Latijns-Amerika in Beweging

Politiek

Foto: Matheus Kawasaki
woensdag, 25 juli 2012 18:12

Pact met criminelen

Een nieuw exportproduct van El Salvador?

El Salvador kampt met een van de hoogste moordcijfers ter wereld. Rivaliserende jeugdbendes ontwrichten de samenleving al zo’n 2 decennia. In april van dit jaar was er opeens een drastische daling van het aantal moorden waar te nemen. Effectief optreden van politie en leger, verklaarde de regering in eerste instantie. Maar al snel bleek dat de verklaring lag bij de ‘tregua’, de wapenstilstand, die op 9 maart 2012 tussen de rivaliserende bendes Mara Salvatrucha (MS) en Mara- 18 (M-18) was gesloten.

Het pact
Bij deze wapenstilstand spraken de jeugdbendes af minder geweld te gebruiken, minder moorden te plegen en te stoppen met het recruteren van minderjarigen.  Dit vond plaats buiten de regering om; bisschop Fabio Colindros en ex-guerrillaleider en oud-parlementslid Raúl Mijango zijn sinds het begin de bemiddelaars van deze wapenstilstand. Kort na de wapenstilstand werden 30 van de voornaamste gangleiders overgeplaatst van de zwaarbewaakste gevangenissen van El Salvador naar gevangenissen met betere voorwaarden en omstandigheden. Verschillende bendeleden vertelden dat zij na de overplaatsingen opdracht kregen van hun leiders om verschillende executies niet uit te voeren. Een daling van de moordcijfers was dan ook direct waarneembaar. In april was er zelfs de eerste moordloze dag in 3 jaar. In eerste instantie ontkende de regering dat ze hier iets mee te maken had, maar nu geeft president Mauricio Funes toe dat hij toestemming heeft gegeven voor de overplaatsing. Hij ontkent echter dat hij onderhandelt met de gangleiders, dit doen Colindros en Mijango.

Dalende moordcijfers
Vier maanden na het sluiten van het pact blijft het moordcijfer aanzienlijk lager dan in het eerste trimester van 2012, toen er een extreme moordgolf plaatsvond en het aantal moorden een record van 18 per dag bereikte. Het aantal moorden is nu gedaald tot 5,5 per dag. Dit heeft internationaal de aandacht getrokken. Op 13 juli bracht secretaris-generaal José Miguel Insulza van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) een bezoek aan El Salvador om het proces waar te nemen. Er vond een ontmoeting plaats tussen Insulza en de gangleiders van de MS en de M-18, die een ‘gedeeltelijke ontwapening’ voorstelden. Zij toonden hun goede wil op symbolische wijze door een lading wapens in te leveren op een plein in de hoofdstad El Salvador.

Kritiek
Er zijn natuurlijk nogal wat morele bezwaren in te brengen tegen het pact. Waarom zou je onderhandelen met criminelen, die geen ideologische basis hebben maar zich enkel bezighouden met criminele activiteiten? Daarnaast is een daling van het aantal moordcijfers niet de enige maatstaf om te bepalen of het pact succesvol en duurzaam is. Andere  criminele activiteiten, zoals afpersing, gaan gewoon door. Ook is er een stijging van het aantal verdwijningen. Tenslotte is er ook enige scepsis ten aanzien van vredesakkoorden in het algemeen: toen 20 jaar geleden in El Salvador een vredesakkoord tussen links en rechts werd getekend heeft dit uiteindelijk, na de aanvankelijke euforie,  niet veel positiefs opgeleverd voor de bevolking. Nog steeds heeft de gemiddelde Salvadoriaan dagelijks te maken met geweld, al is dit veranderd van politiek geweld in bendegeweld. Ondanks de kritiek lijkt dit pact vooralsnog toch de meest efficiente oplossing voor het geweld.

Is er dan werkelijk sprake van goede wil van de kant van de Maras? “We gaan de pandilla 18 niet opheffen, we blijven bendeleden, maar als de maatschappij ons een kans geeft om te herintegreren en werk geeft dan zijn we bereid om onze criminele activiteiten te stoppen”, zegt Garcia, alias ‘El Duck’, van de Mara 18 vanuit de gevangenis in Quezaltepeque. De vraag is natuurlijk ook in hoeverre en voor hoe lang dit navolging vindt onder de bendeleden. 

Rol van de regering
Tijdens de bijeenkomst met secretaris-generaal Insulza hebben de gangleiders een aantal eisen gesteld, zoals verbetering van de situatie in de gevangenissen en herintegratieprogramma’s voor ex-gangleden. Sinds de wapenstilstand in maart lijkt het alsof de gangleiders de eisen stellen en de regering daar al dan niet op in gaat. Gezien de controversie van het pact probeert de regering zich afzijdig te houden maar daardoor lijkt ze een ondergeschikte, reagerende positie in te nemen. 

De vraag rijst of het inmiddels niet tijd is dat de regering zich proactiever opstelt en de rol van bemiddelaar op zich neemt. In een interview met Mijango stelt hij dat de regering niet eindeloos kan wachten. Dit vanwege het ‘momentum’ van goede wil van de bendeleiders, maar ook met het oog op de presidentsverkiezingen in 2014. Bij de parlementsverkiezingen in maart dit jaar heeft de rechtse partij ARENA met grote meerderheid gewonnen en als rechts aan de macht komt  is er zeer waarschijnlijk minder animo voor onderhandelingen. Het betekent in ieder geval een grote koersverandering ten opzichte van de linkse president Funes. De regering is positief over het akkoord maar laat vooralsnog de taak over aan Colindres en Mijango. Deze bemiddelaars kunnen uiteraard maar tot op zekere hoogte iets bereiken.

Preventieve maatregelen
El Salvador is een extreem arm land en er zijn zo’n 64.000 bendeleden. Dit pact kan alleen maar succesvol zijn als het gepaard gaat met preventieve maatregelen die ervoor zorgen dat jongeren zich niet meer aansluiten bij de bendes. Funes weet dat ook en is begonnen met een het voeren van gesprekken met het bedrijfsleven, kerken, universiteiten en andere sectoren om een ‘gran acuerdo nacional’ te bespreken dat herintergatieprogramma’s voor ex-bendeleden biedt en werkgelegenheid schept. 

Met deze gesprekken zet Funes, de eerste linkse president van El Salvador, een stap in de andere richting. Ook al houdt de regering zich officieel afzijdig van het pact, ze steunt het pact op deze manier wel. De aanpak van jeugdbendes in El Salvador en de rest van Centraal Amerika is erg repressief. Onder de voorganger van Funes konden jongeren gearresteerd worden voor het feit dat ze tatoeages hadden, zonder dat ze ook maar een delict gepleegd hadden. Zij kwamen vervolgens in overvolle gevangenissen terecht, broeinesten van criminaliteit. Mijango gelooft dat het lid zijn van een bende ook niet meer strafbaar zou moeten zijn, omdat dit volgens hem niet persé impliceert dat je crimineel bent. Het uitbannen van stigmatisering en ‘mano dura’ is een eerste stap voor een succesvol vredesproces.

Guatemala en Honduras
De jeugdbendeproblematiek is grensoverschrijdend en vereist samenwerking tussen Centraal-Amerikaanse landen, met name Guatemala, Honduras en El Salvador. Eind mei verkondigde de president van Guatemala, Otto Pérez Molina, dat zijn regering absoluut niet met criminelen zou onderhandelen. Hij heeft bij zijn aanstelling in januari van dit jaar beloofd het geweld met de harde hand aan te pakken. Mijango heeft echter met bendeleiders van de MS en M-18 in Guatemala en Honduras gesproken en zij zijn volgens hem bereid om over een wapenstilstand te praten. Zij zullen zelf lokale bemiddelaars moeten vinden om dit proces eventueel te faciliteren. Elk land heeft zijn eigen specifieke context en daar moet rekening mee worden gehouden bij een eventueel pact in Honduras en Guatemala.

Ook is de Salvadoriaanse minister van veiligheid, David Munguía, samengekomen met zijn collega’s uit Guatemala en Honduras om de ervaring met het pact in El Salvador te delen. De interesse voor het Salvadoriaanse pact groeit en misschien brengt dit langzaam een verandering teweeg in de aanpak van geweld in Centraal Amerika.

Reageer

  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <i> <strong> <b> <cite> <blockquote> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <h2> <h3> <h4> <hr>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.