REDACTIONEEL
Maja Haanskorf
Fictie
Het
is het seizoen van de filmfestivals. In februari vond het grote
internationale filmfestival in Rotterdam plaats. Films uit Latijns-Amerika
en vooral uit Argentinië waren ruim vertegenwoordigd. In
maart was het filmfestival van Amnesty International, waar voor
het eerst sinds jaren geen enkele film uit Latijns-Amerika werd
vertoond. Dat zal anders zijn op het Latin American Film Festival,
dat in mei te Utrecht zijn eerste editie zal beleven.
Afgezien
van documentaires -en zelfs daar - is de fictie heer en meester.
Tenminste, dat dacht ik. Een aantal Argentijnse films trekt
zich hier echter niets van aan. Openlijk beweren regisseurs
dat zij 'echte' films maken. Acteurs die geen acteurs zijn,
maar uit het gewone leven zijn geplukt en vaak zichzelf spelen.
Of een verhaallijn die niet is verzonnen, maar echt heeft plaatsgevonden.
Locaties zijn geen studiodecors of nagebouwde settings, maar
echt bestaande plekken. Fictie en realiteit gaan een verbond
aan. De kijker mag zelf uitmaken hoe het zit.
Ik moest
sterk aan film denken toen ik de journaalbeelden zag van het
bezoek van president Bush aan Europa. En ook toen ik verslagen
las van het optreden van de Venezolaanse president Hugo Chávez
op het Wereld Sociaal Forum in Porto Alegre, Brazilië.
Zijn de gebaren die zij maken, de woorden die zij spreken, de
kleding die zij dragen fictie of werkelijkheid? Waarschijnlijk
is het net als in die Argentijnse films, maar dan iets anders.
Bush en Chávez spelen zichzelf, dat wel, maar tegelijk
scheppen ze een fictief beeld van zichzelf, aangepast aan hun
publiek. In hen huizen meerdere types, als waren zij schizofreen.
Wanneer
we dan politieke en maatschappelijke ontwikkelingen willen beoordelen,
moeten we eerst de fictie en realiteit, het gepresenteerde beeld
en het werkelijke gedrag ontrafelen.
Zo kon president Mesa van Bolivia wel roepen dat hij liever
aftrad dan met geweld de orde in het land te herstellen, maar
hij wist vast wel dat de meeste mensen hem zouden vragen aan
te blijven. Zo kon oppositieleider Evo Morales wel roepen dat
Mesa chantage pleegde, maar hij wist vast wel dat zijn eigen
eisen Mesa daartoe dwongen.
Als er één land is waar fictie en realiteit een
dagelijkse symbiose zijn aangegaan, dan is dat Cuba. Niets is
wat het lijkt te zijn.
Ook woorden
kunnen een fictieve werkelijkheid scheppen, die niet door daden
geschraagd wordt. Zo kun je de laatste tijd horen dat Latijns-Amerika
weer 'links' wordt of nog mooier, dat het continent weer rood
wordt gekleurd. Eduardo Galeano, de eeuwig optimistische historicus
en chroniqueur van het continent, waarschuwde in de Volkskrant
dat 'Latijns-Amerikanen altijd goed zijn in woorden, maar niet
in daden.' Nu ook in zijn eigen Uruguay een linkse president
is aangetreden, hoopt hij dat het continent zijn kans grijpt
en overgaat tot linkse daden.
LA Chispa sprak met de Chileense politicoloog Patricio Silva,
die ook al verlangt naar daden. Niet door de realiteit te ontkennen,
wel door een dosis verbeeldingskracht te gebruiken.
Een ding is zeker: gevoel voor taal en fictie is de Latijns-Amerikanen
in grote mate gegeven.
Interview
met Patricio Silva
Jan de Kievid
Meer worden dan daden
De afgelopen
jaren zijn in vijf Zuid-Amerikaanse landen min of meer linkse
presidenten gekozen. Welke kansen biedt dat voor een rechtvaardiger
sociaal beleid en een gezamenlijk optreden tegenover de Verenigde
Staten en het IMF? De van oorsprong Chileense politicoloog Patricio
Silva is daarover sceptisch. Hij ziet meer "uitspraken
en gebaren" dan resultaten. Paradoxaal genoeg voert volgens
Silva juist de vaak niet als links beschouwde president Lagos
van het neoliberale Chili het meest sociale beleid in termen
van sociale uitgaven en armoedebestrijding.
Links
rukt weer op in Latijns-Amerika, dat lees je regelmatig. Journaliste
Marjon van Royen sprak in het vorige nummer van LA Chispa over
een emancipatiebeweging en een stille revolutie van nieuwe linkse
regeringen, die zich teweerstellen tegen de globalisering. Meestal
worden de presidenten Chávez van Venezuela, Lagos van
Chili, Lula van Brazilië, Kirchner van Argentinië
en de 1 maart aangetreden Vázquez van Uruguay op een
op andere manier als links beschouwd. Volgens politicoloog Patricio
Silva, die in 1975 met zijn voor de Chileense dictatuur gevluchte
ouders naar Nederland kwam en nu in Leiden als hoogleraar 'geschiedenis
van Latijns-Amerika, in het bijzonder de hedendaagse staat en
maatschappij' doceert, moeten we deze 'ruk naar links' sterk
relativeren. Er is in Nederland de afgelopen jaren politiek
meer veranderd dan in Latijns-Amerika: "Sinds Pim Fortuyn
is het veel makkelijker om hier Latijns-Amerikaanse politiek
te doceren. Vroeger had ik het over een andere planeet die voor
studenten totaal niet herkenbaar was, maar nu kan ik met Nederlandse
voorbeelden duidelijk maken hoe het electoraat ineens kan omslaan
en wat populisme inhoudt."
Wat betekent
links in Latijns-Amerika tegenwoordig?
"Als je links nu vergelijkt met dat van de jaren zestig
en zeventig, van Che Guevara en Salvador Allende, praten we
niet over hetzelfde verschijnsel. Links was in het verleden
verbonden met socialistische en communistische politieke partijen
en linkse vakbonden. Zulke organisaties en de daarbij behorende
linkse cultuur bestaan niet meer of zijn zwakker geworden. Ook
zijn linkse partijen veel minder belangrijk voor de identiteit
van hun aanhang. Vaste partijloyaliteiten zijn afgenomen. Vroeger
had links een perspectief, dat van de vooruitgang, een socialistische
samenleving. Daarvoor werd een beleid gevoerd van nationalisaties
van bankwezen en industrie en werkelijke landhervormingen. Lula
heeft nu de grootste moeite om iets te doen aan landhervormingen.
Hij voert een min of meer neoliberaal beleid en wordt door het
IMF bijna als de beste van de klas beschouwd. Dat was ondenkbaar
met linkse regeringen in de jaren zestig en zeventig. We kunnen
dus niet zeggen: links is geweest, toen ging het even weg, en
nu is het weer terug.
Het begrip links is nogal betrekkelijk. Persoonlijk vind ik
een regering links, die niet alleen links praat, maar ook handelt.
Dat betekent inspanningen om de armoede grondig aan te pakken,
met veel sociale uitgaven die doelgericht naar de armen gaan,
en dus niet naar de middenklasse zoals in Latijns-Amerika altijd
gebeurt."
Signaal
Hoe
valt de verkiezingen van zoveel linkse presidenten te verklaren?
"Dat komt doordat veel mensen zich afzetten tegen het neoliberalisme,
tegen de traditionele elite, ook tegen traditionele politieke
partijen, inclusief die wij vroeger als links beschouwden. Het
is een duidelijk signaal dat er enorme onvrede heerst."
Hoe komt het dan dat de vijf landen met linkse presidenten precies
de Zuid-Amerikaanse landen zijn die er volgens de ranglijst
van sociale ontwikkeling van de Verenigde Naties het beste voorstaan?
"Juist omdat die landen al een relatief hoog niveau hadden
bereikt, hadden de mensen daar de hoogste verwachtingen, en
als die niet uitkwamen waren de frustratie en onvrede groter.
Daarbij hoef je tegenwoordig niet links te zijn om op een linkse
kandidaat te stemmen. De ideologieën zijn niet verdwenen,
maar wel minder belangrijk geworden. Mensen stemmen veel meer
op personen in wie ze vertrouwen stellen. Zo stemmen ook conservatieven
op Lula omdat ze hem een prima vent vinden."
Wat hebben
die vijf presidenten gemeenschappelijk?
"Minder dan we denken. Met Lagos als uitzondering is het
meest gemeenschappelijk wat zij zeggen, hoe ze naar buiten treden.
Ze spreken over de massa's, keren zich min of meer anti-imperialistisch
tegen de VS en de voogdij van IMF, en stellen een soort autonoom
nationaal beleid voor. Maar wat is daaraan echt links? In Latijns-Amerika
zijn zelfs nationalisten en militairen te vinden die anti-VS
en anti-IMF zijn.
Het zijn vaak meer woorden dan daden. Als ik naar Kirchner kijk,
zie ik uitspraken en gebaren, zoals een foto met de Boliviaanse
inheemse leider Evo Morales, die wil zeggen 'Wij ondersteunen
jouw strijd.' Of een innige omhelzing met Chávez. Dat
zijn gebaren, die kosten je vijf minuten, maar geen geld of
investering. Ik zou ook met Morales op de foto kunnen, maar
maakt mij dat links?"
Waarom
is Kirchner zo populair, terwijl hij nog weinig heeft bereikt?
"Dat heeft te maken met het niveau van de crisis in Argentinië.
Die was zo diep, een bijna totale ineenstorting, niets werkte
meer. Als dan orde wordt gebracht door iemand die niet extreemrechts
is, wordt dat gewaardeerd. Deze man heeft karakter, autoriteit,
de persoonlijke kenmerken die Argentinië nodig had, iemand
uit de provincie, niet uit de traditionele politieke klasse
die zijn krediet totaal heeft verspeeld. Dan zoeken mensen een
alternatief, iemand met schone handen. Vroeger keek men naar
het leger, dat is gelukkig geen alternatief meer."
Geopolitiek
Bieden
deze presidenten wel een alternatief?
"Vooral in intenties, zij willen wel een sociaal beleid
voeren, terwijl vroegere regeringen daar weinig om gaven. Maar
er zijn financiële begrenzingen. Het drama van deze presidenten
is dat ze wel willen, maar heel weinig kunnen, omdat ze vastzitten
aan internationale financiële afspraken. Dat heb je met
Kirchner gezien. Stoere taal aan een kant, maar aan de andere
kant moet hij toch met die lui onderhandelen. Hij doet zijn
best, hij onderhandelt keihard met het IMF, maar ze moeten wel
tot een akkoord komen. Het blijkt heel moeilijk om je los te
maken van die vervelende internationale realiteit."
Kunnen deze
regeringen door meer regionale samenwerking harder met de Verenigde
Staten en het IMF onderhandelen?
"Er zijn allerlei initiatieven, zoals voor een Zuid-Amerikaanse
Unie in december in de Peruaanse stad Cuzco. Er zijn akkoorden,
maar steeds om ruil van goederen, grondstoffen. Er zijn landen
die zich meer samenwerking kunnen permitteren dan anderen. Brazilië
is een grote beer, die jou komt omhelzen, en dan moet je je
afvragen wat er van jou overblijft. In het recente verleden
zijn pogingen om een blok te vormen tegenover de VS of het IMF
altijd mislukt. Brazilië heeft een eigen buitenlands beleid
met eigen lange termijndoelen, ongeacht of de militairen, Cardoso
of Lula aan de macht zijn. Ook in Chili zie je grote continuïteit,
wie er ook president is, het land blijft neoliberaal en als
een idioot exporteren. Op het moment van de waarheid kiezen
de presidenten voor nationale belangen. Geopolitieke kwesties,
zoals gebrek aan olie of behoefte aan gas, zijn beslissend,
los van links of rechts."
Verloren
zoon
Neemt
Chili binnen de vijf landen een aparte plaats in, zoals vaak
wordt gedacht?
"Chili heeft meer bereikt dan andere landen. Dat heeft
iets paradoxaals. Terwijl president Lagos door een deel van
links in Chili wordt gezien als een neoliberale verloren zoon
die los is geraakt van de linkse familie, heeft Chili de hoogste
sociale uitgaven van Latijns-Amerika en doet het meeste aan
armoedebestrijding. Dat is mogelijk omdat in Chili een behoorlijke
consensus bestaat onder de belangrijkste politieke en sociale
actoren over de te volgen koers. Ruim 90 procent van de bevolking
is het eens met de exportgeoriënteerde koers en vindt dat
die moet blijven. Minder dan 10 procent vindt dat totaal fout.
In andere landen bestaat geen consensus over de koers. De regering
voert een beleid, terwijl de oppositie roept 'Wij zijn het hier
nooit mee eens geweest' en zit te wachten tot de regering valt."
Chili
wordt verweten dat het zich vooral richt op goede betrekkingen
met de VS en daarom niet echt regionaal wil samenwerken. Hoe
zit dat?
"Chili vindt de VS, Europa en Azië alle drie even
belangrijk. De export is ook keurig over die drie blokken verdeeld.
Door de economische realiteit van de omringende landen speelt
Latijns-Amerika een marginale rol. Als Latijns-Amerikanen Chileense
zalm, appelen en dergelijke zouden kunnen betalen, zou Chili
ze graag naar bijvoorbeeld Peru exporteren. Chili loopt niet
aan de leiband van de VS. Integendeel, Chili heeft begin 2003
als lid van de Veiligheidsraad geweigerd de oorlog tegen Irak
te steunen. Dat heeft het vrijhandelsverdrag met de VS op het
spel gezet. Lagos zat met een groot dilemma, ik zou niet graag
in die situatie hebben gezeten. Bush lustte Lagos toen helemaal
rauw. Afgelopen november kwam Bush bij de topconferentie van
de landen aan de Stille Oceaan in Santiago op het allerlaatste
moment met een detectiepoortje om alle gasten voor het diner
te controleren. Maar Lagos riep: 'a la mierda, je kunt de pot
op, het zijn mijn gasten, mensen die ik ken, die ik vertrouw,
we gaan niet fouilleren, dat gaat in tegen de waardigheid van
de mensen. Dan maar geen diner.' Welk ander Latijns-Amerikaans
land had een diner met Bush durven afzeggen?"
Kip
en eieren
Wat
zouden de linkse presidenten moeten doen?
"Om een progressief sociaal beleid te garanderen is het
noodzakelijk - al verzetten veel mensen zich daartegen - dat
het land dynamisch wordt, je moet centjes verdienen, de kip
moet vetter worden. Maar dat is niet alles. De neoliberalen
zeiden: als je de kip vetmest, zullen de eieren vanzelf voor
iedereen vallen, maar dat gebeurt niet, dat is een ideologische
fantasie gebleken. Je moet inkomen genereren, dat betekent soms
dat multinationale ondernemingen in jouw land een bepaalde grondstof
komen exploiteren. Dat heeft Chili geaccepteerd. Mensen zeggen
wel: als ze maar voldoende belasting betalen. Een zwak punt
is dat de mijnbouw in Chili heel weinig belasting betaalt. Dat
zit veel mensen dwars. Rechts heeft een regeringsvoorstel hierover
geblokkeerd.
Ook moet je streven naar een consensus, dus water bij de wijn
doen. Dat inzicht bestaat in veel landen nog steeds niet. Bovendien
moeten mensen met vermogen, met geld zich realiseren dat sociale
uitgaven geen liefdadigheid of verlies zijn, maar een investering,
juist een garantie voor sociale en politieke stabiliteit. In
Chili beseffen ondernemers dat sinds de jaren negentig, maar
in andere landen vaak niet."
Wil dat
zeggen dat het neoliberale beleid op zich prima is?
"Nee, dat zeg ik niet. Er moet nog veel gebeuren, Chili
heeft bijvoorbeeld een van de meest onrechtvaardige inkomensverdelingen
van Latijns-Amerika. Een probleem is - dat zeg ik altijd tegen
Chilenen als ik daar ben - dat men moderniteit alleen in materiële
termen ziet, meer autosnelwegen, mooiere auto's, grotere vliegvelden,
maar er is ook een immateriële moderniteit, zoals de rechten
van de bevolking respecteren, de grote klassenverschillen reduceren.
Zulke culturele revoluties moeten ook plaatsvinden. Chilenen
moeten beseffen dat iedereen gelijke rechten heeft, dat het
kind van een dienstmeisje even veel recht heeft op een goede
tandarts als het kind van een rijke. Dat wordt door veel Chilenen
nog steeds niet geaccepteerd. Er valt nog ontzettend veel te
doen, vooral aan de inkomensverschillen."
Kan dat
binnen een neoliberaal beleid?
"Dat zal heel moeilijk zijn. De economie groeit als een
komkommer, maar als je iets aan inkomensverdeling wilt doen,
gaan meteen de neoliberalen, de ondernemers roepen: 'Dit riekt
naar socialisme, dit kunnen we niet hebben.' Dat hebben ze een
paar keer gedaan. Toen de Chileense regering de belastingen
op de mijnbouw wilde verhogen, kwamen ook multinationale ondernemingen
opdraven. Toch is er ruimte om het in Chili - zonder een hele
revolutie te ontketenen - wat eerlijker te verdelen."
Evenwicht
Is
het wenselijk of mogelijk om met het neoliberale beleid te breken?
"Ik vergelijk dat met een vliegtuig op 8000 meter hoogte,
met 700 km per uur. Je kunt niet zomaar uitstappen, je kunt
wel landen of de koers veranderen, maar als je naar het noorden
gaat en je wilt naar het zuiden, kan dat niet één,
twee, drie. Alles kost tijd, net als in de maatschappij, er
zit druk buiten die je niet kunt verdragen. Uit het neoliberalisme
stappen is uitstappen op 8000 meter met 700 km per uur, je bent
dood als je dat doet. Ik denk dat neoliberalisme niet gewerkt
heeft in de meeste landen van Latijns-Amerika. Het is een fiasco
geweest. Dat komt ten dele omdat de recepten totaal niet geschikt
waren voor die landen, omdat de armoedegraad te hoog was. Ik
heb bijvoorbeeld gezien dat in het straatarme Ecuador in één
keer de subsidies verdwenen op basisbehoeften als voedsel, dat
is gewoon crimineel.
Externe factoren verklaren veel, maar dat is niet het enige.
We moeten ook zelfkritiek leveren, naar de eigen nationale realiteit
kijken: wat doen we verkeerd, wat ontbreekt nog, wat moeten
we nog doen? Zo'n daad van volwassenheid ontbreekt nog in veel
landen. In Chili heeft iedereen geleerd dat je rekening moet
houden met een aantal economische elementen: je moet aan geld,
dollars komen om bijvoorbeeld een goede gezondheidszorg op te
zetten. Je moet een evenwicht zoeken tussen economische stabiliteit
en verantwoord sociaal beleid. Dat is moeilijk te vinden, maar
je moet ook willen. Chávez lijkt dat niet te zien, en
Kirchner ook niet."
Wereldmachten
liggen dwars Dave
Hardy
Verdrag van Verenigde Naties tegen verdwijningen net niet
rond
Familieleden van vermisten uit Latijns-Amerika ijveren al ruim
twintig jaar bij de Verenigde Naties voor een verdrag dat bescherming
biedt tegen toekomstige verdwijningen. De onderhandelingen begin
februari 2005 in Genève leverden nog net geen resultaat
op.
Toeval
of trend? Filip
Huysegems
Nog niet eerder in de afgelopen kwart eeuw groeide de Latijns-Amerikaanse
economie zo snel als vorig jaar. Dat komt vooral door meer export
en hoge exportprijzen. Maar aan de grote ongelijkheid, de werkgelegenheid
en lonen is nog weinig verbeterd. Hamvraag is of de groei een
gelukkig toeval is of het begin van een heuse trend. Latijns-Amerika
blijft sterk afhankelijk van de wispelturigheden van de wereldeconomie.
Voor
en door prostituees Esma
Linnemann
Argentijnse vakbond AMMAR op de barricades
"Ik ben geen hoer. Ik ben geen prostituee of courtisane.
Ik ben een trabajadora, en mijn werk is seks." Aan het
woord is Elena Reynaga op een internationale conferentie over
aids. Ooit was zij prostituee in Buenos Aires. Nu is zij voorzitter
van de Asociación de Mujeres Meretrices de Argentina
(AMMAR). Deze vakbond zet zich in voor de rechten en belangen
van prostituees en voert tien jaar na de oprichting dagelijks
strijd tegen katholieke bekrompenheid, aids en armoede, maar
bovenal tegen de Argentijnse politie.
Olie
als wapen Peter
Desmet
Venezuela roert zich internationaal
In eigen land houdt Hugo Chávez zich de laatste tijd
rustig. Maar op het internationale podium doet de Venezolaanse
president duchtig van zich spreken. Vooral de 'imperialisten'
moeten het ontgelden.
Platteland
De laatste rit van de kever Tom
Dieusaert
Van Mexico Stad naar Buenos Aires
MST-leidster
Marta Rozeno uit Brazilië Jan
de Kievid
Landhervorming moet doorgaan
Met een
mars naar de hoofdstad Brasilia wil de landlozenbeweging MST
de regering van Lula onder druk zetten om de beloofde landhervorming
door te zetten. MST-leidster Marta Rozeno was even in Nederland
om hiervoor aandacht te vragen.
Vergane
glorie Brechtje
van Riel
Een blik op de Cubaanse filmindustrie
Eind december
vorig jaar vormde Havana tien dagen lang het toneel van het
zesentwintigste Festival del Nuevo Cine Latinoamericano, een
van de grootste filmfestivals van het Latijns-Amerikaanse continent.
Terwijl het festival heel succesvol is en jaarlijks cinefielen
uit de hele wereld naar Havana trekt, weerspiegelt de Cubaanse
filmindustrie de economische malaise van het land.
Argentijnse
films op International Filmfestival Rotterdam
Het publiek meenemen
naar de realiteit
Voor het
vijfde achtereenvolgende jaar namen Argentijnse films een bijzondere
plaats in op het International Film Festival Rotterdam (IFFR)
van 26 januari tot 6 februari. Met liefst acht speelfilms en
een korte film was Argentinië het best vertegenwoordigde
Latijns-Amerikaanse land. Argentijnse filmmakers werken opvallend
vaak met 'echte' mensen op 'echte' locaties.
De
schijnwerpers staan gericht op films uit Latijns-Amerika. Het
continent produceert een stroom van speelfilms en documentaires
die maar mondjesmaat hier te zien zijn. Gelukkig zijn er festivals,
zoals het Internationale Filmfestival in Rotterdam, dat jaarlijks
plaatsvindt. En het Latin American Festival, dat in mei voor
de eerste keer in Utrecht wordt georganiseerd. Wie Rotterdam
gemist heeft, kan hier in de herkansing. Ook al produceren Argentinië,
Brazilië en Mexico volop films, niet alle landen slagen
daarin. Zo vertoont de filmproductie van Cuba een diepe terugval.
Op het filmfestival van Havana, een van de grootste van Latijns-Amerika,
was het land slechts met twee films vertegenwoordigd.
|