toegekend. Daarnaast krijgen we een gedeelte van de boetes die de staat betaalt aan gevangenen die we in de rechtszaal - kosteloos - met advocaten op succesvolle wijze bijstonden."
Is het geweld in Colombia in de loop der tijd van karakter veranderd?
"Sowieso neemt de mate van geweld sterk toe. Vroeger was er het geweld tussen guerrilla en leger en tussen guerrilla en paramilitairen. Gaandeweg gingen verschillende partijen mensen ontvoeren om losgeld te krijgen en om eisen te stellen in onderhandelingen. Daarbij komt de drugshandel als bron van inkomsten, die mensen corrumpeert. Tot slot heeft Uribe in zijn presidentiële rede ruimte geschapen voor meer geweld, onder het mom van de strijd tegen terrorisme. Binnen de gevangenismuren betekent het dat mensenrechten niet gerespecteerd worden en het aantal schendingen daarvan, zoals marteling, zal toenemen. Buiten de gevangenismuren betekent het dat de burgerbevolking aan grotere risico's blootgesteld wordt."
Onlangs was een Franse documentaire op de Nederlandse televisie te zien over La Modelo, een gevangenis in Bogotá. De bewakers hadden niets te vertellen en het complex was verdeeld in twee kampen: de rechtse paramilitairen en de linkse guerrillabeweging. Hoe is het gesteld met de mensenrechtensituatie in de Colombiaanse gevangenissen?
"Slecht. Gevangenissen als La Modelo zijn geen uitzondering. Er zijn zelfs gevangenissen waar paramilitairen linkse gevangenen bewaken. Anderhalf jaar geleden heeft het CSPP bereikt dat in La Modelo de scheiding tussen links en rechts tot stand kwam. Colombia heeft het internationale verdrag van de rechten van de mens ondertekend, maar leeft dat niet na. Als gevangenen de staat aanklagen, worden ze harder aangepakt door de bewakers, die hen mishandelen. Zo probeert men te voorkomen dat er klachten ingediend worden."
"Verder bouwt de overheid in het kader van Plan Colombia extra zwaar beveiligde gevangenissen, totaal van de buitenwereld afgesloten. Ze wil voorkomen dat familieleden of het CSPP gevangenen, die in isolatiecellen zitten, bezoeken. In dergelijke extra beveiligde gevangenissen hebben al drie gevangenen zelfmoord gepleegd."
Welke gevolgen heeft de presidentswisseling van Pastrana naar Uribe gehad op de mensenrechten?
"De situatie is verslechterd. De repressie en schendingen nemen toe. De regering ontneemt om politieke redenen gevangenen steeds meer rechten. Het uiteindelijke doel is verzet vanuit de samenleving tegen de politieke koers van de regering te neutraliseren. Die probeert het neoliberale model op te leggen, waarbij privatisering van staatsbedrijven en het inperken van de rechten van arbeiders horen."
De klassieke tegenstelling: elite versus massa?
"Het volgende is het geval. Zodra vakbonden de overheid bekritiseren of de publieke opinie mobiliseren tegen de overheid of een groot bedrijf, komt repressie om de hoek kijken. Vakbondsleiders die eisen stellen tijdens onderhandelingen, worden gedwongen te verhuizen of krijgen huisarrest. Ze worden vermoord door paramilitairen. Of ze worden door de reguliere strijdkrachten gevangengezet, met het excuus dat ze guerrillero zijn. De staat maakt gebruik van 'getuigen' die dat verklaren. Van een aantal getuigen is in het verleden aangetoond dat ze valse verklaringen aflegden. Toch worden ze weer gehoord."
Bestaat er een klimaat van straffeloosheid?
"Ja, er is veel straffeloosheid, vooral wat betreft misdaden begaan door het leger en de paramilitairen. We eisen dat deze schenders van mensenrechten gestraft worden, maar ze blijven vrij rondlopen. Ze worden niets eens vervolgd. Als het al gebeurt, dan is er wel een officier van justitie die bereid is hen in vrijheid te laten. Dat is de werkelijkheid waarin we leven."
"Uribe is zijn geloofwaardigheid op het gebied van mensenrechten al verloren toen hij nog gouverneur was in het departement Antioquia. Nu hij president is, gaat hij op nationaal niveau door met het creëren van omstandigheden die straffeloosheid in de hand werken. Denk maar aan de doodseskaders van de paramilitairen en het leger. Volgens de Colombiaanse grondwet is herverkiezing als president onmogelijk. Maar we zijn bang dat hij de grondwet zal proberen te hervormen, net zoals Fujimori in Peru en Chávez in Venezuela. Toch steunt een meerderheid van de bevolking Uribe, omdat hij dagelijks veiligheid propageert en zegt dat hij de oorlog gaat winnen. De mensen willen veiligheid en rust."
Wat voor rol hebben de media als het gaat om de publieke opinie?
"De media in Colombia neigen naar officiële propaganda. De rijken zijn eigenaar van kranten, tijdschriften en televisiezenders. Op die manier is er geen objectieve informatieverschaffing. Slechts 40 procent van de bevolking beseft de noodzaak van het bestaan van een organisatie als de onze. De rest is minder goed geïnformeerd. Men kijkt naar nieuwsbulletins op televisie, kranten worden veel minder gelezen en informeren niet altijd correct."
Hoe ziet u de toekomst van de mensenrechten in Colombia en welke rol speelt de internationale gemeenschap hierbij?
"Plan Colombia van de Verenigde Staten werkt averechts. Daarmee wordt internationaal het idee van oorlog tegen terrorisme gepresenteerd. Mensenrechten zijn dan een complicerende factor. Europa volgt deze politieke koers minder, Spanje uitgezonderd. De regering Aznar wil voorkomen dat de Europese Unie eisen stelt op het gebied van mensenrechten. Spaanse bedrijven willen de Colombiaanse markt op. Op deze manier doet de Spaanse regering mee aan afbreuk van de verdediging van de mensenrechten en de democratie in Colombia."
"De internationale gemeenschap kan via de Verenigde Naties druk uitoefenen op Colombia. En via bilaterale relaties tussen staten afzonderlijk. Landen moeten eisen stellen op het gebied van mensenrechten. Colombia is economisch zwak. Dat schept ruimte om mensenrechten aan te kaarten. De EU en de VS bepalen of ze wel of niet iets kopen van Colombia. Wat dat betreft is het een land zonder soevereiniteit. Ontwikkeling op economisch gebied moet gekoppeld worden aan het respecteren van mensenrechten. Denk aan Turkije. Als het bij de EU wil horen, moet het mensenrechten respecteren. Colombia zou op dezelfde manier benaderd moeten worden."
Levende overledenen
Jan de Kievid
Antropologe Sonja Leferink over doodscultuur in Argentinië
In sloppenwijken helpt de dood mensen te overleven. Tot deze paradoxale conclusie komt antropologe Sonja Leferink na haar onderzoek in de Argentijnse stad Córdoba. Juist bij sterfgevallen worden de saamhorigheid en solidariteit in de wijk bevestigd. Tevens laten de bewoners zien dat zij eigenlijk betere mensen zijn dan de rijken die op hen neerkijken. Rond de dood speelt de katholieke kerk als institutie vrijwel geen
rol.
'Hoe helpt de dood sloppenwijkbewoners te overleven?' Deze op het eerste gezicht vreemde vraag drong zich steeds meer op aan cultureel antropologe Sonja Leferink tijdens haar onderzoek naar doodscultuur en marginalisering in Argentinië. Eind vorig jaar promoveerde zij op dit onderwerp in Utrecht. Leferink deed bijna anderhalf jaar onderzoek in drie sloppenwijken in de grote industriestad Córdoba. Vonden de bewoners het niet raar dat iemand helemaal van de andere kant van de wereld kwam om hun manier van omgaan met de dood te onderzoeken? Leferink: "Nee, ze waren behoorlijk enthousiast. Ze vonden het belangrijk dat hun verhaal, over iets wat heel centraal staat in hun leven, werd gehoord. Sommige mensen waren blij eindelijk eens hun hart uit te kunnen storten. Ze vonden in mijn onderzoek de erkenning dat ook hun leven en kijk op de dood belangrijk zijn. Er was niemand die heeft geweigerd om mee te werken."
Juist omdat de dood niet volgens plan toeslaat, was Leferink sterk afhankelijk van die medewerking. Bewoners moesten haar snel op de hoogte stellen als iemand was overleden, zodat zij in de korte tijd tussen overlijden en begrafenis zoveel mogelijk aanwezig kon zijn. Voor Leferink was het verrassend "dat de dood een hele wijk in beweging brengt, veel meer dan bij aangename gebeurtenissen. Alle neuzen staan voor even in dezelfde richting. Iedereen helpt en gaat er naar toe. De onderlinge saamhorigheid en solidariteit worden bevestigd. De wijk sluit zich als een warme deken om de familie die het verlies heeft
geleden."
REIZEN OM DE WAARHEID TE SCHRIJVEN
Mark Weenink
Oorlogsverslaggever Arnold Karskens
Castro ligt op sterven en Cuba valt ten prooi aan anarchie en machtstrijd. Als dit scenario zich voordoet, is Arnold Karskens, al twintig jaar oorlogsverslaggever voor het weekblad Nieuwe Revu, één van de eersten die naar Havana vliegt. Zover is het nog niet. Momenteel siert een Irakees visum zijn paspoort en wanneer deze Chispa op de deurmat valt, zit hij waarschijnlijk in Bagdad. "Als ik niet in Latijns-Amerika maar bijvoorbeeld in China was begonnen met werken, had ik nooit de mensenkennis opgebouwd die ik nu
heb."
Arnold Karskens (1954) verslaat al ruim twintig jaar wereldwijd oorlogen, van Latijns-Amerika tot Afrika, van de Balkan tot Azië. Hij bezocht voor het weekblad Nieuwe Revu, eerst als freelancer en later als redacteur, bijna honderd landen tijdens tientallen oorlogen. Zijn ervaringen bundelde hij tot de praktische handleiding Reizen langs de frontlijn, bedoeld voor collega-journalisten, hulpverleners en andere burgers die zich om uiteenlopende redenen in conflictgebieden ophouden. Hoewel zijn focus verschoven is naar brandhaarden in Afrika en het Midden-Oosten, ligt de basis van zijn loopbaan als oorlogsverslaggever in Latijns-Amerika.
Latijns-Amerika heeft een zeer bepalende rol in uw ontwikkeling gespeeld.
"Dat heeft te maken met de tijdsgeest van de jaren zeventig, de tijd van grote dictaturen en verzetsbewegingen in Latijns-Amerika, zoals Nicaragua, El Salvador. In die periode is mijn politieke bewustzijn gegroeid. Als twintiger was ik een kind van mijn tijd en wilde ik 'goed doen voor de mensheid'. Latijns-Amerika lokte en ik vertrok richting Mexico. De realiteit viel echter tegen, want ik was de Spaanse taal niet machtig en mijn aanwezigheid was overbodig. Toen ben ik maar gaan reizen in Midden- en Zuid-Amerika. Ik worstelde met de vraag wat ik met mijn leven aan moest. Ik ging erheen om te werken, maar dat ging niet. In 1976, een half jaar na de aardbeving in Guatemala, ben ik gaan schrijven, over wat er terecht was gekomen van de hulpgoederen. Ik schreef ook verhalen, maar nooit met de intentie journalist te worden. Ik wist niet eens dat er een beroepsopleiding voor was, dat het überhaupt een vak was."
Aansluitend hebt u in Nederland de School voor Journalistiek doorlopen en bent u daarna ook voor radio en televisie gaan werken.
"Dat was begin jaren tachtig, hoogtepunt van de oorlog in El Salvador. Het was een vrij zware en gevaarlijke oorlog om te verslaan. Veel journalisten zijn om het leven gekomen, onder wie de IKON-journalist Koos Koster. Ik ben in El Salvador als journalist meteen in het diepe gegooid. Later heb ik over Colombia geschreven, politieke en economische verhalen, over Chili natuurlijk, over Argentinië en Suriname. Ik was een beetje een one-man-band. Ik fotografeer ook zelf. Zo was het mogelijk te reizen en mijn verhalen te slijten. Met een fotograaf erbij zou het te duur geweest zijn voor opdrachtgevers. Ik hou ervan in mijn eentje erop uit te trekken en tochten van drie of zes maanden te maken. Veel van de kennis die ik toen heb opgedaan, over hoe je je moet gedragen in oorlogsgebieden, heb ik meegenomen op mijn reizen elders in de wereld."
"Het typische van Latijns-Amerika is dat je er een hechte binding mee kunt hebben. Je begrijpt de taal en cultuur goed. Met de gewone, gemiddelde Latijns-Amerikaan kun je goed praten, ruziën, liefhebben. Het is een makkelijk werelddeel voor een West-Europeaan om relaties mee aan te gaan. Dat kan, zeker in tijden van oorlog, heel diep gaan."
"In El Salvador kende ik veel mensen, bijvoorbeeld van mensenrechtencommissies. Hun angsten worden ook een beetje jouw angsten. Later zag je ze als lijk. Dat kun je maar in bepaalde mate verdragen. Veel mensen kwamen op beroerde wijze om het leven. Dat lees je, hoor je, zie je. Je beleeft het zelf mee. Dat is heel anders in een gesloten Aziatische cultuur, waar je minder deelgenoot bent van het verdriet, omdat die mensen het zelf veel meer opkroppen. Latijns-Amerika is extravaganter wat dat betreft. Je ontvangt ook veel meer, je krijgt meer mee. Daar moet je je tegen
wapenen."
KAN
TOERISME DE SCHONE SLAAPSTER REDDEN?
Ellen Weber
Mogelijke toeristische ontwikkelingen in Boliviaans dorp
Totora, volgens de Lonely Planet-reisgids 'het mooiste koloniale dorpje in het departement Cochabamba', behoort tot het officiële Nationale Erfgoed van Bolivia. In het verleden speelde het een belangrijke rol in de streek. Maar anno 2003 hebben veel bewoners het dorp verlaten en ligt het er verwaarloosd en afgebladderd bij. Ellen Weber onderzocht of de ontwikkeling van toerisme uitkomst kan bieden. Prullenbakken met het opschrift 'Toeristische stad, houd haar schoon' zijn daarvoor niet
genoeg.
Aan oude de hoofdweg van de Boliviaanse stad Cochabamba naar de hoofdstad Sucre ligt Totora. Het dorp met 1500 inwoners ligt prachtig tussen de bergen aan een riviertje. De elegante blauwe herenhuizen aan het centrale plein herinneren aan koloniale tijden. Overal in het centrum is de invloed van de Spaanse overheersers te zien, met straten in dambordpatroon en de typische Plaza Principal. De belangrijkste gebouwen, de kerk en het gemeentehuis, staan hier. Langs de uitvalswegen tellen de huizen maar één verdieping en zijn bescheidener. Hier zijn geen ornamenten, houtsnijwerk of balkons te vinden. Maar ook deze zijn van historische waarde.
Een bezoek aan Totora vanaf Cochabamba betekent een reis van drie uur in een volgepakte taxi, over slingerende wegen door een heuvelachtig landschap, waarin slechts een paar eenvoudige huizen te bekennen zijn. Bij het binnenrijden van het dorp staat het bord 'Patrimonio Cultural de Bolivia', nationaal cultureel erfgoed. Niet alleen vanwege de koloniale en republikeinse architectuur is het waardevol, maar ook op sociaal-cultureel gebied, dankzij de unieke feesten, markten en traditionele productiewijzen van de kleurrijk geklede bevolking. Zo zijn er hoedenmakers, wevers, pottenbakkers en brouwers van chicha, maïsbier, en quinoa-bier.
Maar de tijden veranderen. De wekelijkse markt is tegenwoordig niet meer zo groot en bestrijkt nog maar enkele straten. Het dorp komt dan eventjes tot leven. De mensen verkopen etenswaren, coca, kippen en kleding en overal staan eetstalletjes. Maar op andere dagen ziet het dorp er verlaten uit.
In de negentiende en het begin van de twintigste eeuw speelde Totora een prominente rol in de vallei van Cochabamba. Het dorp was het culturele en economische centrum van de streek en een geliefde vestigingsplaats voor de grootgrondbezitters. De bewoners verbouwden er coca en graan voor de arbeiders van de mijnen. Tegenwoordig kampt het dorp echter met ernstige problemen. Lange perioden van droogte teisteren het gebied. Een groot deel van de economisch actieve bevolking is naar de stad getrokken. Vooral ouderen en hun kleinkinderen zijn blijven hangen. Totora ligt ook niet meer zo strategisch als vroeger. Vóór de aanleg van de nieuwe weg van Cochabamba naar de stad Santa Cruz kwam er veel verkeer over de oude weg, die op dertien kilometer langs Totora loopt. Nu liggen veel dorpen langs deze weg er verlaten bij. Hotels en restaurants zijn gesloten wegens gebrek aan klandizie. En de koloniale huizen in het centrum van Totora zijn helemaal afgebladderd en ernstig aan een opknapbeurt toe.
De aardbeving in 1998 heeft de emigratieprocessen versterkt en de armoede nog eens doen toenemen. Huizen staan leeg en er is bijna geen werk. Totora dreigt te veranderen in een spookstad, de bevolking dreigt haar identiteit te verliezen, haar cultureel erfgoed te verwaarlozen en het zonder bescherming achter te laten.
|