Redactioneel Maja Haanskorf
Doorbraak
Wanneer u deze LA Chispa in handen krijgt, is de derde editie van het Latijns-Amerikaanse Film Festival (LAFF) in Utrecht alweer achter de rug. Wellicht heeft u er gekeken naar de nieuwste films en heeft u een van de lezingen of talkshows bijgewoond. En misschien heeft u zich afgevraagd waarom er maar zo weinig films uit dit continent in de bioscopen terechtkomen. Terwijl de Indiase Bollywoodfilms ruim baan krijgen, is het zoeken geblazen naar een latinofilm. Zou het komen doordat de hindoegemeenschap in Nederland meer van zich doet spreken dan de latinogemeenschap? En zien filmdistributeurs daarom meer heil in de eenduidige glamour van Bollywood dan in het gevarieerde aanbod uit Latijns-Amerika?
Niet alleen qua films, ook op andere terreinen lijkt Latijns-Amerika maar niet echt te willen doorbreken. Neem het Nederlandse regeringsbeleid. Drie jaar geleden verscheen de nota Verre Buren, Goede Vrienden, waarin dat beleid werd toegelicht. Verschillende ngo’s spraken hun teleurstelling uit, omdat er weinig concreets werd vermeld over thema’s als mensenrechten, democratisering en hoe de armoede te bestrijden. Het neoliberale ontwikkelingsmodel werd niet ter discussie gesteld. Op het moment werkt Buitenlandse Zaken aan een nieuwe versie van de nota. De aanpassing is vooral ingegeven door de vele nieuwe regeringen van overwegend linkse signatuur in Latijns-Amerika. Toch valt er weinig nieuws te verwachten. Er zal niet met meer landen een bilaterale band worden aangegaan en democratische verkiezingen blijven het ijkpunt van goed bestuur. Minister Koenders van Ontwikkelingssamenwerking mag het budget voor het bedrijfsleven beknot hebben, van een koerswijziging is geen sprake. Latijns-Amerika blijft een marginaal bestaan leiden in het Nederlandse beleid.
Intussen probeert het continent zelf zich meer op de wereldkaart te plaatsen. Tijdens de vijfde ALBA-top eind april in Venezuela sloten sociale en politieke bewegingen zich aan bij dit Bolivariaanse alternatief voor de Amerika’s. Het is bedacht door de Venezolaanse president Hugo Chávez, als een alternatief voor de ALCA, het beoogde vrijhandelsverdrag van Alaska tot Patagonië. Intussen is het ook een alternatief voor het Plan Puebla Panama, dat Mexico, Centraal-Amerika en Colombia economisch aaneen wil smeden. Venezuela, Bolivia, Cuba en Nicaragua streven naar een solidaire vorm van integratie. Gezamenlijke projecten op het gebied van gezondheidszorg, cultuur, onderwijs en energie zijn hierbij van belang. Venezuela is de geldschieter en levert kwistig olie tegen gunstige voorwaarden.
Recent hebben Venezuela en Argentinië de oprichting aangekondigd van de Banco del Sur, een regionale Latijns-Amerikaanse ontwikkelingsbank, die het continent minder afhankelijk moet maken van het IMF en de Wereldbank. Naast Bolivia en Ecuador zal ook Brazilië deelnemen. Hoewel dit land onlangs een akkoord heeft getekend met de Verenigde Staten over de levering van ethanol, speelt president Lula ook een voortrekkersrol binnen de regionale integratie. Zo probeert het land de Mercosur, een economisch samenwerkingsverband in Zuid-Amerika, nieuw leven in te blazen. Ook bij deze initiatieven is het wachten op een werkelijke doorbraak. Nog steeds zijn onderlinge verschillen belangrijker dan overeenkomsten, nog steeds prevaleert ieders eigenbelang boven een integrale strategie. En zolang zal Latijns-Amerika tevergeefs wachten op haar doorbraak naar de grote wereld.
Hoop op betere toekomst is vervlogen
Antoinette Trapman
El Salvador vijftien jaar na de Vredesakkoorden
“Als het moet, sta ik zo weer in de voorste linie”, zegt oud-guerrillastrijder Jerry. Want vijftien jaar nadat de linkse verzetsbeweging FMLN en de regering de vredesakkoorden ondertekenden, is El Salvador er erger aan toe dan tijdens de burgeroorlog die tussen 1980 en 1992 in het Midden-Amerikaanse landje woedde. De grote tegenstellingen tussen arm en rijk bestaan nog steeds, de economie van het land drijft op inkomsten van familieleden in de Verenigde Staten, gewelddadige jeugdbendes dreigen het land steeds meer in hun greep te krijgen en El Salvador’s grootste exportproduct zijn de Salvadoranen zelf.
“Vroeger zat daar een supermarkt”, wijst Rosa naar een vervallen gebouw tegenover het kerkje in Suchitoto. “Maar in de jaren tachtig, tijdens de oorlog, gebruikten de regeringstroepen het als hun basis.” Hier, zo’n vijftig kilometer ten noorden van de Salvadoraanse hoofdstad, in de provincie Chalatenango, is hard gevochten. In de Cerro Guazapa, de bergketen die achter het kerkje opdoemt, hielden de guerrilla’s zich schuil.
Transantiago: nachtmerrie van de Chileense regering
Arianne van Andel Transport in miljoenenstad verkeert in crisis
Wat het visitekaartje moest worden van president Michelle Bachelet groeide uit tot haar grootste nachtmerrie: Transantiago, het nieuwe openbaar vervoersysteem van Santiago. Ellenlange rijen, volgepropte bussen, overvolle metrostations en wachtenden bij bushaltes. Ook al lijken de meeste mensen al te wennen aan deze ongemakken, de verontwaardiging en de frustatie zijn groot. De steun voor Bachelet zakte in opiniepeilingen tot een voorlopig laagterecord van 45 procent.
Na vier jaren plannen maken en na maanden uitstel is op 10 februari dit jaar eindelijk het nieuwe openbaar vervoersysteem van Santiago, het Transantiago, in gebruik genomen. De verwachtingen waren hoog gespannen, want volgens alle propaganda zou het aanzien van de Chileense hoofdstad met het Transantiago veranderen. Het beloofde een grote verbetering op alle fronten: duidelijke haltes en routes, een veilig betaalsysteem en goede service. “Het vervoer wordt modern en comfortabel en de levenskwaliteit zal voor alle stadsbewoners verbeteren”, voorspelden gelukkig kijkende personen op reclameposters.
'Alleen God, de drugsmaffia en de guerrilla weten wat er gebeurt'
Walter Lotens Europese wapens in Latijns-Amerika
De Internationale Vredesinformatiedienst IPIS bracht onlangs een studie uit over het Vlaamse wapentransport. An Vranckx, een van de auteurs, trekt het plaatje open naar de vaak dubieuze aanwezigheid van Europese wapens in Latijns-Amerika. “Wij leven in de fictie dat landen grenzen hebben die niet doorlaatbaar zijn.”
“Onder de 464 miljoen inwoners van Latijns-Amerika circuleren er tussen de 45 tot 80 miljoen lichte wapens. Dat zijn er ongeveer acht tot zestien per honderd inwoners.” Zo begint An Vranckx, werkzaam voor de Internationale Vredesinformatiedienst IPIS, haar goed gedocumenteerd verhaal. “Is dat veel?”, vraag ik aan de sociale wetenschapper die ook doceert aan de Antwerpse en Gentse universiteit. “Dat is ver onder het gemiddelde van de Verenigde Staten waar alle honderd inwoners gemiddeld over 83 tot 96 lichte wapens beschikken. Het klopt niet met de werkelijkheid dat er in vrijwel elk Latino nachtkastje een handgranaat zou zitten. Misschien heeft dat te maken met het achterhaalde beeld van militaire junta’s dat nog leeft in de perceptie van het Westen.”
Moñeros, roqueros en rastas op Cuba Sjors van Acht Winnares scriptieprijs over on-Cubaanse muzieksoorten
Als je aan Cubaanse muziek denkt, dan kom je al snel uit bij de salsa, de rumba en de bolero. Typische exponenten die tot ver buiten het eiland bekend zijn geworden. Onder de jeugd op Cuba zijn juist geïmporteerde vormen zoals hiphop, rock en reggae erg populair. De antropologe Folkje Lips deed vijf maanden onderzoek naar de liefhebbers van deze on-Cubaanse muzieksoorten. Met haar werk won ze de scriptieprijs van NALACS.
“Ik heb altijd al een grote interesse in muziek gehad en wilde onderzoeken hoe Cubanen hun muziek gebruiken om zichzelf te identificeren”, vertelt antropologe Folkje Lips (25). In de hoofdstad Havana zat ze regelmatig in een park waar leden van hiphopbands kwamen. Zo kwam ze in aanraking met deze on-Cubaanse muzieksoort. Het wakkerde haar interesse zo zeer aan, dat ze haar onderzoek verschoof van de traditionele muziek naar de muzieksoorten waarnaar vooral jongeren luisteren: hiphop, rock en reggae. Met haar werk won ze de scriptieprijs van NALACS (Nederlandse Associatie van Latijns-Amerikaanse en Caribische Studies).
Guerrilla, coca en vluchtelingen Nico Verbeek
Spanningen tussen Colombia en Ecuador
De traditioneel goede betrekkingen tussen Colombia en Ecuador zijn de afgelopen jaren verslechterd. Dat komt vooral door de oorlogen van Colombia tegen de guerrilla en de drugs. Ecuador heeft daardoor last van besproeiingen met gif in het grensgebied en van Colombiaanse vluchtelingen. Een grensincident in maart stelde de fragiele verhoudingen tussen de buurlanden opnieuw op de proef. De onhandig optredende nieuwe Colombiaanse minister van buitenlandse zaken gooide nog eens extra olie op het vuur.
De spanningen tussen Colombia en Ecuador zijn opgelopen sinds op 22 maart aan de Ecuadoraanse kant van de grens twee personen om het leven kwamen: de Ecuadoraan Jorge Plaza Manquillo en de Colombiaan Daniel Marroquí. Volgens de regering van Ecuador was hun dood het gevolg van een militaire actie van het Colombiaanse leger, dat zonder toestemming Ecuadors soevereiniteit zou hebben geschonden. Colombia had een andere versie: het zou om guerrillastrijders van de FARC gaan, die bovendien in Colombia zouden zijn gedood. De nieuwe Ecuadoraanse president Rafael Correa regaeerde fel: “We kunnen niet nóg meer wandaden van Colombia tolereren. Vandaag nog gaat er een brief naar de regering in Bogotá om een krachtig protest van onze kant te laten horen.”
Een vlonder met een golfplaten dak Mark Weenink
'Cocaïnelaboratorium' in het Colombiaanse binnenland
Niets garandeert waarschijnlijk zo sterk de enorme winsten op cocagewassen als het wereldwijde verbod op legale verkoop van cocaïne. Ondanks het sproeien van gif en de inzet van militair materieel is de cocateelt in Colombia niet afgenomen, integendeel. Ze verplaatst zich slechts naar andere gebieden en neemt zelfs toe. De locatie van de velden is vaak een publiek geheim. Ook de overheid weet dankzij satellieten precies waar de gewassen groeien. LA Chispa reisde af naar de bron van het witte poeder: het ‘cocaïnelaboratorium’.
Een cocaïnelaboratorium staat niet onder de c van cocaïnelaboratorium in de Páginas Amarillas, de Colombiaanse Gouden Gids. Toch is het niet bijster moeilijk er een te vinden. Een reis vanuit de hoofdstad Bogotá - dat op 2600 meter hoogte minder geschikt is voor de cocaplant - in een willekeurige richting volstaat. In een gematigd tropisch klimaat en in de jungle gedijt de cocaplant prima. Ondanks het repressieve beleid van de Colombiaanse overheid, onder zware druk van de Verenigde Staten met hun Don Quichot-achtige war on drugs neemt de teelt niet af, maar zelfs toe. Het enige gevolg van het sproeien van gif en de inzet van militaire helikopters is dat de teelt zich verplaatst naar dieper in de jungle. De niet aflatende vraag naar cocaïne vanuit hoofdzakelijk de VS en Europa staat immers garant voor torenhoge winsten. Het proces om van cocabladeren cocaïne te maken is bovendien betrekkelijk eenvoudig. De plaatselijke bevolking weet de cocavelden meestal feilloos te liggen; het is in feite publiek geheim. Ook de overheid heeft de velden met satellieten gedetailleerd in kaart gebracht.
Dansen voor de maagd Sanne Derks Religie en gevecht in Boliviaanse tinku
Veel plaatsen in Bolivia kennen tinku-dansen ter ere van Maria of andere heiligen. Deze dansen hebben diepe wortels in de religiositeit van de Andesbewoners. Bij de dansen horen ook harde tweegevechten, al zorgt tegenwoordig een scheidsrechter dat er niet te veel bloed vloeit. Vooral jongeren doen mee aan de tinku. Voor hen telt het plezier sterker dan de oorspronkelijk religieuze betekenis.
Van verre zijn de hoeden met fel gekleurde pluimen en lange linten al zichtbaar. De kleurrijke indiaanse kostuums steken scherp af tegen de grauwe kleur van de lemen huizen langs de weg. In synchroon uitgevoerde wilde sprongen en met drukke bewegingen komt het spektakel langzaam dichterbij. Het gejoel en geschreeuw van de jongeren overstemt zelfs het fanfarecorps dat driftig de bijbehorende tinku-deuntjes speelt.
Abonnee in de schijnwerper Walter Lotens De 'chispa' van Willy Dries
La Marcha por la Paz van Panama naar Guatemala, de Anti-Interventie-Karavaan in Europa, Peace Brigades International. Allemaal initiatieven ontstaan in de jaren tachtig. Daarover vertelt Willy Dries. Deze geëngageerde Antwerpse boekhouder heeft een zwak voor Latijns-Amerika. Al heel lang. Vooral voor Guatemala.
“Landkaarten en wereldbollen, maar ook het verleden, dat boeide mij zeer”, vertelt Willy Dries (53). Hij deed ooit mee aan archeologisch spitwerk in het Antwerpse en in Engeland, leerde zo zijn vrouw Els kennen, maar werd uiteindelijk boekhouder. “In 1980 nam Els me mee naar briefschrijfavonden van Amnesty International in de Antwerpse Wolsack en zo rolde ik in het solidariteitswerk met de Derde Wereld. In de Scheldestad bestond er toen een Guatemala Komitee (AGK). We raakten in de ban van het geëngageerde werk van de Vlaamse Scheutisten Voordeckers, Capiau en Stessel, die later in Guatemala zijn vermoord. Met het AGK gingen we affiches plakken, een toerismeboycot stimuleren op het vakantiesalon, toneel spelen en infostands bemannen. Mijn auto is nog op het BRT-televisienieuws gekomen bij de Anti-Interventie-Karavaan.”
|