info noticiashome


Het volgende nummer van LA Chispa
zal half december 2005 verschijnen

Met daarin onder meer:


REDACTIONEEL
- Pech

- Presidentsverkiezingen in Chili

- Wordt relatie Suriname-Nederland normaal?

INTERVIEW
- Pierre Espérance hoopvol over Haïti'

- Leningen voor Argentijnse coöperaties

- Ecuador in vuur voor olie

PORTFOLIO
- Villa París - Argentinië

REPORTAGE
- Olie is splijtzwam in jungle van Ecuador

INTERVIEW
- Marcela Rodríguez: Chileens balling in Italië

UITGELEZEN
- Een Cubaans liefdeslied

INTERVIEW
- Nilo Berrocal speelt 'Dat Che Guevara gevoel'

UITGELEZEN
- De Pardo-blues

- Agenda

RUBRIEKEN
- De Kern
- Berichten uit het veld
- Koken met Chispa
- Column
- Kort Latijns-Amerikaans

REDACTIONEEL   Maja Haanskorf
Pech

‘Het land van de eeuwige lente’, zo staat Guatemala bekend. ‘Land van de eeuwige pech’, zou misschien beter zijn. Net nadat een hoog geplaatste delegatie een bliksembezoek aan Nederland had gebracht, teisterden een orkaan, gevolgd door een aardbeving, het kleine Midden-Amerikaanse land. De media hier hadden nauwelijks in kleine berichten van de ramp kond gedaan, of Pakistan werd getroffen door een nog grotere ramp. Een megaramp, zo mogelijk nog erger dan de tsunami van vorig jaar. Tja, daar heeft Guatemala niet van terug.

Hulporganisaties haasten zich geld in te zamelen voor Pakistan. Ook de mail van LA Chispa wordt bestookt met hulpverzoeken. Terecht, natuurlijk. Maar waar blijven de oproepen voor steun aan Guatemala? Alleen enkele kleine particuliere organisaties mailen ons. Geen landelijke gironummers, geen grootschalige acties. Het aantal doden is nog niet bekend. Eerdere schattingen spraken van rond de duizend doden, maar van meerdere gebieden is het aantal slachtoffers nog onduidelijk.

Diverse inheemse en boerenorganisaties, maar ook de katholieke kerk, beschuldigen de Guatemalteekse regering ervan in gebreke te blijven bij de hulpverlening aan getroffen gebieden. Blijkbaar beschikt het land over geen enkel plan hoe te handelen bij natuurrampen. De slachtoffers zijn voornamelijk Maya’s, de inheemse bevolking die woont op het platteland. Van preventie is al helemaal geen sprake. Milieuorganisaties wijzen op de kaalslag en erosie en op de verwaarlozing van het milieu ten gunste van mijnbouw. De Mayabevolking is vaak aangewezen op de slechtste stukken grond, waar de gevolgen van orkanen en hevige regens het meest desastreus zijn.

De Guatemalteekse delegatie die in september Nederland aandeed, deed zijn best aan te tonen dat het in Guatemala steeds beter gaat. Vice-president Eduardo Stein hield een lezing in het Instituut voor Meerpartijen Democratie in Den Haag. Hij betoogde dat het met de relatie tussen de staat en de inheemse bevolking de goede kant opgaat. Ook al was het eindpunt nog niet bereikt, de discriminatie en repressie waren zaken uit het verleden. Als voorbeeld noemde hij Rigoberta Menchú, die nu een nationale persoonlijkheid is en de positie bekleedt van ‘ambassadeur van goede wil.’ In 1992 probeerde toenmalig president Serrano nog te voorkomen dat ze de Nobelprijs won.

In schril contrast met deze mooie woorden staat de realiteit van het dorp Panabaj aan het meer van Atitlán. Het dorp is zwaar getroffen door orkaan Stan. Toch weren de inheemse bewoners militairen die hulp komen bieden. De vroegere slachtpartijen, die door het leger zijn begaan, staan nog vers in het geheugen gegrift. In het district San Marcos is het de mijnbouw die het bestaan van de bevolking in gevaar brengt. De regering negeert de protesten. Intussen probeert deze zelfde regering nu orkaan Stan aan te grijpen om de bevolking op te roepen gezamenlijk als natie verder te gaan. Dan moet die bevolking natuurlijk wel meewerken en zeker niet zeuren over het verleden. Niet eisen dat daders van de genocide worden berecht. Niet de doden, die tijdens de burgeroorlog in massagraven zijn gedumpt, willen opgraven en opnieuw op een waardige manier herbegraven.

In de zienswijze van de regering is het logisch dat Rigoberta Menchú, die ex-president Ríos Montt in Spanje heeft aangeklaagd wegens genocide, nu met hem tijdens besprekingen aan één tafel zit. Montt is immers gewoon voorzitter van de oppositiepartij FRG. Zou vice-president Stein dit bedoelen met betere betrekkingen tussen de staat en de inheemse bevolking? Guatamala is de pech nog lang niet te boven.


Een kalme verandering met een vrouwelijk gezicht    Alvaro Ramis
Presidentsverkiezingen in Chili

De aanloop naar de Chileense presidentsverkiezingen op 11 december lijkt zonder verrassingen te verlopen. De peilingen laten een duidelijke meerderheid zien voor Michelle Bachelet, de socialistische kandidaat van de huidige centrumlinkse regeringscoalitie. Ze voorspellen een royale overwinning op haar rechtse rivalen Lavín en Piñera en de kandidaat van buitenparlementair links, Tomás Hirsch. De grote vraag is of Bachelet al in de eerste ronde wint of dat er een tweede stemming nodig is in januari volgend jaar.

De presidentsverkiezingen in Chili van 11 december kunnen wel eens de saaiste worden sinds het herstel van de democratie in 1990. Alles wijst op een zege van Michelle Bachelet, die daarmee de eerste vrouwelijke president van een Zuid-Amerikaans land zou worden. Tot een paar jaar geleden wees niets op dit scenario. Toen voorspelden alle peilingen de overwinning van Joaquín Lavín, die zich presenteerde als een alternatief voor de aan slijtage onderhevige Concertación. Deze centrumlinkse coalitie is aan de macht sinds het einde van de dictatuur. In twee jaar tijd is het politieke toneel drastisch veranderd. Het prestige van Lavín daalde snel, terwijl de populariteit van Bachelet, die in 2000 zo goed als onbekend was, om schijnbaar onverklaarbare reden omhoog schoot.


Drie Miljard verwijten    Anke Welten
Wordt de relatie Nederland-Surinamme na dertig jaar normaal?

Begin dit jaar pleitten de Nederlandse minister van ontwikkelingssamenwerking Van Ardenne en haar Surinaamse ambtgenoot Raghoebarsing voor een vriendschappelijke relatie die “moet worden gekenmerkt door meer volwassenheid, zakelijkheid, wederzijds respect en het voorkomen van unilaterale beslissingen.” Is een zakelijker relatie tussen de voormalige kolonie en zijn moederland mogelijk? In zijn proefschrift Drie miljard verwijten beschrijft historicus René de Groot de relatie tussen beide landen vlak voor en in de eerste jaren na de soevereiniteitsoverdracht. Hoewel beide landen het 'naar buiten toe' erg eens waren met elkaar over hun gezamenlijk streven naar een vruchtbare economische ontwikkeling van Suriname, ging het met die ontwikkeling faliekant mis.

14 Februari 1974. Premier Henck Arron van Suriname maakt via de radio bekend dat zijn regering van plan is om Suriname voor het einde van 1975 onafhankelijk te verklaren. De verklaring verrast zowel Suriname als Nederland. Maar de Nederlandse premier Den Uyl is enthousiast en belooft Suriname met haar onafhankelijkheid te steunen, onder andere met ontwikkelingshulp die moet zorgen dat het land snel ook economisch op eigen benen kan staan. Met minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking als vertegenwoordiger van de Nederlandse regering, gaan binnen enkele maanden onderhandelingen van start over de voorwaarden waaronder de machtsoverdracht plaatsvindt. Den Uyl en Pronk blijven de voorbereidingen voor de onafhankelijkheid steunen, ook als steeds duidelijker wordt dat een groot deel van de Surinaamse bevolking tegen onafhankelijkheid is en dat Arron weigert om met de oppositie in gesprek te gaan. In de aanloop naar de onafhankelijkheid nemen sociale en etnische spanningen in de straten van Paramaribo toe. Er is zelfs even sprake van een dreigende burgeroorlog. Slechts enkele dagen voor de geplande machtsoverdacht leggen de politieke rivalen Arron (van de voornamelijk creoolse Nationale Partij Suriname) en Jaggernath Lachmon (Verenigde Hindostaanse Partij) hun ruzies bij, zodat de dag van de onafhankelijkheid, 25 november 1975, een feestelijk karakter krijgt.


VN-militairen werken samen met gewapende bendes Jan de Kievid
Mensenrechtenactivist Pierre Espérance uit Haïti

Terwijl de internationale media in Haïti slechts chaos en geweld waarnemen, ziet mensenrechtenactivist Pierre Espérance lichtpuntjes. De huidige regering is zwak, maar is niet verbonden aan gewapende bendes. Onder de begin 2004 verdreven president Aristide was dat wel het geval. De militairen van de Verenigde Naties die zulke bendes zouden moeten ontwapenen, werken juist met hen samen. Net als in het interview met LA Chispa twee jaar geleden toont Espérance groot vertrouwen in de georganiseerde burgers, de civil society. Maar of de verkiezingen van november een succes worden, is twijfelachtig.

“De situatie in Haïti is de laatste maanden een beetje verbeterd. Het is nu rustiger in het land, omdat de politie meer optreedt en veel criminelen heeft gearresteerd. Ook verzet de bevolking zich tegen het geweld.” Mensenrechtenactivist Pierre Espérance, directeur van het Nationale Netwerk ter Verdediging van de Mensenrechten (RNDDH), antwoordt verrassend positief op de vraag over de situatie in zijn land. Dat wordt steevast afgeschilderd als een poel van chaos en geweld. Haïti is het armste land van het westelijk halfrond met een levensverwachting van 52 jaar, terwijl bijna de helft van de bevolking ondervoed en analfabeet is. Op de meeste sociaal-economische indicatoren scoort Haïti onder het gemiddelde van Afrika. Ook is het land de afgelopen dertig jaar economisch nog dieper teruggevallen dan Afrika. De organisatie Freedom House, een onafhankelijke organisatie uit de Verenigde Staten die democratie probeert te bevorderen, plaatst Haïti en Cuba in de categorie ‘onvrije landen’, als enige uit Latijns-Amerika en de Cariben.


Geen gift maar een solidariteitsfonds Babette Wielinga
The Working World steunt Argentijnse coöperaties

Na de economische crisis in 2001 stonden een groot aantal Argentijnse arbeiders op straat. Hun bazen hadden de fabrieken waar ze tot dan toe werkten gesloten en waren soms met de noorderzon vertrokken. De arbeiders namen de fabrieken over. Zonder baas draaien ze verder, maar niet zonder problemen. Er is geld nodig, maar krediet bij een bank krijgen ze niet. Sinds kort kunnen ze de hulp inroepen van The Working World, een organisatie die met kleine leningen de nieuwe eigenaren uit de brand probeert te helpen.

“Het idee voor The Working World ontstond in een bioscoop in New York”, vertelt de 32-jarige Amerikaanse oprichter Brendan Martin. In New York zag Martin de documentaire The Take, die Naomi Klein samen met haar echtgenoot Lewis had gemaakt. Klein is een andersglobalist, die met haar boek No Logo bekendheid verwierf. De documentaire toont de strijd van de Argentijnse arbeiders die na de economische crisis van 2001 met lege handen achterbleven, omdat hun bazen de benen hadden genomen. Ze zaten echter niet bij de pakken neer. Ze namen het heft in eigen handen, richtten coöperaties op en gingen zonder baas aan de slag. Martin was bijzonder gefascineerd door de ontwikkelingen in Argentinië. Hij liep al langer rond met het idee iets te doen om coöperaties te helpen. Hij besloot de stoute schoenen aan te trekken en met Lewis te gaan praten. Na enkele gesprekken besloten de twee The Working World op te richten.


Ecuador in vuur voor olie   Tom Dieusaert

Het kleine Andesland Ecuador gaat al verschillende jaren door een diepe politieke en economische crisis. Verschillende presidenten hebben elkaar in een snel tempo opgevolgd. De nationale munt, de sucre, werd in 2000 vervangen door de dollar, zonder veel succes. En na Bolivia is ook in Ecuador het debat over de grondstoffen losgebarsten. Een algemene staking in de Amazoneprovincies, die een deel eisen van de olieinkomsten, bracht de voorlopige regering van Alfredo Palacio aan het wankelen. Pas nadat de oliemaatschappijen een compromis sloten met de lokale bevolking in de oostelijke provincies, keerde de rust weer.

“De Ecuadoriaanse provincies Sucumbíos en Orellana zijn de rijkste provincies in armoede”, zo stelt José Proaño van de niet-gouvernementele organisatie (ngo) Acción Ecológica niet zonder cynisme. “De kindersterfte ligt er dubbel zo hoog als elders in het land. De structurele ondervoeding bij kinderen bedraagt meer dan 40 procent. En ziekten als kanker, huid- en longaandoeningen tieren welig. Vrouwen krijgen spontane abortussen en één op drie volwassenen lijdt aan bloedarmoede”, aldus Proaño. De gezondheidsproblemen van de Amazonebewoners vinden hun oorsprong in de intensieve oliewinning in de streek. Jaarlijks worden er 400 duizend vaten olie uit het Ecuadoriaanse Amazonewoud gepompt. Dat is niet bepaald een propere operatie. Door allerlei lekken verdwijnen er minstens 30 duizend vaten. En die gaan allemaal de natuur in van het immense Amazonegebied, de groene long van onze aarde. Rivieren en meren raken besmet, maar ook dieren, planten en mensen. De arbeiders die tewerkgesteld worden in de olievelden en dagelijks in contact komen met het smerige goedje voelen volgens Acción Ecológica de gevolgen aan den lijve. “De helft van de arbeiders heeft infecties aan de ogen, meer dan 60 procent heeft verteringsproblemen en allemaal hebben ze huidaandoeningen.”


Sarayaku versus Pakayaku Tom Dieusaert
Twist om olie in de Amazone

Ecuador heeft nog altijd oliereserves, een aantrekkelijk alternatief gezien de hoge internationale prijzen. Het enige probleem is dat de olievelden gelokaliseerd zijn in het Amazonewoud, het grootste natuurgebied ter wereld en de woonplaats van inheemse volkeren. En de oliedollars hebben de indianen verdeeld. Het dorp Sarayaku bijvoorbeeld verzet zich hevig tegen de komst van een buitenlandse oliemaatschappij, uit angst de traditionele leefwijze te verliezen. Maar in het buurdorp Pakayaku omarmen de bewoners het oliebedrijf, want ze krijgen computers en buitenboordmotoren cadeau. De twee dorpen zijn zelfs slaags geraakt. “Als er hier geen olie blijkt te zitten, komen we weer bij elkaar.”

Een wegwijzer naar het dorp Shell is een eerste aanwijzing dat ik in oliegebied ben beland. Op een muur staat een graffiti die mijn vermoeden bevestigt: ‘Nationale soevereiniteit nu! Amazonië vrij van olie!’ Tussen de schaarse woningen zie ik grote stukken braakliggende grond, grasvelden met dunne boompjes, kaal en breekbaar als lucifers. Dit zijn de eerste huizen van Puyo, de laatste fronteertown vóór de jungle. Puyo is het centrum van het verzet tegen de oliefirma’s in de oostelijke Amazoneprovincies van Ecuador. De leiders van het rebelse dorp Sarayaku, dat dieper in de Amazone ligt, hebben hier hun tenten opgeslagen. Ik zie de eerste tekenen op de muur. ‘Viva Sarayaku carajo (verdomme)’ staat er met zwarte verf, met een radicaliteit die on-indiaans is. Sarayaku ligt in het midden van de Boganaza-vallei. Zo’n 90 procent van de oppervlakte is regenwoud. Een federale wet heeft deze grond in collectief eigendom aan het Quichua-volk toegewezen. Als de staat olie wil winnen in indianengebied, moet ze eerst toestemming krijgen van de gemeenschap. Dat is hier niet gebeurd. De Ecuadoriaanse regering heeft het land opgedeeld in blokken en die in concessie gegeven aan privé-firma’s. Sarayaku ligt in blok 23, toegewezen aan de Argentijnse firma CGC. De oliefirma mag in haar blok gaan zoeken naar olie. En als ze iets vindt, worden er royalty’s betaald aan het Ecuadoriaanse staatsbedrijf Petroecuador.
Voor de bewoners van het jungledorp lijkt de komst van de oliemaatschappijen een zaak van leven en dood. De leiders van Sarayaku verzetten zich opvallend tegen de aanwezigheid van het bedrijf CGC. Zo heb ik gehoord van e-mailcampagnes, lobbywerk en zelfs betogingen in Argentinië.


'Ze hebben me niet klein gekregen' Maaike van Kregten
Voormalig Chileense politiek gevangene in Italië

Nu de Chileense presidentsverkiezingen eraan komen in december zijn vrijwel alle politieke gevangenen voorwaardelijk vrijgelaten, met uitzondering van de Mapuches. Volgens president Lagos is hiermee de overgang naar de democratie afgesloten. ‘Vergeten en de pagina omslaan’ is zijn leus. Critici noemen het een doofpot. De huidige grondwet is onder het militaire regime opgesteld. En nog steeds zijn de meeste mensenrechtenschenders niet bekend, laat staan berecht. Voor voormalig politiek gevangene Marcela Rodríguez Valdivieso kwam de ommekeer rond de presidentsverkiezingen in 2000. Een vrouw die zonder eerlijk proces in de gevangenis zou overlijden was niet wenselijk. Door bemiddeling van de katholieke kerk kwam ze in 2002 vrij, maar moest het land verlaten. Italië nam haar op.

We zitten buiten in de tuin van de woongemeenschap voor gehandicapten nabij Milaan, waar Marcela Rodríguez Valdivieso sinds 2002 als vrij mens woont, samen met haar echtgenoot Julio Araya. Rodríguez is ex-militante van de Chileense politieke partij en verzetsbeweging Mapu Lautaro. Ze was in 1990 betrokken bij de bevrijding van een compañero uit een ziekenhuis in Santiago. Hij was niet vrijgelaten na de instelling van de democratie en lag wegens marteling in een ziekenhuis. Rodríguez was ongewapend, maar werd door agenten in haar rug geschoten en opgepakt. Medische verzorging kreeg ze de eerste twee weken niet, waardoor ze verlamd raakte. Dankzij hulp van het Internationale Rode Kruis werd ze overgebracht naar een ziekenhuis en ruim een jaar later voorwaardelijk vrijgelaten. Uiteindelijk werd ze in 1999 door een militaire rechtbank veroordeeld tot twintig jaar en twee dagen op grond van verdenking, niet van bewijs. Bijna tien jaar had ze op de uitspraak gewacht.


Dat Che Guevara gevoel Maja Haanskorf

De aanleiding voor zijn nieuwste productie ligt in Zuid-Afrika. Daar, in Johannesburg, zag acteur en verteller Nilo Berrocal jongens in T-shirts met op hun borst een portret van Che Guevara en op hun rug Bin Laden. “Ik schrok ervan en toen vroeg ik me af hoe zo’n mythe ontstaat.” Hij dook in het leven van Che, las alles wat hij te pakken kon krijgen, reisde naar Cuba en sprak met jonge activisten van nu. En ging op zoek naar zijn eigen binding met Che, naar dat speciale gevoel. “Als kind in Peru knipte ik al het portret van Che uit karton.”

Verspreid over de tafel liggen posters met het portret van Che Guevara. Die beroemde foto met baret en ster, genomen door de onlangs overleden fotograaf Korda. Op deze poster is zijn gezicht beplakt met dollarbiljetten. “Het zijn nog maar probeersels”, zegt Nilo Berrocal Vargas in zijn Utrechtse woning. Het dekt wel de lading van zijn nieuwste productie, die binnenkort in première gaat. Dat Che Guevara gevoel, zo gaat de voorstelling heten. Berrocal is een verteller, hij maakt verteltheater. “Vertelkunst is een verzetskunst, het verzet zich tegen de dictatuur van het beeld”, stelt Berrocal. Er valt even een stilte. Verzetskunst? “We leven in de tijd van MTV met snelle en voorgekookte beelden. Daar hoef je geen fantasie meer te gebruiken. Ook in het theater zie je dat regelmatig. Het is bijna een mode geworden om overal projecties en beamers bij te gebruiken. Ik ben daar niet per se tegen, maar het is niet mijn manier. Ik vertel een verhaal, alleen of samen met een muzikant.” Zo gaat hij dat ook doen in de voorstelling over Che Guevara. “Het is een drieluik, waarin ik het ware leven van Che laat zien, zelf op zoek ga naar ‘mijn’ Che en tenslotte het verhaal van de huidige andersglobalisten vertel. Die dragen ook vlaggen met het portret van Che met zich mee in demonstraties. Kijk maar naar de beelden van Seattle, Genua en nu pas in Edinburgh.” Alleen een muzikant, Bouke Feleus, begeleidt hem. “We spelen de voorstelling samen. Ik vertel, hij speelt piano, gitaar, accordeon.” .