info noticiashome



Het volgende nummer van LA Chispa
zal begin augustus 2004 verschijnen

Met daarin onder meer:

REDACTIONEEL
- Europa aan zet

ACTUEEL
- Sandinistische revolutie na 25 jaar
- Over en van Augusto Sandino
- Hardnekkig verleden van Guatemala
- Uribe: president van oorlog en vrede
- Bolivia in de houdgreep
- Korts Latijns-Amerikaans

PORTOFOLIO
- La otra cara

CULTUREEL
- Neruda eeuwige inspirator
- Uitgelezen: Twee broers
- Stichting Hoogland-Indianen
- Petrona Martínez zingt bullerengue
- Cd-recensie
-
Agenda



REDACTIONEEL     Jan de Kievid
Europa aan zet

Afgelopen mei was ik op een conferentie over Bolivia, georganiseerd door onder andere het CEDLA (Centrum voor Studie en Documentatie van Latijns Amerika). Naast allerlei onderzoekers en studenten waren er ook een paar Bolivianen aanwezig. Een van hen merkte op: "We kunnen hier nu wel praten over wat er allemaal moet veranderen in Bolivia en wat de regering zou moeten doen om de democratie vorm te geven. Maar wordt het niet eens tijd dat het Westen iets gaat doen en dan vooral Europa? Zolang jullie je eigen multinationale bedrijven niet eens in bedwang kunnen houden, verandert er nooit iets in landen als Bolivia." 
Het bleef wat stil in de zaal. De Boliviaan ging door. "Het zijn immers die bedrijven die het wel en wee van onze landen bepalen. Door hun grote economische macht en door de ongebreidelde vrijhandelsverdragen. Zogenaamde vrijhandel dan, want intussen houdt het Westen de tarieven en landbouwsubsidies in stand. Het hele westerse beleid is vooral gericht op de belangen van de transnationale bedrijven. Hun winsten vloeien immers terug naar de westerse landen."

Iets eerder was een rapport verschenen van het UNDP (de ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties) over de democratie in Latijns-Amerika (zie artikel in deze Chispa). Daarin wordt onder veel meer gesteld dat werkelijke democratie pas kans van slagen heeft als er aan een zekere mate van sociale gelijkheid is voldaan. Eenvoudiger gezegd: wanneer de meerderheid van de bevolking in een land onder de armoedegrens leeft, kun je democratische verhoudingen wel vergeten. Het rapport maakt ook duidelijk dat het neoliberale economische beleid van het laatste decennium de armoede en sociale ongelijkheid eerder versterkt dan verminderd heeft. Natuurlijk gaat het UNDP niet zover als de Boliviaan op het congres en worden multinationale bedrijven en vrijhandelsakkoorden niet met name genoemd. Maar iedere goede verstaander kan ook uit een half woord zijn conclusies trekken. 

Eind mei vond in Guadalajara, Mexico de derde topconferentie plaats van de Europese Unie met de landen van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied. Inzet was een vergaand vrijhandelsakkoord af te sluiten met vooral de landen van de Mercosur, waaronder Brazilië en Argentinië. Het is er niet echt van gekomen. De EU had niet veel beters te bieden dan de Verenigde Staten met hun vrijhandelsplannen (ALCA) of de Wereldhandelsorganisatie in september vorig jaar in Cancún. De Latijns-Amerikaanse landen hielden bij die gelegenheden de boot al af. 
Het beleid van de EU is niet wezenlijk anders dan dat van de VS: zo groot mogelijke uitbreiding van haar markten en zoveel mogelijk investeringsmogelijkheden voor haar bedrijven. De concurrentie tussen de VS en de EU lijkt zich vooral ten koste van Latijns-Amerika af te spelen. Tijd voor een andere Europese koers, lijkt mij.


Waardigheid en teleurstelling     Jan de Kievid
De sandinistische revolutie in Nicaragua na 25 jaar

Een kwart eeuw geleden maakten de sandinisten van het FSLN een einde aan de dictatuur in Nicaragua. De opbouw van een rechtvaardiger samenleving kon beginnen, maar al in 1990 kwam een einde aan dit experiment. Drie betrokken Nederlanders blikken terug. Voor allen was het sandinisme aanvankelijk inspirerend, maar is het huidige FSLN dat niet meer. Over het optreden van de leiding tijdens de revolutionaire jaren tachtig lopen de meningen fors uiteen. 

Op 19 juli 1979 trokken de verzetsstrijders van het FSLN (Sandinistisch Front van Nationale Bevrijding) de Nicaraguaanse hoofdstad Managua binnen. Breed gesteund hadden zij de ruim vier decennia oude dictatuur van de familie Somoza ten val gebracht. Er gloorde eindelijk hoop voor de onderdrukte bevolking in een van de armste landen van Latijns-Amerika. De nieuwe regering pakte alfabetisering en gezondheidszorg aan en startte een landhervorming om de positie van de arme boeren te verbeteren. Nicaragua werd een inspiratiebron voor mensen die elders in het continent streden tegen dictaturen en voor een rechtvaardiger samenleving. In Nederland en andere westerse landen nam de solidariteit massale vormen aan. 
Onder de kop 'Nicaragua bevrijd' schreef Alerta in 1979 over 'hoop voor de toekomst. Voor een toekomstig socialistisch Nicaragua.' Het is anders gelopen. Al snel begon de rechtse binnenlandse oppositie met politieke, financiële en militaire steun van de Verenigde Staten de revolutie te ondermijnen. In deze strijd tussen contra's en sandinisten vielen zeker 60.000 doden. 
In 1990 verloor de sandinistische kandidaat Daniel Ortega de presidentsverkiezingen van Violeta Chamorro van de rechtse oppositie. Dat betekende het einde van de sandinistische revolutie. Nicaragua werd weer een gewoon arm Midden-Amerikaans land. In 1996 en 2001 dong Ortega opnieuw vergeefs naar het presidentschap. Het FSLN maakte afspraken over een zekere mate van machtsdeling met de rechtse regering die een neoliberaal beleid voert. 
Wat is desondanks de betekenis van de sandinistische revolutie? Heeft die toch blijvende sporen nagelaten? En waarom is het misgegaan? LA Chispa voerde daarover gesprekken met drie Nederlanders die al een kwart eeuw met Nicaragua bezig zijn. 

Uitwisseling
Erik Vleugel raakte betrokken uit sympathie met de bevolking die streed tegen een dictatuur. "Ik volgde vanaf 1975 wat in Nicaragua gebeurde. Na 1979 wilde ik graag steun verlenen aan de door de nieuwe regering nagestreefde doelen van gratis onderwijs en gezondheidszorg voor iedereen, verdeling van land en steun aan de boeren. In 1983 ben ik meegegaan met een reis van het Nicaragua comité. Al eerder had ik samen met anderen Utrechtse bewonersgroepen en politieke partijen gepolst over een mogelijke stedenband. Eind 1985 is daaruit de officiële band van Utrecht met León voortgekomen. Ik ben in 1986 nog een paar maanden in Nicaragua geweest met een bouwbrigade, een indrukwekkende ervaring door het wonen en werken met mensen in een arme wijk." 
Vleugel wilde met de stedenband directe uitwisseling en solidariteit tussen organisaties en mensen bevorderen: "Als je je daar eenmaal mee verbindt, moet je er niet te lichtvaardig weer mee stoppen. Niemand van de stedenbandgroep heeft na 1990, toen de sandinisten de verkiezingen verloren, zijn handen er helemaal vanaf getrokken. Ik heb me ook nooit zozeer verbonden met het FSLN, maar met groepen en organisaties die opkwamen voor verbetering van de levensomstandigheden van de bevolking. Ook na 1990 bleef het mogelijk hen te steunen. Wij gaan daarmee door." 
Hans van Heijningen reisde als net afgestudeerd socioloog vier maanden door Latijns-Amerika toen de sandinisten Managua binnentrokken. Het lukte een visum voor Nicaragua te bemachtigen. "We belandden midden in de euforie, zo inspirerend dat ik dacht: ik moet hier een jaar naar toe om te weten hoe het in elkaar steekt." In 1984 kwam die kans, toen Van Heijningen met zijn partner, die als huisarts in een bergstreek ging werken, voor twee jaar naar Nicaragua trok om daar uiteindelijk tot 1992 te blijven. "Ik ben begonnen met solidariteitswerk voor het Nicaragua comité: bouwbrigades voorbereiden, stedenbandklussen, stukjes schrijven. Daarna heb ik drie jaar gewerkt voor de lokale overheid voor de versterking van de basisbeweging. Na het verkiezingsechec van 1990 ben ik door het FSLN gevraagd te onderzoeken waarom een groot deel van de boerenbevolking van de regio Chontales aan de kant van de contrarevolutie was beland. Dat was nodig om aanknopingspunten te vinden om gewelddadige afrekeningen te voorkomen. Chontales was de regio waar de meeste doden waren gevallen in de contra-oorlog. Daarom was een strategie nodig om de tegenstellingen te overbruggen. Dat heeft succes gehad, in deze regio is het snelst een einde gekomen aan het geweld."
Van Heijningen komt sinds 1992 nog bijna jaarlijks in Nicaragua: "Ik heb daar een soort tweede leven, een sociaal netwerk dat het mogelijk zou maken om daar volgende maand weer verder te gaan." 
Hans Langenberg was in de jaren zeventig actief in het Chili Komitee Nederland. In 1976 was hij medeoprichter van het Kultuur Kollektief Latijns-Amerika (KKLA). Het KKLA kwam in contact met de gedichten van Ernesto Cardenal en de verzetsbeweging in Nicaragua. Dat leidde tot steun aan het verzet en in 1978 tot oprichting van het Nicaragua Komitee Nederland (NKN). 
"De sandinisten vroegen of we een solidariteitsbeweging op Europees niveau wilden beginnen. Vanaf 1981 tot 1985 heb ik geprobeerd het Europese secretariaat vorm te geven. Wij werden steeds geconfronteerd met de verschillende stromingen binnen het sandinisme, die de solidariteit voor hun karretje probeerden te spannen. Het NKN wilde juist een brede solidariteit, ook in Europa. In 1983 raakte ik betrokken bij het grote festival voor de vrede in Managua." 
Langenberg kreeg steeds meer twijfels over het optreden van de sandinisten. Het werd hem steeds duidelijker hoe hard de interne strijd was en hoe hiërarchisch en autoritair alles was georganiseerd. Hij nam afstand van het politieke werk en legde zich steeds meer toe op de cultuur, met name het jaarlijkse VLAM-festival in Utrecht. Na 1990 is Langenberg nog een paar keer in Nicaragua geweest en hij vertegenwoordigt nog steeds een Nicaraguaanse artiest in Europa. Hij komt nog geregeld in Midden-Amerika. 

Zelfbewustzijn
Volgens alle drie heeft de sandinistische revolutie blijvende betekenis voor Nicaragua. Vleugel: "De waardigheid die mensen voelden toen ze als vrije mensen door de straten van hun eigen stad konden lopen zonder bang te zijn voor vervolging, dat heeft hen het elan gegeven om de situatie in eigen hand te nemen. Ook al zijn er weer corrupte regeringen gekomen, is dat toch onuitwisbaar in de geheugens van veel Nicaraguanen gegrift, en dat geven ze ook door." 
Volgens Vleugel zijn sinds de revolutie cultuur, poëzie en muziek niet alleen meer voor rijke mensen. Ook de alfabetiseringscampagne heeft mensen enorm gemotiveerd. "Veel organisaties hebben aan de vrijheid geroken en dat werpt nog steeds z'n vruchten af. Maar misschien is ons beeld een beetje vertekend, omdat León ongeveer de enige stad is met vanaf het begin een sandinistisch gemeentebestuur. De economische malaise voor de bevolking is er overigens niet minder dan elders." 
Langenberg noemt "het besef dat is ontstaan dat je gezamenlijk een dictatuur omver kunt werpen. Door 1979 is het zelfbewustzijn van de Nicaraguanen gegroeid, al is daarvan na 1990 weer veel teruggedrongen. Ook is er bij een deel van de bevolking heel wat pijn over wat de sandinistische leiders na 1990 hebben gedaan aan zelfverrijking en machtsmisbruik."
Van Heijningen ziet de sandinistische revolutie als "een belangrijke episode in de emancipatiestrijd van een klein en afhankelijk land tegenover een groot en machtig land als de VS. In deze periode is gezaaid in de richting van emancipatie en nationale trots. Dat gaat opnieuw ontkiemen, daar ben ik van overtuigd." Macro-economisch is het nu rampzalig, maar "de revolutie heeft wel een streep gezet door de traditionele semi-feodale agrarische structuur die je in veel Midden-Amerikaanse landen hebt. Die is niet meer teruggekeerd. De patroon-cliëntverhoudingen zijn vernietigd, niet alleen door de revolutie, maar ook door de daarop volgende periode van neoliberalisme. De armsten kijken op die periode terug als een keerpunt in hun geschiedenis. Dat heeft te maken met onderwijs en vormen van verheffing en emancipatie, die je niet in de statistieken terug kunt vinden. Er zijn mensen die zeggen: 'Het was allemaal voor niks', er zijn mensen die spijt hebben dat ze zich ermee hebben ingelaten, en je hebt mensen die er ontzettend trots op zijn." 

Doorleefde stem
In de jaren tachtig scandeerden demonstranten in Amsterdam 'Na Nicaragua heel Latijns-Amerika' en riepen de sandinisten bij links in Latijns-Amerika veel enthousiasme op. Dat is nauwelijks meer het geval. Volgens Vleugel is Nicaragua weer een gewoon land, zonder bijzondere uitstraling naar buiten. Van Heijningen ziet echter "een heel voorzichtige opflikkering van sociale en politieke strijd, verzet tegen het neoliberalisme en de dominantie van de Verenigde Staten. Daarbij zijn Che Guevara en in Midden-Amerika ook Sandino opnieuw inspirerende symbolen."
Voor Van Heijningen zelf is de tijd in Nicaragua "tot op de dag van vandaag heel bepalend geweest voor keuzes die ik maak, vooral op het punt van de daad bij het woord voegen. Het is de ervaring van politiek als een kwestie van leven en dood en de noodzaak om je te verbinden met mensen. Zo'n ervaring doe je in Nederland minder makkelijk op, maar is buitengewoon waardevol." Langenberg heeft het "voorrecht gehad door het inspirerende voorbeeld van Nicaragua mee te gaan in de internationale solidariteit. Ik heb veel mensen leren kennen, en ook m'n eigen beperkingen. Met name dat je op moet passen om te makkelijk achter macht aan te lopen. Misschien had ik de eerste vier jaar kritischer moeten zijn naar de sandinistische leiders." Voor Vleugel heeft het zijn bewondering versterkt voor "mensen die de moed hebben zich met hun leven te verzetten tegen onderdrukking." 
Waarom is het misgegaan met een revolutie die in 1979 zo'n goede start leek te maken? Er was steun van het hele politieke spectrum, van bijna alle sociale klassen, van vakbonden, kerk en bedrijfsleven. De sandinisten hadden een algemeen verachte dictator verdreven en konden rekenen op brede internationale steun. Zelfs de VS toonden zich onder president Carter aanvankelijk tamelijk welwillend. 
Iedereen noemt dat het onder Reagan met die welwillende houding snel was gedaan en dat de VS geen middel onbeproefd hebben gelaten om de sandinisten op de knieën te krijgen, maar er zijn ook andere factoren. Van Heijningen meent dat de startpositie helemaal niet zo gunstig was: "Het hele land lag in puin, het was een van de meest achterlijke economieën in de wereld, er was gebrek aan geschoolde bevolking, kortom een rampzalige situatie." 
Volgens Vleugel is het "niet zo verwonderlijk dat die brede steun afnam toen de gemeenschappelijke vijand weg was. Middengroepen vonden niet dat je zoveel geld moest besteden aan gratis onderwijs en gezondheidszorg voor de armste groepen. De sandinisten hebben ook fouten gemaakt in de economie, veel te centralistisch en met te weinig gebruik van wat er al aan basisorganisaties was. Maar het was niet te voorkomen dat er tegenstrijdige belangen opkwamen in een land met grote vrijheid voor iedereen." Vleugel vindt de omslag bij de verkiezingen van 1990 "vanzelfsprekend, want de enige manier waarop ouders hun kind niet naar de oorlog hoefden te sturen, maar konden zorgen dat hun kind bleef leven, was op mevrouw Chamorro van de liberale partij stemmen. De Amerikanen hadden immers gezegd dat zij op zouden houden met de oorlog als Chamorro zou winnen. Dat was schandalige chantage, maar stemmen voor Chamorro was een pragmatische keuze. Ik heb dit nooit een vorm gevonden van politiek niet bewust stemmen, wat door anderen wel is gezegd. Het was een heel doorleefde stem."

Petje af!
In het Noord-Amerikaanse tijdschrift NACLA Report on the Americas van mei-juni 2004 leverde Alejandro Bendaña, in de jaren tachtig onder de sandinisten topfunctionaris van buitenlandse zaken, scherpe kritiek op de sandinisten. Volgens hem valt de uiteindelijke mislukking niet alleen te wijten aan de Verenigde Staten, maar ook in hoge mate aan de FSLN-leiding. Leiders gedroegen zich autoritair en de besluitvorming in het FSLN was verre van democratisch. De kloof tussen leiding en bevolking groeide, waarbij de leiding onvoldoende besefte hoe de bevolking leed onder de contra-oorlog en economische ontberingen. De sandinisten gingen onnodige conflicten aan met kleine boeren. Ook hun omgang met de kerk, Miskito-indianen, oppositiepartijen en oppositiemedia verdiende geen schoonheidsprijs. De leiding was zo ver van de bevolking vervreemd, dat zij geen idee had dat het FSLN de verkiezingen van 1990 ging verliezen. 
Vleugel denkt dat hier veel in zit: "Een deel van de leiding had niet goed door hoe de sandinisten van de straat zich enorm moesten inzetten, dat de motivatie daardoor wegebde. Contact met de bevolking bestond vaker uit het beleid nog eens uitleggen dan uit tweerichtingsverkeer. De FSLN-leiding heeft zich de macht te goed laten smaken." 
Ook Langenberg kan zich wel vinden in de analyse van Bendaña: "De verkiezing van Ortega in 1984 was al een uiting dat macht bij een heel beperkt groepje zat, dat de sandinisten begonnen te vergeten waar ze eigenlijk voor stonden. Je wist dat er binnen de sandinisten spanningen waren tussen verschillende tendensen. De harde, autoritaire lijn was dominant." 
Van Heijningen is niet onder de indruk van de opvatting van Bendaña: "Terwijl hij recepties afliep, heb ik in de bergen rondgelopen, ik heb meer meegemaakt over hoe revolutionaire kaders met dorpsbewoners omgingen en hoe conflicten opgelost werden dan hij. Er zijn coalities gevormd, er is gemanoeuvreerd. Bij de landhervorming was het een constant zoeken naar manieren om de bovenkant niet met z'n allen tegelijk tegen ons te krijgen, terwijl de onderkant waardering kreeg voor hoe wij met hen een stap vooruit maakten. Dat gebeurde ook bij de benadering van de kerk. Natuurlijk zijn er fouten gemaakt, maar als ik kijk naar de grote lijnen en de keuzes die gemaakt zijn door de leiding van de sandinisten, dan roep ik tot op de dag van vandaag: petje af! Het project is van buitenaf kapot gemaakt, daar is een hoeveelheid energie, geld en toewijding op ingezet, die maken dat hoe je ook binnen Nicaragua geopereerd had, het een godswonder is dat het tien jaar heeft bestaan." 

Dreun
De grootste teleurstelling voor Van Heijningen was de verkiezingsnederlaag in 1990: "Een ongelooflijke dreun, ik had dat absoluut niet verwacht. Wij hadden het idee dat we konden beginnen aan een nieuwe periode waarin het revolutionaire proces voort kon gaan. De contra-oorlog was zo goed als gewonnen, we hoopten op onderhandelingen met de VS, waardoor er meer vrede en stabiliteit zou komen. Ook de Amerikanen beseften dat de contra-oorlog mislukt was." 
Voor Langenberg was niet de grootste teleurstelling de nederlaag van 1990 zelf, maar het gedrag van de FSLN-leiding daarna. In wat bekend is geworden als de piñata eigenden leiders en kaderleden van het FSLN zich huizen, auto's en andere goederen van de staat toe voor de nieuwe regering aantrad. "Ik ben teleurgesteld in de leiders, niet in de Nicaraguanen. Veel goede sandinisten zijn uit het FSLN gestapt."
Zulke teleurstellingen zijn Vleugel bespaard gebleven: "Als ik me verbonden had met het FSLN en eraan had vastgehouden dat macht niet kan corrumperen, was ik waarschijnlijk zwaarder teleurgesteld. Ik heb me echter altijd verbonden met groepen en organisaties die heel actief aan de slag zijn om de samenleving te verbeteren. Die hebben mij niet teleurgesteld."
Geen van drieën ziet het huidige FSLN nog als een inspirerende beweging. Volgens Vleugel is "het vertrouwen van de bevolking vaak beschaamd door politici, ook door Ortega, die als leider al jaren weg had moeten zijn. Bij Ortega is het oorspronkelijke ideaal verdwenen, want juist andere krachten, vooral georganiseerde vrouwen, blijken niet aan de bak te komen. Het is triest dat machtspolitiek alles bepaalt. Toch staat een behoorlijk deel van de achterban nog steeds achter Ortega, maar van het sterk afgezwakte programma gaat weinig inspiratie uit." 
Langenberg hoopt niet "dat Ortega nog eens de verkiezingen wint. Ik heb daarvoor te veel interne informatie vanuit mijn vak als advocaat. Ik heb inzage in dossiers van mensen die Nicaragua zijn ontvlucht, waaruit blijkt dat de huidige top van de sandinisten behoorlijk corrupt is." 
Van Heijningen geeft aan dat sommige mensen het heel anders bekijken: "Ik heb sandinistische vrienden die succesvolle ondernemers zijn geworden. Als ik mijn zorgen over de sandinisten uit, zeggen ze: 'Fijn dat jij zo principieel en basisgericht bent, maar dankzij de sandinistische partij en het verstandig opereren van de partijleiding hebben we een deel van de staatsmacht in landen. Daardoor is Nicaragua een van de veiligste landen van Midden-Amerika, is hier minder corruptie en meer persvrijheid dan in de omringende landen, en kun je hier als ondernemer uit de voeten. Die ideologieën zijn prachtig, maar wij zijn wel blij met de huidige partijleiding.'" Maar Van Heijningen vindt zelf het huidige sandinisme absoluut geen bron van inspiratie: "Waar de sociaal-democratie in Nederland zeventig jaar over heeft gedaan, heeft het FSLN dat traject in tien jaar doorlopen: de zaken zijn geregeld, de macht is gedeeld, maar de retoriek en vlaggen zijn gebleven."


Sandino          Hans van Heijningen
en de strijd voor nationale bevrijding

Een kwart eeuw geleden behaalden de sandinisten in Nicaragua de overwinning. Aan hun revolutie kwam na elf jaar een einde. Zij hadden hun beweging genoemd naar Augusto Sandino. Vanuit zijn guerrillabasis schreef Sandino in 1929 een verhaaltje voor kinderen, dat nog niets aan actualiteit heeft ingeboet.

De schrijver van het 'Verhaaltje uit de Segovias' (de noordelijke bergstreek van Nicaragua) is Augusto César Sandino die tussen 1926 en 1933 de eerste succesvolle gewapende opstand leidde tegen een Noord-Amerikaanse bezettingsmacht. 
In 1895 wordt Sandino geboren in het dorp Niquinohomo, vlak bij Masaya. Zijn vader is een middelgrote boer, terwijl zijn moeder als huishoudster en koffieplukster werkt. Begonnen als hulpmonteur werkt Sandino begin jaren twintig bij Noord-Amerikaanse multinationals in Mexico, Honduras en Guatemala. Daar raakt hij betrokken bij vakbondsacties en verzeild in kringen van linkse activisten. In 1926 keert hij naar Nicaragua terug als boekhouder bij een mijnbouwbedrijf. 


Hardnekkig verleden      Maja Haanskorf
Een half jaar Berger in Guatemala

Grote blijdschap alom dat het, politiek gezien, met Ríos Montt was gedaan. De nieuw gekozen president Oscar Berger kreeg bij zijn aantreden begin dit jaar het voordeel van de twijfel. De wittebroodsweken zijn nu echter voorbij. Ontruimingen van door landloze boeren bezette gronden zijn aan de orde van de dag. Een internationale commissie ter bestrijding van de straffeloosheid dreigt door het congres te worden weggestemd. Slechts internationale druk kan de instelling van deze CICIACS veiligstellen. Het grimmige verleden is nog lang niet overwonnen. 

De nieuwe regering van Oscar Berger was nog maar koud geïnstalleerd op 14 januari of er werd begonnen met de ontruiming van een groot aantal gronden die door landloze boeren waren bezet. Berger, zelf een landeigenaar, meent dat verdelen van grond de ineenstorting van de economie betekent, want die is afhankelijk van grootgrondbezit. Guatemala is vooral een agrarisch land, dat zich richt op de export van landbouwproducten. Het staat buiten kijf dat onder de nieuwe president de oude oligarchie terug aan de macht is in Guatemala. Representanten van machtige families met bekende namen als Botrán, Castillo, Bosch en Herrera bezetten sleutelposities in de nieuwe regering. Terwijl de vorige regering stelselmatig haar afkeer van deze oligarchie etaleerde, zijn de traditionele rijken van het land de beste vrienden van Berger. Sterker nog, Berger is één van hen.


Een president van oorlog en vrede     Mark Weenink
Twee jaar Uribe in Colombia

Midden op de Chaco, een droge, stekelige vlakte in Paraguay die twee keer zo groot is als Nederland, staat een hypermoderne melkfabriek. De fabriek is in handen van Duitstalige mennonieten, volgelingen van de Nederlandse wederdoper Menno Simons. Op de werkvloer kom je echter vooral Lengua-, Nivaclé- of Guaraní-indianen tegen, de zonen en dochters van de oorspronkelijke bewoners van de Chaco. De inheemse groep ziet met lede ogen aan hoe macht en rijkdom van de mennonieten groeien. De kloof lijkt onoverbrugbaar.

De melkfabriek van de mennonieten staat in Filadelfia, 450 kilometer ten noorden van de Paraguayaanse hoofdstad Asunción. Filadelfia is het centrum van vijftienduizend mennonieten, van wie de voorouders honderd jaar geleden naar Paraguay kwamen. De kolonie ziet eruit als een verlaten negentiende-eeuws pioniersstadje in een Westernfilm. De hoofdstraat is niet meer dan een stoffige zandweg met aan weerszijden lage kleurloze woningen. De tuintjes zijn dor, maar keurig aangeharkt. Achter de eenvoudige muren van de huizen gaat echter een comfortabele levensstijl schuil. Airconditioning, internet en televisie. De meeste moderne gemakken zijn aanwezig. In Filadelfia wonen ook indianen. Zij hebben geen auto's, geen internet of televisie. Velen zijn werkloos en hangen overdag voor de supermarkt. De kinderen bedelen. Blonde mennonieten rijden aan in stevige landrovers en stappen ze geïrriteerd voorbij. In de avond lopen de indianen naar hun omheinde reservaten aan de rand van de stad. Krottenwijken zonder riolering, waterleiding of elektriciteit.


Bolivia weer stevig in de houdgreep      Theo Roncken
President Mesa lost belofte niet in 

'De regering moet kiezen, voor de Bolivianen of voor de Amerikanen', meent Evo Morales, leider van de cocaboeren en van de politieke partij MAS. Zo makkelijk gaat dat echter niet. De torenhoge buitenlandse schuld en de privatisering van de energiesector zijn kernproblemen die niet worden aangepakt. Niet door president Mesa en evenmin door Morales en zijn partij. Interne verdeeldheid, gebrek aan structuur en op de achtergrond de altijd aanwezige druk van de Verenigde Staten, houden Bolivia gegijzeld. 

In oktober 2003 leidde de bloedige onderdrukking van een volksopstand tot de val van Bolivia's vorige president, Gonzalo 'Goni' Sánchez de Lozada. Buitenlandse waarnemers waren compleet verrast en een algemene bezorgdheid over de politieke stabiliteit van het land geeft Bolivia sindsdien een speciaal plaatsje op de internationale agenda. In maart voorspelde de generaal van het zuidelijk commando James Hill, de leden van het Amerikaanse congres dat "een voortgaande gijzeling van de inheemse beweging door radicalen" van Bolivia een drugsstaat kon maken. De Amerikaanse analist Andrés Oppenheimer deelde in een artikel voor de Miami Herald Bolivia in bij de groep 'zwakke staten' die een gevaar vormen voor de regionale stabiliteit. Voor Oppenheimer waren de oktoberprotesten in Bolivia een direct gevolg van het uitblijven van extra fondsen uit de Verenigde Staten. Over de structurele ongelijkheid in het land, de toenemende armoede en de enorme buitenlandse schuld had hij het niet. Economische steun uit de VS volgt zelden het prioriteitenlijstje van Bolivia. Sinds 1996 is bijvoorbeeld de financiële steun voor militaire doeleinden gestegen van 17 tot 40 procent. Bovendien zijn aan de toekenning van bi- of multilaterale fondsen strenge voorwaarden verbonden, zoals het sluiten van handelsverdragen en het aanvaarden van wetten voor de bescherming van buitenlandse investeringen. Het eindresultaat van deze 'hulp' laat zich goed beschrijven door een in mijn woonplaats Cochabamba vertrouwd straatbeeld: een klein omaatje dat, op haar tenen bovenop een leeg blik gedoneerde melkpoeder, in de vuilnis van een grote groene straatcontainer graait. Een voorbijlopende middelbare heer in pak trekt zijn neus voor haar op.


De eeuwige inspirator       Brechtje van Riel
Honderdste geboortejaar Pablo Neruda

Een 'groot slecht dichter' of de beste dichter van Latijns-Amerika? Kind van zijn tijd, of een tijdloze kunstenaar? Geëngageerd politiek dichter of dichter van de liefde voor vrouwen, voor de natuur, voor alledaagse dingen, voor Latijns-Amerika? Het zijn de vragen die altijd opdoemen in de discussie rond de Chileense dichter Pablo Neruda. Een discussie die 27 juni tijdens de feestelijke viering van de honderdste geboortedag van Neruda in Rotterdam niet gevoerd werd. Hier speelden de poëzie en de inspiratie de hoofdrol. 

Voor velen is hij de beste dichter van zijn generatie en zelfs de beste dichter van Latijns-Amerika. In ieder geval is hij de bekendste dichter die het continent heeft voortgebracht. Dit jaar is het honderd jaar geleden dat Pablo Neruda werd geboren. De Chileen die op 12 juli 1904 ter wereld kwam als Neftalí Eliecer Ricardo Reyes Basoalto en 31 jaar geleden overleed, is nog steeds populair en een inspiratiebron voor velen. 
Inspiratie bleek het centrale thema tijdens een feestelijke herdenkingsbijeenkomst op 27 mei in het Bibliotheektheater te Rotterdam. Inspiratie door middel van taal, inspiratie door middel van muziek. De middag was een lofzang op de man die in de woorden van vertaalster Barber van de Pol 'niet zomaar een dichter was maar een Dichter' en 'wiens wereld nerudiaans was zoals zijn werk'. De man dus die zelf poëzie was: Pablo Neruda. 
"Het idee achter de organisatie van deze dag was Neruda nu eens uit de wetenschappelijke discussie te halen. Dan gaat het steeds om vragen als 'is hij wel of niet actueel?'. Het ging ons erom Neruda te laten zien zoals de gewone mensen hem en zijn werk beleven", vertelt organisator Juan Heinsohn Huala van stichting Dunya. Dunya is een culturele stichting die kunst en cultuur uit alle hoeken van de wereld motiveert, organiseert en presenteert. Terug dus deze middag naar de poëzie. 






 

 

   E-mail Noticias
   Noticias-donateur worden?


  

Noticias 1997-2004