info noticiashome
MENSENRECHTEN: Mensenrechten vs. Zorreguieta


Feiten en meningen over Argentinië (M. Haanskhorf, LA Chispa 278, mei 2001)

Feiten en meningen over Argentinië

Aan geen land in Latijns-Amerika is de laatste tijd in de media zoveel aandacht besteed als aan Argentinië. Met als hoogtepunt de laatste weken van maart: de herdenking van de militaire staatsgreep op 24 maart en op 30 maart de aankondiging van de verloving tussen Willem-Alexander en Máxima Zorreguieta. Wat kan LA Chispa nog toevoegen aan de duizenden volgeschreven krantenkolommen? "Het is gemakzucht te wijzen op de fouten van Nederland en daarom niets te doen", zegt de Argentijnse journalist. "De zaak Zorreguieta is politiek zo geladen dat ze de zaak Bouterse tegenhoudt", zegt de advocate die een aangifte tegen Zorreguieta heeft ingediend. En de secretaris van de Nederlandse ambassade in Argentinië in de periode voor de coup zegt: "De ambassade gaf prioriteit aan het verhogen van de omheining rond de ambtswoning in plaats van vluchtelingen naar Nederland te helpen." Een drieluik.

Maja Haanskorf

I. Het vingertje van de dominee

‘Wie zonder zonden is, werpe de eerste steen.’ Nederland is bepaald niet vrij van zonden en dient dus haar mond te houden over de kwestie Zorreguieta, denken veel Nederlanders. Anderen hanteren het uitgangspunt ‘beter laat dan nooit’ en grijpen deze kans aan om alsnog schoon schip te maken. Wat beide zienswijzen gemeen hebben is het hoge gehalte aan morele verontwaardiging, gericht op - hoe Nederlands - elkaar. Waar de eerste groep de ander beschuldigt van een domineesmentaliteit, compleet met opgeheven vingertje, wijst de tweede groep op de verfoeilijke koopmansmentaliteit van de eerste.

De Argentijnse journalist Mariano Slutzky woont ruim twintig jaar in Nederland. Hij ontvluchtte zijn land toen zijn vader in Argentinië gearresteerd werd. Volgens Slutzky is de kwestie Máxima een Nederlandse aangelegenheid die Nederland ook zelf moet oplossen. Van een domineesmentaliteit merkt hij niets. "Was die er maar, dan zouden er minder domme dingen gezegd worden." Dom is in zijn ogen het gezeur over de wandaden in het verleden van Nederland, waardoor we ons niet gerechtigd voelen een ander op fouten te wijzen. Slutzky: "Tot hoever moet je dan teruggaan? Ik geloof ook niets van die zogenaamde zelfbeschuldigingen. Het is gewoon gemakzucht. Je hoeft dan immers niets te doen. Het is waar dat Nederland tijdens de junta uitstekende betrekkingen onderhield met Argentinië. Nederland heeft ook zelf geen fraaie rol gespeeld in Indonesië. Maar is dat een reden om er eeuwig het zwijgen toe te doen?"

Dan zijn er Nederlanders die erop wijzen dat in Argentinië niemand wakker ligt van een huwelijk van Máxima en dat haar vader een onbekend persoon is. Moet Nederland zich er dan mee bemoeien? Slutzky stelt hier tegenover dat in Argentinië wel degelijk aandacht is voor de burgerleden van de voormalige militaire dictatuur. "De organisatie Hijos, kinderen van slachtoffers van de junta, organiseert regelmatig manifestaties voor de huisdeur van deze mensen. Het is logisch dat ze zich het eerst richt op de kopstukken van het regime, zoals de minister van Economische Zaken Martínez de Hoz. Zorreguieta viel trouwens onder diens departement. Het wil dus niet zeggen dat mensen als Zorreguieta minder erg zouden zijn. Zij zijn net zo verantwoordelijk en dat weten Argentijnen. De strijd tegen straffeloosheid is daar wel degelijk aan de orde. Onlangs heeft een Argentijnse rechter de twee amnestiewetten toch ongeldig verklaard?"

Geen rechtsmacht

Een volgende reactie op het voorgenomen huwelijk komt van Maarten Mourik, ex-ambassadeur bij de Verenigde Naties. Hij heeft, samen met de advocaten Britta Böhler en Liesbeth Zegveld, een aangifte ingediend tegen Zorreguieta op basis van folteringen en misdrijven tegen de menselijkheid. Zorreguieta was immers als civiel leidinggevende verantwoordelijk voor de misdaden van de junta; eerst als staatssecretaris en vanaf 1979 als minister van Landbouw. Inmiddels is de aangifte door het Openbaar Ministerie afgewezen op grond van de ‘afwezigheid van rechtsmacht in Nederland.’

Liesbeth Zegveld zegt verbaasd te staan over de afwijzing. "Juridisch gezien hadden we deze afwijzing niet verwacht, politiek gezien wel. De aangifte vindt steun in het internationaal recht. Het OM meent echter ten onrechte dat dit niet toegepast kan worden, omdat het nog niet omgezet zou zijn in nationaal recht." Hoewel Nederland de mond vol heeft over de waarde van het internationaal recht en de wenselijkheid misdrijven tegen de menselijkheid te bestraffen, loopt ons land wat betreft ratificering van verdragen niet voorop. Sinds 1989 heeft Nederland een VN folterverdrag geratificeerd, wat betekent dat hiermee de norm is omgezet in nationaal recht. Met misdrijven tegen de menselijkheid is dit nog niet het geval. Daarop beroept Justitie zich wanneer ze stelt dat Nederland in dit geval geen rechtsmacht heeft. Ook wat betreft de aangifte van foltering hanteert het OM dit standpunt, omdat de misdaden hebben plaatsgevonden vóór 1989.

Zegveld: "Het is onzinnig om in dit geval vast te houden aan het nationale legaliteitsbeginsel. Dit dient ter bescherming van de verdachte, namelijk dat hij de nationale wet kent. Maar het is een fictie dat Zorreguieta het Nederlandse recht zou kennen. Bij internationaal recht dient dit beginsel geen enkel doel". Bij de aangifte tegen Bouterse speelt hetzelfde probleem. Ook daar wees het OM de aangifte af, waarna de advocaten de zaak aanhangig hebben gemaakt bij het Gerechtshof in Amsterdam. Het Hof gaf de openbare aanklager opdracht tot vervolging over te gaan, waarna die bij de Hoge Raad in beroep is gegaan. Böhler en Zegveld zijn van plan nu dezelfde weg te behandelen en hebben beklag ingediend bij het Gerechtshof te Amsterdam. Zegveld: "Ik verwacht dat ze met een uitspraak zullen wachten tot het besluit van de Hoge Raad in de zaak Bouterse. En die sleept al zo lang, omdat de kwestie Zorreguieta politiek zo gevoelig ligt. Het zal de Hoge Raad niet makkelijk vallen om een middenweg te vinden tussen zulke ernstige internationale misdrijven en andere politieke loyaliteiten."

Waarmee Zegveld zorgvuldig formuleert dat de zaak Bouterse een speelbal is in de veel politieker geladen zaak Zorreguieta. Het is publiek geheim dat het College van Procureursgeneraal wekelijks contact heeft met Beatrix. Het vermoeden rijst dan ook dat de afwijzing van het OM van de aangifte tegen Zorreguieta ingefluisterd is door de minister van Justitie, die uiteindelijk de baas is van het Openbaar Ministerie.

Böhler en Zegveld gaan onverdroten door. Voor hen is het geen kwestie van politieagent van de wereld spelen, maar een zaak van elementair recht. Zegveld: "We zijn niet bezig met exotische zaken, maar met de grondbeginselen van het strafrecht. Het internationale strafrecht is niet meer dan een aftreksel van basisnormen die ieder land heeft geaccepteerd. Dat mensen op leidinggevende niveaus moeten worden bestraft voor ernstige misdrijven is zo’n norm. Dat is geen kwestie van kiezen. Iemand als Zorreguieta, die zo lang een hoge positie heeft bekleed in een dictatuur en niets heeft ondernomen tegen de misdrijven, is verantwoordelijk. En het is te gek dat al sinds de processen in Neurenberg dit soort misdrijven strafbaar zijn en dat Nederland nu niet tot vervolging zou overgaan. Het betekent dat iedere pleger van misdrijven tegen de menselijkheid hier kan komen binnenwandelen, al is het misdrijf gisteren gepleegd."

Wat als de aangifte tegen Zorreguieta tenslotte wordt afgewezen? Zegveld: "Dat zou erg zijn, maar we gaan evengoed door met aangifte doen van dergelijke misdaden. Dat heeft ook een preventieve werking en langzaam zal de situatie veranderen. Ik heb me niet voor niets altijd bezig gehouden met mensenrechten, dat geef ik niet op."

II. Angst en oproerpolitie vóór de junta

In het mediageweld dreigen we door de bomen het bos niet meer te zien. Hoe zat dat nu met de junta in Argentinië? Werd die met gejuich begroet?

Verschillende ‘deskundigen’, waaronder correspondenten, hebben er artikelen in de kranten aan gewijd. Met name Ineke Holtwijk heeft in de Volkskrant van zich doen spreken. Zo stelt zij dat de Argentijnen destijds de staatsgreep, waarmee de junta aan de macht kwam, massaal verwelkomden. Jan van der Putten, in die jaren correspondent in Buenos Aires, is iets genuanceerder, wanneer hij schrijft dat de Argentijnen niet massaal in het geweer kwamen. De mensen dachten dat het toch niet erger kon worden dan het al was. Hoe erg het al was, daarover mocht hij indertijd in NRC-Handelsblad niet meer schrijven, omdat de krant zijn linkse jargon beu was. Hij vond onderdak bij de Volkskrant.

Mariano Slutzky bestrijdt de visie van Holtwijk. "Onzin dat Argentijnen blij waren met de coup. De mensen wilden gewoon met rust gelaten worden, zoals overal ter wereld. Dat de junta een eind maakte aan het geweld van de guerrilla is niet waar. Die was al een jaar eerder uitgeschakeld, zoals de beruchte Montoneros, de Peronistische guerrillagroepering. Het waren de economische en politieke elite en de bovenlaag van de middenklasse die achter de junta stonden. Die hadden er profijt bij."

Dat het geweld tegen alles en iedereen die ‘links’ was al lang aan de gang was, bevestigt Coen Stork. Hij was van juni 1973 tot juni 1975 eerste secretaris op de Nederlandse ambassade in Argentinië. Stork: "Ook al heb ik geen geweld meegemaakt, er hing een angstwekkende sfeer. Er waren grote demonstraties op het Plaza de Mayo, die omgeven werden door een dikke haag oproerpolitie. Isabel Perón, de weduwe van president Perón, werd geheel overheerst door López Rega, over wie geruchten gingen dat hij achter de Triple A zat, de extreemrechtse groep die verantwoordelijk was voor het geweld tegen links. Op de ambassade werden bezoeken aan demonstraties niet op prijs gesteld. De oppositie werd gezien als een groep terroristen en communisten. Zeker één lid van de ambassade was de mening toegedaan dat ‘deze personen snel een kopje kleiner moesten worden gemaakt.’ Je kunt niet zeggen dat hij niet geëngageerd was, alleen met de verkeerde, verwerpelijke kant."

Stork had al in Zuid-Afrika gewerkt en in het Spanje van Franco. Toch was Argentinië lastig. "In geen ander land heb ik het zo moeilijk gevonden te bepalen wie goed en wie fout was. Het is wel iets wat ik altijd probeer uit te vinden als ik in een land begin: wie zijn volgens mijn ervaring goed of slecht? In Argentinië was er zo’n verziekte situatie. Perón, Rega en hun politie vond ik enge, fascistische mensen. Maar beide kanten gebruikten dezelfde intens gemene methodes: kidnappingen, moorden, afpersing. Het was zeer onoverzichtelijk. Waar ik op afging waren mensen die mij goed leken, zoals de correspondent Jan van der Putten en zijn vrouw Fleur Bourgonje. Zij hadden Chili na de val van Allende moeten ontvluchten. Via hen leerde ik andere mensen kennen, jonge Argentijnen, journalisten van La Opinión, de enige krant die, naast de Buenos Aires Herald, min of meer de waarheid vertelde."

Reactionaire club

Stork beschrijft hoe het sowieso lastig leven was in Argentinië, waar je misschien sociaal gezien met mensen op kon schieten, maar met wie je politiek hemelsbreed verschilde. "Argentinië is eigenlijk zo’n weerzinwekkende maatschappij en tegelijk ook heel aantrekkelijk en mooi. De landeigenaren, toch het establishment, leven volstrekt geïsoleerd, ze lezen geen kranten. Ze zijn onkundig en onverschillig over wat er in het land leeft. Ze hebben die onaangename eigenschap van trots zijn op hun blanke ras en op hun Europese wortels. Met heel Zuid-Amerika willen ze niets te maken hebben, dat is een enge en chaotische wereld. Ik was een keer meegenomen naar een estancia. Prachtige natuur, schitterend huis, polopaarden. Ze waren blij dat er bij hen geen negrito’s, zwartjes uit Bolivia, waren. Zo politiek mis."

En dan had hij te maken met de Nederlandse zakengemeenschap in Buenos Aires, in zijn woorden een "uiterst reactionaire club, zoals vaak in dergelijke gepolariseerde maatschappijen." De ambassade en de Nederlandse regering dienden vooral de belangen van deze groep en van de economische betrekkingen met Argentinië.

Al ging de ambassade verder in haar reactionaire beleid dan Den Haag. Stork: "Ook al had ik geen politieke baan, ik kreeg wel het codeverkeer met Nederland te zien, tenzij het zeer geheim was. Zo kwam er een opdracht uit Den Haag om 115 Chileense politieke vluchtelingen te selecteren voor politiek asiel in Nederland. De ambassade moest vaststellen dat het om politieke vluchtelingen ging en niet om gewone criminelen. De opdracht werd belachelijk gevonden, want ‘we moeten ons land beschermen tegen dit soort rapaille.’ Ik had de indruk dat de instructie uit Den Haag niet loyaal werd uitgevoerd. De ambassade gaf prioriteit aan het bouwen van een hoger hek rond de ambtswoning - dan konden er geen vluchtelingen komen - boven het uitvoeren van de opdracht. Er kwam tenslotte een afgezant uit Den Haag om polshoogte te nemen. Die heb ik meegenomen naar mensen die ik kende."

Dat er gevaar dreigde voor linkse Argentijnen en voor gevluchte Chilenen was duidelijk. Zo verscheen op een dag een journalist van La Opinión op de ambassade die naar Stork vroeg, omdat ze elkaar kenden. Als reden van zijn bezoek gaf hij op te willen praten over de polders in Nederland. Stork: "Hij zei meteen dat dit slechts een voorwendsel was. Het ging hem om onderduikers in zijn huis, die het land uit moesten. Hij wilde weten wat de mogelijkheden in Nederland waren. Nou, die waren er nauwelijks, want je moest kunnen bewijzen dat je echt gevaar liep. Het was trouwens de laatste keer dat ik die journalist heb gezien. Vrij kort na de coup is hij verdwenen en er is niets meer van hem vernomen."

III. De straffeloosheid voorbij

Tijdens de jaren van de junta waren in Argentinië diverse organisaties op het terrein van de mensenrechten actief. Veel steun uit het buitenland kregen zij niet. Mariano Slutzky: "Niet alleen de Nederlandse regering gaf geen steun, ook medefinancierings- en non-gouvernementele organisaties bleven zwaar in gebreke. Ze gingen er vanuit dat Argentinië een rijk land was, dat het zelf maar moest redden. Alsof mensenrechtengroepen over geld beschikten. Landen als Spanje en Duitsland gaven wel financiële steun."

Toen de junta uiteindelijk in 1986 de macht overdroeg aan een burgerregering onder president Alfonsín, begonnen de eerste processen tegen hoge generaals. Videla en Massera waren de eersten in de beklaagdenbank en kregen levenslang. Onder president Menem werden twee jaar later echter de amnestiewetten van kracht, doorgedrukt door de militairen. De Punto Final en de Obediencia Debida ( zie kader) maakten een einde aan het vervolgen van militairen en burgerleden van de junta. Slechts twee misdaden vallen buiten de amnestie: kinderroof en ontvreemding. Precies op beschuldiging van deze twee punten is nu onder meer Videla onder huisarrest.

Onlangs heeft de Argentijnse rechter Gabriel Cavallo de amnestiewetten in strijd verklaard met de grondwet en dus ongeldig. Het Hooggerechtshof, dat voornamelijk uit conservatieve leden bestaat, moet zich er nog over buigen.

Internationaal

De strijd tegen de straffeloosheid woedt niet alleen in Argentinië. In het buurland Chili doen rechters verwoede pogingen Pinochet voor het gerecht te dagen. De Guatemalteekse Nobelprijswinnares voor de Vrede Rigoberta Menchú heeft in Spanje aanklachten ingediend tegen de verantwoordelijken van de burgeroorlog. In Brussel dient een aanklacht tegen de moordenaars van twee priester van de orde van Scheut, die in de jaren tachtig in Guatemala zijn vermoord. In Nederland loopt de aanklacht tegen Bouterse, die verantwoordelijk wordt gehouden voor de decembermoorden in Suriname. Mexico heeft besloten een Argentijnse folteraar, Miguel Cavallo, uit te leveren aan Spanje.

Binnen de verdere internationalisering van de rechtspraak speelt Nederland een grote rol. Het Internationaal Strafhof zal gevestigd worden in ons land. De regering laat zich voorstaan op het grote belang dat zij hecht aan het handhaven van de mensenrechten en op de berechting van schenders ervan. In deze context zou het niet passend zijn een lid van de Argentijnse junta als familielid van het koningshuis te accepteren. In plaats daarvan zou de regering zich hard moeten maken om mensen als Zorreguieta aangeklaagd te krijgen. Liesbeth Zegveld: "Het is logisch dat ze in Argentinië beginnen met de militairen. De zaken liggen daar maatschappelijk veel complexer. Dat betekent niet dat Zorreguieta daar niet strafbaar zou zijn. In Nederland ligt de zaak daarentegen niet gecompliceerd. Hier is men het eens met de normen van internationaal strafrecht. Dus moet Nederland een andere politieke beslissing nemen. Nu wordt de weg van de minste weerstand gevolgd."

Overigens is het vermijden van een aanklacht wel typisch Nederlands. De regering is bang zich te branden, wanneer het een rechtszaak zou verliezen. Bovendien spelen economische belangen en een goede verhouding met andere landen een grote rol. Zegveld, die een lange staat van dienst heeft in de mensenrechtenbeweging, vertelt hoe moeilijk het altijd was om mensenrechten op de agenda te krijgen van handelsmissies. "In het beste geval wilde men er vijf minuten voor uittrekken. Nederlanders zijn niet zo principieel. We waaien met alle winden mee."

Mensenrechten


Terug
naar de Mensenrechten pagina van PLAN

Zorreguieta


Aangifte
tegen Jorge Zorreguieta (12-1-01)


Beklag over het niet vervolgen van strafbare feiten (30-3-01)

Interview:

Liesbeth Zegveld

Samenvatting
Rapport Baud (03-01)
Artikelen:

Mensenrechten actueler dan ooit (LA Chispa)

De 10 leugens van Zorreguieta (Bonasso)

Argentijnse organisaties ondersteunen actie tegen Zorreguieta 

Feiten en meningen over Argentinië 
Chronologie:

Argentinië 1973-2001
Actie:

Solidariteit met Argentinié: Juist Nu!

Kaartenactie: doe mee
Links over Argentinië
  

Español &
Nederlands

Pinochet naar de Rechtbank!
website van het comité tegen de straffeloosheid in Chili
  


   


  


zoeken in de PLAN-sites

 

 

 

   E-mail Noticias
   Noticias-donateur worden?

Patrocinado por / Sponsored by:


  

Noticias 1997-2001