info noticiashome

 

 

Het volgende nummer van LA Chispa
zal eind mei april 2004 verschijnen

Met daarin onder meer:

REDACTIONEEL
- Elfde september in maart

ACTUEEL
- Crisis in Haïti
- 'Herwonnen' fabrieken in Argentinië
- Verkiezingen in het Salvador
- Bolivia en Chili ruzieën over zee
- Op pad met een poema in Bolivia

PORTOFOLIO
- Robert van der Hilst: Cubaanse interieurs

CULTUREEL
- Spiritualiteit in de Andes
- Films bij Amnesty
- Strafkamp in Frans-Guayana
- Uitgelezen: Inside Colombia
- Uitgelezen: Paradijsvogels
- CD-recensie: muziek uit Venezuela
- Korts Latijns-Amerikaans
-
Agenda



REDACTIONEEL     Maja Haanskorf
‘Elfde september’ in maart

De ‘elfde september’ heeft er weer een betekenis bijgekregen. Twee afschuwelijke gebeurtenissen vonden ook daadwerkelijk op een elfde september plaats. De eerste maal op elf september 1973, toen in Chili president Allende door een staatsgreep werd afgezet. Nadat de situatie hopeloos was geworden pleegde hij zelfmoord. De tweede maal op elf september 2001, toen terroristen van het Al Qa’ida netwerk door hen gekaapte vliegtuigen in de torens van het World Trade Center boorden. Op 11 maart van dit jaar plaatsten op het moment van schrijven nog onbekende lieden tien bommen in vier treinen die op weg waren naar Madrid. Rond de tweehonderd mensen vonden de dood en bijna anderhalf duizend passagiers zijn gewond geraakt. Voer voor numerologen: 11 maart is precies een half jaar na 11 september.

De elfde maart 2004 was ook luttele dagen voor de parlementsverkiezingen in Spanje. De Baskische verzetsgroep ETA, die zowel op de Amerikaanse als de Europese lijst van terroristische bewegingen staat, had eerder aangekondigd voor de verkiezingen te zullen toeslaan. Ze ontkent echter in alle toonaarden betrokkenheid bij deze aanslag. Dat was jammer voor de zittende regering van premier Aznar. Die hoopte op winst, omdat ze een harde lijn volgt tegen de ETA. Het overgrote deel van de bevolking is het geweld van de ETA meer dan zat. Inmiddels doken ook ‘bewijzen’ op, die de schuld voor de aanslag legden bij Arabische groepen, al dan niet gelieerd aan Al Qa’ida. Dat was minder gunstig voor Aznar. Als felle bestrijder van het terrorisme, zij aan zij met Bush en Blair, zou hij de wraakactie over Spanje hebben afgeroepen.

Ook al wist toen nog niemand wie verantwoordelijk was voor de ramp in Madrid, de Spanjaarden hebben op zondag 14 maart hun voorkeur uitgesproken voor een wisseling van de wacht. De socialisten hebben gewonnen. Aznar en zijn conservatieve partij zijn afgeserveerd. Spanje volgt hiermee de lijn van haar vroegere kolonies op het Latijns-Amerikaanse continent. Hoe omstreden en halfslachtig soms ook, in Argentinië, Brazilië, Venezuela en Bolivia proberen regeringen en diverse volksorganisaties andere wegen te vinden. Anders dan het neoliberalisme, anders dan de ‘war on drugs’en anders dan de ‘war on terrorism’. Anders dan het beleid van Aznar, Blair en Bush. De uitslag van de Spaanse verkiezingen geeft ook hoop voor Europa. Je kunt nog steeds een rechtse regering wegstemmen. Maar hou ook een linkse overheid in de gaten: voor je het weet kleurt rood naar paars.


'PAREL VAN DE ANTILLEN' HEEFT GLANS VERLOREN   Brechje van Riel
Crisis in Haïti

Ooit droeg het de titel ‘Parel van de Cariben’. Haïti, het armste land van het westelijk halfrond, heeft alle glans verloren. Er heerst chaos, geweld, verdeeldheid. Mensen lijden honger, werk is er nauwelijks. Naar buurland De Dominikaanse Republiek komen vliegtuigen vol met toeristen, op zoek naar de Caribische geneugten zon, zee en strand. Naar Haïti gaat niemand. Het is eerder omgekeerd, de mensen weten niet hoe gauw ze het land moeten verlaten. Bootjes met vluchtelingen hebben koers gezet naar Cuba en naar de Verenigde Staten. Het laatste land stuurt ze linea recta terug, naar een land dat in puin ligt. Ex-president Aristide is weg, andere capabele bestuurders zijn er niet. Democratie heeft het land nooit gekend. Je kunt je een vrolijkere situatie voorstellen.

Vanaf begin februari was Haïti in de ban van een geweldsexplosie toen voor- en tegenstanders van president Jean-Bertrand Aristide slaags raakten. Sinds het begin van zijn tweede ambtstermijn in 2001 was het echter al onrustig op het eiland. Tijdens de parlementsverkiezingen van 2000, waarbij Aristides Lavalas-partij een absolute meerderheid behaalde, werd tijdens de tellingen fraude geconstateerd. De oppositie protesteerde en weigerde deel te nemen aan de presidentsverkiezingen van november in hetzelfde jaar. Aristide die nu de enige serieuze kandidaat voor het presidentschap was, behaalde een makkelijke overwinning. 

De oppositie accepteerde de verkiezingsuitslag niet, net zo min als de internationale gemeenschap. De Wereldbank, de Verenigde Naties, het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie besloten alle hulp aan Haïti te bevriezen. Vanaf dat moment bevond Haïti zich in een politieke impasse. De Organisatie van Amerikaanse Staten en de Caricom, het Caribische samenwerkingsverband, voerden talloze bemiddelingspogingen uit. Deze leidden echter tot niets. De oppositie weigerde elk voorstel, zolang Aristide niet was afgetreden. Aristide was vast van plan zijn termijn tot februari 2006 af te maken. 

Ondertussen organiseerde de oppositie met de regelmaat van de klok demonstraties tegen Aristide. Deze verliepen tot december vorig jaar altijd vreedzaam en veel geplande demonstraties vonden geen doorgang uit angst voor een gewelddadige confrontatie met Lavalas-aanhangers. Vanaf december werden de demonstraties echter steeds gewelddadiger, talrijker en groter. Het voormalige Kannibalenleger was al in september begonnen met een geweldsoffensief tegen Aristide. Deze gewapende militie was aanvankelijk een stoottroep van Aristide, maar keerde zich nu tegen hem, omdat ze Aristide verdacht van de moord op hun leider Amiot Métayer. Het is deze groep die onder de naam Revolutionair Verzetsfront in de afgelopen weken bijna geheel Haïti in handen kreeg.

Doodseskader

De oppositie tegen Aristide vormt geen homogene groep, legt Els Hortensius van het Haïti Platform Nederland uit. Deze coalitie van zestien Nederlandse ontwikkelingsorganisaties werd in januari 2001opgericht als reactie op de crisissituatie die na de verkiezingen van 2000 was ontstaan. Het doel van het platform is het lot van Haïti onder de aandacht te brengen en een actievere rol van de Nederlandse regering ten aanzien van Haïti te bewerkstelligen. Hortensius maakt onderscheid tussen twee oppositiegroepen. Allereerst is er de vreedzame politieke oppositie die sinds december 2003 samenwerkt in de Democratische Coalitie. Deze coalitie bestaat uit verschillende politieke partijen, vertegenwoordigers van het maatschappelijke middenveld en het zakenleven. De enige bindende factor is de wens Aristide weg te sturen. Nu dit is gebeurd, zijn verdere plannen onduidelijk. Het ontbreekt de coalitie tevens aan een leider. 

De tweede groep die Hortensius onderscheidt, is die van de gewapende rebellen. Het zijn in veel gevallen ex-Aristide aanhangers, die hun wapens vaak van hem gekregen hebben. Een voorbeeld hiervan is het eerder genoemde Kannibalenleger uit de noordelijke stad Gonaives. Ook andere steden hebben hun eigen rebellenleger. Onderling hebben deze groepen geen banden. Veel rebellen worden verdacht van betrokkenheid bij drugshandel. 

Ook notoire mensenrechtenschenders als Louis Jodel Chamblain en Guy Philippe sloten zich aan bij de rebellen van het Revolutionair Verzetsfront. Chamblain leidde tijdens de militaire dictatuur van 1991 tot 1994 een rechts doodseskader dat verantwoordelijk was voor het vermoorden en verminken van honderden aanhangers van Aristide. Militairen zetten Aristide in 1991 in zijn eerste termijn als president na enkele maanden af. Aristide ging in ballingschap in de Verenigde Staten en keerde in 1994 met behulp van Amerikaanse mariniers terug in Haïti. Philippe, die zichzelf de afgelopen weken uitriep tot rebellenleider, was in de tijd van de coup nog een medestander van Aristide en ging samen met hem in ballingschap. Later werd hij politiechef en werden er onder zijn leiding veel moorden en andere mensenrechtenschendingen gepleegd. Eind 2001 zou hij betrokken zijn geweest bij de poging tot staatsgreep tegen Aristide.

Hoewel de gewapende rebellen een relatief kleine groep vormen - genoemde aantallen variëren van driehonderd tot duizend-  stond Aristide machteloos tegenover hen. Na de militaire dictatuur schafte Aristide het leger af. Hij bleef achter met een politiekorps van ongeveer vijfduizend slecht betaalde, slecht getrainde en slecht bewapende mannen. Wat de rebellen precies willen, is onduidelijk. Net als bij de vreedzame oppositie lijkt ook hun enige bindmiddel de haat tegen Aristide te zijn. Na Aristides vertrek heeft Philippe zich uitgeroepen tot hoofd van het leger en de politie. Hij verklaarde geen president van Haïti te willen worden en de wapens te zullen neerleggen mits de internationale troepenmacht de aanhangers van Aristide gaat ontwapenen. “De rebellen zijn bepaald geen romantische vrijheidsstrijders. Het zijn bandieten die gebruik maken van de situatie”, aldus Hortensius. Volgens de politieke oppositie is Aristide zelf verantwoordelijk voor het bestaan van de bendes. Zonder leger en met een slecht functionerende politiemacht, zocht hij zijn toevlucht tot gewapende bendes om zijn autoriteit te kunnen handhaven. 

Ook onder de aanhangers van Lavalas en Aristide zijn verschillende groepen te onderscheiden. Hortensius: “Allereerst de chimères, ook wel volksbewegingen genoemd. Hoewel deze laatste benaming positieve associaties oproept met linkse en sociale volksbewegingen in de rest van Latijns-Amerika, betreft het hier milities die provincies en steden in de gaten houden in ruil voor politieke en financiële gunsten. Van deze groepen wordt gezegd dat ze door Lavalas gesponsord worden en dat ze demonstraties frustreren, leden van de oppositie aanvallen en journalisten bedreigen en vermoorden. Ten tweede opereren er gewapende groepen die zich voordoen als politie, zonder hiervoor de status of de opleiding te hebben, en hulp bieden aan de normale politiemacht. Deze zogenaamde attachés zijn ongrijpbaar en worden in verband gebracht met allerlei moorden. En dan bestaan er nog 'gewone' gewapende bendes die zich niet met politiek bezighouden en elkaar in stadswijken bevechten."

Een wirwar aan groepen dus, die bovendien, op de politieke oppositie na, allemaal over wapens beschikken. “Illegaal wapenbezit vormt een enorm probleem in Haïti”, vertelt Hortensius. “Hoewel het leger in 1995 werd afgeschaft, werd het niet ontwapend. De wapens van de militairen zijn vervolgens onder de bevolking verspreid.” Het bloedbad dat de afgelopen weken dreigde te ontstaan, is door het vertrek van Aristide en de komst van een internationale troepenmacht afgewend. Dit betekent niet dat alle problemen nu voorbij zijn. 

Falende staat

Toen Haïti tweehonderd jaar geleden onafhankelijk werd van Frankrijk, nam het een bijzonder positie in. Het was het eerste Latijns-Amerikaanse land dat zich van haar onderdrukkers wist vrij te maken. Bovendien was het de eerste zwarte staat. Toch bevindt  Haïti zich nu op de rand van de afgrond.  Het land dat eens de welvarendste kolonie in West-Indië was en bekend stond als de ‘Parel van de Antillen’ is nu het armste land van het westelijk halfrond. 

De Haïtiaanse staat heeft altijd een wankel karakter gehad. Haar geschiedenis wordt gekenmerkt door gewelddadige coups en dictaturen. Haïti, dat ontstaan is uit van origine verschillende groepen, heeft nooit een gemeenschappelijke vorm van organisatie of een gevoel van eenheid gekend. In een artikel in Le Monde Diplomatique van afgelopen februari wordt dit aan de zogenaamde ‘paspoortcultuur’ toegeschreven. Haïtianen zouden een volk van migratie zijn, die de hoop altijd elders zoeken, in de Dominicaanse Republiek of de VS bijvoorbeeld. Op die manier lijkt het onmogelijk een nationale identiteit op te bouwen. 

Bij gebrek aan een sterke macht die het bestuur van de kolonisator kon overnemen, was Haïti kwetsbaar voor gewapende bendes, staatsgrepen en inmenging van buitenaf, zoals van de VS die Haïti in 1915 bezetten. Democratisch bestuur heeft het land nooit gekend. Het schrijnendste voorbeeld hiervan vormt de decennialange Duvalier-dynastie van Papa en Baby Doc, waarin tienduizenden mensen de dood vonden. Even leek er hoop te gloren toen ex-priester Aristide in 1990 tijdens de eerste democratische verkiezingen in de geschiedenis van Haïti met 67 procent van de stemmen werd gekozen tot president. Zijn Lavalas-partij, Creools voor vloedgolf, zou Haïti zuiveren van de nalatenschap van de Duvaliers. De hoop hierop vervloog al na acht maanden toen het leger een coup pleegde en Aristide moest vluchten naar de VS. Toen hij in 1994 terugkeerde en opnieuw de macht verwierf tijdens de door de internationale gemeenschap als frauduleus bestempelde verkiezingen van 2000, was er weinig over van zijn democratische principes. De eeuwenoude traditie van coups en fraude leek ook op hem te zijn overgegaan. 

Ook op economisch gebied heeft Haïti nooit een adequaat beleid kunnen ontwikkelen. Investeringen werden nauwelijks gedaan. De gevolgen zijn verstrekkend. Van de bevolking leeft 80 procent onder de armoedegrens. Meer dan een kwart van de kinderen onder de vijf is ondervoed. Van de volwassenen is 70 procent analfabeet. De meeste Haïtianen hebben geen toegang tot basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg en onderwijs. Slechts honderdduizend van de acht miljoen Haïtianen hebben een baan. Een nationale industrie ontbreekt volledig, op de drugshandel na. Buitenlandse investeringen zijn miniem. Haïti is geheel afhankelijk van leningen en giften vanuit het buitenland en leeft hoofdzakelijk van wat geëmigreerde Haïtianen naar hun vaderland terugsturen. 

Grootheidswaanzin

Over wat er precies met Aristide is misgegaan, doen allerlei verhalen de ronde. Hortensius: “Zo schijnt Aristide in 1994 over de militairen gezegd te hebben: vermoord ze allemaal en doe dat op de klassieke manier van necklacing, waarbij iemand een brandende autoband om zijn nek krijgt.”Aristide zou volgens dit verhaal dus altijd al een beetje gestoord geweest zijn. Andere verhalen over Aristides omslag zeggen dat hij tijdens zijn ballingsschap in de VS aan grootheidswaanzin is gaan leiden. Toen hij eenmaal aan de macht gesnoven had, vergat hij zijn eenvoudige achtergrond. “Dat Aristide eerst priester was, wil natuurlijk ook niet zeggen dat hij automatisch een goede bestuurder zou zijn”, voegt Hortensius toe. Aristide werd in 1990 overweldigend gekozen al president, aangezien er verder nauwelijks iemand anders was en omdat hij de boodschap bracht die iedereen wilde horen: een einde aan de armoede en de corruptie. Hij zou Haïti weer tot het land maken dat zich als eerste ontworstelde aan de blanke overheerser. 

Onbekend is hoe Aristide dit dacht te bereiken. Het beeld dat nu achterblijft, is dat Aristide vooral erg weinig gedaan heeft. “Toen hij in 1994 door de VS opnieuw in het zadel werd geholpen, gebeurde dit op voorwaarde van neoliberale economische hervormingen. Deze voerde hij niet door, maar hij zette ook niets anders op”, aldus Hortensius. “Eigenlijk was er geen beleid.” Tegelijkertijd wijst Hortensius op factoren buiten Aristide om. “Er waren ook weinig kansen voor een goed beleid. De situatie was al erg slecht toen Aristide voor het eerst aantrad en toen heeft hij maar een paar maanden gehad voordat hij werd afgezet. Veel kun je dan niet gedaan krijgen. En vergeet niet dat het land ook niets heeft. Het is kaalgekapt en er zijn geen grondstoffen.” Toen na de verkiezingen van 2000 bovendien alle buitenlandse hulp stopgezet werd, had Aristide geen middelen meer om zijn beloftes na te kunnen komen. 

Hoe het nu verder moet in Haïti is onduidelijk. De internationale vredesmacht die de orde op het eiland moet herstellen, bereidt samen met interim-president Boniface Alexandre, voorzitter van het Hooggerechtshof, nieuwe verkiezingen voor. Hortensius zet hier haar vraagtekens bij. “De politieke oppositie stelt niets voor. Er is dus in feite geen enkel alternatief voor Aristide. Daarnaast zijn er niet of nauwelijks organisaties die de kracht hebben iets op te zetten nu Aristide weg is.” Ook vreest Hortensius voor nieuw geweld van aanhangers van Aristide en voor wat de ex-militairen zullen gaan doen. “Het is heel, heel wankel allemaal.” 


'FABRIEKSKRAKERS' ZIJN BESTE BANENSCHEPPERS  Anke Welten
Nieuwe impuls voor Argentijnse economie


Nog geen jaar geleden had de Argentijnse overheid geen goed woord over voor de werkloze arbeiders die de bedrijven van hun failliete werkgevers bezetten en nieuw leven inbliezen. Krakers waren het en ordeverstoorders, die zich onrechtmatig eigendom toeeigenden. Nu staat president Kirchner vooraan om ze te prijzen, als 's lands enige echte banenscheppers.

“Zie je dat iedereen hier aan het werk is?” wijst Alberto Gómez, stralend. De kleine man staat in de grootste hal van Viniplast, dat een van de belangrijkste producenten was van geplastificeerd textiel in Buenos Aires. De machines waar grote rollen stof, plastic en papier door horen te glijden, staan bijna allemaal stil. Van de stapels zakken die hier een paar jaar terug nog lagen, is een zielig hoopje over. In de voorraadruimte herinneren alleen productnaambordjes, prijslijsten en kasten van palethout nog aan het betere verleden. Nu is alles leeg.
Maar, inderdaad, de elf mensen die na het faillissement van hun baas in de fabriek besloten te blijven, zijn enthousiast aan het werk. Ook al heeft maar één klant een order bij ze lopen en heeft die niet, zoals beloofd, de grondstoffen geleverd. Ook hij zit krap en is afhankelijk van andere klanten en leveranciers. De werknemers zijn bezig met achterstallig onderhoud van de machines, voorbereiding van komende leveranties en de schoonmaak.


LINKS OF RECHTS: DAT IS DE VRAAG  Luis Ochoa
Verkiezingen in El Salvador


Op 21 maart gingen rond de 3,5 miljoen Salvadoranen naar de stembus om de nieuwe president van de republiek te kiezen. De eindstrijd ging tussen de kandidaten van ARENA, de partij die het land sinds 1989 regeert en het FMLN, de partij van de voormalige guerrilla. De strijd tussen de twee partijen heeft tot een grote polarisatie van het verkiezingsproces geleid, meent Luis Ochoa van het Midden-Amerikaanse weekblad Inforpress. Een paar weken voor de verkiezingsdag analyseerde hij het politieke landschap. ‘Tenzij alle analisten er naast zitten, betekenen de verkiezingen het einde van de centrumcoalitie.’'

De Salvadoranen kiezen op 21 maart voor een regering met een rechtse of een linkse ideologie. Een middenweg lijkt geen kans te maken. De strijd gaat  tussen de rechtse ARENA (Alianza Republicana Nacionalista) en het linkse FMLN (Frente Farabundo Martí para la Liberación Nacional). De regeringspartij, die al vijftien jaar aan de macht is, heeft de zakenman Antonio Saca als presidentskandidaat. Zijn running mate is de econome Ana Vilma Alvarez. De partij van de vroegere guerrilla heeft de bekende linkse leider Schafik Handal als presidentskandidaat en de arts Guillermo Francisco Mata als beoogd vice-president.
Tenzij alle analisten en peilingen er naast zitten, betekenen de verkiezingen het einde van de presidentiële aspiraties van de centrumcoalitie. Het verbond van PDC (Christen-democratische Partij) en CDU (Verenigd Democratisch Centrum) lijkt de gewekte hoop niet waar te kunnen maken. De presidentskandidaat Hector Silva kan zich niet verzekeren van de stemmen van de ‘ontevredenen’, die noch van rechts noch van links het heil verwachten. Het ziet er naar uit dat de coalitie dezelfde weg zal gaan als zovele politieke partijen de laatste jaren. Sinds de ondertekening van de Vredesakkoorden in 1992 zijn veel partijen van het toneel verdwenen door de toenemende ideologische polarisatie in het land. In de laatste tien jaar zijn veertien partijen, die zichzelf als centrumpartij profileerden, verdwenen. Ook de PCN (Partij van Nationale Verzoening) maakt weinig kans op electorale winst. In peilingen in de maand februari stond ARENA steeds aan kop. Het verschil met het FMLN varieerde, al naar gelang wie de peilingen uitvoerde, tussen 4 en 21 procent. Bijna een kwart van de bevolking gaf te kennen nog niet te weten op wie ze wilde stemmen. De campagne voor de eindsprint richt zich dan ook vooral op deze groep kiezers, de ‘besluitelozen’. Om te winnen moet een kandidaat 50 procent van de stemmen plus één behalen. Doorgaans is een tweede ronde nodig, die deze maal gepland staat voor 2 mei.


TOEGANG TOT DE ZEE  Jan de Kievid
Oud conflict tussen Bolivia en Chili laait op 

Het sluimerende conflict tussen Bolivia en Chili is weer opgeleefd. 125 jaar geleden veroverde Chili het salpeter- en koperrijke kustgebied van Bolivia om dat nooit meer terug te geven. Bolivia eist opnieuw toegang tot de zee, maar Chili voelt daar niets voor.

In een Chileense mop tijdens de militaire dictatuur vroeg een Chileen aan een Boliviaan: ‘Waarom hebben jullie een minister van marine terwijl jullie niet aan zee grenzen?’ De Boliviaan reageerde met ‘Waarom hebben jullie een minister van justitie?’ De oude Boliviaanse wens om weer toegang tot de zee te krijgen houdt opnieuw de gemoederen bezig. Bolivia heeft zich nooit echt neergelegd bij het verlies ervan tijdens de Pacifische Oorlog in 1879. Het Chileense leger veroverde toen de havenstad Antofagasta en een deel van de Atacamawoestijn met rijke salpeter- en kopervoorraden. Bij het vredesverdrag van 1904 werd Bolivia gedwongen de ‘absolute en eeuwige’ heerschappij van Chili over het veroverde gebied te erkennen. In ruil daarvoor kreeg Bolivia 300 duizend Engelse ponden en bouwde Chili een spoorlijn tussen La Paz en de havenstad Arica, die ze op Peru had veroverd. Bovendien mocht Bolivia vrij goederen naar Chileense havens vervoeren. 


OP PAD MET EEN POEMA  Frank Weijand
Backpackers helpen wilde dieren

Apen stoeien in de schoot van de Israëlische Hadar. De Schotse Emma komt moe terug van haar wandeling met een poema. En Leo uit Nederland holt achter zijn ondeugende wezel aan. Vreemd? Niet in Inti Wara Yassi, een opvangcentrum voor wilde dieren in Bolivia dat grotendeels gerund wordt door backpackers. Wie van dieren houdt is er welkom.

Gepest, geketend, gekortwiekt, geslagen. Eén ding hebben de dieren in het Boliviaanse opvangcentrum Inti Wara Yassi gemeen: hun vroegere leven was niet bepaald vrolijk. Allemaal zijn ze slachtoffer van de bloeiende illegale handel in wilde dieren. In het park Machia probeert Inti Wara Yassi hen weer een zo vrij mogelijk leven te geven. Het park is een stuk jungle grenzend aan Villa Tunari, een klein plaatsje in de Chapare-regio, langs de drukke weg van Cochabamba naar Santa Cruz. De contouren van de Andes steken in de verte tegen de hemel af.
De verzorging van de dieren is opmerkelijk genoeg bijna volledig in handen van een bonte verzameling gringos. “Zonder vrijwilligers redden we het niet”, zegt Tania Baltazar, een jonge Boliviaanse die samen met vijf landgenoten het park leidt. De vrijwilligers zijn meestal backpackers die op hun tochten door het continent een tussenstop maken in Villa Tunari. “Wij ontvangen geen enkele overheidssteun”, legt Baltazar uit. “Het verblijf van de vrijwilligers in onze hostels vormt samen met donaties onze enige bron van inkomsten. Het is een win-win situatie. De dieren krijgen de aandacht die ze nodig hebben en voor de vrijwilligers is het een unieke kans om met apen, wilde katten of tropische vogels te werken.”


ONDER DE DROGE VALBIJL  Walter Lotens
Strafkamp in Frans-Guyana

Het bagno van Saint-Laurent-du-Maroni was ooit het centrum van de Frans-Guyanese strafkolonie. Wie daar terechtkwam, stierf een langzame dood. Niet onder de scherpe valbijl van de guillotine, maar door de zware dwangarbeid, de pesterige bewakers, de ongenadige hitte, de tropische ziektes, de onderlinge afrekeningen en de mislukte ontsnappingspogingen. De geest van Papillon waart hier rond. Zou hij dan toch bestaan hebben en gevlucht zijn vanaf Saint-Laurent-du-Maroni?

De bronzen dwangarbeider houdt zijn hoofd vast. Zijn voeten zitten in ijzeren boeien. “Dit beeld symboliseert het leed van de meer dan 50 duizend galeiboeven en dwangarbeiders die naar Frans-Guyana werden getransporteerd. Het waren bijna uitsluitend mannen. Er zijn slechts een vijfhonderd vrouwen hier naartoe gevoerd.” Dat zegt onze inheemse gids met de toch zeer Franse naam Claude. “De meeste kwamen hier in Saint-Laurent-du-Maroni terecht. Maar er waren in dit land nog meer bagno’s, gevangenissen voor galeislaven, op de eilanden en ook hier in de omgeving.” Het kwieke kereltje laat de Franse klanken welluidend rollen. Voor vier euro krijgen we van hem een gedramatiseerde historische uitleg. Op drie kilometer van Saint-Laurent, bedenk ik, is nu een leuke trimbaan in het bos. Op de plek waar ik al enkele zware boslopen heb gedaan, moesten vroeger zwarte misdadigers, afkomstig uit Madagascar, bomen vellen, klein hakken en op vierkante hopen stapelen. Hier ren je zeer letterlijk boven op de geschiedenis.
Onze gids wijst naar de steiger. “Daar legde La Martinière geregeld aan. Meer dan een maand had dit stoomschip nodig om tweehonderd gevangenen van het Franse Ile de Ré over te brengen.” In 1857 kwam het eerst konvooi binnen. Dat ging zo door, bijna zonder onderbreking, tot 1936. In de jaren twintig klaagden de schrijver Albert Londres en Charles Péan van het Leger des Heils de mensonterende omstandigheden aan waarin de galeislaven ofwel bagnards moesten leven. Onder grote druk werd het regime enigszins verzacht. Het bagno werd officieel opgeheven in 1936, maar pas in 1956 verliet de laatste gevangene de sinistere plek. Dat was dus bijna honderd jaar na de opening. Alle bagnards zijn ondertussen gestorven. In het begin van de jaren tachtig kon de Franse journalist Jean-Claude Michelot nog een dertigtal interviewen. Hij sprak met de meeste in de eenvoudige bar Chez Sollet, dichtbij het oude kerkje, waar ze vaak bij elkaar kwamen om herinneringen op te halen. Hij schreef daarover het boek La guillotine sèche (de droge valbijl).



Boek over Mexico cadeau voor nieuwe abonnees!

Omdat het feest is geeft LA Chispa aan de eerste tien
nature abonnees een cadeautje. Zij ontvangen het boek Casino Mexico. 
Winnaars en verliezers van de globalisering door Bertram Zagema. 
Een spraakmakend boek, uitgegeven door Lemniscaat. 
Wees er dus snel bij! U kunt zich per e-mail of 
per post aanmelden als abonnee.

 

   E-mail Noticias
   Noticias-donateur worden?

Patrocinado por / Sponsored by:


  

Noticias 1997-2004