Chronologie
1973: Juan Perón wint
de verkiezingen met 62 procent van de stemmen.
1974: Perón overlijdt
en zijn weduwe Isabelita neemt de macht over. Economische regressie en
toename van geweld van diverse kanten. De extreemrechtse Triple A, onder
leiding van José López Rega, doodt diverse leiders van linkse bewegingen
en vakbonden. Rega is de vertrouwensman van Isabelita en hoofd van het
Ministerie van Sociale Zaken.
1976: Het leger zet Isabelita af en stelt een militaire junta in.
Generaal Videla, admiraal Massera en brigadier Agosti vormen de regering.
Die ontbindt het Congres en verbiedt politieke en vakbondsactiviteiten. De
repressie van tegenstanders begint. Jorge Zorreguieta wordt staatssecretaris
van Landbouw.
1977: De Junta oefent een wreed offensief uit tegen alle
tegenstanders in een periode van moorden, martelingen en verdwijningen. De
doodstraf wordt ingesteld voor daden van terrorisme, subversie en
ontvoering. In december is er sprake van 25 duizend verdwenen personen.
1979: Videla keurt de wet goed die vastlegt dat verdwenen
personen dood zijn, zonder dat hun lijken gevonden zijn. Zorreguieta is
inmiddels minister van Landbouw.
1980: De Junta verwerpt het rapport van de Inter-Amerikaanse
Commissie voor de Mensenrechten. Videla gebruikt de term ‘vuile oorlog’
om de strijd tegen de zogenaamde subversie te rechtvaardigen.
Maart 1981: Viola volgt Videla op als president en belooft een
dialoog met de oppositie te beginnen.
Dec. 1981: Galtieri wordt president. Economische situatie is
hopeloos en angst voor de militairen neemt af.
April 1982: Galtieri beveelt het leger de Malvinas in te nemen,
in de hoop de nationale eenheid te herstellen. Twee maanden later
capituleert het leger voor Engeland. Generaal Bignone volgt Galtieri op,
herstelt de politieke partijen en schrijft verkiezingen uit.
Oktober 1983: Raúl Alfonsín wordt president. In ’84 tekent
hij de vrede met Engeland en een jaar later lanceert hij een plan voor
economisch herstel van de crisis, die onder Perón was ontstaan en onder de
Junta was verhevigd. Het rapport Nunca Más (Nooit Meer) verscheen, waarin
9000 gevallen van verdwijning werden gedocumenteerd en de vormen van
repressie werden beschreven.
1985: Rechtszaak tegen de voormalige leiders van de eerste drie
militaire junta’s van de dictatuur. Videla en Massera worden tot
levenslang veroordeeld.
1986: Alfonsín ondertekent de omstreden wet Punto Final
(Eindpunt), die een tijdelijke limiet stelt aan strafzaken tegen militairen.
Binnen 60 dagen moeten aanklachten worden ingediend.
1987: Na een mislukte militaire opstand o.l.v. Aldo Rico, keurt
Alfonsín de wet Obediencia Debida (Verplichte Gehoorzaamheid) goed, die
lagere officieren onder de dictatuur amnestie verleent. Stakingen en
protesten tegen lage salarissen en sociale wantoestanden nemen toe.
Mei 1989: De peronist Carlos Menem wint de verkiezingen.
Dec. 1990: Menem verleent gratie aan Videla, Massera en de andere
veroordeelden uit 1985. Zeventig procent van de Argentijnen is tegen deze
gratie. Menem wordt vijf jaar later herkozen als president.
Okt. 1997: Het peronisme is failliet en men komt terug van het
hellende beleid van Menem, dat tot talrijke privatiseringen van
staatsbedrijven had geleid.
Maart 1998: Het Parlement herroept de wetten Punto Final en
Obediencia Debida, echter zonder terugwerkende kracht.
Okt. 1999: Fernando de la Rúa wint de presidentsverkiezingen.
2000: Twee grote algemene stakingen als protest tegen lagere
salarissen en belastingverhogingen, ten gevolge van de aanpassing aan de
eisen van het IMF.
Okt. 2000: Het Centro de Estudios Legales y Sociales
(onderzoeksinstituut) verzoekt de ongeldig-verklaring van de twee
amnestiewetten n.a.v. een zaak van ontvoering van een dochter van een
verdwenen echtpaar.
Maart 2001: Rechter Gabriel Cavallo verklaart de wetten Punto
Final en Obediencia Debida voor ongeldig.
(Bron: El País, 24/03/2001)