                |
|
 |
Solidariteitskomitee
Mexico
opgeheven
sinds maart 1998, disuelto desde Marzo de 1998
|
|
Chronologie
van gebeurtenissen in Mexico en Chiapas
van 1 Juli 1998 tot en met 31 Juli 1998
|
Afkortingen tussen haakjes achter de plaatsnamen verwijzen naar
de namen van de volgende Mexicaanse deelstaten:
(BC)= Baja California
(Ch)= Chihuahua
(Chia)= Chiapas
(Gu)= Guerrero
(Jal)= Jalisco
(Me)= Estado de México
(Mo)= Morelos
(NL)= Nueva León
(Oa)= Oaxaca
(Pue)= Puebla
(Que)= Querétaro
(SLP)= San Luis Potosi
(Ta)= Tabasco
(Ver)= Veracruz
JULI 1998
1 juli President
Zedillo is op bezoek in de sterk Zapatista-gezinde gemeente Simojovel
(Chia). Tijdens een toespraak voor aanhangers van de regeringspartij
PRI roept hij de Zapatistas op om tot een directe dialoog met de regering
over te gaan. Zedillo doet wederom een uitval naar "destabilisatoren"
uit de hoek van mensenrechtenorganisaties en uit het buitenland. Tevens
krijgt bisschop Samuel Ruiz, die op 7 juni uit protest tegen de onwil
van de Mexicaanse regering om tot een werkelijke dialoog te komen,
aftrad als voorzitter van de bemiddelingscommissie CONAI, een flinke
veeg uit de pan. Ruiz wordt beschuldigd van partijdigheid voor de
Zapatistas en gebrandmerkt als "apostel van de hipocrisie". Zedillo
zegt ook dat hij niet langer het optreden van "messianische leiders"
kan accepteren, vermoedelijk verwijzend naar de EZLN-leider Subcomandante
Marcos. De algemene teneur van zijn toespraak had meer weg van een
openlijke oorlogsverklaring als van een uitnodiging tot onderhandelen.
4 juli Vlakbij het dorp Axuxuca, in de gemeente Tlapa (Gu),
valt het ERPI een politie-patrouille aan. Twee agenten worden gedood
en één raakt gewond. Direct daarop stroomt het gebied
vol met militairen en er worden een korte tijd twee plaatselijke boeren
vastgehouden en ondervraagd. Een andere boer die wordt opgepakt `verdwijnt'.
6 juli Bij gouverneursverkiezingen in drie noordelijke Mexicaanse
deelstaten wordt de buit tussen twee van de drie grootste partijen
verdeeld. Regeringspartij PRI wint de posten in Chihuahua en Durango.
De centrum-linkse PRD wint de post in Zacatecas, met in februari dit
jaar van de van de PRI naar de PRD overgelopen Ricardo Monreal Avila.
Monreal was binnen de PRI gepasseerd als kandidaat en stapte dus over
naar de PRD (een groot deel van de PRD-leiders bestaat uit wegens
carriere belemmeringen overgelopen PRI-kopstukken).
8 juli Uit het autopsie-rapport van de acht op 10 juni in El
Bosque (Chia) gedode Zapatistas, blijkt dat zes lijken schotwonden
in de rug vertoonden, bij drie lijken werden schotwonden aan de voorzijde
van het hoofd vastgesteld, waarvan twee van zeer dichtbij zijn afgevuurd.
In overeenstemming met de verklaring van de dorpsbewoners wijst alles
erop dat de meeste doden standrechtelijk werden geëxecuteerd.
9 juli Regeringsonderhandelaar Emilio Rabasa Gamboa komt in
aansluiting op president Zedillo's toespraak van een week geleden,
met een nieuw `plan' om de dialoog met het EZLN te hervatten. Rabasa
deelde mee nieuwe financiële injecties in de Chiapaneekse economie
te geven en dat Zapatista aanhangers die niet betrokken zijn geweest
bij gewelddadigheden vrijgelaten zullen worden. Het EZLN zou dan zijn
achterban moeten aansporen de wapens in te leveren. Tevens zou het
EZLN moeten stoppen met het uitroepen van nieuwe `autonome gemeenten'
[paralelle bestuursorganen die op de hand van het EZLN zijn]. Van
terugtrekking van een deel van de 70.000 in Chiapas gelegerde militairen
kan uiteraard geen sprake zijn aangezien die daar zijn "om de nationale
souvereiniteit en territoriale integriteit te garanderen", aldus Rabasa.
Leden van de parlementaire bemiddelingscommissie COCOPA laten weten
niets te zien in Rabasa's nieuwe oproep.
Het dagblad El Financiero publiceert een reportage waarin uitgebreid
een boekje wordt opengedaan over het regeringsgezinde doodseskader
Movimiento Indígena Revolucionario Antizapatista (MIRA
[Revolutionair Indiaanse Antizapatistische Beweging]). MIRA heeft
in het Lacandona Oerwoud afdelingen in de dorpen El Censo, Placido
Flores, San Caralampio, Guadalupe San Luis, Calvario, Santa Elena,
Monte Libano en Taniperlas. Plaatselijke PRI-leiders ronselen jongeren
uit die dorpen en bieden hen tegen betaling van 850 pesos per maand,
militaire training, "om zich voor te bereiden op een andere oorlog,
zonder mededogen, tegen de Zapatistas". Twee keer per maand krijgen
de jongeren militaire training. De leiders verdienen 10.000 pesos
per maand en werken nauw samen met politie en leger. In de Lacandona-zone
coördineert de ex-Zapatist Nicolas García Flores de trainingen.
De MIRA is ook actief in de Chiapaneekse gemeenten Oxchuc, Ocosingo,
Huixtán, Altamirano, Cítala, San Juan Cancuc en Las
Margaritas. De werkelijke leiding van MIRA bestaat uit een aantal
PRI-kopstukken (waaronder een burgemeester, een vakbondsleider en
een parlementslid) uit de regio.
De parlementaire bemiddelingscommissie COCOPA maakt een rapportage
bekend waarin het bestaan van 11 paramilitaire organisaties [doodseskaders]
wordt bevestigd. De COCOPA benoemt de volgende: Primera Fuerza,
Máscara Roja, Los Chinchulines, Alianza San Bartolomé
de los Llanos, Fuerzas Armadas del Pueblo, Paz y Justicia, Movimiento
Indígena Revolucionario Antizapatista (MIRA), Degolladores
en Tomas Munzer. Van de meesten zijn ook de leiders en de leden
bekend. De COCOPA heeft de gegevens aan de politieenheid PGR overgedragen,
maar die heeft tot op heden niets met de informatie gedaan.
De Mexicaanse regering maakt voor de derde maal dit jaar bekend nieuwe
bezuinigingen te moeten doorvoeren, wegens de afnemende inkomsten
uit de olie-export, die op hun beurt worden veroorzaakt door de wereldwijde
daling van de olieprijzen. In totaal belopen de extra bezuinigingen
dit jaar al 7,4 miljard gulden. Tegelijkertijd wil de Mexicaanse minister
van Financiën 130 miljard gulden uitgeven aan het saneren van
een aantal particuliere banken, die in financiële moeilijkheden
zijn geraakt.
In Tepetixtla (Gu) wordt Eusebio Vázquez Juarez, lokaal leider
van de radikale boerenorganisatie OCSS, door acht gemaskerde mannen
koelbloedig afgemaakt. Vázquez had de afgelopen jaren al meermalen
geageerd tegen het gewelddadige optreden van politieagenten, de aanwezigheid
van militairen en de opkomst van paramilitaire organisaties in de
regio. Vázquez was in april opgepakt en mishandeld door de
lokale politie en ontving kortgeleden meerdere doodsbedreigingen.
De laatste drie jaren werden 34 leden of leiders van de OCSS vermoord
in de deelstaat Guerrero. Als reactie op de moord op Vázquez
bezetten een aantal leden van de OCSS het politiebureau in het dorp,
omdat ze de plaatselijke politiechef verantwoordelijk houden voor
de moord. Tevens eisen ze het vertrek van de militairen uit de regio.
Twee dagen later heffen ze de bezetting op onder druk van een dreigende
ontruiming door militairen en politie. Zes dagen later wordt in dezelfde
regio een PRI-lid door onbekenden doodgeschoten.
10 juli In de ejidos [communale boerengemeenschappen]
in de wijde omgeving van het grootste militaire kamp van het Mexicaanse
leger in San Quintín (in het hartje van het Lacandona Oerwoud,
Chia) duikt een militair in burgerkleding op. Hij biedt de plaatselijke
bestuurders van de Zapatista gezinde bevolking geld aan in ruil voor
ondersteuning van het plan van de deelstaatsregering om in gemeentlijke
herindeling door te voeren. Tevens krijgen de bestuurders bestuursposten
aangeboden. De ejido-bestuurders weigeren.
In Mexico-Stad overlijdt de in heel Mexico bekende radikale protestzanger
José de Molina. De Molina maakt al sinds decennia liedjes met
radikaal linkse teksten, waarin hij ongeremd uithaalt naar de regering
en alle misstanden in zijn land. De Molina was zowel een sympathisant
van het EZLN en het EPR, als de guerrilla-organisaties uit jaren zestig
en zeventig. Jarenlang trad hij iedere vrijdag op de zócalo,
Mexico-Stads centrale plein, op.
Bij een botsing tussen EZLN- en PRI-gezinde bewoners van het dorpje
Monte Azul (Chia), raken er drie PRI-isten gewond. De PRI-bewoners
van het dorp zoeken hun toevlucht in het door politieeenheden en het
doodseskader MIRA bezette Taniperla. De gouverneur van Chiapas deelt
in Taniperla zaaigoed en pluimvee uit ter waarde van 200.000 gulden
(uiteraard alleen aan degenen die een verklaring ondertekenen waarin
ze beloven dat hun enige ideaal "werken en de vooruitgang" zijn.
In een communiqué meldt de van het EPR afgesplitste guerrilla-organisatie
Ejército Revolucionario del Pueblo Insurgente (ERPI)
dat van de elf doden die op 7 juni '98 vielen tijdens de overval van
het Mexicaanse leger op het schooltje in het dorp El Charco (Gu),
slechts vier personen lid van deze guerrilla-organisatie waren. De
overige zeven waren burgers. Het ERPI noemt de overval een "opzettelijk
bloedbad, uitgevoerd door in Guatemala getrainde commando's". Het
ERPI eist tevens de aanvallen van 22 juni en 4 juli jongstleden op.
12 juli Roberto Albores Guillén, interim-gouverneur
van Chiapas, komt met een "Voorstel ter vermindering van de Spanning
in Chiapas". Eén van de voorstellen is gericht aan de bestuurders
van de `autonome gemeenten' Ernesto Ché Guevara, 17 de Noviembre,
San Pedro de Michoacán, San Pedro Chenalhó en Francisco
Gomez. Het voorstel behelst de oprichting van `overgangs gemeentebesturen',
die over een eigen budget zouden moeten beschikken, vanaf het moment
dat de onderhandelingen over de formalisering van de besturen worden
aangevangen. Ander punt uit het voorstel is "de ontwapening van alle
civiele groepen, ongeacht politieke, religieuze of ideologische voorkeur".
De COCOPA zou moeten bemiddelen om deze ontspanningsmaatregelen te
kunnen realiseren.
Volgens de PRI-gezinde krant El Nacional hebben 131 families
uit het dorp Nuevo Aurora (Chia), die meer dan een jaar deel uitmaakten
van het EZLN, deze organisatie weer verlaten en steun gevraagd bij
de deelstaatregering. Volgens een opgevoerde woordvoerder van de families
is het uitblijven van financiële voordelen de reden dat ze weer
terug keren in de moederschoot van de regering(spartij).
13 juli Driehonderd politieagenten vallen een dorp in de buurt
van Chicontepec (Ver) binnen en verjagen 180 boerenfamilies van hun
land, dat ze kort daarvoor bij gerechtelijke uitspraak toegewezen
hadden gekregen. Meer dan honderd mensen raken gewond, 40 mannelijke
bewoners worden met onbekende bestemming afgevoerd. De huizen en landbouwgrond
wordt afgebrand en veel bewoners ondervraagd op vermeende banden met
de guerrillaorganisatie EPR.
Dicht bij het dorp Los Platanos (Chia) wordt een lid van de PRI doodgeschoten
door onbekenden. Over het voorval zijn drie verschillende officiële
versies. Echter alle drie schuiven de schuld richting EZLN-sympathisanten
uit de omgeving. Ruim een maand geleden werden in deze buurt ook een
aantal PRI-leden doodgeschoten, wat gevolgd werd door een politie-operatie
waarbij acht EZLN-sympathisanten werden doodgeschoten [zie ook 10
juni].
15 juli Na maanden van zwijgen stuurt de woordvoerder/militair
leider van het EZLN, Subcomandante Marcos weer een teken van
leven aan de buitenwereld. Na twee vier-regels tellende communiqués,
volgt een lang communiqué van 24 pagina's. Hierin wordt de
huidige situatie van de Mexicaanse economie beschreven, zoals die
gezien wordt door de bril van Marcos. Terwijl de gehele nationale
economie deels in de uitverkoop wordt gegooid en deels bij het grofvuil
wordt gezet, voert de Mexicaanse regering ter compensatie een chauvinisme
campagne tegen de `buitenlandse inmengers'. Waarmee mensenrechtenwaarnemers
en Zapatista-sympathisanten worden bedoeld, en niet de buitenlandse
investeerders die de halve economie opkopen, of buitenlandse financiële
instellingen zoals Wereldbank en IMF, die 's lands economische politiek
dicteren. Verder wordt uitgewijd over de lange stilte van het EZLN,
middels communiqué's van de leiding [CCRI-CG], en uitgelegd
dat onderhandelen met de regering geen zin heeft wanneer de overeengekomen
akkoorden [van San Andrés, door regering en EZLN getekend in
februari 1996] niet nagekomen worden door de regering. In tegendeel,
terwijl de regering enerzijds geheel over nieuw wil aanvangen met
de onderhandelingen, voert ze tegelijkertijd een dodelijke en slopende,
meer of minder, versluierde oorlog tegen de met het EZLN sympathiserende
gemeenschappen. Slachtoffer van de oorlogszucht van de regering zijn
de Indianen, de `burgermaatschappij', de nationale en internationale
gemeenschap, de overgang naar de democratie en de nationale souvereiniteit
geworden, aldus Marcos.
Als reactie op de communiqué's van het EZLN en allerlei geruchten
dat het EZLN militaire kampementen zou willen aanvallen, verhoogt
het Mexicaanse Leger zijn patrouilles en het aantal controlepunten
in het Lacandona Oerwoud-gebied.
De centrum-linkse oppositiepartij PRD kondigt aan in augustus een
buitenparlementair referendum te gaan organiseren over de vraag of
het speciale fonds FOBAPROA toegevoegd moet worden aan de Mexicaanse
staatsschuld. FOBAPROA werd begin 1995 ingesteld, met forse financiële
steun van de Wereldbank en het IMF, om de ingelegde gelden bij een
groot aantal banken te garanderen. Door de pesocrisis, die in december
'94 begon, waren een groot aantal banken in ernstige liquiditeitsproblemen
gekomen en dreigden failliet te gaan. Dit reddingsfonds, FOBAPROA,
omvat 65 miljard dollar aan bankgaranties. De Mexicaanse regering
wil die toevoegen aan de staatsschuld. De oppositionele PRD is van
mening dat de samenleving niet hoeft op te draaien voor het onverantwoordelijke
speculatiegedrag van de Mexicaanse banken. Bovendien vinden de oppositiepartijen
dat het FOBAPROA-fonds alleen maar aangewend is om een aantal aan
de regeringspartij gelieerde, en trouwe, banken, uit de stont te helpen.
Tegen een aantal van ex-directeuren van die banken (Banpaís,
Banco Confia) lopen gerechtelijke vooronderzoeken wegens fraude en
zitten vast.
16 juli Raul Salinas de Gortari, de broer van de Mexicaanse
ex-president (1988-1994), wordt door de Zwitserse politie verdacht
van het aannemen van enorme sommen smeergeld van de Mexicaanse drugsmaffia.
Dat geld zou hij hebben gekregen om de doorvoer van drugs van Mexico
naar de VS te vergemakkelijken. Raul Salinas sluisde al dat geld door
naar bankrekeningen, op valse namen, in Zwitserland. Sinds februari
1995 zit Raul in een Mexicaanse bajes op beschuldiging van moord op
zijn ex-zwager (28 september 1994) en samenwerking met de Mexicaanse
drugskartels.
18 juli De deelstaatregering van Chiapas heeft twaalf advocaten
ter beschikking gesteld aan de 85 verdachten die al maanden in de
gevangenis van Tuxtla Gutiérrez vastzitten, op beschuldeging
van deelname aan het bloedbad dat paramiliatiren op 22 december 1997
aanrichtten in Acteal (Chia). Aan vastzittende gevangenen die sympathiseren
met het EZLN of de centrum-linkse oppositiepartij PRD, werden nog
nooit advocaten ter beschikking gesteld of advocaatskosten vergoed.
19 juli Het Mexicaanse Leger maakt bepaald geen aanstalten
zich terug te zullen trekken uit het Lacandona Oerwoud, dat voor een
aanzienlijk deel het bolwerk van de Zapatistas is. In de dorpen Maravilla
Tenejapa, Miramar, Salto de Agua, Las Margaritas, Toniná, San
Quintín, Ocosingo en Altamirano (allen Chia) is SEDENA (het
Ministerie van Defensie) bezig permanente woningen te bouwen voor
leden van de militaire elite-eenheid Fuerza Tarea Arco Iris
[Regenboog Eenheid], waarvan de soldaten getraind zijn in guerrilla-bestrijding.
De burgemeester van Tenejapa Maravilla zegt dat de gemeenschap het
leger uitgenodigd heeft om er een kamp en woningen te bouwen. "Na
onze terugkeer in april 1995 (in januari 1994, met het begin van de
opstand van het EZLN, waren de regeringsgezinde families gevlucht,
doodden de Zapatistas drie van ons en dus vroegen we om militaire
bescherming".
Het EZLN brengt zijn Vijfde
Verklaring van het Lacandona-oerwoud (vertaling in het Engels)
uit. Hoofdpunt in deze verklaring is het voorstel om een nationaal
referendum te organiseren waarin de Mexicaanse bevolking zich kan
uitspreken over de vraag of het wetsvoorstel met betrekking tot Indianenrechten
en -cultuur,dat de parlementaire bemiddelingscommissie COCOPA in december
1996 opstelde, moet worden opgenomen in de Mexicaanse wetgeving. De
Mexicaanse regering heeft dit wetsvoorstel, dat een juridische uitwerking
is van het in februari 1996 tussen regering en EZLN gesloten Akkoord
van San Andrés, van het begin af aan verworpen. Je kunt
je met rede afvragen wat überhaupt het nut is van zo'n referendum.
Het vorige referendum dat het EZLN organiseerde, in september 1995,
blonk uit in vage en stupide vragen. Het resultaat van die Consulta
Nacional, de wens dat het EZLN zich omvormt tot een [legale] politieke
organisatie, werd door het EZLN terzijde geschoven danwel uitgesteld.
Wederom lijkt het EZLN een beroep te willen doen op wat het de burgermaatschappij
[sociedad civil] noemt. Die burgermaatschappij, een brede coherente
sociale beweging die zich actief in de buitenparlementaire politiek
werpt om de eisen van de Zapatistas kracht bij te zetten, is echter
een niet bestaand fantoom, wat desondanks nog steeds nagejaagd wordt
door het EZLN.
In de gemeenschap Riso de Oro (Chia) wordt door Zapatista-aanhangers
de `autonome gemeente' Tierra y Libertad, die op 1 mei j.l. in het
dorp Amparo Aguatinta door leger en politie werd ontmanteld, weer
in werking gesteld.
21 juli Samuel Ruiz, bisschop van San Cristóbal de las
Casas, kondigt aan dat hij november 1999 met pensioen gaat en opgevolgd
zal worden door zijn hulpbisschop Raul Vera López. Ruiz is
al sinds eind jaren zestig bisschop van het oostelijk deel van Chiapas.
23 juli Kofi Annan, secretaris-generaal van de Verenigde Naties,
is op bezoek in Mexico. Naast het officiële gedeelte van zijn
bezoek (ontvangst door de president en minister van Buitenlandse Zaken)
neemt hij een aantal rapportages van mensenrechtenorganisaties en
brieven over dezelfde materie van een aantal Mexicaanse basisorganisaties
in ontvangst. Annan houdt zich, als een `goed' diplomaat betaamt,
op de vlakte en belooft de aangekaarte gevallen te bestuderen. Daar
hoef je dus niets van te verwachten, gezien zijn uitlatingen van de
laatste dagen, waarin hij de Mexicaanse regring stroop om de mond
smeerde en haar inzet voor een vreedzame oplossing van het conflict
in Chiapas loofde en het EZLN opriep om terug te keren aan de onderhandelingstafel.
President Zedillo is alweer in Chiapas op bezoek. Dit maal bezoekt
hij de gemeente Ocosingo. Daar herhaalt hij in een toespraak zijn
eis om directe onvoorwaardelijke onderhandelingen tussen regering
en EZLN. Zedillo verwerpt de door het EZLN, op 19 juli gepresenteerde
Vijfde Verklaring van het Lacandona-oerwoud, voorgestelde nationale
volksraadpleging over het wetsvoorstel met betrekking tot Indianenrechten
en -cultuur dat de parlementaire bemiddelingscommissie COCOPA in december
1996 opstelde. De regering heeft dat wetsvoorstel in januari 1997
verworpen en kwam kortgeleden met een eigen uitgeklede versie van
dat wetsvoorstel. In reactie op Zedillo's toespraak laten een aantal
ex-COCOPA-leden (waaronder leden van de regeringspartij PRI) weten
dat Zedillo het wetsvoorstel van de COCOPA van het begin af aan geblokkeerd
heeft.
24 juli Peter Brown, een Amerikaan die al een paar jaar vrijwillige
bouwteams uit de VS begeleidt die in de Zapatistische gemeenschap
Oventic een middelbare school hebben gebouwd, wordt door de vreemdelingenpolitie
in Chiapas opgepakt, op het vliegtuig naar Mexico-Stad gezet en vervolgens
het land uitgegooid.
25 juli Na meer dan anderhalf jaar zonder proces vast te hebben
gezeten, wordt Jesús Gómez Gómez, de voorzitter
van De Stem van de Cerro Hueco, de vereniging van gevangenzittende
EZLN-sympathisanten, vrijgelaten. Nog steeds zitten er, op allerlei
gefabriceerde aanklachten, 71 EZLN-sympathisanten vast in de bajes
Cerro Hueco, te Tuxtla Gutiérrez, en de bajes van Yajalón
(Chia). Een deel van hen begint vanaf vandaag een beperkte estafette
hongerstaking. De vrouwen van de gevangenen beginnen buiten de bajessen
een langdurig protest.
26 juli Twee militaire attachés van de embassade van
de VS in Mexico worden bij het PRI-gezinde dorp Los Platanos (Chia)
aangehouden door een plaatselijke PT-knokploeg (Partido de los Trabajadores
[Arbeiderspartij], een satelietpartij van de regerende PRI) en gedurende
zeven uur vastgehouden. De attachés hadden een aantal kisten
met onbekende inhoud bij zich, die de knokploeg wilde inspecteren.
De attachés weigerden inspectie. Uiteindelijk werden de twee
attachés ontzet door de deelstaatpolitie. Los van de inhoud
van de kisten kun je je afvragen wat militaire attachés van
de VS in het Chiapaneekse conflictgebied doen, terwijl de VS-regering
bij hoog en bij laag beweert dat het conflict in Chiapas een interne
aangelegenheid is. De kersverse VS-ambassadeur Davidow beweert dat
ze op een informatie-inzamelingsmissie waren (al de zesde dit jaar!).
En die kisten dan?
Een eenheid van het EPR valt een kampement van een gemengde militairen-politie-eenheid
(BOM) bij het dorp San Andrés Huayapan (Oa) aan. Volgens een
woordvoerder van het Openbaar Ministerie raakten twee militairen gewond.
Eén dag later weet de onderminister van Binnenlandse Zaken
te melden dat het EPR zo goed als opgerold is, niet in de deelstaat
of Stad Mexico actief is en alleen nog maar beschikt over een paar
kleine groepjes in Oaxaca en Guerrero. Het gros zou in de bajes zitten,
aldus de woordvoerder. Twee jaar geleden wist Binnenlandse Zaken al
net zo iets te melden, waarop het EPR enkele dagen later in zes deelstaten
tegelijk gewapende acties uitvoerde. Even afwachten dus.
28 juli Miguel Ruíz Ruíz, leider van de al jaren
bestaande onafhankelijke boerenorganisatie CIOAC, wordt met vijf gerichte
schoten, bij het dorp Francisco Sarbia (Chia) door onbekenden om het
leven gebracht. Vermoed wordt dat de daders tot een doodseskader behoren.
29 juli De burgemeester van Tlalchapa (Gu) laat weten dat het
politiebureau van zijn stadje onder vuur is genomen door zwaargewapende
gemaskerden. De burgemeester gaat ervan uit dat het een aanval van
het EPR betrof. Eén agent werd gedood en een aanvaller raakte
gewond.
30 juli Na negen jaar gevangenschap, zonder ooit een proces
te hebben gehad, wordt Félipe Martínez Soriano (zie
ook 5 juni '98) vrijgelaten. Gelijk met hem worden Hermenegildo Torres
Cruz, de gebroeders Italo Ricardo en Ruben Díaz Díaz,
Delfino de Jesús Aguilar Hernández en Pablo Torres Hernández
vrijgelaten. Zij hebben ruim zeven jaar zonder enige vorm van proces
vastgezeten. De aanklacht tegen allen luidde dat ze lid zouden zijn
van de marxistisch-leninistische guerrille-organisatie PROCUP-PdlP
(die ondertussen is opgegaan in de in 1996 opgerichte EPR). Martínez
werd/wordt ervan verdacht de leider van de PROCUP-PdlP te zijn (geweest)
en twee nachtwakers van de linkse oppositiekrant La Jornada
te hebben doodgeschoten. Bewezen in een proces is dat echter nooit.
In Coyuca de Benitez (Gu) wordt de deelstaatsvoorzitter van de PRD
David Molina Francisco opgepakt op beschuldiging van beroving en naar
de bajes van Acapulco afgevoerd.
31 juli Volgens een bericht in de linkse oppositiekrant La
Jornada heeft de PRI in Chiapas een netwerk van 200 jongeren opgezet,
die betaald worden om als para-militairen, verklikkers en spionnen
te fungeren. Dat netwerk zou opgezet zijn in de valleien van Patihuitz,
Las Tacitas en Agua Azul. In werkkleding van staatsoliemaatschappij
PEMEX en het regionale electriciteitsbedrijf verrichten ze hun `werk'.
Ze worden getraind en begeleid door (ex-) politiemensen of militairen.
Een eenheid van het EPR valt vanuit een hinderlaag bij het dorp Jaquila
(Oa) een politiepatrouille aan. Twee agenten raken gewond, aldus de
politie-woordvoerder.
Activisten van het netwerk Oilwatch, die nauwlettend de activiteiten
van olieproducerende multinationals in de gaten houden en acties coördineren
(zoals tegen het Nigeriaanse bewind en Shell), hebben een internationale
vergadering in Mexico-Stad. De buitenlandse leden onder hen wordt
na de afsluiting van de bijeenkomst geweigerd noch langer in Mexico
te blijven en eventueel af te reizen naar olieproducerende deelstaten,
waar ook veel verzet wordt gepleegd door de plaatselijke bevolking.
Samenstelling en
vertaling:
ZAPATA, Mexico Nieuwsdienst
Postbus 16578, 1001 RB, Amsterdam
email:resiste@dds.nl
http://www.noticias.nl/prensa/zapata
anti-Copyright, Juli 1998
Overname aanbevolen, onder vermelding van bron
|
|