Kwestie-Zorreguieta:
"Nederland
spreekt met gespleten tong"
In
de luwte van haar mediagenieke kantoorgenoot Britta Böhler werkt Liesbeth
Zegveld aan de zaak-Zorreguieta. Zij is voor dit onderwerp de aangewezen
persoon. Vorig jaar promoveerde ze cum laude met een proefschrift over
verantwoordelijkheid inzake gewapende oppositie bewegingen. 'Wat
wij willen is dat internationaal strafrecht ook in Nederland wordt
toegepast’
Wat wij willen is dat internationaal strafrecht hier in
Nederland wordt toegepast. Nederland onderschrijft de rechtsregels van het
Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, het VN-Folterverdrag en het
statuut van het Joegoslavië Tribunaal. Dat is juridisch nieuw terrein. Wij
willen die regels toegepast zien. Heel simpel. Dat is niet hoogdravend, niet
onhaalbaar, niet politiek activisme, dat is gewoon het recht implementeren.
In het Folterverdrag staat geschreven dat
elk land de plicht heeft om iemand te vervolgen die zich aan bepaalde
misdrijven schuldig heeft gemaakt, wanneer deze persoon op Nederlands
grondgebied verkeert. Dat geldt voor Jorge Zorreguieta.
Dat het OM geen vervolging tegen hem instelde na de
aangifte van oud-ambassadeur Maarten Mourik is een staaltje hogere politiek.
Het OM handelt uiteindelijk op instructie van de minister van Justitie; wij
hebben aanwijzingen dat van deze gezagsverhouding gebruik is gemaakt. De
betrokken officier van justitie in deze zaak, A. Maan, is ook officier in de
zaak tegen Desi Bouterse met betrekking tot vervolging van de
Decembermoorden in 1982, Ook in die zaak besloot het OM eerst niet te
vervolgen, maar beschikte het Gerechtshof na uitgebreid onderzoek in
antwoord op beklag dat het OM wel moest vervolgen. Dat ziende het college
van procureurs-generaal niet. Het college vroeg op haar beurt om cassatie in
het belang der wet bij de Hoge Raad. De p-g van de Hoge Raad, L. ten Kate,
heeft inmiddels gemeld dat hij bij de Hoge Raad gaat vorderen de beschikking
te casseren.
Officier Maan had tegen ons gezegd dat hij zou wachten met
een besluit over de ven7olging van Zorreguieta totdat de Hoge Raad met een
uitspraak zou komen. Maar kort voor de aankondiging van de verloving tussen
Willem Alexander en Máxima kwam hoofdofficier L. de Wit met de mededeling
dat er geen vervolging van vader Zorreguieta zal plaats hebben omdat er geen
rechtsmacht zou zijn. Nederland zette het Folterverdrag pas om in nationaal
recht in 1989. De misdaden die Zorreguieta zou hebben gepleegd spelen in de
periode daarvoor. Maar juist dat argument ligt sinds 14 februari ter
toetsing bij de Hoge Raad.
We hebben nu beklag gedaan bij het Hof. Ook in de kwestie
Bouterse is gebleken dat de rechter aanmerkelijk meer autonoom is dan het
OM. Het is mogelijk dat het Hof nu zal wachten met een uitspraak totdat de
Hoge Raad de cassatie in het belang de wet heeft beslist. Dat zal mogelijk
voor de zomer zijn. De raadsheren zullen de kwestie tijdig willen oplossen,
omdat deze zaak met het oog op het aanstaande huwelijk van de kroonprins een
blok aan het been is. De cassatie heeft normaal gesproken geen gevolgen voor
de onderhavige zaak, het is een beslissing over het recht voor toekomstige
zaken voor het behoud van de rechtseenheid. Maar in de Bouterse zaak zitten
we nog in een voorfase - er is alleen maar vervolging gevorderd - en dus kan
de beslissing enorme gevolgen hebben. Juist ook voor de Zorreguieta-zaak.
Juridisch gezien is er een goede kans dat de Hoge Raad
positief beslist, juist omdat het Hof al uitgebreid onderzoek deed. Ik
twijfel niet aan de onafhankelijkheid van de raadsheren maar ik kan me
voorstellen dat de ze gevoelig zijn voor andere overwegingen. Mijn
inschatting is daarom dat ze de zaak terugspelen naar het Hof. Ze zullen
wellicht niet zeggen: er is geen rechtsmacht. Dat zullen ze niet durven.
Maar waarschijnlijk ook niet dat er wel rechtsmacht is. Die consequentie
zullen ze evenmin aandurven, mede in ver~ band met de zaak Zorreguieta in
het achterhoofd. Ze zouden dus aan het Hof kunnen vragen om de gronden voor
rechtsvervolging nog eens nader toe te lichten en zo de zaak op de lange
baan te schuiven.
Dat zou weer een typisch Nederlands compromis zijn.
Typerend ook voor de wijze waarop Nederland met het internationaal recht
omspringt. We hebben in de VN een grote mond over mensenrechten, een lange
traditie horen we altijd, maar het rare is dat in de Nederlandse praktijk
niet thuis wordt gegeven. Wij schenden zelfs onze internationale
verplichtingen en dat erkent het OM ook ronduit. We lopen achterop bij het
toepassen van internationaal recht op ons grondgebied. Landen als België,
Spanje, Frankrijk, Italië en Duitsland gaan veel verder. Er zijn in
Nederland zelfs nog geen zaken voorgekomen. Dat is op zijn minst
eigenaardig. Zeker als je weet dat we nota bene speciaal een officier van
justitie voor oorlogsmisdadigers hebben aangesteld. Wagens gebrek aan succes
is het aantal medewerkers op dat bureau, gevestigd in Arnhem, inmiddels
teruggebracht van zeven naar twee mensen,
Het lijkt er op dat ze geen zaak durven uitbrengen, tenzij
ze honderd procent zeker zijn dat ze winnen. Het probleem is dat hun kennis
van het internationaal recht minimaal is. Daar wordt binnen justitie niet in
geïnvesteerd. Dat is een politieke keus: justitie zet niet haar topmensen
op deze plekken. En het gaat niet alleen om gebrekkige kennis, wat
vervolging van oorlogsmisdrijven en folteringen ook moeizaam maakt is dat de
officieren vaak niet voldoende Engels spreken. Dat tezamen maakt dat ze
bewijsmateriaal niet rond krijgen en geen bewijs kunnen verzamelen met
buitenlandse officieren omdat samenwerking moeizaam verloopt.
Het gebeurt echt dat ik met een buitenlandse cliënt bij
een officier van justitie kom en dat die geen Engels spreekt. Dan is het
over en sluiten. Al heb je nog zo'n pakket aan materiaal. Ik sta daar soms
versteld van. We zijn nu met meerdere grote zaken bezig. Snaar ik weet nu al
dat bij OM amper de capaciteit aanwezig is om die zaken tot een goed einde
te brengen.
Het OM beroept zich in dit soort zaken op
het nationale legaliteitsbeginsel: internationale rechtsregels moeten eerst
worden omgezet in nationale voordat ze geldigheid hebben. Vandaar, ook de
redenering dat Zorreguieta niet zou kunnen worden vervolgd want we hebben
het Folterverdrag pas in 1989 omgezet in nationaal recht. Alsof er lang
daan7oor al niet internatonaal gewoonterecht was waaruit het Folterverdrag
is voortgekomen. Het is een idioot idee dat als een artikel in het
Folterverdrag maar was omgezet in het Nederlands Zorreguieta wel had geweten
waar hij aan toe was. Dat is absolute nonsens. Het Europees Hof voor de
Rechten van de Mens bevestigde op 22 maart dit jaar in de zaak tegen de
Oost-Duitse voormannen Streletz, Kessler en Krenz dat bepaalde schendingen
van internationale rechtsbeginselen zo duidelijk zijn dat ze niet in
nationaal recht omgezet hoeven te zijn wil er rechtsmacht aan ontleend
kunnen worden.
Nederland spreekt bovendien met gespleten tong, want als
het er om gaat het Joegoslavië Tribunaal binnen de grenzen te krijgen dan
is men niet zo strak in de leer. De vraag of in Joegoslavië ten aanzien van
oorlogsmisdaden normen in de eigen taal bestonden, of iets was vastgelegd in
de nationale wet en of de normen die bestonden waren beschreven doet niet
ter zake; het tribunaal is pas na het conflict gevestigd, dus ook de
rechtsmacht is pas nadien gecreëerd en toch heeft Nederland er geen enkel
probleem mee dat op die juridische grond mensen worden veroordeeld voor
oorlogsmisdaden en folteringen.
Ik ben dan ook blij dat er een Internationaal Strafhof
komt. Het zal bijdragen aan de acceptatie van het universele karakter van
internationale bronnen en de eis afzwakken om internationaal recht pas te
mogen toepassen wanneer het in de eigen taal beschreven staat. Foltering,
misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden zijn in geen enkele taal
acceptabel.
De vraag is of je elke dictator of beul in Nederland moet
gaan vervolgen, Mijn stelling is dat we die normen terecht hebben
geaccepteerd en dat we ze ook moeten toepassen. Zoniet zeg dat dan en schaf
ze af. Je kunt niet zeggen: we hanteren d(, normen niet voor de een en wel
voor de ander. Ik zou het beleid hoogstens beperken tot mensen die
vrijwillig naar Nederland komen en geen uitleveringsverzoeken voor al dit
soort gevallen te gaan doen. Als het gevolg van zo'n houding is dat Kok
bepaalde gezagsdraagers niet kan ontvangen omdat ze de kans lopen in
Nederland vervolgd te worden, dan moet dat maai- zo zijn.
De druk om Zorreguieta te vervolgen neemt alleen maar toe.
Als de Hoge Raad niet uitdrukkelijk stelt dat er geen rechtsmacht is dan kan
de rechter in antwoord op ons beklag beschikken dat het OM, net als in de
zaak Bouterse, tot vervolging over moet gaan. Het beklag is gedaan namens
dertien Argentijnen die in Nederland wonen en die zelf slachtoffer zijn, van
wie familie is verdwenen of in het gevang is beland in de periode 1976~1981
toen Zorreguieta deel uit maakte van het Videla-regime. Elke week melden
zich bij ons meer mensen, slachtoffers van het regime, die zich willen
aansluiten bij het beklag. Het gaat als een lopend vuurtje door de
gemeenschap. En de media doen ondertussen ook hun werk. Kok zei tijdens het
debat naar aanleiding van de verloving dat er niet meer lijken uit "de
kast Zorreguieta" moeten vallen. Ik ben bang dat dit ijdele hoop is.
Jurrien Dekker