REDACTIONEEL
Jan de Kievid
Menem niet langer boven wet?
Het leek goed te gaan met Carlos Menem. De 73-jarige ex-president van Argentinië en zijn 39-jarige echtgenote Cecilia Bolocco, een voormalige Chileense Miss Universe, hebben pas een zoontje gekregen. Het echtpaar woont tegenwoordig in Chili. Ook bereidt Menem zich voor op een politieke comeback, na zijn smadelijke terugtrekken in de tweede ronde van presidentsverkiezingen in april 2003. In 2007 wil hij weer president worden.
Maar nu zit het weer tegen. Eind april lieten twee Argentijnse rechters een internationaal arrestatiebevel uitgaan, en verzochten Chili om uitlevering van Menem. Dat gebeurde nadat Menem meerdere malen had geweigerd zich in Argentinië te laten verhoren. Het gaat om twee verschillende processen over corruptie, misbruik van overheidsgelden en valsheid in geschrifte. Mogelijk krijgt Menem nog meer processen aan zijn broek. Regelmatig duiken nieuwe schandalen op uit zijn presidentschap (1989-1999), de tijd van grootschalige corruptie, economische schijnsuccessen, uitverkoop van staatsbedrijven en grotere ongelijkheid, de opmaat naar de diepe val van Argentinië in 2001. Onlangs werd bekend dat onder Menem alle ministers en staatssecretarissen boven hun gewone salaris maandelijks ongeregistreerd 50.000 dollar extra kregen.
Menem vindt dat de rechters maar naar Chili moeten komen om hem te verhoren. Hij wil niet naar Argentinië reizen waar hij in 2001 een half jaar huisarrest had op verdenking van betrokkenheid bij illegale wapenverkoop aan Ecuador en Kroatië. Menem spreekt over "politieke vervolging." De regering heeft justitie tegen hem opgezet: "Het is een manoeuvre van president Kirchner om mij uit de politieke arena te verwijderen." De Argentijnse regering merkte fijntjes op dat gedurende langere tijd - bedoeld werd de periode-Menem - "de uitvoerende macht zich bemoeide met acties en beslissingen van de rechterlijke macht, maar dat gebeurt tegenwoordig niet meer." Menem noemde een van de rechters een "clown."
Hij gedraagt zich nog steeds als iemand die boven de wet staat en met niemand rekening hoeft te houden. Als president vaardigde hij ruim 300 keer decreten uit om het parlement te omzeilen, wat in de anderhalve eeuw daarvoor slechts 25 keer was gebeurd.
Het internationale arrestatiebevel zal om juridische redenen geen direct effect hebben. Uitlevering door Chili is wel mogelijk. De Chileense regering beschouwt buurland Argentinië immers als een rechtsstaat. Deze procedure loopt via het Chileense hooggerechtshof en zal wel een jaar duren. Politiek asiel in Chili, als Menem dat zou willen, zit er waarschijnlijk niet in, opnieuw omdat Chili Argentinië als een rechtsstaat ziet.
De uitleveringsverzoeken zijn zeker winst, omdat duidelijk wordt dat presidenten niet straffeloos boven de wet staan. Dat is de afgelopen vijftien jaren ook gebleken in Brazilië, Ecuador, Paraguay, Peru en Venezuela, waar parlementen hun corrupte presidenten afzetten. Net als Menem weken de ex-presidenten Fujimori van Peru en Salinas van Mexico uit naar het buitenland. De justitie van beide landen heeft hen niet kunnen berechten wegens corruptie. Fujimori heeft inmiddels de Japanse nationaliteit en Japan levert geen staatsburgers uit. Salinas kan af en toe even terug met een vrijgeleide, maar heeft zijn ballingsoord slim gekozen: Ierland, dat geen uitleveringverdrag heeft met Mexico.
Of Menem uiteindelijk wordt uitgeleverd, staat nog te bezien. Maar tot zover is het goed voor de democratie en de strijd tegen corruptie. Helaas staan daar minder gunstige berichten tegenover. Volgens een recent onderzoek van de Verenigde Naties geeft slechts de helft van de Latijns-Amerikanen aan democratie de voorkeur boven een autoritair bestuur. Bovendien vindt 58 procent dat een president de wet mag overtreden. Koren op de molen van Menem. Maar het is ook moeilijk om in democratie te geloven met politici als
Menem.
FAMILIEAANGELEGENHEDEN
Senta in 't Veld
Presidentsverkiezingen in Panama
Nog geen vier jaar geleden was Panama vervuld van optimisme. De eeuwwisseling zou worden ingeluid met de teruggave van het Panama-kanaal aan de Panamezen en, belangrijker nog, de aftocht van de Amerikanen. Een mijlpaal die economische voorspoed zou brengen. Deze hoop mocht niet baten. Drie jaar later teisteren armoede, ongelijkheid en corruptie een land dat op 2 mei een nieuwe president heeft gekozen: Martín Torrijos, zoon van de legendarische maar omstreden Omar Torrijos, die in de jaren zeventig de teruggave van het kanaal
regelde.
27 maart 2004. Het jaarlijkse verslag van de commissie Transparency International liegt er niet om: van de 102 onderzochte naties behoort Panama tot de tien meest corrupte landen ter wereld. Vooral in verkiezingstijd viert corruptie vaak hoogtij. En laat die periode nu net zijn achter de rug zijn in Panama.
Een jaar geleden presenteerden de politieke partijen hun presidentskandidaten. De periode van beloften, retoriek en charmeoffensieven ging daarmee officieel van start. De programma's van de kandidaten waren nauwelijks reden tot sensatie. Ze bestempelden allemaal werkloosheid, gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur, corruptie en veiligheid als belangrijke zaken die onder hun bewind de volle aandacht zouden krijgen. Ook verwierpen ze stuk voor stuk de privatisering van de sociale zekerheid en het waterbedrijf, momenteel nog in handen van de staat. Volgens politieke analisten wierpen alle kandidaten zich daarnaast in hun campagnes graag op als held van de armen, maar hangen ze in feite eenzelfde neoliberale en pro-Verenigde Staten koers aan.
Nee, de sensatie moest duidelijk komen van de wijze van campagne voeren. Hoe verder het jaar vorderde, des te meer modder vloog er in het rond. De presidentskandidaten deden hun uiterste best om de aandacht van het publiek op zich te vestigen in de dagelijkse verkiezingssoap. Als het daarvoor nodig was de andere kandidaten zwart te maken, schroomden ze niet dat te doen. Alles erop gericht om vanaf september 2004 het stokje van de huidige president Mireya Moscoso te kunnen overnemen.
Op 2 mei toog een ongekend groot aantal Panamezen naar de stembus, bijna 80 procent van de kiesgerechtigden. Het waren de eerste verkiezingen na 31 december 1999, de dag dat de Amerikanen het Panama-kanaal teruggaven aan de Panamezen. Op 3 mei werd de winnaar bekend gemaakt. De sociaal-democraat Martín Torrijos won met 47 procent van de stemmen. Niet zo verrassend, want hij was de meest opmerkelijke en kansrijke kandidaat. Hij voerde de verkiezingscoalitie Nieuw Vaderland aan, bestaande uit de Revolutionaire Democratische Partij en de Volkspartij. In de peilingen kreeg hij steevast meer dan 50 procent van de stemmen, op de voet gevolgd door Guillermo Endara, ex-president en kandidaat voor de Solidariteitspartij. Endara kreeg uiteindelijk 31 procent van de stemmen.
Martín Torrijos is een veertigjarige econoom die in de Verenigde Staten is afgestudeerd. Belangrijker is dat hij de zoon is van de linkse populistische generaal Omar Torrijos. Die was president van 1968 tot 1981, toen hij door een vliegtuigongeluk om het leven kwam. Zijn dood verhinderde niet dat hij de politiek is blijven beheersen. Het meest bekend werd hij door de ondertekening van het beroemde Torrijos-Carter Verdrag. De teruggave van het Panamakanaal en omringende gebieden op 31 december 1999 werd in dit verdrag vastgelegd. Omar Torrijos geniet onder de Panamezen nog altijd een heldenstatus dankzij dit verdrag. Ongetwijfeld heeft de huidige populariteit van zoon Martín te maken met deze familieband.
Vete
Niet alleen de teruggave van het Panamakanaal maakt Omar Torrijos tot de 'belangrijkste figuur uit de Panamese geschiedenis', zoals een enquête in augustus 2003 hem bestempelde. In 1968 onttroonde hij de toenmalige president Arnulfo Arias, van wie de huidige president Moscoso de weduwe is. Omar Torrijos maakte hiermee een eind aan een lange periode waarin het land geregeerd werd door traditionele elitefamilies. Zijn militaire regering liet echter diepe sporen na. Momenteel is de Inter-Amerikaanse Commissie van Mensenrechten bezig de verdwijningen, mishandelingen, moorden en illegale opsluitingen te onderzoeken die plaatsvonden tijdens de eerste vier jaar van de militaire regering. De strijd tussen de Arnulfistas en de Torrijos-clan kreeg een staartje toen de weduwe van Arias, huidig presidente Moscoso, bij de presidentsverkiezingen van 1999 haar grootste rivaal Martín Torrijos achter zich liet.
De onofficiële vete tussen de Arnulfistas en de Torrijos-clan werd breed uitgemeten in de binnenlandse pers tijdens de verkiezingsperiode. Net als zijn rivalen maakte Martín Torrijos handig gebruik van iedere mogelijkheid om zijn grootste tegenstanders zwart te maken. Ook het corruptierapport van Transparency International greep Torrijos dankbaar aan. Na het verschijnen hiervan verklaarde hij: "Ik zet vraagtekens bij de hardnekkigheid waarmee regeringsambtenaren officiële arbeidsuren en staatsmiddelen inzetten om politieke campagnes van regeringskandidaten te ondersteunen. Het gaat hierbij om incorrecte praktijken. De regering heeft geen gehoor gegeven aan de transparantie die vereist is ten tijde van een verkiezingsproces, door openlijk de campagne van Alliantie Visie van het Land te steunen." Deze alliantie bestaat uit de regerende Arnulfistische partij Molirena, wat staat voor Liberale Republikeinse Nationalistische Partij, en de Liberale Partij. De lijsttrekker van deze coalitie is de Arnulfistische bankier José Miguel Alemán.
De andere presidentskandidaat Ricardo Martinelli, ex-minister van Kanaalaangelegenheden en leider van de door hemzelf opgerichte partij Democratische Verandering, stond gelijk in de rij om deze kritiek kracht bij te zetten. Volgens hem werd de spot gedreven met de Panamezen door de openlijke steun van president Mireya Moscoso aan regeringskandidaat Alemán. Ook bekritiseerde hij de verklaring dat enkele van Alemáns naaste medewerkers 'met vakantie gaan'. Daarmee verwees hij naar opmerkelijke 24- en 48-urige vakanties die regeringsmedewerkers opnamen om zogenaamd in hun vrije tijd de campagne van Alemán te ondersteunen.
Al Q'aida
Wat voor land laat Mireya Moscoso straks achter? Mensen die voor de eerste keer Panama-Stad bezoeken kunnen de weidse straten van het financiële gebied gemakkelijk aanzien voor een downtown-district van een doorsnee Amerikaanse stad. Langs de straten staan hoge kantoorgebouwen voorzien van airconditioning. Er zijn opzienbarend veel McDonald's te bespeuren. "We zijn een goedkope versie van de gringos", aldus een Panamese student. Maar vlak hierachter bevinden zich de bekende krottenwijken die elke Midden-Amerikaanse stad kenmerken. Zwangere vrouwen lopen blootsvoets over modderige straten, terwijl de werkloosheid veel mannen ertoe heeft aangezet hun dagen te verdrinken in duistere kroegjes. Ziektes lijken hier vrij baan te hebben en vooral aids vormt een steeds groter wordend gevaar.
Nog geen half jaar geleden, in november 2003, vierde dit land haar honderdjarige onafhankelijkheid van Colombia. De feestelijkheden werden overschaduwd door een pijnlijk gemis aan optimisme. Vier jaar daarvoor was een groot deel van de bevolking nog optimistisch gestemd. De teruggave van het kanaal aan de Panamezen op 31 december 1999, dat de aftocht van de Verenigde Staten impliceerde, moest bijvoorbeeld leiden tot een stabiele democratie zonder militaire inmenging. Een belangrijk verlangen, gezien het gewelddadige militaire karakter van de dictaturen die Panama kende onder Omar Torrijos, maar nog meer onder Manuel Antonio Noriega (1983-1989).
Vanaf 2000 trokken de VS officieel weg uit het land. In werkelijkheid is het leger van de noordelijke grootmacht echter nog halfslachtig aanwezig. Een Panamees-Amerikaans verdrag staat de VS namelijk toe haar leger in te zetten in en rond het gebied van het Panamakanaal wanneer de Amerikaanse of internationale belangen in het geding komen. Zo wordt het kanaal momenteel extra bewaakt doordat er aanwijzingen zijn dat een terroristische groepering van Al Q'aida mogelijk aanslagen op het kanaal zal plegen.
Het eigen leger bleek te zwak om daadkrachtig te kunnen werken. Gezien de jarenlange aanwezigheid van het Amerikaanse leger in Panama, was het Panamese leger gereduceerd tot een soort veiligheidsorgaan dat in dienst stond van de burgerregering. Met het officiële terugtrekken van de VS zagen de Panamezen zich opeens zelf geconfronteerd met onder meer een nijpende situatie aan de grens met Colombia. De interne Colombiaanse drugs- en geweldsproblematiek zet zich gemakkelijk voort op Panamees grondgebied. Zo komt het in de laatste jaren steeds vaker voor dat in Panama drugslaboratoria en cocaplantages worden aangetroffen. Maar ook bijbehorende activiteiten als afrekeningen, roof, drugs- en wapenhandel zorgen ervoor dat de criminaliteit in Panama zorgwekkend stijgt. Het eigen leger is amper in staat deze problemen het hoofd te bieden, laat staan om de democratie te waarborgen. Deze situatie leidt tot uiteenlopende politieke standpunten. Sommigen verlangen een wederopbouw van de eigen strijdkrachten, anderen willen zo spoedig mogelijk de volledige terugkeer van het Amerikaanse leger.
Economische wonden
Naast een sterk leger en een stabiele democratie mist Panama een gezonde economie. Meer dan de helft van de grond in Panama is in handen van grote landeigenaren, die samen maar 2,3 procent van de bevolking uitmaken. Rondom de grens met Colombia wonen vooral indiaanse bevolkingsgroepen. Zij worden regelmatig van hun grondgebied verdreven door drugshandelaren. Ook treft het besproeien van de gebieden met herbicide, ter bestrijding van de coca-aanwas, hun oogsten. Aan deze groep mensen is pijnlijk duidelijk te merken hoe de verkiezingsbelofte van president Moscoso, om de armoede in Panama drastisch te verminderen, in rook is opgegaan. Van de bevolking van 2,8 miljoen mensen verkeert tweederde in staat van armoede. Hiervan leeft weer 26 procent, waarvan het merendeel indiaans, in extreme armoede. Het is zodoende niet verwonderlijk dat Panama behoort tot de landen met de grootste inkomensverschillen wereldwijd. Dit kan ook verklaard worden aan de hand van het Panamakanaal, dat in 1914 werd geopend. De internationale scheepvaart door het kanaal is vooral goed voor de im- en exportbedrijven uit het westen. Banken zorgen voor zo'n 40 procent van Panama's economie. Maar slechts 15 procent van de Panamese bevolking is werkzaam in deze sector.
Een verdere blik op de economie van het land geeft een redelijk troosteloos beeld. Het land bevindt zich midden in een economische crisis. De werkloosheid is in de laatste jaren fors gestegen. Het exportvolume is met 8 procent gedaald en de industriële productie met 28 procent. De economie lijdt bovendien onder indrukwekkende belastingverhogingen. Geen wonder dat een incident uit 2002 nog eens uit de ijskast werd gehaald. Daarin speelde Vivian Torrijos, de vrouw van Martín Torrijos, een hoofdrol. Zij droeg destijds juwelen van Cartier, wat vragen opriep over waar zij het geld hiervoor vandaan haalde. Door het incident in de verkiezingsperiode nogmaals in de pers te brengen werd even extra zout gestrooid in de huidige 'economische wonden' van het land.
Machtige familie
Terug naar 2004. Opvallend is een kreet van presidentskandidaat Endara. In een energieke oproep aan het volk om toch vooral te gaan stemmen op 2 mei gaf hij als reden: "Als jullie niet gaan stemmen, zullen dezelfden winnen als altijd." Dit lijkt inderdaad één van de eerste regels van de Panamese politiek: hou het binnen de familie. En dan natuurlijk wel een rijke, elitaire familie. Niet alleen de scheidende president Moscoso en de nieuwe president Martín Torrijos komen uit een familie die al eerder een belangrijke rol speelde in de Panamese geschiedenis. De Arnulfistische kandidaat Alemán stamt uit een elitaire familie van koffieplantage-eigenaren. En ook Endara zelf. Van 1989 tot 1994 was hij de opvolger van de beruchte generaal Noriega. "Het is niet zozeer nationale politiek, wat zich hier afspeelt, als wel een familieaangelegenheid. Kijk naar de achternamen van de kandidaten en je ziet tot tientallen jaren terug in de geschiedenis dezelfde mensen vechten over hetzelfde stukje rijkdom", aldus Nicolas Shumway, hoofd van de faculteit Latijns-Amerika Studies aan de Universiteit van Texas.
Sommige kandidaten maakten openlijk gebruik van de familiebanden in de hoop nostalgische gevoelens bij de kiezers op te wekken. Zo heeft Martín Torrijos het portret van zijn omgekomen vader Omar op billboards in het hele land laten plakken om zijn eigen campagne kracht bij te zetten. Nu Martín Torrijos de verkiezingen heeft gewonnen, lijkt het erop dat de geschiedenis zich herhaalt. In 1968 was het Omar Torrijos die Arnulfo Arias onttroonde. Zoon Martín gaat vanaf september diens weduwe Moscoso vervangen. "Er is eigenlijk geen echte keus in deze verkiezingen", aldus Rolando Gordon, hoogleraar Economie aan de Universiteit van Panama. "Wie het ook wordt, de volgende president zal opnieuw de rijke en machtige families van dit land
dienen."
WERELDKAMPIOEN MET PROBLEMEN THUIS
Hans Veltmeijer
Lula een dik jaar president van Brazilië
Ruim vijftien maanden na de uitbundige inauguratie van Lula tot president van Brazilië is hij buiten zijn land een held en worstelt hij in zijn land met problemen. Zijn landgenoten rekenen hem de werkloosheid, criminaliteit en stijgende prijzen steeds meer aan. Ondertussen reist hij de wereld rond met plannen voor hongerbestrijding en eerlijke handel. De financiële wereld is geen vijand meer, maar een bondgenoot. Lula's positie lijkt nu al veel op die van zijn voorganger Cardoso. Alleen raakte die pas aan het einde van zijn tweede ambtstermijn uit de gratie bij de
bevolking.
Economisch is het niet meegevallen in het eerste jaar van de energieke president Lula van Brazilië. Maar het ergste is voorbij, zoals hij onlangs zei tijdens een conferentie over Latijns-Amerika in de Verenigde Staten. Hij kreeg bijval van de Wereldbank. Volgens de verantwoordelijke man voor Brazilië, Vinod Thomas, zou het land in 2004 op groei afstevenen. Dat zou een grote opsteker zijn na het slechtste jaar van het afgelopen decennium. De economie kromp in 2003 met 0,2 procent, terwijl buitenlandse investeringen zich op een dieptepunt bevonden. De schuldenlast bedraagt 250 miljard dollar, 58 procent van het Bruto Nationaal Product. Alleen de landbouwsector vormde vorig jaar een positieve uitschieter met een groei van 5 procent. Brazilië is al de grootste producent van koffie, suiker en sinaasappelsap in de wereld en zit nu de VS op de hielen voor sojabonen.
De laatste drie maanden van 2003 begon een ommekeer. De economie groeide 1,5 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2002. De beurs deed het goed en de inflatie daalde. Directeur Horst Köhler van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) prees de economische ploeg van Lula. Het IMF zegde zonder poespas een nieuwe standby lening van ruim 14 miljard toe, te gebruiken bij economische turbulentie van buitenaf. Lula moest daarvoor wel verklaren dat hij zijn strikte financiële beleid zou voortzetten.
Het bedrijfsleven is tevreden met Lula. De aanvankelijke scepsis over zijn uitverkiezing sloeg al snel om in steun. Ondernemers zien in hem een betrouwbare en stabiele partner. De baas van het Spaanse telecombedrijf Telefónica loofde hem onlangs om "de grote vooruitgang die is geboekt bij de versterking en stabilisering van de politieke
instituties."
GEEN LAND KAN GROEIEN OP LEUGENS
Anke Welten
Martelcentrum Argentinië wordt museum
Van hen die er gevangen zaten en dat hebben overleefd, is bijna niemand er meer teruggeweest. Een aantal moeders van desaparecidos hebben in het gebouw van het militaire opleidingsinstituut la Armanda in Buenos Aires ooit geprobeerd te achterhalen wat het lot was van hun kind of kleinkind. Voor vrijwel alle anderen was 24 maart 2004 de eerste keer dat ze hier waren. Het gebouw, één van de grootste concentratiekampen van Latijns-Amerika waar tijdens de dictatuur veel mensen gemarteld werden, is die dag geopend als Museo de la Memoria, een museum ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de militaire dictatuur en ter bevordering van het respect voor de
mensenrechten.
De hoofdstad van Argentinië is een museum rijker. President Kirchner heeft het initiatief genomen voor de oprichting van het Museo de la Memoria. Het is gevestigd in de Escuela Mecánica de la Armanda, een militair opleidingsinstituut. Dit gebouw was ten tijde van de militaire dictatuur het beruchtste martelcentrum van het land. Afgelopen 24 maart werd het geopend als museum ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de dictatuur. Het gebouw werd daarbij officieel overgedragen aan de Argentijnse staat. Aansluitend hield Kirchner een toespraak waarin hij namens de Argentijnse staat excuses vroeg voor het feit dat "twintig jaar gezwegen is over de vele wreedheden tijdens de militaire dictatuur." Ook trok hij ten strijde tegen "hen die willen proberen terug te keren naar tijden waarin de waarheid verdonkeremaand wordt."
Duizenden familieleden van desaparecidos en vertegenwoordigers van mensenrechtenorganisatie waren bij de plechtigheid aanwezig en bezichtigden de martelruimtes. Overlevenden van het martelcentrum hadden een paar dagen eerder al de gelegenheid gehad om het gebouw van binnen te
bezichtigen.
NIET LANGER HET
IRAN VAN HET WESTEN Jan de Kievid
Eindelijk echtscheidingswet in Chili
Na jarenlang touwtrekken is in Chili eindelijk een wet aangenomen die echtscheiding mogelijk maakt. Het land, dat zich zo modern noemt, is daarmee het laatste van Latijns-Amerika. Vooral de rooms-katholieke kerk heeft zich scherp verzet. Volgens president Lagos is er wat "meer lucht gekomen in onze maatschappij." Duizenden mensen kunnen nu eindelijk scheiden en daarna trouwen met een andere partner met wie ze vaak al jaren
samenwonen.
Op 11 maart was de kogel eindelijk door de kerk. Het Chileense parlement maakte echtscheiding wettelijk mogelijk. Tot het laatst toe had de rooms-katholieke kerk zich daartegen verzet. Het huwelijk was immers onontbindbaar. De wet zou gezinnen en de maatschappij in ellende storten.
Chili was met Malta het enige land in de westerse wereld zonder legale echtscheidingsmogelijkheid. Het feitelijk echtscheidingspercentage ligt in Chili echter op West-Europees niveau. In de jongste generaties eindigt zelfs de helft van de huwelijken in een scheiding. Al jarenlang is zo'n driekwart van de bevolking vóór legalisering. Het liberale Chili ziet mensen als klanten die niet alleen op economisch gebied, maar op in hun privé-leven individuele vrije keuzes maken. Chilenen voelen zich al sinds de negentiende eeuw als modern en beschaafd land ver boven hun buurlanden
verheven.
Verenigde Naties veroordelen
Cuba Maja Haanskorf
De Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties heeft afgelopen april de repressie tegen dissidenten op Cuba veroordeeld. De commissie houdt jaarlijks zitting in Genève. En ieder jaar is het weer de vraag of Cuba veroordeeld wordt voor het schenden van de mensenrechten.
In tegenstelling tot voorheen is het dit jaar niet gekomen tot een regelrechte veroordeling van het bewind van Fidel Castro. De resolutie waarover werd gestemd veroordeelt de repressie tegen dissidenten op het eiland. Het lot van de 75 dissidenten die vorig jaar veroordeeld werden tot zeer lange straffen wordt er expliciet in genoemd. Daarnaast wordt Cuba opgeroepen om de vrijheid van meningsuiting en godsdienst te eerbiedigen, een dialoog aan te gaan met politieke bewegingen en dissidenten, democratische instituties te ontwikkelen en een onderzoek naar de mensenrechtensituatie toe te
staan.
ETEN BIJ LAURA
ESQUIVEL Filip Huysegems
"Welke heb jij nog?" "Wil je een truffel of zo'n praline met amandelen?" Ik op mijn beurt bied haar mijn zwarte en witte bonbons aan. We zitten op een bank in Coyoacán, een rustige deelgemeente van Mexico-Stad. Daarnet hebben we in een aandoenlijk schattige chocolaterie een assortiment lekkernijen gekocht. Die kleinoden zijn we nu, in een boomrijk park, aan het opsmullen. Mensen die ons niet kennen zouden kunnen denken dat we een pril paartje zijn. Maar veel mensen kennen haar. Regelmatig spreken ze haar aan, trots als ze lijken dat ze haar kennen, Laura Esquivel, de schrijfster van de beroemde roman Como agua para chocolate.
De Mexicaanse schrijfster Laura Esquivel is wereldberoemd. Dat komt door Como agua para chocolate, haar debuutroman uit 1989. Het boek haalde wereldwijd een miljoenenoplage, werd in dertig talen vertaald, kreeg een verfilming en luidde een nieuw literair genre in, de culinaire roman. De Nederlandse vertaling heet Rode rozen en tortilla's.
|