info noticiashome

Met grote blijdschap en trots presenteert de redactie van LA Chispa haar driehonderdste nummer. 

 

 

Het volgende nummer van LA Chispa
zal eind maart/begin april 2004 verschijnen

Met daarin onder meer:

REDACTIONEEL
-
LA Chispa viert feest!

ACTUEEL
- Tien jaar Zapatistas
- Vrijhandel onder druk
- Nieuwe regering in Guatemala

THEMA 30 JAAR
- Dertig jaar Latijns-Amerika en LA Chispa
- Latinfeeling onder jongeren
- L.A. in cartoons
- Dertig jaar solidariteit
- Ontwikkelingsbeleid onder vuur

CULTUREEL
- Film: Kidnapping of Ingrid Betancourt
- Latino-muziek geen mainstream
- Kort Latijns-Amerikaans
- Index LA Chispa 2003
- Agenda


WAAROM MOET LA CHISPA BESTAAN?
- Alvaro Pinto
- Edwin Koopman
- Mariano Slutzky
- Michiel Baud
- Mariolein Sabarte Belacortu
- Stephan Parmentier


REDACTIONEEL     Maja Haanskorf
LA Chispa viert feest!

Met grote blijdschap en trots presenteert de redactie van LA Chispa haar driehonderdste nummer. 

We kondigden het in december vorig jaar al aan: Latijns-Amerika bestaat! Het is ons motto voor dit jubileumjaar. Het jaar waarin LA Chispa, met haar voorlopers, dertig jaar bestaat. Drie decennia waarin vrijwilligers met veel enthousiasme een uniek blad maakten. Nergens anders wordt zo uitvoerig en constant over het Latijns-Amerikaanse continent bericht. Ook in jaren dat het een 'vergeten continent' dreigde te worden, bleef LA Chispa trouw en ging onverdroten voort met haar berichtgeving. Niet star en dogmatisch, maar open en kritisch en altijd betrokken volgden wij de verwikkelingen in Latijns-Amerika. Revoluties kwamen en gingen voorbij, dictators ruimden het veld, de globalisering zette door, economieën stortten in, maar mensen veerden op. Jawel, er waaien weer frisse winden door het continent, nieuwe initiatieven krijgen vorm. Latijns-Amerika laat zich niet van de kaart vegen. 
La Chispa is er weer bij, met achtergrondverhalen en reportages. Met nieuwtjes en met duiding. Zoals u van ons gewend bent.

In dit extra dikke jubileumnummer speciale aandacht voor 'dertig jaar Latijns-Amerika'. Wat veranderde er in al die jaren, wat bleef hetzelfde? Wat trekt de jonge generatie aan in het continent, hebben jongeren er nog wel iets mee? Wat doet de Nederlandse overheid voor het continent en wat vinden de ontwikkelingsorganisties? Bestaat na dertig jaar de solidariteit nog wel? Wat weten wij eigenlijk van Latino-muziek? Wie zijn die mensen die zeggen een speciale band met het continent te hebben? Welke rol speelde LA Chispa al die jaren? Wat vinden lezers ervan?
Natuurlijk onthouden wij u niet een aantal belangrijke ontwikkelingen. Vrijhandelsverdragen die niet zo vlotjes van de grond komen, de hoop op betere tijden in Guatemala nu daar een nieuwe regering is aangetreden en het verhaal van de Zapatistas die ook een feestje te vieren hebben. En niet te vergeten het interview met de maakster van een film over de ontvoering van Ingrid Betancourt. U kunt de film nog zien op het filmfestival van Amnesty Intenational. 
Latijns-Amerika en LA Chispa zijn er klaar voor: op naar de volgende dertig jaar op de kaart!


EEN ONORTHODOXE BEWEGING   Kees Hudig
Tien jaar Zapatistas in Mexico

Je zou het niet zeggen, maar iets meer dan tien jaar geleden had nog niemand van de Zapatistas of subcommandant Marcos gehoord en was het bestaan van Chiapas de meeste wereldburgers onbekend. Precies op 1 januari 1994 toonden ze zich voor het eerst aan de buitenwereld, op de dag dat het NAFTA-vrijhandelsakkoord tussen de Verenigde Staten, Canada en Mexico in werking trad. Daarmee had deze onorthodoxe beweging zich letterlijk op de kaart gezet. Wat hebben zij in tien jaar bereikt?

Duizenden gewapende en gemaskerde indianen bezetten op 1 januari 1994 verschillende steden in de Zuid-Mexicaanse deelstaat Chiapas, waaronder het toeristencentrum San Cristóbal de las Casas. Het bericht ging razendsnel de wereld rond dat hier een vreemde opstand was uitgebroken. Gemaskerd gaven de opstandelingen interviews aan televisieploegen, waarin ze uitlegden dat ze besloten hadden om zich met hand en tand te verzetten tegen het die dag ingaande vrijhandelsakkoord NAFTA tussen de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Ook via internet, dat toen net in opkomst was, werden de eerste persverklaringen verspreid. Ze verklaarden de oorlog aan het neoliberalisme. Het NAFTA-akkoord zou de toch al zwakke positie van de inheemse groepen verder ondermijnen. Hun schaarse grondwettelijke rechten, zoals dat van de ejido, het collectief beheerde land, zouden van tafel worden geveegd.


VRIJHANDEL ONDER DRUK  Maja Haanskorf
Latijns-Amerika en de Verenigde Staten na Cancún

Het afgelopen jaar hebben vrijhandelsverdragen veel van hun glans verloren. De WTO-conferentie in Cancún is in een mislukking geëindigd. De laatste bijeenkomst in het kader van de ALCA, de geplande vrijhandelszone van Alaska tot Vuurland, heeft alleen een zogenaamde lichte versie van het beoogde verdrag opgeleverd. Bij de besprekingen tussen de Verenigde Staten en vijf Midden-Amerikaanse landen over de vorming van een onderlinge vrijhandelszone, de CAFTA, is Costa Rica voorlopig afgehaakt. De overige landen hebben wel een akkoord bereikt, maar de inhoud is nog geheim. In april moeten de afzonderlijke regeringen het verdrag ratificeren. Het verzet hiertegen groeit hard.

Het mislukken van de conferentie van de Wereld Handelsorganisatie (WTO) in Cancún zette in september vorig jaar de toon voor het denken over vrijhandel. Niet alleen verstokte andersglobalisten, maar ook respectabele neoliberale en kapitalistische regeringsleiders hebben nu hun bedenkingen bij een ongebreidelde invoering van wereldwijde vrijhandel. In Cancún slaagden landen uit het Zuiden er voor het eerst in om een vuist te maken tegen de landen uit het Noorden, met name de Verenigde Staten en de Europese Unie. Een groep van 22 landen, de G22, stelde gezamenlijk eisen op landbouwgebied. Als de VS en de EU niet toezegden het subsidiëren van hun eigen boeren te stoppen, wenste deze groep niet te spreken over andere punten op de agenda. Juist om die andere punten, zoals investeringsvrijheid, handel in diensten en intellectuele eigendom, was het de rijke landen te doen. De afloop is bekend. De G22 hield voet bij stuk en de conferentie eindigde in een patstelling. 
Hoewel deze afloop gezien kan worden als een overwinning van de zuidelijke landen, is het te voorbarig om te juichen. Op de eerste plaats was de G22 niet meer dan een gelegenheidscoalitie, die alweer uit elkaar is gevallen. Ook van de dertien Latijns-Amerikaanse leden heeft al ruim de helft zich teruggetrokken. De belangen van de landen zijn onderling te verschillend. Op de tweede plaats betekende het mislukken van Cancún dat de VS meer druk gingen uitoefenen op de landen van Latijns-Amerika. Allereerst om een continentale vrijhandelszone (ALCA) op te richten, maar ook om intussen vast zoveel mogelijk bilaterale en regionale akkoorden af te sluiten. De VS hebben hun lering getrokken uit Cancún. 


HET VOORDEEL VAN DE TWIJFEL  Maja Haanskorf
Nieuwe regering in Guatemala

Guatemala is het nieuwe jaar gestart met een nieuwe regering. Op 14 januari nam Oscar Berger van de GANA de scepter over van president Alfonso Portillo. De voormalige burgemeester van de hoofdstad, zakenman en eigenaar van een ranch, belooft werk, veiligheid en gerechtigheid. Of Berger, die met steun van het bedrijfsleven aan de macht is gekomen, dat kan waarmaken staat nog te bezien. Zoals een commentator stelde: 'Het kabinet moet niet vergeten dat het niet voor twintig families regeert, maar voor twaalf miljoen mensen die recht hebben op een menselijk bestaan.'

Na twee verkiezingsrondes kwam Oscar Berger van de GANA (Gran Alianza Nacional, een alliantie van drie partijen) met ruim 54 procent van de stemmen als winnaar uit de bus. Al in de eerste ronde op 9 november was Ríos Montt, de ex-genocidepleger, uitgeschakeld. Zijn partij, het FRG, heeft overigens wel de grootste afvaardiging in het parlement. Verwacht wordt dat de familie Montt achter de schermen de oppositie tegen de nieuwe regering zal aanvoeren. In de tweede ronde, op 28 december, was de keuze tussen Berger en Alvaro Colóm, de kandidaat van de UNE (Unidad Nacional de la Esperanza, de partij van de hoop). Met de steun van het bedrijfsleven en vooral stemmen uit de hoofdstad bleef Berger zijn rivaal met ruim 8 procent voor. 
Colóm kondigde aan een zogenaamd pacto de gobernabilidad te zullen sluiten tussen afgevaardigden van de GANA, UNE en PAN, om ervoor te zorgen dat het parlement goed kan functioneren. De bedoeling is een gezamenlijke agenda op te stellen met als hoofdpunt het uitvoeren van de Vredesakkoorden van 1996. Al snel stelde Berger de leden van zijn regeringsploeg voor. Naast ministers en staatssecretarissen zijn dat voorzitters van diverse regeringscommissies en dertien comisionados. Deze laatste functionarissen zijn een uitbreiding van het staatsapparaat. Zij vormen de verbinding tussen ministers en de president en moeten zorgen voor een betere coördinatie van grote bestuurlijke thema's, zoals veiligheid, defensie, investeringen, decentralisatie en modernisering van de staat. 


TUSSEN HOOP EN VREES  Jan de Kievid
Dertig jaar Latijns-Amerika en Alerta/LA Chispa 

Wat veranderde in Latijns-Amerika de afgelopen dertig jaar en wat bleef hetzelfde? Wat gaf hoop en wat bracht teleurstelling? En hoe reageerden LA Chispa en haar voorlopers? De langst zittende redacteur schetst de belangrijkste ontwikkelingen op een revolutionair continent, waar voor veel mensen te weinig is veranderd.

De eerste nummers van het Inca-Bulletin, de voorloper van LA Chispa, rolden in 1974 van de stencilmachine. Sindsdien zijn Latijns-Amerika en de Cariben op het eerste gezicht onherkenbaar veranderd. In 2004 kennen bijna alle 22 landen één of andere vorm van democratie, al is de kwaliteit daarvan vaak mager. In strikte zin is alleen Cuba niet democratisch. Over socialisme en revolutie praat bijna niemand meer.
Hoe anders was het dertig jaar geleden. Vijftien landen waren militaire dictaturen, vaak van een nieuw type. De heersers waren geen klassieke caudillos meer die elkaar om beurten afzetten met semi-democratische intermezzo's, maar militairen die als institutie de macht hadden gegrepen om het 'linkse gevaar' uit te schakelen. Met geweld legden ze een nieuw economisch beleid op ten gunste van de economische machtsgroepen. Ze kregen steun van de Verenigde Staten, die soms protesteerden als er te openlijk werd gemoord of gemarteld. 
Van de zeven democratieën heerste in Colombia een burgeroorlog, gleed Argentinië in chaos af naar de staatsgreep van 1976 en was Mexico praktisch een éénpartijstaat. Alleen Costa Rica, Venezuela, Jamaica en Trinidad en Tobago golden als redelijk democratisch.
Des te meer werd er gepraat over revolutie. Latijns-Amerika had de reputatie van revolutionair continent. Che Guevara was al in 1967 door het Boliviaanse leger vermoord en bijna overal was de guerrilla mislukt. Maar de Cubaanse revolutie van 1959 was nog steeds een linkse inspiratiebron. Voor de VS bleef zo'n revolutie een schrikbeeld, dat met alle middelen voorkomen moest worden. 
Terwijl democratie en mensenrechten er beroerd voor stonden, toonde de redactie van het Inca-Bulletin, uitgegeven door het Chili Komitee en later Chili-Bulletin geheten, zich optimistisch. In maart 1974, een half jaar na de staatsgreep in Chili, schreef het Inca-Bulletin: 'Het volk sluit zich steeds meer aaneen. Verder worden de scheuren in het rechtse blok steeds groter.' De verkiezingsoverwinning van Allende in Chili in 1970 had veel mensen hoop gegeven. Ook leek de staatsgreep in Peru in 1968 door hervormingsgezinde nationalistische generaals perspectief te bieden op minder buitenlandse afhankelijkheid en meer sociale rechtvaardigheid. Veel hervormingen mislukten echter en met een nieuwe coup van rechtse militairen in 1975 was alle hoop de grond ingeboord. 
Het Chili-Bulletin werd in 1978 verbreed tot Alerta. De landencomités verenigd in Alerta bleven optimistisch. In september 1978, na vijf jaar Chileense dictatuur, schreef een redacteur: 'Pinochets macht brokkelt af'. En in oktober 1978 over Peru: 'Bij de bevolking is het politiek bewustzijn dat er een socialistische revolutie noodzakelijk is alleen maar toegenomen.' 

Nieuwe samenleving
De echte revolutionaire brandhaarden lagen dichter bij de Verenigde Staten. In 1979 wist het Sandinistisch Bevrijdingsfront na een jarenlange guerrilla de Nicaraguaanse familiedictatuur van de Somoza's, altijd gesteund door de VS, te verdrijven. Vreugde bij Alerta: in 'bevrijd Nicaragua is hoop voor de toekomst', schreef het blad. 
Er leek ook perspectief te gloren voor andere landen met linkse guerrillabewegingen. In 'Er waart een spook door Centraal-Amerika' meldde Alerta dat de bourgeoisie van Guatemala haar geld al in het buitenland in veiligheid bracht. Nog steeds in 1979 schreef Alerta: 'El Salvador: de volgende?'
Volgens Alerta namen overal de maatschappelijke tegenstellingen toe, terwijl de oppositie tegen de rechtse dictaturen tot meer eenheid wist te komen. Vaak raakte de 'bewustwording in een stroomversnelling' of toonde de bevolking haar 'toenemende strijdvaardigheid'. Begin 1981 was de 'volksopstand El Salvador in volle gang'. Alerta berichtte enthousiast over door de guerrilla bevrijde gebieden, die 'zijn te beschouwen als de kiemen voor een nieuwe samenleving die in de toekomst in het gehele land de oude moet gaat vervangen.' 
El Salvador was in Nederland vooral nieuws door de moord in 1980 op aartsbisschop Romero, die de mensenrechtenschendingen aanklaagde, en de moord op vier IKON-journalisten in 1982. Met de revolutie liep het in El Salvador echter minder vaart dan het El Salvador Komitee Nederland via Alerta wilde doen geloven. De eenzijdige berichtgeving en de suggestie dat de overwinning binnen handbereik was, zijn in 1985 in Alerta in een redactioneel commentaar bekritiseerd. 

Wonderen
Tussen 1978 en 1990 maakten in ruim tien landen de militairen plaats voor gekozen burgerregeringen. Soms trokken de generaals zich terug in hun kazernes als hun economisch beleid had gefaald. Een enkele keer werden ze door grote acties daartoe gedwongen, zoals in Bolivia in 1982. De Argentijnse generaals hadden hun eigen graf gegraven door in 1982 de Malvinas-eilanden, een Engelse kolonie met 1800 mensen en een miljoen schapen, aan te vallen en die oorlog te verliezen. 
In Brazilië en Chili hielden de militairen de regie stevig in handen, al leek het in Chili even anders te lopen. Daar was in 1983 massaal verzet, en Alerta gaf Pinochet nog maar enkele maanden. Daarna volgde in Chili en bij Alerta de teleurstelling. In augustus 1984 luidde het: 'Tenzij er wonderen gebeuren, zal Pinochet niet al in 1984 het veld ruimen.'
Die wonderen bleven uit. Alerta waagde zich niet meer aan voorspellingen over wat Jan van der Putten, correspondent van de Volkskrant, de 'alsmaar uitblijvende aanstaande val van Pinochet' noemde. Chili zou pas in 1990 het rijtje van overgangen naar democratie sluiten. Pinochet was nog steeds niet gevallen, maar was in 1988 bij een zelfverzonnen volksstemming als president weggestemd. De generaal had echter ook bepaald dat hij tot 1998 (als 82-jarige!) onafzetbaar commandant van de landmacht kon blijven. 
Verrassend was de val in 1986 van de Duvalier-dictatuur op Haïti. In dit armste land van Latijns-Amerika kwam daarvoor weinig goeds in de plaats. Haïti was het enige land dat in 1991 voor enkele jaren een regelrechte terugval in een militaire dictatuur beleefde. In 1989 werd in Paraguay de laatste der klassieke dictators, Stroessner, na 35 jaar alleenheerschappij afgezet. 

Minder angst
Veel linkse partijen herzagen ingrijpend hun opvatting over democratie. Jarenlang had de tegenstelling tussen kapitalisme en socialisme centraal gestaan en hadden ze zich laatdunkend uitgelaten over de 'burgerlijke' en 'formele' democratie. Door de verschrikkelijke ervaringen met de militairen werd de hoofdtegenstelling die tussen dictatuur en democratie. Ook een nog beperkte democratie moest principieel verdedigd worden. Socialisme en revolutie raakten bij de meeste linkse partijen op de achtergrond. Vroegere revolutionairen en oud-guerrillastrijders vormden zich om tot sociaal-democraten, die in de regering soms zelfs neoliberale maatregelen doorvoerden.
Bijna altijd wisten de militairen in de jaren tachtig berechting van hun misdrijven te ontlopen. Alleen in Argentinië, het land van zeker 20 duizend vermisten, kwam het tot processen en veroordelingen van militairen. Die hadden na hun mislukte Malvinas-avontuur een zwakke positie. Lang duurde dat niet. Onder druk van militaire opstandjes verleende president Menem in 1989 alle veroordeelden gratie. Volgens Alerta was zonder gerechtigheid geen stabiele democratie mogelijk. Met het toegeven aan de militairen in Argentinië was 'een kiem gelegd voor nieuwe militaire dictaturen.'
Natuurlijk was Alerta blij met democratisering. Er was meer vrijheid en minder angst. Maar het blad had aanvankelijk weinig vertrouwen in de houdbaarheid van de nieuwe democratieën. Militairen behielden vaak machtsposities en de gekozen regeringen hadden de bevolking weinig te bieden in de economische crisis van de jaren tachtig. Daarom schreef Alerta eind 1985 over 'uiterst kwetsbare democratieën van porselein.' 

Laatste strohalm
Alerta - en velen in Latijns-Amerika zelf - hadden hun vertrouwen in de traditionele politieke partijen grotendeels verloren. Dat waren vaak autoritaire en dogmatische mannenclubs, die ver afstonden van de bevolking. Tijdens de dictaturen waren nieuwe sociale bewegingen ontstaan, onder meer van volksbuurtbewoners, vrouwen, actieve kerkleden, jongeren en arbeiders. Deze groepen stonden vooraan in de strijd tegen de dictatuur. Zij - en meer nog sympathiserende buitenstaanders als Alerta - verwachtten een hoofdrol te krijgen bij de vormgeving van de nieuwe democratie, die veel participatiever zou worden. 
Dat viel echter behoorlijk tegen. De procedurele mannenpolitiek herstelde zich snel en sociale bewegingen raakten gemarginaliseerd. Terwijl in die bewegingen opvallend veel vrouwen actief waren, drongen zij zelden door tot de hogere politieke regionen. Alerta verwerkte haar teleurstelling in 1990 met een themadeel 'Nieuwe sociale bewegingen: de laatste strohalm.' 
In sommige landen hadden de gekozen bestuurders hun greep op de gang van zaken vrijwel verloren. Zij konden of wilden weinig tegenweer bieden aan militairen, die onder het voorwendsel van de strijd tegen 'terrorisme' of de drugsmaffia linkse tegenstanders of de indiaanse bevolking uitmoordden. In Peru voerde Sendero Luminoso sinds begin jaren tachtig een strijd om de bestaande staat en samenleving te ondermijnen, waarbij ze niemand ontzag. Het leger greep de acties van Sendero aan om haar eigen moordpartijen te rechtvaardigen en haar machtspositie te versterken. Na aanvankelijke aarzeling werd Alerta zeer kritisch over Sendero toen bleek dat de guerrillero's geen enkel respect hadden voor progressieve boerenorganisaties. 
De etnische genocide in Guatemala ging onverminderd voort toen na jaren van directe militaire heerschappij in 1986 een burgerpresident was gekozen. Alerta sprak van de 'facelift van een militaire dictatuur' en bleef de massamoorden aan de kaak stellen. Die kenden in Latijns-Amerika hun weerga niet, maar drongen in Nederland nooit tot een breed publiek door.

Verloren decennium
Economisch werden de jaren tachtig een 'verloren decennium' genoemd. Latijns-Amerika werd meegesleept in de wereldcrisis. Het jaar 1982 was economisch het slechtste sinds een halve eeuw. Mexico kon haar schulden niet betalen. De VS en het IMF legden snel een noodverband, maar de kwaal werd niet genezen. Landen die aanklopten bij IMF of Wereldbank moesten onder het juk door: bezuinigen op overheidsuitgaven, privatisering van staatsbedrijven en openstelling voor buitenlandse goederen en kapitaal. Meer dan voorheen gold het recht van de sterkste. De werkloosheid steeg en de lonen daalden. Steeds meer mensen moesten hun toevlucht zoeken in de onzekere informele sector. Bij protesten tegen het nieuwe beleid vielen in de Dominicaanse republiek en Venezuela honderden doden. 
In de economische crisis werd het verbouwen en verhandelen van coca voor de Andeslanden een levensnoodzaak. Door de cocaconnectie konden geweld en corruptie zich nog dieper wortelen. De VS grepen het aan om een niets ontziende War on Drugs te ontketenen.
De grote broer uit het noorden maakte zich ernstige zorgen over het onkruid in de achtertuin, zoals in 1979 in Nicaragua. President Reagan startte een dolgedraaide kruistocht tegen wat hij noemde de 'Sandinistische dictatuur'. De contra's die het nieuwe Nicaragua ontwrichtten, door de VS betaald en gewapend, waren volgens Reagan 'vrijheidsstrijders'. De fixatie op het straatarme landje met drie miljoen inwoners ging het hele Latijns-Amerikabeleid van de VS beheersen. Nu de Cubaanse revolutie verstard was, werd Nicaragua voor Amerika het schrikbeeld en voor een deel van Latijns-Amerikaans links een inspiratiebron. Aan dat laatste wijdde Alerta in 1987 een positief gestemd themadeel. Een geïnterviewde Chileen sprak van 'een grote morele stimulans. Het maakt duidelijk dat geen enkele dictatuur onoverwinnelijk is.'
Door de burgeroorlog kwam van het opbouwen van een rechtvaardige samenleving weinig terecht. De droom van Nicaragua viel definitief aan diggelen toen de bevolking de Sandinisten wegstemde begin 1990, als kritiek op hun beleid, maar vooral beseffend dat met een rechtse regering een eind zou komen aan het bloedvergieten. Sindsdien is Nicaragua weer een gewoon arm Midden-Amerikaans land. 

Bemoeienis 
De jaren negentig waren in Latijns-Amerika minder spectaculair. De Nederlandse aandacht voor het continent verslapte, mede door de val van de Berlijnse muur. Een deel van Latijns-Amerikaans links verkeerde in verwarring. Alerta citeerde begin 1990 politici die spraken over 'samen het gebied van onze onzekerheden verkennen' en 'een tijd van meer vragen dan antwoorden.' 
Voor de redactie van Alerta, die in 1999 fuseerde met het Nederlands/Belgische blad América Ventana tot LA Chispa, viel er minder te juichen of te omarmen. De redactie had inmiddels gekozen voor een meer journalistieke benadering. Het geïsoleerde Cuba was als inspiratiebron opgedroogd. Alerta had tot 1990 nauwelijks over Cuba geschreven. Vanaf 1990 gebeurde dat wel, met kritische stukken over het 'tandvlees van de revolutie' en de oude Castro die veel te lang is doorgelopen en uiteindelijk zal worden gediskwalificeerd. 
Soms uit eigen overtuiging, vaker gedwongen door het IMF, stapten nu vrijwel alle landen over op een neoliberaal beleid. Ook kwamen er onder druk van de VS steeds meer vrijhandelsakkoorden. Dat leidde meestal tot enige economische groei - het 'verloren decennium' was voorbij - maar minder dan in de jaren zeventig. Het lukte om de soms torenhoge inflatie te beteugelen. Maar met de globalisering nam ook de afhankelijkheid van de rijke landen toe, bleef de werkloosheid hoog en groeide de informele sector. Overal werd de ongelijkheid groter: tussen sociale klassen, tussen regio's en tussen moderne en traditionele bedrijven. 
Alerta en LA Chispa hebben zich steeds kritisch over dit beleid getoond. Dertig jaar lang is ook het wantrouwen tegen de bemoeienis van de VS gebleven. Volgens een redactioneel commentaar in 2002 hoeft de CIA geen geheime operaties meer uit te voeren, omdat de markt zijn werk doet. Daardoor worden in het nauw gedreven landen wel gedwongen in te gaan op de wensen van de VS. Vandaar de waardering voor landen en personen die zich verzetten tegen de Amerikaanse dominantie, ook als ze wat doldriest optreden, zoals de populistische Venezolaanse president Chávez. 

Ongebroken porselein 
Des te verrassender was het dat in zulke omstandigheden de democratieën overeind bleven. Alerta schreef in 1993 met een zekere verbazing over 'het ongebroken porselein van de democratie.' Nooit eerder waren zoveel landen zo lang min of meer democratisch. In Mexico moest regeringspartij PRI na 71 jaar voor het eerst de overwinning van een oppositiekandidaat erkennen in 2000. Na jarenlange onderhandelingen kwam er met de vredesakkoorden een einde aan de burgeroorlog in El Salvador in 1992 en Guatemala in 1996. Ook in Peru nam het geweld af nadat het leger Sendero Luminoso had uitgeschakeld. Hoewel het in veel landen een 'democratie zonder burgerschap' of een 'leugendemocratie' was, zoals LA Chispa beschreef. 
De misdrijven van de militaire dictaturen leken onbestraft of zelfs onbekend te blijven. Maar tegen de millenniumwisseling kwam er een verrassende ommekeer. Argentijnse generaals kregen huisarrest wegens het roven van kinderen van 'verdwenen' moeders. Pinochet zat vanaf eind 1998 anderhalf jaar in Londen door een Spaans arrestatiebevel. In 1999 verscheen het indrukwekkende waarheidsrapport over Guatemala, waar in 36 jaar door militairen en veiligheidsdiensten 200 duizend mensen waren omgebracht. Het rapport over Peru volgde in 2003. Hier waren 70 duizend doden te betreuren, slachtoffers van Sendero en de militairen. Zelfs Uruguay kwam in 2003, achttien jaar na de dictatuur, met een rapport over de vermisten. Niet dat de schuldigen op grote schaal zijn veroordeeld of zullen worden, maar het tekent een veranderd klimaat. LA Chispa gaf een redactioneel uit deze tijd de titel 'Felicitaties en blijdschap.' 
Inheemse bevolkingsgroepen gingen zich nadrukkelijker manifesteren. Spectaculair was hoe de inheemse beweging in de arme Mexicaanse deelstaat Chiapas naar buiten trad op 1 januari 1994, niet toevallig de dag dat het vrijhandelsakkoord NAFTA tussen de VS, Canada en Mexico in werking trad. Volgens de Zapatistas zou vrijhandel rampzalig zijn voor de arme inheemse boeren. Ze verwierven wereldwijd sympathie. Er werd gesproken over een derde guerrillagolf, na de eerste van Cuba en Che Guevara en de tweede in Midden-Amerika in de jaren zeventig en tachtig. De beweging vond echter geen navolging in andere landen. Ook zijn de eisen van de Zapatistas nog lang niet ingewilligd (zie elders in dit nummer). 
Inheemse groeperingen speelden ook een belangrijke rol bij het wegjagen van een Ecuadoriaanse president in 2000. De leider van de cocaboeren Evo Morales won in 2002 bijna de verkiezingen in Bolivia. En na de roemloze aftocht van de autoritaire Fujimori kozen de Peruanen in 2001 de indiaanse Alejandro Toledo tot president. 

Volksjongen 
De hoge verwachtingen van sociale bewegingen zijn bijgesteld, maar die bewegingen zijn niet verdwenen. Ondanks terreur van grootgrondbezitters had de Braziliaanse landlozenbeweging MST succes met landbezettingen. De MST is verwant aan een ander fascinerend Braziliaans verschijnsel, de PT (Arbeiderspartij). De PT was voortgekomen uit het verzet tegen de militaire dictatuur als een partij van een nieuw, breed georiënteerd niet dogmatisch links. Haar leider Lula won in 1989 bijna de presidentsverkiezingen. In 2002 werd hij, inmiddels gematigder geworden, door een grote meerderheid tot president gekozen. Voor het eerst nam een volksjongen plaats op het presidentiële pluche. LA Chispa reageerde enthousiast met 'Lula: hoop in bange dagen', hoewel hem 'een zware taak wacht.'
Op Colombia na, waar gewapende conflicten zich los van oorspronkelijke politieke doelstellingen voortslepen, zijn de burgeroorlogen beëindigd en de militaire dictaturen verdwenen. Helaas is daarmee het geweld niet uit de samenleving verdwenen, maar juist een alledaags verschijnsel geworden. Dat heeft te maken met de georganiseerde drugshandel, maar ook met armoede en ongelijkheid. De formeel democratische instellingen hebben daaraan nog weinig kunnen veranderen. Dat is ongetwijfeld een reden waarom volgens de grootschalige enquête Latinobarómetro van 2003 slechts een kwart van de Latijns-Amerikanen tevreden is over het functioneren van de democratie. 

Armoede
Er is in dertig jaar veel veranderd in Latijns-Amerika. Veel meer mensen hebben het platteland verlaten. Ruim driekwart van de bevolking woont in steden, tegenover 60 procent begin jaren zeventig. Het katholicisme is minder dominant door de successen van protestantse kerken, hoewel godsdienst belangrijk is gebleven. Het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking is toegenomen, zij het veel minder dan in Azië. Analfabetisme is gedaald van eenkwart naar eentiende deel van de bevolking, de levensverwachting is gestegen tot zeventig jaar en de zuigelingensterfte is gehalveerd. De totale bevolking groeide van ruim 300 naar meer dan 500 miljoen, maar het gemiddeld aantal kindertal per vrouw is gehalveerd. 
Op het eerste gezicht is dus duidelijk sociale vooruitgang geboekt. Maar veel mensen hebben daar weinig van gemerkt. De sociale ongelijkheid is groter en gewelds- en drugsproblemen zijn in de hele samenleving doorgedrongen. Door de informalisering van de arbeidsmarkt kan de vakbeweging geen vuist meer maken voor de armste groepen. Volgens CEPAL, de economische commissie voor Latijns-Amerika van de Verenigde Naties, leven nog steeds 220 miljoen mensen, 43 procent van de Latijns-Amerikanen, in armoede. Daarvan zijn er 55 miljoen ondervoed. Geen wonder dat in de Latinobarómetro de markteconomie nog lager scoort dan de democratie. Voor veel mensen is er dus juist te weinig veranderd. Ondanks de 'revolutionaire' reputatie van het Latijns-Amerikaanse continent. 


EEN ONGRIJPBARE PASSIE  Brechtje van Riel
Latinfeeling onder zes jongeren

Latijns-Amerika is hip. Vooral onder jongeren. Even op vakantie naar Mexico is niet vreemd meer. Talencursussen en vrijwilligerswerk zijn gewilde activiteiten om de studie te onderbreken en bijna iedereen heeft wel eens geprobeerd de salsa te dansen. Daarnaast zijn er ook jongeren die zich 'serieus' met het continent bezighouden. Zes jongeren die in hun studie voor Latijns-Amerika gekozen hebben, vertellen over hun motivatie en hun doelen.

Een toevalstreffer. Zo kun je de studiekeuze van de zes jongeren die zich voor dit artikel lieten interviewen omschrijven. Martine ging na haar middelbare school een jaar naar Ecuador om Spaans te leren. "Daar ben ik verliefd geworden op Latijns-Amerika. In principe had het elk ander continent kunnen zijn. Als je eenmaal ergens bent geweest, dan is zo'n land iets moois dat je meedraagt." Na lang denken kan ze toch iets specifieks noemen dat haar trekt in Latijns-Amerika: "Ik vind de indianencultuur in Ecuador heel boeiend. Wat er nog bewaard is gebleven en wat verloren is gegaan. Het is interessant dat sommige mensen heel trots zijn op hun afkomst, terwijl anderen die het liefst ontkennen. Ze willen gewoon Ecuadoriaan zijn."
Anna wilde eigenlijk naar Australië, maar belandde via haar vader als vrijwilligster bij een schildpaddenproject in Costa Rica. Ze reisde vervolgens door Nicaragua, Panama en Venezuela. Na een jaar lerarenopleiding Spaans, trok Latijns-Amerika toch en ging ze naar Leiden. Ook al weet ze niet waarom, ze heeft het idee goed gekozen te hebben. "Het wordt steeds interessanter. Op dit moment volg ik een aantal vakken over de interventies van de Verenigde Staten in Latijns-Amerika. Ze hebben zich echt overal mee bemoeid." 


DERTIG JAAR SOLIDARITEIT  Hans van Heijningen

Als onderdeel van de activiteiten rond de herdenking van de staatsgreep in Chili, vond op 20 september 2003 in Paradiso een manifestatie plaats onder de titel De kracht van de solidariteit. In onderstaande toespraak legt Hans van Heijningen een link tussen solidariteit in Nederland en in Latijns-Amerika. 

"Op het persoonlijke niveau is solidariteit het moeilijkst te realiseren en tegelijkertijd het makkelijkst te meten. Onder het motto 'Hoe groot is jouw wereld?' vond onlangs een met overheidssubsidie gerealiseerd project plaats. Daarmee werd beoogd de grenzen van jongeren te verleggen en hen warm te maken voor ontwikkelingssamenwerking, dat meer en meer iets is geworden voor oudere mensen. Betrokkenheid, solidariteit betekent keuzes maken. Binnen Nederlandse verhoudingen kom je dan uit op de vraag of je wel of niet iets doet wanneer het mis gaat met de buurvrouw. Of je wel of niet opkomt voor een man in de tram die bedreigd wordt door een groepje jongeren. Of je wel of niet op de bres staat voor collega's die het minder getroffen hebben dan jij.

In Chili, Argentinië en Uruguay ging het dertig jaar geleden - net als bij ons in de oorlog - om de vraag of je 's avonds laat al dan niet de deur opendeed als tijdens een politierazzia je buurman op de deur klopte. Of je iemand van wie je wist dat hij je in problemen kon brengen wel of geen lift gaf. Of je voor iemand die aan de goede kant stond een pakketje naar de andere kant van de stad wilde brengen.


'AAN ELKAAR VERPLICHT'  Maja Haanskorf 
Ontwikkelingsbeleid onder vuur

Na het verschijnen van de nota Aan elkaar verplicht in het najaar van 2003, is de discussie over het Nederlandse ontwikkelingsbeleid begonnen. In kringen van ontwikkelingsorganisaties klonk zowel instemming als kritiek. In deze LA Chispa kunt u kennisnemen van de hoofdpunten van de overheidsnota. Daarna vertellen de medefinancieringsorganisaties Hivos en Cordaid wat hun belangrijkste kritiek is op het voorgestelde beleid voor Latijns-Amerika. 

De toonzetting van de beleidsnota Aan elkaar verplicht. Ontwikkelingssamenwerking op weg naar 2015 klinkt al meteen in de inleiding. Daar wordt gerept van de vermaatschappelijking van ontwikkelingssamenwerking (OS). Het is in de visie van CDA-minister Agnes van Ardenne een zaak van zowel de overheid als van de burger. Zoals zij tijdens een lezing voor studenten internationale betrekkingen in Utrecht zei: "OS is van ons allemaal. De rol van de staat is doorgeschoten, er heerst een sfeer waarin het collectieve verantwoordelijkheidsgevoel is afgeschoven op de staat. In mijn visie kan OS alleen maar floreren wanneer het gedragen wordt door de overheid, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties." In de nota gaat het over partnerschap en samenwerking, met bedrijven, kenniscentra of met wie ook maar een bijdrage kan leveren. 


THE KIDNAPPING OF INGRID BETANCOURT  Brechtje van Riel
Interview met regisseuse Karen Hayes

Precies twee jaar geleden, op 23 februari 2002, werd de Colombiaanse presidentskandidate Ingrid Betancourt ontvoerd door leden van de guerrillabeweging FARC, de revolutionaire strijdkrachten van Colombia. Haar familie ontving tweemaal via videobeelden een teken van leven. De laatste keer in augustus vorig jaar. Sindsdien is het stil. De documentaire The kidnapping of Ingrid Betancourt van de Amerikaanse Victoria Bruce en Karen Hayes, volgt de familie van Betancourt in haar poging Ingrids verkiezingscampagne af te maken.

Januari 2002. Campagnetijd voor de Colombiaanse verkiezingen die in mei gehouden zullen worden. Een energieke, vriendelijke en knappe vrouw deelt op kruispunten in Bogotá Viagra uit aan stilstaande automobilisten. "Laat uw stem als Viagra voor Colombia zijn", voegt ze de hoofdzakelijk mannelijke bestuurders toe. Breed lachend nemen deze het pakketje in ontvangst. Het zijn archiefbeelden van Betancourts campagne, een maand voordat ze ontvoerd wordt.
Mei 2002. Dag van de verkiezingen. Juan Carlos Lecompte, de echtgenoot van Betancourt loopt met een levensgroot kartonnen bord met een foto van zijn vrouw door de stad. Onderweg probeert hij op het laatste moment mensen over te halen vandaag voor Ingrid Betancourt en haar partij Oxígeno te stemmen. Een verslaggeefster neemt nog even een interview met hem af. Aangekomen op het stembureau laat hij het kartonnen bord op zichzelf stemmen.


LATINO MUZIEK NOG STEEDS GEEN MAINSTREAM Peter Desmet 

Muziek uit Latijns-Amerika, het is af en toe te horen bij ons op de radio. Maar anno 2004 wordt latino-muziek nog steeds niet voor vol aangezien door het grote publiek, en evenmin door producers, programmeurs en journalisten. Een overzicht van een halve eeuw passie, ritme en exotische muziekjes in het westen.

Het was in de jaren veertig en vijftig dat verscheidene Latijns-Amerikaanse muziekstijlen hun intrede deden in het westen. Zo werd de Argentijnse tango plotseling een enorme rage. Vooral het oude Europa viel als een blok voor deze muziek vol passie en tragiek, afkomstig uit de sloppenwijken en sjofele havenbuurten van Buenos Aires. 
Iets dergelijks deed zich voor in de Amerikaanse jazz. Legendes als Dizzy Gillespie realiseerden zich dat amper tweehonderd kilometer ten zuiden van Florida, in Cuba, de meest ritmevaste muzikanten te vinden waren. Spoedig vonden tientallen Cubaanse musici, vooral slagwerkers, hun weg naar de beroemde Amerikaanse jazzorkesten. Zo werd de latin-jazz geboren, een genre dat tot op heden bestaansrecht heeft.
Een ander fenomeen uit de jaren veertig en vijftig waren de Hollywood-films. De televisie bestond nog niet, dus zorgden de filmzalen voor de nodige verstrooiing. Muzikale films waren het neusje van de zalm, liefst met nieuwe exotische muziekjes. Uit Brazilië werd de Portugees-Braziliaanse Carmen Miranda naar Hollywood gehaald om de samba te zingen en dansen, waarbij ze hoeden droeg met een hele fruitkorf erop. De Cubaanse mambo, een afgeleide van de son, werd een wereldsucces dankzij Pérez Prado. Deze Cubaan koos Mexico als uitvalsbasis om in de VS en Europa een ware mambogekte te ontketenen. De Catalaan Xavier Cugat pikte ook een graantje mee van het mambosucces, door de uitbundige ritmes in een paar Hollywood-films binnen te loodsen. Zelfs Bing Crosby en Fred Astaire waagden zich eraan. 



Boek over Mexico cadeau voor nieuwe abonnees!

Omdat het feest is geeft LA Chispa aan de eerste tien
nature abonnees een cadeautje. Zij ontvangen het boek Casino Mexico. 
Winnaars en verliezers van de globalisering door Bertram Zagema. 
Een spraakmakend boek, uitgegeven door Lemniscaat. 
Wees er dus snel bij! U kunt zich per e-mail of 
per post aanmelden als abonnee.


Waarom moet LA Chispa bestaan? Alvaro Pinto

"LA Chispa, het enige blad dat in zijn geheel is gewijd aan Latijns-Amerika, informeert goed en probeert daarmee de betrokkenheid met het continent vast te houden. Die betrokkenheid is in Nederland tanende. Ontwikkelingssamenwerking wordt afgebouwd, en de politieke betrokkenheid is heel mager. Nederland zou juist speciale aandacht moeten hebben voor de drugsproblematiek of de problemen van de cocaboeren. We kunnen er veel meer diplomatie op toepassen, maar steeds meer diplomatieke posten worden gesloten. Zelf ben ik vanuit het Instituut voor Meerpartijendemocratie (IMD) betrokken bij Guatemala en Bolivia. Er is niet veel belangstelling voor het bemiddelende werk dat wij gedaan hebben. Het grootste gevaar is dat de kennis over Latijns-Amerika verdwijnt, dat er een witte vlek ontstaat in Nederland als het over dit continent gaat. Daar ben ik nog het meeste bang voor."

Alvaro Pinto, voormalig internationaal secretaris van de PvdA


Waarom moet LA Chispa bestaan?  Edwin Koopman

"Jubileumnummers, ze verschijnen iedere vijf jaar. De honderdvijftigste LA Chispa, vijftien jaar geleden nog Alerta geheten, ging nog eens 'Op zoek naar Latijns-Amerika' en concludeerde dat deze speurtocht al vijftien jaar lang een blad had opgeleverd. In het tweehonderdste nummer werd nog eens bekeken in hoeverre 'De droom van Bolívar' om te komen tot één grote Latijns-Amerikaanse natie realiteit was geworden. In het 'Reactioneel' (de letter d was weggevallen) werd enthousiast gemeld dat de verwezenlijking bijna op handen was met de ALCA, de vrijhandelszone van Alaska tot Vuurland. Al kostte de suggestie dat Bolívar een globalist was naar verluidt de nodige abonnees. Honderd nummers later blijkt Bolívars droom nog altijd een droom te zijn. Maar er is een zekerheid voor in de plaats gekomen: 'Latijns-Amerika bestaat.' Dat is belangrijke informatie. Want het geeft zin aan de zoektocht die nog vele jubileumnummers kan doorgaan. En dat is een grote geruststelling."

Edwin Koopman, journalist bij onder meer de Wereldomroep en dagblad Trouw


Waarom moet LA Chispa bestaan? Mariano Slutzky

"Als je kijkt naar andere geschreven media, merk je maar al te vaak dat die amper nog informeren over Latijns-Amerika. Terwijl ze vaak over meer middelen beschikken dan LA Chispa! Latijns-Amerika lijkt bij hen van de aardbol te zijn verdwenen. Hierin is voor LA Chispa een belangrijke rol weggelegd.
Ik ben daarnaast zeer gecharmeerd van de toegankelijkheid van de artikelen in LA Chispa en de aantrekkelijke lay-out. Maar misschien wel het meest belangrijke is iets dat heel simpel lijkt: LA Chispa komt nog altijd uit. Soms vergeet je dat dit niet vanzelfsprekend is. Nederland is ontzettend apolitiek en onbetrokken geworden vergeleken met een aantal decennia geleden. Solidariteit is voor mensen van mijn generatie een begrip, maar tegenwoordig allang niet meer. Vrijwilligers vind je amper nog, maar wel bij LA Chispa. Ik vind dat bijzonder en noemenswaardig."

Mariano Slutzky, publicist en freelance journalist


Waarom moet LA Chispa bestaan? Michiel Baud

"Voor Nederlandse politici is Latijns-Amerika een ver en onbegrijpelijk continent. Het zou welvarend moeten zijn, en dus zijn de armoede en het geweld niet het gevolg van onderontwikkeling, maar van corruptie, incompetentie en gebrek aan solidariteit. 'Laat ze het zelf maar oplossen', is daarom de houding van de Nederlandse politiek. Alleen Bolivia en Nicaragua krijgen om historische redenen nog aandacht. Betreurenswaardig, want de Nederlandse samenleving heeft de afgelopen decennia veel belangstelling voor Latijns-Amerika getoond.
Er lijkt nu enige verandering in te komen. Dat de minister voor ontwikkelingssamenwerking, Agnes van Ardenne, onlangs naar Colombia en Centraal-Amerika reisde, is veelbetekenend. Ook in de Tweede Kamer lijkt het continent weer op de kaart te staan. Kort na de teleurstellende Latijns-Amerikanotitie van 2002 hebben de parlementariërs de minister gevraagd opnieuw haar beleid uiteen te zetten. 
Het continent zelf wil graag een nauwere band met Europa. Velen zien dat als een noodzakelijk tegenwicht tegen de ondraaglijk zware Amerikaanse druk en als een essentiële voorwaarde voor een min of meer onafhankelijke politieke en economische ontwikkeling. Bovendien is het panorama in Latijns-Amerika veel diverser dan vaak wordt aangenomen. Groeiende armoede en criminaliteit zijn reële zorgen. Tegelijkertijd zien we democratisering, een mondige civil society en een bevolking die op allerlei manieren probeert de nieuwe generaties betere kansen te geven. Ze kan daarbij terugvallen op een vitale Latijns-Amerikaanse cultuur, die ook internationaal steeds meer waardering krijgt.
Latijns-Amerika zal altijd complex en tegenstrijdig blijven. Kleurrijk of juist angstaanjagend, het is nodig dat er ook in Nederland meer dan oppervlakkige kennis bestaat over deze samenlevingen. Daaraan werken allerlei gespecialiseerde onderzoekers aan de Nederlandse universiteiten. Maar daarvoor is ook een tijdschrift als La Chispa, dat de realiteit van Latijns-Amerika op een duidelijke en geëngageerde manier voor een breder publiek inzichtelijk maakt, onontbeerlijk.

Michiel Baud, CEDLA/Universiteit van Amsterdam


Waarom moet LA Chispa bestaan? Mariolein Sabarte Belacortu

"Nu alle ogen van de wereld op het Oosten zijn gericht, moet LA Chispa haar naam eer aan doen en ervoor blijven zorgen dat er vonken vanuit Latijns-Amerika blijven overspringen: ook in de landen op dat prachtige continent zijn gigantische problemen waarmee de mensen moeten leven en die onze aandacht verdienen."

Mariolein Sabarte Belacortu
Vertaalster van Spaanstalige literatuur uit onder meer Latijns-Amerika 


Waarom moet LA Chispa bestaan? Stephan Parmentier

"Om twee redenen. De eerste is dat Latijns-Amerika weinig aandacht krijgt in media en politiek. Die is verschoven naar Afrika en Oost-Europa, nu Latijns-Amerika geen dictaturen meer kent maar vormen van democratie - échte democratieën zijn ze moeilijk te noemen. Er wordt niet meer gefolterd, maar daarmee zijn de problemen natuurlijk niet opgelost. Denk aan de schuldafbouw of de globalisering. De tweede reden is dat LA Chispa het enige Nederlandstalige blad is dat ruim en exclusief over dit continent schrijft. De fusie tussen Alerta en América Ventana heb ik toegejuicht. Twee bladen op deze kleine markt zou te gek zijn. Ik heb veel aan LA Chispa, ik kijk er altijd gelijk in, ook in verband met mijn werk. Niet dat alles me evenveel interesseert, hoewel ik ook over muziek en cultuur altijd wat meepik. De lay-out mag nog wel wat meer kleur krijgen. Ik zou bereid zijn daar meer voor te betalen."

Stephan Parmentier, hoogleraar Rechten aan universiteit Leuven, sector Criminologie en Mensenrechten (onder meer betrokken geweest bij de klacht tegen de moord van vier Vlaamse missionarissen in Guatemala)


 





 

 

   E-mail Noticias
   Noticias-donateur worden?

Patrocinado por / Sponsored by:


  

Noticias 1997-2004