Latijns-Amerika in Beweging

Politiek

Foto: Camilo Rueda López
vrijdag, 18 mei 2012 11:27

Einde van een tijdperk?

De betekenis van de vrijlating van de laatste politieke gijzelaars van de FARC

Door: Suzan Goes

Op 2 april 2012 heeft de FARC haar laatste tien politieke gijzelaars vrijgelaten. Het vrijlaten van deze politieke ‘canjeables’, in combinatie met de aankondiging geen agenten en militairen meer te ontvoeren, kan worden gezien als een belangrijk gebaar van de FARC. Het einde van een tijdperk lijkt te zijn aangebroken. Met dit teken van goede wil komen ze tegemoet aan een van de belangrijkste eisen van de Colombiaanse regering voor eventuele vredesonderhandelingen: het vrijlaten van de politieke gevangenen en het stoppen met ontvoeringen. Wat betekent dit voor het Colombiaanse conflict en is er reden voor optimisme in Colombia?

Ontvoeringen hebben sinds 1982 diepe sporen nagelaten in de Colombiaanse samenleving en zijn nationaal en internationaal scherp veroordeeld. De recente vrijlatingen betekenen het einde van de discussie over het ‘acuerdo humanitario’, het vrijlaten van politieke krijgsgevangenen in ruil voor gevangengenomen rebellen. Het kan gezien worden als een zege voor de Colombiaanse regering, aangezien zij geen concessies heeft gedaan in ruil voor deze vrijlatingen. Het debat kan zich nu volledig richten op eventuele vredesonderhandelingen en het hoofdstuk ‘acuerdo humanitario’ kan worden afgesloten.

Het vrijlaten van de politieke gevangen is een belangrijke voorwaarde geweest voor eventuele vredesonderhandelingen, maar is zeker niet de enige die de Colombiaanse regering stelt. Andere belangrijke eisen zijn het stoppen met het recruteren van kindsoldaten en de drugshandel. Hiervan is vooralsnog geen sprake. Daarnaast moet er vanuit de regering een juridisch raamwerk komen voor gedemobiliseerde FARC-strijders dat aanvaardbaar is voor zowel het Internationaal Strafhof (ICC) als de slachtoffers van de FARC.

Onzichtbare slachtoffers

Het vrijlaten van de politieke krijgsgevangenen betekent helaas niet het einde van de lange en pijnlijke ontvoeringsgeschiedenis in Colombia. Er is nog een groot aantal ‘onzichtbare’ ontvoerden in handen van de FARC, gewone burgers zonder politieke waarde. De Colombiaanse organisaties Fondelibertad en Fundación País Libre schatten dat het gaat om zo’n zevenhonderd personen. Het merendeel van deze slachtoffers is waarschijnlijk niet meer in leven, maar er is geen duidelijkheid over hun lot. Gevreesd wordt dat de aandacht voor deze ontvoerden zo definitief verdwijnt.

Alternatieve inkomstenbronnen
Ontvoering is allang niet meer de grootste inkomstenbron voor de FARC. Sociaal protest tegen ontvoering en de complexiteit van het ontvoeren hebben ervoor gezorgd dat de FARC in de loop der jaren andere, eenvoudigere en minder controversiële inkomstenbronnen is gaan zoeken. Drugshandel staat nu op de eerste plaats, gevolgd door afpersing. Ontvoering en illegale mijnbouw staan op de derde plaats. Er mag dan wel gestopt worden met ontvoeringspraktijken, maar de FARC heeft gezegd door te gaan met afpersing. De laatste jaren is er een spectaculaire groei van afpersingen, een fenomeen dat wellicht minder sociaal protest oproept dan ontvoeringen, maar desondanks de Colombiaanse samenleving ontwricht. Dit fenomeen is grotendeels een ‘onzichtbaar’ probleem, het trekt immers minder media-aandacht dan ontvoeringen en raakt met name de lagere sociale klasse zoals kleine ondernemers. Zij hebben weinig middelen om zich hiertegen te beschermen.

Afpersing gebeurt in de steden, maar ook in rurale gebieden, met name in de grensgebieden bij Venezuela en Ecuador wordt er steeds meer afgeperst in de productiesector. Ook in de mijnbouwsector is afpersing een toenemend probleem. In Antioquia bijvoorbeeld eist de FARC van de lokale mijnbouwer tussen de 1650 en 4500 dollar per bulldozer die het terrein op moet. De vraag is hoe de FARC zich gaat verzekeren van het afpersingsgeld. Een veelgebruikte afpersingsmethode is het vernielen van machines of het plegen van bomaanslagen om de bevolking angst in te boezemen. Dit is immers een relatief goedkoop en eenvoudig alternatief voor ontvoeringen. Echter, ontvoeringen zijn ook niet uitgesloten als afpersingsmiddel. In sommige gebieden is het aantal ontvoeringen de laatste jaren dan ook juist toegenomen, met name in mijnbouwgebieden, waar ontvoeringen worden gebruikt als drukmiddel om af te persen.

Ontvoering Franse journalist
Hoe serieus het gebaar van de FARC moet worden genomen, blijkt uit de ontvoering van de Franse journalist Romeo Langlois op 28 april 2012. Als journalist was Langlois aanwezig bij de vernietiging van een drugslaboratorium door het Colombiaanse leger in Caquetá. De FARC beweert dat de journalist geen objectieve berichtgeving kan verstrekken, omdat hij in aanwezigheid van het Colombiaanse leger was. De FARC bestempelt deze journalist nu als krijgsgevangene en eist in ruil voor zijn vrijlating een nationaal en internationaal debat over de rol van de pers in het Colombiaanse conflict en de manier waarop het conflict in de media wordt verslagen. Daarmee wordt de betekenis van de eerdere vrijlatingen feitelijk tenietgedaan en worden ontvoeringen weer als politiek drukmiddel gebruikt.

Reageer