REDACTIONEEL Maja Haanskorf
Koersverandering
Latijns-Amerika is al lang niet meer die gedoodverfde achtertuin van de Verenigde Staten, waarin alleen Amerikanen konden zaaien en vooral oogsten. Arabieren, Chinezen, Europeanen, allemaal zijn ze meer dan welkom in de landen van Latijns-Amerika. Als gasten, als liefst gelijkwaardige partners, als investeerders, als afnemers. Hoe de verhoudingen in die enorme tuin geregeld zullen worden en of de doorsnee Latijns-Amerikaan er profijt van zal hebben, staat nog te bezien.
Zo was daar begin mei de eerste top tussen Zuid-Amerikaanse en Arabische landen in de Braziliaanse hoofdstad Brasilia. Veel concreets leverde die ontmoeting van 34 landen nog niet op. Toch moet het belang niet worden onderschat. In de slotverklaring veroordeelden de 12 Latijns-Amerikaanse en 22 Arabische landen het terrorisme. Maar tegelijk werd erkend dat staten en volken het recht op verzet hebben tegen een buitenlandse bezetting. Met deze passage zullen de VS niet blij zijn.
De top past vooral in het beleid van Zuid-Amerikaanse landen zich economisch losser te maken van de VS. De handelsrelaties tussen Latijns-Amerika en de Arabische landen stellen nog niet veel voor, maar daar moet verandering inkomen, vinden beide regio’s. De landen van de Mercosur tekenden een verdrag met de Raad van zes Golflanden om tot verlaging van tarieven en liberalisering van onderlinge handel te komen. Brazilië verwacht de komende jaren de handel met Arabische landen te verdubbelen, tot een bedrag van 15 miljard dollar.
Vorig jaar sloot de Mercosur al een principeakkoord met de Europese Unie over een vrijhandelsverdrag. En de handelsrelatie met Azië, meer speciaal met China, is een booming business. Volgens een artikel in het juninummer van de New Statesman is de Latijns-Amerikaanse export naar Azië met 34 procent gestegen, wat mede de Latijns-Amerikaanse economische groei van 5,5 procent verklaart. China heeft intussen ruim een miljard dollar geïnvesteerd in olieprojecten in Venezuela. De Chinese president Hu Jintao was ook zeer welkom in Brazilië. De twee landen werkten al samen in de WTO (Wereldhandelsorganisatie) om de machtspositie van met name de VS te doorbreken. In Latijns-Amerika moeten ze weinig hebben van het Amerikaanse verlangen naar een vrijhandelsverdrag voor het hele continent. De besprekingen voor deze ALCA zijn dan ook mislukt.
Ook op politiek terrein lijkt Latijns-Amerika haar gehoorzaamheid te hebben afgelegd. Zo werd voor het eerst in de geschiedenis van de OAS (Organisatie van Amerikaanse Staten) een secretaris-generaal gekozen die niet door de VS was voorgedragen. Sterker nog, tot twee maal toe werd de Amerikaanse keuze verworpen, ondanks de promotour van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Condoleeza Rice. Zo kon het gebeuren dat de Chileen Insulza, lid van dezelfde socialistische partij als ex-president Allende, werd gekozen.
De VS moesten in OAS-verband nogmaals hard slikken, toen de Latijns-Amerikaanse landen afgelopen juni tijdens de 35e bijeenkomst in Florida, niets voelden voor ingrijpen in landen ‘waar de democratie in gevaar was.’ Integendeel, zij wensten vast te houden aan de regels van de OAS die uitgaan van non-interventie.
Langzaam aan en met vallen en opstaan zoeken de Latijns-Amerikaanse regeringen naar nieuwe wegen, daarbij nauwlettend door de bevolking in de gaten gehouden,. Dat die wegen niet langer vooral naar het noorden lopen, is duidelijk.
De verplichte dodenmars in Antuco
Arianne van Andel
Tragedie in Chili wakkert debat over dienstplicht aan
Half mei kwamen in Chili 44 dienstplichtigen om het leven, toen ze tijdens een oefening werden overvallen door een onverwachte sneeuwstorm. De tragedie heeft de discussie over het leger in Chili aangewakkerd. Er zijn veel verhalen over misstanden en sterfgevallen van dienstplichtigen. Een wetsvoorstel dat dienstweigering mogelijk zou maken is door de senaat verworpen. Veel jongens zouden in de praktijk al vrijwillig hun dienstplicht vervullen, zo luidt de officiële versie. Het netwerk voor erkenning van gewetensbezwaren is daar heel kritisch over. Hoezo vrijwillig, als dienstplicht voor arme jongens de enige kans is om een vak te leren?
“Waar is mijn kind? Waar zijn ze?” Het is de schreeuw van moeders in de nieuwsuitzendingen na de ‘tragedie van Antuco’, op 18 mei 2005. Op die dag vertrokken vierhonderd Chileense dienstplichtigen vroeg in de ochtend vanuit hun kazerne in Los Angeles. De oefeningsmars van 28 kilometer liep langs de flank van de vulkaan Antuco, 550 kilometer ten zuiden van Santiago. Halverwege werden ze overvallen door een ijzige sneeuwstorm, waarbij de temperatuur daalde tot 25 graden onder nul. 44 Dienstplichtigen en een sergeant vonden de dood door bevriezing. Ze bleven achter op de besneeuwde vulkaan, terwijl hun kameraden machteloos doorploeterden en uiteindelijk een schuilplaats vonden.
Bouterse had de held van het vaderland kunnen zijn Walter Lotens
Interview met Surinaamse schrijfster Cynthia Mc Leod
Een rasvertelster die historische romans schrijft en honderdduizend lezers vindt, in Nederland, de Antillen en natuurlijk in haar vaderland Suriname. Cynthia Mc Leod is een fenomeen: ze leerde de Surinamers boeken lezen. Haar romans gaan niet alleen over het verre, maar ook over het recente en onverwerkte verleden. In Paramaribo vertelt ze over haar werk, haar leven en haar laatste roman "…die revolutie niet begrepen".
Aan de Boomkreek, één van de mooiste kreken in het noorden van Paramaribo, staat een houten Bruynzeelwoning. Daar woont Cynthia Mc Leod (1936) als ze in Paramaribo is. Uitgerekend op het moment dat de Surinamers naar de stembus gaan zitten we samen op haar terras. Ze is net terug uit Nederland waar ze de 95ste verjaardag heeft gevierd van haar vader Johan Ferrier, laatste gouverneur en eerste president van Suriname. “Kaarsrecht stond hij daar en hij bewoog nog heel vlot op de dansvloer”, beschrijft ze enthousiast. De vrouw die voor me zit is een rasvertelster. Haar breedvoerige antwoorden worden vaak gelardeerd met anekdotes uit haar rijk gevulde leven.
'Liever een graf in Colombia' Nico Verbeek
Historische uitlevering van drugsbazen
Na dertig jaar actief te zijn geweest in de drugshandel zijn de broers Gilberto en Miguel Rodríguez dan toch uitgeleverd aan de Amerikaanse justitie. Als leiders van het Cali-kartel waren zij volgens de Amerikaanse politie in de jaren negentig verantwoordelijk voor de export van zo’n 80 procent van alle Colombiaanse cocaïne naar de Verenigde Staten. Met de uitlevering van de capos heeft president Uribe, de man van de ‘harde hand’, een daad gesteld, die tot bezorgdheid leidt bij een deel van de politieke klasse in Colombia.
“Als ze me uitleveren, dan moeten ze naast mij ook een cel inrichten voor een oud-president van Colombia”, verklaarde drugsbaas Gilberto Rodríguez, toen hij hoorde dat president Alvaro Uribe op 8 november 2004 zijn handtekening had gezet onder het document dat zijn uitlevering bezegelde. Hij verwees naar voormalig president Ernesto Samper (1994-1998) die gedurende zijn ambtstermijn verwikkeld was in een drugsschandaal, dat bijna tot zijn val leidde. De zaak tegen Samper en andere Colombiaanse politici, het zogenaamde ‘Proces 8000’, bracht in de tweede helft van de jaren negentig de intieme banden van de Colombiaanse politieke klasse met de maffia aan het licht.
Stichting Netwerk Kleine Projecten (SNKP) Bolivia Cora van den Berg
Iemand wil iets, en iemand anders kan iets. Als je deze mensen bij elkaar brengt komt er iets moois tot stand. Zoals een studiegroep van voorheen kansloze Boliviaanse jongeren, waarvan enkele inmiddels werken als architect of docent. Of de training van Boliviaanse leerkrachten, de aanleg van een weg en de oprichting van een school voor speciaal onderwijs. De Stichting Netwerk Kleine Projecten Bolivia zet zich al twaalf jaar in om Bolivianen te ondersteunen bij de verbetering van hun sociaal-economische situatie. “Er zijn altijd mensen die zich willen inzetten voor andere mensen.”
Stichting Netwerk Kleine Projecten (SNKP) Bolivia bestaat sinds 1993. “Ik werkte als vrijwilliger bij een Boliviaans kindertehuis”, vertelt voorzitter Marianne Koeman. “Tot ik op een gegeven moment bedacht dat de Boliviaanse vrijwilligers zelf net zo goed ontwikkelingswerk konden doen. Het enige dat ze nodig hebben is contacten, geld en bijvoorbeeld een computer. Dat kunnen wij eenvoudig ondersteunen. Dan komt de rest vanzelf.”
Marketing van de hoop Rob Burkhard
De wereldwijde opkomst van een Braziliaanse pinksterkerk
In Brazilië, het grootste katholieke land ter wereld, vindt een religieuze verschuiving plaats. De groei van de evangelische kerken is al jaren een feit en lijkt alleen maar toe te nemen. De Igreja Universal do Reino de Deus springt het meest in het oog en weet miljoenen Braziliaanse gelovigen aan zich te binden. De ambities gaan echter verder. De kerk heeft zich in meer dan tachtig landen gevestigd, ook in Nederland. Hoop en rijkdom liggen in het verschiet. Maar voor niets gaat de zon op.
Het is zaterdagochtend in de Borneostraat in Amsterdam-Oost. Voor de ingang van nummer 40 schuifelt een handjevol mensen wat heen en weer. Boven de deur staan de letters UKGR: Universele Kerk van Gods Rijk. Het geheel ziet er onbeduidend uit. Een van de vele kerkjes die vandaag de dag het licht zien. Ook binnen in de zaal gaat het er rustig aan toe. Toch gaat achter deze letters een hele wereld schuil. Het gebouw aan de Borneostraat is een van de zes Nederlandse vestigingen van de machtige Braziliaanse Igreja Universal do Reino de Deus, en een van de duizenden vestigingen die deze kerk over de hele wereld heeft.
De beelden van San Agustín Mark Weenink
Mysterieuze pre-Colombiaanse begraafplaats
Statige beelden staan in en om het Colombiaanse dorpje San Agustín. Ze zijn gemaakt door een pre-Colombiaanse beschaving waarover zo goed als niets bekend is. Er zijn geen schriftelijke bronnen, waardoor archeologen in het duister tasten. Wel hebben ze vastgesteld dat de beelden, die dateren uit 3300 voor Christus, deel uitmaken van een begrafeniscultuur. Toeristen bezoeken San Agustín slechts mondjesmaat. De guerrilla heeft de regio het predikaat ‘gevaarlijk’ bezorgd.
In een propvol personenbusje ben ik onderweg naar San Agustín, een dorp in het departement Huila in het zuiden van Colombia. We zijn met zijn zestienen, de chauffeur meegerekend. Tussen hem en de bijrijder ingeklemd zit een man op een plastic tuinstoel. Tas op schoot, gemoedelijk schouder aan schouder, zo reist de gemiddelde Colombiaan in eigen land. De ene helft van de passagiers dommelt in op de cadans van het busje, de andere helft kijkt uit het raam en neuriet een bekend salsanummer mee. Na een uur of vijf bereiken we onze eindbestemming. San Agustín is een klein dorp, een echt busstation is er niet. Ik stap uit in het centrum, waar meteen een aantal jonge mannen zich aanbiedt als gids. Het wordt Andrés. Morgen zal hij me rondleiden in de omgeving.
|