REDACTIONEEL
Maja Haanskorf
‘Elfde september’ in maart
De ‘elfde september’
heeft er weer een betekenis bijgekregen. Twee afschuwelijke
gebeurtenissen vonden ook daadwerkelijk op een elfde september
plaats. De eerste maal op elf september 1973, toen in Chili
president Allende door een staatsgreep werd afgezet. Nadat de
situatie hopeloos was geworden pleegde hij zelfmoord. De tweede
maal op elf september 2001, toen terroristen van het Al Qa’ida
netwerk door hen gekaapte vliegtuigen in de torens van het World
Trade Center boorden. Op 11 maart van dit jaar plaatsten op het
moment van schrijven nog onbekende lieden tien bommen in vier
treinen die op weg waren naar Madrid. Rond de tweehonderd mensen
vonden de dood en bijna anderhalf duizend passagiers zijn gewond
geraakt. Voer voor numerologen: 11 maart is precies een half
jaar na 11 september.
De elfde
maart 2004 was ook luttele dagen voor de parlementsverkiezingen
in Spanje. De Baskische verzetsgroep ETA, die zowel op de
Amerikaanse als de Europese lijst van terroristische bewegingen
staat, had eerder aangekondigd voor de verkiezingen te zullen
toeslaan. Ze ontkent echter in alle toonaarden betrokkenheid bij
deze aanslag. Dat was jammer voor de zittende regering van
premier Aznar. Die hoopte op winst, omdat ze een harde lijn
volgt tegen de ETA. Het overgrote deel van de bevolking is het
geweld van de ETA meer dan zat. Inmiddels doken ook
‘bewijzen’ op, die de schuld voor de aanslag legden bij
Arabische groepen, al dan niet gelieerd aan Al Qa’ida. Dat was
minder gunstig voor Aznar. Als felle bestrijder van het
terrorisme, zij aan zij met Bush en Blair, zou hij de wraakactie
over Spanje hebben afgeroepen.
Ook al wist
toen nog niemand wie verantwoordelijk was voor de ramp in
Madrid, de Spanjaarden hebben op zondag 14 maart hun voorkeur
uitgesproken voor een wisseling van de wacht. De socialisten
hebben gewonnen. Aznar en zijn conservatieve partij zijn
afgeserveerd. Spanje volgt hiermee de lijn van haar vroegere
kolonies op het Latijns-Amerikaanse continent. Hoe omstreden en
halfslachtig soms ook, in Argentinië, Brazilië, Venezuela en
Bolivia proberen regeringen en diverse volksorganisaties andere
wegen te vinden. Anders dan het neoliberalisme, anders dan de
‘war on drugs’en anders dan de ‘war on terrorism’.
Anders dan het beleid van Aznar, Blair en Bush. De uitslag van
de Spaanse verkiezingen geeft ook hoop voor Europa. Je kunt nog
steeds een rechtse regering wegstemmen. Maar hou ook een linkse
overheid in de gaten: voor je het weet kleurt rood naar paars.
'PAREL
VAN DE ANTILLEN' HEEFT GLANS VERLOREN Brechje
van Riel
Crisis in Haïti
Ooit droeg het de titel ‘Parel van de Cariben’. Haïti,
het armste land van het westelijk halfrond, heeft alle glans
verloren. Er heerst chaos, geweld, verdeeldheid. Mensen lijden
honger, werk is er nauwelijks. Naar buurland De Dominikaanse
Republiek komen vliegtuigen vol met toeristen, op zoek naar de
Caribische geneugten zon, zee en strand. Naar Haïti gaat
niemand. Het is eerder omgekeerd, de mensen weten niet hoe gauw
ze het land moeten verlaten. Bootjes met vluchtelingen hebben
koers gezet naar Cuba en naar de Verenigde Staten. Het laatste
land stuurt ze linea recta terug, naar een land dat in puin
ligt. Ex-president Aristide is weg, andere capabele bestuurders
zijn er niet. Democratie heeft het land nooit gekend. Je kunt je
een vrolijkere situatie voorstellen.
Vanaf begin
februari was Haïti in de ban van een geweldsexplosie toen voor-
en tegenstanders van president Jean-Bertrand Aristide slaags
raakten. Sinds het begin van zijn tweede ambtstermijn in 2001
was het echter al onrustig op het eiland. Tijdens de
parlementsverkiezingen van 2000, waarbij Aristides
Lavalas-partij een absolute meerderheid behaalde, werd tijdens
de tellingen fraude geconstateerd. De oppositie protesteerde en
weigerde deel te nemen aan de presidentsverkiezingen van
november in hetzelfde jaar. Aristide die nu de enige serieuze
kandidaat voor het presidentschap was, behaalde een makkelijke
overwinning.
De oppositie
accepteerde de verkiezingsuitslag niet, net zo min als de
internationale gemeenschap. De Wereldbank, de Verenigde Naties,
het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie besloten
alle hulp aan Haïti te bevriezen. Vanaf dat moment bevond Haïti
zich in een politieke impasse. De Organisatie van Amerikaanse
Staten en de Caricom, het Caribische samenwerkingsverband,
voerden talloze bemiddelingspogingen uit. Deze leidden echter
tot niets. De oppositie weigerde elk voorstel, zolang Aristide
niet was afgetreden. Aristide was vast van plan zijn termijn tot
februari 2006 af te maken.
Ondertussen
organiseerde de oppositie met de regelmaat van de klok
demonstraties tegen Aristide. Deze verliepen tot december vorig
jaar altijd vreedzaam en veel geplande demonstraties vonden geen
doorgang uit angst voor een gewelddadige confrontatie met
Lavalas-aanhangers. Vanaf december werden de demonstraties
echter steeds gewelddadiger, talrijker en groter. Het voormalige
Kannibalenleger was al in september begonnen met een
geweldsoffensief tegen Aristide. Deze gewapende militie was
aanvankelijk een stoottroep van Aristide, maar keerde zich nu
tegen hem, omdat ze Aristide verdacht van de moord op hun leider
Amiot Métayer. Het is deze groep die onder de naam
Revolutionair Verzetsfront in de afgelopen weken bijna geheel Haïti
in handen kreeg.
Doodseskader
De oppositie
tegen Aristide vormt geen homogene groep, legt Els Hortensius
van het Haïti Platform Nederland uit. Deze coalitie van zestien
Nederlandse ontwikkelingsorganisaties werd in januari
2001opgericht als reactie op de crisissituatie die na de
verkiezingen van 2000 was ontstaan. Het doel van het platform is
het lot van Haïti onder de aandacht te brengen en een actievere
rol van de Nederlandse regering ten aanzien van Haïti te
bewerkstelligen. Hortensius maakt onderscheid tussen twee
oppositiegroepen. Allereerst is er de vreedzame politieke
oppositie die sinds december 2003 samenwerkt in de Democratische
Coalitie. Deze coalitie bestaat uit verschillende politieke
partijen, vertegenwoordigers van het maatschappelijke middenveld
en het zakenleven. De enige bindende factor is de wens Aristide
weg te sturen. Nu dit is gebeurd, zijn verdere plannen
onduidelijk. Het ontbreekt de coalitie tevens aan een
leider.
De tweede groep
die Hortensius onderscheidt, is die van de gewapende rebellen.
Het zijn in veel gevallen ex-Aristide aanhangers, die hun wapens
vaak van hem gekregen hebben. Een voorbeeld hiervan is het
eerder genoemde Kannibalenleger uit de noordelijke stad
Gonaives. Ook andere steden hebben hun eigen rebellenleger.
Onderling hebben deze groepen geen banden. Veel rebellen worden
verdacht van betrokkenheid bij drugshandel.
Ook notoire
mensenrechtenschenders als Louis Jodel Chamblain en Guy Philippe
sloten zich aan bij de rebellen van het Revolutionair
Verzetsfront. Chamblain leidde tijdens de militaire dictatuur
van 1991 tot 1994 een rechts doodseskader dat verantwoordelijk
was voor het vermoorden en verminken van honderden aanhangers
van Aristide. Militairen zetten Aristide in 1991 in zijn eerste
termijn als president na enkele maanden af. Aristide ging in
ballingschap in de Verenigde Staten en keerde in 1994 met behulp
van Amerikaanse mariniers terug in Haïti. Philippe, die
zichzelf de afgelopen weken uitriep tot rebellenleider, was in
de tijd van de coup nog een medestander van Aristide en ging
samen met hem in ballingschap. Later werd hij politiechef en
werden er onder zijn leiding veel moorden en andere
mensenrechtenschendingen gepleegd. Eind 2001 zou hij betrokken
zijn geweest bij de poging tot staatsgreep tegen Aristide.
Hoewel de
gewapende rebellen een relatief kleine groep vormen - genoemde
aantallen variëren van driehonderd tot duizend- stond
Aristide machteloos tegenover hen. Na de militaire dictatuur
schafte Aristide het leger af. Hij bleef achter met een
politiekorps van ongeveer vijfduizend slecht betaalde, slecht
getrainde en slecht bewapende mannen. Wat de rebellen precies
willen, is onduidelijk. Net als bij de vreedzame oppositie lijkt
ook hun enige bindmiddel de haat tegen Aristide te zijn. Na
Aristides vertrek heeft Philippe zich uitgeroepen tot hoofd van
het leger en de politie. Hij verklaarde geen president van Haïti
te willen worden en de wapens te zullen neerleggen mits de
internationale troepenmacht de aanhangers van Aristide gaat
ontwapenen. “De rebellen zijn bepaald geen romantische
vrijheidsstrijders. Het zijn bandieten die gebruik maken van de
situatie”, aldus Hortensius. Volgens de politieke oppositie is
Aristide zelf verantwoordelijk voor het bestaan van de bendes.
Zonder leger en met een slecht functionerende politiemacht,
zocht hij zijn toevlucht tot gewapende bendes om zijn autoriteit
te kunnen handhaven.
Ook onder de
aanhangers van Lavalas en Aristide zijn verschillende groepen te
onderscheiden. Hortensius: “Allereerst de chimères, ook wel
volksbewegingen genoemd. Hoewel deze laatste benaming positieve
associaties oproept met linkse en sociale volksbewegingen in de
rest van Latijns-Amerika, betreft het hier milities die
provincies en steden in de gaten houden in ruil voor politieke
en financiële gunsten. Van deze groepen wordt gezegd dat ze
door Lavalas gesponsord worden en dat ze demonstraties
frustreren, leden van de oppositie aanvallen en journalisten
bedreigen en vermoorden. Ten tweede opereren er gewapende
groepen die zich voordoen als politie, zonder hiervoor de status
of de opleiding te hebben, en hulp bieden aan de normale
politiemacht. Deze zogenaamde attachés zijn ongrijpbaar en
worden in verband gebracht met allerlei moorden. En dan bestaan
er nog 'gewone' gewapende bendes die zich niet met politiek
bezighouden en elkaar in stadswijken bevechten."
Een wirwar aan
groepen dus, die bovendien, op de politieke oppositie na,
allemaal over wapens beschikken. “Illegaal wapenbezit vormt
een enorm probleem in Haïti”, vertelt Hortensius. “Hoewel
het leger in 1995 werd afgeschaft, werd het niet ontwapend. De
wapens van de militairen zijn vervolgens onder de bevolking
verspreid.” Het bloedbad dat de afgelopen weken dreigde te
ontstaan, is door het vertrek van Aristide en de komst van een
internationale troepenmacht afgewend. Dit betekent niet dat alle
problemen nu voorbij zijn.
Falende
staat
Toen Haïti
tweehonderd jaar geleden onafhankelijk werd van Frankrijk, nam
het een bijzonder positie in. Het was het eerste
Latijns-Amerikaanse land dat zich van haar onderdrukkers wist
vrij te maken. Bovendien was het de eerste zwarte staat. Toch
bevindt Haïti zich nu op de rand van de afgrond.
Het land dat eens de welvarendste kolonie in West-Indië was en
bekend stond als de ‘Parel van de Antillen’ is nu het armste
land van het westelijk halfrond.
De Haïtiaanse
staat heeft altijd een wankel karakter gehad. Haar geschiedenis
wordt gekenmerkt door gewelddadige coups en dictaturen. Haïti,
dat ontstaan is uit van origine verschillende groepen, heeft
nooit een gemeenschappelijke vorm van organisatie of een gevoel
van eenheid gekend. In een artikel in Le Monde Diplomatique van
afgelopen februari wordt dit aan de zogenaamde
‘paspoortcultuur’ toegeschreven. Haïtianen zouden een volk
van migratie zijn, die de hoop altijd elders zoeken, in de
Dominicaanse Republiek of de VS bijvoorbeeld. Op die manier
lijkt het onmogelijk een nationale identiteit op te
bouwen.
Bij gebrek aan
een sterke macht die het bestuur van de kolonisator kon
overnemen, was Haïti kwetsbaar voor gewapende bendes,
staatsgrepen en inmenging van buitenaf, zoals van de VS die Haïti
in 1915 bezetten. Democratisch bestuur heeft het land nooit
gekend. Het schrijnendste voorbeeld hiervan vormt de
decennialange Duvalier-dynastie van Papa en Baby Doc, waarin
tienduizenden mensen de dood vonden. Even leek er hoop te gloren
toen ex-priester Aristide in 1990 tijdens de eerste
democratische verkiezingen in de geschiedenis van Haïti met 67
procent van de stemmen werd gekozen tot president. Zijn
Lavalas-partij, Creools voor vloedgolf, zou Haïti zuiveren van
de nalatenschap van de Duvaliers. De hoop hierop vervloog al na
acht maanden toen het leger een coup pleegde en Aristide moest
vluchten naar de VS. Toen hij in 1994 terugkeerde en opnieuw de
macht verwierf tijdens de door de internationale gemeenschap als
frauduleus bestempelde verkiezingen van 2000, was er weinig over
van zijn democratische principes. De eeuwenoude traditie van
coups en fraude leek ook op hem te zijn overgegaan.
Ook op
economisch gebied heeft Haïti nooit een adequaat beleid kunnen
ontwikkelen. Investeringen werden nauwelijks gedaan. De gevolgen
zijn verstrekkend. Van de bevolking leeft 80 procent onder de
armoedegrens. Meer dan een kwart van de kinderen onder de vijf
is ondervoed. Van de volwassenen is 70 procent analfabeet. De
meeste Haïtianen hebben geen toegang tot basisvoorzieningen
zoals gezondheidszorg en onderwijs. Slechts honderdduizend van
de acht miljoen Haïtianen hebben een baan. Een nationale
industrie ontbreekt volledig, op de drugshandel na. Buitenlandse
investeringen zijn miniem. Haïti is geheel afhankelijk van
leningen en giften vanuit het buitenland en leeft hoofdzakelijk
van wat geëmigreerde Haïtianen naar hun vaderland
terugsturen.
Grootheidswaanzin
Over wat er
precies met Aristide is misgegaan, doen allerlei verhalen de
ronde. Hortensius: “Zo schijnt Aristide in 1994 over de
militairen gezegd te hebben: vermoord ze allemaal en doe dat op
de klassieke manier van necklacing, waarbij iemand een brandende
autoband om zijn nek krijgt.”Aristide zou volgens dit verhaal
dus altijd al een beetje gestoord geweest zijn. Andere verhalen
over Aristides omslag zeggen dat hij tijdens zijn ballingsschap
in de VS aan grootheidswaanzin is gaan leiden. Toen hij eenmaal
aan de macht gesnoven had, vergat hij zijn eenvoudige
achtergrond. “Dat Aristide eerst priester was, wil natuurlijk
ook niet zeggen dat hij automatisch een goede bestuurder zou
zijn”, voegt Hortensius toe. Aristide werd in 1990
overweldigend gekozen al president, aangezien er verder
nauwelijks iemand anders was en omdat hij de boodschap bracht
die iedereen wilde horen: een einde aan de armoede en de
corruptie. Hij zou Haïti weer tot het land maken dat zich als
eerste ontworstelde aan de blanke overheerser.
Onbekend is hoe
Aristide dit dacht te bereiken. Het beeld dat nu achterblijft,
is dat Aristide vooral erg weinig gedaan heeft. “Toen hij in
1994 door de VS opnieuw in het zadel werd geholpen, gebeurde dit
op voorwaarde van neoliberale economische hervormingen. Deze
voerde hij niet door, maar hij zette ook niets anders op”,
aldus Hortensius. “Eigenlijk was er geen beleid.”
Tegelijkertijd wijst Hortensius op factoren buiten Aristide om.
“Er waren ook weinig kansen voor een goed beleid. De situatie
was al erg slecht toen Aristide voor het eerst aantrad en toen
heeft hij maar een paar maanden gehad voordat hij werd afgezet.
Veel kun je dan niet gedaan krijgen. En vergeet niet dat het
land ook niets heeft. Het is kaalgekapt en er zijn geen
grondstoffen.” Toen na de verkiezingen van 2000 bovendien alle
buitenlandse hulp stopgezet werd, had Aristide geen middelen
meer om zijn beloftes na te kunnen komen.
Hoe het nu
verder moet in Haïti is onduidelijk. De internationale
vredesmacht die de orde op het eiland moet herstellen, bereidt
samen met interim-president Boniface Alexandre, voorzitter van
het Hooggerechtshof, nieuwe verkiezingen voor. Hortensius zet
hier haar vraagtekens bij. “De politieke oppositie stelt niets
voor. Er is dus in feite geen enkel alternatief voor Aristide.
Daarnaast zijn er niet of nauwelijks organisaties die de kracht
hebben iets op te zetten nu Aristide weg is.” Ook vreest
Hortensius voor nieuw geweld van aanhangers van Aristide en voor
wat de ex-militairen zullen gaan doen. “Het is heel, heel
wankel allemaal.”
'FABRIEKSKRAKERS'
ZIJN BESTE BANENSCHEPPERS
Anke Welten
Nieuwe impuls voor Argentijnse economie
Nog geen jaar geleden had de Argentijnse overheid geen goed
woord over voor de werkloze arbeiders die de bedrijven van hun
failliete werkgevers bezetten en nieuw leven inbliezen. Krakers
waren het en ordeverstoorders, die zich onrechtmatig eigendom
toeeigenden. Nu staat president Kirchner vooraan om ze te
prijzen, als 's lands enige echte banenscheppers.
“Zie je dat iedereen hier aan
het werk is?” wijst Alberto Gómez, stralend. De kleine man
staat in de grootste hal van Viniplast, dat een van de
belangrijkste producenten was van geplastificeerd textiel in
Buenos Aires. De machines waar grote rollen stof, plastic en
papier door horen te glijden, staan bijna allemaal stil. Van de
stapels zakken die hier een paar jaar terug nog lagen, is een
zielig hoopje over. In de voorraadruimte herinneren alleen
productnaambordjes, prijslijsten en kasten van palethout nog aan
het betere verleden. Nu is alles leeg.
Maar, inderdaad, de elf mensen die na het faillissement van hun
baas in de fabriek besloten te blijven, zijn enthousiast aan het
werk. Ook al heeft maar één klant een order bij ze lopen en
heeft die niet, zoals beloofd, de grondstoffen geleverd. Ook hij
zit krap en is afhankelijk van andere klanten en leveranciers.
De werknemers zijn bezig met achterstallig onderhoud van de
machines, voorbereiding van komende leveranties en de
schoonmaak.
LINKS
OF RECHTS: DAT IS DE VRAAG Luis
Ochoa
Verkiezingen in El
Salvador
Op 21 maart gingen rond de 3,5 miljoen Salvadoranen naar
de stembus om de nieuwe president van de republiek te kiezen. De
eindstrijd ging tussen de kandidaten van ARENA, de partij die
het land sinds 1989 regeert en het FMLN, de partij van de
voormalige guerrilla. De strijd tussen de twee partijen heeft
tot een grote polarisatie van het verkiezingsproces geleid,
meent Luis Ochoa van het Midden-Amerikaanse weekblad Inforpress.
Een paar weken voor de verkiezingsdag analyseerde hij het
politieke landschap. ‘Tenzij alle analisten er naast zitten,
betekenen de verkiezingen het einde van de centrumcoalitie.’'
De Salvadoranen
kiezen op 21 maart voor een regering met een rechtse of een
linkse ideologie. Een middenweg lijkt geen kans te maken. De
strijd gaat tussen de rechtse ARENA (Alianza Republicana
Nacionalista) en het linkse FMLN (Frente Farabundo Martí para
la Liberación Nacional). De regeringspartij, die al vijftien
jaar aan de macht is, heeft de zakenman Antonio Saca als
presidentskandidaat. Zijn running mate is de econome Ana Vilma
Alvarez. De partij van de vroegere guerrilla heeft de bekende
linkse leider Schafik Handal als presidentskandidaat en de arts
Guillermo Francisco Mata als beoogd vice-president.
Tenzij alle analisten en peilingen er naast zitten, betekenen de
verkiezingen het einde van de presidentiële aspiraties van de
centrumcoalitie. Het verbond van PDC (Christen-democratische
Partij) en CDU (Verenigd Democratisch Centrum) lijkt de gewekte
hoop niet waar te kunnen maken. De presidentskandidaat Hector
Silva kan zich niet verzekeren van de stemmen van de
‘ontevredenen’, die noch van rechts noch van links het heil
verwachten. Het ziet er naar uit dat de coalitie dezelfde weg
zal gaan als zovele politieke partijen de laatste jaren. Sinds
de ondertekening van de Vredesakkoorden in 1992 zijn veel
partijen van het toneel verdwenen door de toenemende
ideologische polarisatie in het land. In de laatste tien jaar
zijn veertien partijen, die zichzelf als centrumpartij
profileerden, verdwenen. Ook de PCN (Partij van Nationale
Verzoening) maakt weinig kans op electorale winst. In peilingen
in de maand februari stond ARENA steeds aan kop. Het verschil
met het FMLN varieerde, al naar gelang wie de peilingen
uitvoerde, tussen 4 en 21 procent. Bijna een kwart van de
bevolking gaf te kennen nog niet te weten op wie ze wilde
stemmen. De campagne voor de eindsprint richt zich dan ook
vooral op deze groep kiezers, de ‘besluitelozen’. Om te
winnen moet een kandidaat 50 procent van de stemmen plus één
behalen. Doorgaans is een tweede ronde nodig, die deze maal
gepland staat voor 2 mei.
TOEGANG
TOT DE ZEE Jan de Kievid
Oud conflict tussen Bolivia en Chili laait op
Het sluimerende conflict
tussen Bolivia en Chili is weer opgeleefd. 125 jaar geleden
veroverde Chili het salpeter- en koperrijke kustgebied van
Bolivia om dat nooit meer terug te geven. Bolivia eist opnieuw
toegang tot de zee, maar Chili voelt daar niets voor.
In een Chileense mop tijdens de
militaire dictatuur vroeg een Chileen aan een Boliviaan:
‘Waarom hebben jullie een minister van marine terwijl jullie
niet aan zee grenzen?’ De Boliviaan reageerde met ‘Waarom
hebben jullie een minister van justitie?’ De oude Boliviaanse
wens om weer toegang tot de zee te krijgen houdt opnieuw de
gemoederen bezig. Bolivia heeft zich nooit echt neergelegd bij
het verlies ervan tijdens de Pacifische Oorlog in 1879. Het
Chileense leger veroverde toen de havenstad Antofagasta en een
deel van de Atacamawoestijn met rijke salpeter- en
kopervoorraden. Bij het vredesverdrag van 1904 werd Bolivia
gedwongen de ‘absolute en eeuwige’ heerschappij van Chili
over het veroverde gebied te erkennen. In ruil daarvoor kreeg
Bolivia 300 duizend Engelse ponden en bouwde Chili een spoorlijn
tussen La Paz en de havenstad Arica, die ze op Peru had
veroverd. Bovendien mocht Bolivia vrij goederen naar Chileense
havens vervoeren.
OP
PAD MET EEN POEMA Frank
Weijand
Backpackers helpen wilde dieren
Apen stoeien in de schoot van de Israëlische Hadar. De
Schotse Emma komt moe terug van haar wandeling met een poema. En
Leo uit Nederland holt achter zijn ondeugende wezel aan. Vreemd?
Niet in Inti Wara Yassi, een opvangcentrum voor wilde dieren in
Bolivia dat grotendeels gerund wordt door backpackers. Wie van
dieren houdt is er welkom.
Gepest,
geketend, gekortwiekt, geslagen. Eén ding hebben de dieren in
het Boliviaanse opvangcentrum Inti Wara Yassi gemeen: hun
vroegere leven was niet bepaald vrolijk. Allemaal zijn ze
slachtoffer van de bloeiende illegale handel in wilde dieren. In
het park Machia probeert Inti Wara Yassi hen weer een zo vrij
mogelijk leven te geven. Het park is een stuk jungle grenzend
aan Villa Tunari, een klein plaatsje in de Chapare-regio, langs
de drukke weg van Cochabamba naar Santa Cruz. De contouren van
de Andes steken in de verte tegen de hemel af.
De verzorging van de dieren is opmerkelijk genoeg bijna volledig
in handen van een bonte verzameling gringos. “Zonder
vrijwilligers redden we het niet”, zegt Tania Baltazar, een
jonge Boliviaanse die samen met vijf landgenoten het park leidt.
De vrijwilligers zijn meestal backpackers die op hun tochten
door het continent een tussenstop maken in Villa Tunari. “Wij
ontvangen geen enkele overheidssteun”, legt Baltazar uit.
“Het verblijf van de vrijwilligers in onze hostels vormt samen
met donaties onze enige bron van inkomsten. Het is een win-win
situatie. De dieren krijgen de aandacht die ze nodig hebben en
voor de vrijwilligers is het een unieke kans om met apen, wilde
katten of tropische vogels te werken.”
ONDER
DE DROGE VALBIJL Walter
Lotens
Strafkamp in Frans-Guyana
Het bagno van
Saint-Laurent-du-Maroni was ooit het centrum van de
Frans-Guyanese strafkolonie. Wie daar terechtkwam, stierf een
langzame dood. Niet onder de scherpe valbijl van de guillotine,
maar door de zware dwangarbeid, de pesterige bewakers, de
ongenadige hitte, de tropische ziektes, de onderlinge
afrekeningen en de mislukte ontsnappingspogingen. De geest van
Papillon waart hier rond. Zou hij dan toch bestaan hebben en
gevlucht zijn vanaf Saint-Laurent-du-Maroni?
De
bronzen dwangarbeider houdt zijn hoofd vast. Zijn voeten zitten
in ijzeren boeien. “Dit beeld symboliseert het leed van de
meer dan 50 duizend galeiboeven en dwangarbeiders die naar
Frans-Guyana werden getransporteerd. Het waren bijna uitsluitend
mannen. Er zijn slechts een vijfhonderd vrouwen hier naartoe
gevoerd.” Dat zegt onze inheemse gids met de toch zeer Franse
naam Claude. “De meeste kwamen hier in Saint-Laurent-du-Maroni
terecht. Maar er waren in dit land nog meer bagno’s,
gevangenissen voor galeislaven, op de eilanden en ook hier in de
omgeving.” Het kwieke kereltje laat de Franse klanken
welluidend rollen. Voor vier euro krijgen we van hem een
gedramatiseerde historische uitleg. Op drie kilometer van
Saint-Laurent, bedenk ik, is nu een leuke trimbaan in het bos.
Op de plek waar ik al enkele zware boslopen heb gedaan, moesten
vroeger zwarte misdadigers, afkomstig uit Madagascar, bomen
vellen, klein hakken en op vierkante hopen stapelen. Hier ren je
zeer letterlijk boven op de geschiedenis.
Onze gids wijst naar de steiger. “Daar legde La Martinière
geregeld aan. Meer dan een maand had dit stoomschip nodig om
tweehonderd gevangenen van het Franse Ile de Ré over te
brengen.” In 1857 kwam het eerst konvooi binnen. Dat ging zo
door, bijna zonder onderbreking, tot 1936. In de jaren twintig
klaagden de schrijver Albert Londres en Charles Péan van het
Leger des Heils de mensonterende omstandigheden aan waarin de
galeislaven ofwel bagnards moesten leven. Onder grote druk werd
het regime enigszins verzacht. Het bagno werd officieel
opgeheven in 1936, maar pas in 1956 verliet de laatste gevangene
de sinistere plek. Dat was dus bijna honderd jaar na de opening.
Alle bagnards zijn ondertussen gestorven. In het begin van de
jaren tachtig kon de Franse journalist Jean-Claude Michelot nog
een dertigtal interviewen. Hij sprak met de meeste in de
eenvoudige bar Chez Sollet, dichtbij het oude kerkje, waar ze
vaak bij elkaar kwamen om herinneringen op te halen. Hij schreef
daarover het boek La guillotine sèche (de droge valbijl).
|
Boek over Mexico cadeau voor nieuwe
abonnees!
Omdat het feest is geeft LA Chispa aan de eerste tien
nature abonnees een
cadeautje. Zij ontvangen het boek Casino Mexico.
Winnaars en verliezers van de globalisering door Bertram
Zagema.
Een spraakmakend boek, uitgegeven door
Lemniscaat.
Wees er dus snel bij! U kunt zich per e-mail of
per post aanmelden als
abonnee.
|
|