info noticiashome
  MILIEU LATINO terug naar Milieu Latino
Noticias
12-09-2006


Brazilië rijdt onder invloed

Overal is alcohol in het verkeer uit den boze. De Braziliaanse overheid is echter groot voorstander van de invloed van alcohol. In de motor welteverstaan. Miljoenen Brazilianen rijden op een mengsel van benzine en ethanol, een uit suikerriet gewonnen alcoholsoort. Ecologisch verantwoord, maar niet zonder risico’s voor mens en milieu.

Nergens ter wereld is het gebruik van biobrandstoffen zo populair als in Brazilië. Biobrandstoffen worden gewonnen uit dierlijk of plantaardig materiaal (biomassa’s) en kunnen fossiele brandstoffen zoals benzine of diesel vervangen. De meest gebruikte biobrandstof is ethanol dat ontstaat door het vergisten van suikerriet, maïs of andere plantaardige stoffen. Ethanol is niets anders dan de alcohol die in wijn, bier en sterke drank zit. Ethanol is toe te voegen aan benzine - tot 20 procent - zonder dat aanpassingen aan de motor nodig zijn.

In Brazilië rijdt 30 à 40 procent van de auto’s op een mix van benzine en ethanol. De populariteit van ethanol stijgt er snel. Drie jaar geleden is de flexifuel-auto geïntroduceerd. Deze speciale personenwagen rijdt op benzine, maar ook op mengsels van benzine met maximaal 85 procent ethanol. Bij de introductie waren drie van de tien nieuwe auto’s van dit type. Inmiddels is 70 procent van de nieuw verkochte auto’s van het flexifuel-type. Voor een volle tank met ethanol kunnen bestuurders terecht bij meer dan 30.000 pompstations verspreid over het land.

Internationale marktleider
Brazilianen consumeren niet alleen op grote schaal ethanol. Brazilië is na de Verenigde Staten ook ’s werelds grootste ethanolproducent. Braziliaanse distilleerders produceren samen met de collega’s uit de VS 79 miljoen liter ethanol per dag. Het Zuid-Amerikaanse land is echter de onbetwiste internationale marktleider. Door de jarenlange ervaring, het gunstige klimaat, de grootschalige productie en de inzet van goedkope seizoensarbeiders onder soms twijfelachtige arbeidsomstandigheden, kan geen land zo goedkoop produceren als Brazilië.

Deze gunstige marktpositie is een erfenis van de militaire dictatuur van de jaren zeventig. Generaal Ernesto Geisel besloot na de oliecrisis in 1973 de Braziliaanse afhankelijkheid van geïmporteerde olie te verminderen. Hij lanceerde het Proálcool-programma om de ethanolproductie op te voeren: gegarandeerde suikerprijzen spoorden grootgrondbezitters aan om meer suikerriet te planten; bedrijven kregen subsidies voor het bouwen van ethanoldistilleerderijen en autofabrikanten ontvingen belastingvoordelen voor het produceren van auto’s die op hoge percentages ethanol konden rijden. Tussen 1975 en 1979 steeg het wettelijk verplichte percentage ethanol in benzine van 10 naar 25 procent. Brazilië bespaarde zo miljarden aan de verminderde import van olie. Door de dalende olieprijzen kwam op den duur de klad in dit beleid. Brazilianen gaven meer en meer de voorkeur aan benzineauto’s. Halverwege de jaren negentig maakte het Ministerie van Financiën een einde aan de subsidies. Moeilijke tijden braken aan voor de ethanolindustrie.

De ommekeer kwam aan het begin van deze eeuw. Door gestaag stijgende olieprijzen werd ethanol opnieuw een betaalbaar alternatief voor benzine. In Brazilië is ethanol tegenwoordig 40 procent goedkoper. Met elke volle tank bespaart een Braziliaan ongeveer 15 euro. Vandaar de groeiende populariteit van ‘álcool’. Inmiddels kijkt de hele wereld naar Brazilië. In de zoektocht naar alternatieven voor steeds duurdere en schaarsere olie heeft het land een belangrijke troef in handen. Dit blijkt uit de explosief gestegen export van ethanol. In juli van dit jaar exporteerde Brazilië 568 miljoen liter ethanol, een verdubbeling ten opzichte van 2005. Bij de huidige hoge olieprijzen is het einde van de groei niet in zicht. De Braziliaanse overheid wil daarom investeren in de ethanolindustrie. Er zijn plannen om het aantal suikerrietplantages en ethanolfabrieken flink uit te breiden. Daarnaast bestuderen experts de aanleg van een speciale ethanolpijpleiding en zijn op zoek naar nieuwe markten en afnemers, de luchtvaart bijvoorbeeld.

Schone energiebron
Het succesverhaal van ethanol draait niet alleen om kostenbesparingen en winstmarges. Ethanol is een hernieuwbare energiebron. Anders dan fossiele brandstoffen is het niet vervuilend. Bij verbranding komt waterdamp vrij en evenveel CO2 (koolstofdioxide) als het suikerriet voordien op natuurlijke wijze heeft gebonden. Volgens experts kan grootschalig gebruik van ethanol het schadelijke effect van broeikas- en verbrandingsgassen met een derde terugbrengen. Ook uit dit oogpunt zet Brazilië aan tot het aanlengen van benzine met ethanol. En niet alleen in eigen land. In 2002 diende de Braziliaanse overheid tijdens de Wereldtop over Duurzame Ontwikkeling in Johannesburg een voorstel in voor een internationaal verdrag dat landen verplicht tegen 2010 minstens 10 procent van hun energie uit hernieuwbare energiebronnen te halen. Het vervangen van benzine door het milieuvriendelijke ethanol speelt daarbij een belangrijke rol.

Het Braziliaanse voorbeeld krijgt veel navolging in de regio. Cuba wil flink in de sector investeren: de huidige ethanolproductie van 270.000 tot 410.000 liter per dag moet omhoog naar 1,4 miljoen liter, met name voor de export. Hiervoor is echter wel een uitgebreide modernisatie nodig van de voorheen zo machtige suikerindustrie. Ook in Colombia wint ethanol snel terrein. Op 60 procent van het Colombiaanse grondgebied zijn tankstations verplicht benzine te mengen met 10 procent ethanol. Colombia distilleert dagelijks 900.000 tot 1 miljoen liter ethanol. Guatemala, El Salvador en Costa Rica beschikken eveneens over een aanzienlijke productiecapaciteit.

In Nederland staat het gebruik van biobrandstoffen nog in de kinderschoenen. Op last van staatssecretaris Van Geel (VROM), moeten vanaf 2007 Nederlandse benzine en diesel voor 2 procent bestaan uit biobrandstoffen. In juni van dit jaar is in Gorinchem het eerste pompstation geopend waar automobilisten ethanol kunnen tanken.

Verantwoord productiemodel
Bij het succes van ethanol, mag niet voorbij worden gegaan aan de discussie rond het productiemodel van deze biobrandstof. Voor de grootschalige productie van ethanol zijn vele miljoenen hectares landbouwgrond nodig. De stijgende vraag naar landbouwgrond leidt tot ontbossing, monocultuur, landonteigening en alle schadelijke sociaal-economische gevolgen voor de plaatselijke bevolking van dien. Bovendien zullen de prijzen van vlees en andere landbouwproducten stijgen, als landbouwgrond in toenemende mate wordt gebruikt voor de productie van biobrandstof, in plaats van voedsel.

Of ethanol dus werkelijk bijdraagt aan een schonere en rechtvaardiger wereld, hangt in grote mate af van de invoering van een verantwoord productiemodel gericht op duurzaamheid, eerlijke arbeidsomstandigheden en met oog voor lokale gemeenschappen. Een dergelijk model kan niet zonder bewuste consumenten. De techniek kan wellicht ook een handje helpen. Nieuwe technologieën moeten de ethanolopbrengst per hectare verhogen en de uitstoot van CO2 verder terugbrengen. Naar verwachting zullen in de toekomst ook andere gewassen geschikt zijn voor de productie van biobrandstoffen. Brazilië experimenteert al met slechte koffiebonen als grondstof voor biodiesel. Mits met mate en beleid maakt alcohol misschien meer goed, dan we dachten.

Bronnen:
www.nrc.nl, www.ipsnews.be, www.vrom.nl, www.peakoil.nl, www.rebelion.org,