info noticiashome

Redactie en medewerkers van LA Chispa wensen alle lezers een wakker en solidair 2005! 

Het volgende nummer van LA Chispa
zal half februari 2005 verschijnen

Met daarin onder meer:

REDACTIONEEL
-
Welterusten, meneer de president

ACTUEEL
- Politiek geweld in Peru's burgeroorlog
- Links wint verkiezingen in Uruguay
- De strijd om water in Latijns-Amerika
- Martelen in Chili was beleid
- De eeuwige strijd om coca

PORTOFOLIO
- Ricardo Brey: Hanging around

CULTUREEL
- Basta! Bolivia in protest
- Fabiola Pardo over haar debuutroman
- Kort Latijns-Amerikaans
- Uitgelezen: Negerjood in moederland
- Uitgelezen: Het kind met de grijze ogen
-
Hiphop van een wereldverbeteraar
- Cd-recensie: Tania Libertad
- Kort Latijns-Amerikaans
- Agenda



REDACTIONEEL     Mark Weenink
Welterusten, meneer de president

Boudewijn de Groot zong het al en nog altijd is deze titel van toepassing. Vier jaar extra vroeg George W. Bush aan zijn landgenoten. Die heeft hij gekregen. Als de rest van de wereld had mogen stemmen, was het anders gelopen. Sinds zijn herverkiezing reist Bush de wereld in sneltreinvaart af in een poging het geschonden aanzien van zijn natie te herstellen. Latijns-Amerika, dat de Amerikanen als hun achtertuin beschouwen, voelt zich genegeerd door de machtige noorderbuur, die zijn handen vol heeft aan de oorlog in Irak en tegen het terrorisme.

Bush wil naar eigen zeggen met zijn oorlogen 'een veiligere wereld' realiseren. Dat er weinig steun is voor Amerika's eigenzinnige optreden, deert hem niet. In Latijns-Amerika is de meerderheid tegen de oorlog in Irak maar daar heeft Bush geen boodschap aan. Interesse in de rest van de wereld heeft Bush alleen als die met Amerika's eigenbelang samenvalt of als deze in het geding is. De desinteresse voor de zuiderburen is dus niet zo verwonderlijk.

Vorige maand woonde Bush de APEC-top (Asia Pacific Economic Cooperation) bij, waar besprekingen gevoerd werden over vrijhandelsverdragen in de Stille Oceaan-regio. De Chileense krant La Nación wist te melden dat Bush vijf minuten vrijmaakte voor een gesprek met president Toledo van Peru. Mexico's Vicente Fox moest het doen met een half uurtje, waarin hij de migratieproblematiek wilde aankaarten. Bush wilde slechts praten over garanties voor veiligheid langs de gemeenschappelijke grens tussen beide landen.

De komst van Bush - die naar eigen zeggen staat voor 'welvaart, vrijheid en veiligheid' - naar Chili leidde tot massale demonstraties en ernstige ongeregeldheden in Santiago. Zijn bezoek moest het belang van economische samenwerking en vrijhandelsverdragen onderstrepen, maar deze boodschap kwam nauwelijks over. Tekenend was het in de pers breed uitgemeten incident waarbij een Chileense bewaker de lijfwacht van Bush de toegang tot een diner ontzegde. "Dit is mijn president", zei de lijfwacht tegen de Chileen. Waarop deze antwoordde: "Dit is mijn land".

Op weg naar huis maakte Bush een tussenlanding in Colombia, waar hij vier uur vrijmaakte voor een ontmoeting met president Uribe. Tijdens het bliksembezoek bespraken ze de voortzetting van Plan Colombia en economische samenwerking. Ondanks de slechte reputatie die Colombia geniet op het gebied van veiligheid, kwam het niet tot ongeregeldheden. Niet vreemd, aangezien er voor Bush' bezoek een leger- en politiemacht van vijftienduizend man op de been was. Welvaart, vrijheid en veiligheid krijgen zo een hele nieuwe betekenis. 

Zijn deze stokpaardjes van Bush Latijns-Amerika ook gegund? Geweld is in Latijns-Amerika nog steeds aan de orde van de dag. Economisch geweld in de vorm van vrijhandelsverdragen waarin het belang van Latijns-Amerika niet op de eerste plaats staat, ligt voor de hand. Hopelijk is de president niet zo dom als menigeen denkt. Hopelijk is de president niet zo eigenwijs als menigeen vreest.

Meneer de president, slaap zacht!


Het onverklaarbare verklaren   Maja Haanskorf
Politiek geweld tijdens Peru's burgeroorlog 

Carlos Iván Degregori is blij dat hij een paar maanden in Nederland kan verblijven. De Peruaanse hoogleraar in de antropologie werkt hier aan een proefschrift over politiek geweld in Peru. 
"Ik had het nodig om wat afstand te nemen van Peru. Het is zwaar geweest, de laatste paar jaar." Daarmee doelt Degregori op zijn deelname aan de Waarheidscommissie, die onderzoek deed naar de gruwelijke gebeurtenissen tijdens de burgeroorlog tussen de guerrillagroep Sendero Luminoso en het regeringsleger die aan 75 duizend mensen, voornamelijk inheemse Andesbewoners, het leven heeft gekost. Over die strijd, de oorzaken en het ongekende karakter van het geweld gaat dit gesprek met de man, die geldt als een kenner bij uitstek van Sendero Luminoso.

"Uiteindelijk is het rationeel en wetenschappelijk niet volledig te verklaren", stelt Carlos Iván Degregori. "Zelfs filosofen en psychologen kunnen er geen antwoord op geven. Antwoord op de vraag hoe de ongekende explosie van geweld tijdens de burgeroorlog heeft kunnen ontstaan. Antwoord op de vraag hoe het mogelijk is dat mensen, veelal jonge mensen, overgingen tot het plegen van moorden en slachtingen." De Peruaanse antropoloog en hoogleraar aan de universiteit van Lima houdt zich al jaren bezig met het vraagstuk van het politiek geweld in Peru. Hij geldt als kenner bij uitstek van Sendero Luminoso, de maoïstische guerrillagroep, die haar naam Lichtend Pad soms letterlijk in praktijk bracht. Dan laaiden de vlammen op langs een weg door de Andes, ten teken van haar aanwezigheid. 
In de jaren tachtig was het Peruaanse hoogland, vooral de streek rond Ayacucho in het centrale deel van de Andes, het toneel van een bloedige strijd tussen Sendero en het regeringsleger. De Andesbewoners, inheemse boeren, zaten tussen twee vuren. De meeste van de ongeveer 75 duizend doden, die het resultaat waren van deze burgeroorlog, vielen dan ook onder deze bevolkingsgroep. 
Lange tijd overheersten in Peru de onwetendheid en desinteresse voor de oorlog. "Lima is een andere wereld. Daar bestaan de Andes, de altiplano en haar inheemse bewoners niet. Er is een enorme discriminatie van de inheemse bevolking, meest Quechua-sprekende indianen", zegt Degregori. Pas sinds de presentatie van het Waarheidsrapport in augustus 2003 zijn de ogen van de Peruanen opengegaan. Degregori maakte deel uit van de Waarheidscommissie, die 17 duizend getuigenissen optekende en tweeduizend open interviews afnam. "Het is het meest ambitieuze project op het terrein van mensenrechten", meent hij. "De grote verdienste van het Waarheidsrapport is dat het in Peru nu moeilijk is nog net zo te reageren als vroeger. Wat er is gebeurd kan niet meer worden weggemoffeld." 

Intellectuele messias

"Zonder de persoon van Abimael Guzmán is Sendero Luminoso niet te begrijpen", meent Degregori. "Hij was de absolute leider, de grote roerganger, net zoals zijn voorbeeld Mao. Guzmán was de geleerde man, die doceerde aan de universiteit van Ayacucho. Hij werd altijd aangesproken met doctor. Hij was geen Castro met zijn urenlange redevoeringen, nee, Guzmán was de wetenschapper die zijn marxistisch-leninistisch-maoïstische ideeën op papier zette. Hij was een extreme caudillo en daarmee paste hij prima in de Latijns-Amerikaanse cultuur. Later ontwikkelde hij ook een messianistische kant. Hij haalde zelfs letterlijk bijbelteksten aan, om mensen aan zich te binden. Hij was natuurlijk ook katholiek opgevoed, dus hij kende die manier van praten uit zijn jeugd. In feite is het een rare tegenstrijdigheid in hemzelf." 
Niet alleen Guzmán zelf was superieur, ook zijn partij was dat. "Het was een bijna fascistische mentaliteit, de superioriteit van het weten", vindt Degregori. "Guzmán benadrukte dat ook waar hij kon. Zoals hij zinnen formuleerde, het 'machacar los ideas' (het hameren op de beginselen), vol met die agressieve, staccato klinkende woorden, ongelooflijk. Hij speelde zo ook handig in op de status die onderwijs en studie hadden. In de jaren tachtig had de deelname aan onderwijs in Peru een enorme vlucht genomen. Meer dan 90 procent van alle kinderen ging naar school. Er was bijna een mythe rond onderwijs ontstaan; het leidde tot een plaats in de samenleving. Nu was dat iets wat de jongeren in de Andes dolgraag wilden, meetellen, aanzien verwerven. Dat beloofde Guzmán hen. De jongeren waren de voorhoede van een revolutionaire beweging, die een nieuwe staat zou stichten, een boerenheilstaat, waarin zij in de toekomst hoge posten gingen bekleden."
Vooral onder de provinciale hoger opgeleide jongeren vond Guzmán zijn kaders. "Ze voelden zich niet meer thuis bij de tradities van hun ouders, maar evenmin bij de stadse cultuur van Lima. Ze leefden in een soort niemandsland, op zoek naar een identiteit. Ze zaten tussen de indianen van de Andes en de mestiezen van de kuststreek en Lima in. Bovendien verkeerde Peru begin jaren tachtig in een economische crisis, dus van de banen waar ze na hun studie op gerekend hadden kwam niet veel terecht", verkaart Degregori. "Sendero was een uitlaatklep voor hun frustraties. Ze hoefden nu geen ignorantes, domme Andesbewoners te blijven." 

Nieuwe baas

Degregori wijst erop dat de veranderingen in de Peruaanse maatschappij Sendero in de kaart hebben gespeeld. "Al voor de komst van Sendero in 1980 werd er in Peru, als eerste land van het continent, een begin gemaakt met de invoering van een democratische staat. Oude tradities kwamen onder druk te staan door de modernisering van communicatiemiddelen en transport en door de grote migratiestromen. De toegenomen scholing maakte de kloof tussen arm en rijk en de gevoelens van uitsluiting moeilijker verteerbaar. Er kwamen grote nationale stakingen, er ontstonden sociale bewegingen en onder de jeugd was sprake van 'verlinksing'. Velen waren actief in linkse partijen en in volksorganisaties. Die waren niet meer zo radicaal links, maar eerder sociaal-democratisch. 
Ook in het hoogland deden deze veranderingen zich voelen. President Velasco, een autoritaire reformist, zette landhervormingen door. Door het grotendeels verdwijnen van het grootgrondbezit, waren de aloude patroon-cliëntverhoudingen ook verdwenen. In sommige delen ontstonden boerenbewegingen, zoals in het noorden van de Andes. In het zuiden was een progressieve katholieke kerk aanwezig, die leiding bood. Maar in het gebied rond Ayacucho was er niets voor in de plaats gekomen. Lokale verkiezingen waren er nog niet, er was geen democratisch bestuur, geen traditie van sociale organisaties, kortom er heerste ordeloosheid. Sendero vulde die leemte op, als de nieuwe patrón, de nieuwe baas. Ze begon de kleine criminaliteit, zoals veedieven, aan te pakken. Ze deelde straffen uit, hard maar eerlijk. Zo waren de boeren het in hun gemeenschappen ook gewend. Sendero kwam dus op het goede moment. Ze zorgde voor veiligheid en bescherming. Mede door het charisma van Guzmán en de aantrekkingskracht op jongeren, leidde dat tot een snel groeiende aanhang van de guerrillagroep." 

Blinde vlek 

Toch kwam er al snel de klad in, stelt Degregori. En dat komt vooral doordat de leiders van Sendero net zo min oog hadden voor de inheemse cultuur. Voor hen waren de Quechua-sprekende Andesbewoners boeren, die ze volgens de maoïstische leer moesten rekruteren voor de revolutie. Zo had Mao dat in China gedaan en zo zou Guzmán dat in Peru doen. "Sendero verdiepte zich niet in de Andescultuur. Daardoor heeft ze veel fouten gemaakt", zegt Degregori. "Zo bemoeide ze zich overal mee, ook met onenigheden tussen families. Daar waren de boeren niet van gediend. Bovendien bediende de guerrillagroep zich al vanaf het begin van extreme vormen van geweld. Straffen, ook lijfstraffen, dat waren de boeren gewend. Maar iemand doden paste niet in hun cultuur. Het was ook niet economisch. Boeren vroegen zich af wie er dan voor het gezin moest zorgen, als de vader werd gedood." 
Ook met de complexe economische relaties tussen de verschillende gemeenschappen heeft Sendero geen rekening gehouden. "Peru was China niet. Boeren wilden hun spullen op de lokale markten verkopen. Velen hadden familieleden die aan de kust woonden. Ze leefden niet zo geïsoleerd als Sendero leek te denken. Anders dan in China konden de boeren hier vluchten. Naar schatting zijn er zo'n 100 duizend desplazados, mensen die uit het oorlogsgebied wegtrokken, meestal naar de kust.
Een andere misrekening is de tijdsfactor. Geheel volgens Mao's leer propageerde Sendero de guerra prolongada, de langdurige oorlog, die uiteindelijk tot de beloofde boerenheilstaat zou leiden. Maar de Andesboeren vroegen zich af hoe lang die oorlog dan nog ging duren. Intussen had Sendero de boeren geen echt economisch alternatief te bieden. In feite heeft die blinde vlek voor de inheemse samenleving een grote rol gespeeld bij de ineenstorting van Sendero." 

Hyperinflatie van geweld

De bloedigste jaren van de burgeroorlog lagen tussen 1983 en 1985. Toen Sendero politiemensen begon te vermoorden, besloot toenmalig president Belaúnde eind 1982 het leger erop af te sturen. "Een leger doet waar het goed in is", stelt Degregori, "en dat is oorlog voeren. Iedereen met een gekleurd uiterlijk werd afgemaakt. Die zou wel een aanhanger van Sendero zijn, was de gedachte. Het was massamoord, een volstrekt inhumane operatie. Voor de soldaten hadden de indianen niets menselijks. De legerleiding voelde zich gelegitimeerd, die zei: 'We zijn gestuurd door een democratische regering, niet door iemand als Pinochet.' Het leger had ook geen idee van de verschillen die er binnen de dorpen bestonden, ze wist niet hoe klein de groep Senderistas in feite was. Deze strategie werkte contraproductief, want het maakte Sendero tot de minst kwade groep. Die wist precies hoe het in de dorpen zat. 'De partij heeft duizend ogen en oren', verklaarde Sendero en daarmee zaaide ze nog meer angst. De boeren zaten klem tussen twee vuren. Moordde de ene kant ze niet uit, dan de andere wel. 
Tenslotte begreep het leger, eerder dan de politiek, dat het nietsontziend uitmoorden van mensen de bevolking juist in de armen van Sendero dreef. Ze begon een selectiever beleid te voeren en concentreerde zich op de leiders van Sendero." Uit die jaren dateren de grote aantallen 'verdwenen mensen', de slachtoffers van deze vuile oorlog van het leger. Aan de grote massaslachtingen kwam een einde. 
Daarnaast begon het leger de boeren te bewapenen in rondas campesinas, zelfverdedigingscomité's. Dat betekende een nederlaag voor Sendero, dat op het toenemende verzet van de boeren met extreem geweld reageerde. Degregori laat het in een grafiek zien, dat na 1987 het aantal slachtoffers van Sendero schrikbarend toeneemt. "Afschuwelijk om deze moorden in een grafiek voor te stellen", vindt hij, "maar ze maken in een oogopslag de hyperinflatie van het geweld duidelijk. Sendero is verantwoordelijk voor meer dan de helft van de slachtoffers en maakte zich ook schuldig aan het plegen van massamoorden. 'Een leven kost minder dan munitie', was een geliefd gezegde. Senderistas vermoordden zelfs hun eigen familieleden. Voor deze kaders was de partij hun familie, hun compañeros. Ze waren volledig geïdeologiseerd, het had trekken van een sekte. Leden moesten bereid zijn hun leven te geven en als het moest ook elkaar kunnen doden." 

Moderne antagonisten

"Angst zaaien was een doel van Sendero geworden. Daarmee kun je het een overgangsbeweging noemen tussen traditionele guerrilla en moderne terroristische groepen", zegt Degregori. "Hun acties waren terroristisch. Met het excessieve gebruik van geweld opende ze een doos van Pandora; ook allerlei onderlinge vetes tussen boeren werden nu met geweld opgelost. Geweld was iets normaals geworden. De Andesmaatschappij is een conflictieve maatschappij. Wanneer er dan geen goede mogelijkheden meer zijn om dat te beheersen, dan ontstaat geweld", verklaart Degregori. "Want vergis je niet, als de geest uit de fles is, kan overal, bij ieder volk, geweld ontstaan. Over de Andesbewoners bestaan vaak romantische opvattingen, als zouden zij slechts onderdrukte, vredelievende mensen zijn. Maar ook zij gebruiken geweld." 
Politiek geweld is geworteld in de Peruaanse maatschappij, meent Degregori. Daaruit is Sendero geboren. Toch is van een dergelijke explosie van geweld in Peru nog in geen tweehonderd jaar sprake geweest. Niet van de kant van guerrillagroepen en ook niet van de staat. Het bijzondere is ook dat in geen enkel land ooit een guerrillabeweging verantwoordelijk was voor de meerderheid van de slachtoffers. "Meestal is dat niet meer dan 6 procent, maar Sendero heeft 52 procent van de slachtoffers op haar naam staan." 
De politiek van angst zaaien en het willekeurig vermoorden van mensen maken Sendero tot een moderne verzetsgroep. Tegelijk was haar rebellie een "rebellie tegen de realiteit", zoals Degregori het noemt. "Ze was eigenlijk uit de tijd, want radicaal links was op haar retour en de strijd tegen het grootgrondbezit was al voor het grootste deel gevoerd." Guzmán werd gedreven door zijn geloof in Mao, waardoor hij ieder andere politiek als reformistisch en revisionistisch bestempelde. "Het was ook een rebellie tegen de internationale orde, tegen de verburgerlijking. Sendero was de erfgenaam van de enige echte revolutie, de Chinese Culturele Revolutie." 

Toekomst

Deze uiterst gewelddadige periode heeft in feite voortgeduurd tot aan 1992, toen met de arrestatie van Guzmán het doek viel voor Sendero. Ongezien en ongehoord door de meerderheid van de Peruanen. "Pas toen er in 1983 een journalist omkwam tijdens de massamoord door het leger, was er in Lima een demonstratie. Andere doden waren geen nieuws", vertelt Degregori. Deze fragmentatie van de Peruaanse maatschappij, waardoor er een grote kloof bestaat tussen de kuststreek met Lima en de Andes, verklaart volgens hem ook dat het aantal slachtoffers van de burgeroorlog lange tijd op 25 duizend is geschat. Het rapport van de Waarheidscommissie kwam dan ook als een schok. 
Niet dat de Peruanen nu massaal steun betuigen aan de aanbevelingen van het rapport. "De steun is vooral passief", moet Degregori toegeven. "De verschillen in de maatschappij zijn niet ineens verdwenen en de mensen maken zich vooral zorgen over de slechte economie. We hebben een zwakke regering en bovendien is de angst voor militairen diep ingesleten."
Toch ziet Degregori lichtpuntjes. "Al het materiaal van het Waarheidsrapport ligt bij de Ombudsman en is voor iedereen toegankelijk. De aanbevelingen zijn geaccepteerd en de regering heeft commissies ingesteld die zich erover buigen. Het probleem is dat er geen geld is. Er zou veel meer buitenlandse hulp moeten worden gezocht om schadevergoedingen aan de slachtoffers te kunnen betalen." Moeilijker zal het liggen met beëindiging van de straffeloosheid. Want de rechterlijke macht krijgt te weinig geld en bij de regering ontbreekt de politieke wil. "Hoe langer het duurt, hoe teleurgestelder de mensen zullen worden", constateert Degregori. En dat zou wellicht de weg vrijmaken voor nieuwe vormen van geweld. Ook al ziet Degregori geen opleving van Sendero, hij sluit de opkomst van nieuwe gewelddadige groepen niet uit. "Er bestaat een groep militairen, die zich de Movimiento Etno Cacirista noemt. Ze bedienen zich van een vreemde etnisch-racistische theorie. Ze schijnen Amerika te zien als een continent exclusief voor mensen met een piel cobriza, een koperkleurige huid. Maar op het moment is er eerder sprake van criminaliteit, al dan niet gerelateerd aan drugs, dan van geïnstitutionaliseerd geweld." Met het onderzoeken van dat geweld en de reacties erop gaat Degregori onvermoeibaar verder. 


Historische verkiezingen in Uruguay   Jan de Kievid
Links wint

Voor het eerst heeft links de verkiezingen in Uruguay gewonnen. Dat betekent het einde van bijna twee eeuwen machtsuitoefening door twee elkaar afwisselende conservatieve partijen. De linkse triomf biedt meer mogelijkheden tot regionale samenwerking als tegenwicht tegen de invloed van de Verenigde Staten. Ook hebben de Uruguayanen zich in referenda duidelijk uitgesproken tegen neoliberale hervormingen.

Tienduizenden mensen trokken in Montevideo op de avond van 31 oktober de straat op om de verkiezingsoverwinning van Tabaré Vázquez te vieren. De verkiezingen werden meteen 'historisch' genoemd. Voor het eerst had links gewonnen in een land dat sinds het ontstaan in 1828 afwissend was geregeerd door twee conservatieve partijen, meestal de Colorados en af en toe de Blancos, officieel Nationale Partij geheten. De partij van Vázquez, het Frente Amplio (FA, Breed Front) is een brede bundeling van progressieve partijen. 
Tot de verkiezingsdag bleef het spannend of Vázquez in de eerste ronde zou winnen. Aan succes in een eventuele tweede ronde werd getwijfeld, omdat - net als in 1999 - de traditionele partijen al hun krachten zouden bundelen om links te dwarsbomen. Misschien was dan de 'historische' kans voor jaren verkeken. Vázquez kwam in de eerste ronde met 50,5 procent net over de drempel. De Colorados haalden met 11,4 procent het slechtste resultaat uit hun lange geschiedenis. Larrañaga van de Blancos kwam tot 34,4 procent, maar kon geen tweede ronde afdwingen. Het FA ging ook vooruit bij de parlementsverkiezingen. In beide kamers beschikt deze partij nu over een meerderheid. Opmerkelijk is dat Larrañaga, ondanks de kleine marge, heel snel zijn nederlaag toegaf. Ook klaagden de verliezers niet over fraude.


Diefstal van openbaar water   Maude Barlow en Tony Clarke
De strijd om water in Latijns-Amerika

Latijns-Amerika is gezegend met een overvloed aan vers water. Maar de toegang tot water is zeer scheef verdeeld, door de geografie, de vervuiling en de sociale ongelijkheid. Grote multinationale waterbedrijven proberen winst te slaan uit de watercrisis. Maar het verzet groeit.

Vier van de 25 grootste rivieren van de wereld liggen in Zuid-Amerika. De Amazone, Paraná, Orinoco en Magdalena voeren gezamenlijk bijna evenveel water af als de andere 21 bij elkaar. Enkele van 's werelds grootste meren liggen in Latijns-Amerika, zoals Maracaibo in Venezuela, Titicaca in Peru en Bolivia, Poopo in Bolivia, en Buenos Aires, gedeeld door Chili en Argentinië. Alleen al uit het Amazonebassin komt 20 procent van het verse water op de wereld. De regio als geheel biedt de bewoners één van de grootste hoeveelheden water in de wereld, tienduizend kubieke meter per persoon per jaar. Toch krijgt de gemiddelde bewoner slechts 91 kubieke meter. In Noord-Amerika is dat 375 kubieke meter en in Europa 203.
Mexico heeft als relatief verdord land een minuscule potentiële watervoorziening van 1170 kubieke meter per persoon. Natuurlijke woestijnen vermengen zich met groeiende door mensen gemaakte woestijnen in de Vallei van Mexico, de bakermat van de pre-Columbiaanse beschaving en tegenwoordig de plaats van de nationale hoofdstad. Mexico-Stad werd het 'Venetië van de Nieuwe Wereld' genoemd, omdat ze op een meer was gebouwd en verbonden was door kanalen. Maar de stad valt de laatste jaren droog en zinkt weg, omdat ze meer vocht uit de grond pompt dan wat er aangevuld kan worden met regenwater. 


Geen excessen, maar beleid   Jan de Kievid
Rapport over martelen in Chili

Martelingen tijdens de dictatuur van Pinochet waren geen excessen, maar systematisch beleid waaraan alle militaire onderdelen en inlichtingendiensten meededen. Dat concludeert een door de president ingestelde commissie bijna vijftien jaar na het einde van de dictatuur op grond van uitgebreid onderzoek. Voor de militairen blijft het echter moeilijk hun fouten toe te geven. 

'Martelen was overheidsbeleid met de bedoeling om de bevolking te onderdrukken en bang te maken.' Dat concludeert de Chileense Commissie over Politieke Gevangenen en Martelen in een dik rapport dat op 10 november aan president Ricardo Lagos is aangeboden. Het waren dus geen individuele excessen van sadistische of dolgedraaide personen, zoals de militairen en geheime diensten altijd hadden beweerd. Ook hebben landmacht, marine, luchtmacht, politie, recherche en geheime dienst tijdens de militaire dictatuur van 1973 tot 1990 allemaal systematisch gemarteld. 
Met de instelling van de commissie in augustus 2003 voorzag Lagos in een belangrijke lacune op mensenrechtengebied. Meteen na het einde van de dictatuur had de presidentiële commissie-Rettig het lot van doden en vermisten onderzocht. In maart 1991 publiceerde die commissie een indrukwekkend rapport. Met aanvullend onderzoek registreerde dit rapport bijna 3200 'erkende' doden, waaronder zo'n 1200 vermisten. Jarenlang ging het vooral, ook bij rechtszaken, om deze doden en vermisten, maar was er weinig aandacht voor overlevenden die waren getekend door de terreur.


De eeuwige strijd om coca   Dorien Dijkhuis 
Polarisatie in de Andes

De Amerikaanse president Bush zal in zijn tweede termijn de War on Drugs en de strijd tegen het cocablad onverminderd voortzetten. Met programma's als Zero Coca en Plan Colombia financieren de Verenigde Staten cocaverdelging in de Andeslanden. Daar zijn protesten tegen de uitroeiing van de cocavelden aan de orde van de dag. De strijd van de cocaboeren duurt al jaren, maar er verandert niets. Hoe kan het dat er voor het probleem nog steeds geen oplossing is bedacht? En is die er eigenlijk wel?

In april organiseerden Peruaanse cocaboeren een massademonstratie tegen het anticocabeleid van hun regering. Ze eisten dat de overheid het gewas legaliseert en dat de uitroeiingsacties die gesponsord worden door de Verenigde Staten stoppen. De Peruaanse president Toledo beloofde bij zijn aantreden voor het eind van zijn ambtstermijn 22 duizend hectare coca te hebben vernietigd, oftewel 47 procent van de totale hoeveelheid in Peru. Die belofte stuit op veel verzet van Peruaanse cocaboeren, die van dit gewas afhankelijk zijn. Bij de demonstratie in april kwam het tot gevechten tussen demonstranten en de politie. 


Basta! Bolivia in protest  Maja Haanskorf
Een documentaire van Mariëtte Heres

Het woord basta valt regelmatig in de documentaire Basta! Bolivia in protest. Een groot deel van de Boliviaanse bevolking is het zat dat er geen rekening met haar wordt gehouden. De privatiseringen in het land hebben tot toenemende armoede geleid van de in meerderheid indiaanse inwoners. De voorgenomen export van Boliviaans gas naar de Verenigde Staten deed de deur dicht. Massale protesten in oktober vorig jaar maakten dat toenmalig president De Lozada moest aftreden. Diens opvolger Mesa moet nu laveren tussen enerzijds de eisen van de gasbedrijven en de VS en anderzijds de boze bevolking. Een oplossing van het sociale conflict is nog niet gevonden. De protesten laaien met korte tussenpozen steeds weer op. In het voorjaar van 2004 kwamen de makers van de documentaire midden in nieuwe demonstraties terecht. 


'In Colombia bestaat geen logica'   Mark Weenink
Debuutroman van Fabiola Pardo

In de roman Las obras del azar gaat het over de onvoorspelbaarheid van het leven. Toeval is de beslissende factor en de mens speelt een bijrol. Auteur is de Colombiaanse schrijfster Fabiola Pardo die ruim twee jaar in Nederland woont. Haar debuutroman is vooralsnog alleen in het Spaans verkrijgbaar maar een Nederlandse vertaling is in de maak. In het boek vormt Colombia niet alleen het decor van het verhaal, het zit vooral in de mensen zelf. "Colombia is een land dat je nooit kunt verlaten, want het blijft in je hart."

Fabiola Pardo (1964) benadrukte bij de presentatie van haar roman Las obras del azar (De werken van het toeval) eind september in Amsterdam dat het geen politieke analyse van haar land, Colombia, is. "Colombia is een land van grote intensiteit, zowel in schoonheid als in gruwelijkheid. Het is geen land dat je kunt verlaten. Het achtervolgt je en grijpt je, waar je ook bent. Dit overkomt Marina, de hoofdpersoon, ook. Colombia is een land waar logica niet bestaat, waar de feiten zich niet aaneenschakelen op een rationele manier. Er is een ander soort dynamiek die niet gehoorzaamt aan de rede maar aan het toeval. Daarom heet mijn roman ook zo."


Hiphop in zijn puurste vorm   Robert Nieuwland 
Over een muzikale wereldverbeteraar 

De Colombiaan Jeyffer Renteria (28) brengt vijftien december een boek en cd uit van zijn ervaringen, gedachten, gedichten en hiphopteksten. De bundel is het resultaat van een jarenlange strijd tegen de misère van de achterbuurten in Bogotá waaruit hij zichzelf en veel andere jongeren heeft weten te redden. 

Jeyffer Renteria - alias Don Popo - heeft vijf cd's uitgebracht en is in Colombia een beroemdheid. Liever dan de gouden kettingen, mooie vrouwen en dure auto's waarmee hiphop vaak word geassocieerd, benut hij de hiphop die hij als dertienjarig jochie leerde kennen in zijn strijd voor een betere wereld. Daarom sloeg hij meerdere aanbiedingen van platenmaatschappijen af: "Ik wil niet dat mijn geschiedenis wordt uitgebuit." 
Om de jongeren in de achterbuurten van Bogotá een kans te geven zich te uiten en zich op meerdere fronten te ontwikkelen, begon hij de stichting La Familia Ayara en daarbinnen de kledinglijn Ayara. De muziek en het kledingatelier bieden de jongeren een kanaal voor hun creativiteit en verschaffen hen een bezigheid. "Het is heel belangrijk om de jongeren van de straat te houden, want de grens tussen straat en gevangenis is erg dun in Colombia", legt Renteria uit. "De activiteiten die we organiseren lopen uiteen van concerten en cd-projecten tot het geven van hiphop-, breakdance- en graffitiworkshops. Daarnaast hebben we een rehabilitatieprogramma opgezet voor jongeren die net uit de gevangenis komen om te voorkomen dat ze terugvallen in hun oude routine."






 

 

   E-mail Noticias
   Noticias-donateur worden?


  

Noticias 1997-2004