MENSENRECHTEN:
Straffeloosheid
Door Peter Gelauff
‘Ze
hebben de Bok gedood!’
In Santo Domingo op het eiland Hispaniola
in de Caribische Zee wordt een vreemde merengue gezongen, een herinnering
aan het einde van een afschuwelijke periode uit de geschiedenis van het
land: ‘De bevolking viert / op de dertigste mei / met groot enthousiasme /
het Feest van de Bok’. De Bok met een hoofdletter. De bijnaam, de
scheldnaam van de man die er dertig jaar lang met harde hand en
onbarmhartige wreedheid zorg voor droeg dat het land een gewillige prooi was
van de Noordamerikaanse United Fruit: Zijne Excellentie, De Weldoener, de
Vader des Vaderlands, Doctor Rafael Leonidas Trujillo Molina, alias De Bok.
De Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa schreef er zijn laatste
roman over: ‘Het Feest van de Bok’. Aan de hand van de herinneringen van
een Dominicaanse vrouw roept de schrijver de laatste dagen en weken op
voorafgaand aan de aanslag, de tirannenmoord die op 30 mei 1961 een einde
maakt aan het leven van Trujillo en aan dertig jaar meedogenloze
onderdrukking.
Operette-generaals
werden ze glimlachend, geringschattend, vertederd zelfs genoemd, de
opgeblazen mannetjes in hun protserige uniformen, die in de jaren
vijftig ons beeld van Latijns Amerika bepaalden. Alsof het allemaal zo erg
niet was, het was toch een vrolijk volkje daar, zon, zee, muziek, één
‘dolce far niente’ en ach, die generaals, die hoorden bij de folklore.
Zo werd graag verteld althans. De Chileense dichter Pablo Nerudazag dat
anders in zijn Canto General, de ode aan het Latijnsamerikaanse continent.
Verontwaardigd haalt hij uit naar het internationale kapitaal, dat ‘haat
zaaide en tot rust en orde/ dictatoren opriep, als zwermen vliegen:/
Trujillo-vliegen, Tacho-vliegen,/ de Carías- en Martínez-vliegen,/ de
Ubico-vliegen, vliegen druipend/ van het bloedbad van de kleine man,/(…)/
circusvliegen en geleerde vliegen,/ specialisten in de tirannie’
Operette-generaals?
Ik zal niet ingaan op de
verschrikkingen, de ondenkbare martelingen, het onmenselijk sadisme waarmee
de zoons van Trujillo, zijn clan, zijn geheime dienst de moord op de
dictator indertijd hebben gewroken. In de landen van Latijns Amerika
is wreedheid en willekeur altijd al het prerogatief van de rijken en
machtigen geweest. Maar, hoe ongelooflijk ook, ze zijn er mee weggekomen. De
zoons en broers en handlangers van Trujillo - door hun vereerde broer,
vader, weldoener bij leven allen bedacht met hoge militaire rangen, hebben
de macht aan een burgerregering over gedragen op voorwaarde dat zij nooit
verantwoording zouden hoeven af te leggen voor hun beestachtigheid, dat zij
straffeloos zouden mogen gaan. Operette-generaals! Ze hadden slechts hun rol
gespeeld, hun stuk viel niet langer in de smaak, dus konden ze het toneel
verlaten. Ongestraft.
Maar
het systeem werd geperfectioneerd en over het hele continent verspreid. Waar
armen en uitgebuitenen hun stem verhieven, organisaties vormden, langs de
weg van de opstand of die van de stembus hun rechten zochten, streken de
vliegen neer. De Figuereido- en Videlavliegen, de Pinochet- en de
Maseravliegen, zetbazen van de vrije markt. Ze moordden, martelden en
verkrachtten, met ijzeren vuist hielden zij de zoekers naar gerechtigheid
eronder, terwijl economen en juristen alle ruimte kregen om een
rechtssysteem te bouwen waarin het recht van de sterkste werd geïnstitutionaliseerd,
onrecht en ongelijkheid bij wet werden vastgelegd. En toen uit naam van de
machtigen en de rijken de liberale orde eenmaal was hersteld en alle
garanties waren ingebouwd dat de armen nooit meer hun stem zouden
kunnen/durven verheffen, toen eisten de vliegen als beloning voor hun
kunsten de vrije aftocht om zich ongestraft in hun kazernes terug te kunnen
trekken. ‘Als jullie, burgers, ooit zouden vinden dat wij in dienst van
het Vaderland jullie wetten, die niet de onze zijn, overtreden hebben, dan
bepalen wij hierbij en dwingen op straffe van een nieuwe machtsgreep af dat
die overtredingen ons niet zullen worden aangerekend, dat we er niet voor
berecht kunnen worden, dat we er nooit en te nimmer voor kunnen worden
bestraft!’
Amnestiewetten
In de voorheen dictatoriaal
geregeerde landen van Latijns Amerika zijn uiteenlopende maatregelen genomen
, waardoor die landen zich feitelijk onttrekken aan de internationale
verplichting om ernstige schendingen van de mensenrechten te vervolgen en te
berechten. De meest bekende daarvan zijn amnestie- en kwijtscheldingswetten,
uitgevaardigd door ófwel de dictatoriale regiems zelf ófwel de
democratisch gekozen regeringen die de dictaturen hebben afgelost. Daarnaast
kunnen (ex-)militairen die beschuldigd worden van schendingen van de
mensenrechten vaak alleen door militaire rechtbanken berecht worden. Ook is
in veel nationale wetgevingen de Doctrine van de Nationale Veiligheid
zodanig verankerd dat de strijdkrachten iedere poging van de politiek of van
de rechterlijke macht om op zoek te gaan naar waarheid en gerechtigheid
kunnen verijdelen met een beroep op de nationale veiligheid. Frustrerend in
dat opzicht is overigens dat de meeste ‘democratische’ regeringen, uit
angst dan wel uit overtuiging, zelf weinig moeite doen om de straffeloosheid
aan te pakken en zelfs vaak in de bres springen voor officieren tegen wie
aanklachten voor schendingen van de mensenrechten worden ingediend.
Chili
Maar
hoe moet het dan verder met een samenleving waarin het rechtssysteem van de
een niet dat van de ander is? Waarin één groep zich het recht mag
voorbehouden met alle middelen, tot de meest onmenselijke vormen van geweld
aan toe, haar voorrechten te verdedigen terwijl de rest met wetten en
geboden de mond wordt gesnoerd. Laten we voor het gemak eens kijken wat er
met zo’n land gebeurt. Chili, iedereen bekend. Honderdduizenden politieke
gevangenen en ballingen tijdens de dictatuur van Pinochet; tienduizenden
door marteling geestelijk of lichamelijk voor het leven getekend; duizenden
vermisten, ook nu nog steeds vermist. Het regiem komt aan zijn eind omdat de
dictator zich in 1988 verkijkt op zijn eigen populariteit en bij een
volksstemming het onderspit delft. Een op maat gesneden grondwet, een
amnestiewet én onverholen dreiging met nieuw geweld bieden het leger echter
een vrije aftocht. Opeenvolgende regeringen durven Pinochet geen rekenschap
te vragen voor de misdaden van zijn regiem. Als tien jaar later een Spaanse
rechter hem op grond van internationale rechtsspraak in Londen laat
arresteren, beweegt de Chileense regering uit angst voor een nieuwe
vliegenplaag hemel en aarde om de ex-dictator weer heelhuids in Chili terug
te krijgen, wat haar – schande zij de Engelse regering! – uiteindelijk
ook lukt. Een Chileense rechter waagt het manmoedig om Pinochet in Chili
zelf voor het gerecht te dagen en vanaf dat moment is hij zijn leven niet
meer zeker. En niet een maffiabende heeft het op hem gemunt, maar leger,
politie en politieke partijen die zeggen de democratie te dienen.
In
dit Chili van de ongelijke rechten moeten de twintig armste van iedere
honderd inwoners het stellen met het inkomen van vijf, terwijl de twintig
rijksten voor vijftig consumeren. Na Brazilië is Chili, het
wonderkind uit de school van de vrije markt, daarmee het land met de
grootste inkomensverschillen van Latijns Amerika. In dit Chili heeft
de militaire rechtbank de bevoegdheid burgers te berechten en belanden
indiaanse leiders in de cel omdat zij proberen de rechten op hun eigen
landbouwgronden uit te oefenen. In dit Chili werd vorig jaar een zwartboek
over de Chileense justitie verboden en is de auteur wegens bedreigingen
tegen haar leven naar het buitenland gevlucht. In dit Chili zit een
zekere Marcela Rodríguez een gevangenisstraf van twintig jaar uit terwijl
ze de medische verzorging ontbeert die zij dringend nodig heeft omdat zij,
tien jaar geleden in haar rug getroffen door een politiekogel, verlamd is en
een uitermate gecompliceerd ziektebeeld vertoont.
‘Nationale
veiligheid’
Democratie en
straffeloosheid zijn intrinsiek onverenigbaar. Wil een samenleving
democratisch functioneren dan moeten haar wetten gerespecteerd worden;
iedereen moet gelijk zijn voor de wet en de wet moet gelijk zijn voor
iedereen. Is dat niet zo dan ontstaat er een klimaat van cynisme en
minachting voor de wet. Dat is wat we in feite in Latijns Amerika ook kunnen
zien gebeuren. Bovenop de trauma’s van het redeloos geweld van de
militaire dictaturen komt nu het trauma van het geïnstitutionaliseerde
onrecht, waar ook de ‘democratische’ overheid geen bescherming tegen
biedt. Het cynisme en de het gevoel van onveiligheid die daar het gevolg van
zijn genereren op hun beurt afnemend respect voor de wet, afnemende
tolerantie jegens elkaar, geweld en anarchie. Kwalen die vreten aan de
fundamenten van de democratische stabiliteit van een samenleving.
Erg genoeg is dit precies
wat de ontwerpers van de doctrine van de ‘Nationale Veiligheid’ in de VS
van de jaren ’70 voor ogen heeft gestaan. Die doctrine gaat ervan uit dat
in de buitenlandse politiek niet de geldigheid van de mensenrechten
doorslaggevend is, maar de pure macht. In zijn doctoraalthesis ‘A World
Restored: The Politics of Conservatism in a Revolutionary Age’ schrijft de
architect van deze theorie, de latere Minister van Buitenlandse Zaken van de
VS Henry Kissinger, in 1964 letterlijk: ‘Legitimiteit, zoals wij die hier
verstaan, moet niet verward worden met gerechtigheid. Legitimiteit betekent
niet meer dan dat er internationale overeenstemming bestaat over het
karakter van functionele regelingen en over de aanvaardbaarheid van
doelstellingen en methodes van de buitenlandse politiek.’ In Kissingers’
visie zijn sociale en economische mensenrechten lastige consequenties van
zwakke regeringen, die de maatschappelijke en economische besturing van de
samenleving bemoeilijken. De vrije-markt economie, wordt tot ideologie
verheven en komt in botsing met de ideologie van de mensenrechten. In de
optiek van Kissinger en zijn volgelingen (i.c. de Latijnsamerikaanse
dictatoren) moeten de mensenrechten wijken voor de economie. Straffeloosheid
is daarin een sleutelelement, een vereiste van de markt. Zouden de
schendingen van de mensenrechten bestraft kunnen worden, dan zou de economie
zich niet vrijelijk kunnen ontwikkelen, hetgeen uiteindelijk ten koste van
de vrije markt zou gaan. De vrijheid van de markt tegenover de rechten van
de mens.
Internationale rechtsorde
Een ingewikkeld probleem in
de discussie vormt de dreiging met nieuw geweld van de kant van de
voormalige machthebbers. Dat brengt hun democratisch gekozen opvolgers in de
onmogelijke positie enerzijds de rechtsstaat te willen herstellen, waar
straffeloosheid dus niet in thuis hoort, en anderzijds geen militaire
represailles te willen riskeren, die hen als een zwaard van Damocles boven
het hoofd hangen op het moment dat zij serieus iets aan die straffeloosheid
zouden willen doen. Sinds kort lijkt de internationale samenleving daarin
een helpende hand te willen bieden.
Met zijn bevel tot
aanhouding van Pinochet maakte de Spaanse rechter Garzón ernst met de
bepalingen uit de Internationale Conventie tegen Martelingen van 1984, dat
iedere staat gerechtigd, ja zelfs gehouden is schuldigen aan
schendingen van de mensenrechten uit derde landen te vervolgen, indien zij
in eigen land voor diezelfde misdaden niet vervolgd (kunnen) worden.
De stap van rechter Garzón
heeft belangrijke precedenten geschapen op het terrein van het
internationaal recht. Zo werd voor het eerst gerechtelijk vastgesteld dat
een land (in dit geval Groot-Brittannië) op grond van een internationale
conventie verplicht is verdachte folteraars uit te leveren. Ten tweede droeg
het Spaanse uitleveringsverzoek bij tot de erkenning van de doctrine van de
zogeheten indirecte ‘commando-keten-verantwoordelijkheid’ voor
schendingen van de mensenrechten, zoals vastgesteld na de Tweede
Wereldoorlog in Neurenberg. En ten derde oordeelde het Britse hof dat ook
voormalige staatshoofden vervolgd kunnen worden voor schendingen van de
mensenrechten onder hun regime.
Daartegenover staat dat ook
een fundamentele zwakte in de geldende internationale rechtsgang werd
blootgelegd. Politieke of andere (bijv. economische) belangen tussen de
landen, die bij het verkrijgen van de jurisdictie over en vervolging van
schenders van de mensrechten betrokken zijn, kunnen tot politieke afbreking
van de rechtsgang leiden, zoals het geval was bij het verzoek tot
uitlevering van Pinochet. Alle ontkenningen ten spijt is helder komen vast
te staan dat de regeringen van Engeland, Spanje en Chili, op het moment dat
bleek dat de uitlevering van Pinochet door Engeland aan Spanje juridisch
niet meer tegen te houden viel, besloten hebben de kaart van de ‘fysieke
ongeschiktheid om terecht te staan’ uit te spelen. Om grote of
blijvende schade aan de politieke en economische belangen tussen de drie
landen te voorkomen werd het boegbeeld van de schenders van de mensenrechten
in Latijns Amerika zodoende aan de correcte rechtsgang onttrokken. Zo blijkt
dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht ook in de westerse
democratie niet gewaarborgd is.
Straffeloosheid is dus niet
alleen een gif dat vreet aan de fundamenten van de democratie en van de
rechtstaat, maar dat ook de internationale rechtsorde bedreigt. Anderzijds
is het ook het omgekeerde waar: bestrijding van de straffeloosheid draagt
zowel bij aan een onafhankelijk internationaal strafrecht alsook aan de
bevordering van werkelijke democratie, van recht en gelijkheid voor allen in
landen waar die nu (nog) ontbreken.
|