REDACTIONEEL
Jan de Kievid
Chili: de andere elfde september
Lang voor 11 september in 2001 een symbolische datum werd door de aanslagen in New York stond die dag al voor dood en verderf. Dertig jaar geleden, op 11 september 1973, maakten de Chileense militairen met harde hand een einde aan de linkse regering van Salvador Allende. Ook toen ging er een schok van afgrijzen door de wereld. Prins Claus onderbrak regelmatig een vergadering om naar de radio te luisteren, en kwam dan terug met een 'Het is nog erger dan ik dacht.'
11 September 1973 vormde niet alleen het begin van een terreurregime dat zeventien jaar zou duren. Het was ook het einde van een droom. De droom om op democratische wijze in vrijheid een rechtvaardige, socialistische samenleving op te bouwen. In de woorden van Allende in een toespraak tot het Chileense parlement: 'Ik ben hier om u op te roepen tot het waagstuk om de Chileense natie opnieuw op te bouwen zoals wij die dromen. Een Chili waarin alle kinderen hun leven beginnen in gelijke omstandigheden wat betreft medische verzorging, onderwijs en eten. Een Chili waarin de creatieve capaciteiten van elke man en elke vrouw kunnen bloeien, niet tegenover de anderen, maar ten gunste van een beter leven voor allen.'
In Chili en in veel andere landen wordt dit jaar de staatsgreep herdacht. Heeft dat nog zin, na dertig jaar? Is de wereld niet veranderd, door de val van de Muur en door die andere elfde september in New York? Is het niet alleen een zaak van mensen die destijds de staatsgreep bewust hebben meegemaakt? Is het socialisme niet morsdood, en kunnen we Allende daarom maar beter vergeten?
Nee, de droom van Allende blijft actueel. Zijn ideaal is samen te vatten in drie punten: sociale rechtvaardigheid, economische onafhankelijkheid en democratie. Die zaken blijven waardevol en actueel, voor Chili en voor de hele wereld. Hoe staat het met de droom van Allende in dit land dat door velen - presidenten van de Verenigde Staten voorop - als economisch en politiek voorbeeld is voorgehouden aan Latijns-Amerika? De dictatuur is sinds 1990 ten einde, maar van die droom is weinig verwezenlijkt. Macro-economische successen gaan samen met extreme sociale ongelijkheid. Het exportgerichte vrije marktmodel heeft Chili buitengewoon kwetsbaar en afhankelijk gemaakt van de wereldmarkt en de wereldmachten, weer de Verenigde Staten voorop. Hierdoor heeft de Chileense economie de afgelopen jaren harde klappen gekregen, die zijn afgewenteld op de armste bevolkingsgroepen.
In een land waar de individuele keuze tot hoogste wijsheid is verheven, kunnen volwassen mensen nog steeds niet kiezen voor echtscheiding, vrouwen niet voor abortus en kunnen homoseksuelen niet openlijk voor hun geaardheid uitkomen. Chilenen zijn klanten op een ongelijke markt, maar geen burgers, omdat het politieke stelsel slechts gedeeltelijk democratisch is. Militairen en rechtse partijen leggen een veel te groot gewicht in de schaal. Mede daardoor zijn de wonden van de dictatuur nog steeds niet geheeld. Pinochet is vernederd, maar niet veroordeeld. Bijna alle moordenaars en folteraars lopen vrij rond.
Er is dus alle reden om 11 september te herdenken en Allende's droom levend te houden. Chili heeft op dit moment de pragmatische sociaal-democraat Ricardo Lagos als president, door Volkskrant-correspondent Jan van der Putten eens omschreven als de 'vleesgeworden gematigdheid'. Lagos past keurig op de neoliberale boedel. Het land heeft misschien wel een nieuwe Allende nodig, iemand die durft te dromen en in staat is om mensen te verenigen om zich in te zetten voor een rechtvaardiger samenleving. Dat zou weer schrikken zijn voor de president van de Verenigde Staten.
Globaliseringscircus doet Cancún aan
Kees Hudig
Nieuwe ronde van de WTO
In september zal het Mexicaanse toeristenoord Cancún wereldwijd in het centrum van de belangstelling staan. Het globaliseringscircus zal daar dan halt houden, in de vorm van een topconferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Het belooft een moeizame bijeenkomst te worden. Dat komt niet alleen door de aanwezigheid van tegenstanders, die tegelijk hun eigen conferentie organiseren. Tussen de hoofdrolspelers de Verenigde Staten en de Europese Unie bestaan grote meningsverschillen en de Latijns-Amerikaanse landen hebben sterke reserves tegen verdere
liberalisering.
Cancún is in Nederland vooral bekend als landingsplaats van goedkope vakantiechartervliegtuigen naar Mexico. Met dat doel is de plek in de jaren zestig in 'ontwikkeling' gebracht. Tot die tijd was het een onbetekenend vissersplaatsje op het uiterste puntje van het schiereiland Yucatán. Het gebied grossiert in witte palmenstranden en koraalriffen. In hoog tempo is het volgebouwd met hotels en een internationaal vliegveld dat als enige doel heeft de aanvoer van toeristen mogelijk te maken. De dichtsbijzijdste stad van enige afmeting, Mérida, ligt 200 kilometer westelijk. In zuidelijke richting voert een kustweg langs nog meer hotels en resorts. Waar die ophouden loopt de weg door nagenoeg onbewoond oerwoud verder naar de grens met Belize. Kortom, een ideale plek voor een moderne topconferentie: genoeg chique hotels voor alle conferentiegangers en alleen goed bereikbaar per vliegtuig. De paar toegangswegen zijn makkelijk af te sluiten. Organisaties die zich willen verzetten tegen verdergaande liberalisering van de wereldhandel, maken zich desondanks gereed om naar de top op te trekken. Het conferentieoord zelf, dat op een schiereilandje in de hotelzone ligt, zal daarom zwaar beveiligd worden en de directe omgeving zal tot no-go-zone voor demonstranten worden verklaard. De Zapatistas in Chiapas - de deelstaat die hemelsbreed maar een paar honderd kilometer westelijker ligt-, vakbonden, boerenorganisaties en allerlei andere maatschappelijke groepen uit Mexico en andere landen van het continent, hebben een netwerk gevormd dat uiteenlopende vormen van protest en tegeninformatie organiseert. Tussen 9 en 14 september zullen zij zeker van zich doen spreken.
Globalisering
De Wereldhandelsorganisatie (WTO) wordt door globaliseringsactivisten gezien als een van de voornaamste motoren achter de neoliberale globalisering. De derde ministeriële top van de WTO in november 1999 leidde tot de vermaarde protesten in Seattle die wel gezien worden als de geboorte van de moderne globaliseringsbeweging. Officieel heeft de WTO als taak om te zorgen voor goede regulering van de wereldhandel. Maar in werkelijkheid, menen de vele critici, is het de organisatie slechts te doen om zoveel mogelijk wereldwijde vrijhandel. Vooral multinationals en de rijke landen zouden daarvan profiteren, ten koste van rechten en regelgeving op terreinen als arbeid en milieu.
De WTO is in 1995 opgericht, als voortzetting van het GATT (Algemeen Akkoord over Handel en Tarieven) dat vlak na de Tweede Wereldoorlog ontstond. De hoofdzetel bevindt zich in Genéve. Op dit moment zijn 145 landen lid van de WTO. Na een aarzelend begin met relatief onproductieve ministeriële conferenties in Singapore (1996) en Genève (1998), zetten de Europese Unie en de Verenigde Staten in 1999 zwaar in voor de top van Seattle, die ze al tot Millennium Top hadden gedoopt. Kort daarvoor was een ander project in het kader van mondiale liberalisering - het MAI-akkoord - op de klippen gelopen. De bedoeling van het MAI-akkoord dat binnen de OESO, de club van 29 rijkste landen, werd opgesteld, was om investeerders (lees: multinationals) ongekende rechten te geven. Hetzelfde doel overheerst de WTO-agenda. De top van Seattle, waar de rijke landen hadden gehoopt op drastische afspraken over vrijhandel, liep echter vast. Zo'n 50 duizend demonstranten, onder wie veel vakbondsleden en milieuactivisten, zorgden voor een effectieve blokkade van het conferentiecentrum. Veel delegaties van armere landen bleken niet bereid om de voorstellen van de rijke landen klakkeloos over te nemen.
Dat lukte twee jaar later, net na de terroristische aanslagen van Al Qa'ida, wel in Doha, de hoofdstad van het oliestaatje Qatar. Ver weg van de druk van maatschappelijke organisaties werd daar voor het eerst een omvangrijk pakket aan afspraken doorgezet dat voorziet in vergaande liberalisering van de handel op vele gebieden. Het akkoord van Doha kreeg de naam van 'ontwikkelingsronde'. Hiermee kwam de pretentie tot uiting dat de afspraken ook voor minder rijke landen tot voorspoed en economische groei zouden leiden. Een van de besluiten van Doha was om ook de handel in diensten wereldwijd zoveel mogelijk te liberaliseren, het zogenaamde GATS-akkoord.
Onenigheid troef
De daadwerkelijke uitvoering van de afspraken van Doha blijkt echter een stuk stroever te verlopen. Tegenstellingen tussen de verschillende economische blokken steken voortdurend de kop op. De top van Cancún is belangrijk omdat dáár de onderhandelingen weer vlot getrokken zouden moeten worden, maar ook omdat een verdere uitbreiding van de WTO op de agenda staat. In een poging het proces weer op koers te krijgen, zijn binnen de WTO in de aanloop naar Cancún een aantal vooronderhandelingen georganiseerd. Zo werd in Tokio vooral gepraat over de verdere liberalisering van de landbouw, wat het Harbinson-voorstel opleverde. De VS en de EU verschillen echter sterk van mening over dit voorstel, terwijl veel ontwikkelingslanden vrezen dat het voorstel hun landbouw de nek om zal draaien.
Andere heikele punten zijn het TRIPS-akkoord (over patenten) en de uitbreiding van de WTO met afspraken over investeringen, overheidsaanbestedingen, competitievoorwaarden en handelsbevordering. Ook afspraken over genetisch gemanipuleerde landbouwproducten liggen gevoelig. Nederland stuurt, zoals alle lidstaten van de WTO, een eigen delegatie naar de conferentie. De onderhandelingen worden echter hoofdzakelijk via de EU-vertegenwoordiging gevoerd. De Nederlandse opstelling wijkt overigens nauwelijks af van die van de andere rijke landen. Ondanks de tradititionele mooie woorden over ontwikkelingshulp prevaleert bij het economische beleid het belang van de eigen handel en gaat het er vooral om zoveel mogelijk markten open te breken.
Vrijhandel in diskrediet
Dat de WTO-top nu net in Latijns-Amerika plaatsvindt, zal een toevallige samenloop van omstandigheden zijn. Juist op dit continent is de liberaliseringsthematiek immers in snel tempo in diskrediet geraakt. Vooral het privatiseren van (publieke) diensten wordt in steeds meer landen door vakbonden en basisorganisaties met hand en tand bestreden. In verschillende landen zijn daardoor geplande - of zelfs al uitgevoerde - privatiseringen van overheidsbedrijven teruggedraaid. Dat gebeurde niet alleen met het inmiddels wereldwijd bekende waterbedrijf in de Boliviaanse stad Cochabamba. Ook in Argentinië (water, elektriciteit), Colombia (elektriciteit en telefonie), Peru (elektriciteit) en El Salvador (gezondheid) werd privatisering tegengehouden. In Mexico durft de neoliberale president Fox de liberalisering van de energiesector evenmin door te voeren.. Dat komt vooral door de dreigende vorming van de continentale vrijhandelszone ALCA. (zie LA Chispa 292)
Hoewel protesten in Latijns-Amerika tot dusver vooral tegen de ALCA gericht waren, en niet zozeer tegen de WTO, zal het effect van die volksprotesten in Cancún toch merkbaar zijn. Regeringen zullen de druk van hun bevolking voelen. Bovendien is de problematiek van de ALCA en van de WTO nauw met elkaar verweven. Zo verklaarde de Amerikaanse handelsminister Robert Zoellick op de ALCA-topconferentie vorig jaar oktober in Quito, dat de afronding van het ALCA-proces alleen mogelijk was als er binnen de WTO goede afspraken kwamen over landbouw. Belangrijk is ook dat de politieke monocultuur in Latijns-Amerika doorbroken lijkt te zijn. Enkele jaren geleden waren er hoofdzakelijk neoliberale regeringen aan de macht. Nu is het spectrum een stuk breder. Door de overwinning van Luis Ignacio da Silva (Lula) en diens Arbeiderspartij (PT) in Brazilië is zelfs de grootste economische macht in Zuid-Amerika in progressieve handen geraakt.
Maatschappelijke organisaties in Brazilië wisten kort voor Lula's overwinning zo'n tien miljoen handtekeningen te vergaren tijdens een informeel referendum tegen deelname aan ALCA. Ook al heeft Lula zich nooit onomwonden tegen het vrijhandelsverdrag verklaard, hij heeft zich wel kritisch uitgelaten over de inhoud ervan. Bovendien wenst hij prioriteit te geven aan een opwaardering van de Mercosur, het regionale vrijhandelsverdrag tussen Brazilië, Argentinië, Uruquay en Paraguya.
Bundeling en scheuring
Meer regeringen zijn niet langer bereid de drastische vrijhandelskoers klakkeloos te volgen, zoals Gutiérrez in Ecuador en Chávez in Venezuela. In Peru kwam president Alejandro Toledo zwaar in de problemen toen hij, ondanks zijn verkiezingsbeloftes om niet te privatiseren, in juni 2002 de elektriciteitsbedrijven in Arequipa en Pasco probeerde te verkopen aan het Belgische concern Tractebel. Het leverde hem een ware volksopstand op en de les om voortaan voorzichtig te manoevreren op dit gebied. In El Salvador namen vorig jaar zo'n 60 duizend mensen deel aan een demonstratie en voerden artsen en gezondheidswerkers maandenlang fel acties tegen privatisering van het gezondheidsstelsel. De nieuwe president van Argentinië, Kirchner, heeft zich niet duidelijk uitgesproken over zijn beleidsplannen op het gebied van internationale economische kwesties. Maar hij zal zich zeker een stuk linkser opstellen dan zijn voorganger en partijgenoot Menem, die hij frontaal aanviel vanwege zijn privatiseringsbeleid in de jaren negentig. Argentinië geldt sinds de economische ineenstorting in december 2001 als een voorbeeld van wat er gebeurt als je teveel naar de wensen van Wereldbank en IMF luistert en teveel privatiseert. Argentinië is echter tegelijkertijd, net als Uruguay, traditioneel een grote exporteur van landbouwproducten. Grote agrarische producenten hebben belang bij verdere liberalisering van de wereldmarkt. Ziedaar de verschillende krachten die aan Kirchner trekken als zijn delegatie in Cancún rondloopt.
Niet alleen vakbonden verzetten zich tegen vrijhandelsplannen. In sommige landen is er ook een duidelijke invloed merkbaar van opkomende maatschappelijke organisaties op andere gebieden, met name milieu. Groepen als Redes in Uruguay en Acción Ecológica in Ecuador werken nauw samen met vakbonden en organisaties uit andere sectoren, die vroeger vaak tegen elkaar uitgespeeld werden. Ook bij campagnes tegen grote infrastructurele ontwikkelingsplannen zoals het Plan Pueblo Panama in Midden-Amerika of Hidrovia in Zuid-Amerika zijn dergelijke samenwerkingsverbanden, die zo kenmerkend zijn voor de globaliseringsbeweging, in actie gekomen. Uit diezelfde achtergrond komt in september het verzet tegen de WTO-vergadering.
Verschillende onderwerpen die op de WTO-agenda staan, trekken overigens verschillende kloven dwars door Latijns-Amerika. Zo is de Argentijnse landbouw via Amerikaanse zaadbedrijven sterk doordrongen van genetisch gemanipuleerde gewassen, terwijl andere landen, zoals Brazilië, zich op dat gebied kritisch opstellen. Brazilië is op zijn beurt een sterk voorstander van aanpassing van het TRIPS-akkoord. Het land wil dat de restricties op het produceren van goedkope varianten op dure medicijnen, zoals ter bestrijding van aids, worden opgeheven. Brazilië produceert deze medicijnen al.
Mexico als leerschool
Gastheer Mexico is een verhaal appart. President Vicente Fox, die in 2000 de zeventigjarige heerschappij van de PRI doorbrak is een pure neoliberale ondernemer. Hij was directeur van de Latijns-Amerikaanse vestiging van Coca Cola voordat hij de politiek inging. Zijn economisch beleid is grotendeels gericht op het veroveren van een plek op de wereldmarkt en het openstellen van de grenzen voor buitenlandse investeerders. Als geen ander land heeft Mexico kunnen leren wat moderne vrijhandel betekent, sinds het in 1994 samen met de VS en Canada de vrijhandelszone NAFTA vormt. Dat dit project niet alleen rozengeur en manenschijn voortbrengt, is inmiddels wel duidelijk (zie LA Chispa 293). Radicale bewegingen als de Zapatistas zijn mede groot geworden door de sentimenten tegen NAFTA. Maar ook de traditionale PRI-aanhang op het platteland in andere delen van het land roert zich danig. Vooral de kleine boeren hebben harde klappen te verduren gekregen door het vrijhandelsakkoord en de daarmee gepaard gaande toevloed van goedkope Noord-Amerikaanse landbouwproducten. Honderdduizenden gezinnen hebben hun akkers verlaten en zijn naar de steden getrokken op zoek naar werk.
Fox aarzelt tot nu toe om zijn beloftes over privatisering van de olie-industrie waar te maken. De machtige olievakbonden kunnen het land flink ontregelen als hij die tegen zich in het harnas jaagt. Buitenlandse investeerders zouden volgens sommige analisten uit Fox' aarzelende beleid opmaken dat hij een politiek onbetrouwbare partner is, waardoor investeringen achterblijven op de verwachtingen.
Limousines
Uit een rapport dat de WTO vorig jaar over Mexico opstelde, bleek dat het land op voorbeeldige wijze de akkoorden van Doha uitvoerde. Daarnaast stelde het rapport echter een aantal problemen vast in de Mexicaanse economie -de grote staatsschuld, de stagnerende export, de dominante positie van de VS als grootse handelspartner- die nu juist voortkomen uit de brave naleving van de akkoorden. Het meest opmerkelijke is de conclusie dat de door de liberalisering voortgebrachte economische groei geen weerslag heeft gekregen in een efficiënt binnenlands ontwikkelingsbeleid dat de arme bevolking ten goede is gekomen. Ondanks de groeicijfers is de sociale en economische kloof tussen arm en rijk in Mexico alleen maar toegenomen. Terwijl de WTO economische groei altijd als panacee voorhoudt aan de buitenwacht, blijkt dat in Mexico in ieder geval niet gewerkt te hebben. Wie wil zien wat er niet klopt aan het onvoorwaardelijk geloof in 'vrijhandel' hoeft in september slechts te kijken naar de realiteit in het gastland van de WTO-topconferentie. Daarvoor zouden de conferentiegangers wel hun veilige veelsterrenambiance moeten verlaten. Het officiële programma voorziet daar echter niet in: vanuit het vliegtuig gaat het per airconditioned limousine linea recta naar de airconditioned hotels en conferentiezalen. Tenzij het deze keer een paar demonstrerende bewoners lukt om de karavaan tot stilstand te
krijgen.
Uitgebreide informatie en links naar allerhande initiatieven en organisaties is te vinden op:
http://espora.org/cancun03/
Latijns-Amerika even in de schijnwerpers
Hans Veltmeijer
CDA-conferentie over democratie en internationale samenwerking
De Broadway foyer van het Scheveningse Fortis theater had de Eduardo Frei Stichting van het CDA er twee dagen voor afgehuurd. Een select gezelschap deskundigen kwam op 5 en 6 juni over Latijns-Amerika praten. En dan vooral over de toestand van de democratie in dat werelddeel. Want die blijkt kwetsbaar in de huidige economisch zware tijden. Daarnaast kwam de rol van de internationale samenwerking aan bod en kritiseerden pleitbezorgers van ngo's de op handen zijnde regeringsbezuinigingen. Een beetje van alles
wat.
Klinkende namen waren aangekondigd voor de tweedaagse conferentie. De grootste vis, ex-president van Brazilië Fernando Henrique Cardoso, zegde echter af. De ex-president van Bolivia Jorge Quiroga gaf wel acte de presence. Om de kwetsbare positie van de democratieën in Latijns-Amerika te veranderen is het volgens hem nodig om institutionele hervormingen door te voeren. Daarvoor is politieke wil nodig. Ook de burgers zouden hun steentje moeten bijdragen, "want zonder de steun van de bevolking zijn veranderingen in het politieke systeem onmogelijk". Voorts lanceerde hij het DUCA-principe voor internationale organisaties. Die zouden gedecentraliseerd, ongebonden, gecoördineerd en aansprakelijk moeten werken. Recente ervaringen van het IMF met dit concept zouden succesvol zijn geweest. Zijn tips werden dankbaar door de deelnemers in ontvangst genomen en aan minister De Hoop Scheffer als aanbevelingen meegegeven. De laatste onderbrak zelfs de ministerraad om het slotwoord te houden.
'HOE MEER JE HAAR
SLAAT, HOE MEER ZE VAN JE HOUDT' Jelke Boesten
Huiselijk geweld in Peru
Huiselijk geweld is één van de meest wijdverbreide problemen in elke
samenleving. Zo'n 30 procent van de Nederlanders heeft ermee te
maken. In Peru is het een probleem voor ten minste de helft van de
bevolking. Dit heeft grote gevolgen voor het functioneren van de
samenleving, in een land waar het gezin als de hoeksteen wordt
ervaren. Langzaamaan ziet de Peruaanse regering het belang in van het bestrijden van huiselijk
geweld. Maar de problemen die aan de basis ervan liggen - scheve machtsverhoudingen - verhinderen tevens het effectief bestrijden van geweld tegen
vrouwen.
Corina woont in een klein stadje hoog in de Peruaanse Andes nabij
Ayacucho. Zij is één van de vele vrouwen die huiselijk geweld aan den lijve heeft
ondervonden. Haar man sloeg haar altijd, maar ze wist niet goed wat ze daartegen moest
doen. Familieleden zeiden haar niks te doen behalve een 'goede
vrouw' te zijn. Haar familie had immers ook geen middelen om Corina en haar drie kinderen op te
vangen. Toen ze het ziekenhuis in werd geslagen begon ze haar strijd voor
rechtvaardigheid. Een advocaat kon ze echter niet betalen, de vredesrechter wilde niet naar haar luisteren en de politie kon het niets
schelen. Corina werd gered door haar mans' eigen stupiditeit: hij werd opgepakt om andere redenen die verder niets met het huiselijk geweld te maken
hadden.
Geweld tegen vrouwen heeft altijd hoog op de internationale feministische agenda
gestaan. Het werd gezien als de ultieme uiting van de macht die mannen uitoefenen over
vrouwen, en moest daarom hard bestreden worden. In Peru, waar de samenleving sterk geografisch en etnisch is
verdeeld, was dit erg moeilijk. Middenklasse-feministen hadden over het algemeen heel andere
levens, met andere mogelijkheden, dan de meerderheid van Peruaanse
vrouwen. De meeste vrouwen waren armer en leefden ver weg van sociale
voorzieningen. De strijd tegen huiselijk geweld werd daardoor al snel een strijd die werd gemarkeerd door scheidslijnen gebaseerd op sociaal-economische
klasse, geografie en etniciteit.
EEN
BIZARRE CARIBISCHE COCKTAIL
Walter Lotens
Proeven van Curaçao
Curaçao is weer in het nieuws, sinds Nederland zich heeft bemoeid met de benoeming van de beoogde premier, de omstreden Anthony Godett van de arbeiderspartij FOL. Maar wat gebeurt er eigenlijk zoal op het Caribische eiland van nog geen 444 vierkante kilometer? Meng daarvoor de gewone Antilliaan met Nederlandse gepensioneerden en Amerikaanse cruisetoeristen. Voeg er de nodige bolletjeslikkers, lootjesverkopers, drugshandelaren, prostituees, illegalen, bijstandtrekkers en minimumloners aan toe. Mix vervolgens de 130 duizend bewoners van dit benedenwindse banaantje in een blender en proef het bitterzoete resultaat van veel Derde en weinig Eerste
Wereld.
Vanuit volle zee nadert een cruiseschip de Sint Annabaai in Willemstad, de hoofdstad van Curaçao. Er komt ineens een verhevigd leven in de deinende voetgangersbrug. Mijn stappen worden onvaster. Gedreven door een onzichtbare hand versnelt iedereen naast me zijn pas, maar er ontstaat duidelijk geen paniek. Het opengaan van de oude 'pontjesbrug' op zware pontons is blijkbaar een routineaangelegenheid voor de dagelijkse pendelaars. De drijvende Emmabrug verbindt de historische stadsdelen Punda en Otrobanda met elkaar. Een veerboot maakt zich klaar om de tijdelijk verbroken verbinding te verzorgen. Hoog boven de baai en het binnenvarende cruiseschip torent het gewapende beton van de sierlijke Julianabrug. De Nederlandse koningin bewaakt vanuit de hoogte dit restantje Nederland in de tropen. Willemstad, de Caribische grachtenstad, prijkt sinds 1997 op de werelderfgoedlijst van de Unesco. Het opgekalefaterde fort Amsterdam, het Riffort, het Waterfort, het Penha-gebouw, de Mikvé Israël synagoge en andere historische gebouwen en straten bieden zich gul aan als pastelkleurige prentbriefkaarten voor het betere fotoalbum. Het Nederlandse koningshuis én architectuur zijn visueel alomtegenwoordig.
BOUWEN VOLGENS KLIMAAT EN TRADITIE
Cora van den Berg
Studenten Bouwkunde op reis naar Mexico Stad
Bewoners van Mexico Stad draaien hun hand er niet voor om: binnen de kortste keren zetten ze zomaar een verdieping op hun huis. Tegelijk staat het historische centrum van de stad op de werelderfgoedlijst van de Unesco en is binnenkort de Torre Mayor van maar liefst 225 meter gereed. Interessant voer voor studenten Bouwkunde aan de Technische Universiteit in Eindhoven, die in april een studiereis maakten naar deze metropool. "Alles is van beton, omdat mankracht bijna niets
kost."
"Mexico Stad is een enorme stad, een echte metropool, met alle problemen rond stadsontwikkeling en stedebouw van dien. Iedere dag komen er nieuwe bewoners bij. Die bouwen in het wilde weg, alsof er geen regels zijn. Ook zie je complete Vinex-wijken in de stad, én moderne gebouwen van beroemde architecten als Barragán. Daarnaast heb je natuurlijk de koloniale gebouwen en de overblijfselen van de oude beschavingen. Kortom, genoeg om te bestuderen." Toon van Schijndel, student Architectuur aan de Technische Universiteit Eindhoven, ging in april naar Mexico Stad, samen met veertig studenten en vijf docenten van de faculteit Bouwkunde. Dat was in het kader van de studiereis van Cheops, de studievereniging van de faculteit. Twee weken verbleef de groep in de stad, waar ze een druk programma afwerkte. Dat leidde langs koloniale en moderne architectuur, de Torre Latino Americana, een architectenbureau, het Antropologisch Museum en de oude Aztekenpiramides van Teotihuacán.
HET
VERHAAL HERHAALT ZICH
Cora van den Berg
Alejandra Slutzky over haar Argentijnse familie
Stilte heb je in allerlei vormen. De stilte van de militairen die iedereen het zwijgen opleggen. Of de stilte in een familie waar niet over het verzet en de politiek wordt gepraat. Alejandra Slutzky, die op haar veertiende uit Argentinië naar Nederland vluchtte, schreef het boek De stilte over haar familie die zich inzette voor de strijd tegen de militairen en in haar vaderland een vroegtijdige dood
vond.
"Iedereen vraagt aan mij waar ik vandaan kom, hoe het mijn familie is vergaan in Argentinië. Het verhaal van mijn familie boeit mensen erg." Dat vertelt Alejandra Slutzky, fractiemedewerker van de SP, in haar nieuwe kamer in het gebouw van de Tweede Kamer. Als kind kwam ze uit Argentinië naar Nederland met haar broer Mariano. Haar vader was vermist en haar moeder te ziek om te reizen. "Dat was in 1978, ik was toen veertien", vertelt ze. "Oud genoeg om alles bewust meegemaakt te hebben, en jong genoeg om het verleden te gaan idealiseren. De fragmenten die ik later over vroeger vertelde, werden voor mezelf ook fragmenten. Ik merkte dat mijn eigen herinneringen gingen vervormen. Zo werkt het proces van herinneren: eerst heb je nog bewegend beeld voor ogen, maar na een tijd worden dat foto's. Ik wilde voorkomen dat ik de oorspronkelijke beelden helemaal kwijtraakte. Ook omdat mijn ouders niet meer leefden en ik ze dus niet meer kon vragen hoe het geweest was. Tegelijk wilde ik dat mijn twee kinderen het verhaal van mijn familie zouden kennen. Ze zijn in Nederland opgegroeid, met de Nederlandse taal. Ik kon het ze niet in één keer vertellen: dan maar
opschrijven."
RADIO ALS MIDDEL TEGEN ISOLEMENT
Saskia Konniger
Radiostation in het Surinaamse regenwoud
Aan de bovenloop van de Suriname-rivier, in het binnenland van Suriname, luisteren Saramaccaanse dorpsbewoners elke avond vol aandacht naar Radio Mujë, ofwel Radio Vrouw. In haar vijfjarig bestaan is het lokale radiostation uitgegroeid tot een waar fenomeen. Het zendt uit vanuit het bosnegerdorp Gunsi en wordt helemaal gerund door lokale krachten. Voor veel mensen is het station de enige manier om op de hoogte te blijven van het nieuws uit de
stad.
Mevrouw Lienga is haar leven lang onderwijzeres geweest. Ook nu ze met pensioen is wil ze de mensen graag iets bijbrengen. Ze is tegenwoordig directrice van Radio Mujë, het lokale radiostation in en rond Gunsi, een bosnegerdorp aan de Suriname-rivier in de binnenlanden van Suriname. "De radio is van groot belang", vertelt ze. "Je kunt belangrijke boodschappen doorgeven, over aids of over de bijbel. Ik heb mijn eigen praatprogramma. Daarin lees ik uit de bijbel, in het Saramaccaans, de taal van de dorpsbewoners. Ik maak een babbeltje en ga in op vragen van luisteraars over HIV of het nieuws. Als iemand een boodschap heeft, dan zenden we dat uit. Zo was er een jongen uit een ander dorp helemaal hierheen gekomen om te vertellen dat de mensen geen vieze dingen in het water moeten gooien, omdat het vuil dan allemaal insecten en ziektes zou
aantrekken."
'IK
VERKLEED ME NIET ALS GAUCHO'
Peter Desmet
Uruguayaanse zanger Jorge Drexler
Een intieme stijl en een natuurlijk lyrisme gekoppeld aan een stem die je uit duizenden herkent. Dat de Uruguayaanse zanger Jorge Drexler nog geen wereldster is mag terecht een wonder genoemd worden. In zijn vaderland en ook in Argentinië hebben zijn laatste cd's goud gehaald. Maar in de lage landen is hij een nobele
onbekende.
Jorge Drexler. Het klinkt niet erg Uruguayaans voor een in Montevideo geboren zanger. Maar het is logisch als je bedenkt dat hij volbloed Europese voorouders heeft, zoals zoveel Latijns-Amerikanen. Zijn grootvader verliet Berlijn op vierjarige leeftijd. En zijn moeder komt uit een creoolse familie met wortels in Spanje, Afrika, Frankrijk en Portugal.
Sinds februari 1995 woont Jorge Drexler in El Escorial nabij Madrid. Met de nodige tussenpauzes neemt hij zijn eigen platen op en schrijft nummers voor beroemde collega's als Pablo Milanés, Miguel Ríos, Ana Belén en Rosario Flores. Ten tijde van de oorlog in Irak trad hij ook een tiental keren voor het voetlicht tijdens de massale betogingen in Madrid.
|