In de nota Gemeentelijk grondprijsbeleid
1995, gepubliceerd in het Gemeenteblad 1994, bijlage W, dd.23-11-=94, staan de uitgangspunten voor een marktconforme
benadering vermeld.
De grondopbrengsten, lees huuropbrengsten, moeten dienen als instrument ter
verwezenlijking van beleidsdoelen: o.m. op het gebied van volkshuisvesting,
ruimtelijke ordening en economische ontwikkeling. Wanneer onvoldoende
opbrengsten worden gegenereerd, kunnen de ruimtelijke plannen in Amsterdam
niet worden gerealiseerd.
Het 'nieuwe' marktconforme
huurbeleid van de gemeente Amsterdam komt voort uit dit in 1994 door het
college en de raad genomen besluit:
-
de door het grondbedrijf beheerde panden van de gemeente voortaan
tegen een marktconforme prijs te verhuren.
-
De reden van het marktconforme
huurbeleid van de gemeente is de wens: "Duidelijk zicht te
krijgen op de feitelijke geldstromen."
Gemeentelijke panden tegen een
laag (niet marktconform) bedrag verhuren aan organisaties al dan niet met
een sociaal maatschappelijk belang moet gezien worden als een verkapte
subsidiëring en dat zit niet in de portefeuille
economische zaken.
Het marktconforme verhuren valt onder de wethouder van economische zaken en
het sociaal maatschappelijk belang hoort bij een andere wethouder.
Niet-commerciële sociaal- maatschappelijk georiënteerde organisaties
moeten bij een andere portefeuille aankloppen voor huursubsidie. Bij de
portefeuille van Welzijn of een huursubsidie-aanvraag richten aan
burgemeester Patijn. Hij heeft hier een potje voor.
Het gaat hier dan wel om een niet structurele subsidie, die jaarlijks
opnieuw aangevraagd moet worden. Organisaties moeten elk voor zich een
huursubsidie-aanvraag indienen.
De gevolgen van de marktconforme
huurverhoging zijn, bij ongewijzigd beleid en bij een negatieve beslissing
op ingediende bezwaarschriften, dat stichtingen van laagdrempelige sociaal
maatschappelijk betrokken organisaties, de huur niet meer kunnen opbrengen
en zich derhalve moeten opheffen.
Een verloop van zes jaar tussen besluit 1994 en uitvoering 2000 wordt
veroorzaakt door het formele traject, dat een besluit doorloopt, voordat een
beleidsbeslissing tot praktische uitvoering komt.
De huurcontracten voor de
periode ' 95-2000 waren de deur al uit.
Het tussentijds invoeren van het nieuwe beleid is niet gerealiseerd.
Het achterwege blijven van een vooraankondiging van een te verwachten
marktconforme huur en de daarmee gepaard gaande substantiële huurverhoging
van 200% en meer moet gezien worden als een schoonheidsfoutje.
|
Commentaar van het LAC
In het zittende college van B
& W zijn drie wethouders speciaal belast met de zorg voor de Binnenstad.
Het uitvoeren van het beleid hun specifieke portefeuilles m.b.t. heel
Amsterdam, kan niet synchroon lopen met de door hen te behartigen belangen
van de Binnenstad. Zo moeten zij
regelmatig tegengestelde belangen behartigen.
Voorbeelden:
- marktconform verhuren en
het
handhaven van organisaties
met sociaal-maatschappelijke
functies,
- het promoten van
eigen woningbezit en het
voorkomen, dat de Binnenstad
een 'yuppenburcht'
wordt,
- het realiseren van het
'IJ-oever-project'
en het behouden
in de Binnenstad van ruimten
voor organisaties met een
'broedplaats-functie'.
- een restrictief parkeer- en
verkeersbeleid voor de hele stad
en de bereikbaarheid van de
ondernemers in de Binnenstad
Portefeuille overstijgende
gevolgen van het beleid van de ene wethouder worden niet goed
doordacht. Daaruit voortvloeiende problemen blijven tussen de verschillende
portefeuilles hangen.
Pas als de betrokkenen/getroffenen luidruchtig aan de bel trekken wordt het
probleem wat heen en weer geschoven tussen de verschillende portefeuilles.
De consequenties van een beleidsverandering doordenken en voor de problemen,
die daaruit kunnen voortkomen, al op voorhand oplossingsmogelijkheden
bedenken, is kennelijk geen gewoonte.
Men denkt in delen. Elke
wethouder veegt haar/zijn eigen straatje schoon, veegt de rommel bij de
buren voor de deur en die rommel is zijn/haar 'pakkie-an'
niet.
De burgemeester is de enige functionaris, die het geheel in de gaten moet
houden; hetgeen een onmogelijke taak is.
Bij dit z.g. procedure-beleid bestaat geen/onvoldoende aandacht voor
inhoudelijk probleemoplossende maatregelen.
De algemeen aanvaarde gedachte, dat het geheel meer is dan de som der delen,
wordt in dit college van B & W niet in praktijk gebracht.
|