REDACTIONEEL
Jan de Kievid
Minachting voor het leven
Bijna 70 duizend doden in de vuile oorlog in Peru in de jaren tachtig en negentig, de armste bevolkingsgroepen als slachtoffer en een vernietigend oordeel over alle verantwoordelijken in deze strijd. Dat concludeert de Peruaanse commissie Waarheid en Verzoening. Die was ruim twee jaar geleden, na de aftocht van Fujimori, door interim-president Paniagua ingesteld. Eind augustus was het negendelige rapport klaar.
Voorzitter Salomón Lerner hield bij de aanbieding aan president Toledo een scherpe toespraak. "Wij leven in een land waarin de uitsluiting van delen van de bevolking zo absoluut is, dat tienduizenden burgers kunnen verdwijnen zonder dat de gevestigde samenleving, die van de niet-uitgeslotenen, het opmerkt." Driekwart van de slachtoffers had de inheemse taal Quechua als moedertaal, terwijl dat onder alle Peruanen slechts 40 procent is. Zes zeer arme Andes-departementen (op totaal 24) leverden 85 procent van de slachtoffers. En het dodental was veel hoger dan de 35 duizend die men altijd had gedacht.
Zoals verwacht stelt de commissie de zich links noemende terreurorganisatie Sendero Luminoso als eerste verantwoordelijk voor het geweld. Sendero gebruikte het zaaien van dood en verderf als middel om de Andes-bevolking te controleren en te terroriseren. Ruim de helft van de doden is toe te schrijven aan Sendero. Aanvankelijk kregen de bedreigde groepen geen hulp. Uiteindelijk stuurde het leger niet de best voorbereide onderdelen, maar vaak mensen die er niet geschikt voor waren. Die werden als een soort straf ingezet tegen Sendero. Militairen hebben zich op grote schaal schuldig gemaakt aan buitenrechtelijke executies, verdwijningen, martelingen, massamoorden en verkrachtingen.
De commissie stelt nadrukkelijk dat het niet ging om uitzonderingen of individuele excessen, maar om systematische mensenrechtenschendingen. Die 70 duizend doden "waren niet mogelijk geweest zonder de diepe minachting die Sendero én de overheidsdienaren voelden voor de armste en rechteloze inwoners van het land." Toen de politici eindelijk wakker werden, lieten zij de militairen ongestoord hun gang gaan.
Wat moet er volgens de commissie gebeuren? Nabestaanden van slachtoffers moeten uitkeringen, ziekteverzekeringen en studiebeurzen krijgen. De schuldigen moeten worden gestraft, dankzij extra rechters. En de achtergrond van het geweld ('een onrechtvaardige en ongelijke samenleving') moet weggenomen worden.
Een goede analyse en zinnige aanbevelingen, maar kunnen die in het huidige Peru ook uitgevoerd worden? Voldoende geld voor uitkeringen is er waarschijnlijk niet. Kan een grotendeels vermolmd juridisch apparaat de processen tot een goed einde brengen? De afgelopen jaren kregen mensen die ervan verdacht werden Senderistas te zijn bij de meestal militaire rechtbanken vaak geen eerlijk proces. Zal dat veranderen? Zullen rechters hoge militairen durven straffen, en zal het leger dat accepteren? Kan een land in diepe crisis, waar politieke en maatschappelijke organisaties nauwelijks functioneren (zie LA Chispa 292) extreme sociale ongelijkheid en etnische discriminatie aanpakken? De waarheidscommissie is nog de enige institutie waarin de Peruanen vertrouwen hebben. De commissie heeft dat vertrouwen zeker niet beschaamd. Maar hoe moet het verder als van de aanbevelingen weinig terecht komt? Als zal blijken dat president Toledo ook hier stuurloos is? Zijn zwabberende eerste reactie op het rapport geeft weinig hoop voor de
toekomst.
Meer
groei of grotere afhankelijkheid?
Jan de Kievid
Chili sluit vrijhandelsverdragen
Chili heeft dit jaar vrijhandelsverdragen gesloten met de Europese Unie, Zuid-Korea en de Verenigde Staten. De Chileense regering en veel grote ondernemers verwachten hiervan veel goeds. Critici vrezen echter voor grotere economische en politieke afhankelijkheid van de Verenigde Staten. Ook is het de vraag of door die verdragen de extreme sociale ongelijkheid zal
verminderen.
Na jarenlange onderhandelingen heeft Chili afgelopen juni als eerste Zuid-Amerikaans land een vrijhandelsverdrag met de Verenigde Staten gesloten. Soortgelijke verdragen met de Europese Unie en de Aziatische 'tijger' Zuid-Korea waren daar enkele maanden eerder aan voorafgegaan. Deze verdragen bevestigen de uitzonderingspositie van Chili als neoliberaal paradepaardje binnen het continent.
Onder de dictatuur van Pinochet was met geweld een extreem neoliberaal model opgelegd: alle ruimte voor de markt en de grenzen wijd open. Ondanks lofprijzingen door de Verenigde Staten en het IMF zorgde dat in zestien jaar slechts voor zeer beperkte groei en tweemaal voor een diepe crisis. Tegelijk nam de sociale ongelijkheid extreme vormen aan.
De centrumlinkse oppositie had tijdens de dictatuur dit neoliberale beleid scherp bekritiseerd. Toch zetten dezelfde partijen dit beleid voort toen zij vanaf 1990 de regering vormden, zij het met wat sociale correcties. Macro-economisch is het een groot succes. De economie groeide van 1990 tot 1998 jaarlijks met gemiddeld 7 procent, tweemaal het Latijns-Amerikaanse gemiddelde. De export verdubbelde in die jaren. Binnenlandse en buitenlandse investeringen, tijdens de dictatuur steeds op een laag pitje, schoten omhoog. Chili staat hoog op de lijst van landen waar het aantrekkelijk is om te investeren en waar de risico's beperkt zijn.
Derde Wereldpakket
De sterke exportgerichtheid maakt de Chileense economie erg kwetsbaar. Ongeveer de helft van het nationaal inkomen is verbonden met de buitenlandse handel. Dat maakt Chili sterk afhankelijk van de rest van de wereld, terwijl het omgekeerde niet het geval is. Chili zorgt voor slecht 0,3 procent van de wereldhandel en heeft daarmee geen invloed op belangrijke economische beslissingen of op de prijzen op de wereldmarkt. Bovendien exporteert Chili nog steeds een traditioneel 'Derde Wereldpakket': viervijfde bestaat uit primaire producten, terwijl dat voor Latijns-Amerika als geheel slechts de helft is. De samenstelling van Chili's export is een probleem, omdat de prijzen op de wereldmarkt voor primaire producten dalen ten opzichte van industrieproducten. Het neoliberale dogma van staatsonthouding verhindert echter het voeren van een actief industrialisatiebeleid om het exportpakket te veranderen.
In 1999 kwam deze kwetsbaarheid duidelijk naar buiten. Chili kreeg een forse klap van de Aziatische crisis, want 35 procent van de export ging naar Azië. Bovendien was de prijs van koper - goed voor ruim 40 procent van de export - ten opzichte van 1995 meer dan gehalveerd. Daardoor trad voor het eerst sinds 1983 een economische teruggang op en verdubbelde de werkloosheid binnen een jaar tot 12 procent. Sindsdien is sprake van enig economisch herstel, maar de gemiddelde groei over de afgelopen jaren is slechts 3 procent. Ook is de koperprijs laag gebleven.
Chili voerde al betrekkelijk weinig uit naar de landen van het regionale handelsblok Mercosur: Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay. Daardoor werd het niet meegesleept door de Argentijnse crisis. De uitvoer is wel teruggelopen: in 1997 ging 11 procent van de export naar de Mercosur-landen, in 2002 nog maar 6 procent. Chili is voor de export sterk afhankelijk van verre, rijke landen en regio's, zoals de Verenigde Staten (19 procent), de Europese Unie (30 procent) en Japan (12 procent).
In deze situatie zijn in 2003 de vrijhandelsverdragen met Zuid-Korea, de Europese Unie en de VS gesloten, samen goed voor ruim de helft van de Chileense uitvoer. In 2004 zullen Chili en de VS hun invoerrechten voor industriële producten en consumptiegoederen met 85 procent verlagen, en daarna zullen in vier jaar tijd de invoerrechten helemaal verdwijnen. Voor agrarische producten gelden langere termijnen.
Terwijl de Chileense regering en veel grote ondernemers dollartekens in hun ogen hebben, toont het ministerie van Financiën zich voorzichtiger. De schatkist zal jaarlijks 400 miljoen dollar mislopen door de vermindering van de invoerrechten. Dat wordt voorlopig niet goedgemaakt door hogere belastingopbrengsten als gevolg van de economische groei door de vrijhandelsverdragen.
Overheersingsyndroom
Vooral linkse critici hebben principiëlere bezwaren. Volgens het socialistische parlementslid Alejandro Navarro zouden vooral de effecten van het vrijhandelsverdrag van Mexico met de VS voor Chili een les moeten zijn. "In dat land is de werkloosheid gedaald, maar ook het aantal vaste banen. De mate van economische afhankelijkheid van de VS is enorm. 'Economische kolonisatie' noemen de Mexicanen dat."
Chili zal ook politiek steeds meer naar de pijpen van de VS moeten dansen en daarmee haar nationale soevereiniteit verliezen. Dat speelde al tijdens de onderhandelingen over het verdrag zelf, toen de VS de steun van Chili in de Veiligheidsraad nodig hadden om Irak te kunnen aanvallen. Gevreesd werd toen dat Chili zou toegeven om het verdrag niet in gevaar te brengen. De regering-Lagos liet zich echter niet chanteren. Volgens Navarro heeft Chili daarna onder druk van de VS veel te scherp en eenzijdig de arrestaties van dissidenten en het fusilleren van veerbootkapers op Cuba veroordeeld. "Wij lopen het risico dat we gaan lijden aan een overheersingsyndroom dat ook buiten de economie zal doorwerken."
Het verdrag van Chili met de Verenigde Staten viel slecht bij veel andere Latijns-Amerikaanse landen. De Braziliaanse minister van Buitenlandse Zaken Celso Amorim verklaarde dat het verdrag "schadelijk kan zijn voor de Mercosur." Hij noemde dit verdrag "niet noodzakelijkerwijs het voor Brazilië wenselijke model." Het wordt Chili kwalijk genomen dat het op eigen houtje zo'n verdrag sluit met de Verenigde Staten. Dat is precies wat de VS willen omdat zij dan altijd te maken hebben met veel zwakkere onderhandelingspartners. De Latijns-Amerikaanse landen zouden zich juist op regionale samenwerking moeten richten om vanuit een sterkere positie gezamenlijk met de VS te kunnen onderhandelen.
Terwijl Chili voortgaat met bilaterale vrijhandelsverdragen, neemt de scepsis tegen dit soort verdragen op het continent juist toe. Vooral de kersverse presidenten Lula van Brazilië en Kirchner van Argentinië willen eerst regionale integratie. Daarbij denken zij aan versterking en mogelijke uitbreiding van de Mercosur, waarvan Chili geen gewoon, maar geassocieerd lid is. President Lagos had in 1999 in zijn verkiezingscampagne beloofd dat Chili gewoon lid zou worden, maar daarmee wordt geen haast gemaakt. Chili voelt zich met haar 'modeleconomie' ook een beetje een buitenbeentje, verheven boven de andere landen. Het kan met een invoertarief van 6 procent moeilijk aansluiten bij de Mercosur-landen met een gemiddeld tarief van 15 procent. Bovendien is Chili veel sterker exportgericht dan de Mercosur-landen, die vooral voor de binnenlandse markt produceren.
Achilleshiel
Wat heeft het macro-economisch succesvolle, maar kwetsbare Chileense exportmodel opgeleverd voor de bevolking? Tijdens de dictatuur was het aantal armen sterk gestegen. Door de snelle economische groei in de jaren negentig gingen de meeste mensen erop vooruit; het percentage armen daalde snel van 39 in 1990 naar 23 in 1996. Met de tragere economische groei sindsdien is de armoede slechts weinig verder afgenomen: in totaal nog 20 procent in 2001, na Uruguay het laagste van Zuid-Amerika. Er is nu een harde kern van armen over, die niet gemakkelijk kleiner zal worden.
Terwijl de armoede afnam, werd de sociale ongelijkheid groter. Er was door de groei meer te verdelen, maar de verschillen werden eerder groter dan kleiner. In het neoliberalisme past geen overheidsbeleid dat zich richt op herverdeling. In 1990 ontving de rijkste 10 procent van de bevolking 30 keer zoveel als de armste 10 procent. In 2000 was dat 39 keer geworden. Volgens een Wereldbankrapport uit 1996 heeft Chili een van de meest ongelijke inkomensverdelingen ter wereld.
Naast armoede en ongelijkheid is werkloosheid een hardnekkig probleem. Na de terugval van 1999 is de werkloosheid maar een beetje afgenomen. In 2002 was het officiële werkloosheidscijfer 9 procent. Onder de 15 tot 19-jarigen is dat echter 30 procent en onder de 20 tot 24-jarigen 20 procent. Vooral jongeren met weinig opleiding kunnen moeilijk werk vinden, wat de bestaande ongelijkheid versterkt. Nieuwe banen ontstaan vooral in de informele sector, zonder contracten en daaraan gekoppelde rechten. Volgens de vakcentrale CUT valt slechts één op de drie werkenden in nieuwe banen onder regelingen voor sociale zekerheid.
Het is zeer de vraag of de vrijhandelsverdragen hieraan iets verbeteren. Socioloog Manuel Antonio Garretón ziet de sociaal-economische ongelijkheid als 'de achilleshiel van de Chileense samenleving'. Ook voor de grote kwetsbaarheid en het eenzijdige Dereld Wereldpakket zal meer vrijhandel niet zo makkelijk een oplossing bieden. De vakcentrale CUT, die afgelopen augustus voor het eerst sinds vele jaren een algemene werkstaking organiseerde, spreekt van een 'ontmenselijkt model, dat geen waarde hecht aan werk en ieder sociaal gevoel ontbeert en waar de wrede markt de levensomstandigheden van de mensen
bepaalt'.
Onzekerheid
blijft troef Peter Desmet
Nieuwe zetten Chávez-oppositie Venezuela
Venezuela stond vorig jaar volop in de internationale schijnwerpers, door de stormachtige politieke ontwikkelingen, met als hoogtepunt het afzetten en weer aan de macht komen van president Hugo Chávez in amper 48 uur tijd. Dit jaar kwam daar abrupt een einde aan door de oorlog met Irak en de wereldwijde recessie. Dankzij de mediastilte heeft de kokende ketel Venezuela het kookpunt niet bereikt. Toch is er weer veel gebeurd: grote stakingen en veel geharrewar over een referendum over het aanblijven van Chávez.
Eind mei 2003 werd een definitief punt gezet achter de twee maanden lang durende staking van het gemeenschappelijk oppositiefront tegen de Venezolaanse president Chávez. Dat was te danken aan een akkoord met de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS). Door de ondertekening van dit akkoord door Chávez en de oppositie gingen beide partijen zich minder extreem en ongenuanceerd uiten. Het akkoord bevat een stappenplan om een referendum te organiseren over het wel of niet aanblijven van Chávez als president. Volgens de grondwet kan zo'n referendum worden gehouden halverwege de ambtstermijn van de president als een gekwalificeerd aantal burgers daarom vraagt.
Beide partijen zien deze overeenkomst als een overwinning. Het Chávez-kamp beschouwt het als de bevestiging dat zelfs de twee maanden durende staking van de cruciale olie-industrie de regering niet op de knieën kreeg. De oppositie ziet het akkoord als een eerste stap naar het ten val brengen van het Chávez-regime, hoewel men beseft dat dit een werk van lange adem zal zijn. Tegelijkertijd bezworen beide partijen dat ze de grondwet zouden naleven.
Bedrijfsbezettingen door militairen, zoals bij de Coca Cola-bottelarij in Vila de Cura, behoorden toen al tot het verleden. Door de langdurige staking gingen meer dan tienduizend kleine bedrijfjes over de kop, bij gebrek aan substantiële inkomsten.
Guatemala nog niet klaar voor inheemse president
Daniël de Jongh & Elisabet Rasch
Presidentskandidaat Rigoberto Quemé Chay
Guatemala maakt zich op voor de verkiezingen van 9 november. De aanloop is heftig en gewelddadig. Zeven jaar na de vredesakkoorden lijkt het land terug bij af. De belangrijkste presidentskandidaten vertegenwoordigen zakelijke en militaire elites. De meerderheid van de bevolking is arm en inheems en staat zowel maatschappelijk als politiek buitenspel. Toch borrelt er iets. Rigoberto Quemé Chay was bijna de eerste inheemse presidentskandidaat geweest. "Er komt een nieuwe stroom inheemse leiders op."
Verkiezingen passen eigenlijk niet bij het leiderschapsideaal van de Maya's, die harmonie hoog in het vaandel hebben. In traditionele Maya-gemeenschappen bewerken de mensen samen de grond waarop ze wonen. Ieder draagt naar eigen kracht een steentje bij aan het dorpsleven. Belangrijke besluiten worden gezamenlijk genomen. Iemand wordt als leider aangewezen wanneer alle anderen vinden dat deze persoon over de juiste kwaliteiten beschikt. Wie wordt aangewezen, mag niet weigeren. Leiderschap is een lot, geen kwestie van ambitie en concurrentiestrijd.
Geen handig uitgangspunt voor een politicus. Maar in Guatemala, waar de meeste inwoners direct afstammen van de Maya's en politiek en economisch aan het kortste eind trekken, zien steeds meer van hen deelname aan de verkiezingen als plausibele uitweg uit de ellende. En dan niet alleen als stemvee. Jarenlange ervaring met parlementsverkiezingen heeft laten zien dat een wisseling van de wacht in de hoofdstad niet automatisch leidt tot veranderingen op dorpsniveau. In Guatemala bestaat de mogelijkheid om in verkiezingstijd lokale 'partijen' op te richten: comités cívicos (burgercomités). Anders dan bij de nationale partijen zijn veel vertegenwoordigers van comités cívicos van inheemse afkomst. Bij de verkiezingen van 1999 zorgden ze voor een ware verrassing. In één op de dertien gemeentes won een comité cívico.
Globalisering van
criminaliteit
Walter Lotens
Suriname en Guyana als springplank voor wapen- en drugshandel
De Caribische regio wordt steeds meer geteisterd door de georganiseerde misdaad, die allang alle landsgrenzen overschrijdt. Suriname en Guyana zijn een ideale springplank voor de drugsproducerende landen in Zuid-Amerika. De regeringen proberen de criminele acties zoveel mogelijk in te dammen. Maar dankzij een oud grensconflict komen ze maar niet tot militaire samenwerking tegen de misdaad. Zonder buitenlands geld is de race niet te winnen. Ronald Assen, de Surinaamse minister van Defensie: "Zolang wij niet over meer manschappen en middelen beschikken, zullen er echter grote gaten in ons veiligheidsplan
blijven."
Het gebeurde nog niet zo lang geleden in het centrum van Paramaribo: de zakenman Winod Parbhoe werd er doodgeschoten, in koelen bloede. De rustige Surinaamse hoofdstad kreeg ineens Medellín-allures. Was het een afrekening in het maffiamilieu? Het Surikartel? Eén ding is duidelijk: ook in Suriname vinden ondergrondse praktijken plaats die je alleen kent van televisiebeelden.
In Georgetown, de hoofdstad van Guyana, is crimineel geweld echter dagelijks aanwezig in het straatbeeld. 'Om negen uur begon de overval in Regent Street', meldt de Stabroek News van 5 december 2002. 'Zes mannen gewapend met long guns springen voor Gobin's Variety Store en Cambio uit een auto. Twee van hen beginnen in het wilde weg te schieten. De vier anderen lopen de cambio binnen. Zij maken 2,5 miljoen shilling buit.'
Verschillende mensen raken gewond en een jonge politieagent van achttien jaar oud wordt doodgeschoten. Hij is elfde wetsdienaar die in 2002 werd gedood. 'Are we living in the wild west?' vraagt J.A. Joseph die in een vuurgevecht op straat terechtkwam, zich af in dezelfde krant.
In 2002 alleen al werden in Guyana 150 moorden gepleegd, vier keer meer dan in 2001. Hoewel er waarschijnlijk meer Creoolse Guyanezen werden vermoord, voelen de rijkere Hindoestanen zich ook erg bedreigd. Zeker acht onder hen werden thuis of op hun werk vermoord, of omdat de familie niet snel genoeg met het losgeld kwam.
Gezichten van Bolivia
Theo Roncken
Land van de partijpolitiek
Als we spreken over de vele gezichten van een land denken we meestal aan de culturele of geografische verscheidenheid. Maar Bolivia oogt ook in politiek opzicht zodanig divers dat je je kunt afvragen of de president, de marktverkoopster of de boerenleider het wel over hetzelfde land hebben. Een
vierluik.
La Paz, 6 augustus 2002. Mijneigenaar en filosoof Gonzalo (Goni) Sánchez de Lozada maakt zich op voor zijn tweede presidentiële periode. Zijn partij van revolutionair nationalisten (MNR) vormt een regering met de sociaal-democraten van de MIR. Dit is een onverwacht regeerakkoord, want beide partijen zijn van oudsher aartsvijanden van elkaar. In de oppositie gaan de twee kandidaten die tijdens de verkiezingen van juni 2002 ook redelijk goed scoorden. Net als Goni behaalden ze ieder ruim 20 procent van de stemmen, maar hebben verder weinig met elkaar gemeen. De ene is Evo Morales (MAS), leider van de cocaboeren in het gebied Chapare. Morales was de exponent van het volksverzet tegen de politieke onderschikking aan de wensen van de Verenigde Staten. De andere oppositieleider is Manfred Reyes Villa (NFR), oud-burgemeester van de stad Cochabamba. Hij was het alternatief van de middenklasse die met zijn populistisch imago ook menig links intellectueel heeft weten te paaien.
Kleine
boeren willen meepraten
Cora van den Berg
Bijeenkomst boerenorganisaties in Lima
Hoe kunnen boerenorganisaties sterker worden, zodat ze een volwaardige gesprekspartner zijn in de discussie over internationale handel? En hoe kunnen de leden hun producten beter vermarkten? Daarover spraken elf Latijns-Amerikaanse organisaties die aangesloten zijn bij de Internationale Federatie van Landbouwproducenten (IFAP). Begin juli kwam het regionale comité Latijns-Amerika en de Cariben bij elkaar in Lima. Daar kwamen ook ideeën op tafel voor besteding van de drie miljoen euro die de Nederlandse overheid heeft
toegezegd.
De Internationale Federatie van Landbouwproducenten (IFAP) is een wereldwijde koepel van landbouworganisaties. De Federatie heeft op ieder continent een eigen comité, dat onderwerpen bespreekt die voor de eigen regio relevant zijn. In het regionale comité voor Latijns-Amerika en de Cariben zitten momenteel elf boerenorganisaties uit zeven landen: Nicaragua, Colombia, Peru, Argentinië, Paraguay, Uruguay en Trinidad and Tobago.
"Dat deze landen lid zijn en anderen niet heeft te maken met de oude reputatie van de IFAP in Latijns-Amerika", zegt Jur Schuurman van Agriterra, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking tussen ledenorganisaties van het platteland. Als relatiebeheerder voor Latijns-Amerika heeft hij veel contacten met het regionale comité. "Tot een paar jaar terug was de IFAP in veel Latijns-Amerikaanse landen vooral een platform voor organisaties van grote boeren, zeg maar de grootgrondbezitters. Eind jaren negentig kwam er een omslag toen Gerard Doornbos, nu nog voorzitter van de Nederlandse Land- en Tuinbouworganisatie (LTO), voorzitter van de IFAP werd. De laatste jaren heeft de federatie zich steeds meer opengesteld voor organisaties van kleine boeren. Agriterra heeft in die omslag een rol proberen te spelen. Maar het wantrouwen tegen die voormalige club van louter grote boeren is nog niet overal verdwenen. Vandaar dat er nog genoeg landen zijn waar de boerenorganisaties zich niet bij de IFAP hebben aangesloten."
Standplaats
Cancún Ryan Jessurun
Persoonlijk getuigenisverslag
'De WTO-top is mislukt', kopten veel kranten half september. De ontwikkelingslanden hebben een akkoord tegengehouden, vanwege de twistpunten tariefbarričres en landbouwsubsidies. Ryan Jessurun, webmaster van Plan Noticias en student Culturele Antropologie aan de UvA, noteerde de woorden van belangrijke sprekers en vertelt over de sfeer in de voorafgaande dagen. Hij reisde mee met de buskaravaan van Jóvenes en Resistencia (Jongeren in Verzet) en Global Sur mee te reizen vanuit Mexico-Stad naar de bijeenkomst van de Wereldhandelingsorganisatie (WTO) in Cancún. Een
dagboekverslag.
Maandag
6 september
De dag had niet slechter gekozen kunnen worden. Vlak voor ons vertrek begint het keihard te regenen bij het Monument van de Revolutie, de plek waar tien bussen klaar staan om ons mee te nemen naar Cancún. Koffers en spandoeken worden vliegensvlug van de straat gepikt en onder de koepel van het gigantische monument ondergebracht. Verkleumd maar optimistisch en vol spanning wachten we tot de bui zal overdrijven. Als het goed is, zullen we over 24 uur (zondagmiddag) Cancún binnenrijden. Maar de regen houdt langer aan dan verwacht. Ook de verdeling van de groepen in de bussen zorgt voor vertraging. Laat in de avond vertrekken we uit een zwaar bewolkt Mexico-Stad. Aan boord krijgen we instructies van onze coördinator over de planning tijdens de rit, wat er gedaan moet worden als we in Cancún komen en wat onze juridische rechten zijn als we daar of onderweg worden aangehouden. De zaken lijken redelijk goed voorbereid te zijn. Het doel van de actievoerders is overduidelijk: ze willen op vreedzame wijze hun ongenoegen uiten tegen de WTO, haar ondemocratische besluitvorming, haar steun aan multinationals en handelsverdragen die privatiseringen promoten en ontwikkelingslanden dwingen hun tariefbarričres te verlagen en hun markten te
openen.
Kleine
papegaai
Senta in 't Veld
Chileense kunstenaar Kata Nuńez in Rotterdam
Begin oktober moet hij af zijn. De 25 meter brede muurschildering aan het Afrikaanderplein in Rotterdam-Zuid. Felgekleurde vogels zullen op de muur prijken, want de tijd dat de Chileense kunstenaar Kata Nuńez Ampuero protestschilderingen tegen Pinochet maakte, ligt alweer ver achter hem.
Vroeger stond er een school aan het Afrikaanderplein in Rotterdam-Zuid. Een van de leraren stond bekend om zijn liefde voor vogels. Het gevolg was dat mensen in de buurt gewonde, zieke of ongewilde vogels naar hem toe brachten. Zijn lokaal werd al snel de 'Vogelklas' genoemd. Tegenwoordig is de Vogelklas de naam van de vogelopvang die in het voormalig schoolgebouw huist. Op een deel van de oorspronkelijke buitenmuur is nog vaagjes een schildering te zien, ooit gemaakt door vele kinderhandjes. De rest van de 25 meter brede muur is kaal, maar niet voor lang. De mensen van de Vogelklas vroegen twee kunstenaars om een ontwerp voor een muurschildering in te dienen. Op 18 juni kwam het ontwerp van de Chileense kunstenaar Jorge Kata Nuńez Ampuero als beste uit de bus. Hij zet zijn muurschildering de komende tijd op de wand.
|