info noticiashome

Het volgende nummer van LA Chispa
zal begin augustus verschijnen

Met daarin onder meer:

REDACTIONEEL
- In de schaduw van de oorlog

ACTUEEL
- Hoop voor Argentinië
- Portret Kirchner
- Trouw en ontrouw aan Cuba
- Essay: Ton Salman over heden en
  verleden van sociale bewegingen in
  Latijns-Amerika

- Lula en links
- Kort Latijns-Amerikaans

PORTFOLIO
- Sandra Cisnero: Een huid van karamel

CULTUREEL
- Interview met Sandra Cisnero
- Documentaire over Fred Derby
- Uitgelezen: 'Leven om het te vertellen'
- Zangeres Jacqueline Castro
- Cd-recensie: salsa
- Uitgelezen: 'De gave van Carlos Rueda'
- Kort Latijns-Amerikaans
- Festivalitis
- Agenda


REDACTIONEEL     Mark Weenink

Het spel en de knikker
s     

Het publiek is gemêleerd, organisaties staan bij hun standjes en de ruimte wordt gevuld door een bijzondere combinatie van de rap van zanger Don Popo en de klank van strijkinstrumenten. Dit decor vormt de setting van een benefietavond in het Utrechtse Trianon, waarvan de opbrengst bestemd is voor een project in Colombia.
Dit land kent, net als vele andere landen in Latijns-Amerika, grote sociale en economische problemen, die de politiek maar niet schijnt te kunnen oplossen. Vele ngo's en diverse particuliere initiatieven proberen die leemte op te vullen door projecten op te starten op het gebied van onderwijs, vrouwenemancipatie en straatkinderen.

Voor niets gaat de zon op en talloze van deze organisaties zijn dus afhankelijk van geld, want daar draait het om: de knikkers. Grote organisaties profileren zich op professionele wijze en draaien mee in het lobbycircuit op het niveau waar de beslissingen worden genomen. Voor kleinere organisaties is dit niet weggelegd en zij moeten op creatieve wijze aan de benodigde financiën zien te komen. Verkoop van oude spullen van zolder, het sponsoren van een 30-kilometerloop en benefietavonden. Toegegeven, het is niet altijd gemakkelijk om de aandacht van het publiek te krijgen. Op de televisie en in de brievenbus verdringen driecijferige gironummers zich om de gunst maar vooral de euro's van de potentiële donoren te winnen.

Natuurlijk kan de cynicus stellen dat kleine initiatieven die dergelijke benefietavonden organiseren niet meer zijn dan de druppel op de gloeiende plaat, die ogenblikkelijk verdampt zonder zijn verkoelende werking gedaan te hebben. Of hij kan beweren dat grotere organisaties de zaak te commercieel aanpakken en dat een te groot deel van het budget besteed wordt aan het instandhouden van de eigen organisatie. Een benefietavond bezorgt je soms toch een dubbel gevoel. Je gaat erheen, doet een donatie en hebt, afhankelijk van de aard van de bijeenkomst, een leuke avond. Van het bedrag dat je spendeert gedurende de avond, komt maar een gedeelte ten goede van het te steunen project. Het overgrote deel van de omzet is meestal nodig om de gemaakte kosten te dekken.

En dan. Als je rondkijkt op zo'n avond, dan zie je mensen zich vermaken. Sommige zijn zich terdege bewust van het uiteindelijke doel van de avond, andere komen louter voor de swingende salsa die uit de boxen schalt. Hoe dan ook, het gaat uiteindelijk om de knikkers. Het spel moet gespeeld worden, of dat nou via grootschalige televisieacties gaat of via een benefietavond. Je eigen gevoel doet niet ter zake. Door deel te nemen aan het spel profiteren mensen in Colombia of elders van de knikkers. En die vragen zich niet af hoe die knikkers verzameld zijn.


Kirchner biedt Argentinië onverwachte hoop     Anke Welten

Nieuwe president ziet herverdeling van welvaart als taak van de overheid

De eerste presidentsverkiezingen nadat Argentinië in december 2001 vier presidenten in twee weken verjoeg zijn koeler ontvangen dan welke presidentsverkiezingen dan ook. Toch stemt het resultaat de Argentijnen onverwacht hoopvol. De onbekende nieuwe president Néstor Kirchner lijkt serieus van plan af te rekenen met twee decennia roekeloze globalisering en minachting van elke wet.

Natuurlijk zijn er in de menigte mensen die opgetrommeld zijn, of zelfs betaald, om hun steun aan de nieuwe president te betuigen. Natuurlijk zijn er mensen die denken er goed aan te doen om hun gezicht te laten zien. En natuurlijk zijn er mensen die gewoon nieuwsgierig zijn, en voor de installatie van welke president dan ook op de been waren gekomen. Toch is de stemming onder de mensen op het Plaza de Mayo deze dag, 25 mei 2003, anders, positiever, dan de laatste anderhalf jaar gebruikelijk was. Ook al zijn er maar weinigen die de kersverse president Néstor Kirchner goed kennen. Ook al werkt het feit dat interimpresident Eduardo Duhalde hem naar voren schoof, eerder tegen dan voor Kirchner. Over Duhalde gaan immers geruchten dat hij corrupt is en connecties onderhoudt met de maffia. Dat Kirchner zijn provincie Santa Cruz in Patagonië als gouverneur goed geleid heeft, maakt evenmin veel indruk. Met een kleine bevolking en eigen olievelden is Santa Cruz een makkie, menen veel Argentijnen. In de dagen voorafgaande aan zijn officiële inhuldiging, weet Kirchner echter een goede indruk te maken. Hij laat openlijk zijn woede blijken, als Duhalde op de valreep de strafvervolging tegen een voormalig couppleger en een ex-guerrillastrijder laat beëindigen. Kirchner geeft te kennen werk te zullen maken van het herstel van de rechtsstaat en een einde te zullen maken aan de straffeloosheid. Of het nu gaat om schendingen van de mensenrechten tijdens de dictatuur of om het ontduiken van belastingen en andere frauduleuze handelingen vandaag de dag. De presentatie van zijn kabinet is een tweede stap in de goede richting. Een groot deel van de ministers, onder wie zijn zus, bestaat weliswaar uit landelijk onbekende getrouwen van Kirchner uit Patagonië, maar voor het eerst in de geschiedenis behoort niemand van hen tot het conservatieve establishment. 
Kirchners optreden tijdens de inhuldigingsplechtigheid breekt voor vele Argentijnen het ijs. Anders dan zijn voorgangers, beweegt hij zich vrij door het publiek en raakt zelfs gewond doordat hij zijn hoofd tegen een camera stoot. Zijn toespraak staat niet bol van grote beloften, maar hij spreekt van voornemens. Hij erkent dat er consensus van volk en bestuurders nodig is om zijn doel te kunnen bereiken: de staat weer een taak geven in de herverdeling van welvaart. "Als hij de helft waarmaakt van wat hij belooft", zegt Patricia Mastrángelo de volgende dag opgewonden aan de telefoon, "dan ziet dit land er over vier jaar een stuk beter uit dan nu." Samen met haar man Fernandez Vuidepot, die socioloog is, volgde zij de plechtigheden op televisie. Het stel was onder de indruk van het ingetogen karakter ervan, van Kirchners hartelijkheid en van zijn toespraak. Na een grondige analyse van de mogelijkheden, stemde Vuidepot op Kirchner. "Ik heb van de Argentijnse geschiedenis geleerd dat het peronisme praktisch de enige beweging is die in staat is het land te besturen." 

Politiek in diskrediet
De hoop van dit moment staat in schril contrast met de manier waarop de Argentijnen naar de presidentsverkiezingen toeleefden. Nog nooit lieten verkiezingen hen zo koud en nog nooit was de uitslag zo onvoorspelbaar. Het waren de eerste verkiezingen sinds de cacerolazos van eind december 2001, de pannenprotesten waarmee de Argentijnen in twee weken tijd vier presidenten dwongen tot aftreden. In de maanden die volgden bleef de sfeer, vooral in de hoofdstad Buenos Aires, gespannen. De middenklasse was verbolgen omdat zij niet over het geld op haar bankrekeningen kon beschikken. De hele bevolking was woedend over de economische crisis. Want, daar was men het over eens, de crisis was niet het gevolg van een daling van de conjuntuur. De oorzaak lag in een jarenlang economisch wanbeleid, in corruptie en het kritiekloos uitvoeren van de instructies van het IMF en de Wereldbank: privatiseringen, uitkleden van sociale voorzienigen en het wegnemen van alle belemmerigen voor het (internationaal) bedrijfsleven om in het land te investeren. Tegelijkertijd hadden de gebeurtenissen in december de bevolking laten zien dat ze de politiek naar haar hand kon zetten. Het congres had Eduardo Duhalde aangewezen als interimpresident, maar overal in het land bezonnen groepjes gewone mensen zich op nieuwe vormen van politiek. In januari 2002 had zo'n beetje elke wijk of dorp zijn asamblea barrial. In deze comités bespraken bewoners hoe ze hun omgeving konden verbeteren en van daaruit wellicht de lokale, provinciale of landelijke politiek. De leuze 'Que se vayan todos' ('laat ze allemaal opdonderen') galmde dagelijks door de straten en sloeg op iedereen die volgens de betogers maar enigszins medeverantwoordelijk was voor de slechte economische situatie in het land - politici, banken, multinationale bedrijven en de belangrijkste media, die de politiek en het bedrijfsleven niet kritisch genoeg volgden.

Het volk versus 22 procent
Maar het volk werd het protesteren beu. Langzaamaan begon de economische situatie te verbeteren, al groeit het aantal armen nog steeds. Toen de staat in oktober 2002 na tien maanden rekeninghouders weer vrije beschikking gaf over hun geld, verstomden de massaprotesten. De wrok en het wantrouwen tegenover de politiek bleven echter bestaan. 
Enkele weken voor 27 april, de dag van de verkiezingen, zag het er nog naar uit dat een groot deel van de kiezers niet, ongeldig of blanco zou stemmen. Veel mensen maakten pas in het stemhokje hun definitieve keuze. Op de dag zelf bracht 24 procent van de kiesgerechtigde Argentijnen zijn stem uit op ex-president Carlos Menem, de man die volgens de meerderheid van de resterende 76 procent een van de belangrijkste verantwoordelijken was voor de crisis. Néstor Kirchner, de vrijwel onbekende gouverneur uit Patagonië, eindigde met 22 procent van de stemmen op de tweede plaats. 
Het was voor het eerst in de Argentijnse electorale geschiedenis dat een president niet in één verkiezingsronde met absolute meerderheid - 50 procent van de stemmen plus één stem- werd gekozen. Al direct na de uitslag gingen er geruchten dat Menem zich uit de race terugtrok. Menem zelf ontkende in alle toonaarden. Tot hij op 14 mei, vier dagen voor de tweede ronde en de datum waarop hij in 1989 zijn verkiezingsoverwinning vierde, aankondigde zich terug te trekken. "Kirchner heeft zijn 22 procent", verkondigde hij glunderend, "maar ik heb het volk." Dat hem bij deelname aan de tweede ronde een zware nederlaag te wachten had gestaan, gaf hij geen enkel moment toe. Sterker nog: inmiddels heeft hij aangekondigd in 2007 - als hij 78 is - de verkiezingen te zullen winnen.

Tijdgeest
Dat veel Argentijnen pas op het allerlaatste moment hun keuze bepaalden, wil volgens hoogleraar sociologie en politiek analist Torcuato di Tella niet zeggen dat het toevallig is dat Kirchner president is geworden. De uitslag heeft volgens hem weinig te maken met het volksoproer in december 2001, waarvan het belang door de media overtrokken is. "Van een rigoreuze breuk met het verleden is geen sprake: gezamenlijk kregen de drie peronistische kandidaten - Menem, Kirchner en Adolfo Rodriquez Sáa - de ruime meerderheid van de stemmen. Als puntje bij paaltje komt, hebben Argentijnen meer vertrouwen in het bestaande politieke stelsel dan in de omverwerping ervan. Maar je kunt wel zeggen dat Kirchner zijn overwinning dankt aan het feit dat hij minder vastgeroest zit in het oude netwerk van peronisten. Hij heeft minder banden met het lokale en multinationale bedrijfsleven. En geen banden met de drugsgerelateerde criminaliteit, zoals dat wel het geval is met Menem en Duhalde. Ze kennen hem niet en dat is geen slecht teken." 
Ondanks de luid geuite wens, zijn 'ze' niet echt opgedonderd. Het bestaande politieke stelsel is met deze verkiezingen wel aangepast aan de tijdgeest, meent Di Tella. "De Unión Cívica Radical, waartoe de laatste gekozen voorganger van Kirchner, ex-president Fernando de la Rúa behoorde, is in één klap van het landelijke politieke toneel verdwenen. Twee nieuwe kandidaten, Elisa Carrio en Ricardo López Murphy, trokken met eigen partijen relatief veel stemmen. Beiden profileren zich als bestrijders van corruptie en voorstanders van transparante politiek."

Publieke zaak werd privébezit
Antropologe Norma Macchioni stemde tot twee keer toe op Menem. Deze keer brandde zij aan de vooravond van de verkiezingen een kaarsje om te voorkomen dat hij opnieuw president zou worden. Bijna haar hele leven heeft zij zich peronist genoemd. Als studente streed zij destijds voor de terugkeer van Peron uit diens ballingschap in Spanje. Ze was actief in de peronistische jeugdbeweging. Toen die zich steeds verder opdeelde, en de verschillende subgroepen elkaar op leven en dood begonnen te bestrijden, hield ze het voor gezien. Pas toen Menem in 1989 de verkiezingen won, keerde haar vertrouwen terug. "De eerste keer dat ik op Menem stemde, geloofde ik alles wat hij beloofde: hij zou het land rechtvaardiger maken, de lonen verhogen en zorgen voor opvang van soldaten die de oorlog om de Malvinas-eilanden hadden overleefd. Hij vertegenwoordigde een nieuwe tijd van democratie en zorgde dat de peronistische partij me weer aansprak. Maar hij omringde zich met de verkeerde mensen en begon de publieke zaak te behandelen alsof het privé-bezit was. Toen hij zich herkiesbaar stelde, was ik al veel minder enthousiast. Toch stemde ik op hem omdat zijn tegenstander het volgens mij niet beter zou hebben gedaan." 
Dit keer gunde ze geen van de drie peronistische kandidaten haar stem: Menem niet omdat die precies het tegenovergestelde had gedaan van wat hij beloofd had, Rodriquez Sáa niet omdat hij tijdens zijn één week durende presidentschap in 2001 het land failliet had verklaard en Kirchner niet omdat zijn gezicht haar niet aanstaat. En vanwege zijn voorgestelde vice-president Daniel Sciolli, voormalig speedbootbestuurder en staatssecretaris van toerisme onder president Duhalde. "'Toerisme is werkgelegenheid', staat er op de verkiezingsaffiches", zegt ze smalend, "alsof hij het toerisme gestimuleerd heeft. Het toerisme bloeit op dit moment, omdat we een gedevalueerd land zijn. Het is hier goedkoop geworden." Pas als Kirchner in de week voor zijn aantreden zijn kabinet presenteert, begint Macchioni vertrouwen te krijgen. "Een persoonlijke vriend van mij is benoemd tot secretaris van de president. Dat is een oprecht en aardig persoon."

Daadkrachtig
Al in de eerste dagen na zijn aantreden toont Kirchner daadkracht en lef. Op dag één stuurt hij driekwart van de topmilitairen met vervroegd pensioen. Het gaat om mannen die soldaat waren tijdens de militaire dictatuur en hun denk- en soms ook werkwijze nauwelijks veranderd hebben.Later in de week laat hij een gestaakt onderzoek naar corruptie en omkoping binnen het Hooggerechtshof hervatten. Datzelfde doet hij met gerechtelijk onderzoek naar de toedracht van de terroristische aanslag op het joods cultureel centrum Amia in 1994, waarbij 85 doden vielen. In die zaak is Menem een van de verdachten. 
Kort na zijn inhuldiging haalt hij de banden aan met Hugo Chávez van Venezuela. Op korte termijn plant hij staatsbezoeken aan de Verenigde Staten en aan Brazilië. In zijn inaugurele rede verklaarde Kirchner dat hij voorrang wenst te geven aan het verbeteren van de positie van Mercosur boven toetreden tot de ALCA ( het beoogde vrijhandelsverdrag voor de Amerika's). Hij steunt hierbij zijn Braziliaanse ambstgenoot Luis Inácio Lula da Silva, die al langer ijvert voor versterking van dit economische samenwerkingsverband. Naast Argentinië en Brazilië maken ook Uruguay en Paraguay deel uit van Mercosur. 
Op economisch vlak streeft Kirchner ernaar de zelfstandigheid van zijn land te verbeteren. Hiertoe wil hij de eigen productie bevorderen en meer industrieproducten in plaats van grondstoffen exporteren. De herverdeling van welvaart moet volgens hem een kerntaak van de regering zijn. Daarom dient er werkgelegenheid geschapen te worden, moet het onderwijs worden verbeterd en verdienen mensen met minder mogelijkheden ondersteuning. Het is allemaal niet niets. Er zijn dan ook mensen die roepen dat Kirchner wel erg hard van stapel loopt. Di Tella is bang dat de nieuwe president zich daardoor in de nesten zal werken. Bovendien verwacht hij problemen uit een bekende hoek: oud-president Menem. "Door zich voortijdig uit de race om het presidentschap terug te trekken, kon Menem weliswaar zichzelf niet meer behoeden voor gezichtsverlies, maar diens financiers wel. Een belangrijk deel van het Argentijnse establishment en het nationale en multinationale bedrijfsleven zal zich bedreigd voelen. Zij steunden Menem, maar hebben niet in macht ingeboet. Zij zullen er alles aan doen om het Kirchner moeilijk te maken." Een columnist in het tijdschrift TXT schrijft dat 'het misschien maar goed is
dat we helemaal niets meer van de politiek verwachten. Zolang de economie niet snel drastisch verbetert, zullen we weinig vertrouwen houden. Met als gevolg dat Kirchners regering alleen maar mee kan vallen.'

Anke Welten is als freelance journaliste in Argentinië


EEN HARDWERKENDE KRENT       Frank Weijand
Portret van Kirchner

Het onbrak Argentinië nog aan een president uit Patagonië, zei Néstor Kirchner. Daar gaat de voormalige gouverneur van Santa Cruz zelf verandering in brengen. Insiders zeggen dat hij een harde werker is, maar ook licht ontvlambaar en een krent.

Twaalf jaar was Néstor Kirchner, 53 jaar en geboren in Río Gallegos, gouverneur van Santa Cruz. Hij laat een redelijk welvarende provincie achter. In vergelijking met andere provincies heeft Santa Cruz minder werkloosheid en een klein begrotingstekort. Makkelijk zat, vinden de criticasters, als er zoveel geld binnenstroomt uit de oliewinning en je met minder dan tweehonderdduizend inwoners te maken hebt.
De problemen waarmee hij nu te kampen krijgt, zijn van een andere orde. Santa Fe bijvoorbeeld worstelt met de gevolgen van een watersnoodramp. En in Entre Ríos kregen zo'n honderdzestigduizend leerlingen al twee maanden geen les meer als gevolg van een lerarenstaking. De docenten wilden eerst hun loon zien uitbetaald.


Breuk in 'Fidelidad'       Frank Weijand 
Oude vrienden bekritiseren Castro

Staat kritiek op het regime van Fidel Castro gelijk aan heulen met de vijand? Na de drie executies en ruim zeventig veroordelingen op Cuba heerst hierover verdeeldheid onder de linkse intellectuelen in Latijns-Amerika. Een aantal blijft het regime van Castro onvoorwaardelijk steunen, anderen uiten voor het eerst openlijk kritiek. De stellingname van de Cubaanse regering is duidelijk: wie niet voor ons is, is tegen ons.

Cuba is nog altijd het symbool van verzet tegen het imperialisme en de hegemonie van de Verenigde Staten. Volgens de historicus Rafael Rojas verklaart dit de worsteling van veel linkse intellectuelen met de recente ontwikkelingen op het eiland. Drie bootkapers zijn geëxecuteerd en 77 dissidenten zijn opgepakt en tot lange gevangenisstraffen veroordeeld. (zie LA Chispa 294). In een artikel in de Argentijnse krant Clarín legt de Cubaanse banneling Rojas, woonachtig in Mexico, de link met de kwestie Padilla. De Cubaanse dichter Heberto Padilla werd in 1971 tot een gevangenisstraf veroordeeld wegens het publiceren van een kritisch gedicht. Het zou 'de realiteit van het Cubaans socialisme verstoren' en 'de vijanden van de revolutie ammunitie bieden om te schieten'.
De veroordeling leidde destijds tot een splitsing in het kamp der linkse intellectuelen. Een groep met onder andere de schrijvers Octavio Paz en Carlos Fuentes bleef het socialisme steunen maar veroordeelde de straf. De groep rond de schrijvers Gabriel García Márquez en Mario Benedetti sprak zijn vertrouwen uit in Fidel. Zij vonden dat de Cubaanse revolutie belangrijker was dan haar fouten, analyseert Rojas.
Anno 2003 is het niet anders. De opinies en aantijgingen vliegen over en weer, zoals bijvoorbeeld onder Argentijnse intellectuelen. 'Zolang de blokkade voortduurt zal ik achter Cuba staan en haar maatregelen respecteren. Hoezeer ik daar misschien ook van walg', zegt regisseur Pino Solas. 'Cuba is het meest rechtvaardige land op aarde', meldt architect Rodolfo Livingston. 'De gevangenen waren geen dissidenten maar door de vijand gefinancierde verraders.'


ESSAY
J
ubel, ontnuchtering en nieuwe vragen        Ton Salman
Studie van sociale bewegingen en organisaties toen en nu

In de jaren tachtig waren de verwachtingen in Latijns-Amerika hooggespannen rond sociale bewegingen als broedplaatsen van een nieuwe, echte, participatieve democratie. Zulke ideeën leefden echter sterker bij onderzoekers en ngo's dan bij de deelnemers aan de bewegingen zelf. Het democratisch paradijs is er niet gekomen, voor sommigen een grote teleurstelling. Volgens Ton Salman, die al vijftien jaar sociale bewegingen bestudeert en tegenwoordig culturele antropologie doceert aan de Amsterdamse Vrije Universiteit, is er geen reden voor zo'n mineurstemming. Er komen telkens weer nieuwe thema's, uitdagingen en mogelijkheden. Sociale bewegingen en hun acties zijn in Latijns-Amerika allesbehalve passé.

Zou het een doodordinaire hype geweest zijn? Zo'n tien jaar geleden hoorde je nog volop over de sociale bewegingen in Latijns-Amerika, en vijftien jaar geleden waren velen nog zeer optimistisch. Die bewegingen waren, zo werd gesteld, veel méér dan een crisisverschijnsel of een bijproduct van de dictaturen. Het waren laboratoria van democratie en zelfbewustzijn. Ze bliezen de kraaienmars voor de van oudsher zo ingebeelde en regenteske politieke partijen en de spreekwoordelijke Latijns-Amerikaanse hiërarchische en autoritaire verhoudingen. De armen in het continent waren wakker geworden, hadden zichzelf georganiseerd en geleerd hun mondje te roeren. De sociale bewegingen zouden de politiek in Latijns-Amerika grondig veranderen. 
En nu, nu is het stil geworden. De sociale bewegingen lijken alweer bijgezet in de goedgevulde vitrine van stukgegane jeugdoptimismes. Klachten over sociale demobilisatie en actiemoeheid klinken op, er zijn grote zorgen over de magere en zelfs geknevelde democratieën van het continent. Het feest van de sociale bewegingen is voorbij.
Zou het werkelijk? In dit artikel betoog ik dat het wel meevalt. Daarbij concentreer ik me op de trends in de bestudering van het verschijnsel. Daaruit leid ik af dat er vanuit het verleden, het heden en de toekomst goede redenen zijn om niet tot pessimisme te vervallen. Per tijdperk zal blijken waarom de mineurstemming niet nodig is.


Verdeeldheid binnen Lula's achterban        Walter Lotens
Brazilië na vijf maanden linkse president

Uitbannen van de honger en herverdeling van de rijkdom. Dat beloofde de kersverse Braziliaanse president Ignacio ('Lula') da Silva op 1 januari 2003. Niet weinig. We zijn nu vijf maanden verder. Hoe links is Lula nog? Het rommelt binnen zijn eigen achterban.

"Het is nog te vroeg om de regering-Lula te kunnen beoordelen", zegt Edvan Feitosa Coutinho, directeur van Funtelpa, de televisiezender van de noordelijke deelstaat Pará. Ik spreek met hem in Belém, de hoofdstad van Pará. Volgens hem is de verkiezingsoverwinning van Lula een historische gebeurtenis. "Voor het eerst in de Braziliaanse geschiedenis werd het politieke overwicht van de machtige oligarchie doorbroken. Ook is de Braziliaanse democratie, bijna twintig jaar na de dictatuur, veel solider geworden. Lula en het programma van zijn PT (Arbeiderspartij) zijn nu minder radicaal; de Braziliaanse linkerzijde is meer geneigd tot compromissen." 
Coutinho en vele anderen zich tamelijk optimistisch, hoewel de problemen die Lula wil oplossen gigantisch zijn. Binnen vier jaar moeten volgens Lula's project Fome Zero (Honger Nul) de 44 miljoen meest behoeftigen toegang krijgen tot voldoende voedsel. Deze 44 miljoen Brazilianen zullen voedsel verstrekt krijgen dat de overheid koopt van de boeren. Lula wil deze voedselverstrekking verbinden aan alfabetiseringsprojecten en subsidies voor gezinnen om hun kinderen naar school te kunnen sturen. "Als aan het einde van mijn mandaat iedere Braziliaan elke dag ontbijt, een middag- en een avondmaaltijd heeft, zie ik mijn belangrijkste taak als vervuld", zei Lula tijdens zijn eerste presidentiële speech.


Mythe en werkelijkheid        Dorien Dijkhuis
Sandra Cisneros over haar nieuwe roman

In haar nieuwe roman Een huid van karamel vertelt Sandra Cisneros het verhaal van haar familie en verweeft dat met de geschiedenis van Mexico. Het gaat over opgroeien in twee werelden, over migratie naar de Verenigde Staten, over de band tussen mannen en vrouwen, zonen en moeders, vaders en dochters. En ook over het verschil tussen fictie en werkelijkheid, geschiedenis en persoonlijke mythe. LA Chispa sprak met de auteur tijdens haar bezoek aan Amsterdam bij het verschijnen van de Nederlandse vertaling.

Sandra Cisneros werd in 1954 in Chicago geboren als dochter van een Mexicaanse vader en een Mexicaans-Amerikaanse moeder. In 1984 brak ze door met House on Mango Street, waarin ze haar ervaring als Chicana (Mexicaans-Amerikaanse), opgroeiend tussen twee culturen, in romanvorm goot. Haar boek werd bekroond en in verschillende talen vertaald. In 1991 publiceerde ze een bundel korte verhalen Woman Hollering Creek en later een aantal gedichtenbundels. Daarna bleef het lange tijd stil rond Sandra Cisneros. Totdat ze in december 2002 haar nieuwe roman Caramelo publiceerde, afgelopen april in Nederlandse vertaling verschenen onder de titel Een huid van karamel.
Het is het verhaal van de familie Reyes, verteld vanuit het perspectief van Celaya. Ieder jaar reist Celaya vanuit de Verenigde Staten met haar ouders en haar zes broers naar Mexico City om de zomer door te brengen bij de Vreselijke Grootmoeder en de Kleine Grootvader. De Spaanse titel van de roman, Caramelo, is de naam van een rebozo, een geweven Mexicaanse omslagdoek, die haar naam te danken heeft aan het ingewikkelde lichtbruine strepenpatroon dat doet denken aan een snoepje. De caramelo rebozo komt in het bezit van Celaya als de Vreselijke Grootmoeder sterft. Door het vlechten en ontvlechten van de uiteinden van de rebozo komt Celaya steeds meer te weten over de fictie en de waarheid van haar familie. Soms herinnert zij zich dingen die niet zijn gebeurd, soms vergeet ze feiten die wél plaatsvonden en andere herinneringen plaatst ze in een andere context. Tegelijkertijd ontrafelt Sandra Cisneros het verhaal van de geschiedenis van Mexico.


De lens op een jongen van Berlijn       Walter Lotens
Documentaire over Fred Derby

De schrijver en filmer Sandew Hira, pseudoniem voor Dew Baboeram, is een spoorzoeker. Na zijn Terug naar Uttar Pradesh gaat hij nu terug naar het Surinaamse Berlijn om een documentaire te maken over de vakbondsleider en politicus Fred Derby. Tegelijk werkt hij aan een documentaire over een Hindostaanse contractarbeider.

Een boomlange bakra staat bij een houten constructie. Het lijkt op een vervallen bushokje. 'Berlijn' staat er op het verhakkelde bordje. Het wijst naar een rullige zandweg De cameraman is vanuit de schouder een busje aan het filmen dat uit de richting van Cabendadorp komt en daar afslaat naar Berlijn. Achterin zitten drie oudere personen druk te wijzen. Het zijn twee neven van Fred Derby, Henry en Belfort, en de oudere zus Henriëtta. Samen met die familieleden en een filmploeg, bestaande uit regisseuseYvette Foster en cameraman Peter van der Linden, trekt Sandew Hira naar het geboortedorp van de in mei 2001 overleden vakbondsman en politicus. Derby mag klein van stuk zijn geweest, met zijn markante persoonlijkheid leek hij alom aanwezig in de Surinaamse samenleving. Aanvankelijk deed hij van zich spreken als vakbondsleider. Hij was voorzitter van diverse bonden en leidde onder andere de grote staking bij de suikerraffinaderij Mariënburg aan het begin van de jaren zeventig. Later werd hij politiek actief, als leider van de Surinaamse Partij van de Arbeid (SPA). Bovenal is hij bekend om zijn niet aflatende strijd tegen Bouterse. Als geen ander heeft hij geprobeerd Bouterse uit het machtscentrum te verdrijven, wat tenslotte ook gelukt is.
"Waar komt die man vandaan? Wie was Derby? Welke rol heeft hij gespeeld in de recente Surinaamse geschiedenis als vakbondsleider en als politicus? Dat zijn enkele van de vragen die we in deze documentaire aan de orde willen stellen", zegt Sandew Hira.

 

   E-mail Noticias
   Noticias-donateur worden?

Patrocinado por / Sponsored by:


  

Noticias 1997-2004