info noticiashome




Het volgende nummer van LA Chispa
zal eind maart 2006 verschijnen

Met daarin onder meer:


REDACTIONEEL
- Goed nieuws uit Chili

REPORTAGE
- Venezuela neemt voortouw in Latijns-Amerika

INTERVIEW
- Stephan Parmentier over zware last van het verleden

- Outsider kandidaat voor het presidentschap van Peru

INTERVIEW
- Belgische priester moet Dominicaanse Republiek verlaten

- Mexicaanse krant in wurggreep

- Individuele demobilisatie in Colombia

PORTFOLIO
- De verzwegen geschiedenis van de familie Manríquez door Peter Gelauff

- Index 2005

- Abonnee in de schijnwerper

- Deense filmmaker over zijn 'Guerrilla Girl'

- Juanes Superstar

- Oproep voor slachtoffers orkaan Stan

- De oorlog van de sergeanten


- Agenda

RUBRIEKEN

- Berichten uit het veld
- Koken met Chispa
- Column
- Kort Latijns-Amerikaans
Zoekt u een cadeautje met chispa?
Dan is Karma meets Inca, reisreportages uit LA Chispa (80 p.) zeker iets voor u.
De redactie van LA Chispa heeft een boekje uitgebracht met daarin de mooiste reisreportages, in tekst en foto’s, van de afgelopen vijf jaar.
> bestellen

Neem een abonnement op LA Chispa en ontvang Karma meets Inca als welkomstgeschenk.

REDACTIONEEL   Jan de Kievid
Goed nieuws uit Chili

Dit is een ‘revolutie’, zei de voormalige Braziliaanse president Cardoso tijdens een lezing in Utrecht een paar dagen nadat Michelle Bachelet op 15 januari tot president van Chili was gekozen. Voor het eerst is in Latijns-Amerika een vrouw op eigen kracht in vrije verkiezingen tot president gekozen. Vijf vrouwen waren eerder president. Drie van hen waren echter niet gekozen, maar namen voor korte duur het ambt over, zoals Isabel Perón in Argentinië na de dood van haar man. Violeta Chamorro in Nicaragua en Mireya Moscoso in Panama wonnen de verkiezingen als weduwen van befaamde politieke leiders.

Het is geen revolutie met een nieuwe groep aan de macht. Ook komt er geen breuk met het neoliberale beleid. Maar voor een traditioneel macholand als Chili is de verkiezing van een vrouw bijna een wonder, al zal de nieuwe president als ongelovige alleenstaande moeder niet in zulke katholieke termen denken. Toen het mis dreigde te gaan met de campagne van Bachelet’s rechtse tegenstander Sebastian Piñera, probeerde een burgemeester hem te hulp te snellen door president Lagos en Bachelet ‘kinderen van de duivel’ te noemen. De verkiezingen dreigden even een – verbale – godsdienstoorlog te worden. Maar veel katholieken lieten zich niet bang maken en vierden massaal op straat de overwinning van deze ‘gewone’ vrouw, die een opener politieke stijl met meer dialoog en participatie beloofde. Woorden die uit de mond van andere politici vaak hol klinken, maar bij Bachelet wel geloofwaardig overkomen.

Bachelet volgt haar sociaal-democratische partijgenoot Ricardo Lagos op, wiens regering door de Chileense politicoloog Manuel Antonio Garretón ‘de meest succesvolle in de geschiedenis van Chili en van Latijns-Amerika’ is genoemd. Lagos heeft daarbij het economisch tij mee gehad en kunnen oogsten wat al jaren was voorbereid. De grondwet is na vijftien jaar eindelijk ontdaan van bijna alle dictatoriale elementen: er zijn geen door de militairen aangewezen senatoren meer en de strijdkrachten zijn nu ondergeschikt aan de gekozen president. Echtscheiding is wettelijk mogelijk geworden, het martelen onder de dictatuur is onderzocht en Pinochet en andere mensenrechtenschenders zijn volledig in het defensief geraakt.

Bachelet kan daarop voortbouwen. Door de grondwetswijzigingen kan zij als eerste van de vier opeenvolgende presidenten van de coalitie van sociaal-democraten en christen-democraten steunen op een meerderheid in beide kamers van het parlement. Maar het zal een zware klus worden om de nog steeds schandalig grote kloof tussen arm en rijk een beetje te dichten. Ook zullen mannelijke politici – ook in haar eigen partij – geen kans onbenut laten om haar beentje te lichten om te tonen dat een vrouw beter achter het aanrecht kan blijven.

Het staat niet in Bachelet’s programma, maar hopelijk gooit zij haar gezag in de strijd om een schrijnend probleem aan te pakken waar de politiek angstvallig omheen loopt: abortus. Dat is in Chili onder alle omstandigheden verboden, ook bij verkrachting en levensgevaar voor de vrouw. Jaarlijks vinden 160 duizend illegale abortussen plaats en een derde van alle zwangerschappen eindigt met een abortus. Bachelet zal zich dit als arts en voormalig minister van volksgezondheid zeker bewust zijn. Misschien kan zij ook op dit punt vorm geven aan haar belofte in haar overwinningstoespraak om ‘samen met u een stuk af te leggen van de grote laan van de vrijheid die we hebben geopend.’ Het zal veel Chilenen niet ontgaan zijn dat deze uitdrukkingen verwijzen naar de laatste woorden van Allende.


‘De Bolivariaanse revolutie wijst de weg’    Maja Haanskorf
Venezuela neemt voortouw in Latijns-Amerika

De Venezolaanse president Hugo Chávez speelt een prominente rol op het Latijns-Amerikaanse continent. Hij ontpopt zich steeds meer als de zelfbenoemde leider van het nieuwe linkse elan. Zijn Bolivariaanse revolutie moet model staan voor de strijd tegen het imperialisme en voor de integratie van Latijns-Amerika. Begin dit jaar gaf Venezuela een visitekaartje af met de organisatie van het zesde Wereld Sociaal Forum van 24 tot 29 januari. Vanuit Caracas begint de revolutie. ‘Socialismo o muerte’, socialisme of de dood, houdt Chávez zijn duizendkoppig gehoor voor in een toespraak tijdens het forum. Niet alle Venezolanen zijn het met hem eens.

Terwijl de Venezolaanse president Hugo Chávez in eigen land al langer de touwtjes stevig in handen heeft wordt zijn rol op het Latijns-Amerikaanse continent ook steeds groter. Hij speelde afgelopen jaar een prominente rol in de strijd tegen de vrijhandelsverdragen en bij de oprichting van de televisiezender Telesur. En hij was geldschieter voor landen als Argentinië, waarvan hij een deel van de schuld afkocht. Daarnaast financiert hij grotendeels de Latijns-Amerikaanse Medische Universiteit in Havana. Daar worden duizenden Latijns-Amerikaanse studenten geneeskunde opgeleid. In 2005 studeerde de eerste lichting artsen af.

Het politieke tij zit hem mee. In steeds meer landen zijn regeringen van linkse signatuur aan de macht gekomen. Vooral de overwinning van Evo Morales in Bolivia is van belang. Chávez plaatst de nieuwe president van inheemse afkomst meteen in het eerste echelon van ware linkse, anti-imperialistische leiders, samen met Fidel Castro en hemzelf. Op het tweede plan komen Brazilië en Argentinië. “Er zijn al stemmen die het hebben over de ‘grupo Chakal’, de club van Chávez, Kirchner en Lula”, zegt de Venezolaanse president in zijn toespraak tijdens het Wereld Sociaal Forum in Caracas.

Ook de organisatie van dit forum, dat van 24 tot 29 januari voor de zesde maal plaatsvond, is een bewijs van de toenemende invloed van Venezuela. De trouwe aanhangers van Chávez, de ‘chavistas’, of ‘bolivarianos’, zijn alom aanwezig. De organisatie komt geheel voor rekening van de Venezolaanse regering. Hoewel tijdens het forum kritiek wordt geuit op de grote rol van de overheid en politiek, trekken Chávez en zijn aanhangers zich daar weinig van aan. In een afgeladen Poliedro, de grote evenementenhal in het zuiden van Caracas, houdt Chávez vrijdagavond 27 januari zijn gehoor voor dat het forum zo snel mogelijk conclusies moet trekken aangaande de strijd voor het socialisme. “Het forum mag niet verwateren tot een toeristisch evenement. Spijkers met koppen moeten er worden geslagen”, zweept hij het met vlaggen en spandoeken getooide publiek op. De Bolivariaanse revolutie wijst de weg. Het is immers duidelijk, meent Chávez, dat er maar weinig tijd rest. Niet morgen, maar nu, socialismo o muerte, socialisme of de dood! De duizenden aanwezigen juichen hem bijna uitzinnig van vreugde toe. Niets onafhankelijke sociale basisbewegingen, gewoon een caudillo, een leider die de weg wijst.

Olie als ruilmiddel
De aanwezigheid van grote voorraden olie en gas helpen Chávez bij zijn rol als hulpverlener aan andere landen. Stromen olie en gas vloeien over het continent. Als landen geen geld hebben, zoals Bolivia, dan hoeven ze niet te betalen, zegt Chávez. Dan geven ze in ruil producten die ze wel hebben, zoals soja, kip en vlees. Net zoals Venezuela en Cuba elkaar al langer helpen. “Wij geven koeien aan Cuba en Cuba laat jongeren uit ons land studeren aan hun universiteit. Dat is een daad van anti-imperialisme, van werkelijke integratie”, zegt Chávez. En daar blijft het niet bij. “Een gasoducto, een gasleiding van Venezuela naar heel Zuid-Amerika, die zal er komen”, roept hij in het Poliedro. “Want de olie en het gas zijn nu van ons, van het volk, van heel Zuid-Amerika.”

Feit is dat Venezuela met half Latijns-Amerika voordelige oliecontracten heeft afgesloten, zoals met dertien Caribische landen. Er bestaan plannen om met deze landen een regionale oliemaatschappij op te zetten. Daarnaast sloot Venezuela contracten af met alle landen van de Mercosur: Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay. Venezuela is afgelopen jaar ook toegetreden tot dit regionale handelsblok.

Niet alle Venezolanen zijn even blij met de grote hulpbereidheid van hun president. “Nu gaat hij geld geven aan Bolivia om hun wegennet te asfalteren”, vertelt een taxichauffeur. “Dat is een mooi gebaar en ik gun het de Bolivianen van harte. Maar aan onze eigen wegen gebeurt niets. Dat klopt niet.” Anderen wijzen erop dat het met dat socialisme nogal meevalt. “Chávez heeft onlangs nog contracten afgesloten met Europese bedrijven om hier in de olie te investeren”, zegt een student in het Parque del Este. Hij heeft net meegedaan aan een forumbijeenkomst van economen over alternatieven voor de toekomst. “Chávez praat veel, maar doet weinig van wat hij zegt. Neem de mijnbouw. Voor de ontginning heeft hij licenties uitgegeven aan buitenlandse bedrijven. Nieuwe licenties. Wat dat betreft houdt hij het volk voor de gek.” Over de invoer van kippen wil hij ook wel iets kwijt. “Je kunt nu grote, goedkope kippen uit Bolivia kopen. Goedkoper dan onze eigen kippen, die nu niemand meer wil. Goedkope invoer maakt ons product kapot. Is dat socialistisch?”

Rommelig
“Wat er ontbreekt, is een duidelijk plan”, zegt Gustavo Pimentel, inwoner van een barrio, een arme wijk, in het zuiden van Caracas. “Het blijft onduidelijk waar Chávez heen wil. Hoe wil hij banen scheppen? Waar moeten goed opgeleide mensen vandaan komen? Want met de zogenaamde misiones, de projecten om mensen te scholen, is het droef gesteld. Het is prima om mensen te leren lezen en schrijven, maar je kunt ze niet in twee jaar tijd een complete middelbare opleiding geven. Dat is wat er nu gebeurt. Twee uur in de avond is er cursus en dan krijgen ze eenzelfde diploma als leerlingen die vijf jaar hele dagen op school hebben gezeten. Over tien jaar hebben we hier een professioneel niveau van niks. Kennis en kunde hollen achteruit.”

Daisy Linares werkt als gids bij het theater Teresa Careño. “Mensen die niet pro-Chávez zijn verliezen hun baan. Daarvoor in de plaats komt slecht geschoold personeel terug. Ik heb het management achteruit ziet gaan. Werknemers zijn niet meer gemotiveerd, het is een rommeltje. Landelijk gaat het net zo. Na de staking bij de PVDSA, de nationale oliemaatschappij, zijn achtduizend mensen ontslagen. Die zijn vervangen door ‘chavistas’, die niet voldoende kennis in huis hebben. Nu liggen veel olievelden stil.”

Weer andere mensen vragen zich af wat er gebeurt met al het geld. “We zijn nog nooit zo rijk geweest”, meent Andrés, die op een verzekeringskantoor werkt. “Waarom is er dan zoveel armoede? Chávez bedoelt het denk ik wel goed, maar al die politici om hem heen steken het geld in eigen zak, zoals altijd al gebeurde. Er is in feite niets veranderd.”

Veel mensen duurt het te lang. Dat alles niet van de ene op de andere dag verandert, weten ze wel. Maar in zes jaar zou je toch iets moeten merken. “Plannen, die wil ik horen”, zegt Andrés. “Hoe gaan we investeren? Hoeveel huizen gaan we bouwen? Hoeveel geld gaan we aan goed onderwijs besteden? Welke plannen zijn er voor vergroting van de veiligheid? Wat gaan we doen aan de vervuiling van de stad?”

Slim
Intussen pakt Chávez het slim aan. In zijn tweeënhalf uur durende toespraak in het Poliedro waakt hij er zorgvuldig voor alle landen op het Latijns-Amerikaanse continent te vriend te houden. Ook al benadrukt hij de speciale band met Cuba keer op keer en spreekt hij graag van “Fidel en ik” en “ik en Fidel”, hij vergeet niet de regeringen van de andere linkse landen te prijzen. Als er al onderscheid wordt gemaakt, dan komt dat door de Verenigde Staten, die een wig proberen te drijven tussen de Latijns-Amerikaanse landen. “Fidel, Evo en mij noemen ze locos, gekken, en Lula da Silva, Nestor Kirchner, Ricardo Lagos en Tabaré Vázques noemen ze estadistas, staatsmannen”, vertelt Chávez in zijn toespraak. “Maar we gaan allemaal dezelfde kant op. In deze eeuw maken we een einde aan de hegemonie van de VS, aan het immorele kapitalisme. Geen ALCA, geen vrijhandelsverdrag op zijn Amerikaans, maar een ALBA, het Bolivariaanse alternatief voor Amerika, een werkelijke integratie van alle Latijns-Amerikaanse landen, naar het voorbeeld van de samenwerking tussen Venezuela en Cuba.”

Hij vergeet niet het volk van de VS te prijzen, dat zich verzet tegen ‘mister Danger’, zoals hij president Bush noemt. Net zoals hij Afrika een continente hermano, een continent van broeders noemt. Als het zo uitkomt zijn in feite alle volkeren broeders, ook de Aziatische en de Europese. Vandaar wellicht dat Chávez zijn rede begint met het zingen van de Internationale. Om vervolgens ruim tijd te besteden aan het memoreren van alle revolutionaire helden en vrijheidsstrijders uit het verleden, zoals Simon Bolívar, Francisco de Mirando, Pancho Villa, Sandino en Martí. “Zij hadden allen oog hadden voor de inheemse, culturele wortels van het continent”, benadrukt Chávez. “Daarom hebben we nu een socialismo indigenisto (socialisme met inheemse wortels) nodig.” Bij binnenkomst wordt hij aan beide zijden geflankeerd door inheemse dames. Want de inheemse volkeren hebben altijd al volgens een socialistisch model geleefd, meent de president die hiermee gemakshalve het pre-Colombiaanse verleden naar zijn hand zet.

Propaganda

Dat de organisatie van het Wereld Sociaal Forum een niet onbelangrijk onderdeel is van de verkiezingscampagne van Chávez kan niemand ontgaan. “Pure propaganda”, meent de verkoper in een kiosk. “Chávez is er voor iedereen, behalve zijn eigen volk. Laat hij daar maar eens iets voor doen. In plaats daarvan probeert hij steeds meer op Fidel Castro te lijken. Wat hebben wij daaraan?” Stemmen gaat hij niet, in december. “Op wie dan? Chávez is niets, de rechtse oppositie is nog erger. Er zijn geen alternatieven”, meent hij.
Ook onder buitenlandse deelnemers aan het forum zijn kritische geluiden te horen. “Natuurlijk heeft het forum altijd een politieke dimensie”, zegt een Braziliaanse deelnemer. “Lula had er destijds ook profijt van dat het forum plaatsvond in de Braziliaanse stad Porto Alegre. Maar hier is de hele organisatie echt in handen van de regering en dat is iets anders.”
Binnen Venezuela zijn aan de linkerzijde weinig andere geluiden te horen. Toch heeft een groep voornamelijk jongeren een ‘alternatief sociaal forum’ georganiseerd. “We zijn niet tegen Chávez”, zegt Milena Frontado, “maar we zijn het niet met alles eens.” Zelf is ze lid van de JCV, de Communistische Jeugd van Venezuela. “Het gaat erom dat we moeten kijken naar wat goed is voor het volk en niet alleen voor een deel van het volk. Er is nog te weinig veranderd, in de politiek gaat het er nog te traditioneel aan toe. Het is nu alleen con Chávez o no Chávez.”
Naar schatting is meer dan de helft van de bevolking pro-Chávez. “Dat wil niet zeggen dat er geen kritiek is”, zegt barriobewoner Pimentel. “Veel mensen zullen niet stemmen, bij gebrek aan een geschikte kandidaat. Dan wint Chávez toch de verkiezingen. Net zoals afgelopen december bij de parlementsverkiezingen, waar 70 procent niet heeft gestemd.”
Ook Andrés, met zijn baan op een verzekeringskantoor, gaat niet stemmen. “Ik hoop op een wonder”, lacht hij, “dat Chávez al die politici en militairen eruit gooit en voor ons, zijn volk, gaat zorgen.” In het Poliedro kondigt Chávez aan dat hij over een paar uur naar Cuba reist om “verder te werken aan de integratie van alle volkeren.” Niet helemaal wat Andrés bedoelt.

Wereld Sociaal Forum
Dit jaar vindt voor de zesde maal het Wereld Sociaal Forum (WSF) plaats. Voor het eerst is het opgesplitst in drie delen en over drie plaatsen. Het eerste deel vond begin januari plaats in Bamako (Afrika), het tweede deel van 24 tot 29 januari in Caracas (Zuid-Amerika) en het derde deel wordt gehouden in Karachi (Azië).
In Caracas waren naast een meerderheid van Latijns-Amerikanen ook veel deelnemers uit de Verenigde Staten, Canada en Europa aanwezig. Uit Nederland waren zowel vertegenwoordigers van niet-gouvernementele organisaties en ontwikkelingsorganisaties als actievoerders naar de Venezolaanse hoofdstad afgereisd. Onder de noemer ‘Een andere wereld is mogelijk’ biedt het forum de ruimte voor een uitwisseling van ideeën, strategieën, plannen en ervaringen die samen een alternatief kunnen bieden voor de huidige neoliberale koers van de wereld. De bijeenkomst in Caracas kreeg een extra dimensie doordat Venezuela zich doet kennen als voorloper van een andere politieke en economische orde. Bovendien zijn in heel Zuid-Amerika linkse regeringen sterk in opkomst.

Kiezen
De keuze aan debatten, bijeenkomsten en andere spontane activiteiten was zo groot, tegen de tweeduizend, dat de meeste deelnemers zich beperkten tot thema’s en groepen waarmee ze de meeste affiniteit hadden. Dat wil niet zeggen dat er geen vruchtbare uitwisselingen plaatsvonden, integendeel. Zo vertelt Angelique Zonneveld van de ontwikkelingsorganisatie Cordaid dat het van groot belang is dat groepen die zich in diverse landen bezighouden met het thema vrouwenhandel elkaar hier ontmoeten. “Zo bestaat er in Brazilië al veel kennis over hoe vrouwenhandel in zijn werk gaat. Er zijn meerdere programma’s ontwikkeld voor bijvoorbeeld preventie en hulp aan slachtoffers. In de Dominicaanse Republiek hebben ze weer andere ervaringen opgedaan. Het is fantastisch dat ze hier ideeën kunnen uitwisselen en werken aan het opzetten van een grensoverschrijdend netwerk. De handel in vrouwen is immers ook internationaal opgezet.” Cordaid steunt diverse partnerorganisaties die in verschillende landen werkzaam zijn. Naast vrouwenhandel ondersteunt Cordaid organisaties in Midden-Amerika die onderzoek doen naar de explosieve groei van jeugdbendes in met name Guatemala, Honduras en El Salvador. “Heel goed om hier te horen hoe anderen de problemen aanpakken”, zegt een deelnemer van een organisatie uit El Salvador. Het is wellicht een van de belangrijkste doelen van het forum, de uitwisseling tussen mensen die allemaal op hun manier proberen te werken aan een betere wereld. “Het moet toch van de civil society komen”, meent José Cruz, die een onderzoek naar het ontstaan van de bendes leidde.


De zware last van het verleden   Cora van den Berg
Onderzoek van professor Stephan Parmentier

Hoe ga je om met de last van het verleden na een periode van grove mensenrechtenschendingen? Hoe ga je om met herstel en verzoening? Die vragen staan al jaren centraal in het onderzoek van professor Stephan Parmentier van de faculteit Rechten aan de Katholieke Universiteit in Leuven. Veel aandacht gaat daarbij uit naar Guatemala. “Verzoening wijst op een eerdere situatie van evenwicht. Maar in Guatemala heeft dat evenwicht nooit bestaan.” ”

Hij heeft gewerkt met het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties, was adviseur voor het ministerie van binnenlandse zaken in België en is voorzitter van de Afdeling Strafrecht en Criminologie van de faculteit Rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. En hij heeft onderzoek gedaan naar de Waarheidscommissies in Zuid-Afrika en Guatemala. Professor Stephan Parmentier is geen vreemde op het gebied van mensenrechten en ‘overgangsrecht’, zoals de wetenschappers het noemen. Dat is het rechtssysteem in samenlevingen die zich in de overgangsfase bevinden van een autoritair regime naar een democratisch gekozen overheid. Parmentier heeft zich in de loop der jaren regelmatig gericht op Latijns-Amerika, met name Guatemala.


Opkomst en val van radicale outsider  Jacqueline Fowks de la Flor
Ex-militair Humala speelt grote rol in Peruaanse presidentsverkiezingen

Bij de eerste politieke peilingen van dit jaar nam Ollanto Humala het voortouw over van Lourdes Flores, de presidentskandidate van de rechtse coalitie Unidad Nacional. Met 28 tegen 25 procent ging de voormalige militair, die zich opwerpt als de gedoodverfde tegenstander van het huidige neoliberale regeringsbeleid, lachend aan kop. Nog geen twee weken later, begin februari, is het tij drastisch gekeerd. Terwijl Humala naar beneden kelderde, won Flores gestadig aan stemmen. De verkiezingen vinden plaats op 9 april. Wie is de man die zo stormachtig het politieke toneel van Peru bestormde?

Ollanto Humala is de leider en presidentskandidaat van de Partido Nacionalista Uniendo al Perú (Nationalistische Eenheidspartij van Peru), een alliantie die ontstond op de vooravond van zijn inschrijving als kandidaat. Zijn belangrijkste programmapunten zijn het afwijzen van privatiseringen en het zoeken naar een nieuwe nationale machtsverdeling. Hij profileert zich als dé kandidaat die tegen het huidige bestel is en zet zich af tegen de zogenaamde traditionele politici. Zo verwijt hij president Toledo het land te verkopen. Humala gaf, tot verrassing van velen, begin dit jaar publiekelijk blijk van zijn goede band met de Venezolaanse president Hugo Chávez. Toen hij tegelijk met de huidige Boliviaanse president Evo Morales een bezoek aan Caracas bracht, maakte hij van de gelegenheid gebruik samen met hen op de foto te gaan.


'Achter de stranden heerst de slavernij'  Jan de Kievid
Belgische priester moet Dominicaanse Republiek verlaten

Dertig jaar werkte de Belgische priester Pierre (Pedro) Ruquoy met Haïtiaanse arbeidsmigranten in de Dominicaanse Republiek. Deze rechteloze mensen hebben geen identiteitsbewijs en worden volgens hem als slaven behandeld. Na zware bedreigingen moest Ruquoy het land verlaten.

De 53-jarige Belgische priester Pierre Ruquoy heeft op 17 november 2005 met tegenzin de Dominicaanse Republiek verlaten. Als padre Pedro werkte hij dertig jaar met suikerrietkappers, die afkomstig waren uit het straatarme buurland Haïti. Terug in Europa vertelt hij zijn verhaal. “Ik kwam op voor deze totaal rechteloze mensen. Dat was de bazen van de suikerrietplantages en suikerfabrieken een doorn in het oog. Ze zagen mij als vijand nummer één. Ze beschuldigden me er in de media van dat ik mensenhandelaar was, dat ik het hoofd was van een terroristennetwerk, dat ik contact had met Al Qaeda, dat ik suikerriet in brand had gestoken en kinderen had gemarteld. Op de televisie en radio werd ik voorgesteld als vijand van het Dominicaanse volk.”


Mexicaanse krant in politieke wurggreep  Wim Gijsbers

De krant Noticias in de Mexicaanse deelstaat Oaxaca heeft het zwaar te verduren. De eigenaar weigerde ruim een jaar geleden aandelen te verkopen aan de PRI-gouverneur en daarmee zijn onafhankelijkheid op te geven. Sindsdien is het kantoor meerdere keren bezet en moeten de medewerkers elders hun werk doen. Het drukken vindt plaats op zes uur rijden van Oaxaca. De strijd maakt deel uit van de moeizame democratische overgang van Mexico sinds de PRI in de landelijke regering haar macht heeft verloren.

De deelstaat Oaxaca in het zuiden van Mexico is tweeëneenhalf keer zo groot als Nederland en telt 3,5 miljoen inwoners. Weliswaar beroemd om de biologische en culturele rijkdom behoort het gebied tot de drie armste staten van Mexico. De graad van analfabetisme is met 15 procent het dubbele van het landelijke gemiddelde. Dagelijks worden er slechts 50 duizend landelijke en regionale kranten verkocht. De krant Noticias neemt daarvan 40 procent voor haar rekening. In verreweg de meeste gemeenten is ook deze krant niet te vinden.


Moeizame kans op een nieuw leven   Mark Weenink
Individuele demobilisatie in Colombia

De afgelopen drie jaar zijn er in Colombia meer dan 19 duizend illegale strijders gedemobiliseerd. Vorige maand nog demobiliseerde een groep van 2700 paramilitairen in één keer. Deze collectieve demobilisaties vinden plaats als gevolg van vredesonderhandelingen met de regering en krijgen veel publiciteit. Veel minder aandacht is er voor de achtduizend strijders die op individuele basis demobiliseerden. Pax Christi Nederland organiseerde in samenwerking met de Haagse Hogeschool december vorig jaar een debat hierover.

Individuele demobilisatie van illegale strijders in Colombia komt in de praktijk meestal neer op desertie. Ongeacht of het een paramilitair of een linkse guerrillastrijder betreft, in eigen kring wordt desertie als verraad beschouwd en daar staat de doodstraf op. Gedeserteerden zien zich dan gedwongen te vluchten naar een veilig heenkomen elders in het land. De vraag is of en hoe gedemobiliseerde strijders kunnen terugkeren naar het gewone maatschappelijke leven. De gemeenschap is vaak huiverig om hen weer op te nemen omdat ze wraak van de FARC of de paramilitairen vrezen. Of de slachtoffers maken bezwaar. De Colombiaanse regering heeft een programma voor gedemobiliseerden, maar dat is niet toereikend. Naast een gebrek aan middelen is er ook te weinig kennis bij de overheid.


De ‘chispa’ van Lucien Lahay  
Abonnee in de schijnwerper

Ook nieuwsgierig wie dat zijn, de lezers van LA Chispa? Op zijn minst zullen ze een binding hebben met Latijns-Amerika. Maar hoe ziet die eruit? Wanneer is de liefde voor het continent ontstaan? In deze nieuwe rubriek komt steeds een abonnee van LA Chispa aan het woord. Lucien Lahay (39) uit Amersfoort bijt het spits af.

“Mijn eerste contact met Latijns-Amerika ontstond in 1990, toen ik als dienstweigeraar bij Kerk en Vrede werkte. Ik zat daar in een werkgroep die zich bezig hield met fondsenwerving voor kleine projecten op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg in meerdere Latijns-Amerikaanse landen. En nu, zestien jaar later, heb ik nog steeds een sterke band met het continent. Ik heb er onderzoek verricht en ik heb zelfs overwogen er te gaan werken. Destijds sprak ik geen woord Spaans en dat vond ik heel jammer. Dan moest ik een Panamees afhalen van het vliegveld en verstond ik hem niet. Het continent boeide me zo, dat ik na afloop van de vervangende dienst besloot in Utrecht Culturele Antropologie te gaan studeren. Ik volgde zoveel mogelijk keuzevakken die te maken hadden met Latijns-Amerika, vooral op het gebied van plattelandsontwikkeling. En ik ben Spaans gaan leren. Tenslotte vertrok ik dan in 1993 naar Honduras voor een onderzoek naar samenwerking van boeren in de provincie Comayagua. Ik was nog nooit zo ver en zo lang van huis geweest: zeven maanden. Ik vond het er fantastisch. Ik zat in zes verschillende dorpjes, waar de mensen straatarm waren. Geen sanitair, geen elektriciteit, slechte wegen en drie maal per dag bonen en tortilla’s eten. Ik trok op met de boeren, die bezig waren coöperaties op te richten. Ik onderzocht vooral hoe die samenwerking vorm kreeg. Hoe bijvoorbeeld geldzaken werden geregeld en hoe leiderschap zich ontwikkelde. Het was onderdeel van een groot project op het terrein van kredietverlening, alfabetisering en ontwikkeling van landbouw.”


Portret van een 'terrorist'  Mark Weenink
Deense filmmaker over zijn Guerrilla Girl

De Deense documentairemaker Frank Poulsen verbleef ruim drie maanden in de jungle om een documentaire te maken over de Colombiaanse guerrillabeweging FARC. Het resultaat is Guerrilla Girl, die afgelopen december op het Internationaal Documentaire Filmfestival Amsterdam draaide. Centraal in de film staat de 21-jarige rekruut Isabel, die haar familie en het stadse leven achterlaat om te vechten voor haar idealen. Poulsens stijl van filmen kenmerkt zich door observatie. “Mijn doel is om het clichébeeld van terrorisme te ontmaskeren en deze terroristen een menselijk gezicht te geven.”

Zijn kennis van het Spaans is naar eigen zeggen matig. Een deskundige op het gebied van Colombia en de FARC (zie kader) is hij evenmin. Toch besloot de Deense documentairemaker Frank Poulsen (1975) samen met Johannes Jensen, die optrad als tolk en filmassistent, om een documentaire te maken over de Colombiaanse guerrillabeweging. Aanleiding was een bezoek van Jensen in 2001 aan de gedemilitariseerde zone in Colombia tijdens de onderhandelingen tussen de Colombiaanse regering en de FARC. Poulsen: “Na 11 september is Bush zijn war on terrorism begonnen. Wij willen het clichébeeld van terrorisme ontmaskeren en hebben een organisatie als de FARC uitgekozen. In mijn ogen zijn deze mensen geen terroristen maar vrijheidsstrijders. Mijn ambitie is om met de film deze terroristen een menselijk gezicht te geven. Bij voorkeur moest de hoofdpersoon een mooi, jong stadsmeisje uit een middenklassegezin zijn. Want dat past niet in het beeld dat we van een terrorist hebben.”


Juanes Superstar  Peter Desmet

Sinds 2002 heeft zich een nieuwe ster aan het Latijns-Amerikaanse muziekfirmament genesteld. De Colombiaan Juan Esteban Aristizábal Vásquez, kortweg Juanes, is met voorsprong de grootste en populairste rockster van het Latijns-Amerikaanse continent. Hij heeft zich in zeer korte tijd tot deze koppositie opgewerkt. Door de vele hitnummers is zijn tweede album het populairste latino-album sinds mensenheugenis.

Een van de belangrijkste factoren die tot het explosieve succes van Juanes hebben geleid is de Argentijnse topproducer Gustavo Santaollala, die sinds jaren vanuit Mexico opereert. Santaollala is hiermee niet aan zijn proefstuk toe; hij kneedde bijna tegelijkertijd Juanes’ landgenote Shakira tot de grootste vrouwelijke rockster. In het geval van Juanes is het opmerkelijk hoe er aan het imago van deze rockster gesleuteld werd in vier jaar tijd. Bij de lancering van zijn eerste plaat Fíjate Bien was Juanes een onopvallende, hardwerkende muzikant met een uitstekende debuutplaat. Over meer troeven beschikte hij niet. Anno 2006 is hij een internationale rockster die ook buiten Latijns-Amerika in de schijnwerpers staat. In Europa zijn vooral Spanje en Duitsland voor de bijl gegaan. Wat zijn nu de elementen die dit succes teweeg hebben gebracht?


De oorlog van de sergeanten  Walter Lotens

Op de dertigste verjaardag van de Republiek Suriname, 25 november 2005, lanceerden antropoloog-historicus Wim Hoogbergen en econoom Dirk Kruijt De oorlog van de sergeanten; Surinaamse militairen in de politiek. De Utrechtse wetenschappers beschrijven in dit boek de moeilijke jaren tussen 1980 en 1993 waarin Surinaamse militairen het politieke laken volledig naar zich toehaalden. De timing van dit graafwerk naar een stuk onverwerkt Surinaams verleden is perfect. Het boek is voor de lezer beschikbaar precies op het moment dat de rechtszaak rond de decembermoorden eindelijk op gang schijnt te komen.

Acht gewapende militairen staren je vanaf de cover aan. Het zijn de leden van de Nationale Militaire Raad (NMR) in 1980 die met hun zware laarzen bovenop een omgekeerde kaart van Suriname staan. Door hun ‘ingreep’ van 25 februari 1980 zetten zij letterlijk heel het land op zijn kop. Het boek heet De oorlog van de sergeanten; Surinaamse militairen in de politiek en is geschreven door Wim Hoogbergen, antropoloog-historicus en hoofdredacteur van Oso, Tijdschrift voor Surinamistiek, en Dirk Kruijt, hoogleraar ontwikkelingsvraagstukken. Ze reconstrueren op een chronologische manier de belangrijkste gebeurtenissen die zich in de jaren 1980 tot 1993 hebben voorgedaan.