Latijns-Amerika in Beweging

Economie

woensdag, 20 juni 2012 20:21

Moordopdracht van Drummond

Door: Remco Bouma

De Amerikaanse kolenleverancier Drummond is medeverantwoordelijk voor 124 moorden. Nederland moet een onderzoek instellen naar de herkomst van de hier verstookte steenkool en stoppen met investeren in bedrijven die mensenrechten en het milieu schaden.

Dat zegt de Colombiaanse advocaat en vakbondsleider Francisco Ramírez. Ramírez is voorzitter van de verenigde vakbonden voor mijnwerkers in Colombia, het SUME. Ramírez is sinds achttien jaar actief in de vakbeweging van mijnwerkers in Colombia, maar ook goed thuis in het internationaal strafrecht. Vanuit die positie is hij een belangrijke pion geworden in onderzoek naar en juridische processen tegen Drummond en andere transnationale energieleveranciers die kolen en olie uit Colombia halen. Er zijn acht aanslagen op Ramírez’ leven gepleegd. Naar geen van de aanslagen is onderzoek gedaan – te gevaarlijk voor Justitie zelf, zegt de vakbondsleider.

Eind april was Ramírez in Nederland op uitnodiging van IKV Pax Christi. Hij probeerde er onder meer om de Nederlandse regering een onderzoek te laten instellen naar de herkomst van Nederlandse kolen. Uit onderzoek van SOMO (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen) blijkt dat de meeste kolen in Nederland uit Colombia komen. De meerderheid hiervan wordt geleverd door Drummond.

Een Netwerk-reportage over Drummond-steenkool leidde in juni 2010 tot de term ‘bloedkolen’ die Drummond zou leveren aan Nederlandse kolencentrales. Naar aanleiding hiervan startten de energiebedrijven een dialoog met Nederlandse NGO’s en vertegenwoordigers uit de mijnbouw, maar die heeft tot nu toe geen resultaat opgeleverd. De Nederlandse energiebedrijven, verenigd in EnergieNed, zeiden op 29 juni 2010 in de Volkskrant dat "het niet eenvoudig is als partij aan het eind van de keten verantwoordelijkheid voor de hele keten te nemen en te waarborgen. In de winning, levering en het gebruik hebben verschillende partijen hun eigen verantwoordelijkheid." EnergieNed vertrouwt erop dat de hele keten die neemt.

Vermoord in opdracht
Volgens Ramírez is dat uitdrukkelijk niet het geval. Hij vertelt hoe twee mede-vakbondsleden op 21 maart 2001 na een werkdag in de Drummond-mijn La Loma op weg naar huis waren, toen de bus waarin het mijnpersoneel werd vervoerd, gestopt werd door een groene pickup met zes gewapende mannen. Valmore Locarno wordt ter plekke doodgeschoten. Collega Victor Orcasita wordt meegenomen, gemarteld, en een paar dagen later dood langs de weg gevonden. Beiden hadden een bijeenkomst georganiseerd over mensenrechten en de mijn. Jaren na de moord hebben inmiddels teruggetrokken paramilitairen getuigd dat de opdrachtgever tot de moorden Drummond was.

Als Locarno en Orcasita zijn er nog vele anderen geweest, zegt Ramírez. Vermoord door paramilitairen, die werden gefinancieerd door Drummond. Allen waren ze actief in de vakbond of kwamen ze op voor de belangen van mijnwerkers. Ramírez heeft van de nabestaanden van 124 slachtoffers de getuigenissen verzameld en heeft getuigenissen van ex-paramilitairen en zelfs van voormalig medewerkers van Drummond. De rechtszaak, waarin Drummond wordt aangeklaagd voor 1100 moorden, dient in augustus in Alabama.

Afgeperst
"Na aankomst in Colombia, in 1985, werd Drummond vrijwel onmiddellijk afgeperst door de guerrilla," vertelt Ramírez. "Een jaar later stonden de mijn en de transporten onder bescherming van paramilitairen." Paramilitairen zijn privé-milities die ontstonden om bescherming te bieden tegen linkse rebellen en zich door grootgrondbezitters en ondernemingen lieten inhuren. De legers werden niet gecontroleerd en mengden zich al snel in elke sector waar geld te verdienen was, bijvoorbeeld de drugshandel, wapenhandel en moordopdrachten. Eind jaren ’90 veroorzaakten de paramilitairen meer moorden dan de guerrilla die ze hadden moeten bestrijden. In 2005 zijn is de overkoepelende paramilitaire beweging AUC na een akkoord met de regering officieel ontmanteld. Uit de gefragmenteerde kartels zijn geheel nieuwe allianties ontstaan, waarin gedeeltelijk ex-paramilitairen actief zijn. Hun werkwijze is anders. Waar de AUC berucht was om grootschalige terreur, kiezen de neo-paramilitairen of bancrims (de term die de regering gebruikt, naar bandas criminales) doelbewust hun slachtoffers uit. Als gevolg hiervan is ook het geweld in de regio Guajira / Cesar afgenomen, waar Drummond opereert. Grootschalige terreur is sterk afgenomen, maar selectieve bedreigingen en moorden houden aan.

In Colombia vormt het bestaan van paramilitairen, enorme grondstoffenvoorraden en vruchtbare grond een explosieve combinatie, omdat belanghebbenden de paramilitairen kunnen inhuren het gebied te controleren of ontruimen. De afgelopen twintig jaar zijn er tussen de 3,4 miljoen (officiële schatting) en vijf miljoen (officieuze schatting) mensen gewelddadig van hun land verdreven, bijvoorbeeld omdat het ontwikkeld ging worden voor palmolieplantages of mijnbouw. Omdat het vaak paramilitairen zijn die de wreedheden begaan, blijft het onbekend of er een externe opdrachtgever is of paramilitairen simpelweg hun eigen territorium uitbreiden.

Eigen kartel
Volgens Ramírez heeft Drummond halverwege de jaren ’90 een eigen paramilitair kartel opgezet, Juan Andrés Álvarez. Dat beveiligde officieel zowel de kolenmijn als de kolentransporten naar de haven via een spoorlijn, gevoelig voor aanslagen. In de lezing van Ramírez heeft de eenheid echter 1100 moorden uitgevoerd rondom de mijn, spoorlijn en de haven, - 600 in de provincie Cesar en 500 in Magdalena. Het front vergde een eenmalige investering van anderhalf miljoen dollar en een maandelijkse financiële injectie van 100.000 tot 150.000 dollar.

Ramírez rekent voor dat de opbrengsten beduidend hoger zijn. Door bedreigingen en selectieve moorden op actieve vakbondsmensen kan Drummond de productiekosten (lonen, arbeidsomstandigheden) laag houden. Daarnaast beweert Ramírez dat Drummond, via de infrastructuur van de paramilitairen, ook cocaïne verscheepte naar Europa en de VS. De opbrengst werd onder de partijen verdeeld. Paramilitairen kunnen bevolking die ze controleren bovendien dwingen tijdens verkiezingen hun stem uit te brengen op Drummond-gezinde kandidaten. Op lokaal en regionaal niveau werd het bedrijf daardoor geen strobreed in de weg gelegd, zegt Ramírez, terwijl op nationaal niveau president Uribe de internationale investeringen verwelkomde in nauwe samenwerking met voormalig president Bush van de VS. Drummond heeft de mijnen La Loma en El Descanso in eigendom. Met twee miljard ton aan kolenreserves ligt hier de grootste bekende steenkoolreserve van de wereld.

De beschuldigingen zijn fors, maar nooit onderschreven door een rechter. In eerdere zaken die Ramírez tegen Drummond opende, is het bedrijf altijd vrijgesproken wegens gesprek aan bewijslast. "De rechter die onze zaak in Alabama deed, was benoemd door Bush, wiens campagne mede door Drummond wordt betaald," zegt Ramírez. In Colombia komt een rechtszaak evenmin van de grond. Zeven leden van een onderzoeksteam van het Colombiaanse Openbaar Ministerie zijn vermoord tijdens een onderzoek naar een aan Drummond gerelateerde misdaad. Ook een rechter uit Santa Marta en een openbare aanklager uit Becerril, vlakbij de mijn, zijn vermoord. "Drummond is een criminele organisatie," zegt Ramírez.

Chiquita
Met Drummond staan een aantal andere multinationals in de beklaagdenbank voor vergelijkbare praktijken, als Coca-Cola, Chiquita, Dole en Delmonte. Tegen de laatste drie loopt een zaak, geleid door de de Amerikaanse mensenrechtenadvocaat Terry Collingsworth, met wie Ramírez samenwerkt. De bananenondernemingen zouden een paramilitaire eenheid gecreëerd die 11.147 mensen vermoord zou hebben en de rond de 800.000 mensen van hun huis verdreven, met name voor uitbreiding van de plantages. Chiquita is in 2007 in de VS veroordeeld al eens voor het financieren van de AUC met 1,7 miljoen dollar, tot een boete van 25 miljoen dollar. Volgens Chiquita was dit noodzakelijk smeergeld, een voorwaarde om in het gebied te kunnen opereren. Het actief vormen van een paramilitair kartel en die opdracht geven tot moorden en landonteigeningen is echter een veel zwaardere aantijging, zegt Ramírez, die ook vele malen zwaarder bestraft zou moeten worden.

Zolang Drummond niet veroordeeld is, hoopt Ramírez op een importstop van de kolen, zoals een bedrijf in Denemarken heeft gedaan. Het parlement heeft de inkoop van Drummond-kolen daar voor twee jaar verboden.

Dialoog
In Nederland is een in 2010 geopende dialoog met de energiebranche zonder resultaat gebleven. Volgens Nederlandse energiebedrijven zou transparantie op projectniveau hun concurrentiepositie verzwakken. Ook is volgens de bedrijven is niet altijd te achterhalen waar de kolen vandaan komen, omdat die geleverd worden via tussenleveranciers.In januari 2012 oordeelde SOMO (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen) dat er nog steeds geen vooruitgang was geboekt.
Volgens analist Joseph Wilde trekt de branche bewust rookgordijnen op om geen informatie te hoeven geven. "Ze verschuilen zich achter contractuele bepalingen met de mijnbouwbedrijven,"zei hij op 24 januari in de Volkskrant. "Maar het zijn de energiebedrijven zelf die deze non-disclosure clausules in de contracten opnemen." En: "We hebben zelf veel meer informatie kunnen achterhalen dan de bedrijven te zeggen kunnen prijsgeven."

De Volkskrant, 24 januari 2012. Herkomst kolen blijft schimmig – Michael Persson.

De Volkskrant, 21 september 2010. Niemand wil stroom van bloedkolen. Interview: Frans Heemskerk werkt aan dialoog over steenkoolproductie – Kim van Keken.

De Volkskrant, 29 juni 2010. EnergieNed onderzoekt herkomst van steenkool - Michael Persson.

 

Reageer