            |
|
 |
Solidariteitskomitee
Mexico
opgeheven
sinds maart 1998, disuelto desde Marzo de 1998
|
|
Chronologie
van gebeurtenissen in Mexico en Chiapas
van 1 Juni 1998 tot en met 30 Juni 1998
|
Afkortingen tussen haakjes achter de plaatsnamen verwijzen naar
de namen van de volgende Mexicaanse deelstaten:
(BC)= Baja California
(Ch)= Chihuahua
(Chia)= Chiapas
(Gu)= Guerrero
(Jal)= Jalisco
(Me)= Estado de México
(Mo)= Morelos
(NL)= Nueva León
(Oa)= Oaxaca
(Pue)= Puebla
(Que)= Querétaro
(SLP)= San Luis Potosi
(Ta)= Tabasco
(Ver)= Veracruz
JUNI 1998
1 juni Vandaag
vertrekt de uit 300 personen bestaande hulpcaravaan `Ricardo Flores
Magón' vanuit de deelstaat Mexico naar Chiapas. De caravaan
vervoert 35 ton aan hulpgoederen, bestemd voor Zapatistagemeenschappen
in de `autonome gemeente' `Tierra y Libertad'.
2 juni De bewoners van het gehucht Navil, waar volgens de deelstaatregering
op 25 mei een trainingskamp van het EZLN werd ontdekt, worden door
een gecombineerde operatie van legereenheden en guardias blancas [doodseskader-leden]
uit hun dorp verdreven. Meer dan 30 families hebben hun toevlucht
gezocht in de omliggende bergen, met achterlating van al hun bezittingen.
3 juni Het Mexicaanse leger en de Chiapaneekse deelstaatpolitie
doen met meer dan 1.000 man een inval in de gemeente Nicolás
Ruiz, die zich op 10 mei j.l. autonoom verklaarde. De gemeente, die
al sinds vorig jaar bestuurd wordt door de vergadering van de gemeenschap,
zonder tussenkomst van politieke partijen, is sterk op de hand van
het EZLN. De regeringstroepen vallen het dorp binnen "om een aantal
ten onrechte gearresteerde burgers te bevrijden" [dat excuus werd
ook al op 1 mei gebruikt in Amparo Agua Tinta]. Die gevangen zittende
burgers worden niet gevonden, aangezien ze er niet zijn. Een klein
groepje PRI-aanhangers die niet akkoord gingen met de autonoom verklaring
en een PRI-geleid gemeentebestuur wouden installeren, werd midden
mei uit de gemeente gedreven [zie 19 mei '98]. Tijdens de operatie
worden burgers die passief geweldloos verzet plegen, door menselijke
barrikades te vormen, meedogenloos in elkaar geslagen en met traangas
verspreid. Gemaskerde leden van het doodseskader Los Chinchulines
wijzen de woningen aan van EZLN-sympathisanten, waarvan er vervolgens
180 zonder arrestatiebevelen worden opgepakt, een aantal mensen `verdwijnen'
en er raken meer dan 20 mensen gewond. Een groot aantal huizen wordt
geplunderd. Een truck met zich terugtrekkende politieagenten verongelukt
in de buurt, vijf smerissen raken zwaar gewond, een veertigtal licht
gewond. Loontje komt om zijn boontje.
5 juni De LIMEDH (Liga Mexicana por la Defensa de los Derechos
Humanos) vraagt om de onmiddellijke vrijlating van Dr Félipe
Martínez Soriano, ex-rector van de Universiteit Benito Suarez
van Oaxaca, politiek gevangene sinds 1990 en op uiterst dubieuze wijze
gronden veroordeeld als "autor intelectual" van een moord. Tevens
wordt hij door de overheid gezien als de oprichter en leider van de
in het EPR opgegane guerrillagroep PROCUP-PdlP. Martínez Soriano
is een Zapoteco-Indiaan van 71 jaar oud en verkeert in slechte gezondheid
in de superbeveiligde gevangenis van Almoyola de Juarez (Me). Sinds
2 juni is hij in hongerstaking om samenvoeging met gelijkgezinde politieke
gevangenen in een andere bajes en zijn vrijlating af te dwingen.
Volgens het dagblad La Jornada hebben de laatste dagen meer
dan 80 families hun huizen in de dorpjes Bademia en Navil (Chia) [zie
2 juni] moeten verlaten om in de bergen weg te vluchten voor de constante
bedreigingen door locale PRI-aanhangers.
6 juni Van de 180 personen die op 4 juni bij de inval in de
autonome gemeente Nicolás Ruiz (Chia) werden opgepakt, zitten
er 16 vast in de gevangenis `Cerro Hueco'. De rest zou zijn vrijgelaten.
In Nicolás Ruiz is na de inval een 200 man sterke politiemacht
geïnstalleerd om aldaar `de orde te handhaven'. Volgens het FZLN
zijn zo'n 1000 bewoners inmiddels de bergen in gevlucht.
7 juni De hulpgoederencaravaan Flores Magón [zie
1 juni] wordt onderweg in Chiapas aangevallen en tegengehouden door
sympathisanten van de PRI.
De bewoners van het Mixteekse bergdorpje El Charco (Gu) worden om
4 uur `s nachts in hun slaap verrast door een militaire `patrouille'
die het dorp omsingelt en vervolgens het vuur opent. Een dag tevoren
zijn 12 personen in het dorp aangekomen met het verzoek of zij in
een schoolgebouw in het dorp de nacht door mochten brengen. De 12
zouden lid zijn geweest van de Marxistisch-Leninistische strijdgroep
EPR [Revolutionair Volksleger]. Tijdens het militaire spervuur, dat
uren aanhoudt, worden 11 van de vermeende EPR-leden doodgeschoten,
raken 5 dorpsbewoners gewond, en worden er nog eens 21 gearresteerd.
Na het bloedbad verandert de streek rondom El Charco, waar nog 6 andere
dorpjes liggen en zo'n 2000 mensen wonen, in een militaire zone door
het aanrukken van diverse zwaarbewapende konvooien politie en militairen.
Bewoners mogen de streek niet verlaten, met inbegrip van lokale autoriteiten
en journalisten. Een plaatselijke politiecommissaris (sic !) verklaart
later dat er een dag tevoren al aldoor militaire voertuigen in de
buurt rondreden, en dat hij niet gemerkt heeft dat de 12 personen
in het schoolgebouw rebellen waren of wapens bij zich hadden. De 21
arrestanten zijn overgebracht naar een gevangenis in Acapulco zonder
dat hun identiteit is vrijgegeven. Aan journalisten die de doden wilden
zien om vast te stellen in welke toestand de lijken zich bevonden
en of deze te identificeren waren, is dit geweigerd. Volgens de verhalen
van getuigen was er geen confrontatie tussen het leger en de vermeende
EPR-leden, maar viel het leger aan zonder dat er geschoten was. Ook
zouden zich al maanden leden van de geheime dienst in de streek hebben
bevonden.
Sinds eind 1996 is het EPR nog slechts in enkele gemeenten in het
betreffende gebied actief met propaganda, en heeft de guerrillagroep
niet meer de wapens opgenomen. Daarvóór is het EPR binnen
Guererro in totaal 12 keer gewapende conflicten aangegaan, waarbij
5 guerrilleros omkwamen. Voor de regering is het bestaan van
de EPR altijd een excuus geweest om zoveel mogelijk politieke tegenstanders
in Guererro op te pakken of af te maken, op grond van vermeend lidmaatschap
van het EPR.
8 juni De aandelenmarkt reageert één dag na het
bloedbad in El Charco (Gu) met een ingezakte Peso [Mexicaanse munt].
Volgens politieke commentatoren is dit een wat overdreven reactie,
hoewel het `conflict' wel weer in de herinnering brengt dat Mexico
`problemen heeft met het handhaven van de wet.' (Aldus Persburo Reuters)
Bisschop Samuel Ruiz, die sinds het uitbreken van de Zapatista-opstand
in begin '94 al optreedt als bemiddelaar tussen het EZLN en de regering,
kondigt aan zich terug te trekken uit de CONAI [Nationale Bemiddelingscommissie].
In een verklaring van twee en een halve pagina waarin hij uitlegt
hoe hij tot dit besluit is gekomen, hekelt Ruiz het gebrek aan bereidheid
tot dialoog van de regering. Voorts brengt Ruiz in de herinnering
dat de regering al van voor `94 een haatcampagne tegen zijn bevrijdingstheologisch
gezinde bisdom voert, en dat sinds het uitbreken van de Zapatista-opstand,
7 priesters door de regering uit het bisdom werden verbannen, 4 gevangen
werden gezet, en dat er 40 kerken werden gesloten of bezet door paramilitairen
of het leger. De zelfde avond nog maakt de CONAI bekend er geen heil
in te zien haar werkzaamheden nog voort te zetten, aangezien de regering
toch consequent iedere mogelijkheid tot onderhandeling saboteert.
In een begeleidend communiqué zet de opgeheven onderhandelings-commissie
in 6 punten uiteen hoe de regering haar slechte wil toont: steeds
meer militarisering, steun aan paramilitaire groeperingen, het negeren
van de accoorden van San Andrés [over Indianenrechten], aanvallen
gericht tegen de autonome gemeenten (waar ook het plan voor een gemeentelijk
herindeling van Chiapas voor opgezet is [zie 29 mei], het gevangen
zetten van politieke opposanten en het veroorzaken van een vluchtelingenprobleem,
en acties gericht tegen de CONAI zelf.
10 juni Naar aanleiding van het bloedbad van El Charco (Gu)
[zie 7 juni] verschijnen steeds meer berichten in de pers dat het
hier in feite om een standrechtelijke executie gaat van vermeende
guerrilleros. De slachtoffers zouden lid zijn geweest van het
ERPI (Ejército Revolucionario del Pueblo Insurgente [Revolutionair
Leger van het Volk in Opstand]), een afsplitsing van het EPR, die
zich in de eerste plaats zou richten op politiek voeren vanuit de
basis van de Indianengemeenschappen, terwijl het EPR meer gericht
is op guerrilla-acties tegen militaire en politieke doelwitten. De
operatie in El Charco zou er vooral op gericht zijn geweest dergelijk
guerrillagroeperingen in Guerrero te ontmoedigen.
Mensen die in Mexico zijn aangesloten op het grootste internet-netwerk
Telmex ontvangen allemaal via E-mail een uitnodiging om een website
te bezoeken met `pornografische' afbeeldingen van bisschop Samuel
Ruiz. De laatse tijd verschijnt op internet steeds meer propaganda
van paramilitaire organisaties. Ook gaan er steeds vaker dingen mis
als er via internet berichten worden verstuurd over Chiapas.
11 juni Om 3 uur `s nachts opent het leger met zo'n 1200 soldaten,
geholpen door locale PRI-isten, de aanval op 4 verschillende Chiapaneekse
gemeenschappen in de autonome gemeente `San Juan de la Libertad' (El
Bosque, Chia). In het gemeentehuis van San Juan de la Libertad vindt
een inval plaats, waarna iedereen die zich binnen bevindt zwaar wordt
mishandelt en vervolgens afgevoerd naar de gevangenis van Cerro Hueco.
In Chabajeval zetten leger en politie de aanval in met helicopters
van waaruit gegooid wordt met traangas. Terwijl het leger de huizen
vernielt en alles leegrooft, vluchten de 3000 bewoners van Chabajeval
naar de bergen of naar omringende gemeenschappen. De Tzotzilgemeenschap
Unión Progreso (160 inwoners) wordt `veroverd' met behulp van
zo'n 50 legervoertuigen en 2 helicopters. 7 jongens die in de bergen
een veilig heenkomen wilden zoeken ,zouden op de vlucht zijn doodgeschoten
waarna de lichamen `verdwenen'. Alle mannelijke inwoners worden vastgehouden,
de vrouwen en kinderen moeten zonder voedsel of water wegvluchten.
Het leger vernielt en plundert het dorp en de plaatselijke coöperatieve
winkel volledig. Tezelfdertijd doet het leger ook nog een poging om
het dorp Obregón binnen te vallen. Dit mislukt doordat de bevolking
er in slaagt hen op vreedzame wijze de weg te versperren. De soldaten
druipen af met de belofte nog wel terug te zullen komen. Achteraf
geeft de overheid als reden voor deze operatie dat `de rechtsorde
hersteld moest worden'. De aanleiding zou zijn dat één
dag tevoren een PRI-sympathisant in een hinderlaag gelokt en vermoord
is bij het dorp Los Platanos. Een vreemd detail hierbij is dat Los
Platanos juist één van de weinige PRI-gezinde dorpen
in deze gemeente is. Maar aangezien de moordenaars bivakmutsen droegen
moesten het wel Zapatisten zijn, wat de overheid een afdoende reden
zou hebben gegeven om 4 autonome dorpen binnen te vallen. Alleen is
het op zijn zachtst gezegd onwaarschijnlijk dat zo'n omvangrijke operatie
in één dag georganiseerd is.
Het ERPI maakt via een communiqué bekend dat slechts enkelen
van de 11 personen die op 7 juni in El Charco (Gu) door het leger
vermoord zijn leden van het ERPI waren. De anderen zouden leiders
van andere sociale groeperingen zijn geweest die naar El Charco waren
gekomen om deel te nemen aan een volksraadpleging, aan de hand waarvan
het ERPI haar eisen wilde opstellen. Volgens het communiqué
heeft het leger van de gelegenheid willen profiteren om deze sociale
leiders te vermoorden.
Samenstelling en
vertaling:
ZAPATA, Mexico Nieuwsdienst
Postbus 16578, 1001 RB, Amsterdam
email:resiste@dds.nl
http://www.noticias.nl/prensa/zapata
anti-Copyright, Juni 1998
Overname aanbevolen, onder vermelding van bron
|
|