REDACTIONEEL
Maja Haanskorf
Vrouwen en zo
Erg hip is het niet meer, een themanummer over vrouwen en vrouwenbeweging. Voor veel jonge vrouwen zijn het thema's uit een ver verleden, toen er nog sprake was van onderdrukking en discriminatie. Die zijn nu toch wel verdwenen? Zij hebben er tenminste geen last van. En als er al iets vrouwonvriendelijks gebeurt, dan zeg je daar wat van.
In onze westerse wereld kunnen jonge, hoog opgeleide vrouwen zich een dergelijk standpunt wellicht permitteren, maar in Latijns-Amerika en andere derde wereldlanden ziet de realiteit er iets anders uit. Wereldwijd leven bijvoorbeeld steeds meer mensen onder de armoedegrens; vrouwen zijn onder hen ver in de meerderheid. Niet voor niets kennen alle internationale programma's ter bestrijding van de armoede, speciale actiepunten voor vrouwen. Hier zijn vrouwen juist een hot issue. Iedere ngo in het Zuiden die geld nodig heeft, moet in ieder geval zorgen dat ze iets speciaals voor vrouwen doet. Empowerment bijvoorbeeld, dat zo'n beetje alles kan betekenen, of micro-kredieten voor vrouwenbedrijfjes, of die nu levensvatbaar zijn of niet.
Deze'mode' is overigens al weer op zijn retour. De tegenwoordige globalisering en het neoliberale economische klimaat maken dat het heil in toenemende mate verwacht wordt van de vrije markt en de wereldwijde vrijhandel. Ook vrouwen profiteren daarvan: meer werkgelegenheid, hogere lonen en dientengevolge meer status en gelijkheid. Critici wordt de mond gesnoerd door te wijzen op de zegeningen van de informatietechnologie en op het succes van enkele landen, die het lijken te maken op de wereldmarkt.
In Latijns-Amerika zijn er zeker vrouwen die geprofiteerd hebben van deze moderne tijden, vooral hoog opgeleide vrouwen. De kloof tussen rijke en arme vrouwen is echter fors toegenomen. Critici van de neoliberale politiek menen dan ook dat de positie van vrouwen niet zal verbeteren, zolang dit economische beleid opgeld doet. De werkgelegenheid in de assemblage-industrie mag vrouwen dan tijdelijk vooruit helpen, in wezen reproduceert ze de bestaande ongelijkheid tussen vrouwen en mannen. Vrouwen zijn immers goedkope en plooibare arbeidskrachten.
Het machismo verdwijnt er ook niet door. Traditionele genderrelaties zijn van nature toch al zeer hardnekkig. Zowel mannen als vrouwen volharden erin. Als dan de politiek en de economie ook nog tegenwerken, wordt het wel erg lastig om als vrouw gelijkberechtigd te raken. Toch zijn er wel degelijk positieve veranderingen voor vrouwen te melden. In ieder land en in iedere regio zijn wel successen geboekt. Veel rechten van vrouwen zijn bij de wet verankerd en op diverse niveaus in de samenleving doen vrouwen van zich spreken. Net zomin als vrouwen in het Westen plotseling veranderd zijn, is dat het geval in Latijns-Amerika. Zo kon LA Chispa bij de totstandkoming van dit nummer constateren dat het heel wat moeilijker is om vrouwen te vinden die zichzelf capabel vinden dan mannen. Zelden kregen we zo vaak te horen: "Oh, maar daar weet ik echt niet zo veel van. Er zijn vast wel deskundiger personen te vinden."
Met dank aan de vrouwen die aan dit nummer meewerkten.
Arrogantie van oppositie afgestraft
Peter Desmet
Chávez blijft aan het roer in Venezuela
Rond half augustus was Venezuela wereldwijd in het nieuws. In een referendum zouden de Venezolaanse kiezers uitmaken of president Hugo Chávez zijn ambtstermijn mocht volmaken of niet. Tot grote verbazing van de wereldpers en tot teleurstelling van deVerenigde Staten won Chávez op 15 augustus met 58 procent van de stemmen. De kracht van het 'gewone' volk bleek sterker dan de oppositie, gesteund door de VS, had beweerd. Een ruime meerderheid van de bevolking koos voor de anti-neoliberale koers van Chávez, die weigert de olie te privatiseren en belooft in het belang van alle Venezolanen te regeren. Voor Brazilië en Argentinië betekent de overwinning van Chávez dat zij een bondgenoot hebben in hun streven naar grotere autonomie van het continent.
Op zich mag het geen verbazing wekken dat president Hugo Chávez door de meerderheid van de Venezolaanse bevolking gesteund wordt. Vooral onder de armen - 70 procent leeft onder of net boven de armoedegrens- geniet hij grote populariteit. Zij hebben baat bij de sociale maatregelen van de regering, zoals de gratis maaltijden die bejaarden en schoolkinderen in Groot-Caracas dagelijks krijgen. De verenigde oppositie, Democratische Coördinatie, heeft hen niet veel meer te bieden dan privatiseringen die vervolgens tot meer welvaart zouden moeten leiden. Verder lijkt het neerhalen van de regering-Chávez het enige bindmiddel van de oppositie te zijn. Na de uitslag van het referendum op 15 augustus, waarbij Chávez met 58 tegen 42 procent de overwinnaar was, bleek nogmaals hoe verdeeld de oppositie is. De onafhankelijke waarnemers van de Organisatie van Amerikaanse Staten en het Amerikaanse Carter Centrum hadden tot tweemaal toe formeel verklaard dat het referendum eerlijk verlopen was en dat er hoegenaamd geen aanwijzingen van kiesfraude waren. Voor de werkgeversorganisatie Fedecamaras was dit tenslotte genoeg om de overwinning van Chávez te erkennen. De politieke leiding van de oppositie bleef echter hardnekkig volhouden dat er bedrog in het spel was.
Op 20 augustus erkenden de Verenigde Staten eveneens de overwinning van Chávez, nadat ze eerst een onderzoek geeist hadden, samen met de Venezolaanse oppositie. Alle andere Latijns-Amerikaanse landen en de Europese Unie bestempelden de kiesgang als eerlijk. Hoe dan ook is de Amerikaanse regering elk moreel gezag in de kwestie Venezuela kwijt. Enkele maanden geleden is de betrokkenheid van deVS bij de mislukte staatsgreep tegen Chávez in april 2002 onomstotelijk vast komen te staan.
Respectloos
In het buitenland was de indruk ontstaan dat er een brede beweging tegen Chávez bestaat die de meerderheid van de Venezolanen vertegenwoordigt. De oppositie bestaat vooral uit instanties die in het politieke Venezolaanse verleden een belangrijke rol speelden. Naast de regeringspartijen Acción Demócratica en Copei, die het land veertig jaar onafgebroken regeerden tussen 1958 en 1998, maken vakbonden, de werkgeversorganisatie en de kerk deel uit van de oppositie. Daarnaast is er nog een aanzienlijke groep ex-guerrilleros , ex-militairen en arrivisten in de gelederen te vinden. Samen hebben zij het grootste deel van de communicatiemedia in handen, een situatie waarvan ze gretig gebruik hebben gemaakt. Doordat de massamedia zo'n verpletterende anti-Chávez campagne voerden hadden de meeste aanhangers van de oppositie de stellige indruk dat ze zich van president Chávez konden ontdoen via het referendum.
In werkelijkheid beschikte de oppositie niet over het vertrouwen van de meerderheid van de bevolking. Het is geen geheim dat de meeste Venezolanen de oppositie juist als oorzaak van alle sociaal en politiek kwaad beschouwen. In de jaren negentig werd het eens zo sterke Venezolaanse sociaal netwerk grotendeels ontmanteld en kreeg de vrije markt alle ruimte. De grootste doorn in het oog van de economisch zwakkeren is de ijver die de oppositie aan de dag legt om de petroleumindustrie te privatiseren. De staatspetroleummaatschappij PDVSA genereert in haar eentje 40 procent van het Bruto Nationaal Produkt. De PDVSA maakt het mogelijk dat de huidige regering wat financiële armslag heeft. De pers hakte voor het referendum ongenadig in op het feit dat maar liefst 3,2 miljard dollar aan de missiones, de sociale huizen en voedselbedeling in de scholen, is gegaan. Dit bedrag maakt slechts 10 procent van de olie-inkomsten uit. Dat geeft al een veel genuanceerder beeld van deze sociale uitgaven van de regering. Door op Chávez te stemmen geeft de meerderheid van de bevolking te kennen met dit beleid in te stemmen. Zeker zolang de modale Venezolaan economisch zo slecht af is. Zeven op de tien Venezolanen heeft momenteel geen reguliere job. De voorbeelden van privatiseringen waarbij aan de overheid inkomsten onttrokken worden, zijn de Venezolanen ook niet onbekend. Wat de doorsnee Venezolaan wellicht ook meer dan ontstemd heeft is dat de oppositie de wil van de kiezers niet respecteerde. Ze ging er bij voorbaat vanuit dat Chávez zou verdwijnen en had hiervoor al een reeks scenario's klaar. De oppositie lijkt meer dan ooit op drift. Een deel spreekt zich uit voor een boycott van de gemeenteraadsverkiezingen, die eind september gehouden worden.
Opluchting
De overwinning van Chávez betekent niet dat er op korte termijn veel zal veranderen. Venezuela blijft een gepolariseerd land met een bevolking die is verdeeld in een pro en een contra Chávez-kamp. Hopelijk maakt deze nieuwe zege van Chávez, de zevende op rij, de weg vrij voor een constructieve dialoog tussen alle Venezolanen.
Chávez gaf alvast het goede voorbeeld door te stellen dat hij president wil zijn van alle Venezolanen. Hij gaf ook aan dat Venezuela zijn olieproductiequota zal handhaven als voorzien. Een verklaring die zeer in de smaak viel op de internationale oliemarkten. Wie ook alvast opgelucht ademhalen zijn Cuba en andere Caribische landen. Door de overwinning van Chávez zijn zij de komende twee jaar verzekerd van de aanvoer van goedkope aardolie. En dat in een periode waarin de internationale prijzen voor olie de lucht inschieten. Ook voor Brazilië en Argentinië is het een opsteker dat de bilaterale steun aan de regering van Chávez niet tevergeefs is geweest. Moreel gezien versterken ze hun reputatie op het continent tegenover Uncle Sam. De drie landen zijn uitgesproken tegenstanders van de Amerikaanse Vrijhandelszone (ALCA), waar de VS hun zinnen op hebben gezet.
Ook al schilderden de Amerikanen Chávez af als een despoot, feit is dat in Venezuela de vrije meningsuiting totaal beleefd kan worden. In welk ander Latijns-Amerikaans land kunnen de massamedia ongestraft oproepen tot rebellie? Na twee weken relatieve kalmte kondigde Chávez aan dat de wet waarbij braakliggend land geconfisceerd kan worden om aan landlozen te geven, operationeel wordt. Als daar maar weer geen hommeles van
komt.
Het verborgen verhaal van Haïti
Guido de Schrijver
Stemmen uit het Oscar Romero Comité
"Haïti is een bezet land." "President Aristide werd ontvoerd." Dat was de teneur van de verhalen die enkele Haïtianen begin april vertelden in Santo Domingo, de hoofdstad van de Dominicaanse Republiek. Ze waren aanwezig op de dertiende Internationale Vergadering van Oscar Romero Comités. Die had als thema de omverwerping van de democratisch gekozen regering van president Jean Bertrand Aristide. Guido de Schrijver was aanwezig. Wat hij hoorde, stond haaks op dat wat tot dan toe in de media had geklonken. De Verenigde Staten kregen een centrale rol toebedeeld in het vertrek van Aristide.
De Europese media zetten na het verdwijnen van president Jean Bertrand Aristide eind februari dit jaar voor ons de puzzel in elkaar: Aristide is niet bij machte Haïti nog langer te besturen. Hij maakt te veel fouten. Hij vertoont dictatoriale trekken. Hij kan niet meer rekenen op de steun van het electoraat. Er is sprake van gewapende rebellie aan de grens. De economie zit aan de grond. Het volk is ontevreden. Daarom is er ook geen weerstand tegen de oprukkende rebellen. De chaos groeit. Om erger te vermijden moet worden ingegrepen. Dus moet Aristide weg. En een multinationale troepenmacht moet de orde herstellen. Op 29 februari neemt president Aristide de benen en vlucht naar een nog onbekende bestemming.
Tolerant
uit eigenbelang Hans Veltmeijer
Nederlandse koloniale tijd in Brazilië
Het waren maar zeven jaren dat graaf Johan Maurits de scepter zwaaide over een stukje Nederlands noordoost-Brazilië. De periode tussen 1637 en 1644 staat nog steeds gegrift in het historisch bewustzijn van de inwoners van de deelstaat Pernambuco. Hoe anders is dat in Nederland, waar deze episode van de koloniale geschiedenis vrijwel onvermeld
blijft.
Dit jaar is het vierhonderd jaar geleden dat Johan Maurits, graaf van Nassau-Siegen, geboren werd in Dillenburg, Duitsland. Bovendien zijn er precies 350 jaar verstreken sinds de Nederlanders door de Portugezen in Brazilië werden verslagen. Voor het Centrum voor Studie en Documentatie van Latijns-Amerika (CEDLA) en het Amsterdamse Centrum voor de Studie van de Gouden Eeuw een reden om daar bij stil te staan tijdens een seminar, afgelopen juni.
De organisatoren hadden twee geschiedkundige kopstukken uitgenodigd om hun licht te laten schijnen over 'Dutch Brazil'. Jonathan Israel is hoogleraar in Princeton en Amsterdam en publiceerde historische studies over onder meer het Nederlands-Spaanse conflict. Professor Stuart Schwartz van de universiteit van Yale is gespecialiseerd in de geschiedenis van koloniaal Latijns-Amerika en publiceerde menig boek over het koloniale verleden van Brazilië.
Vrouwen
in beweging
Dorien Dijkhuis en Maja Haanskorf
Twee jaar Uribe
in Colombia
Al meer dan een kwart eeuw zijn vrouwenbewegingen actief in Latijns-Amerika. In 1981 vond de eerste Latijns-Amerikaanse Feministische Bijeenkomst plaats. In meerdere landen speelden vrouwen een vooraanstaande rol in de strijd tegen dictaturen. Vrouwen organiseerden zich op diverse maatschappelijke niveaus en streden voor gelijke rechten. Er kwamen cursussen en trainingen, waardoor de kennis en het zelfbewustzijn van veel vrouwen toenamen. Deze capacitación, meent Lorraine Nencel, heeft absoluut op veel terreinen van de samenleving een verschil gemaakt. Hoe en in welke mate de positie van vrouwen is veranderd, is lastiger aan te
geven.
"Veranderingen? Ja en nee", zegt Lorraine Nencel. Om er aan toe te voegen, "wat een vraag is dat. Onmogelijk te beantwoorden." Nencel is antropologe en verbonden aan de VU, waar zij zich onder andere bezighoudt met onderzoek naar vrouwen in Peru. Daarnaast is ze lid van de adviesraad van Mama Cash, het Nederlandse fonds voor steun aan vrouwenprojecten in het Zuiden. "In die functie kan ik de ontwikkeling van de vrouwenbeweging in Latijns-Amerika van dichtbij volgen", vertelt ze. "In Nederland is het knokken om vrouwenstudies boven water te houden, terwijl er in Latijns-Amerika overal studies en masters in te volgen zijn", vervolgt ze. Mogen wij dan concluderen dat vrouwenstudies en wellicht de vrouwenbeweging hot issues zijn in Latijns-Amerika en dat de positie van vrouwen sterk verbeterd is in de laatste kwart eeuw? "Nee", meent Nencel, "want veranderingen, ontwikkelingen verlopen nooit synchroon. Het is ons westers ontwikkelingsparadigma dat verandering als een stijgende lijn ziet. Terwijl in werkelijkheid ontwikkelingen 'in laagjes' gaan, op het ene niveau kan sprake zijn van verandering, op een ander niveau juist niet." Ter illustratie noemt ze het feit dat in de midden- en hogere klassen meer vrouwen dan vroeger buitenshuis werken. "De acceptatie daarvan is toegenomen, maar intussen is binnenshuis de rolverdeling tussen vrouw en man niet wezenlijk veranderd. In het Westen zijn taken tussen man en vrouw wel meer verdeeld, maar de vrouw draagt toch vaak de eindverantwoording. Alleen", voegt ze er lachend aan toe, "hebben ze daar een dienstmeisje, terwijl wij voortdurend ruziën over wie de boodschappen doet en het huis
schoonmaakt."
Met blote handen op de barricades
Anke Welten
Argentijnse boerinnen spelen hoofdrol in MoCaSE
'Van intimidaties, berovingen en valse beschuldigingen tot martelingen en zelfs moorden toe: niets is te dol om kleine boerenfamilies van hun stukken grond te verdrijven. In de Argentijnse provincie Santiago del Estero worden 24.000 boeren met ontruiming bedreigd. De boerenorganisatie MoCaSE heeft de strijd aangebonden met de indringers. Het zijn de vrouwen die de laatste jaren het voortouw nemen bij de verdediging van hun land. Desnoods met hun kinderen op de arm verhinderen ze fysiek dat vreemden het land inpikken om er op grote schaal soja en andere producten voor de export te gaan verbouwen. "Ik begrijp niet dat ze dachten dat ze ons konden
passeren."
"Ik ben geboren en getogen op dit stuk grond", vertelt Christina Loaiza, een kleine vrouw van rond de dertig in Pinto. Het gehuchtje met lemen huizen in de Noord-Argentijnse provincie Santiago del Estero ligt ver verwijderd van de dichtstbijzijnde asfaltweg en is verstoken van elektriciteit. Littekens op haar gezicht en hals herinneren aan de gewelddadige aanvaringen met de politie, die maar niet ophielden sinds haar heldendaad van enkele jaren geleden. Toen stond ze in de voorste linie om ontruiming van haar land en dorp te voorkomen. "Mijn ouders, grootouders en overgrootouders komen hier allemaal vandaan. Mijn oma vertelde altijd hoe het hier veranderd was. Vroeger, zei ze, werkten alle mensen hier samen, zaaien en oogsten deden ze met zijn allen. Steeds meer mensen trokken weg uit dit gebied, op zoek naar een baantje op een plantage of in de stad. Mensen dachten alleen nog maar aan zichzelf. Maar de laatste tien jaar is daar verandering in gekomen. In onze tijd hebben we weer geleerd hoe het is om aan de gemeenschap te
denken."
|