REDACTIONEEL
Cora van den Berg
Een betere plek
Kwam het door
de kersttijd dat heel Nederland zo vrijgevig was in de hulp aan
Azië? Ik was persoonlijk erg geroerd door alle initiatieven van
kinderen, artiesten, autohandelaren, slagers,
belangenorganisaties en iedereen die een hart in zijn lijf
voelde kloppen. Een paar dagen lang gloorde diep in mij de hoop
dat de wereld eindelijk een betere plek zou worden waarin mensen
meer om elkaar gaan geven.
Toch bekroop me
ook een dubbel gevoel. Als ik nu een vluchteling uit Darfur was,
en ik zou van al die gulle gaven op de hoogte zijn, dan zou ik
me behoorlijk bekocht voelen. Giro 555 was tenslotte tot aan de
Tweede Kerstdag voor Darfur bedoeld. Idem dito als ik een Haïtiaan
was die dakloos was sinds de orkaan van september vorig jaar.
Dat was al de tweede natuurramp binnen een paar maanden. In de
stad Gonaïves vielen drieduizend doden. Hulpverleners houden
hun hart vast nu er zoveel geld naar Azië gaat. Zo heeft Memisa
weinig verwachtingen van de actie die ze voor Haïti heeft
gepland. De hulpstroom lijkt verplaatst naar het oosten. Het
algemene budget voor ontwikkelingshulp wordt opengesneden,
organisaties halen veldwerkers uit andere delen van de wereld
vandaan. “Arme Afrikanen betalen voor de noodhulp en
wederopbouw in Azië”, zei Eveline Herfkens, voormalig
minister voor ontwikkelingssamenwerking en inmiddels coördinator
van de Millennium Campagne bij de Verenigde Naties. “Maar op
de lange termijn kunnen de tsunami helpen. Veel mensen hebben
geen idee van het leven in ontwikkelingslanden. De tsunami
confronteren ze met de armoede en de kwetsbaarheid van een groot
deel van de wereldbevolking.”
Oftewel, door
de televisiebeelden vallen de schellen van onze ogen. Dat kan
trouwens ook door een verre vakantie, hoewel niet veel toeristen
de armoede komen bekijken - ze maken er hoogstens een pittoreske
foto van. Wat toerisme betreft kunnen andere delen van de wereld
‘profiteren’ van de ramp in Azië. Vooral Latijns-Amerika
zit in de lift, zo bleek tijdens de Vakantiebeurs half januari
in Utrecht. Een reisorganisatie voorspelde een verdubbeling van
het aantal reizen naar de Cariben, voor een deel vanwege de
tsunami. Stranden zijn inwisselbaar. “Verre bestemmingen zijn
net communicerende vaten”, zoals een medewerker het uitdrukte.
Als Thailand dan even niet kan, dan doen we een ander land op
ons lijstje, waar het dit jaar beter toeven is.
In de meeste
Latijns-Amerikaanse landen is het aantal toeristen de afgelopen
jaren sowieso met tientallen procenten gegroeid. Voor de komende
vijftien jaar verwacht de Wereld Toerisme Organisatie een
jaarlijkse groei van 7 procent. Peru ontving vorig jaar al 22
procent meer toeristen dan in 2003. Daar draagt de ramp in Azië
een steentje aan bij. “De tsunami zijn een plus”, zei een
medewerker van Promoción del Perú.
Tsunami, een
nieuw woord in ons woordenboek, dat heel wat veranderingen
teweeg lijkt te brengen. Nou ja, zo nieuw is het woord nu ook
weer niet. In Peru kenden ze het al. De man die daar in 1990 op
stormachtige manier de presidentsverkiezingen won, Alberto
Fujimori, had als bijnaam … Tsunami.
Interview
met Marjon van Royen
Maja Haanskorf
Verhalen van een meemaakjournaliste
Na acht jaar
correspondentschap in Latijns-Amerika schreef Marjon van Royen
een boek over haar ervaringen op het continent. Vooral over die
eerste jaren in Mexico, waar ze zich niet op haar plaats voelde
en waarvan ze niets begreep. “Ik heb daar met platte voeten
doorheen gelopen”, constateert ze. Inmiddels woont ze alweer
vijf jaar in Brazilië. In december was ze even in Nederland. LA
Chispa sprak met haar over haar liefde voor Latijns-Amerika,
haar idealen en haar kijk op het werelddeel. “Er is daar een
stille revolutie aan de gang.”
Praten over
Latijns-Amerika is haar favoriete bezigheid. Dat straalt Marjon
van Royen van alle kanten uit tijdens het gesprek in de
Amsterdamse bovenwoning waar ze tijdelijk verblijft. Vooral nu
ze in Brazilië woont, een land waar ze zich voor 100 procent
thuis voelt. “Culturen en mensen hebben iets met elkaar te
maken”, zegt ze. “Brazilië past mij als een handschoen, we
zijn allebei exuberant, verbaal, we passen bij elkaar.”
Dat was wel
anders in Mexico, waar Van Royen acht jaar geleden begon als
correspondente van de NRC en Radio 1. Ze heeft die jaren
beschreven in haar recent verschenen boek De nacht van de
schreeuw. Zinnen als ‘Ik heb verloren’ en ‘Schrijf ik wel
eerlijk? Hoe weet ik dat het waar is wat ik zeg?’ geven haar
worsteling met het land weer. “Mexico was mijn eerste
kennismaking met het continent”, vertelt ze. “Ik ben een
zeer Europese vrouw, met allerlei vooropgezette ideeën over
gelijkheid, emancipatie en eerlijkheid. Die heb ik op hoge toon
lopen afdwingen in Mexico. Dat lukte natuurlijk niet. In ben
gezakt voor mijn inburgeringcursus in Mexico. Ik heb daar met
platte voeten door het land gelopen en pas achteraf beseft hoe
ik mensen heb beledigd.”
Tussen beide
landen zijn natuurlijk overeenkomsten. Zo is de corruptie
torenhoog en zijn de tegenstellingen tussen arm en rijk enorm.
Het verschil zit hem in de cultuur, in hoe mensen met elkaar
omgaan. “In Mexico zijn de omgangsvormen veel formeler. Het is
de hele tijd para servirle, sorry dat ik u stoor. In Brazilië
kun je Amsterdamse grappen maken, daar hoef je in Mexico niet
mee aan te komen. Mensen spreken en kijken elkaar niet aan. In
Brazilië en ook in Colombia is een sterke Afrikaanse invloed.
Dat levert een opener cultuur op. Mexico en landen als Peru zijn
met geweld veroverd door de Spanjaarden, die een hoog
ontwikkelde indiaanse cultuur met de grond gelijk hebben
gemaakt. De mannen zijn vermoord en de vrouwen zijn verkracht.
Peruanen en Mexicanen zijn voortgekomen uit verkrachting. Het
Braziliaanse volk is ontstaan uit verleiding en erotiek. Dat
voel je vijfhonderd jaar later nog steeds.”
In Italië,
waar Van Royen tot 1991 tien jaar lang correspondent was, gold
charme als communicatievorm. “Vrouwelijke charme en
verbaliteit, dat werkte in Italië en dat werkt ook in Brazilië”,
zegt Van Royen. “Terwijl ik daar tot mijn verbijstering in
Mexico helemaal niets mee kon. Ze zien je niet eens
staan.”
Verliefd
Van Royen
woont in Rio de Janeiro, in de favela Santa Teresa. “Daar voel
ik me thuis. Het zijn vrolijke, gezellige gemeenschappen waar ik
me welkom voel, hoewel ik blank en rijk ben met mijn computer en
fax. Die open cultuur bestaat niet bij de rijken. Een gewone
middenklasse Braziliaan komt niet in een sloppenwijk, dat vindt
hij te gevaarlijk. Favelas staan niet op de kaart, letterlijk
niet. Voor de overheid bestaan ze niet. Dus hoeft die ook geen
elektriciteit aan te leggen en niet voor water te zorgen. Geen
wonder dat in die wijken leidersfiguren opstaan die zich met
geweld meester maken van de buurt. De laatste vijftien jaar is
dat systeem geradicaliseerd door de drugshandel. De
drugshandelaren zorgen nu voor wegen en verlichting. In Brazilië
vallen jaarlijks dertigduizend doden door geweld, dat is meer
dan in het Palestijns-Israëlische conflict. En dit is gewoon
een oorlog tussen arm en rijk.”
In
Latijns-Amerika moet je voor de ene of voor de andere kant
kiezen, voor de elite of voor de armen. “Tussen arm en rijk
bestaat een apartheid, daar heb je geen idee van. Ik schrik er
nog steeds van, ook al weet ik het en woon ik daar. Het is geen
rijkdom zoals je die in Europa ziet. Daar kijken rijke mensen
tenminste nog naar wat ze uitgeven. Er is een warenhuis in São
Paulo waar een haarspeld van honderd dollar het goedkoopste
artikel is. Mensen stouwen er hun karretjes vol. Het is een
roofelite. Een middenklasse ontbreekt en als die al bestond dan
is die nu kapotgemaakt.”
Toch is Rio
voor Van Royen een fantastische plek. “Ik ben verliefd op de
stad, op de mensen. Niet voor niets is Rio uitgeroepen tot de
meest gastvrije stad ter wereld. Dat het ook een van de meest
gewelddadige steden is, voel je niet als zodanig. En ik heb
natuurlijk geleerd van mijn jaren in Mexico. Ik zal geen actie
meer beginnen tegen de overlast van de disco. En ik stel mijn
huis niet meer zomaar open voor Jan en alleman. Daar is mijn
huis in Rio ook te klein voor. Ik ben een straatrat. Toen ik in
Nederland woonde, zat ik in de Bijlmer en de naaiateliers. Bij
de armen voel ik me het meeste thuis. Ook nu vind ik het
fantastisch de straat op te gaan, te kijken wat je tegenkomt. Zo
is ook mijn boek ontstaan, het zijn gewoon twee jaar uit mijn
leven.”
Verhalenverteller
“Ik geloof in
verhalen. Op dit continent zijn zoveel verhalen. Ik wil zelf een
goeie verhalenverteller zijn. Mijn grote voorbeeld is de
Colombiaanse schrijfster Laura Estrepo. Zoals zij het leven
beschrijft, ze pakt een thema en trekt dan de verhalen uit die
visvijver Latijns-Amerika.”
Ook als
journalist kiest Marjon van Royen voor de beschrijving, het
verhaal. “Ik ben een meemaakjournalist”, betitelt ze
zichzelf. “Ik beschrijf wat ik meemaak. Dat is vaak ook een
noodzaak, want het is lastig uit te maken wat waar is en wat
niet. Niet alles is te verifiëren en uitspraken van officiële
instanties zijn vaak leugens. Dan werkt het principe van hoor en
wederhoor niet. Ik probeer altijd meerdere kanten van een zaak
te laten zien. Je hebt alleen je eigen geweten als maatstaf. Ik
wil eerlijke journalistiek bedrijven, ook al bestaat er geen
objectief nieuws. Dat betekent dat ik mijn uitgangspunten, zoals
vrijheid, gelijkheid en zusterschap, expliciet maak. Daarom heb
ik mijzelf ook opgevoerd in De schreeuw in de nacht, terwijl ik
helemaal niet van ik-journalistiek houd. Maar er was geen andere
manier om mijn vooronderstellingen duidelijk te maken.”
Van Royen heeft
het vak in de praktijk geleerd, in Italië. “Ik was al
bevriend met Geert Mak, die bij de Groene Amsterdammer werkte.
Hij is mijn maestro geweest, een betere leermeester had ik mij
niet kunnen wensen. In die tijd ontstond ook de new journalism,
de journalistiek van opschrijven wat je ziet. Niet langer van
boven naar beneden kijken, maar deel uitmaken van wat je
beschrijft en je eigen uitgangspunten duidelijk maken.
Journalistiek is voor mij een vak waarin je de lezer moet
verleiden om te willen lezen. Je moet nadenken over de vorm. Dat
deed ik ook voor de NRC, een verhaal vertellen om het
indringender te maken. Het is de meerwaarde dat ik hier ben, in
dit verre continent, om te ruiken en voelen hoe het is.”
In zogenaamde
actiejournalistiek gelooft ze niet. “Daar krijg ik het benauwd
van. Het verhaal over de Zapatistas in Mexico bijvoorbeeld mag
maar één richting uitgaan. Ik hou ook niet van die
zieligheidsjournalistiek, die ontpolitiseert. Ik laat liever de
overlevingsdrang en de humor van mensen zien. Dat is het doel in
mijn leven, mensen die geen stem hebben een stem geven. Het
leven beschrijven van gewone mensen is ook wat ik het beste kan.
Terwijl iedereen met zijn microfoontje om een politicus staat te
hengelen, ga ik juist de andere kant op. Maar ik ga wel weer
terug naar die politicus, om te vragen wat die heeft
uitgevreten. Eenzijdigheid haat ik. Je bent er immers om te
informeren, niet te deformeren. De pers op Cuba is een
gruwelbeeld voor mij. De enige krant, de Granma, daar veeg je je
kont mee af, er is geen Cubaan die die krant serieus
neemt.”
Geilheid
van het pistool
“Mijn
stelling is dat mannen het probleem zijn in Latijns-Amerika,
niet de vrouwen”, beweert Van Royen met grote stelligheid. We
praten intussen over de toekomst van het continent. “Vrouwen
zijn tweemaal zo hoog opgeleid als mannen, omdat veel jongens
zonodig uit school moeten droppen om geld te verdienen. Die
tendens zie je overal, dat vrouwen steeds beter zijn opgeleid en
mannen steeds minder. Rapporten van de OAS bevestigen dat
beeld.”
Het zijn toch
nog steeds mannen die het in Latijns-Amerika voor het zeggen
hebben? “Natuurlijk is het nog een mannensamenleving, maar
vrouwen hebben de toekomst. In Brazilië, en dan heb ik het over
de steden, zijn vrouwen behoorlijk autonoom. Mannen zijn in de
opvoeding afwezig. Daarom heeft dat machismo geen zin meer.
Mannen zijn geen kostwinner meer, ze zijn gewoon afwezig. Het
machismo is een steeds legere huls. Die geilheid van het
pistool, die jongetjes die in de sloppenwijken van Rio hun AK 47
doorladen, dat zijn restanten van dat machismo.”
“In Mexico
zit het machismo wellicht nog dieper. Het is La Malinche, de
indiaanse die zich aan de veroveraar Cortés gaf. Elke
mestiezenman kijkt nog steeds naar die blanke vader die nooit
iets om hem heeft gegeven en daar de zwarte moeder de schuld van
geeft, ook al is ze verkracht. Dat zit diep verankerd in de
Mexicaanse cultuur. Dat is mijn vrouwelijke standpunt, want veel
mannelijke collega’s zien dat niet zo. Die vinden Mexico een
fantastisch land. Dan zeg ik: probeer daar eens als vrouw alleen
te wonen. Op de omslag van mijn boek staat Sandra, mijn
indiaanse vriendin, die me geleerd heeft hoe het land in elkaar
steekt. Ze heeft een duende boven haar hoofd, een plaaggeest die
symbool staat voor haar leven. Bij elke stap naar voren gaat ze
weer twee stappen naar achteren. Zo is het om als vrouw in
Mexico te overleven.”
“Ik ben in
Ciudad Juárez geweest, in het noorden van Mexico. Dat is een
laboratorium van de toekomst, met de enige muur die er nog toe
doet op de wereld, tussen noord en zuid. De Amerikanen hebben
die muur neergezet en hij wordt steeds hoger. Daar tegenaan
gewaaid ligt die verschrikkelijke stad, midden in de woestijn
met veertig graden in de zomer en min twintig in de winter. De
vrouwen werken er in de fabrieken. Ook al zijn ze onderbetaald,
ze kunnen er een eigen bestaan opbouwen. De mannen hopen alleen
maar op een drugsdeal of proberen over die muur te klimmen. Er
zijn daar niet voor niets zoveel vrouwenmoorden. Er is helemaal
geen massamoordenaar, maar het geweld escaleert er omdat die
stad op alle fronten extreem is.” (zie LA Chispa 305)
Fan
Van Royen is
voorlopig niet uitgekeken op Latijns-Amerika. “Er is hier nog
een wereld te winnen. Er gebeurt zoveel leuks. Er ontwikkelt
zich een complete emancipatiebeweging, er is een stille
revolutie aan de gang. In al die landen zijn op de één of
andere manier linkse regeringen gekomen, die zich teweerstellen
tegen de globalisering. Eerst waren er dictaturen. Toen had je
tien jaar het meest verschrikkelijke neoliberalisme waarin alles
werd geprivatiseerd. Dat is op een paar uitzonderingen na, zoals
het telefoonbedrijf in Brazilië, slecht verlopen. Je ziet nu
dat regeringen genuanceerder gaan denken over
privatiseringen.”
“Ik ben
een fan van Lula, die naar sociale gelijkheid streeft, maar ook
naar economische groei. Hij zoekt naar andere wegen, zoals zijn
initiatief om met 21 landen bij elkaar te komen. Hij stapt
voortdurend naar de WTO om die aan te klagen. We hebben nu geen
neoliberalisme meer, maar neoprotectionisme. Als de importbarrières
in Europa, Amerika en Japan worden opgeheven, zo heeft de
Wereldbank berekend, zou er tien keer zoveel geld naar de Derde
Wereld gaan als nu gebeurt via ontwikkelingshulp. Door de
landbouwsubsidie verdient een koe in de westerse wereld per dag
meer dan de meeste mensen in het Zuiden. Neoliberalisme is
prima, maar zorg dan dat het liberaal is. Lula zet de lijn van
zijn voorganger Cardoso voort, door te strijden tegen die
oneerlijke handelsbarrières. Er zit toekomst in
handelsakkoorden met India, met Afrikaanse landen. Zorg dat die
zuidelijke hemisfeer een vuist gaat maken. Daar wordt naar
gezocht en daar word ik heel blij van. Dat we uit de
globalisering kunnen stappen, is onzin. Geen enkel land kan meer
zelfvoorzienend zijn. En mensen willen producten uit andere
streken kunnen kopen. Degenen die denken dat je grenzen kunt
afsluiten vind ik buitengewoon naïef.”
Wat Van Royen
ook blij maakt is de groeiende kracht van de inheemse bevolking.
“In Bolivia geeft de indiaanse beweging de bevolking een
identiteit. De armen, over wie altijd is heengelopen, beginnen
zich nu op wat voor manier dan ook te emanciperen. Ze krijgen
zelfbewustzijn en dat is zo mooi en belangrijk. Dat is ook het
goeie aan Chávez in Venezuela. Ik ben absoluut geen fan van die
schreeuwlelijk, ik vind hem een moderne Mussolini. Hij
ontwikkelt het land niet, hij centraliseert de hele boel, hij is
autoritair. Maar hij heeft de armen een identiteit gegeven en
dat is van belang, want daar hebben mensen behoefte aan.”
Pinguïn
“De
veranderingen zullen niet van de ene op de andere dag gaan. Ik
vergelijk het met verliefdheid. Ik denk dat Latijns-Amerika in
een fase van verliefdheid zit. Je weet dat je nog enorme ruzies
zult krijgen, verveeld naast elkaar op de bank zult zitten. Dat
is geen reden om dan maar niet verliefd te worden en het neemt
de schoonheid ervan ook niet weg. Waar het zal eindigen? In een
goed huwelijk of in een scheiding, dat weet je nooit.”
Het is jammer,
vindt Van Royen, dat in Nederland tegenwoordig weinig
belangstelling is voor Latijns-Amerika. “Het is allemaal Irak
en de islam. Nederland ziet zichzelf te veel als middelpunt. Ook
aan mij wordt gevraagd om de Nederlandse invalshoek bij een
artikel. Bij de radio is dat minder. Voor Radio 1 blijf ik ook
reportages maken. Het is een prachtig medium, een explosie en
daarmee een goed tegenwicht voor het schrijven dat juist naar
binnen toe is.” Komt er een nieuw boek? “Zeker, over Brazilië
en het gaat Pinguïn in Rio heten. Ik zag ooit zo’n beest op
het strand van Rio, als dat geen verhaal is. En volgens sommigen
heb ik er wel wat van weg”, lacht ze vergenoegd en loopt ter
illustratie waggelend door de kamer.
Marjon van
Royen, De nacht van de schreeuw, 2004, ISBN 90 388 6344 6, Nijgh
& Van Ditmar, Amsterdam, €19,90
Het
geheim van Porto Alegre Jan
de Kievid
Lokale democratie in Braziliaanse stad
In de Braziliaanse stad Porto Alegre beslist de bevolking
rechtstreeks over sociale investeringen. Daarbij zijn
opmerkelijk veel armen, vrouwen en mensen die niet aan een
organisatie verbonden zijn actief. De voorzieningen in arme
wijken zijn verbeterd. Maar de toekomst is onzeker, nu de linkse
Arbeiderspartij (PT) na zestien jaar het burgemeesterschap is
kwijtgeraakt. “Het meest fundamenteel is de politieke wil om
een deel van de macht echt over te dragen”, stelt onderzoeker
Daniel Chávez
Zoeken
naar Ingrid Annebeth
Vis
“Dit gaat een paar weken duren”, dacht Juan Carlos
Lecompte aanvankelijk, toen zijn echtgenote Ingrid Betancourt op
23 februari 2002 werd ontvoerd door de FARC tijdens haar
campagne voor het presidentschap van Colombia. Sindsdien wijdt
hij zijn leven aan de zoektocht naar Ingrid. Deze maand
verschijnt zijn boek Buscando a Ingrid in Colombia en Frankrijk.
“Ik hoop dat ze, als ze nog leeft, mijn boek in handen
krijgt.”
Ojalá:
een nieuwe generatie solidariteit Marten
van den Berge
“Net een Spaanse peper: rood en lekker pittig”, zegt Ojalá-lid
Sander en geeft daarmee zijn samenvatting van de Autonome
Jongeren Organisatie voor Latijns Amerika (Ojalá). Hoewel over
de exacte politieke kleur nog wel eens een verhitte discussie
uitbarst, lekker pittig is Ojalá in ieder geval. In anderhalf
jaar stampte een tiental jongeren een nieuwe organisatie van
enthousiaste jongeren uit de grond die zich inzetten voor
Latijns-Amerika.
Van
wie is het gas? Walter
Lotens
Verdeeldheid in Bolivia
Ondanks de immense voorraad aan fossiele brandstoffen is
Bolivia nog steeds een straatarm land. Meer dan een jaar geleden
brak in dat rumoerige Andesland een gasoorlog uit. Hoe moet het
nu verder? “Zelfbeschikking over onze natuurlijke hulpbronnen,
daar moeten we naartoe”, meent Miguel Angel Crespo van
PROBIOMA.
Platteland
neemt voortouw Maja
Haansdorf
De lange weg naar een ander Haïti
Na het vertrek van ex-president Aristide, nu bijna een jaar
geleden, bepalen chaos en willekeur nog steeds het leven op Haïti.
De interim-regering van premier Gerard Latortue staat machteloos
en de VN-vredesmacht MINUSTAH blijft in gebreke met de beloofde
stabilisering. In toenemende mate zijn het de Haïtianen zelf
die met voorstellen komen voor een nieuwe toekomst. Vooral het
platteland, dat altijd buitenspel heeft gestaan, is bezig met
een revival onder het motto ‘Een ander Haïti is mogelijk’.
Lokaal
klinkende munt Hans
Veltmeijer
Alternatief geldsysteem heeft succes
Lokale
munten en bankbiljetten die alleen in de eigen gemeenschap
uitgegeven kunnen worden. Het klinkt als een spelletje
monopolie, maar het is de realiteit in een aantal plaatsen in
Brazilië. De projecten zijn een succes, zeker in combinatie met
microkrediet voor de armsten. De plaatselijke economie groeit,
omdat het geld nergens anders heen kan.
Een
massage van de ziel
Tangozangeres Sandra Luna
in Nederland
Langzaam
stroomt de Kleine Komedie in Amsterdam vol. Ster van de avond is
de Argentijnse tangozangeres Sandra Luna. Ze is nog geen veertig
maar treedt al 31 jaar op. Eind 2003 verscheen haar
internationale debuut-cd Tango Varón. Nu brengt Luna haar
liederen op een internationaal podium ten gehore. “Ik kan
zingend vertellen of vertellend zingen. Ik ben zangeres van de
muziek van mijn volk.“
A =
achtergrondartikel
C = commentaar/redactioneel
E = essay
F = fotoreportage
Fi = filmbespreking
Fr = fragment uit boek/poëzie
I = interview
IM = in memoriam
R = reportage
(j) = jubileum-nummer
(v) = vrouwen-nummer
|
Argentinië |
|
| Fabriekskrakers
goed voor economie |
A 301 7 |
| Arrestatiebevel
Menem |
C 302 3 |
| Martelcentrum
wordt museum |
A 302 12 |
| Boerinnen in
de strijd om land |
A (v) 305
13 |
| Hervorming bij
de politie |
A 306 1 |
Bolivia |
|
| Conflict met
Chili over de zee |
A 301 12 |
| Dierenopvang
door backpackers |
A 301 14 |
| President Mesa
moet kiezen |
A 304 20 |
| Strijd tegen
coca in de Andes |
A 307 20 |
| Basta! Bolivia
in protest |
Fi 307 23 |
Brazilië |
|
| Lula een jaar
president |
A 302 7 |
| Familie
Moreira Lopes in sloppenwijk |
F 302 18 |
| Rondweg door
Amazonia naar Suriname |
A 303 20 |
| Nederlands
Brazilië in 17e eeuw |
A 305 8 |
Chili |
|
| Conflict met
Bolivia over de zee |
A 301 12 |
| Eindelijk
echtscheidingswet |
A 302 14 |
| Morgen voor
mij, Gladys Mejías |
Fr 303 16 |
| Honderdste
geboortejaar Pablo Neruda |
A 304 24 |
| Terreurnetwerk
Condor blootgelegd |
A 306 16 |
| Rapport over
martelen |
A 307 14 |
Colombia |
|
| Ontvoering
Ingrid Betancourt |
Fi 300 33 |
| Vredesreis in
conflictgebied |
R 302 10 |
| Radio voor
ontvoerden |
A 303 26 |
| Twee jaar
president Uribe |
A 304 13 |
| Bullerengue-zangeres
Petrona Martínez |
I 304 30 |
| Toerisme in de
Verloren Stad |
R 306 22 |
| Strijd tegen
coca in de Andes |
A 307 20 |
| Debuutroman
Fabiola Pardo |
I 307 24 |
| Hiphopartiest
Jeyffer Renteria |
I 307 29 |
Cuba |
|
| Robert van der
Hilst, Cubaanse interieurs |
F 301 16 |
| Verenigde
Naties veroordelen Cuba |
A 302 17 |
| Onderzoek naar
prostitutie |
I 306 11 |
| Ricardo Brey,
Hanging around |
F 307 16 |
El Salvador |
|
| Verkiezingen |
A 301 10 |
Frans-Guyana |
|
| Bezoek aan
voormalig strafkamp |
R 301 24 |
Guatemala |
|
| Nieuwe
regering in Guatemala |
A 300 11 |
| Een half
jaar president Berger |
A 304 10 |
| Theater
door Maya-jongeren |
F
304 16 |
| Poesía
del Niño Caminante |
F/Fr 306
18 |
Haïti |
|
| Crisis in
Haïti |
A 301 4 |
| Het
verborgen verhaal van Haïti |
A 305 6 |
Honduras |
|
| Machismo
is een vrouwenzaak |
R (v) 305
24 |
Latijns-Amerika |
|
| Vrijhandel
onder druk |
A 300 8 |
| Dertig
jaar LA Chispa en Latijns-Amerika |
A (j) 300
13 |
| Latijns-Amerika
in cartoons |
F (j) 300
22 |
| Overzicht
latino-muziek |
A (j) 300
37 |
| Vrijhandel:
Europa aan zet |
C 303 3 |
| VN-rapport
over democratie |
A 303 10 |
| Vrouwen en
zo |
C (v) 305
3 |
| Veranderde
positie van vrouwen |
A (v) 305
10 |
| Gevolgen
van liberalisering |
E 306 4 |
| Strijd om
het water |
A 307 11 |
Mexico |
|
| Tien jaar
Zapatistas |
A 300 4 |
| Eten bij
Laura Esquivel |
R 302 22 |
| Stichting
Chiapas Indianen |
I 302 25 |
| Vrouwenmoorden
in Ciudad Juárez |
A (v) 305
21 |
Nederland |
|
| LA Chispa
bestaat dertig jaar |
C (j) 300
3 |
| Dertig
jaar LA Chispa en Latijns-Amerika |
A (j) 300
13 |
| Studenten
kiezen voor Latijns-Amerika |
I (j) 300
19 |
| Dertig
jaar solidariteit |
E (j) 300
26 |
| Ontwikkelingsbeleid
onder vuur |
A/I 300 29 |
| Filmfestival
Amnesty International |
Fi 301 23 |
| Stichting
Chiapas Indianen |
I 302 25 |
| Notitie
Ontwikkelingssamenwerking |
C 304 3 |
| Honderdste
geboortejaar Pablo Neruda |
A 304 24 |
| Stichting
Hoogland-Indianen |
A 304 28 |
| Stichting
Marjan Rens |
A (v) 305
28 |
| Schuldenverlichting
arme landen |
C 306 3 |
| Martin
Schram overleden |
IM 306 10 |
Nicaragua |
|
| Sandinistische
revolutie na 25 jaar |
A 304 4 |
| Kinderverhaal
van Sandino |
Fr 304
8 |
Panama |
|
| Presidentsverkiezingen |
A 302 4 |
Paraguay |
|
| Kloof
tussen mennonieten en
indianen |
R 303 13 |
Peru |
|
| Spiritualiteit
in de Andes |
R 301 20 |
| Mijnbouw
in Tambogrande |
R 303 6 |
| Zelfbouwwijk
Villa El Salvado |
R 306 8 |
| Politiek
geweld in burgeroorlog |
I 307 4 |
| Strijd tegen
coca in de Andes |
A 307 20 |
Spanje |
|
| Aanslag 11
maart Madrid |
C 301 3 |
Suriname |
|
| Rondweg door
Amazonia naar Brazilië |
A 303 20 |
| Onderzoek
decembermoorden |
Fr 306 25 |
Uruguay |
|
| Links wint
verkiezingen |
A 307 8 |
Venezuela |
|
| Referendum
over president Chávez |
A 303 4 |
| Chávez
blijft aan het roer |
A 305 4 |
Verenigde Staten |
|
| Welterusten,
meneer de president |
C 307 3 |
Boeken |
|
| Grace
Livingstone, Inside
Colombia |
301 27 |
| Jorge
Franco,
Paradijsvogels |
301 28 |
| Rusty Young,
Marching Powder |
302 27 |
| Duncan
Green, Silent Revolution |
302 28 |
| Gladys
Mejías, Morgen voor mij |
303 16 (Fr) |
| Tom
Dieusart, Koffie en cola |
303 27 |
| Milton
Hatoum, Twee broers |
304 27 |
| Laurien
Lubbers, Politieke relaties, Cubaanse verhalen over de
revolutie en prostitutie |
306 11 (I) |
| John Dinges,
The Condor Years |
306 16 |
| Walter
Lotens, Omkijken naar een ‘revolutie’ |
306 25 (Fr) |
| Roberto
Bolaño, Chileense nocturnes |
306 29 |
| Fabiola
Pardo, Las obras del azar |
307 24 (I) |
| Ellen Ombre,
Negerjood in moederland |
307 27 |
| Annel de
Noré, Het kind met de grijze ogen |
307 28 |
Compact
discs |
|
| Rough guide
to the music of Venezuela |
301 29 |
| Los amigos
invisibles |
302 29 |
| Trio
Mocotó, Beleza! |
303 29 |
| Gabriel
Ríos, Ghostboy |
303 29 |
| Rough guide
to the music of Argentina |
304 31 |
| Isabel
Parra, Antología |
305 30 |
| Gilles
Peterson in Brasil |
306 28 |
| Rough Guide
to Brazilian Hip-hop |
306 28 |
| Tania
Libertad, Color Negro
|
307 30
|
|