REDACTIONEEL
Maja Haanskorf
In de schaduw van de oorlog
In de luwte van de oorlog in
Irak spelen zich in Latijns-Amerika smerige zaakjes af. Zo verschijnen
er in Colombia nieuwe militaire troepen uit de Verenigde Staten.
Officieel ter bestrijding van de drugs, officieus ter bescherming
van de eigen belangen, zoals Amerikaanse bedrijven en oliepijpleidingen.
Troepen zat, die Amerikanen.
Op Cuba maakt Fidel Castro van de verminderde aandacht voor
zijn kant van de wereld gebruik om tientallen mensen gevangen
te zetten. Het is de grootste razzia sinds jaren, die blijkbaar
bedoeld is om de oppositie op het eiland de nek om te draaien.
Amnesty International roept de Cubaanse regering op bekend te
maken waaraan de gevangenen zich hebben schuldig gemaakt en
op welke wettelijke gronden zij berecht worden. Amnesty vreest
dat het in alle gevallen gaat om politieke arrestaties, en om
gevangenen die alleen maar gebruik hebben gemaakt van hun grondwettelijke
recht op vrije meningsuiting en vergadering. De Cubaanse pers
spreekt daarentegen van 'samenzwering en verraad aan het vaderland'.
Zelf was ik nogal geschokt door een bericht op internet van
een kopstuk van de Chileense communistische partij. De man reageerde
op de secretaris van de Franse communistische partij. Die interpreteerde
volgens hem de situatie op Cuba dramatisch fout. Waar de Française
haar afschuw uitsprak over het oppakken en gevangenzetten van
mensen met een andere mening, verdedigde de Chileen met hand
en tand het beleid van de Cubaanse regering. Sterker nog, hij
meende dat het in deze barre tijden volstrekt ongepast was om
kritiek te uiten op Castro. De Verenigde Staten beschouwen immers
na Irak, Syrië, Iran en Noord-Korea ook Cuba als een 'land
van het kwaad'. De executie van drie Cubanen die een boot hadden
gekaapt om naar de VS te vluchten, vond hij minder geslaagd.
Hij was namelijk tegen de doodstraf. Maar, zo argumenteerde
hij erop los, deze beslissing viel te begrijpen en zelfs door
de vingers te zien, gezien de vreselijke rol die de VS zo in
het algemeen speelden. Hij sprak de hoop uit dat de doodstraf
snel de wereld uit zou zijn, te beginnen uit de VS en als laatste
uit Cuba.
Wat mij wellicht het meest schokte was dat het een Chileen was
die dit soort belachelijke en mensonterende uitspraken deed.
Juist omdat hij donders goed weet wat een dictatuur aanricht,
verwacht ik een dergelijke uitspraak niet. En ik begrijp niets
van zijn verwrongen wereldbeeld, waarin Castro een soort Allende
wordt en de Cubanen die het recht van vrije meningsuiting opeisen
afgeschilderd worden als handlangers van de CIA.
Zo begrijp ik evenmin waarom in Nederland allerlei organisaties,
die er altijd als de kippen bij zijn om onrecht waar ter wereld
ook aan te klagen, er nu het zwijgen toe doen. Is het nog steeds
te lastig om het falen van het reëel bestaande socialisme
op Cuba aan de kaak te stellen? Zijn ze net zo gefrustreerd
in hun hoop op een mooiere en betere wereld als de Chileense
communistenleider?
In één ding hebben Castro en zijn fellow travelers
elkaar in ieder geval gevonden: in de schaduw van een oorlog
kun je stiekem handelen en stiekem zwijgen.
FOX
WORSTELT MET MEXICO EN AMERIKA
Hans Veltmeijer
Latent
anti-Amerikanisme bloeit op
De mooie beloften die Vicente Fox bijna drieëneenhalf
jaar geleden bij zijn aantreden als president van Mexico formuleerde,
heeft hij niet waar kunnen maken. Brandende kwesties als de
Mexicaanse migranten in de Verenigde Staten en de sluimerende
burgeroorlog in Chiapas staan al een tijdje in de ijskast. En
de relatie met de grote noordelijke buur is er niet beter op
geworden sinds de bedenkingen van Fox ten aanzien van de Amerikaanse
oorlog in Irak. Die opstelling heeft zijn binnenlandse populariteit
wel weer goed gedaan, want het latente anti-Amerikanisme in
Mexico bloeit weer op.
De Mexicanen zetten
hoog in op de kwestie migratie, toen voor het eerst sinds 1929
geen militair of technocraat van de Institutionele Revolutionaire
Partij (PRI) de scepter mocht zwaaien over de tweede economie
van Latijns-Amerika. Cowboy en zakenman Vicente Fox (60) kon
het in vloeiend Amerikaans dan ook prima vinden met de Texaan
George Bush. Beiden stonden begin 2001 voor een respectievelijk
zes- en vierjarige ambtstermijn.
Aanvankelijk pleitte Fox bij de Amerikanen voor een algehele
amnestie voor de drie tot vier miljoen illegale Mexicanen in
de Verenigde Staten. "Het zag er toen heel goed uit",
zegt Mexico-deskundige Wil Pansters. Als onderzoeker aan de
Universiteit van Utrecht doet hij vooral veel politiek-antropologisch
onderzoek in Mexico. "Er was veel contact tussen beide
landen, mede door het doortastende optreden van de Mexicaanse
minister van Economische Zaken, Castañeda."
Maar de aanslagen op het World Trade Center in New York op 11
september 2001 gooiden roet in het eten. "Mexico was toen
plotseling voor Amerika geen prioriteit meer, maar met stip
gekelderd. En de hele kwestie van de migratie is in de ijskast
beland", zegt Pansters. De relatie tussen de machthebbers
bekoelde daardoor. Het dieptepunt was toen Fox een bezoek aan
het Witte Huis afzegde uit protest tegen de executie van een
in de VS veroordeelde Mexicaan. De partijloze eenling Castañeda,
die zich zo inzette voor de migratieproblematiek, heeft inmiddels
het veld moeten ruimen voor een partijlid van Fox.
Nu het punt van de immigratie in Washington geen prioriteit
meer is, zijn de kansen wat dat betreft niet ten gunste gekeerd
voor Fox. Meer dan een soort tijdelijke werkvergunning, in plaats
van een algehele amnestie, lijkt er niet in te zitten. Daarmee
zouden de Republikeinen in de VS hun zin krijgen. Volgens een
Latijns-Amerika-columniste van de Washington Post zal Fox nu
moeten beslissen of 'iets beter is dan niets, en in eigen land
zal hij moeten vechten om er politieke winst uit te slaan.'
Hautain
mannetje
Met de aanslagen en de Amerikaanse 'oorlog tegen terreur' kwam
een ander heikel punt naar voren. De onvoorwaardelijke steun
die president Fox tijdens de oorlog in Afghanistan gaf aan Bush,
werd hem in eigen land geenszins in dank afgenomen. Oppositiepartij
PRI, die als regeringspartij volgens Pansters niet anders gereageerd
zou hebben dan Fox, speelde de kritische kaart. Fox zou slaafs
achter de Verenigde Staten aanhollen. "Een latent anti-Amerikanisme
kwam op in Mexico. Dat leidt tot politieke spanningen en daar
zit je als politiek leider liever niet in", stelt Pansters
vast.
Met Mexico als tijdelijk lid van de Veiligheidsraad en de dreigende
oorlog tegen Irak verscherpte het probleem zich in het afgelopen
half jaar. Mexico leek een resolutie van de Verenigde Staten
voor een rechtvaardiging van de oorlog tegen Irak niet te gaan
steunen. Toen de Spaanse premier Aznar, voorafgaand aan een
bezoek aan George Bush, Mexico aandeed om steun voor de oorlog
te verwerven, weigerde Fox zelfs een persconferentie met Aznar
te geven. "Het bezoek van het in Mexicaanse ogen hautaine
mannetje werd een mislukking", concludeert Pansters. Dat
de resolutie uiteindelijk niet in stemming werd gebracht in
de Veiligheidsraad, noemt hij een geluk voor Mexico.
Fox heeft intussen weer wat aan populariteit gewonnen door zijn
anti-oorlogopstelling. Toch vindt Pansters niet dat die houding
louter pragmatisch is. Hij wijst op de buitenlandse politiek
van non-interventie die Mexico sinds de jaren vijftig consequent
hanteert. "De Mexicanen vinden dat je je gewoon niet met
binnenlandse aangelegenheden van andere landen moet bemoeien
en dat zeker de Verenigde Staten dat niet moeten doen."
Ook begin april bleek het anti-Amerikanisme nog onverminderd
in het land dat in 1847 ongeveer de helft van het grondgebied
kwijtraakte aan de Amerikanen. 'Vandaag Irak, morgen Mexico',
stond er op een spandoek bij het hek van de Amerikaanse ambassade
in Mexico Stad. Pansters bevestigt dat zulke sentimenten leven
in Mexico. "Op volksniveau zijn er conspiratietheorieën,
ook op televisie." Ruim 80 procent van de bevolking zei
de oorlog af te keuren.
Maar veel Mexicanen zijn ook direct betrokken bij de oorlog
in Irak. Zo vonden tot begin april vier Mexicaanse Amerikanen
de dood in Irak en meldden vele Mexicanen zich bij de Amerikaanse
ambassade om dienst te gaan doen in het leger. In de valse hoop
op een verblijfsvergunning in het beloofde land. Alleen die
immigranten in de VS die al een legale status hebben, komen
immers in aanmerking voor toetreding tot het leger.
De Amerikaanse oorlogsdriften hebben enige vooruitgang in de
besprekingen met Mexico over legalisatie van Mexicaanse migranten
dus behoorlijk geblokkeerd. Maar ook 'Chiapas', een ander thema
dat Fox als prioriteit bij zijn aantreden bestempelde, zit muurvast.
De vrede leek getekend toen het Zapatistische bevrijdingsleger
van de zuidelijke deelstaat in 2001 op uitnodiging van Fox een
sensationele tour door Mexico maakte. Maar de nieuwe wet die
alle inheemse groepen in Mexico meer ruimte geeft, gaat volgens
commandant Marcos en zijn aanhangers qua autonomie niet ver
genoeg. De doelstelling van Fox, ontwapening, is daarmee nog
lang niet gerealiseerd. "Fox heeft het slim gespeeld om
de wet erdoor te drukken, maar het probleem is daarmee niet
opgelost", zegt Wil Pansters. Na een tijd van stilzwijgen
weersprak rebellenleider Marcos in november vorig jaar geruchten
dat zijn beweging, de EZLN, ten dode opgeschreven zou zijn.
'Het enige dat bijna ten einde is voor de Zapatistas, is hun
geduld', schreef hij in het tijdschrift Rebellión. Chiapas
blijft daarmee een licht ontvlambaar kruidvat.
Verwoeste
landbouw
Ook economisch zit het tij al een poos tegen voor de boomlange
president. Door de tegenvallende vraag vanuit de economisch
kwakkelende Verenigde Staten, kende Mexico de afgelopen twee
jaar nauwelijks economische groei. Zo'n 90 procent van de export
gaat immers naar de VS. De optimistische voorspelling van 3
procent voor 2003 zal moeten worden bijgesteld, liet de minister
van Financiën, Francisco Gil, begin april weten. Hij heeft
echter ook nog lichte hoop dat die bijstelling positief kan
uitvallen. Dan moet de door de oorlog in Irak zwaar lijdende
toeristische sector wel weer aantrekken. En de goede vooruitzichten
voor de pluimvee- en varkensindustrie moeten ook gerealiseerd
worden.
Maar analisten rekenen niet op een goede wending. De liberaliseringen
en privatiseringen van Fox stuiten op steeds meer binnenlandse
kritiek. Zo protesteerden eind vorig jaar veertig arbeidersorganisaties
tegen privatiseringen van onder meer de energiesector. Nu met
ingang van dit jaar alle importtarieven op landbouwproducten
zijn afgeschaft, zijn ook de kleine boeren boos op Fox. Deze
maatregel is een onderdeel van de NAFTA, het vrijhandelsverdrag
tussen de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Het heeft vergaande
gevolgen voor de campesinos. Met hun kleinschalige maïsproductie
kunnen zij niet meer concurreren met de geavanceerde grootschalige
landbouw uit de Verenigde Staten. Daarbij betichten veel Mexicanen
de Amerikanen van subsidies aan de eigen boeren.
"Maïs is nu de grote kwestie", beaamt Pansters.
"Ze zijn vreselijk bezorgd dat de landbouw verwoest wordt
door de hypergemoderniseerde maïsproductie uit de Verenigde
Staten. Wat moet er dan met die mensen gebeuren?" Daarnaast
wijst hij op andere sociale gevolgen. "De Mexicanen worden
heel kwetsbaar wanneer hun dagelijks voedsel - en dan vooral
maïs - van buiten komt." Intussen is het proces al
in volle gang. Net zoals na de ineenstorting van de koffiemarkt
zetten vele boerenfamilies koers naar de stad, of naar de Verenigde
Staten. In de hoop op een beter leven. Volgens regeringsonderzoeken
zijn het er dagelijks zo'n vier- tot zeshonderd.
Onlangs trokken tienduizenden boeren naar Mexico Stad om een
noodkreet te uiten. In de Washington Post zei Alberto Gómez,
vertegenwoordiger van een organisatie van 180 duizend boeren:
'We willen niet naar de stad komen en we willen niet naar de
Verenigde Staten emigreren. Maar de mensen hebben geen geld.'
Bijna de helft van de Mexicanen op het platteland moet van minder
dan anderhalve dollar per dag leven. Ook Gómez ziet NAFTA
als de grote boosdoener, hoewel sommige grotere boeren en fabrieksarbeidsters
(maquiladoras) aan de assemblagelijnen van de Amerikaanse multinationals
wel garen spinnen bij het vrijhandelsverdrag.
Nationale
dialoog
Toch blijkt de president zeker niet ongevoelig te zijn voor
de noden van zijn grote schare arme landgenoten. Hij bracht
immers zijn jeugd, als welgesteld kind op een ranch, door met
de kinderen van de omliggende keuterboeren. 'Daardoor heb ik
met eigen ogen één van de kwaden die onnodig ons
land heeft geteisterd van dichtbij gezien: armoede', zegt hij
over die periode op zijn presidentiële website. In maart
dit jaar noemde Fox armoede 'het grootste probleem waar Mexico
mee wordt geconfronteerd.' Volgens de regering kan zelfs meer
dan de helft van de 100 miljoen Mexicanen niet in hun basisbehoeften
voorzien. 'We moeten erkennen dat het verstand van de markt
niet genoeg is om het armoedeprobleem op te lossen', sprak Fox
tijdens het World Economic Forum in Zwitserland begin dit jaar.
Hij probeert nu door een 'nationale dialoog' met de boze boeren
tot verzachtende maatregelen te komen, zoals hij dat ook met
de Zapatistas in Chiapas aankondigde. Zo steunt zijn regering
microkredietinstellingen om kleine bedragen aan armen te lenen
die een eigen bedrijfje willen opzetten. En een nieuw programma
om stedelijke armoede te bestrijden wordt dit voorjaar gelanceerd.
Onderdeel daarvan is de bouw van duizend centra voor kinderopvang
om alleenstaande moeders aan het werk te helpen.
Critici zeggen dat Fox te veel op de steden is gericht, en dat
die opstelling door de politiek beïnvloed wordt. Daar behaalt
zijn centrumrechtse Nationale Actie Partij (PAN) immers haar
stemmen. Op het platteland heerst de PRI en in mindere mate
de linkse PRD. Fox staat voor cruciale parlementaire verkiezingen
deze zomer. Een grotere achterban in het congres heeft hij hard
nodig om veel van zijn plannen te verwezenlijken. Daarnaast
vormen volgens Pansters die verkiezingen een belangrijke politieke
graadmeter voor de president, die nog een termijn van tweeëneenhalf
jaar voor zich heeft.
Beerput
Fox worstelt niet alleen met de kleine boeren en de Verenigde
Staten. Ook binnen het congres mist hij vaak de noodzakelijke
steun om zijn hervormingen binnen overheidsapparaten en staatsbedrijven
door te voeren. Nu de senaat geen ja-knikgroep uit de tijden
van de PRI meer is, werkt dit deel van het congres menige hervorming
tegen.
Naast flexibilisering van arbeid en liberaliseringen en privatiseringen
probeert Fox sinds zijn aanstelling ook corruptie binnen het
politieapparaat aan te pakken. Met wisselend succes. Zo wil
hij het eenvoudiger maken agenten en militairen die zich aan
martelingen en andere misdaden hebben schuldig gemaakt terecht
te laten staan. Met de vrijgave van miljoenen pagina's dossiers
van onder meer gevangenissen, de geheime dienst en de oprichting
van een soort waarheidscommissie hoopte Fox ook daders van politieke
terreur uit het verleden alsnog te berechten. "Maar de
beerput is niet echt opengetrokken", zegt Wil Pansters.
"De politieke verhoudingen laten dat niet toe."
Laatst boekte de president wel een succesje. Voor het eerst
in zijn ambtsperiode werd een generaal veroordeeld tot vijftien
jaar gevangenisstraf. Ricardo Martínez Pera had zich
ingelaten met een berucht drugskartel. De straf, die door een
militaire rechter werd opgelegd, is opmerkelijk. Volgens critici
zitten de gevangenissen vooral vol met arme kruimeldieven die
geen geld hebben voor een lage boete of borgsom, en blijven
de grote misdaadjongens gewoonlijk buiten schot. Dit is mede
een gevolg van de zware minimumstraffen voor lichte vergrijpen
die bovendien door de politie eenvoudig op te lossen zijn. Bij
serieuze misdaad ligt corruptie op de loer. Daarbij komt dat
rechters maar een beperkte rol vervullen in het Mexicaanse rechtssysteem.
De wetgever schrijft vooral de straffen voor en de rechter legt
ze op.
In dezelfde periode kwam Amnesty International met een rapport
over Mexico. Daarin wijst de mensenrechtenorganisatie erop dat
de huidige regering een aantal onterecht veroordeelde gevangenen
heeft vrijgelaten, maar dat de wortel van het probleem - een
bedorven rechtssysteem - aangepakt dient te worden. Aanklagers
en rechters zouden bijvoorbeeld nog immer bewijs tegen verdachten
accepteren dat verkregen is met behulp van martelingen. Er bestaat
volgens het rapport 'een cultuur van tolerantie voor martelingen
waarvan de Mexicaanse maatschappij doordrongen is.'
Baas
over eigen lichaam
Carolina
Serrano
Abortus in Mexico
In Mexico mag een vrouw die verkracht is abortus plegen. Desondanks
besluiten veel Mexicaanse meisjes van dat recht af te zien. De
stem van de kerk die dreigt met de hel en excommunicatie boezemt
hen meer angst in dan het moederschap op jonge leeftijd. Pro-abortusbewegingen
en vrouwenorganisaties besloten een voorlichtingscampagne te beginnen
met als motto 'Ik ben de baas over mijn eigen lichaam. Abortus
in geval van verkrachting is toegestaan.'
Haar naam is Paulina. Ze is dertien jaar. Haar moeder werkt bijna
alle dagen van 's morgens vroeg tot 's avonds laat om ervoor te
zorgen dat Paulina naar school kan. Vaak is Paulina dus alleen
thuis. Op één van die dagen dringt er een volslagen
onbekende man binnen en steelt het huis leeg. Voordat hij weggaat,
vergrijpt hij zich aan Paulina, die zwanger achterblijft. Paulina
en haar moeder vragen hulp aan de overheid en aan verschillende
gezondheidsorganisaties om door middel van abortus een einde te
maken aan Paulina's zwangerschap.
Die abortus is nooit uitgevoerd, omdat verschillende mensen inpraatten
op de gevoelige geest van Paulina en haar duidelijk maakten wat
de gevolgen zouden zijn als ze van het kindje afzag. Onder dreigementen
met de hel en excommunicatie wist de kardinaal van Mexico haar
ervan te overtuigen dat ze goed moest nadenken over haar besluit.
Nu is Paulina vijftien en heeft een zoontje van iets ouder dan
een jaar. Misschien zal ze tegelijkertijd het grote feest van
haar vijftiende verjaardag en het doopfeest van haar zoontje kunnen
vieren.
Desillusie
Mexico heeft zich nooit erg beziggehouden met de wetgeving rond
abortus. Zelfs niet toen de cijfers aantoonden dat minstens 17,8
procent van de vrouwen in de vruchtbare leeftijd al eens een abortus
had ondergaan. De eerste poging om abortus te legaliseren vond
plaats in Chiapas. De toenmalige gouverneur José Patrocinio
González wilde een wijziging in het staatswetboek van Strafrecht
doorvoeren. Maar ondanks alle steun die dit initiatief kreeg,
waren de protestkreten van de kerk en van de verschillende conservatieve
groepen beter hoorbaar. Daardoor bleef de wet slechts een nobele
poging om vrouwen hun rechten terug te geven.
Daarop begonnen verschillende staten met het invoeren van wetten
tégen abortus. Vrouwen die waagden te beslissen over hun
lichaam kregen jarenlange gevangenisstraffen of enorme boetes
opgelegd. Toen president Fox aantrad en abortus als discussiepunt
onder de aandacht wilde brengen, gloorde er weer hoop aan de horizon.
Maar die hoop ontaardde in een desillusie. Het resultaat was een
bijna vier maanden durend debat op nationaal niveau waarmee weinig
bereikt werd. Dat zorgde voor grote opschudding, omdat de partij
achter de president een katholieke grondslag had.
Abortus is in Mexico dus niet gelegaliseerd, maar slechts toegestaan
in een aantal gevallen. Een vrouw wordt niet strafrechterlijk
vervolgd wanneer de abortus bij een ongeluk is opgewekt. Ook mag
een vrouw tot abortus besluiten als de zwangerschap haar eigen
leven of gezondheid in gevaar brengt, als de foetus genetische
afwijkingen vertoont of als de vrouw economische redenen heeft
om de zwangerschap te beëindigen. In het laatste geval moet
zij wel moeder zijn van drie of meer kinderen. Abortus is ook
toegestaan als de zwangerschap het gevolg is van een verkrachting.
Beatrix
en het andere Chili
Op 19 maart, de eerste dag van de oorlog tegen Irak, begon
het koninklijke bezoek aan Chili. Het Nederlands-Chileens comité
Het Andere Chili greep dat bezoek aan om te wijzen op wat er
in Chili nog meer aan de hand is.
Door de oorlog gingen veel minder Nederlandse journalisten mee
dan aanvankelijk was gepland. Toch hadden die plannen effect.
Zo werd de Nederlandse Chileen Juan Heinsohn gebeld door een
journalist van NOVA. "Hij zei dat Beatrix, Willem-Alexander
en Máxima Chili zouden bezoeken", vertelt Heinsohn.
"NOVA wilde een reportage maken om ook een licht te werpen
op schaduwzijden van Chili, die tijdens het staatsbezoek minder
aan bod zouden komen. Ik heb hem toen een aantal contactadressen
in Santiago gegeven."
Van deze NOVA-reportage is niets meer vernomen. Maar Heinsohn
kwam op het idee om via een klein boekje Nederlandse journalisten
te informeren over dat 'andere' Chili. Hij ging aan de slag
met een comité van Nederlandse Chilenen en een paar Nederlanders.
Dat resulteerde in Het Andere Chili. Een alternatieve reisgids
voor de koningin. Naast de bekende erfenissen van de dictatuur,
zoals beperkte democratie, straffeloosheid en grote ongelijkheid,
is er aandacht voor milieuvernietiging, de strijd van de Mapuche-indianen
voor land, discriminatie van aids-patiënten en homoseksuelen
en het Nederlandse bedrijfsleven in Chili. Zo voert Ahold een
uitgesproken vakbondsvijandig beleid en vergiftigt Nutreco meren
in het zuiden van het land met zalmkwekerijen.
Journalisten meldden dat Beatrix een krans legde bij het monument
voor O'Higgins, de held uit de onafhankelijkheidsstrijd, maar
niet bij het monument voor de slachtoffers van de dictatuur,
zoals het comité had gevraagd.
In Chili werd een tak van het comité opgericht rond Jan
Hopman, een Nederlander die zich in Chili al jaren bezig houdt
met aids, homoseksualiteit en dienstweigeren. Dat zijn allemaal
stevige taboes in de Chileense samenleving. Dit deelcomité
zorgde voor ruime verspreiding van het Nederlandstalige boekje
en de Spaanse vertaling.
Schijnprocessen op Cuba
Maja
Haanskorf
De
oppositie gedecimeerd
Ongeveer gelijktijdig met de Amerikaans-Britse inval in Irak
begon op 18 maart een golf van arrestaties op Cuba. Tot nu toe
zijn, voor zover bekend, 77 mensen opgepakt: onafhankelijke
journalisten, leden van verboden mensenrechtenorganisaties,
vakbonden en oppositiepartijen. Ook zitten er voorstanders van
het project Varela bij, dat als doel heeft een referendum over
herstel van democratische rechten onder de Cubaanse bevolking.
Alle gevangenen zitten vast zonder officiële aanklacht
en van sommige is de verblijfplaats onbekend.
Amnesty International vreest
dat het gaat om politieke gevangenen, die zijn vastgezet omdat
ze van hun grondwettelijk recht op vrije meningsuiting en vergadering
gebruik maakten. Volgens oppositiekringen op Cuba is het de
grootste slag die hen in jaren is toegebracht.
Onder de gevangenen zijn bekende personen, zoals de econome
Marta Beatríz Roque. Zij werd in 1997 veroordeeld tot
een gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden. Héctor
Palacios Ruíz is één van de leidende figuren
van het project Varela. Voorzitter Oswaldo Payá ontving
in december 2002 de Sakharov-prijs van de Europese Unie. Hij
is nog niet opgepakt, wellicht door zijn bekendheid in het buitenland.
In februari van dit jaar maakte hij een rondreis door tien landen.
Hij ontmoette onder andere de paus en de regeringsleiders van
Spanje, Mexico en de Tsjechische Republiek. De voorzitter van
de onafhankelijke vakbond CUTC, Pedro Pablo Alvarez, behoort
ook tot de arrestanten. Zijn vakbond is aangesloten bij CLAT,
de Latijns-Amerikaanse federatie van vakbonden (zie LA Chispa
291).
In de Cubaanse pers worden de gevangenen beschuldigd van verraad
aan de Cubaanse staat en van samenzwering met de Verenigde Staten.
Ze zouden de Cubaanse staatsveiligheid in gevaar brengen. In
de Granma, de nationale krant, wordt gesproken van 'actividades
conspirativas' en van 'complicidad con el enemigo'. Die vijand
is James Carson, hoofd van de Amerikaanse Interest Section in
Havana. Hoewel de beide landen geen diplomatieke betrekkingen
onderhouden, hebben de VS sinds 1977 een afdeling in de Zwitserse
ambassade. Cuba heeft op haar beurt een Interest Section in
Washington. Volgens de Cubaanse autoriteiten had Carson herhaaldelijk
contact met de arrestanten. Hij zou zowel zijn kantoor als zijn
woonhuis ter beschikking hebben gesteld voor samenkomsten van
deze 'contrarevolutionairen'. Die zouden door de VS gefinancierd
worden.
Eduardo
Galeano over de oorlog
Het zal mij benieuwen. Halverwege vorig jaar, toen deze oorlog
werd uitgebroed, verklaarde George W. Bush dat 'we gereed moeten
zijn om in elke willekeurige donkere uithoek ter wereld aan
te vallen.? Irak is dus een donkere uithoek in de wereld. Zou
Bush geloven dat de beschaving werd geboren in Texas en dat
zijn landgenoten het schrift uitgevonden hebben? Heeft hij nooit
gehoord van de bibliotheek van Ninivé, de toren van Babel
of de hangende tuinen van Babylon? Heeft hij ooit één
van de verhalen van duizend-en-een-nacht van Bagdad gehoord?
Wie heeft hem tot president van de planeet verkozen? Niemand
heeft aan mij gevraagd om te stemmen in die verkiezingen. En
aan u? Zouden wij een dove president kiezen? Een man die niet
in staat is om iets anders te horen dan de echo's van zijn eigen
stem? Doof voor de ononderbroken donder van miljoenen en miljoenen
stemmen die in de straten van de wereld de vrede verklaren aan
de oorlog? Hij is zelfs niet in staat geweest om te luisteren
naar het vriendelijke advies van Günter Grass. De Duitse
schrijver, die begreep dat Bush de behoefte voelde om iets belangrijks
te bewijzen aan zijn vader, raadde hem aan een psycholoog te
raadplegen in plaats van Irak te bombarderen.
In 1898 verklaarde president William McKinley dat God hem het
bevel had gegeven om de Filippijnen te blijven besturen om de
inwoners te civiliseren en te kerstenen. McKinley zei dat hij
met God had gesproken toen hij om middernacht door de gangen
van het Witte Huis wandelde. Meer dan een eeuw later verzekert
president Bush dat God aan zijn zijde is in de verovering van
Irak. Hoe laat en op welke plek ontving hij het goddelijke woord?
En waarom zou God zulke tegenstrijdige bevelen hebben gegeven
aan Bush en aan de paus van Rome? Hij verklaart de oorlog in
naam van de internationale gemeenschap, die oorlogen zat is.
En, zoals gewoonlijk, verklaart hij de oorlog in naam van de
vrede. Het gaat niet om de olie, zeggen ze. Maar als Irak radijsjes
produceerde in plaats van olie, wie zou het verzinnen dat land
binnen te vallen?
Zouden Bush, Dick Cheney en de zoete Condoleezza Rice werkelijk
afstand genomen hebben van hun oude banen in de olie-industrie?
Vanwaar deze afkeer van Tony Blair jegens de Irakese dictator?
Zou dat niet zijn omdat Saddam Hoessein dertig jaar geleden
de Britse Irak Petroleum Company nationaliseerde? Hoeveel olieboorputten
verwacht José María Aznar in ontvangst te nemen
bij de volgende verdeling?
De consumptiemaatschappij, dronken van de olie, heeft ontwenningsverschijnselen.
In Irak is het zwarte elixer minder duur en, wellicht, het meest
overvloedig. In een vredesdemonstratie in New York vroeg een
spandoek: 'Waarom bevindt onze olie zich onder hun zand?'
Huis
voor dakloze kinderen is even dakloos
Senta
in 't Veld
Peruaanse kinderopvang Los Cachorros
Een jaar geleden vertrok de
Nederlands-Peruaanse Alanya Santa Cruz naar Ayacucho, Peru,
om er een nachtopvang op te richten (zie LA Chispa 287). Na
een aantal jaren in Nederland dakloos te zijn geweest wilde
ze haar kennis en ervaringen gebruiken om kansloze kinderen
in Peru een dak boven hun hoofd te verschaffen. Wat vorig jaar
alleen nog op papier en in haar gedachten bestond moest het
afgelopen jaar werkelijkheid worden. Alanya Santa Cruz vertelt
hoe het haar stichting, Los Cachorros, tot dusver is vergaan.
"Het afgelopen jaar is wisselend
verlopen. In augustus vorig jaar heb ik samen met Gabriëlle
de Kroon, een bestuurslid van mijn stichting Los Cachorros,
een heel mooi huis gevonden in Ayacucho, Peru. Daar zouden we
onze kleine nachtopvang kunnen beginnen. Het is best een chique
huis in een dure wijk van de stad. Maar in januari van dit jaar
kwamen er ineens een paar mannen de boel afbreken. De huisbazin
had dit niet met mij overlegd. Ze had het een aantal dagen ervoor
gewoon aangekondigd. Ik moest pardoes mijn slaapkamer uit. Het
dak was verkeerd gebouwd en dat wilde de huisbazin herstellen.
Nota bene midden in het regenseizoen, zodat het behoorlijk is
gaan lekken in huis. Er zijn nu twee kamers beschimmeld en volstrekt
onbruikbaar. We hebben een advocaat in de arm genomen en er
in ieder geval een huurvermindering uit kunnen slepen."
Veilige
thuishaven
"Momenteel wachten we nog op een inschrijving bij de laatste
instanties. We zijn al een rechtspersoon in Peru. Maar als we
de laatste papieren hebben kunnen we echt van start. We gaan
dan het formele contact leggen met de kinderrechter, met de
openbare aanklager van de minderjarigen ter voorkoming van delicten
en met de politie. Er moet een samenwerking ontstaan, waarbij
zij ons minderjarigen van zes tot en met vijftien jaar door
kunnen sturen. De doelgroep van Los Cachorros bestaat in principe
uit kinderen die niet meer naar huis kunnen of willen. Bijvoorbeeld
omdat er geweld in het gezin voorkomt, vaak veroorzaakt door
alcoholisme. Of kinderen die niet genoeg hebben verdiend met
hun werk en daardoor niet meer worden binnengelaten. Of kinderen
die naar de stad getrokken zijn om geld te verdienen terwijl
hun ouders ver weg wonen. Ook jongeren die in straatbendes rondlopen
en terokal, een soort lijm, snuiven behoren tot de doelgroep.
De opvang is laagdrempelig maar met een reglement. Het is de
bedoeling dat Los Cachorros tegemoet komt aan de eerste levensbehoeften:
bed-, bad-, en broodvoorziening."
"Los Cachorros wordt een kleine nachtopvang met plek voor
tien kinderen. We willen ze een veilige thuishaven aanbieden
en zo min mogelijk op een instantie lijken. De kinderen kunnen
naar binnen van zeven tot elf uur 's avonds, maar in het weekend
zal dit later zijn. De reden hiervoor is dat er mogelijk kinderen
tot laat moeten werken. Ze verkopen dan snoep en sigaretten
bij ingangen van discotheken. Bij binnenkomst is er de mogelijkheid
om wat te eten. Ze zullen hier een kleine bijdrage voor af moeten
staan. Zo stimuleren we dat ze blijven werken en dat het niet
alleen maar nemen is maar ook geven. 's Ochtends moeten ze meehelpen
met de boodschappen doen, het eten klaarmaken en het huis schoonmaken.
We sluiten om negen uur 's morgens. Omdat de kinderen vaak ondervoed
zijn en niet alles binnen krijgen wat ze nodig hebben eten ze
's ochtends een segundo, een warme maaltijd. Dat is hier vrij
normaal in Peru."
Mislukking
van de ruilmarkten
Maja
Haanskorf
Alternatief economisch systeem in Argentinië
Binnen
drie jaar tijd heeft de ruilhandel in Argentinië een ongekend
grote vlucht genomen. Gedreven door de toenemende armoede schoten
overal netwerken van ruilmarkten uit de grond. Iedere stad,
iedere wijk kende eigen clubs, die zonder de tussenkomst van
geld producten en diensten ruilden. Het systeem lijkt nu aan
haar eigen succes ten onder te zijn gegaan.
Het idee om buiten de formele economie
om in een relatief kleine kring van mensen producten te ruilen
is niet nieuw. Al in de jaren dertig ontstonden er in Zwitserland
dergelijke ruilclubs, die tot op de dag van vandaag bestaan.
In de Verenigde Staten is het een modieus verschijnsel onder
mensen die gezond voedsel willen eten. Op een agrarische markt
ruilen zij zelfverbouwde, biologische producten. In Nederland
bestaan in verschillende steden organisaties waarvan de leden
diensten ruilen, met ieder hun eigen naam zoals Noppes of Lets.
Op grotere schaal ontstaat ruilhandel als antwoord op een falende
formele economie, in tijden van crisis. Dit was het geval in
Argentinië, waar rond 2000 - nog vóór de
totale ineenstorting van de economie - de eerste ruilclubs ontstonden,
trueques. "Het waren kleine clubs die elkaar op een afgesproken
tijdstip en plaats ontmoetten om producten te ruilen",
vertelt Juan Alonso. Hij komt uit San Nicolás, een stad
met ongeveer 150 duizend inwoners, op 230 kilometer ten noorden
van Buenos Aires. "We zijn in 2001 begonnen met 250 deelnemers
die elkaar wekelijks op twee vaste plekken troffen. Binnen een
half jaar is dat aantal gegroeid tot zeker tienduizend deelnemers.
In de stad waren er toen vijftig verschillende plaatsen waar
de ruilmarkten gehouden werden." In heel Argentinië
waren naar schatting vijf miljoen mensen betrokken bij de trueque.
"Dat is veel te veel", meent Alonso. "Dit systeem
vereist een groot onderling vertrouwen tussen de deelnemers
en een grote zorgvuldigheid. Die was er niet meer."
Ook Ana Ferreira, als econome verbonden aan de Nederlandse stichting
Strohalm, meent dat een dergelijk systeem van ruilhandel alleen
op kleinere schaal goed kan functioneren. "In Argentinië
is de trueque te snel en te hard gegroeid. Er was geen sociale
controle meer op. Bovendien ging de trueque de formele economie
vervangen en dat kan niet."
De schaamte overwonnen
Jan
de Kievid
Spreken
over seksuele marteling
Weinig
vrouwen durven openlijk te praten over de seksuele martelingen
die zij hebben ondergaan. De Chileense Nieves Ayress doet dat
al bijna drie decennia wel. De Noord-Amerikaanse historica Temma
Kaplan onderzocht hoe Ayress er in slaagde haar vrouwelijke
en politieke identiteit te behouden en de schaamte van zich
af te werpen.
Eind jaren negentig ontmoette Temma
Kaplan, hoogleraar Geschiedenis aan de Rutgersuniversiteit in
New Jersey (Verenigde Staten), de Chileense vluchtelinge Nieves
Ayress en hoorde haar levensgeschiedenis. Dat verhaal bleek
uitzonderlijk, omdat vrouwen zelden openlijk durven te spreken
over seksuele martelingen die ze hebben ondergaan. Bovendien
heeft Ayress haar ervaringen onmiddellijk opgeschreven, en is
het dus een directe getuigenis. De zeldzame andere verhalen
van vrouwen over zulke martelingen zijn meestal veel later achteraf
gereconstrueerd.
Kaplan, een van de grondlegsters van vrouwenstudies en vrouwengeschiedenis
in de Verenigde Staten en al jaren actief in de solidariteitsbeweging
met de Derde Wereld, is vooral geïnteresseerd in de vraag
hoe mensen, speciaal vrouwen, betrokken raken bij politieke
en sociale bewegingen. "Wat gebeurt er met hen in de loop
van de strijd en hoe leren zij hun angst voor repressie te overwinnen?
Hoe ontstaat solidariteit en hoe blijft die in stand?"
Het verhaal van Ayress vormt het eerste hoofdstuk van Kaplans
boek Taking the streets over de rol van de vrouwenbeweging bij
de overgang naar democratie in Chili, Argentinië en Spanje.
Volgend jaar verschijnt het boek. In maart was Kaplan een paar
dagen in Amsterdam voor een college over oral history aan het
Belle van Zuyleninstituut van de Universiteit van Amsterdam
(vrouwenstudies) en een lezing over Ayress op het CEDLA.
Kaplan: "Nieves Ayress werd geboren in 1948 in een socialistisch
gezin in Santiago, met een politiek bewuste en actieve vader
én moeder. Net als veel andere Chileense jongeren in
die tijd raakte zij enthousiast over de Cubaanse revolutie.
Ayress sloot zich aan bij de guerrilla in Bolivia na de dood
van Che Guevara in 1967. Volgens haar zeggen ergerde zij zich
aan de houding van de mannelijke guerrillero's, die vonden dat
vrouwen voornamelijk dienden voor koken en seks. Haar kritiek
werd haar niet in dank afgenomen."
Na haar terugkeer in Chili in 1970 steunde Ayress de linkse
regering van Salvador Allende. Na enige tijd film- en televisiestudie
in Cuba werd zij actief in organisaties in de volkswijk La Legua
in Santiago, zonder daarbij leidster te zijn van een politieke
groep. Juist in deze wijk sloegen de militairen na de staatsgreep
van 11 september 1973 keihard toe. Ayress werd opgepakt en zat
met vele duizenden gevangen in het Nationale Stadion in Santiago.
Versterking
van de identiteit
Maja
Haanskorf
Stichting
Timach bestaat tien jaar
Het
belangrijkste boekwerk uit de Maya-cultuur van Midden-Amerika
is de Pop Wuj, ook wel Popol Vuh genaamd. Het is een van de
weinige geschriften die ontsnapt zijn aan de Spaanse vernietigingsdrift.
Vandaag de dag zet stichting Timach in Guatemala zich in om
deze 'bijbel van de Maya's' zoveel mogelijk te verspreiden onder
de inheemse bevolking. De Nederlander Fons Eickholt stond aan
de wieg van Timach, dat dit jaar haar tienjarig bestaan viert.
De stichting
Timach is gevestigd in Quetzaltenango, in het zuidwesten van
Guatemala. Maya-jongeren zetten zich hier in voor de herontdekking
en versterking van de inheemse cultuur. De stichting organiseert
educatieve projecten en conferenties en verzorgt theatervoorstellingen
in de dorpen. De belangrijkste activiteit is de verspreiding
van de Pop Wuj, zoals het oude geschrift van de Maya-cultuur
officieel heet. De Spaanse kolonisten vernietigden destijds
de meeste inheemse manuscripten, maar de Pop Wuj bleef gespaard.
Het boek is ook nu nog een bron van inspiratie voor de inheemse
bevolking en speelt een rol bij het terugvinden van de eigen
identiteit. Timach geeft diverse edities van de Pop Wuj uit,
van eenvoudige uitgaven voor het basisonderwijs en populaire
uitgaven voor volwassenen tot wetenschappelijke, becommentarieerde
versies.
De naam Timach verwijst naar de inspirator van de stichting,
don Adrián Chávez, en betekent zoveel als 'bron
van wijsheid Adrián Chávez'. Deze indiaanse geleerde
wijdde zijn leven aan het vertalen en reconstrueren van de Pop
Wuj, het 'Boek van de Tijd', zoals hij het noemde. Chávez,
een Quiché-indiaan, was in 1921 de eerste inheemse onderwijzer.
Op basis van oude handschriften en onderzoek in diverse dorpen
naar de structuur van klanken en woorden, slaagde Chávez
erin de oorspronkelijke tekst van de Pop Wuj te reconstrueren.
Daarnaast verzorgde hij een letterlijke omzetting in het Spaans
en schreef hij een vrije Spaanse vertaling. In 1981 werd deze
gecombineerde editie in Guatemala uitgegeven. Chávez
was inmiddels 77 jaar. Een jaar later ontmoette Fons Eickholt
hem in Mexico. Deze Nederlandse theatermaker had van de KRO
de opdracht gekregen een radiobewerking te maken van de Pop
Wuj, samen met schrijver Bert Schierbeek. Toen Chávez
in 1987 overleed, besloot Eickholt samen met de familie van
Chávez te kijken hoe diens werk kon worden voortgezet.
Uiteindelijk leidde dit tot de oprichting van de stichting Timach,
in 1992.
Einde
of toch nieuw begin?
Jan
de Kievid
Vermisten
in Uruguay na 18 jaar erkend
In
april werd eindelijk de officiële waarheid over de vermisten
in Uruguay bekend. Zij bleken geen gewelddadige subversieven
te zijn, zo liet de onderzoekscommissie weten. De discussie
is extra heftig omdat oud-minister Blanco al een half jaar vastzit
wegens zijn betrokkenheid bij een verdwijning.
Achttien jaar na de militaire dictatuur in Uruguay (1973 tot
1985) heeft de regering officieel erkend dat er mensen in die
tijd verdwenen zijn. Terwijl in Argentinië en Chili presidentiële
commissies al na een jaar indrukwekkende rapporten produceerden
met respectievelijk zo'n 9000 en 1200 'erkende' vermisten, is
in Uruguay steeds geprobeerd de zaak binnenskamers te houden.
Waarschijnlijk hebben de militairen niet-berechting als voorwaarde
gesteld om zich te kunnen terugtrekken in hun kazernes. In 1986
kwam de regering met een Amnestiewet, die door het parlement
werd aangenomen. Een kwart van de kiezers vroeg hierover een
referendum aan. Onder zware druk van regering en militairen
stemde 57 procent in 1989 voor handhaving van de Amnestiewet.
De wet verplichtte de regering wel te onderzoeken wat er met
de vermisten was gebeurd. Maar dat werd niet serieus aangepakt.
President Sanguinetti benoemde in 1989 een commissie onder leiding
van een gepensioneerde militaire aanklager. Deze club concludeerde
dat in Uruguay geen verdwijningen hadden plaatsgevonden.
Windenergie:
goudmijn of snode valstrik?
Wim
Gijsbers
Mexicaanse boeren verleid tot contracten
Duizenden
dollars per windmolen per jaar. Buitenlandse bedrijven hebben
er grof geld voor over om stukken grond in het meest windrijke
stuk van Mexico te reserveren voor de bouw van windmolens. De
boeren die de grond bewerken kunnen het geld goed gebruiken,
maar weten niet waar ze aan toe zijn. Raken ze met het ondertekenen
van een contract niet hun zeggenschap kwijt?
Trailers langs de kant van de weg of een omgekiepte vrachtwagen.
Het zijn geen ongebruikelijke taferelen in de Mexicaanse Landengte
van Tehuántepec. Langs de hoofdweg vanaf La Ventosa naar
Chiapas komt het regelmatig voor dat voertuigen zijn omgewaaid.
Wind, wind en nog eens wind is het enige dat hier in overvloed
aanwezig is. Het is één van de meest geschikte
gebieden voor windenergie. De overvloedige bron van schone energie
heeft te maken met de dwarsligging van de Sierra. De bergen
vormen een smalle gang waar alle passerende lucht samenkomt,
vooral tussen november en februari, als de noordenwinden opsteken.
Daarom proberen niet minder dan veertien buitenlandse bedrijven,
al dan niet in samenwerking met de Federale Elektriciteitscommissie,
om de boeren te overtuigen hun grond te lenen, te verhuren of
te verkopen. Het gaat om boeren van de ejidos, de voormalige
haciënda's die onteigend werden na de Revolutie en in beheer
werden gegeven aan de gemeenschap.
Volgens gegevens van het ministerie van Industriële en
Handelsontwikkeling van de staat Oaxaca (SEDIC) zijn er plannen
voor een gigantisch windmolenpark met een oppervlakte van ruim
120 duizend hectare tussen La Ventosa en Zanatepec, zeventig
kilometer meer naar het zuidoosten. Het project zou meer dan
tweeduizend megawatt opwekken binnen tien jaar. Internationale
bronnen spreken zelfs van vijfduizend megawatt. Daarmee zou
het park het totale potentieel van de Verenigde Staten overtreffen.
De investeringen worden geschat op meer dan twee miljard dollar.
Dat zijn cijfers die de boeren zich zelfs niet in hun dromen
kunnen voorstellen. Het lukt ze net om hun familie te onderhouden,
zonder enige steun van de federale of nationale overheden. In
voorgaande decennia was dit een gebied voor rijst en suikerriet,
nu wordt er een beetje maïs geteeld - een variëteit
die tegen de wind kan - en de graansoort sorghum. Een paar magere
koeien eten wat droog gras, struikjes en plastic zakjes die
hier overal rondvliegen. Het is een gebied waar veel verkeer
doorheen rijdt, maar dat tegelijk zo achtergesteld is dat iedere
economische injectie meer dan welkom is. De ejidos El Porvenir,
La Ventosa, La Venta en La Hamaca, waar de wind nog harder waait
en die daarom aangewezen zijn voor het megaproject, zijn vol
goede hoop en tegelijkertijd in verwarring. De aanbiedingen
van de Spanjaarden, Duitsers, Fransen en Amerikanen die in de
rij staan hebben nog nergens toe geleid. Is het een goudmijn
of een snode valstrik waar de boeren ieder moment in kunnen
vallen omdat de verleiding zo groot is?
|