info noticiashome




Het volgende nummer van LA Chispa
zal eind juni 2006 verschijnen

Met daarin onder meer:


REDACTIONEEL
- Een eerlijk stukje vlees

- Brazilië in nieuw verkiezingsjaar

- Uribe mag zijn karwei afmaken

INTERVIEUW
- Martin Jelsma over de rationalisering van het drugsdebat

- De Zapatisten en hun 'Andere Campagne'

PORTFOLIO
- Bruiloft in Rio

- Europese Unie lonkt naar Latijns-Amerika

- Mexicaanse activisten in maquiladoras

- Joodse muziek in Guatemala

UITGELEZEN
- Narcotráfico, guerra y política antidrogas

- Het geheim van de verleiding

- Cd-recensie: Mexicaanse protestmuziek in Amerika


RUBRIEKEN

- BERICHTEN UIT HET VELD: Colombia
- UITGELICHT: Venezuela, Belize, Peru
- STANDPLAATS: Honduras
- ABONNEE IN DE SCHIJNWERPER: Richard van Kooij
- ECHAR CHISPAS: Ernesto Guevara, el santo?
- KOKEN MET CHISPA: Pé de muleque
- COLUMN: Eddy, Fidel en Ernest
- KORT LATIJNS-AMERIKAANS
- AGENDA
Zoekt u een cadeautje met chispa?
Dan is Karma meets Inca, reisreportages uit LA Chispa (80 p.) zeker iets voor u.
De redactie van LA Chispa heeft een boekje uitgebracht met daarin de mooiste reisreportages, in tekst en foto’s, van de afgelopen vijf jaar.
> bestellen

Neem een abonnement op LA Chispa en ontvang Karma meets Inca als welkomstgeschenk.

REDACTIONEEL   Anke Welten
Een eerlijk stukje vlees

Eet minder rundvlees. Die opmerkelijke oproep deed president Nestor Kirchner half maart aan het Argentijnse volk. De oproep volgde op een maatregel die nóg opmerkelijker is in het land dat van oudsher teert: een verbod op de export van rundvlees voor de periode van een half jaar. Kirchner wil de Argentijnse rundvleessector op deze manier onder druk zetten om de rundvleesprijzen op de binnenlandse markt te verlagen. Volgens hem maakt de sector misbruik van de hoge prijzen die op de internationale markt voor het Argentijnse vlees wordt betaald. Met geheime prijsafspraken en ondoorzichtige handel houden belangrijke spelers in de sector de prijzen ook voor de binnenlandse markt kunstmatig hoog. De prijs van rundvlees – dagelijks voedsel én symbool van de nationale identiteit - is daardoor veel harder gestegen dan andere kosten van het levensonderhoud.

De maatregelen doen denken aan de boycot waarmee Kirchner vorig jaar Shell onder druk zette om stijging van de benzineprijzen terug te draaien. De succesvolle boycot (b)leek een verbazingwekkend simpele ‘oplossing’ voor een probleem dat onoplosbaar leek: de ‘vanzelfsprekende’ machtspositie van grote economische spelers en het misbruik dat zij in Argentinië van die machtspositie maken. Met zijn oplossing heeft Kirchner een veelbetekenend signaal afgegeven. Vanzelfsprekendheden zijn niet vanzelfsprekend als het op onrecht berust.

Een nog belangrijker signaal in die richting was dat Kirchner dit jaar als eerste president de staatsgreep herdacht die op 24 maart 1976 de weg baande voor de militaire dictatuur. Hij stelde zelfs een jaarlijkse nationale herdenkingsdag in, ook al schopte hij daarmee aan tegen grote groepen binnen het leger en tegen degenen die de militairen steunden, zoals de belangrijkste landbouworganisatie, Sociedad Rural Argentina.

Of zijn druk op valsspelers binnen de rundvleessector ervoor zal zorgen dat ook daar ‘vanzelfsprekende’ misstanden de wereld uit worden geholpen, is echter de vraag. Op het allereerste gezicht lijkt het twee maanden na de start vruchten te hebben afgeworpen: het rundvlees gaat nu voor 15 procent minder over de toonbank. Enkele tientallen (tussen)handelaren in rundvlees zijn gearresteerd en een aantal van hun bedrijven zijn gesloten wegens belastingontduiking en fraude. Maar de prijsdaling heeft weinig te maken met solidariteit. Slagers die hun prijzen niet verlaagden riskeren een forse geldboete of een gevangenisstraf.

De maatregelen hebben ondertussen zoveel kwaad bloed gezet bij landbouworganisaties, dat grote én kleine boeren maar ook andere plattelandsbewoners regelmatig in het nieuws zijn met demonstraties en acties. Grote koelhuizen en vleesverwerkende bedrijven gooien olie op het vuur door massaontslagen aan te kondigen als gevolg van de teruglopende omzet. Kirchner reageerde daarop tot nu toe door de bestaande arbeidsplaatsen te subsidiëren. Hij zal dat onmogelijk kunnen blijven doen als er werkelijk bedrijven zullen moeten sluiten. Gezien de berichten over schepen vol rundvlees die vastliggen in de haven van Buenos Aires en importerende landen die uitzien naar andere leveranciers, groeit de angst voor gedwongen ontslagen. Dat je economisch machtsverhoudingen niet omverwerpt zonder onschuldige slachtoffers te maken, lijkt een vanzelfsprekendheid die Kirchner gemakshalve over het hoofd heeft gezien.


‘Van euforie naar nuchterheid ’    Peter Daerden
Brazilië in nieuw verkiezingsjaar

De komende presidentsverkiezingen in Brazilië, in oktober 2006, zijn geen gelopen race voor de huidige president Luiz Inácio Lula da Silva, kortweg Lula. Eind 2002 behaalde hij de grootste verkiezingsoverwinning uit de Braziliaanse geschiedenis. Een ongekend enthousiasme, tot ver in het buitenland, was het gevolg. “Het einde van het cynisme in de politiek”, noemde de Portugese ex-president Mário Soares het. Ruim drie jaar later lijkt enige nuchterheid op zijn plaats.

De regering van Luiz Inácio Lula da Silva voert vanaf haar aantreden in januari 2003 een voorzichtig programma dat gericht is op economische stabiliteit. De inflatie is met succes op een laag peil gehouden en buitenlandse schulden zijn afbetaald. Binnen dit neoliberale kader streeft president Lula, zoals hij kortweg wordt genoemd, naar sociale hervorming. Niet zonder resultaat. De werkloosheid is fors teruggedrongen en het omvangrijke programma Bolsa Família heeft al 8,7 miljoen arme families gesubsidieerd. De scholingsgraad is gestegen en in het hoger onderwijs is een groot aantal studiebeurzen vrijgemaakt.

Dit pragmatisme weerspiegelt zich in de diplomatie: hier geen oorlogsretoriek à la de Venezolaanse president Hugo Chávez. Internationaal werpt de regering zich meer en meer op als leider of woordvoerder van de ontwikkelingslanden. Lula heeft maar liefst vijf reizen naar Afrika gemaakt. Het enthousiasme van de Braziliaanse regering voor de ALCA, de vrijhandelszone van de Amerika’s, blijft vooralsnog beperkt, maar er is ook geen volledige afwijzing. In haar buitenlandse beleid streeft Brazilië ook naar een hervorming van de Verenigde Naties. Het land probeert een permanente zetel in de Veiligheidsraad te veroveren. Om dat voor elkaar te krijgen zijn er onder andere troepen naar Haïti gestuurd na de val van president Aristide.

De economische maatregelen weten het vertrouwen te wekken van de internationale markten en het IMF. In eigen land vinden sommigen het beleid toch te zuinig en hier en daar wordt de regering als een kopie van de voorgaande omschreven. Ook binnen Lula’s Arbeiderspartij (PT) bestaat dissidentie. Een beperkt deel van de linkervleugel heeft zich afgescheiden. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2004 won de PT in absolute cijfers, maar moest belangrijke bastions als São Paulo en Porto Alegre prijsgeven. De goede resultaten van de PSDB, de sociaal-democratische partij van Brazilië, geven eens te meer aan welke twee partijen nu het politieke spectrum bevolken.

Schandaal
In mei 2005 beleefde Brazilië het grootste corruptieschandaal uit zijn geschiedenis, met de PT als spil (zie LA Chispa # 313). Er kwam aan het licht dat de partij systematisch parlementariërs omkocht in ruil voor hun stem in het Congres. Het schandaal rond deze maandelijkse betalingen – bekend onder de naam mensalão – kreeg de proporties en dramatiek van een Braziliaanse soap. Het aantal verwikkelingen en betrokken personen leek ontelbaar. Een parlementaire onderzoekscommissie bracht gegevens aan het licht over illegale financiering van de verkiezingscampagne van de PT in 2002 en geknoei in overheidsbedrijven. Het land kwam in een diepe politieke crisis terecht en vele koppen moesten rollen. Het belangrijkste slachtoffer was José Dirceu, Lula’s kabinetschef, een functie vergelijkbaar met die van premier.

Het schandaal was des te erger omdat de Arbeiderspartij door het leven ging als een ‘zuivere’ partij. Dat imago was voorgoed aangetast. Lula verontschuldigde zich in een televisietoespraak voor het Braziliaanse volk. Enige tijd leek hij uitgeteld door de mensalão, al kon niet bewezen worden dat de president weet had van de omkooppraktijken. Daarna begon Lula zijn positie echter te herstellen. Er kwam geen afzettingsprocedure zoals bij voormalig president Collor in 1992. Begin dit jaar klom Lula uit het dal en bleken de opiniepeilingen hem weer opvallend gunstig gezind.

Corruptie mag
Hoe is deze schijnbaar cynische gang van zaken te verklaren? Lula heeft zich ten dele weten te distantiëren van zijn eigen partij. Het spel werd ook politiek gespeeld, waarbij onder andere Dirceu het beeld creëerde van een bewust ‘complot’ van de ‘elites’ tegen de PT. Het is zeker niet uitgesloten dat sommige oppositieleden de regering spaarden omdat ze zelf boter op het hoofd hebben. Alleen oud-president Fernando Henrique Cardoso gooide echt olie op het vuur door te verklaren dat “stelen de ethiek van de PT is.” Misschien hebben de Brazilianen wel een zekere mate van corruptie in de politiek leren tolereren, als de noodzakelijke prijs om dingen te verwezenlijken. Adhemar de Barros, een invloedrijk maar omstreden politicus uit het verleden, voerde in de jaren vijftig al openlijk campagne onder de slogan ‘hij steelt maar doet.’ Dat zinnetje is sindsdien spreekwoordelijk geworden.

Voor veel arme Brazilianen blijven Lula en zijn sociale maatregelen van levensbelang. Deze politiek lijkt ook daadwerkelijk effect te hebben. De ongelijkheid in Brazilië neemt af, al werd die dalende lijn al onder Cardoso ingezet. Een recente studie van de Wereldbank geeft aan dat Brazilië op de ladder van inkomensongelijkheid in vijftien jaar tijd van een tweede (in 1989) naar een tiende plaats (in 2004) is gedaald. Volgens gegevens van de Fundação Getúlio Vargas, een denktank over sociaal-economische thema’s, verminderde de armoede tussen 2003 en 2004 met 8 procent. Begin dit jaar kondigde Lula aan het minimumsalaris te verhogen van 300 tot 350 real (zo’n 135 euro). ‘Het sociale overwint de corruptie’, schreef de krant Folha de São Paulo. De door de regering begunstigde personen zullen deze blijven steunen, alle schandalen ten spijt.

Verdeelde oppositie
Nog een reden voor Lula’s stevige positie is de verdeeldheid binnen de oppositiepartij PSDB. Aanvankelijk zag het ernaar uit dat José Serra, net zoals in 2002, de handschoen tegen Lula zou opnemen. Serra had zich twee jaar na de verloren presidentsverkiezing enigszins kunnen revancheren door burgemeester van São Paulo te worden. Zijn kandidatuur werd openlijk gesteund door ex-president Cardoso en ook de rest van het partij-establishment leek hij op zijn hand te hebben.

Serra heeft echter ook zwakke punten. Vooreerst is er de belofte uit 2004 zijn volledige termijn als prefeito van São Paulo (vier jaar) uit te zitten. In zijn economische opvattingen is Serra meer centralistisch en gevreesd wordt dat hij het beleid van beperkte overheidsuitgaven zal omgooien. Een deel van de Braziliaanse ondernemers zal daarom de stabiliteit van de PT verkiezen boven de onzekerheid over Serra, die ook nog eens voor bijzonder eigenwijs doorgaat. Tenslotte speelt de vraag of Serra niet aan zijn electoraal plafond is gekomen bij de vorige presidentsverkiezingen.

De uitdager
Door de keuze voor Alckmin zet de PSDB een stap in het onbekende. In PT-kringen wordt Alckmins kandidatuur alvast meer gevreesd dan die van Serra. De gouverneur van São Paulo is buiten zijn eigen staat relatief onbekend, al kan dat maagdelijk, onbesproken imago ook in zijn voordeel spelen. Vooral in het arme noordoosten – waar Lula sterk staat – ontbreekt een stevige machtsbasis voor de kandidaat van de tucanos, zoals de aanhangers van de PSDB zich noemen. Alckmin steekt nog altijd wat kleurloos af bij het charisma van Lula, maar als presidentskandidaat toont hij zich toch al agressiever in zijn uitspraken.

De 53-jarige Alckmin, arts van opleiding, is al sinds 1972 politiek actief. Als gouverneur van São Paulo kreeg hij relatief goede waarderingscijfers. Hij zou eerder rechts in zijn partij staan en er gaan geruchten dat hij lid is van de conservatieve lekenbeweging Opus Dei. In eerste instantie zal hij de middenstand voor zich trachten te winnen. In tegenstelling tot Serra lijkt Alckmin dan ook beter te liggen bij de ondernemingswereld. Tot nu toe richt hij zijn pijlen vooral op de economie. Hij kan garen spinnen uit de tragere economische groei sinds bekend werd dat die voor 2005 tot 2,3 procent is teruggevallen. Vanzelfsprekend probeert hij ook de corruptie op de politieke agenda te plaatsen. Alckmin belooft zijn kiezers nu een “een bad van ethiek.”

Bankgeheim
Dit jaar begon goed voor Lula. De peilingen waren veelbelovend. Slim campagnevoerder als hij is, werkte hij een hele kalender aan reizen in eigen land af met al of niet noodzakelijke inhuldigingen. Druppelsgewijs kregen diverse beschuldigden in de mensalão ‘absolutie’ door onderlinge stemafspraken in het parlement. Eigenlijk hoefde de president er alleen maar voor te zorgen dat zijn regering geen schade meer opliep. En net daar liep het mis

Opnieuw kwam een spilfiguur uit de politiek in het oog van de storm. Minister van financiën Antonio Palocci werd in het nauw gebracht door vermeende bezoeken aan een luxevilla in de hoofdstad Brasília waar smeergeld werd verdeeld. Dat daarbij ook dames van lichte zeden werden gesignaleerd maakte het verhaal nog pittiger. Een belangrijke ooggetuige, de conciërge van het bewuste huis, zag prompt zijn bankgeheim gebroken worden. De grote stortingen die daarop werden aangetroffen kwamen op onverklaarbare wijze in de pers terecht. Zo kon het beeld ontstaan dat de conciërge zijn compromitterende verklaringen in ruil voor geld had afgelegd. Achter deze bizarre constructie, uiteraard bedoeld om de geloofwaardigheid van de getuigenissen aan te tasten, werd de hand van Palocci gezien. Maar de intimidatie miste volledig haar effect. Zelfs al had de conciërge geld gekregen, dan werd de illegale breuk van het bankgeheim als een ontoelaatbare vorm van machtsmisbruik gezien. Voormalig trotskist Palocci is de man achter het conservatieve financiële beleid en een van de steunpilaren van de regering. Ook in financiële kringen heeft hij een stevige reputatie verworven. Dat Lula hem toch liet vallen – Palocci verliet de regering op 27 maart – is een signaal dat de oppositie haar tanden aan het scherpen is. Ondertussen is caseiro-gate (caseiro is conciërge) een bijna even berucht begrip als de mensalão geworden.

Beperkt verlies
Met het verdwijnen van Dirceu en Palocci is Lula’s oorspronkelijke regeringsploeg zo goed als onthoofd. Politiek viel nog meer schade op te meten: na tien maanden arbeid keurde de parlementaire mensalão-onderzoekscommissie het voorlopige eindrapport goed. Daarin wordt de verantwoordelijkheid van de PT bevestigd, al blijft de president buiten schot.

Wordt Lula een schipbreukeling of houdt hij zich staande? Volgens een peiling van het instituut Datafolha, begin april, lijkt het allemaal mee te vallen. Lula kan nu nog rekenen op 40 procent van de stemmen, terwijl Alckmin is teruggevallen op 20 procent. Alckmin voelt zelfs de adem in de nek van een mogelijke derde mededinger, Anthony Garotinho van de centrumpartij PMDB. In een tweede ronde zou Lula beide kandidaten probleemloos verslaan. Daarmee zijn de kaarten misschien al geschud. Toch blijft elke euforie uit den boze. De Braziliaanse politiek verkeert in een zware morele crisis. Te vrezen valt dat de campagne uitsluitend nog over schandalen zal gaan. Belangrijke thema’s als geweld, onderontwikkeling en ecologie dreigen eens te meer onder de voet gelopen te worden. De PT moet zich gaan bezinnen over de gebureaucratiseerde machtspartij die ze volgens velen is geworden. Misschien moet Brazilië maar eens plaats inruimen voor een nieuwe generatie politici.


Uribe mag zijn karwei afmaken   Niko Verbeek

President Alvaro Uribe mag zijn karwei afmaken. De Colombiaanse president werd in 2002 al in de eerste ronde tot president gekozen en heeft zich nu opnieuw kandidaat gesteld voor de verkiezingen van 28 mei. Volgens opiniepeilingen kan de zittende president op meer dan 50 procent van de stemmen rekenen. Opnieuw zal een tweede verkiezingsronde overbodig zijn. De populariteit van Uribe is zo groot dat vrijwel iedereen de verkiezingen beschouwt als niet meer dan een formaliteit.

In de buurlanden als Venezuela, Bolivia en Brazilië is links eindelijk weer eens aan de macht gekomen. Maar Colombia zal ook de komende vier jaar weer geregeerd worden door de als rabiaat rechts en autoritair betitelde president Uribe, tevens steun en toeverlaat van president Bush in de regio. Waar komt dat enthousiasme voor Uribe toch vandaan? In opiniepeilingen krijgt hij massale steun van de Colombianen. Hij is verreweg de populairste president uit de recente geschiedenis. Maar over de specifieke onderdelen van zijn beleid, zoals bestrijding van de armoede, werkloosheid en corruptie, krijgt hij maar matige rapportcijfers. Zijn populariteit lijkt vooral een kwestie te zijn van een goed werkende propagandamachine en het succesvol bespelen van populistische sentimenten.


De rationalisering van het drugsbezit  Mark Weenink
De strijd van onderzoeker Martin Jelsma

Drugs gelden als een van de grootste kwaden in deze wereld. En wanneer er in termen van goed en kwaad wordt gedacht, is er vaak weinig ruimte voor nuance. Met de Verenigde Staten aan kop voeren landen wereldwijd een repressief beleid. Miljarden euro’s spenderen ze in de strijd tegen drugs. Politici claimen succes; wetenschappers wijzen met harde cijfers op een andere realiteit. Martin Jelsma, onderzoeker bij het Transnational Institute, is al tien jaar betrokken bij internationale pogingen om het drugsbeleid humaner te maken. Hij is gespecialiseerd in Latijns-Amerika en internationaal drugsbeleid. Vorig jaar kreeg hij een belangrijke Amerikaanse prijs toegekend voor zijn onderzoek naar drugs. “De criminalisering van het cocablad is een historische vergissing.”

‘Er is geen daadwerkelijke stijging van het aantal hectare cocaplanten in Colombia, ondanks een toename van 26 procent.’ Dat stond vorige maand te lezen in de Colombiaanse krant El Tiempo. Het klinkt tegenstrijdig, maar de regering voerde aan dat de toename vooral te maken had met een betere monitoring. Eind 2005 was er volgens Amerikaanse statistieken 144 duizend hectare cocaplanten, tegen 114 duizend hectare in het jaar ervoor. Opzienbarende cijfers, als je bedenkt dat er afgelopen jaar 130 duizend hectare vernietigd is door besproeiing en 32 duizend hectare handmatig verwijderd. Niettemin claimen politici dat hun antidrugsbeleid succesvol is.


Unieke kans op linkse president bedreigd  Sjors van Acht
De Zapatisten en hun ‘Andere Campagne’ in Mexico

De Zapatisten zijn voor de derde keer in hun bestaan openlijk door Mexico aan het trekken. Op 1 januari van dit jaar hebben gemaskerde mannen en vrouwen onder leiding van subcommandant Marcos de ‘veilige’ thuishaven in Chiapas verlaten in het kader van ‘De Andere Campagne’. Tot aan de presidentsverkiezingen op 2 juli trekken ze door heel het land om contacten te leggen met linkse organisaties. Daarmee willen ze een breed antikapitalistisch front vormen. Ook brengen ze de problemen van onderdrukten in kaart. De huidige politiek hebben ze de rug gekeerd.

‘De Andere Campagne.’ Zo heet de nieuwste activiteit van de Zapatisten. Deze inheemse opstandelingen uit de deelstaat Chiapas in het zuiden van Mexico strijden al sinds 1994 voor zelfbeschikking en autonomie voor de inheemse bevolking. In 1996 zijn hun rechten grondwettelijk vastgelegd in de akkoorden van San Andrés, maar die zijn tot nu toe nog niet geratificeerd. De laatste keer dat de Zapatisten door Mexico trokken was in 2001. Meer dan 100 duizend mensen kwamen toen bijeen op het centrale plein van Mexico-Stad om hen te steunen in hun eis voor ratificatie. Zonder succes. Volgens subcommandant Marcos, die zich nu Afgevaardigde Nul noemt, ontstond toen de basis voor de Andere Campagne.


Europese Unie lonkt naar Latijns-Amerika  Maja Haanskorf
Vrijhandel hoog op de agenda

Steeds openlijker probeert de Europese Unie vaste voet aan Latijns-Amerikaanse grond te krijgen. Gebeurde dat aanvankelijk door samenwerkingsverdragen op het terrein van ontwikkeling en politieke dialoog, nu gaat het eerst en vooral om de economische betrekkingen. Door het sluiten van vrijhandelsverdragen en associatieverdragen wil Europa haar positie als speler op de geglobaliseerde wereldmarkt veiligstellen. Over de hoofden van de gewone burgers heen. In mei vindt te Wenen de vierde top van regeringsleiders van beide continenten plaats. Tijd voor een tussenstand.

Wat weten we eigenlijk van het handelsbeleid van de Europese Unie ten aanzien van Latijns-Amerika? Wat weten we van de vierde top van regeringsleiders van de EU, Latijns-Amerika en de Cariben, die dit jaar op 12 en 13 mei in Wenen plaatsvindt? Wat weten we van vrijhandelsverdragen en de gevolgen daarvan? Vermoedelijk weinig, want de onderhandelingen zijn vooral een zaak van specialisten. Pas als er een compleet pakket van afspraken gereed is, kunnen de parlementen van de betrokken landen dit al dan niet goedkeuren. Dan is het vaak al te laat. De precieze inhoud is meestal lastig te doorgronden en van inspraak door de bevolking is geen sprake geweest. Terwijl het juist de bevolking is die de gevolgen van handelsakkoorden op zijn bord krijgt. Hoog tijd dus om aan de bel te trekken. Dat vinden diverse maatschappelijke organisaties uit zowel Latijns-Amerika als Europa. In het eerste continent is er al langer verzet tegen het streven van met name de Verenigde Staten om van het hele werelddeel één grote vrijhandelszone te maken. De slechte ervaringen met NAFTA, het vrijhandelsverdrag tussen de VS, Canada en Mexico dat in 1994 werd gesloten, zijn daar voor een groot deel debet aan. In Europa lijkt met de afwijzing van de voorgestelde Europese grondwet de discussie langzaam op gang te komen. Dan gaat het niet alleen om vrijhandel, maar om welk economisch model normatief moet zijn voor het handelen van de EU. Het heil van neoliberalisme en ongebreidelde privatiseringen wordt ook hier in twijfel getrokken.


Rio de Janeiro is niet in oorlog  Nineke Verhoofstad
Mexicaanse activisten strijden tegen slecht werk in maquiladoras

“De rechten van arbeiders staan prachtig in de wet opgeschreven. Alleen de toepassing is corrupt.” Dat zegt de Mexicaanse mensenrechtenactivist Martín Barrios. In Mexico voeren verschillende organisaties al jaren actie voor betere werkomstandigheden in de maquiladoras, de assemblagefabrieken. In de bijeenkomsten bij Barrios thuis is het altijd een komen en gaan van mensen. Maar altijd moet iemand de deur in de gaten houden.

De avonden in Mexico vallen vroeg, ook in Tehuacán, de woonplaats van Martín Barrios. Hij is voorzitter van de mensenrechtenorganisatie in de Tehuacán Vallei. Zijn huis zit vol met arbeiders. Dat heeft niet alleen met de Mexicaanse gastvrijheid te maken. Het is vooral een schreeuw om hulp van werknemers uit één van de maquiladoras. De arbeidsomstandigheden in deze assemblagefabrieken zijn ronduit slecht, en dat is in Tehuacán niet anders. De mensen die bij Barrios thuis zitten steunen de activist één voor één en hopen op betere werkomstandigheden.
Tehuacán is een kleine industriestad in de staat Puebla, ten zuidoosten van Mexico-Stad. Dertig jaar geleden vestigde zich hier de textielindustrie voor de productie van spijkerbroeken. Sinds de komst van het Noord-Amerikaanse vrijhandelsverdrag NAFTA in 1994 vindt die productie plaats in maquiladoras. Deze fabrieken kunnen belastingvrij ruwe grondstoffen importeren en daar via assemblage producten van maken. Ze zorgen voor veel werkgelegenheid, maar de lonen zijn er vaak laag en de arbeidsomstandigheden slecht.


Ot Azoj speelt joodse muziek in Guatemala  Cora van den Berg

De Ot Azoj Klezmerband uit Amsterdam bracht afgelopen februari een bezoek aan Guatemala, op uitnodiging van de Nederlandse ambassade. Doel van de reis was een optreden tijdens de opening van een tentoonstelling over Anne Frank in Guatemala-Stad. Vervolgens was er een hele tournee voor de klezmergroep geregeld. Hoop voor de toekomst bleek een steeds terugkerend thema tijdens de concerten.

Ruim twee jaar geleden kregen de muzikanten van Ot Azoj Klezmerband uit Amsterdam een mailtje van de Nederlandse ambassade in Guatemala. Of ze interesse hadden in een optreden in de hoofdstad van het land, ter gelegenheid van de opening van een Anne Frank-tentoonstelling. Ot Azoj speelt al jaren klezmermuziek, instrumentale joodse muziek. Aangevuld met de Jiddische liedjes van zangeres Natalia Rogalski, die tijdelijk aan de band verbonden was, zou dat goed passen bij de tentoonstelling over Anne Frank in Guatemala-Stad. Voordeel daarbij was dat de zangeres Spaans spreekt.


Venezuela, Belize, Peru  Peter Desmet
Uitgelicht - Rust in Venezuela ver te zoeken

President Hugo Chávez blijft zowel in eigen land als daarbuiten voor onrust zorgen. Zijn laatste wapenfeit is de aankondiging dat Venezuela uit het Andesblok stapt. Deze economische gemeenschap heeft volgens hem geen zin meer nu Peru en Colombia dicht bij een handelsakkoord met de Verenigde Staten staan. “De akkoorden dienen alleen de internationale elites”, zei Chávez. Venezuela heeft het Andesblok niet meer nodig nu het land binnenkort zal toetreden tot de Mercosur, het Zuid-Amerikaanse handelsblok.

Eind maart zorgde de Spaanse krant El País voor heel wat onrust in de hoofdstad Caracas. De krant beweerde dat de Venezolaanse regering niet eens de basisvoorzieningen in de ziekenhuizen kan garanderen. Bovendien werd vice-president Rangel geciteerd die stelt dat de oude corruptie gewoon doorgaat in de nieuwe regering. El País meldde ook dat het energiebeleid van Chávez - hij voorziet veel landen op het continent van goedkope olie als een daad van integratie - de toekomstige olieproductie van Venezuela ernstig in gevaar brengt. Een stelling die de meeste olie-experts onderschrijven.


Verhalen van tieners   Niek de Goeij
Standplaats - Honduras

In deze nieuwe rubriek vertellen mensen over hun tijdelijke standplaats. Meestal zijn ze uitgezonden door een westerse ontwikkelingsorganisatie. Over de personen die ze ontmoeten, met wie ze werken of uitgaan, over de plaatsen die ze ontdekken en de voorvallen die plaatsvinden, gaan hun verhalen. Deze keer is de standplaats: Honduras

Het is niet gemakkelijk om op te groeien in een arme familie in Honduras. Als adolescent in Honduras zijn er zoveel onvoorspelbare factoren, dingen die kunnen gebeuren, die het verschil tussen ‘toekomst’ en ‘geen toekomst’ uitmaken. De verhalen zijn tragisch, hard, dramatisch vaak. Maar er is ook hoop, er zijn kansen, waar je het vaak niet verwacht. Drie korte verhalen over recente ontwikkelingen in de levens van tieners uit San Pedro Sula.
Aria
Aria is een vijftienjarig meisje uit de Bordo Suyapa, een krottenwijk. Met haar zongebleekte haar, troebele ogen, haar onvolgroeide lichaam, haar vuile lichaam en wanhopige levensstijl is ze een bekend geval in dit gedeelte van de stad. Aria is een kansloos meisje, een meisje zonder toekomst. Met haar broertjes zwerft ze door de stad, bedelend, rovend, en zich drogerend met alcohol, lijm, marihuana en crack.


De 'chispa' van Richard van Kooij
Abonnee in de schijnwerper

Ook nieuwsgierig wie dat zijn, de lezers van LA Chispa? Op zijn minst zullen ze een binding hebben met Latijns-Amerika. Maar hoe ziet die eruit? Wanneer is de liefde voor het continent ontstaan? In deze rubriek komt steeds een abonnee van LA Chispa aan het woord. Dit keer is de beurt aan Richard van Kooij (39) uit Leiden.

In 5 havo las hij Mario Vargas Llosa en zijn zesjarig zoontje Ruud Gabriel is vernoemd naar Gabriel García Márquez. Zijn grote droom is ooit nog in een fourwheeldrive een reis te maken dwars door het continent, van het zuidelijkste puntje Ushuaia naar het noorden van Amerika. Dan moet je iets hebben met Latijns-Amerika. Zeker, meent Richard van Kooij, maar hoe die band, dat gevoel te beschrijven, dat is nog niet zo eenvoudig. “Misschien moet ik beginnen bij de middelbare school. Ik zat op het Libanon in Rotterdam en daar kon je toen, in 1980, al Spaans kiezen. Ik had een talenknobbel en zo las ik grote schrijvers als Vargas Llosa en Márquez, hoewel vooral de literatuur van de eerste erg taai kan zijn. De docent Spaans gaf ons les op universitair niveau. Dat ontdekte ik later, toen ik Talen en Culturen van Latijns-Amerika ging studeren in Leiden. Je had daar een bedrijfskundige afstudeerrichting en dat trok me. Achteraf gezien had ik beter bedrijfskunde kunnen studeren met Spaans erbij. Want met deze studie was ik voor veel bedrijven te soft.”