REDACTIONEEL
Maja Haanskorf
Een themanummer over religie. Geloof, bijgeloof, spiritualiteit: het zit ons mensen blijkbaar in de genen. Toen de redactie op zoek ging naar bijdragen over dit onderwerp, bleek al snel dat er met gemak meerdere nummers met dit thema te vullen zouden zijn. Zoals Henri Gooren stelt:'Er zijn weinig tekenen dat Latijns-Amerika aan het seculariseren is.' In zijn bijdrage gaat hij in op de religieuze concurrentie die op het continent heerst. Katholieken en protestanten bestrijden elkaar om zoveel mogelijk zieltjes te winnen. Getuige de bijdragen over Chili en Brazilië, lijken de pinksterkerken in deze landen aan de winnende hand te zijn. Ze beschikken vaak over een doeltreffende marketing en spelen behendig in op basisbehoeften van de mens. Het zijn dan ook niet alleen arme mensen die zich tot deze kerken wenden. Want ziekte, verlies en dood treffen iedereen.
De oude Marx zei het al: godsdienst is opium voor het volk. Een jonge bekeerde zegt in een van de artikelen dat je beter in God kunt geloven dan drugs kunt gebruiken. Hij, als ex-verslaafde, kan het weten. Het veelal apolitieke karakter van de diverse kerken, protestanten én katholieken, lijkt deze 'opiumgedachte' te ondersteunen. Ziekten en kwalen worden in gebedsbijeenkomsten 'uitgedreven'. Dat bespaart een gang naar de dokter. Wordt de patiënt niet genezen, dan is dat een beproeving van God. De kerken zullen niet snel de strijd aanbinden met de regeringen om een fatsoenlijke gezondheidszorg te eisen. Tegelijk bieden veel kerken wel steun en onderlinge solidariteit aan de gelovigen. Natuurlijk is de vrouw wier man door de kerk van de drank afblijft, opgelucht. Er blijft nu tenminste meer geld over voor het gezin. En natuurlijk ben je blij als je kind uit de prostitutie stapt. Ook als ze voorlopig geen andere inkomstenbron vindt.
Voor veel inheemse bevolkingsgroepen, zoals de Maya's in Midden-Amerika, is spiritualiteit een dagelijkse zaak. Je hoeft er niet voor naar een kerk. De heilige maïs vormt de verbinding tussen de mens en zijn Schepper. Gemaakt uit maïs, leven de Maya's van hun zelf verbouwde maïs. Dat veel Maya's inmiddels ook het katholieke of het protestante geloof aanhangen, doet niets af aan deze oerverbintenis. Traditionele rituelen vermengen ze dan ook met groot gemak met de nieuwe religie. Op Cuba is de santería nog springlevend, net zoals in andere streken op het continent met een grote Afro-Caribische bevolking. Zelfs op Cuba, waar van overheidswege godsdienst nu niet direct gepropageerd wordt, zijn geloof en spiritualiteit niet uit te bannen.
Religie als verdoving, als ontsnapping uit de boze wereld, als steun en troost, maar ook als inspiratiebron. Voor sommigen is het geloof de basis voor bestrijding van armoede en onrecht. Voor anderen is het de basis van alle kwaad en misstanden in de wereld.
Waarschijnlijk wordt er net zoveel gebruik als misbruik gemaakt van de hang van de mens naar religiositeit. In Guatemala beroept de ex-genocidepleger en huidig presidentskandidaat Ríos Montt zich erop een dienaar van God te zijn, die geroepen is om zijn volk te redden. In Colombia zijn bewoners van vredesgemeenschappen voor de zoveelste keer op de vlucht geslagen voor militair geweld. Waar moeten zij nog in geloven? En wat moet je denken van president Aristide, een oud-priester die op Haïti een terreurbewind
voert?
Je
geld of je leven
Maja Haanskorf
Verkiezingen Guatemala
Een ex-dictator, aangeklaagd wegens genocide, en een stroman van het bedrijfsleven domineren het verkiezingsproces in Guatemala. Ríos Montt en zijn partij het FRG voeren schaamteloze campagnes en Oscar Berger van de GANA koopt de ene advertentieruimte na de andere in kranten en op televisie. De gewone Guatemalteek heeft intussen ieder vertrouwen in de politiek en in politici verloren. "Rovers zijn
het".
"Veel mensen zullen nulo stemmen", meent mijn taxichauffeur. "Op wie zou je immers moeten stemmen? We hebben toch geen keus? In dit land bestaat geen compromiso, niemand trekt zich iets aan van Guatemala, van de Guatemalteken. Iedereen denkt alleen aan zichzelf, politici, zakenmensen, de gewone man." Voor hem geen blauwwit vlaggetje op de auto. "Hypocrieten", wijst hij met een brede armzwaai naar bijna alle andere auto's en bussen, die de nationale vlag voeren in deze maand van de onafhankelijkheid. "Echt, nationaal gevoel bestaat hier niet", en hij drukt het gaspedaal nog maar eens dieper in.
Het is begin september, nog twee maanden tot de verkiezingen. Op 9 november kunnen de Guatemalteken een nieuwe president, afgevaardigden voor het nationale congres en burgemeesters kiezen. Alleen al voor het presidentschap hebben zich twaalf kandidaten aangemeld, van twaalf verschillende partijen. Toppunt van democratie, zou je zeggen. Toppunt van chaos, zou je ook kunnen zeggen. 'Waarom hebben we hier in hemelsnaam twaalf kandidaten nodig?', vraagt een columniste zich in de ochtendkrant La Prensa Libre wanhopig af. 'Waarom hebben we hier niet twee of drie duidelijk onderscheiden politieke partijen met een duidelijk programma? Waarom hebben we hier alleen charlatans en clowns?'
"Rovers zijn het", meent de portier van mijn hotel. "Al die regeringslui van het FRG waren vier jaar geleden nog zo arm als de neten en nu hebben ze ineens allemaal een finca, een grote boerderij, en barsten ze van het geld. Waar komt dat vandaan denk je? Van ons, van het volk", geeft hij zelf het antwoord. Nee, op het Frente Republicano Guatemalteco, de partij van ex-dictator Ríos Montt, zal hij niet stemmen, van zijn leven niet. Op wie dan wel? Tja, dat is een probleem. "Op Berger van de GANA misschien, ook al is die voor het kapitaal. Maar hij is al rijk, dus hoeft hij de boel niet te beroven. Of Colom van de UNE, die lijkt wel eerlijk en verstandig. Maar ja, of zij de de maffia de baas kunnen? Dat kan toch niemand?"
Dienaar van God
"Politici zeggen wat de mensen willen horen", verzucht Luís Ochoa, politiek analist en coördinator van Inforpress. Wat willen mensen dan horen? "Stoere taal, tja, zeg maar demagogische taal. Het is heel Latijns-Amerikaans, die behoefte aan charisma, leiderstypes, sterke mannen die beloven dat het allemaal goed komt onder hun bewind." Op het redactiekantoor van het Midden-Amerikaanse weekblad laat Ochoa met verve zijn licht schijnen over de huidige Guatemalteekse politiek. Een vrolijk beeld schetst hij niet. "Het FRG voert een heel slim beleid. De partij is destijds in 1989 met maar één doel opgericht: generaal Efraín Ríos Montt aan de macht helpen. Bij de vorige verkiezingen, in 1999, moest nog iemand anders naar voren worden geschoven. Zo is Portillo, de huidige president, gebruikt als wegbereider voor het kandidaatschap van de generaal. Nu Ríos Montt de presidentskandidaat is, wordt Portillo opzij geschoven. Die heeft zijn rol gespeeld en is daar financieel dik voor beloond. Montt is de leider, die een uitermate handig betoog hanteert. Het FRG, generaal Montt zelf, is voor de armen en tegen de rijken. Hij is uitgesproken anti-elitair en dat levert hem veel steun op. Verder gebruikt hij te pas en te onpas God om respect af te dwingen. Hij, Ríos Montt, is de door God zelf aangewezen dienaar om het Guatemalteekse volk te redden van hel en verdoemenis. Zijn moralistische betoog slaat vooral op het platteland aan. Ook in de gebieden die tijdens de burgeroolog, nota bene onder het bewind van Montt, zwaar getroffen zijn. Er lijkt sprake te zijn van een identificatie met de agressor. Intussen is het FRG een uiterst autoritaire en gedisciplineerde partij. Tussen Ríos Montt en een kring van zo'n vijftig militairen bestaat een zeer nauwe band. Deze 'broederschap' heeft een grote macht. Het zijn de militairen die destijds, onder het bewind van Montt, in de jaren 1981 en 1982 schuldig waren aan de massamoorden op het platteland en de genocide onder de inheemse bevolking. Deze parallelle macht heeft uiteindelijk de touwtjes in handen. De georganiseerde misdaad, de handel in drugs, de toenemende gewelddadigheid in het land, moorden en bedreigingen: het is hen aan te rekenen. Zolang er geen einde komt aan deze parallelle macht, zal er in het land niets veranderen."
Dienaren van het kapitaal
Ook al staat Ríos Montt in de opiniepeilingen op een derde plaats, dat wil niet zeggen dat hij niet als tweede uit de eerste verkiezingsronde tevoorschijn kan komen. Ochoa: "De andere kanshebbers zijn, in vergelijking met Montt, weinig aansprekende personen. Oscar Berger van de GANA heeft eigenlijk niets te zeggen. Deze zogenaamde Grote Nationale Alliantie is in het leven geroepen door de ondernemers om het FRG van een overwinning af te houden. De GANA bestaat uit drie kleine partijtjes, die nauwelijks leden in het congres hebben. Zelfs als de GANA wint, heeft ze te maken met een grote oppostie van FRG-ers in het congres. De tweede partij in de peilingen is de UNE, de Nationale Eenheid van de Hoop. Aanvoerder en presidentskandidaat is Alvaro Colóm. Ook hier geldt dat de UNE geen basis heeft. Het is een club van ontevreden congresleden, die zich rondom Colóm verzameld heeft. Wat hij voor heeft, is zijn rustige en eerlijke uitstraling. Vooral jongeren uit de stad en een deel van het bedrijfsleven zullen voor hem kiezen. Dat laatste heeft zijn eieren in twee nesten gelegd, in de GANA en de UNE. Een vierde partij die nog meetelt is de PAN, van oudsher de partij van de ondernemers. Deze Partij van Nationale Vooruitgang heeft veel van haar krediet verspeeld, toen zij vier jaar geleden in de regering zat. Haar kandidaat Leonel López Rodas profileert zich nu met grote nadruk op veiligheid en bestrijding van de misdaad. Dat leidt tot ridicule uitspraken zoals: 'Op 14 januari om 14.00 uur precies zal ik het leger en de politie de straat opsturen om een einde te maken aan de onveiligheid.' In feite is de oorspong van al deze partijen hetzelfde. Wat hen onderscheidt is de persoon van de presidentskandidaat. De sterkte van een partij hangt uiteindelijk af van het aantal leden in het congres. En daar scoort het FRG hoger dan andere afzonderlijke partijen." Is er dan geen enkel links alternatief? "Het enige linkse project is de URNG, de voormalige guerrilla. Ze is leninistisch, traditioneel links, met een vaste, kleine aanhang. Maar op nationaal niveau speelt ze geen enkele rol. Presidentskandidaat Rodrigo Asturias spreekt maar weinig mensen aan en jongeren al helemaal niet. De URNG heeft nooit een echte sociale basis gehad en sinds de vredesakkoorden in 1996 is links hopeloos verdeeld. De ANN, een afsplitsing van de URNG, maakte nog kans met haar presidentskandidaat Rigoberto Quemé (zie LA Chispa 297). Door onderling geharrewar besloot deze inheemse burgemeester van Quetzaltenango, de tweede stad van het land, zich terug te trekken. De partij doet nu alleen op regionaal en lokaal niveau mee."
Tweehonderd vrouwenlijken
"Er is, ondanks de vredesakkoorden, geen einde aan het geweld gekomen", meent Sergio Morales, procureur van de mensenrechten. Zijn kantoor is de enige nationale instantie waarin de Guatemalteken nog vertrouwen zeggen te hebben. Volgens Morales is er recent sprake van een grote golf van geweld. "In de laatste maanden zijn er ruim tweehonderd vrouwen en meisjes vermoord. Hun lijken zijn verminkt op diverse plekken in het land gevonden. De regering wijst de maras, criminele jeugdbenden aan als de daders. Maar daar is geen enkele aanwijzing voor. Net zomin als zij verantwoordelijk zijn voor moorden op en bedreigingen aan journalisten en mensenrechtenactivisten. De georganiseerde misdaad is daarvoor verantwoordelijk". Morales legt er de nadruk op dat in de laatste jaren de schendingen van mensenrechten alleen maar zijn toegenomen. Ook toont hij zich bezorgd over het electorale geweld. Hij verwijst naar 24 juli, de 'zwarte donderdag', toen duizenden met stokken en palen gewapende aanhangers van het FRG het centrum van de hoofdstad onveilig maakten. Een journalist die door de betogers werd opgejaagd, overleed later aan een hartaanval. Onderzoek naar de gebeurtenissen is tot nu toe achterwege gebleven. Op straat en in de media wordt druk gespeculeerd over de mogelijke betrokkenheid van de maras bij activiteiten van het FRG. Zo zouden veel bendeleden nu gevangengezet worden met als doel hen massaal te laten ontsnappen aan de vooravond van de verkiezingen. Het geweld en de chaos die dan losbarsten zou tot meer stemmen voor het FRG leiden. Volgens Frank La Rue, directeur van de mensenrechtenorganisatie CALDH, is er sprake van institutioneel geweld. "We hebben nu een uiterst zwakke regering die ten onder gaat aan totale corruptie en verbonden is met de georganiseerde misdaad. Wat we nodig hebben is een regering die de democratie versterkt en de participatie van de bevolking bevordert. Het tegendeel is nu waar. Alleen al het feit dat Ríos Montt kandidaat staat voor het presidentschap is een teken van uiterste straffeloosheid. Slechts door corruptie was het mogelijk dat vier van de zeven rechters van het Constitutionele Hof hun goedkeuring gaven aan de kandidatuur van Ríos Montt." Dat een ex-couppleger kandidaat kan staan, is volgens LA Rue een schending van de grondwet. Zijn organisatie heeft de ex-dictator aangeklaagd wegens genocide, samen met enkele hoge legerofficieren, die nog steeds openbare functies bekleden.
Schaamteloos
In haar machtshonger overschrijdt het FRG alle grenzen van betamelijkheid. Zo presteerde de partij het een verkiezingsbijeenkomst te organiseren in Rabinal, precies op de datum dat in dit plaatsje de lijken van 74 slachtoffers van de burgeroorlog herbegraven werden. Deze mensen zijn onder het bewind van Riós Montt door het leger vermoord en in clandestiene graven gedumpt. De ex-dictator ontkent dat onder zijn bewind dergelijke massaslachtingen hebben plaatsgevonden. In een interview in de krant Siglo Veintiuno wil hij alleen kwijt dat 'er mogelijk hier en daar misstanden zijn gebeurd. Maar nooit op mijn bevel of met mijn medeweten'. De partij meent het volste recht te hebben campagne te voeren waar ze wil en beticht de media van hetzes tegen de partij. Edin Barrientos, kandidaat vice-president, gaat zelfs zover andere politieke partijen ervan te beschuldigen te infiltreren in bijeenkomsten van het FRG. "Als wij een bijeenkomst houden, zijn er duizenden sympathisanten. Andere partijen infiltreren en veroorzaken relletjes." Op mijn vraag of een bijeenkomst in Rabinal niet schaamteloos is, antwoordt Barrientos dat een dergelijke vraag van een buitenlandse journalist schaamteloos is. "Ik ontvang u op mijn kantoor om u te woord te staan, niet om beledigd te worden." Hij wil nog wel kwijt dat de pers in Guatemala gekocht is en net zo bevooroordeeld is als de buitenlandse pers. "Vrijheid van meningsuiting is geen monopolie van journalisten, maar van het volk. En dat spreekt zich uit. Let u maar eens op." Net als de generaal, meent Barrientos dat er in een oorlog nu eenmaal slachtoffers vallen. "En u moet vooral niet vergeten dat de guerrilla de oorlog begonnen is", voegt hij eraan toe.
Volgens Luís Ochoa van Inforpress is het FRG koste wat koste van plan te winnen. "Ze wil overal tonen dat zij de baas is, ook in die gebieden die onder Montt het zwaarst getroffen zijn, zoals Rabinal en de Ixcán." In deze regio ontaardde een bijeenkomst van het FRG in vechtpartijen tussen aanhangers en tegenstanders van de partij. De laatsten voerden spandoeken mee met de tekst: No más Ríos de sangre Montt, nooit meer rivieren (Montt) vol bloed. De inwoners van de Ixcán hadden tevoren laten weten niet gediend te zijn van een bezoek van het FRG. Zury Ríos, congreslid en dochter van Ríos Montt, liep klappen op. Journalisten werden door aanhangers van het FRG aangevallen en met de dood bedreigd. Het FRG ontkende daags erna dat er ongeregeldheden hadden plaatsgevonden. Frank la Rue meent dat het woord schaamteloos absoluut van toepassing is op het FRG. "Het niveau van corruptie in deze regeringspartij is schaamteloos. Het is een volstrekt nieuwe stijl van corruptie, waarbij ambtenaren niet eens proberen te verhullen dat ze slechts één doel hebben: zich zo snel mogelijk verrijken."
Tweede ronde
Als op 9 november de stemlokalen sluiten, zal er geen president uit de bus komen. Er is niemand die het waarschijnlijk acht dat een kandidaat erin slaagt een absolute meerderheid van stemmen te behalen. Dan is een tweede ronde nodig, die op 28 december zal plaatsvinden. Bij veel Guatemalteken heerst de angst dat Ríos Montt een van de kandidaten in een tweede ronde is. Zijn opponent zal dan vermoedelijk Oscar Berger zijn. Wie zal dan winnen? Aan wie zullen de overige talrijke partijtjes hun stem geven?
Op het moment lijken alle partijen eensgezind te zijn in hun afkeer van het FRG. Tegelijk echter hebben alle partijen die meedingen naar het presidentschap zich ook indirect tegen de GANA gekeerd. In een nooit eerder vertoonde actie hebben deze partijen -op het FRG na- een papier ondertekend waarin zij hun afkeur uitspreken over de peilingen in de media. Ze verwijten hen vervalsing van de cijfers, want het is volgens hen onmogelijk dat GANA- voorman Berger een dikke 40 procent van de stemmen zou halen. "Geen slimme zet", meent Luís Ochoa. "Het speelt het FRG prachtig in de kaart, want die zegt ook steeds dat de peilingen betaald worden door de elite en dat Montt daarom op een derde plaats staat. Terwijl hij natuurlijk bovenaan zou moeten staan." Diverse analisten menen dan ook dat sommige partijen hiermee het FRG willen steunen. Ook Denis Martinez, die werkzaam is voor het Platform van Nederlandse Partnerorganisaties, betitelt deze actie als belachelijk. "Het toont vooral de zwakte van de politieke partijen aan. Iedereen is toch geschrokken van het onverwacht sterke scenario van het FRG. Aanvankelijk werd de partij gezien als de grote verliezer, maar dat blijkt nu tegen te vallen." Desondanks gelooft Martinez niet dat het FRG over genoeg sympathisanten beschikt. "Ze zal stemmen moeten kopen of door intimidatie stemmen trekken", meent hij. Hoewel het moeilijk is harde bewijzen op tafel te leggen, zijn er verschillende verhalen van intimidaties. Mensen die alleen een lening kunnen krijgen als ze lid worden van het FRG. Leden van de partij die op het platteland kunstmest uitdelen in ruil voor een stem. Mocht het FRG winnen dan staat een barre periode van verdere militarisering en gewelddadigheid de Guatemalteken te wachten. Verliest het FRG dan zal de partij in alle sectoren haar niet geringe invloed aanwenden. Voor Frank La Rue is het enige heil te verwachten van de frentes cívicos, organisaties van burgers die voor de eerste keer in de geschiedenis van het land allianties vormen door verschillende geledingen heen. "Op die manier moet de rechtsstaat versterkt worden en de democratie worden opgebouwd. Wellicht moeten we een nieuwe, werkelijk politieke beweging van linkse signatuur oprichten. Want het FRG gaat hoe dan ook voor problemen
zorgen."
Mensenrechtenactivist Pierre Espérance over situatie in Haïti
Jan de Kievid
'Er kan geen dictatuur meer
komen
In Haïti wordt de bevolking geterroriseerd door gewapende benden, die worden gesteund of gedoogd door de eens zo populaire president Aristide. Het land dreigt af te glijden naar een bandietenstaat, waar ruim de helft van de bevolking honger lijdt. Toch is er volgens mensenrechtenactivist Pierre Espérance hoop voor de toekomst, omdat steeds meer Haïtianen zich organiseren: "Zij zullen niet accepteren dat een dictator hen het recht op meningsuiting en organisatie
afneemt."
Op 23 november kunnen de Haïtianen naar de stembus om parlementsleden en gemeentebestuurders te kiezen. Dat klinkt democratisch. Toch heeft de NCHR (Nationale Coalitie voor de Rechten van de Haïtianen) zich tegen deze verkiezingen uitgesproken. Directeur Pierre Espérance (40) van deze mensenrechtenorganisatie legt tijdens een bezoek aan Nederland uit waarom: "Op dit moment zijn de voorwaarden voor verkiezingen niet vervuld. Je kunt geen verkiezingen houden als gewapende benden de bevolking terroriseren, terwijl de politie in dienst is van de regeringspartij Lavalas van president Aristide. Ontwapenen van die benden is geen kwestie van een week, maar er moet een begin mee gemaakt zijn om het vertrouwen van de bevolking te herstellen. Er kunnen pas verkiezingen komen als de regering duidelijke signalen heeft gegeven dat ze deze problemen aan gaat pakken, ook die van de straffeloosheid van de misdaden. De volksbeweging moet de regering dwingen om zulke signalen te
geven."
Een ander Colombia
Maja Haanskorf
Vredesgemeenschappen in Urubá
Het land van het eeuwige geweld. Van drugs, guerrilla en paramilitairen. Waar ontvoeringen en moorden aan de orde van de dag zijn. Waar mensen heen reizen met een niet-losgeld-betalen-verklaring op zak. Zoals Marian Janssen en Salwa Jabli. Ze vertellen over hun ervaringen met een van de vredesgemeenschappen in de regio Urabá. Daar wonen bijzondere 'gewone' mensen, die blijven streven naar een leven zonder geweld. "Dit zijn mensen die nadrukkelijk geen partij willen zijn in het gewapende conflict."
"Het is een lange reis, voordat je de vredesgemeenschappen in Urubá bereikt. Het is een afgelegen gebied, in het noordwesten van Colombia, niet ver van de grens met Panama. Tot Turbo kun je vliegen, vandaar gaat het verder per boot, over een afstand van ruim honderd kilometer. Het is een mooie tocht, het landschap is schitterend. Maar de reis is ook zwaar, want eenmaal in het binnenland zijn de riviertjes vaak verstopt door het vele biologische afval uit het oerwoud. Of ze staan droog. Dan moet de kano met buitenboordmotor gesleept en getrokken worden. Soms doe je anderhalf uur over het laatste stuk van vijf kilometer." Marian Janssen heeft de tocht al ettelijke malen gemaakt. Vanaf mei 2000 werkte ze een jaar als buitenlandse waarnemer voor Peace Brigades International (PBI). Vanuit het regiokantoor in Turbo reisde ze naar de dorpen Nueva Vida (Nieuw Leven) en Esperanza en Dios (Hoop op God). Daar heeft ze al een paar keer eerder tijd doorgebracht. De twee dorpen liggen in een kom van de rivier Cacarica en vormen samen de vredesgemeenschap CAVIDA (Comunidades de Autodeterminación, Vida, Dignidad del Cacarica).
Concurrentie tussen katholieken en protestanten
Henri Gooren
De kerken in Latijns-Amerika
In een aantal Latijns-Amerikaanse landen is de positie van de rooms-katholieke kerk sterk gebleven. In andere landen zijn de protestantse kerken sterk gegroeid en is het aantal rooms-katholieken navenant gedaald. Dat laatste geldt voor alle Midden-Amerikaanse landen (behalve Costa Rica) en twee aparte gevallen: Chili en Brazilië. Tenslotte zijn er twee buitenbeentjes, Cuba en Uruguay, waar ruim een kwart van de bevolking geen lid is van een kerk. In alle andere landen, behalve Argentinië en Chili, komt deze categorie niet boven de één procent uit. Er zijn dus weinig tekenen dat Latijns-Amerika aan het seculariseren is.
De rooms-katholieke kerk vormde een integraal onderdeel van het koloniale bestuur en was in vrijwel alle landen tot eind negentiende eeuw de enige erkende religie. Feitelijk waren er echter twee katholieke kerken: de officiële kerk van de hiërarchie en het volkskatholicisme van de massa's. Het volkskatholicisme draaide vooral om verering van Maria en de heiligen, die in indiaanse gebieden werd vermengd met pre-Columbiaanse tradities. Het was georganiseerd in lekenbroederschappen, cofradías en hermandades, die verbonden waren met burgemeester en gemeenteraad. Tussen 1930 en 1950 arriveerde de eerste belangrijke internationale beweging, de Katholieke Actie, die streefde naar een nieuwe orthodoxie. Niet-katholieke elementen moesten uitgebannen worden. Ernstige conflicten met de cofradías waren het gevolg en de eerste gelovigen verlieten de katholieke kerk.
'God is betere verslaving dan drugs'
Arianne van Andel
Pinkstergeloof in Chili als nieuwe identiteit
In de straten van Santiago de Chile kun je niet meer om ze heen. Je herkent ze van verre: mensen netjes in pak gestoken of met een lange rok aan, een Bijbel in de hand, die met luide toon oproepen tot bekering. Soms lopen ze in optocht door de straten en zingen hun lofliederen, begeleid door gitaren. Op de hoeken staan ze stil om hun getuigenissen te geven: "Hebt berouw! Christus komt, bekeert u en u zal gered worden!" Voorbijgangers lopen door, negeren hen, of houden even de pas in, kijken meewarig. Je ziet ze denken: "Fanatiekelingen, die evangelischen: gek geloof!"
Maar soms staat iemand stil, vol bewondering, en luistert.
De evangelische kerken, voor het merendeel pinksterkerken, zijn niet meer weg te denken uit het religieuze landschap van de Chileense samenleving. Naast het evangelisatiewerk in de straten, zie je hun presentie in Santiago in de vele kerken en kerkjes in alle wijken van de hoofdstad. Vanaf de jaren zestig is de aanhang van de evangelische stroming in Chili in buitengewoon tempo gestegen van zo'n 5 procent van de bevolking naar een geschatte 15 procent nu. De evangelischen verzamelen zich in een enorme diversiteit aan kerkgemeenschappen. In Chili bestaan meer dan tweeduizend verschillende pinksterdenominaties, van binnenlandse of buitenlandse oorsprong, al dan niet juridisch erkend, allemaal met een eigen autoriteit en structuur. De kerken dragen vele uiteenlopende namen: Asambleia de Dios, Iglesia del Señor, Amor de Cristo, Iglesia Metodista Pentecostal.
Onder de evangelische kerken vallen ook de protestantse kerken van Europese oorsprong, zoals de lutherse, methodistische en presbyteriaanse kerk, maar 90 procent van de evangelischen in Chili rekent zich tot één van de pentecostale of pinksterkerken: de kerken van de Geest.
Wie zijn deze evangelischen? Wat bracht hen ertoe uit de dominante katholieke kerk en cultuur te vertrekken en zich aan te sluiten bij een pinksterkerk? Wat betekent deze 'bekering' voor hun leven? En voor de Chileense maatschappij?
Maïs: vlees en bloed van de Maya's
Mario Coolen
Grondroof en vrijhandel bedreigen Mayareligie
De mens is ontstaan uit maïs. Dit geloof heeft de relatie van Maya-indianen uit Guatemala met hun land en het maïs dat erop groeit altijd beïnvloedt. Eeuwenoude rituelen en tradities bepalen de manier waarop de maïs gezaaid en geoogst wordt. Zo wordt met het eten en verbouwen van maïs, elk jaar, elk seizoen en elke dag de verbinding met de Schepper gevoeld en geëerd. Gebrek aan grond en concurrerende gewassen uit het buitenland verdrijven de Maya's echter in toenemende mate van hun gronden. Armoede en honger zijn het
resultaat.
'Dit is het begin van de schepping, toen werd besloten hoe het vlees van de mens moest worden gemaakt. Er kwamen vier dieren, die gele en witte maïskolven brachten. Uit het deeg van de gele en witte maïs werden vlees en bloed gemaakt, uit maïs vormde de Schepper de eerste mensen.'
Met deze woorden vertelt de Pop Wuj, het heilige boek van de Maya-indianen van Guatemala, over de schepping van de eerste mensen. Nadat eerdere pogingen om mensen te maken van aarde en hout zijn mislukt, brengt maïs uitkomst. Deeg van witte en gele maïs vormt de grondstof voor de eerste Maya's, vier mannen en vier vrouwen.
Zelden is in een scheppingsverhaal zo innig het verband gelegd tussen het eigen vlees en bloed en het dagelijkse voedsel dat levenskracht schenkt. De mens is wat hij eet: heilige maïs, die de Schepper in een allereerste begin tot leven boetseerde. En die, in elke nieuwe cyclus van zaaien en oogsten, verkwikkend voedsel verschaft. Je bent wat je eet: tikaweex, ofwel gezaaide maïsplant, is in de taal van de Maya's dan ook het woord voor mens. Het woord voor maïs, ixim, betekent ook levenskracht, essentie en schepping. Xlexa tenslotte heeft zowel de betekenis van de dageraad en de geboorte als van het ontkiemen van de maïs.
Marktgerichte genezingskerk verovert Brazilië
Hans Veltmeijer
Het succes van de Igreja Universal
Brazilië mag dan in naam het grootste katholieke land ter wereld zijn, in de praktijk is de bevolking weliswaar zeer gelovig, maar niet meer overwegend katholiek. Alleen al tussen 1960 en 1985 verviervoudigde het aantal protestanten. En de groei is het afgelopen decennium voortgezet. Vooral de pentecostale Igreja Universal do Reino de Deus heeft daarvan geprofiteerd. Deze kerk blijkt van het bonte spectrum aan evangelische stromingen het juiste religieuze recept te hebben. Vooral voor de arme
Brazilianen.
Professor André Droogers van de Vrije Universiteit in Amsterdam is Brazilië-deskundige en rekent bovendien pentecostalisme tot één van zijn specialisaties. Hij typeert de Igreja Universal do Reino de Deus, de Universele Kerk van het Koninkrijk Gods, als "een ongewone pinksterkerk, vanwege het late ontstaan, de oriëntatie op marketing en op het zakelijk en centraal managen van een grote organisatie." Ook het "behendig inspelen op de symboolgevoeligheid van mensen die met volksreligie zijn grootgebracht en de nadruk op het geloof als probleemoplosser en toegang tot welzijn en welvaart", noemt hij als onderscheidende kenmerken van de Igreja Universal.
Afrikaanse rituelen herleven
Jan Donkers
Voor de VPRO-radio maakte Jan Donkers in Cuba een reportage over het Cubaans volksgeloof. Hij doet verslag van een santería - een ceremonie met veel tromgeroffel, gezang en dans - en legt uit waarom de Cubaanse leiders het volksgeloof nooit verboden
hebben.
De taxichauffeur kent het adres niet, maar dat is niet ongewoon in Havana, en als we in de buurt arriveren is dat ook helemaal niet meer nodig. Het getrommel en het gezang zijn al van heel ver hoorbaar en dus vinden we op het gehoor af de plek, ergens in een zuidelijke volksbuurt van de hoofdstad, waar het ritueel zal plaatsvinden. Het blijkt een gewoon huis in een rijtje waar enkele tientallen zwarte Cubanen zich hebben verzameld, terwijl ook de buren rondom staan toe te kijken en zich, ogenschijnlijk informeel, in het gebeuren mengen.
Als we eenmaal binnen zijn wordt er wat argwanend naar onze microfoon gekeken, maar uiteindelijk beschikt de aanwezige priester dat we overal bij mogen, en worden we naar de zijkamer gebracht, waar een altaar staat, met planten en bloemen tegen de achtergrond van een rode doek. Daaronder zijn diverse offers uitgestald, een wel erg schriel gebakken, aan een touwtje bungelend kippetje, een paar stukken cake, een sigaar, grote witte taarten, stukken brood, veel fruit, een fles rum, een klein kommetje met geld, popcorn, stukken kokosnoot, allemaal voor de goden want hoe meer, hoe tevredener die goden zullen zijn. Boven het altaar heerst Eleguá, de god die alle wegen opent en sluit en die in veel Cubaanse huizen te vinden is.
|