Mensenrechten
actueler dan ooit
De Dwaze Moeders van het Plaza de
Mayo in Buenos Aires zijn genoeglijk bekend. Minder bekend zijn de negen
mensenrechtenorganistaies die op nationaal niveau in Argentinië actief
zijn. Eén van deze organisaties is de Movimiento Ecuménico por los
Derechos Humanos, een oecumenische organisatie met afdelingen door het hele
land. De Nederlandse Alieda Verhoeven en de Argentijnse María del Carmen
Gil Camin waren in Nederland om steun te zoeken voor de mensenrechten
Door
Maja Haanskorf
Sinds de oprichting in februari 1976
ijvert de oecumenische organisatie voor de mensenrechten (MEDH) voor
opheldering van het lot van de slachtoffers van de junta en voor berechting
van de schuldigen. De Nederlandse Alieda Verhoeven was één van de
oprichtsters en is verbonden aan de afdeling in Mendoza, in het westen van
het land. Samen met Maria del Carmen Gil Camin bezocht zij ons land op
uitnodiging van de initiatiefgroep Solidariteit met Argentinië Juist Nu
(zie kader). Verhoeven: “Al langer ben ik actief met mensenrechten, al van
voor de coup in Argentinië. Sinds 1968 werk ik in Mendoza, eerst als diaken
en nu als vicaris van de Methodisten. Ik was overigens de eerste vrouw in
het ambt. Omdat Mendoza dé doorgang van Chili naar Argentinië is, kwamen
er veel politieke vluchtelingen uit Chili. Die klopten bij ons aan om hulp.
Daarom hebben we in 1973 een
speciaal comité opgericht onder de camouflage-naam Oecumenisch Comité voor
Maatschappelijke Hulp. Evengoed werd er op 5 december 1975 een bom geplaatst
in ons kantoor. Het was natuurlijk zo subversief als wat in de ogen van de
machthebbers. Toen in 1989 de meeste Chilenen weer terug konden naar hun
land hebben we dit comité opgeheven. Intussen bestond sinds 1976 de MEDH en
in de beginjaren was dat bijzonder riskant. Ik ben zelf ternauwernood aan
ontvoering ontsnapt. Ik zou in 1977 naar Nederland gaan,
toen er vreemde telefoontjes van het reisbureau kwamen. Dat er iets
gecontroleerd moest worden. Ik ben toen meteen vertrokken, met hulp van
ambassadeur van de Brandeler.
Maria del Carmen Gil de Camin, beter
bekend als Pocha, meldde zich in 1980 bij de organisatie. “Ik ben
afgestudeerd als maatschappelijk werster en heb altijd als zodanig gewerkt.
In 1978 zijn mijn neef en zijn zoon verdwenen. Dat was voor mij de reden dat
ik actief wilde zijn voor de mensenrechten. Iedereen zweeg erover, er was
zo’n angst. Niet veel later raakte ik mijn baan kwijt.” Ook Verhoeven
kreeg te maken met verdwijningen. “Op 1 januari 1977 verdween een goede
vriend van mij, de rector van de universiteit in San Luís. Er is nooit meer
iets van hem vernomen.” Voor beiden is het zoeken naar de waarheid en de
berechting van de schuldigen de drijfveer voor hun werk. Hoe langzaam dat
ook gaat. Pocha de Camin: “Tijdens de jaren van de junta was ons werk
geheel clandestien. Toen, bij de invoering van de democratie, waren we
euforisch en vol hoop. Alle schuldigen, militairen en burgers, zouden
berecht worden. Met die belofte werd Alfonsín in 1983 tot president
gekozen. Daar kwam weinig van terecht. Zijn amnestiewetten brachten ons tot
wanhoop.” Veel financiële steun ontvingen de mensenrechtenorganisaties
niet. Argentinië werd en wordt geacht rijk genoeg te zijn om zichzelf te
bedruipen. Verhoeven: “Alsof dat voor mensenrechtenorganisaties zou
gelden. Bovendien raakte het land steeds verder in het slop. Het doel van de
dictatuur was immers geweest om een economisch systeem in te voeren dat
uitsluitend ten goede kwam aan de klasse van grootgrondbezitters. Ondanks
alles zijn de mensenrechtengroepen doorgegaan en dat begint nu vruchten af
te werpen. De recente uitspraak van rechter Cavallo, dat de amnestiewetten
ongeldig zijn, is zo’n overwinning. Het opent mensen de ogen.” “Als je
nu luistert”, vult Camin aan, “hoor je overal mensen praten over de
straffeloosheid. Er zijn programma’s op de radio, de tv en in bladen
verschijnen artikelen. Alleen al in Mendoza hebben veertig families een
aanklacht ingediend.”
Bewustzijn
groeit
Camin: “Kijk alleen al naar de massale
betogingen ter gelegenheid van de 25e verjaardag van de coup,
afgelopen maart. Er waren speciale schoolprogramma’s, bijeenkomsten in
ziekenhuizen, op faculteiten en bij vakbonden. De Moeders van het Plaza de
Mayo organiseerden een festival, waaraan 35 duizend mensen deelnamen. De
mensenrechtenorganisaties organiseerden een volksmars onder de leus “Tegen
de honger, de werkloosheid en de straffeloosheid”, waaraan 203
groeperingen deelnamen uit diverse sectoren van de maatschappij.”
Opvallend is de inbreng van jongeren, die groter is dan ooit tevoren.
Verhoeven: “Veel jongeren zijn gedesillusioneerd geraakt. De werkloosheid
is groot, de economie ligt in puin. Maar ze laten zich niet meer de mond
snoeren. Zoals de organisatie HIJOS, kinderen van verdwenen personen. Het
zijn nu niet meer alleen de moeders en grootmoeders die naar hun kinderen
zoeken, maar kinderen die naar hun verdwenen ouders zoeken. Ze hebben nieuwe
strijdmethoden ontwikkeld, met inachtneming van het democratisch systeem: de
escraches. Ze houden manifestaties
voor de deur van een onderdrukker en verven de naam van de bewoner op
het huis. Een groot aantal buren en stadsbewoners juicht de escraches
toe.” Camin: “Er zijn nu ook meer mogelijkheden gekomen. De MEDH heeft
advocaten die onderzoek doen en de hele weg naar een aanklacht begeleiden.
Ook al zijn er nog veel rechters uit de dictatuur, er zijn nu ook anderen,
zoals Cavallo. Daar komt nog bij dat de militairen bang gaan worden. Er zijn
er al zo’n zevenhonderd die bij de CELS ( Centro de Estudios Legales y
Sociales) hebben gevraagd of er op hun curriculum verdachte zaken voorkomen.
Ze willen niet publiekelijk beschimpt worden. En jongere militairen distantiëren
zich van de ouderen.”
Internationaal
Beiden benadrukken hoe belangrijk
internationale steun voor mensenrechten is. Camin: “Natuurlijk is
internationaal strafrecht aanvullend op de nationale rechtspraak. Maar het
is belangrijk dat er een mogelijkheid bestaat schuldigen van schendingen van
mensenrechten te vervolgen in andere landen, als in het eigen land daartoe
de structuur ontbreekt. In meerdere landen zijn er nu processen gaande tegen
Argentijnse militairen. In Frankrijk is Astíz veroordeeld, in Italië Suáres
Mason, in Zwitserland worden Videla, Massera en Agosti vervolgd en in Mexico
is Miguel Cavallo aangehouden met het oog op zijn uitlevering aan Spanje.
Dit alles heeft meegewerkt aan wat de Inter-Amerikaanse
Mensenrechtencommissie het ‘universele rechtsbewustzijn’ noemt. Het
maakt duidelijk dat misdaden tegen de menselijkheid overal ter wereld worden
begaan en dat daarvoor geen verjaring of pardon bestaat. Bovendien is de
Argentijnse regering nu ook
vatbaarder voor druk. We hebben een democratie en dat betekent tenslotte
participatie. Daar kan ze niet meer onderuit.”
Verhoeven en Camin zijn optimistisch over de
toekomst. “Anders zouden wij met dit werk niet doorgaan. Uiteindelijk
zullen de schuldigen van de genocide verantwoording moeten afleggen voor hun
misdaden.”