Geen
Oorlog - No a la Guerra
Latijns Amerika en de Oorlog
Ibero-Amerikaanse top eensgezind tegen terrorisme
Tijdens de elfde Ibero-Amerikaanse top in de Peruaanse hoofdstad Lima hebben de leiders van Spanje, Portugal en 19 Latijns-Amerikaanse
landen zich krachtig uitgesproken tegen alle vormen van internationaal terrorisme.
In de ontwerp-slotverklaring wordt ook een dringende oproep gedaan aan rijke landen om Latijns-Amerika niet de rug toe te keren en te
blijven investeren. In het bijzonder wordt een beroep gedaan op de Verenigde Staten en Europa om hun markten verder open te stellen voor
Latijns-Amerikaanse exportproducten. Verder hebben de deelnemende landen aan de Ibero-Amerikaanse top hun steun toegezegd aan
Argentinie, dat op de rand van het faillissement verkeert en andere economieen in de regio met zich mee dreigt te slepen.
De Cubaanse leider Fidel Castro was voor het eerst niet aanwezig in verband met de verwoestende orkaan die Cuba begin deze maand heeft
getroffen.
(RNW)
Antrax-ophef Argentinie en Kenia ongegrond
De miltvuurbacterie die eind vorige week in Argentinie is aangetroffen, blijkt van een onschadelijke soort te zijn. De vrouw
die een brief ontving die was besmet met deze vorm van antrax, is niet ziek geworden. Het gaat om een zeldzame variant van de bacterie,
die niet verwant is aan de miltvuurbacterie waar in de Verenigde Staten drie personen aan zijn overleden.
Ook de ophef in Kenia rond een antrax-brief blijkt ongegrond. Volgens een woordvoerder van de Amerikaanse ambassade is uit
onderzoek gebleken dat die brief geen sporen van de miltvuur-bacterie bevat.
(RNW)
VS beschuldigt sandinisten van banden met terroristen aan vooravond
verkiezingen
Nieuwsdienst
De Amerikaanse regering heeft begin oktober verschillende keren gewezen op
banden die de Sandinistische partij FSLN zou hebben met de regimes van
Libie en Irak. Op zaterdag 6 oktober bracht de regering Bush een dergelijk
bericht naar buiten, hetgeen de tweede poging binnen drie dagen was om de
Sandinisten in verband te brengen met internationaal terrorisme. Een
woordvoerster van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, Eliza
Koch, wees erop dat de Sandinisten ook banden zouden onderhouden met de
Baskische beweging ETA en de Colombiaanse guerrilla-organisatie FARC.
Waarnemers zien de berichten van de VS als een poging om een dam op te
werpen tegen een mogelijke overwinning van de sandinistische
presidentskandidaat Ortega bij de verkiezingen van 4 november aanstaande.
Het Amerikaanse ministerie wijst er fijntjes op dat de sandinisten niet
als bondgenoot in de strijd tegen terrorisme beschouwd kunnen worden.
De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell heeft begin
oktober een onderhoud gehad met zijn rechtse nicaraguaanse collega
Francisco Aguirre, waarna Powell's woordvoerder Richard Boucher bekend
maakte "ernstig bezorgd te zijn over het sandinistische verleden van
inbeslagname van bezittingen zonder compensatie te betalen, vernietiging
van de economie en het onderhouden van banden met degenen die terrorisme
ondersteunen". Koch voegde echter aan haar verklaring toe dat "de VS de
uitslag van de verkiezingen in Nicaragua zullen respecteren".
Al kort na de aanslagen in de VS, op 24 september, verklaarde de
Amerikaanse ambassadeur in Nicaragua, Oliver Garza, dat Amerikaanse
diensten onderzoek zouden doen naar "mogelijke banden tussen Nicaraguaanse
ingezetenen en de terreuraanslagen". Volgens de ambassadeur was immers
bekend dat in de jaren '80 veel buitenlanders naar Nicaragua verhuisd
zijn'. Voormalig minister van Binnenlandse Zaken Herrera voegde daar aan
toe dat er "mensen uit Palestina, Libiers, Iraniers, van wel 20
guerrilla-bewegingen" in de jaren tachtig in Nicaragua zijn komen wonen.
De aartsconservatieve president van Nicaragua, Arnoldo Aleman, was er ook
snel bijgeweest om te suggereren dat de presidentskandidaat van het FSLN,
Daniel Ortega, over goede connecties met de Libische leider Gadaffi zou
beschikken. Bij de verkiezingen van 4 november treedt Ortega aan tegen
Aleman's partijgenoot en voormalig vicepresident Enrique Bolanos van de
neoliberale Constitutionele Liberale Partij PLC.
Het linkse dagblad EL Nuevo Diario draaide al op 13 september de zaak om
in een stuk van politiek analist Oscar Rene Vargas waarin verband werd
gelegd tussen de rechtse contra-rebellen die tegen Nicaragua vochten en
het terreurnetwerk van Bin Laden (beide werden immers door het Witte Huis
gesponsord). Volgens Vargas werden de contra's gesubsidieerd door de elite
in landen als Brunei en Saudi-Arabie, en was Bin Laden een "Frankenstein
die door de CIA gemaakt is" maar er werden geen bewijzen gegeven voor een
directe band tussen Bin Laden en de contra's.
Verslagen van talloze demonstraties tegen de 'nieuwe oorlog' in
Latijns-Amerika zijn te vinden op de website van noticias: www.noticias.nl
Weekly News Update (# 609) maakt ook melding van een video uit het
inbeslaggenomen archief van de voormalige Peruaanse chef van de
veiligheidsdienst Montesinos onder president Fujimori, uit maart 2000. De
video werd op 23 september vertoond in het programma "Laat niemand slapen"
("Nadie se Duerma"). In de video overlegt Montesinos met de burgemeester
van de stad Callao, Alex Kouri, over de aanwezigheid van Osama Bin Laden
in Peru. Het gesprek vindt plaats op het kantoor van de veiligheidsdienst
SIN. Montesinos vertelt Kouri dat de VS ernstig bezorgd is over de
werkzaamheden van Bin Laden's netwerk in Peru, dat gebruikt zou worden als
"operationeel centrum en rustgebied". Met name het internationale
vliegveld Jorge Chavez, in Callao dat vlak naast de hoofdstad Lima ligt,
zou een basis zijn voor drugssmokkel en terreur-operaties. De Amerikanen
zouden bezorgd zijn over de privatisering van het vliegveld, dat nu in
handen is van een Duits concern.
Alex Kouri, die van Arabische afkomst is, is nog steeds burgemeester van
de stad, en Montesinos bevindt zich sinds 28 juni in gevangenschap op de
marinebasis van Callao. Hij werd na de vlucht van president Fujimori naar
Japan gearresteerd in Venezuela en uitgewezen naar Peru. (AP 07/10/01,
Weekly news Update on the Americas # 609, 30/09/01)
Venezuela wijst aanvallen op Afghanistan af
Venezuela heeft zich als een van de weinige Latijns-Amerikaanse landen uitgesproken tegen de militaire acties in Afghanistan. Volgens
de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Arevalo Mendez kan en mag terrorisme niet bestreden worden met geweld. Hij liet ook weten dat
zijn land zich in het conflict neutraal opstelt. Overigens heeft de Venezolaanse president Hugo Chavez, die op bezoek is in Europa, zich
nog niet uitgelaten over de acties in Afghanistan. In Latijns-Amerika had tot nog toe alleen Cuba de Amerikaans-Britse
aanvallen afgewezen. De regering in Havana veroordeelt het terrorisme, maar voegt eraan toe dat geweld nooit de oplossing kan
bieden.(RNW)
Latijns-Amerikaanse
leiders achter vergeldingsaanval
De regeringsleiders
van de Latijns-Amerikaanse landen staan achter de Amerikaans-Britse
aanvallen op Afghanistan.
De Argentijnse president Fernando de la Rúa bood volledige steun en hulp
aan in een telefoongesprek met de Amerikaanse minister van Buitenlandse
Zaken Colin Powell. De president van Colombia Andrés Pastrana noemde de
acties legitiem.
Vanuit Brazilië riep president Fernando Henrique Cardoso op om
terughoudendheid te betrachten opdat zo min mogelijk onschuldige
slachtoffers zullen vallen.
Verscherpte
grensbewaking in Latijns-Amerikaanse landen
Argentinie, Brazilie en
Paraguay hebben de bewaking bij hun grenzen verscherpt, naar aanleiding van
de aanslagen in de Verenigde Staten. Er zijn aanwijzingen dat zich in een
aantal regio's bij de grenzen extremistische moslim-groeperingen bevinden.
Het zou onder meer gaan om Hezbollah-cellen. In Ecuador zijn intussen zeven
Irakezen aangehouden, die in het bezit waren van valse paspoorten. De
aanhoudingen werden verricht in de zuidwestelijke havenstad Guayaquil. De
zeven zouden van een schip zijn gehaald dat op het punt stond om naar de
Verenigde Staten te vertrekken. De president van Venezuela, Hugo Chavez,
heeft in een toespraak voor het parlement verklaard geen enkele reden te
zien om de relaties met Irak, Libie en Iran te verbreken. Zolang er geen
bewijzen zijn dat deze landen het terrorisme steunen, is er ook geen reden
te betrekkingen te herzien, aldus Chavez.
(RNW)
Aanval op VS: Presidenten
Midden-Amerika zeggen steun toe aan Washington |
24 sept. 2001
Zes van de zeven
regeringsleiders van Midden-Amerika hebben op een topbijeenkomst in Honduras
hun steun toegezegd aan de Amerikaanse kruistocht tegen het terrorisme. Het
thuisfront is minder enthousiast.
De presidenten boden de
Verenigde Staten aan reddingsteams te sturen om het puin van de WTC-torens
te helpen doorzoeken. President Francisco Flores van El Salvador kondigde
zelfs aan dat hij desgewenst troepen zou sturen om de VS bij te staan bij
hun vergeldingsmaatregelen.
De zes landen werden het eens de veiligheidsmaatregelen aan hun grenzen,
in de havens en op de vliegvelden te versterken.
Ook deden de presidenten een oproep aan alle groepen in eigen land om de
banden die ze eventueel hebben ‘met terroristische structuren’
onmiddellijk te verbreken. Dit is een nauwelijks verholen aanval op twee
linkse partijen die uit voormalige guerrillabewegingen van de jaren 70 en 80
zijn ontstaan: het Salvadoraanse FMLN en het Nicaraguaanse FSLN. Deze
partijen voelen zich door de opmerkingen bijzonder op hun tenen getrapt.
Elders vielen de woorden waarmee de Midden-Amerikaanse staatsleiders een
goede beurt probeerden te maken bij hun machtige bondgenoot, evenmin in
goede aarde.
Progressieve organisaties vinden dat hun presidenten met twee maten
meten. ‘Het is beklagenswaardig én gevaarlijk dat de Midden-Amerikaanse
presidenten zich zo laten meeslepen door Washington,’ oordeelt Celia
Medrano, de coördinator van de Commissie voor de Bescherming van de
Mensenrechten in Centraal-Amerika (Codehuca).
Volgens Medrano hebben enkele van de staatsleiders in het verleden
helemaal niets gedaan in de strijd tegen het terrorisme. De Salvadoraanse
president Francisco Flores bijvoorbeeld verleende jarenlang onderdak aan de
Cubaanse banneling Luis Posada Carriles, nu in hechtenis in Panama waar hij
vorig jaar trachtte een aanslag te plegen op Fidel Castro.
‘We moeten het terrorisme overal ter wereld veroordelen - het kan toch
niet dat aanslagen wél ondersteuning verdienen omdat ze tegen een land als
Cuba zijn gericht,’ vindt Medrano.
Maar ondanks de politieke en diplomatieke belangen die meespeelden op de
top in Honduras, was de Midden-Amerikaanse aandacht voor de aanslagen in New
York en Washington niet onterecht. Volgens hulporganisaties bevinden er zich
minstens 144 Midden-Amerikanen onder het puin van de WTC-torens. De regering
van El Salvador zegt dat er sinds 11 september niets meer is vernomen van
ongeveer 90 landgenoten die in New York leefden.
(IPS)
Ook in Zuid-Amerika
klopjacht op terroristen
De Verenigde
Staten onderzoeken of extremistische moslimorganisaties steun krijgen van
groeperingen in het grensgebied van Brazilie, Argentinie en Paraguay. Deze
regio staat al langer bekend als een broeinest van criminele organisaties.
In het gebied zijn inmiddels zestien illegale immigranten uit Libanon en een
man uit Bangladesh aangehouden. Er is nog geen aanklacht tegen hen opgesteld
en het is onduidelijk of ze iets te maken hebben met Osama bin Laden. Ook in
andere Latijns-Amerikaanse landen is het onderzoek verscherpt. Uit een
Amerikaans rapport dat al voor de aanslagen van 11 september is opgesteld,
bleek dat er in Ecuador mogelijk vertakkingen zijn van bin Ladens netwerk.
In Peru zijn drie mannen gearresteerd die ervan worden verdacht deel uit te
maken van een terroristennetwerk met vertakkingen in Peru, Argentinie,
Bolivia en Chili. Een van hen, een Irakees, is al op 6 september opgepakt.
Hij had een vals Argentijns paspoort en was van plan met American Airlines
naar Miami te vliegen.
(RNW)
Montesinos:
'Bin Laden gebruikt Peru als basis' 23-09-2001
De organisatie van Osama
bin Laden gebruikt de Peruaanse hoofdstad Lima als uitvalsbasis in
Zuid-Amerika. Dat heeft de vroegere Peruaanse spionnenchef Vladimiro
Montesinos vorig jaar gezegd in een verklaring die zaterdag is vrijgegeven
door het congres. Montesinos zit sinds juni in de gevangenis en wordt
verdacht van onder meer corruptie. In de verklaring van januari vorig jaar
zegt hij dat Lima een 'rustplaats' is voor bin Ladens organisatie. De
moslimextremisten hebben het volgens Montesinos niet op Peru zelf gemunt,
maar op Amerikaanse doelen in andere Latijns-Amerikaanse landen. Intussen
onderzoeken de Peruaanse autoriteiten of drie gearresteerde mannen betrokken
zijn geweest bij de plannen om op 11 september terroristische aanslagen te
plegen in de Verenigde Staten. De drie werden de dag daarvoor aangehouden,
omdat ze met valse paspoorten probeerden naar de Verenigde Staten te reizen.
(RNW)
|