REDACTIONEEL
Maja Haanskorf
Latijns-Amerika bestaat
Net terug van de IDFA, het internationale documentaire filmfestival in Amsterdam. Mooi gepland, zo aan het eind van het jaar. De documentaires over Latijns-Amerika kun je dan bekijken als een stand van zaken op het continent. Het is er niet alleen kommer en kwel. Natuurlijk is het bepaald geen pretje om in de ruigste wijk van Medellín, Colombia, te wonen. In Santo Domingo vallen er dagelijks doden, vooral onder de werkloze jongeren. Toch laten de makers van de film
Carlitos 13 tegelijk zien dat er een uitweg mogelijk is, als er eindelijk een einde komt aan het gewapend conflict. De overgrote meerderheid van de Colombianen wil niets liever dan vrede.
In Argentinië is het al evenmin een vrolijke boel. Ook hier veel werkloosheid en armoede en politici die het volk weinig vertrouwen inboezemen. Maar er is hoop, want veel mensen, vaak jongeren, zoeken nieuwe wegen. Dat wil de Argentijnse regisseur Adrián Jaime graag benadrukken, dat er altijd weer golven van verzet komen. De hele Argentijnse geschiedenis is daar een voorbeeld van, laat hij met zijn film
Perros zien. Het is een mooi beeld, dat mensen steeds opnieuw de veerkracht hebben om in het geweer te komen tegen onderdrukking en te zoeken naar andere wegen om de samenleving in te richten. Dat is in Latijns-Amerika, net als elders, hard nodig. De aandacht in Europa mag dan vooral gericht zijn op Afrika, dat wil niet zeggen dat wij hier de Latijns-Amerikanen maar aan hun lot over moeten laten. Onlangs belegden diverse medefinancieringsorganisaties in Amsterdam een debat met de titel: 'Staat Latijns-Amerika nog op de kaart?' De vraag was met name gericht aan minister van ontwikkelingssamenwerking Van Ardenne, die wordt verweten in haar beleid te weinig oog te hebben voor de noden van Latijns-Amerika.
Wie in ieder geval onverminderd oog blijven hebben voor het Latijns-Amerikaanse continent zijn de makers van LA Chispa. Redactieleden en al diegenen die regelmatig een bijdrage leveren aan LA Chispa gaan onverdroten voort met het informeren van iedereen die belangstelling heeft voor Latijns-Amerika. Al dertig jaar lang bericht LA Chispa, dat begon onder de naam Alerta, over dit continent. En dat moet zo blijven! In februari 2004 ontvangen de lezers het driehonderdste nummer. Een mooie gelegenheid om te tonen dat u LA Chispa op de markt en Latijns-Amerika op de kaart wilt houden! Beiden verdienen uw
steun.
Volksleider noemt zich Amerika's beste vriend
Brechtje van Riel
Eén jaar Gutiérrez in Ecuador
"De buitenlandse schuld doodt de dromen, illusies en rechten van miljoenen kinderen om een waardig leven te leiden." Met deze gepassioneerde woorden trad Lucio Gutiérrez op 15 januari van dit jaar aan als president van Ecuador. De ex-militair die in 2000 samen met een sterke inheemse beweging de corrupte president Mahuad tot aftreden dwong, kon ook nu weer rekenen op steun van de indígenas. Er vormde zich een opmerkelijke alliantie van ex-militairen, indígenas en communisten die een periode van nieuwe, alternatieve politiek leek in te luiden. Een periode waarin voor het eerst in de geschiedenis van Ecuador de inheemse bevolking deel uitmaakte van de regering. Bijna een jaar later is er weinig optimisme over. Gutiérrez lijkt gekozen te hebben voor een voortzetting van het neoliberale beleid van zijn voorgangers. De coalitiepartners hebben hem de rug toegekeerd en bevinden zich in de
oppositie.
Na een zeer onrustige periode in de Ecuadoriaanse politiek, waarin presidenten elkaar in snel tempo opvolgden (zie LA Chispa 290), kiest het volk in november 2002 met 54,4 procent van de stemmen Lucio Gutiérrez tot president. Bekend als een van de coupleiders van 2000 die toenmalig president Mahuad tot aftreden dwong, staat zijn naam gelijk aan strijd en linkse idealen. Net als Lula en Chávez, de presidenten van Brazilië en Venezuela, zou hij een antineoliberale, progressieve politiek aanhangen. Zijn Partido Sociedad Patriótica (PSP) vormt een alliantie met Pachakutik, de politieke tak van de CONAIE, een van de sterkste en best georganiseerde inheemse bewegingen in Latijns-Amerika. Antineoliberalisme en antiglobalisme staan hoog op hun agenda. Daarnaast kan de PSP rekenen op steun van de maoïstische Movimiento Popular Democrático (MPD) en de vakbonden. De regering die zo ontstaat, steunt vooral op de zwakkeren in de samenleving.
De belangrijkste pijler van de nieuwe regering is het bestrijden van de enorme corruptie, die het land jaarlijks twee miljard dollar kost. De manier waarop Gutiérrez dit wil gaan doen, is echter onduidelijk. Verder beoogt hij een aanzienlijke verhoging van de onderwijsbegroting, de invoering van een gezondheidsprogramma voor de hele bevolking, het genereren van banen en meer inspraak en macht voor lokale besturen. Gutiérrez verlaagt hiernaast alle topsalarissen, inclusief dat van zichzelf, en kondigt aan het gebruik van officiële dienstauto's te beperken om zo benzine te besparen. De bono solidario, de directe hulp aan de allerarmsten, zal verhoogd worden van twaalf naar twintig dollar per maand. De gevreesde en door het Internationale Monetaire Fonds (IMF) gevraagde prijsverhoging op kookgas, een van de belangrijkste uitgaven in een doorsnee gezin, wordt niet doorgevoerd.
Ook Gutiérrez' inaugurele rede doet het beste vermoeden. Hij belooft rechts noch links te zullen zijn, maar te doen wat het beste is voor Ecuador en 'het belang van geld ondergeschikt te maken aan het volk en haar kwaliteit van leven'. Daarnaast stelt hij de betaling van de buitenlandse schuld ter discussie. In een toespraak waarin hij zich richt tot de rijke westerse landen, zegt hij: "De buitenlandse schuld doodt de dromen, illusies en rechten van miljoenen kinderen om een waardig leven te leiden; kinderen die op dit moment niet eens ontbeten hebben en niet naar school kunnen."
Spagaat
Mooie plannen te over dus. De situatie waarin Ecuador zich bevindt bij Gutiérrez' aantreden is echter niet rooskleurig. Ecuador is een van de armste landen van Latijns-Amerika, waar 80 procent van de bevolking in armoede leeft. De buitenlandse schuld bedraagt zestien miljard dollar, wat neerkomt op ongeveer 80 procent van het Bruto Nationaal Product. Het land kampt met een gigantische corruptie. De economie is afhankelijk van de olie-inkomsten, waarvan slechts 20 procent ten goede komt aan de bevolking. De overige olieopbrengsten blijven in handen van de oliemaatschappijen. Andere zaken die de economie verslechteren zijn de derving van inkomsten door schuldaflossingen, de privatisering, een groeiend begrotingstekort en een massale werkloosheid. De dollarisering die in 2001 werd ingevoerd om de economie uit het slop te trekken, heeft ervoor gezorgd dat de regering nauwelijks speelruimte heeft voor een eigen economische politiek. De dure dollar tast de concurrentiepositie van Ecuador aan, waardoor de exportsector is verzwakt. De crisis is door dit alles alleen maar versterkt.
Gutiérrez belooft dat de bezuinigingen die nodig zijn om de economie te versterken de zwakkeren niet zullen treffen. Tegelijkertijd zoekt hij al vóór zijn aantreden toenadering tot het IMF, van wiens leningen hij afhankelijk is bij de opbouw van het land. Zo is het vanaf het begin al duidelijk dat Gutiérrez zich in een onmogelijke spagaat bevindt, tussen zijn linkse beloftes en de minieme economische en politieke speelruimte.
Zijn kabinet weerspiegelt deze spagaat. Gutiérrez benoemt Nina Pacari, lid van Pachakutik, tot eerste inheemse op de post van minister van buitenlandse zaken en de ex-leider van CONAIE Luis Macas tot minister van landbouw. Deze benoemingen in de linkse hoek staan recht tegenover die van de neoliberale Maurico Pozo op Economische Zaken. Een regering dus die zowel links als rechts is en daarmee geen van beiden. Wat overblijft, is het politieke midden van compromissen. Een extra handicap is het congres, waarin Gutiérrez' alliantie slechts een minderheid van de zetels bekleedt. Ze heeft te maken met een sterke oppositie van traditionele partijen die alle progressieve maatregelen kan afkeuren.
Bush' beste vriend
Impopulaire maatregelen die tegen de beloftes aan zijn linkse basis ingaan konden dan ook niet lang op zich laten wachten. Gutiérrez verhoogt vlak na zijn aantreden de brandstofprijzen, de bustarieven en de prijs voor elektriciteit. Als verklaring voor deze maatregelen geeft Gutiérrez een onvoorzien gat van twee miljard dollar in de begroting; een erfenis van de vorige president Noboa. Vervolgens komt Gutiérrez met een begrotingsvoorstel waarin bijna de helft van de inkomsten gebruikt zal worden voor schuldaflossing. Zijn dramatische oproep aan de ontwikkelde landen bij zijn aantreden blijkt dus al snel vergeten. Hij ondervindt dan ook meteen scherpe kritiek van Pachakutik en de MPD, die dreigen met stakingen en massademonstraties. Gutiérrez' bezoek aan de Verenigde Staten in februari maakt het er niet beter op. Hij noemt Ecuador bij deze gelegenheid 'de beste vriend' van de VS. De onvrede bij de coalitiepartners groeit en discussies over het verlaten van de alliantie laaien op.
Vanaf dit moment vinden de eerste demonstraties tegen het beleid van Gutiérrez plaats. Achtereenvolgens gaan leraren, gepensioneerden, zorgverleners en gevangeniswerkers de straat op om meer geld. Daarnaast is er continu de dreiging van massademonstraties van CONAIE. Eind maart sluit Gutiérrez een definitief akkoord met het IMF voor een lening van 500 miljoen dollar. Als reactie hierop distantieert een van de inheemse organisaties, Ecuarunari, zich van de regering. Ze verklaren tegen het neoliberale beleid van de regering en de 'onderwerping' aan het IMF en de VS te zijn.
De onrust duurt voort. Eind mei en de hele maand juni vinden er stakingen plaats van leraren en oliearbeiders, die tegen privatiseringen protesteren . Dan gaan de ontwikkelingen snel. In mei verbreekt CONAIE de banden met de PSP van Gutiérrez. Pachakutik, haar politieke tak, blijft nog achter de regering staan, maar er wordt druk gespeculeerd over een breuk. De MPD stapt vervolgens in juli uit de coalitie. Zij beschuldigt Gutiérrez van 'verrechtsing'. Op 6 augustus ten slotte stapt ook Pachakutik uit de coalitie. De directe aanleiding voor de breuk is Pachakutiks weigering een wetsvoorstel voor flexibele werktijden aan te nemen. Het wetsvoorstel beoogde de invoer van een 44-urige werkweek zonder salarisverhoging.
Kiezersbedrog
De kritiek van CONAIE, Pachakutik en de MPD is eenduidig. Ze verwijten Gutiérrez een neoliberale politiek te voeren van harde bezuinigingen, privatisering en een te grote gerichtheid op terugbetalen van de buitenlandse schuld. Daarnaast is Gutiérrez in hun ogen te zeer pro-Verenigde Staten. Dit heeft een sterkere verbintenis aan Plan Colombia, het door de Verenigde Staten gesteunde drugsbestrijdingplan in Colombia, met zich meegebracht. Het grensgebied met Colombia is hierdoor tot oorlogsgebied verklaard. Ten slotte beschuldigen ze Gutiérrez ervan samen te werken met de sociaalchristenen, een gevestigde rechtse oppositiepartij.
De door Gutiérrez gevolgde koers had de coalitiepartners echter nauwelijks moeten verrassen. In de tweede verkiezingsronde waren er al genoeg aanwijzingen voor het beleid dat hij ging voeren. Gutiérrez, die toen al kon rekenen op de steun van de linkse kiezer, richtte zich op de blanke middenstanders en de kleine ondernemers; mensen die weliswaar veranderingen wilden, maar met behoud van de bestaande verhoudingen in de maatschappij. Gutiérrez' uitlatingen waren in deze tweede ronde een stuk rechtser en gingen recht in tegen eerdere beloftes. Zo werd de dollarisering, waar hij zelf in massaprotesten nog tegen gedemonstreerd had, veiliggesteld, evenals de militaire basis van de VS in de havenstad Manta. Daarnaast gaf hij aan een nauwe samenwerking met het IMF na te streven.
Voeg hierbij een zeer ongebruikelijke en onervaren alliantie, een diepe economische crisis, een tegenwerkend congres, enorme regionale en sociale verschillen, een sterk georganiseerde volksbeweging, het ontbreken van concrete plannen en van een duidelijk te voeren lijn die de tegenstrijdigheden binnen de alliantie in banen had kunnen leiden en het beeld is compleet. De breuk van de alliantie was in feite slechts een kwestie van tijd.
Over de schuldvraag van de breuk zijn de meningen verdeeld. De opinieschrijvers in de Ecuadoriaanse kranten weerspiegelen deze verdeeldheid. Sommigen menen dat Gutiérrez geen kant op kon door de minieme politieke en economische speelruimte die hem was gegeven. Zowel Gutiérrez, Pachakutik, de MPD als de kiezers zijn volgens hen te naïef in het experiment gestapt. De alliantie was vanaf het begin instabiel en latent breekbaar. Nee, zeggen anderen. Gutiérrez was altijd al uit op macht en heeft de inheemse bevolking gebruikt om die te krijgen. In werkelijkheid is zijn beleid niets anders gebleken dan een voortzetting van het traditionele beleid dat in de laatste decennia Ecuador 'teleurgesteld, gefrustreerd en geërgerd' heeft. Kiezersbedrog of niet, duidelijk is in ieder geval dat de man die zijn macht aan het volk te danken had en zei hiervoor op te komen, dit te weinig heeft gedaan. Een uitspraak van Gutiérrez van mei 2000 krijgt hiermee wel een erg wrange bijsmaak: "De kandidaten bedriegen de bevolking met allerlei beloftes die ze nooit inlossen. Als ze aan de macht zijn, vergeten ze het volk en gebruiken ze hun macht in hun eigen voordeel."
Gouden poncho's
De vraag is hoe het verder zal gaan in Ecuador. Na de roerige jaren die Ecuador al achter de rug heeft, lijkt het uiteenvallen van een revolutionaire alliantie het laatste dat het land kan gebruiken. Ondanks Gutiérrez' verklaring dat de breuk 'de regering niet zal verzwakken', is dit precies wat er gebeurt. Gutiérrez mag dan wel verlost zijn van zijn hinderlijke coalitiepartners, hij blijft achter met een partij die slechts zes van de honderd zetels in het Congres bekleedt. Een toenadering tot de sociaalchristenen, een van de rechtse partijen die Gutiérrez altijd heeft bekritiseerd, is dan ook al zichtbaar. Hij lijkt bovendien, zonder de steun van de volksbewegingen, genoodzaakt steun te zoeken bij de strijdkrachten. Dit zal echter niet makkelijk gaan. Gutiérrez' falen een amnestieregeling door te voeren voor de opstandige militairen van de coup in 2000 tegen president Mahuad, heeft veel wantrouwen bij het leger opgeleverd. Bovendien zal de regering grote weerstand ondervinden van de inheemse beweging, die na het kortstondige politieke debacle weer kan overgaan tot dat waar ze groot mee is geworden: actievoeren op straat.
De laatste twee maanden hebben er al enkele demonstraties plaatsgevonden. Leonidas Iza, de leider van CONAIE, verklaarde na de breuk dat "als de regering niet luistert, ze helaas een scenario zoals in Bolivia bevordert." Tegelijkertijd beschikken de bewegingen over een grote mate van realisme. Massademonstraties met als doel het afzetten van de president, wijzen ze af. "De indígenas, boeren, studenten en arbeiders kunnen zo veel presidenten afzetten als ze willen; er zal er altijd één zijn die zijn plaats inneemt. Er zijn meer fundamentele veranderingen nodig", verklaarde Iza. Vanuit Pachakutik klonken dezelfde geluiden. "Ecuador heeft al twee presidenten afgezet en dat is geen oplossing gebleken voor de ernstige problemen en sociale ongelijkheid die het land kent. Instabiliteit ontketenen zal alleen maar die mensen aan de macht brengen die dat de laatste 24 jaar al zijn", aldus oud-leider Miguel Lluco. De mogelijkheid van massaprotesten blijft echter voor de toekomst openstaan.
Ondertussen probeert Gutiérrez de samenleving ervan te overtuigen dat de breuk met Pachakutik geen breuk met het volk inhoudt, maar slechts gezien moet worden als een breuk met de ponchos dorados, de gouden poncho's die de inheemse beweging leiden. Hij verklaart door te blijven strijden voor de minder bedeelden en tegen de corruptie. De opening eind augustus van een tweede oliepijpleiding die de exportolie van de Amazone naar de kust moet transporteren en de olie-inkomsten het komende jaar een impuls moet geven, geeft hier echter geen blijk van. Een van de speerpunten van de volksbeweging was het tegenhouden van deze oliepijpleiding, die grote delen van de grond van de inheemse bevolking doorkruist en
vervuilt.
Vogelvrije Braziliaanse cacique zoekt steun in Europa
Hans Veltmeijer
Marcos Luidson de Araújo bezocht half oktober op uitnodiging van Amnesty International een aantal landen in West-Europa, waaronder Nederland. De leider van de Xucuru indianen uit de Braziliaanse deelstaat Pernambuco leeft al jaren onder doodsbedreigingen. Het bezoek van cacique Marcos diende om aandacht te vragen voor het conflict van zijn volk met de Braziliaanse overheid en de grootgrondbezitters. En om zijn eigen precaire situatie te
belichten.
Volgens zijn begeleider Saulo Feitosa van het CIMI, een katholieke Braziliaanse ngo, vormt de leider van de Xucuru 'een perfecte case' om de huidige situatie van vele inheemse Brazilianen te illustreren. Op 7 februari dit jaar was de 25-jarige Marcos Luidson de Araújo slachtoffer van een aanslag op zijn leven, onderweg tussen twee van de 24 inheemse dorpen die het grondgebied van de negenduizend Xucuru beslaan. "Er staken koeien de weg over", vertelt hij. "We gingen langzamer rijden en moesten stoppen, maar het vee werd niet weggehaald. Een persoon die ik herkende haalde de trekker van zijn pistool over en ik dook naar de grond." De cacique wist onder zijn vrachtwagen te kruipen en vervolgens door het struikgewas een veilig heenkomen te vinden. Met zijn twee beschermers liep het slecht af. Die werden ter plekke door het hoofd geschoten en overleefden de aanslag niet. De Xucuru houden pistoleiros die gelieerd zijn aan grootgrondbezitters in het inheemse gebied verantwoordelijk voor de
moorden.
'Geweld is voor iedereen
toegankelijk' Kees Koonings
Nieuw geweld in Latijns-Amerika
De laatste jaren wordt onder Latijns-Amerikanisten gesproken over 'nieuw geweld' in Latijns-Amerika. In het postdictatoriale tijdperk zou het geweld in dit continent niet langer politiek van aard zijn, maar eerder een normaal, alledaags verschijnsel zijn geworden. Verschillende sectoren van de maatschappij bedienen zich haast routinematig van geweld als middel om een willekeurig doel te bereiken. Kees Koonings, als antropoloog verbonden aan de Universiteit van Utrecht, houdt zich intensief bezig met het geweldsthema in Latijns-Amerika. Volgens hem is er zeker sprake van 'nieuw geweld', maar ook dit geweld is wel degelijk politiek van aard te noemen. Aan de hand van verschillende voorbeelden inventariseert Koonings de diverse soorten geweld en bespreekt hij de gevolgen ervan voor de maatschappelijke orde in Latijns-Amerikaanse
landen.
In september 2003 kwam onder auspiciën van het United Nations Development Programme (UNDP) een rapport uit over de burgeroorlog in Colombia. De ondertitel callejón con salida, steeg met een uitweg, verraadt een optimisme dat nog maar door weinigen met dit conflict in verband wordt gebracht. De studie biedt niet alleen een compacte en tegelijk complete analyse van het conflict, maar geeft ook een voorzet voor een mogelijke uitweg. De rode draad daarbij is de gedachte dat alleen een politieke, door onderhandelingen bereikte oplossing blijvend soelaas kan bieden. Het weekeinde volgend op de officiële presentatie van het rapport werden in de Sierra Nevada de Santa Marta, in het noordwesten van het land, acht toeristen ontvoerd, naar men aanneemt door de guerrillabeweging FARC. Het leek wel of deze 'gewapende actor' daarmee haar minachting tegenover het idee van vrede en verzoening wilde onderstrepen. Tegelijkertijd haalde de Colombiaanse president Alvaro Uribe fel uit naar de mensenrechtenorganisaties die hij nog net niet gelijk stelde met heimelijke aanhangers van de guerrilla en het terrorisme in het
algemeen.
Onrust in
Bolivia
Cora van den Berg
Bolivia beleeft al het hele jaar onrustige tijden en nog zijn ze niet voorbij. President Sánchez de Lozada is het land uitgevlucht onder druk van hevige protesten, waarbij tachtig doden vielen. De nieuwe president Carlos Mesa heeft beloofd om een referendum uit te schrijven over de export van gas. Deze kwestie was de directe aanleiding voor de protesten, maar verdeelt het land nu in twee kampen. Ondertussen zijn nabestaanden van de overleden slachtoffers in hongerstaking in het centrum van La Paz.
'Vendepatria', verkoper van het vaderland, zo werd de inmiddels gevluchte president Gonzalo Sánchez de Lozada wel genoemd. Al tijdens zijn eerste ambtstermijn, van 1993 tot 1997, verkocht hij de vijf grootste staatsbedrijven, waaronder de telecommunicatie en elektriciteit. Na zijn verkiezingsoverwinning in 2002 sloeg hij weer de neoliberale weg in. Zeer tegen de zin van grote delen van de (inheemse) bevolking. Afgelopen februari gingen duizenden mensen de straat op om te protesteren tegen nieuwe belastingen, bezuinigingen en prijsverhogingen van de regering. 'Ordetroepen'van het leger schoten meer dan dertig demonstranten dood. In september begon de onrust opnieuw. Dit keer vanwege de plannen van de regering om aardgas voor spotprijzen te exporteren naar Mexico en de Verenigde Staten. Vooral het plan om daarbij gebruik te maken van een haven in Chili schoot bij veel mensen in het verkeerde keelgat. Bolivia is niet bepaald een vriend van Chili, dat in de negentiende eeuw de kuststrook van Bolivia afpikte in de Pacifische Oorlog (1879-1883). In september grepen arbeiders en boeren naar hun traditionele wapen: het blokkeren van wegen. Vooral de hoofdstad La Paz is daar erg gevoelig voor, gezien haar ligging in de
bergen.
'Het is een langzame
genocide'
Brechtje van Riel
Gevolgen van sojateelt in Argentinië
Genetisch gemanipuleerde soja is in de afgelopen jaren het belangrijkste exportproduct van Argentinië geworden. Met de opbrengsten wordt een aanzienlijk deel van de buitenlandse schuld afbetaald. Een wondermiddel zou je denken. Soja verzwakt echter de economie, tast het milieu aan en verergert de armoede in het land. Hoe soja het land van de pampa's, het vee en het graan veranderde in het land van de
'groene woestijn'.
Argentinië ging eind jaren negentig over op de grootschalige productie en export van genetisch gemanipuleerde (GM) soja. Onder druk van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank ontstond het idee door middel van de export de zwakke economie te saneren en de enorme buitenlandse schuld af te lossen. Soja leek hierbij in de toenmalige crisis en met de hoge prijs van soja op de wereldmarkt de oplossing. Het Amerikaanse Monsanto, een van de grootste zaaigoed- en bestrijdingsmiddelenproducenten ter wereld, kwam in 1996 naar Argentinië met aantrekkelijke beloftes. De door hen geproduceerde GM sojaboon zou de productie van soja vergemakkelijken en goedkoper maken, terwijl de oogsten zouden toenemen. Ze boden sterk gesubsidieerde GM sojazaden en glyfosaat aan, het onkruidbestrijdingsmiddel dat alles doodt, behalve de GM sojaboon. Argentijnse boeren waren onder de indruk en 90 procent van hen stapte over op het verbouwen van GM soja.
Sindsdien zijn de exporten in snel tempo toegenomen. Een derde van het totale areaal aan boerenland in Argentinië wordt anno 2003 gebruikt voor het verbouwen van GM soja. Dit betekent een stijging van 74, 5 procent ten opzichte van het jaar 1996/1997. De schattingen zijn dat dit percentage nog verder zal toenemen. Argentinië is zo, na de Verenigde Staten en Brazilië, de derde producent van soja geworden. Een van de afnemers is de Europese Unie die de GM soja als veevoer
gebruikt.
Tussen
wettelijkheid en werkelijkheid
Walter Lotens
Een reis naar Frans-Guyana
Een raketbasis in een ongezonde strafkolonie vol schurken en schorpioenen. Dat beeld van Frans-Guyana overheerst nog steeds. La Guyane is niet alleen onbekend maar ook zeer onbemind. Hoe ziet dat Frans stukje van de Wilde Kust, het enige euroland van
Zuid-Amerika, eruit?
Op mijn verzoek drukt de Franse grenswachter een stempel in mijn paspoort. De airco draait op volle toeren. De kleine internationale luchthaven van Rochambeau bij Cayenne beschermt zich tegen de bakoven van de tropen. "Als souvenir dan, want we zijn hier nog steeds in de Europese Unie", lacht de ambtenaar. Inderdaad, het grondgebied van bijna drie keer Nederland tussen Suriname en Brazilië is een stukje overzees Frankrijk in Zuid-Amerika. Stokbroden, camemberts, patés en Franse wijnen beheersen het dure horecalandschap. Om hun Europese levensstijl te kunnen voortzetten krijgen Franse ambtenaren 40 procent bovenop het salaris dat zij in de métropole, Frankrijk, zouden verdienen. Frans-Guyana is geen populaire reisbestemming. Ook niet voor de Fransen zelf. Vandaar die hoge lonen voor de metro's die hier als ruimtevaartspecialist, dokter, leraar, douanier of militair enkele luxueuze tropenjaren komen
slijten.
Met
Kuifje naar de Inca's
Dorien Dijkhuis
Kuifje kritisch bekeken
In het Kuifje-tweeluik De zeven kristallen bollen en De zonnetempel brengen zeven leden van een wetenschappelijke expeditie een Incamummie uit Peru mee. Op de eerste bladzijde vraagt een medetreinreiziger van Kuifje zich af: 'Wat zouden wij ervan zeggen indien de Egyptenaren of Peruvianen bij ons de graven van onze koningen kwamen openbreken? Let op mijn woorden, dat loopt nog slecht af.' Hergé tekende dit avontuur van Kuifje in de jaren veertig, toen het nog niet gebruikelijk was om dergelijke vragen te stellen. Nu zijn die heel actueel. Reden voor het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden om in de tentoonstelling Met Kuifje naar de Inca's de thema's die Hergé aansneed, kritisch te benaderen. LA Chispa bezocht de tentoonstelling en sprak met Laura van Broekhoven, conservator Midden- en Zuid-Amerika van het museum.
Het lijkt niet erg voor de hand te liggen, een tentoonstelling over de Inca's gebaseerd op een stripheld. Toch is deze keuze gemakkelijker te verklaren dan je in eerste instantie zou denken.
In de albums De zeven kristallen bollen en De Zonnetempel gaat Kuifje met zijn hondje Bobbie en Kapitein Haddock op zoek naar zijn verdwenen vriend Professor Zonnebloem. Deze blijkt betrokken geraakt te zijn bij de wraak van de Incavorst Rascar Capac, wiens mummie tijdens een hevig onweer uit zijn vitrine ontsnapt is. Kuifje komt terecht in het Incarijk waar hij Professor Zonnebloem bij de zonnetempel
terugvindt.
Projecties van verdrukking en culturele identiteit
Evert-Jan Quak
De Latijns-Amerikaanse videokunst is in opkomst. Voor veel jonge kunstenaars is de videocamera hét middel om kritiek te uiten op de samenleving. Zij worstelen voornamelijk met het politieke verleden van het continent. "De geschiedenis kunnen we simpelweg niet uitwissen", aldus videokunstenaar Éder Santos.
"Hij is de paus van Belo Horizonte", zegt een jonge Braziliaanse kunstenaar over Éder Santos. Als Santos deze vergelijking hoort, moet hij lachen. "Ik ben dan wel ouder dan de meeste andere videokunstenaars, de paus ben ik zeker niet: ík kan nog lopen." Santos (1960) geniet van de aandacht die hij krijgt van de jonge Latijns-Amerikaanse videokunstenaars. Vooral in de provinciehoofdstad Belo Horizonte van het district Minas Gerais, waar Santos al zijn hele leven woont, is door zijn toedoen de videokunst tot ontwikkeling gekomen. Santos: "Steeds meer jonge kunstenaars zoeken hun heil tegenwoordig in de experimentele videokunst. Dat juich ik zeer toe. Videokunst is een fantastisch medium om je gevoelens te registreren."
Santos wordt beschouwd als een van de pioniers van de nieuwe videokunst in Latijns-Amerika. Begin jaren zeventig experimenteerden de eerste Braziliaanse kunstenaars met het nieuwe medium. Hun videowerken hadden echter meer iets weg van registraties van evenementen. De onafhankelijke videokunst raakte in Brazilië pas in de jaren tachtig in een stroomversnelling. Santos heeft het allemaal van dichtbij meegemaakt. In 1984 maakte hij zijn eerste video's. Hoe technisch vernuftig zijn video's en installaties ook in elkaar zitten, Santos zal in zijn werk nooit pronken met de gebruikte techniek. "Het gaat mij niet om de techniek. Techniek is het middel tot een kunstwerk. Ik heb een hekel aan kunstenaars die de technische mogelijkheden verheffen tot het doel van hun kunstwerk. Dat laatste zie je tegenwoordig steeds vaker door toedoen van computers en digitale camera's. Het is gemakkelijker en goedkoper dan ooit om een video te maken. Het resultaat is dat de kwaliteit van veel werk belabberd is doordat visuele artisticiteit en inhoud pas op de tweede plaats komen."
|