Modelsteden ongrondwettelijk verklaard
Het hooggerechtshof in Honduras heeft afgelopen woensdag de bouw van 'modelsteden' ongrondwettelijk verklaard. De omstreden modelsteden zouden een aparte staat vormen binnen de Hondurese staat en 'geregeerd' worden door buitenlandse bedrijven.
Met eigen wetten en migratieregels, en een zelfgekozen belastingstelsel, onderwijssysteem en gezondheidszorg, zouden de modelsteden een hoge mate van autonomie hebben. Ze moesten ruimte bieden aan grootschalige industrie en tienduizenden arbeidskrachten aantrekken. De investeerders, voornamelijk buitenlandse bedrijven, zouden de regels bepalen. Iedere stad zou zo'n 33 vierkante kilometer omvatten en in eerste instantie gedurende tachtig jaar de vrije hand krijgen.
Het idee is afkomstig van de Amerikaanse econoom Paul Romer. 'In veel landen wordt economische groei geremd door slechte regelgeving', aldus Romer. 'Door modelsteden te bouwen, hoeven investeerders geen rekening te houden met de nationale wetten.' De econoom denkt dat goed functionerende privé-steden een katalysator vormen voor hervormingen in de rest van het land.
Romer's concept is nog nooit in de praktijk gebracht maar de econoom vond een groot medestander in de Hondurese president Porfirio Lobo. Direct nadat de linkse president Manuel Zelaya in 2009 is afgezet, en de rechtse Lobo het roer overnam, heeft de regering in het Centraal-Amerikaanse land stappen gezet om de bouw van de modelsteden mogelijk te maken.
De regering zei dat het experiment tienduizenden banen zou opleveren en zag de steden als nieuwe bestemming voor de 75 duizend Hondurese migranten die jaarlijks naar de Verenigde Staten proberen te migreren. Het moest een oplossing bieden voor de groeiende armoede en het extreme geweld in het land. Maar volgens tegenstanders zijn de enigen die van de modelsteden zouden profiteren de buitenlandse bedrijven en Hondurese elite.
'Honduras laat zich opnieuw koloniseren', zei Miriam Miranda, coördinator van de inheemse Garifuna organisatie Ofraneh toen het parlement in september instemde met de plannen. 'In plaats van de belangen van het Hondurese volk te behartigen, doet de regering ons land in de uitverkoop.'
Een van de steden stond gepland nabij Trujillo, een stad aan de Caraïbische kust. Het gebied waar de stad zou komen, is volgens de regering 'dunbevolkt' en de nabijheid van de Caraïbische Zee maakte het geschikt als uitvalsbasis voor internationale handel. 'Maar er wonen zo'n 50 duizend Garifunas en het is officieel inheems grondgebied', vertelt Miranda. 'Wij zijn nooit geraadpleegd over de plannen, terwijl de regering daar volgens internationale verdragen wel verplicht toe is.'
De organisatie organiseerde een serie activiteiten om de bevolking te informeren over de plannen en verzet te mobiliseren. 'Wij vrezen van ons land te worden verdreven, waar we na een lange juridische strijd weer zeggenschap over hebben gekregen in de jaren negentig', aldus Miranda in september.
De plannen riepen niet alleen bij de Garifunas weerstand op, ook uit andere hoek klonk kritiek. De Hondurese Vereniging van Juristen voor de Rechtsstaat diende een aanklacht in tegen de grondwetswijziging. Door Hondurees grondgebied ter beschikking te stellen aan buitenlandse bedrijven, wordt de nationale soevereiniteit aangetast, aldus hun kritiek. Slechte wetten moeten via het parlement worden aangepakt, niet door vrijstaten te creëren, zo vinden zij.
Op 17 oktober kregen de tegenstanders gelijk. Dertien van de vijftien rechters in het hooggerechtshof verklaarden de modelsteden ongrondwettelijk. Hiermee is het plan definitief van de baan en moet de Amerikaanse econoom Romer op zoek naar een nieuwe proeftuin.








Commentaar toevoegen