info noticiashome


***Honduras special***

Het volgende nummer van LA Chispa
zal half februari 2006 verschijnen

Met daarin onder meer:


REDACTIONEEL
- Bananen

REDACTIONEEL
- Boliviaanse jongeren over de toekomst

- Candomblé als visvijver

- Colombia's president Uribe is herkiesbaar

- Een links Bolivia in de maak

HONDURAS SPECIAL
- Copán Ruinas in rood en blauw'

- First lady 'redt' straatkinderen

- Hondurezen verwachten weinig van nieuwe regering

PORTFOLIO
- Kinderen fotograferen hun wereld met aids

- Portret van werkstad San Pedro Sula

- Op zoek naar de Garífunas

REPORTAGE
- Wormen in Zacatales

- Toerisme: van bergdorpje tot strandresort

- Inburgering van latino's

UITGELEZEN
- Suriname na de Binnenlandse Oorlog

- Agenda

RUBRIEKEN

- Berichten uit het veld
- Koken met Chispa
- Column
- Kort Latijns-Amerikaans
Zoekt u een cadeautje met chispa?
Dan is Karma meets Inca, reisreportages uit LA Chispa (80 p.) zeker iets voor u.
De redactie van LA Chispa heeft een boekje uitgebracht met daarin de mooiste reisreportages, in tekst en foto’s, van de afgelopen vijf jaar.
> bestellen

Neem een abonnement op LA Chispa en ontvang Karma meets Inca als welkomstgeschenk.

REDACTIONEEL   Maja Haanskorf
Bananen

Opnieuw zet LA Chispa een relatief onbekend land in de schijnwerper. Na de Uruguay-special van juni dit jaar, presenteren we nu de Honduras-special. Destijds was er in Uruguay net een nieuwe, linkse regering aangetreden. Ook in Honduras zijn de presidentsverkiezingen net achter de rug. Daarmee houdt de vergelijking tussen beide landen dan ook op. Honduras is, samen met Nicaragua, het armste land van Midden-Amerika. Bijnamen als ‘bananenrepubliek’ en ‘vliegdekschip’ wijzen niet op een florissant bestaan. Al ruim een eeuw is het land in grote mate afhankelijk van de Verenigde Staten. Vanaf de komst van bedrijven als United Fruit en Standard Fruit tot het recent sturen van troepen naar Irak.

‘Presidenten komen en gaan, maar de VS blijven bestaan’. Dit was de kop van een artikel in LA Chispa over de verkiezingen in Honduras, precies vier jaar geleden. Toen won Ricardo Maduro van de Nationale Partij de verkiezingen. Nu kreeg Manuel ‘Mel’ Zelaya van de Liberale Partij op 27 november de meeste stemmen. Net als destijds, maakt het ook nu weinig uit welke van de twee partijen wint. Met een paar kleine veranderingen – namen, jaartallen – had het verhaal zo weer gepubliceerd kunnen worden. De beloftes van de presidentskandidaten zijn hetzelfde, het neoliberale beleid blijft heilig en het land is nog steeds het trouwste maatje van de Verenigde Staten. Zelfs een orkaan trok zoals altijd in dit jaargetijde weer een verwoestend spoor door het land. Deze keer werd vooral het noordoosten van Honduras getroffen.

Wat weten we verder van Honduras? Waar ligt het precies? Wat is de hoofdstad? De meesten zullen het antwoord schuldig blijven. Onder de latino’s in Nederland lijken weinig Hondurezen te zijn. Het bleek eenvoudiger om Nederlanders in Honduras te vinden. Die wilden graag vertellen over het leven in dat onbekende land. En ja, er is armoede, er zijn jeugdbendes en er is corruptie. Maar er gebeurt nog zoveel meer. Inheemse dorpen starten gezamenlijk een project om toerisme te ontwikkelen en zo extra inkomsten te verwerven. Koffieboeren schakelen over op biologische teelt, waarmee ze twee vliegen in een klap slaan: een betere prijs voor de koffie en een schone rivier voor het drinkwater. Overal zijn wel voorbeelden te vinden van mensen die werken aan verandering, met kleine stapjes.

Het land verdient het om op de kaart te komen. Ook op de kaart van de Nederlandse overheid. Honduras staat niet op het lijstje van de vijf Latijns-Amerikaanse landen waarmee de regering een band van ontwikkelingssamenwerking heeft. Er is hoop. Niek de Goeij, een van de medewerkers aan deze Chispa vertelt dat minister Van Ardenne eerder dit jaar heeft gezegd dat Honduras wel op dat lijstje zou moeten staan. Maar ja, er moesten landen afvallen en met Honduras was nog nauwelijks sprake van een relatie. Reden te meer om het land onder de aandacht te brengen.


Nooit doen de politici wat ze beloven    Inge ter Schure
Boliviaanse jongeren in Santa Cruz over hun toekomstverwachtingen

De aanloop naar de Chileense presidentsverkiezingen op 11 december lijkt zonder verrassingen te verlopen. De peilingen laten een duidelijke meerderheid zien voor Michelle Bachelet, de socialistische kandidaat van de huidige centrumlinkse regeringscoalitie. Ze voorspellen een royale overwinning op haar rechtse rivalen Lavín en Piñera en de kandidaat van buitenparlementair links, Tomás Hirsch. De grote vraag is of Bachelet al in de eerste ronde wint of dat er een tweede stemming nodig is in januari volgend jaar.

Eind oktober 2005. De Colombiaanse popster Carlos Vives geeft een concert in het voetbalstadion van Santa Cruz. Halverwege het optreden gooit iemand de groen-wit-groene vlag van dit Boliviaanse departement op het podium. Daarop beginnen alle jongeren spontaan te scanderen: “Autonomía! Autonomía!” Pas na een paar minuten kan de popster zijn optreden vervolgen. Een aantal weken daarvoor deed zich bij een rockfestival ongeveer hetzelfde voor. Het is duidelijk dat de politiek leeft onder de jongeren van Santa Cruz. Op 18 december moet Bolivia weer naar de stembus, nadat president Mesa na de onlusten in april onder druk van de bevolking besloot af te treden. Net als zijn voorganger Sánchez de Lozada, die door de bevolking de laan werd uitgestuurd, kon ook hij geen stabiliteit brengen in deze samenleving waar de ideologische en sociale verschillen groot zijn.


Candomblé als visvijver   Mark Weenink
Afro-Braziliaanse religie populair

Religieuze symbolen die opduiken in een gay parade. Een milieubeweging die bescherming van de natuur koppelt aan de religie. En de zwartenbeweging die de religie ziet als voorbeeld van zwart verzet. De Afro-Braziliaanse religie candomblé lijkt wel een visvijver voor een ieder die wil meeliften op de populariteit ervan. Antropoloog Mattijs van de Port onderzoekt deze ontwikkeling. “Dat de religie homovriendelijk is is een self fulfilling prophecy.”

Religie en media in de publieke sfeer. Dat is wat Mattijs van de Port, als antropoloog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, interesseert. Sinds 2001 bestudeert hij de Afro-Braziliaanse religie candomblé in de Braziliaanse deelstaat Bahia. Niet volgens de traditionele manier waarop antropologen een religie onderzoeken, de methode tempel-priester-initiatie. Dan gaat de onderzoeker bij een tempel en priester in de leer om via initiatie kennis van binnenuit te verwerven. Deze klassieke methode maakt een candomblé-tempel al snel tot een geïsoleerd eilandje, vindt Van de Port, een vertekening van de werkelijkheid. “Er is voortdurend interactie tussen de cultus en de maatschappij. De vraag is wat er gebeurt met zo’n religie als die een publieke aangelegenheid wordt. Ik heb daarom geprobeerd in kaart te brengen waar de religie opduikt buiten de tempels. Dat bleek op de meest diverse, bizarre plekken te zijn. Op gay parades bijvoorbeeld, en bij sociale bewegingen die candomblé gaan gebruiken voor hun eigen doeleinden. Ik heb voornamelijk gesproken met tussenpersonen, toeristengidsen, kunstenaars, intellectuelen en politici die met candomblé in de weer zijn. In de noordoostelijke deelstaat Bahia, de wieg van candomblé, is het chique om als artiest te etaleren dat je goede contacten hebt met candomblé. Ik vraag me af wat al die mensen in candomblé proberen te vinden.”


Populariteit wijzigt de grondwets  Wies Ubags
Colombia’s president Uribe is herkiesbaar

Om de vier jaar gaan de Colombianen naar de stembus om een nieuwe president te kiezen. Letterlijk, want een zittend president kan niet worden herkozen. Recent is met deze regel gebroken. Het motief hiervoor lijkt de populariteit te zijn van de huidige president Alvaro Uribe.

De Colombiaanse president Álvaro Uribe Vélez kan definitief worden herkozen. Om deze herverkiezing mogelijk te maken was er een grondwetswijziging nodig en moest de zogenaamde garantiewet worden goedgekeurd. Deze wet garandeert dat de oppositie evenveel mogelijkheden heeft om campagne te voeren als de zittende president. Beide wetswijzigingen waren al goedgekeurd door het Colombiaanse Congres. Maar het Grondwettelijk Hof moest zich er ook nog over uitspreken. Dit Hof ziet erop toe dat de Colombiaanse wetgeving conform de grondwet is. Nu is dan eindelijk de kogel door de kerk.
In Colombia heeft de president meer macht dan de Nederlandse minister-president. Hij benoemt onder andere de leden van het Grondwettelijk Hof, de directie van de Banco de la República (de staatsbank), en de nationale procureur-generaal. De termijn van de leden van het Grondwettelijk Hof of de directie van de staatsbank loopt niet op hetzelfde moment af. Een president die acht jaar aan de macht is, heeft door die lange periode veel invloed op de samenstelling van deze instellingen. Dat is een van de redenen geweest om de macht van de president te beperken en deze niet herkiesbaar te stellen.


Een links Bolivia in de maak  Walter Lotens
  
Komt er na Cuba, Brazilië, Venezuela, Chili, Argentinië en Uruguay ook in de hoge Andes een linkse president? Op 18 december valt het electoraal verdict. De kandidatuur van boerenleider Evo Morales torent er bovenuit.

Het grondstofrijke, maar straatarme Andesland is rumoeriger dan ooit. Naar wie gaat de opbrengst van de fossiele brandstoffen? Naar de staat of naar de grote multinationals? Dat is de hamvraag die Bolivia op dit ogenblik ideologisch verdeelt. De nationaal-revolutionaire logica, een restant van de ‘revolutie’ van 1952, botst met de logica van het neoliberalisme. Ook de tegenstellingen tussen de arme Andesregio en de rijkere oostelijke provincies die zich willen afscheuren van de staat zorgen voor grote politieke moeilijkheden. Bolivia verslijt daardoor presidenten. Sinds het aantreden van Sánchez de Lozada, die in 2002 nipt won van de linkse boerenleider Evo Morales, is de sociale onrust zeer groot. In oktober 2003 werd de Lozada na hevige straatgevechten en vele doden tot aftreden gedwongen. Zijn vice-president, de veel voorzichtigere Carlos Mesa nam over, maar moest er in juni 2005 ook het bijltje bij neerleggen. Interim-president Eduardo Rodríguez die voor een half jaar inviel, schreef meteen vervroegde verkiezingen uit voor 4 december 2005. Die werden door een aanpassing aan de zetelverdeling per provincie op het laatste nippertje verschoven naar 18 december. Santa Cruz krijgt er drie volksvertegenwoordigers bij en Cochabamba één, ten nadele van La Paz dat er twee verliest en Oruro en Potosí elk één. Op die manier wordt er rekening gehouden met de bevolkingstoename en met de ontwikkelingsproblematiek van elke streek, zoals ze tot uiting kwamen in de volkstelling van 2001. Dat betekent dus vier meer voor het oostelijk gebied en vier minder voor de westelijke Altiplano. Deze verschuiving valt grotendeels te verklaren door de dramatische achteruitgang van de mijnbouw in de Altiplano. Veel ex-mijnwerkers en hun gezinnen trokken, op zoek naar werk, naar de warmere valleien en naar het oosten van het land.


Honduras special  Maja Haanskorf

Het wellicht onbekendste land van Midden-Amerika is drie keer zo groot als Nederland en telt bijna zeven miljoen inwoners. De grote meerderheid is ladino, van gemengd Spaans en indiaans bloed en circa 6 procent behoort tot een van de zes indiaans volkeren of is Garífuna, een etnische groep met indiaanse en Afrikaanse wortels.

Samen met Nicaragua is Honduras het armste land van de regio. Volgens cijfers van USAID leeft circa 70 procent van de bevolking in armoede. Vooral op het platteland, waar de meeste mensen wonen, is de situatie ernstig door een combinatie van lage prijzen voor landbouwproducten en het grote aantal natuurrampen.

In de steden is het niet veel beter. De werkloosheid is hoog, door migratie is er een tekort aan huisvesting en de criminaliteit tiert welig. Vooral het geweld van maras, staatbendes, is een groot probleem. Meer dan de helft van de bevolking is onder de twintig jaar. Zeker een kwart van de bevolking is analfabeet en net zoveel mensen leven in één-oudergezin.


Copán Ruinas in rood en blauw  Carin Steen
Verkiezingstijd maakt rustige dorpsgenoten tot kleurvaste rivalen

Wie in Copán Ruinas, in het westelijke puntje van Honduras, wordt geboren, is rood of blauw van politieke kleur en zal dat zijn hele leven blijven. Maar terwijl aanhangers van de twee belangrijkste politieke partijen elkaar vroeger soms naar het leven stonden, heeft de scheidende burgemeester de eerste stappen gezet voor samenwerking ten behoeve van de continuïteit

‘Trabajo y seguridaaaaad!, schettert het door de straten, ‘Werk en vei-lig-heid!’. De verkiezingscampagne draait op volle toeren in het normaal zo rustige Copán Ruinas, een dorp in het westen van Honduras. Sinds kort is een gemeenteverordening van kracht die, om het koloniale karakter van het dorp te behouden, het aanplakken van reclame en commerciële uithangborden verbiedt. Dit geldt kennelijk niet voor de politici. Van alle kanten werpen die voorbijgangers een minzame glimlach toe die de kiezers vertrouwen moet geven. Dat de gepolijste gezichten op de aanplakbiljetten in de tropenzon al gauw tot een groen waas verbleken, schijnt niemand te deren.
Rood en blauw kleurt de straten. Rood voor de Liberale Partij, waar de huidige burgemeester toe behoort; blauw voor de Nationalisten, van de vertrekkende president Ricardo Maduro. De kleinere partijen hebben in Copán Ruinas nooit voet aan de grond gekregen, zelfs niet in de oppositie. Rood en blauw is waar het om draait, al generaties lang.


First lady treedt op als reddende engel  Niek de Goeij
Straatkinderen in Honduras ‘gered’ van een leven op straat

Vier jaar geleden werd Ricardo Maduro tot president van Honduras gekozen. Met zijn aantreden kwam zijn echtgenote terecht op een belangrijke positie binnen het Hondurees instituut voor het kind en de familie (IHNFA). Deze Spaanse Aguas Ocaña de Maduro trof een aantal controversiële maatregelen om straatkinderen te ‘redden’. Inderdaad waren er een tijdlang geen kinderen meer te vinden in de straten van de grote steden. Maar of het effect van de maatregelen werkelijk zo positief uitpakt als de presidentsvrouw beweert, valt te betwijfelen. Zonder geld en zonder beleid blijft het dweilen met de kraan open.

Straatkinderen zijn een bekend verschijnsel in ontwikkelingslanden. Honduras is geen uitzondering. Duizenden kinderen zwerven elke dag op straat om geld te verdienen voor wat eten of om resistol (lijm) te kopen. Maar er zijn meer kinderen die in erbarmelijke omstandigheden leven. Kinderen uit slecht functionerende gezinnen bijvoorbeeld, voor wie drank- en drugsproblemen aan de orde van de dag zijn. Of kinderen van arme alleenstaande moeders. Weeskinderen die hun ouders verloren hebben, bijvoorbeeld aan aids. Kinderen die verhongeren op het platteland en kinderen die mishandeld of seksueel misbruikt worden door hun familie. Als de zorg voor deze kinderen niet door de ouders wordt vervuld, is het de taak van de overheid om in dat gat te springen. Maar in Honduras, waar de overheid niet goed functioneert en waar altijd een tekort heerst aan fondsen, is dat een groot probleem. Daarom nemen de verschillende ngo’s (niet-gouvernementele organisaties) die in het land werkzaam zijn op eigen initiatief de zorgtaak grotendeels van de overheid over. Jongerenorganisaties en kindertehuizen proberen zoveel mogelijk kinderen op te vangen om ze eten en geborgenheid te bieden. Presidentsvrouw Aguas Ocaña de Maduro trok zich het lot van straatkinderen aan en zette met het doorvoeren van een aantal omstreden maatregelen een grote ‘reddingsactie’ op touw. Niet iedereen is even blij met het resultaat van haar beleid.


Doodstraf versus gratis onderwijs  Sander van Wesemael
Hondurezen verwachten weinig van beide presidentskandidaten

Op zondag 27 november gingen ongeveer 4,5 miljoen Hondurezen naar de stembus, die de kandidaat van de Liberale Partij, Manuel Zelaya, tot president kozen. Vanuit San Pedro Sula schetste Sander van Wesemael de sfeer en achtergronden voorafgaand aan de verkiezingen. ‘Terwijl de regering druk overlegt met ngo’s, bereidt de gemiddelde Hondurees zich voor op emigratie naar de Verenigde Staten.’

Het is de zevende keer sinds 1981 dat er in Honduras vrije verkiezingen zijn, na bijna twee decennia militaire dictatuur. Tegelijk met een nieuwe president kiezen de Hondurezen een nieuw Nationaal Congres (het parlement) en nieuwe burgermeesters. De strijd om het presidentschap spitst zich toe op de confrontatie van de leiders van de grootste partijen, Porfilio ‘Pepe’ Lobo van de Nationale Partij en Manuel ‘Mel’ Zelaya van de Liberale Partij. Een van deze twee mannen wordt de opvolger van Ricardo Maduro, die nu namens de Nationale Partij president is. Andere partijen kunnen slechts op een paar procent van de stemmen rekenen. Vooral nu de campagne ten einde loopt beginnen de belangrijkste kandidaten voor het presidentschap elkaar van de meest vreselijke dingen te beschuldigen: Lobo noemt Zelaya een leugenaar en weigert met hem in debat te gaan zolang hij dat niet toegeeft. En Zelaya beschuldigt Lobo ervan dat hij, net als zijn Nationale collega’s aan de drugs verslaafd is.


‘In San Pedro werken ze’   Jantien Bult
Portret van de tweede stad van Honduras

De stad is het knooppunt van wegen en vliegverbindingen. Niet hoofdstad Tegucicalpa, maar San Pedro Sula, in het noorden van Honduras, is de economische motor van het land. Een impressie van de werkstad San Pedro, het Rotterdam van Honduras.

Als je vanuit het zuiden de stad San Pedro Sula nadert, stijgt de temperatuur met elke meter die je daalt. Je zakt langzaam deValle de Sula in, de vallei die bekend staat om de bananenplantages en de zinderende, vochtige hitte. Ruim een eeuw geleden, toen de stad nauwelijks meer dan vijfduizend inwoners telde, zette San Pedro een bevolkingsgroei in die tot op heden doorgaat. De opkomst van de bananenindustrie, voor het overgrote deel in handen van de Noord-Amerikaanse Standard Fruit Company, was verantwoordelijk voor die groei en de economische impuls. In de stad verrezen kantoren en vijftig kilometer noordelijker, aan de Caribische kust, werd een haven uitgegraven. Tussen deze twee plaatsen kwam dwars door de vallei een spoorlijn te liggen om het fruit af te kunnen voeren. De plek waar de spoorlijn de zee bereikte, groeide uit tot de havenstad Puerto Cortés en San Pedro Sula is inmiddels de tweede stad van Honduras. Het is de werkstad bij uitstek, die nog steeds een sfeer van handelsgeest ademt. Zoals de Hondurees zegt: ‘Tegus piensa, SanPedro trabaja y Ceiba baila’, in Tegucicalpa denken ze, in San Pedro werken ze en in La Ceiba dansen ze.


Op zoek naar de Garífunas  Maja Haanskorf

Verspreid langs de noordkust van Honduras wonen Garífunas. Deze aparte etnische groep leeft in hechte gemeenschappen, dichtbij de zee. Op enige afstand van de plaatsen Trujillo en Tela liggen diverse Garífunadorpen. ‘Authentiek, sfeervol’, prijzen reisgidsen aan. Veel meer vermelden ze niet. Garífunas doen niet aan toerisme. Geen straatverkoop van kunstnijverheid, geen typische etnische klederdracht. Alleen de punta, de opzwepende muziek die je in La Ceiba, de grootste stad aan de kust, overal hoort. Waar zijn de Garífunas?

De Garífunas zijn vooral in het buitenland, in de Verenigde Staten, vertelt de eigenares van een barretje in het dorpje Guadeloupe. Ze hangt over de half open deur van haar woning, die er zeer authentiek uitziet. Precies zoals de reisgids beloofde. “Iedereen in het dorp heeft wel een paar familieleden in de VS. Als die veel geld overmaken, dan hebben de mensen hier een stenen huis gebouwd.” Zelf heeft ze ook familie in het beloofde land. En ja, als ze de kans kreeg, dan ging ze ook noordwaarts. Intussen laat ze zich breed lachend fotograferen. Een mooie zwarte vrouw, een Garífuna, de etnische groep die langs de noordkust van Honduras woont.


Wormen in Zacatales  Jantien Bult
Ontwikkelingssamenwerking in de bergen

Koffieboeren in het westen van Honduras gebruikten tot voor kort chemicaliën voor de bemesting van hun land. Dat leidde tot toenemende vervuiling van de rivier Culupa, die de bewoners van drinkwater voorziet. De Hondurese ontwikkelingsorganisatie CASM stimuleert de boeren over te gaan op de verbouw van organische koffie. In het dorp Zacatales is koffieboer Don Román een voortrekker van de nieuwe werkwijze.

De motor van de fourwheeldrive zwelt aan op elk moeilijk stuk van de slechter wordende weg. Met collega Oscar Lupiac ben ik op weg naar Zacatales, een dorpje in het westelijke hoogland van Honduras. We gaan daar kijken hoe het ervoor staat met een project van CASM (Comisión de Acción Social Menonita). Deze organisatie houdt zich bezig met voedselzekerheid en risicomanagement. Samen met lokale overheden probeert ze de emancipatie van achtergestelde groepen te bevorderen. We stijgen behoorlijk en de lucht wordt koeler. De airco gaat uit en de raampjes open. Ik kijk naar buiten en schud heen en weer in de auto. De natuur is prachtig, op de ontboste stukken na. Er komt ons een auto tegemoet. Even stoppen, want ons kent ons. “Deze man is een zeer bijzonder mens”, begint Oscar–zoals wel vaker- met het voorstellen van de man met de cowboyhoed. Ik blijk de hand te schudden van de vorige burgemeester van Azacualpa, de gemeente waar het dorp Zacatales onder valt. “Tijdens zijn ambtsperiode zijn we begonnen met het Río Culupa project”, zegt Oscar. De rivier Culupa stroomt dwars door Azacualpa en omgeving. We klimmen verder en stoppen alleen nog om een vrouw met een groene papegaai op haar schouder in de bak te laten stappen. Dat scheelt haar weer een klim van anderhalf uur. Dan stoppen we pas weer op 1200 meter hoogte voor het hek van de bescheiden boerderij van don Román in het dorpje Zacatales. De vrouw met de papegaai loopt verder. Doña Candila, de vrouw van don Román, komt aangesneld en ik krijg een Hondurese omhelzing met een zoen. Ze schiet haar houten keuken in om koffie te gaan zetten en al snel zitten we met de hele familie aan een sterke bak: don Román, doña Candila, schoondochter Sonia, zoon Donaldo en hun kleinkinderen.


Van Puca-berg tot Palm-resort  Toot Oostveen
De vele mogelijkheden van toerisme in Honduras

Honduras profileert zich graag als land dat alle rijkdom bezit die een toerist zich kan wensen: de noordkust met zijn Caribische Baai-eilanden omgeven door koralen, natuurgebieden zoals Pico Bonito en in het westelijke puntje van het land Copán Ruinas met het grote archeologishe Mayacomplex. Maar vergeleken bij de omringende landen, is Honduras nergens echt sterk in. Costa Rica heeft mooiere natuurgebieden, Belize beter toegankelijke koraaleilanden en Guatemala beroemde Mayaruïnes en een kleurrijkere bevolking. Toot Oostveen, die de Hondurese toerismekamer namens ontwikkelingsorganisatie SNV adviseert bij de ontwikkeling van het toerisme, beschrijft een zoektocht naar mogelijkheden van klein- en grootschalig toerisme in het land.

Om vijf uur ´s morgens vertrekken mijn SNV-collega Lorena Portilla en ik uit hoofdstad Tegucigalpa over de Panamerikaanse snelweg naar het westen van Honduras. Als ik de zon zie opkomen boven de diep beneden ons liggende stad voel ik me weer reiziger, in plaats van een soort ambtenaar achter een computer. De weg slingert door groen beboste heuvels en als de ochtendnevel langzaam optrekt spreidt zich het ene na het andere vergezicht voor me uit. Ik verbaas me er altijd over dat hier niet meer toeristen komen.
Het Hondurese Instituut voor Toerisme, IHT, heeft vooral geïnvesteerd in de ontwikkeling van het toerisme aan de lange noordkust van het land. Het aantal toeristen dat Honduras aandoet groeit. In 2004 was die groei vooral toe te schrijven aan passagiers van cruiseschepen die de Baai-eilanden en de noordkust aandoen. Maar cruisetoeristen brengen relatief weinig geld binnen, omdat ze niet aan land slapen. Een groot investeringsproject met vier- en vijfsterrenhotels staat op stapel in de badplaats Tela. Honduras wil daarmee wedijveren met Cancún in Mexico. In de dorpjes Miami en Tornabé, op een steenworp afstand van dit project, wonen ongeveer 3.500 Garífunas, afstammelingen van Afrikaanse slaven die in de koloniale tijd naar het Caribisch gebied werden gebracht. Zij zijn nauwelijks betrokken bij de ontwikkeling en profiteren er weinig van, ook al krijgen zij betere basisvoorzieningen zoals licht, water en riolering. Recent is besloten, na onderhandelingen met de Garífunas, dat ze een trainig kunnen volgen voor het opzetten van een kleine toeristische onderneming. Ook krijgen ze aandelen in het grote project ter waarde van een miljoen dollar, nog geen procent van het totaal.


Een grote familie van latino's  Cora van den Berg
Inburgering van Latijns-Amerikanen in Eindhoven

Latino’s leven met de dag. Maar als ze in Nederland wonen moeten ze sparen en plannen. Een douche nemen of de verwarming hoger zetten kost geld. Ook een bezoek aan de huisarts is een shockerende gebeurtenis. En dan hebben we het nog niet over communicatieproblemen met de eigen partner of de Nederlandse familie. De stichting Latijns-Amerikaans Centrum voor Oriëntatie (CLO) helpt Latijns-Amerikaanse immigranten in Eindhoven op weg in de Nederlandse maatschappij.

Centro Latinoamericano de Orientación, zoals CLO op z’n Spaans heet, is in april 2000 opgericht in Eindhoven. De Venezolaanse Ana-Brenda Centeno, voorzitter van CLO, kwam hier als nieuwkomer aan in 1998. “Het eerste jaar was zwaar”, vertelt ze. “Je komt hier alleen met je koffer. Thuis, in Venezueal, had ik mijn familie en een drukke baan als socioloog en staatssecretaris op een ministerie. Eenmaal in Nederland viel dat allemaal weg. Ik kreeg er een compleet nieuwe familie bij, en kon niets doen. Niet alleen omdat de taal moeilijk is, maar ook omdat de maatschappij zo anders is.”