SCHAAMTE was het gevoel dat de jonge Marx vervulde tegenover het regime
dat aan de vooravond van de revolutie van 1848 de mensheid beknelde.
Schaamte over de schaamteloze, ongekende uitbuiting die met de Industriële
Revolutie gepaard ging. En schaamte natuurlijk ook over de slapheid,
de ijdelheid, de intriges, de leugenachtigheid van de oppositie, het
Links van toen. "Schaamte is al een revolutie" schreef hij
in maart 1843 aan de sceptische Arnold Ruge (in de sindsdien beroemd
geworden Deutsch-Französiche Jahrbücher). Hij zag haar als
een naar binnen gekeerde woede die, als zij zich meester zou maken
van de hele samenleving, "een leeuw zou zijn, die zijn krachten
bundelt voor de sprong". En hij zag het als een taak die schaamte
te verdiepen en te verbreiden. Het is nu honderdvijftig jaar later
en wie weet aan welke vooravond van welke revolutie we op dit moment
staan, maar die schaamte is alleszins nog even gerechtvaardigd: dezelfde
schaamteloze uitbuiting maar nu met oneindig veel meer technologische
middelen - en vernietigingskracht; dezelfde slapheid, ijdelheid, intriges,
leugenachtigheid van de oppositie, hoe `links' ook. En des te dieper
moeten we ons schamen naarmate we ons meer hebben laten inpalmen door
de linkse ideologie (1), van het al of niet leninistische marxisme
tot de bevrijdingstheologie, inclusief het anarchisme of een mix van
dat alles zoals het Zapatisme.
HET SOLIDARITEITSKOMITEE
MEXICO I.O.
(= IN ONTBINDING)
Zoals de
lezers van de Zapata, Mexico Nieuwsbrief Nr. 14 hebben kunnen
lezen, zijn we binnen de redactie van het blad en binnen het Solidariteitskomitee
Mexico steeds meer gaan twijfelen of het nog wel zin had om door te
gaan. Jeroen deed in oktober vorig jaar al een "eerste en onvolledige
poging tot evaluatie van onze activiteiten en standpunten" (2).
Hoewel Jeroen zijn manuscript aan mij en Jefka heeft laten lezen,
en wij daar kanttekeningen bij hebben geplaatst, die Jeroen dan weer
grotendeels in zijn tekst heeft opgenomen, heeft hij die toch wat
te voorbarig "het produkt van de drie overgebleven leden van
ons Komitee" genoemd. In detail ben ik het grotendeels met hem
eens maar in geheel kan ik me te weinig in vinden. Laat ik dus een
poging wagen mijn standpunt te preciseren.
Omdat ik, met
scepsis maar ook met huid en haar, aan alles heb deelgenomen, vind
ik dat ik er nu niet stilletjes tussenuit kan knijpen en de boel
de boel laten, hoe graag ik dat tegelijk zou willen. Een zekere
vermoeidheid, teleurstelling en vooral een gevoel tekort te schieten
heeft langzaam maar zeker de plaats ingenomen van het oorspronkelijke
enthousiasme. De geschiedenis heeft zich weer een keer herhaald...
als de zoveelste menselijke tragedie. De soldaten van het Zapatistische
leger die op 1 januari 1994 zo fier de papieren bewijzen van hun
onderdrukking uit het gemeentehuis van San Cristóbal op straat
smeten, hebben zich nu verschanst in de bergen en hun omsingeling
wordt met de dag wurgender. De Zapatistische gemeenschappen weren
zich heldhaftig - met de moed der wanhoop - maar kunnen het gestage
oprukken van het federale leger niet meer tegenhouden. En hun gewapende
broeders en zusters zijn op geen enkele manier bij machte hen te
verdedigen. Elke dag dringt het federale leger weer nieuwe dorpen
binnen, steeds dieper in het oerwoud. Elke dag worden de Zapatistische
gemeenschappen meer blootgesteld aan vernederingen door het leger
en moordpartijen van privé legertjes, die als giftige paddestoelen
oprijzen uit de vruchtbare bodem van rancune, uitzichtloze armoede
en teleurgestelde verwachtingen. Buitenlandse waarnemers - pottenkijkers
- worden steeds openlijker geweerd. De Mexicaanse politici schermen,
zoals het vertegenwoordigers van de politieke economie die ze "neoliberalisme"
noemen betaamt, met termen als "soevereiniteit" en "balkanisering",
als voer voor hun Europese collega's. Vooral de term "balkanisering"
doet het natuurlijk goed in discussies over "schending van
de mensenrechten".
Tegen de Schone Schijn
In het
vorige nummer van de Zapata, in het artikel "Tegen de
Schone Schijn", kon ik al tot geen andere conclusie komen:
deze tragedie is niet alleen te danken aan de wreedheid van de tegenstander
maar ook aan de tekortkomingen van de hele Zapatistische beweging,
van de CCRI tot het FZLN en de hele solidariteitsbeweging, inclusief
ons eigen comité: "Terwijl de Zapatistas steeds meer
verstrikt raken in politieke compromissen, rukt de vuile oorlog
steeds verder op. Noch de met veel publiciteit omgeven oprichting
van het FZLN, noch de karavaan van 1111 Zapatistas door heel Zuid-Mexico
naar de hoofdstad, noch de plechtige Tweede Vergadering van het
Nationale Indianencongres, die elkaar allemaal tegenkwamen in Mexico-stad,
half september (1997), heeft dat kunnen tegenhouden. Noch de hele
Zapatistische beweging in de rest van de wereld. Noch de Consola's,
noch de Krivines of de Mitterrands (3), noch het `Netwerk',
noch zelfs de paus, noch wij hebben het bloedbad van Acteal kunnen
tegenhouden. En zullen ook de volgende niet tegenhouden." Door
zich desondanks kritiekloos achter de steeds beperkter wordende
eisen van de Zapatistas te blijven stellen, versluiert de solidariteitsbeweging
deze wrede werkelijkheid. En door de institutionalisering (= bureaucratisering)
van de beweging is zij in plaats van een middel tot communicatie
steeds meer een hindernis geworden. En dan is het tijd om op te
breken en andere wegen te zoeken.
Ik was één
van degenen die zich aangesproken voelden door de oproep van de
Zapatistas om met hen mee te vechten en ook mee te denken om hun
lot - en onze gemeenschappelijke toekomst - ten goede te keren.
Met luttele wapens maar met de moed om het avontuur te beginnen
hebben zij een bres geslagen in de muur van onverschilligheid waarachter
men hen levend had willen begraven (zodat er van hun gebied over
een tijdje niets anders over zou blijven dan de prachtige ruïnes
van Palenque en Bonampal, opgeluisterd met klank- en lichtspel en
in klederdracht gestoken `afstammelingen van de Maya's', met op
de achtergrond een imposante alles overheersende - het landschap
en de mensen - olie-industrie en aanverwanten). Vanaf het begin
maakten de Zapatistas duidelijk hoe onlosmakelijk zij het slagen
van hun strijd verbonden achtten met die van iedereen. En die strijd
wordt alsmaar dringender, niet alleen voor hen, maar voor ons allemaal.
Overal waar de opstand begint, opent die ongekende perspectieven,
of dat nu in Mexico is op 1 januari 1994, of in Frankrijk in december
1995, of in Albanië in maart 1997, enz. De opstanden in Frankrijk
(nou ja, `opstand'... eerder het piepkleine begin van wat misschien
een opstand had kunnen worden) en met name in Albanië waren
weliswaar `spontaan' en de opstand van de Zapatistas was tien jaar
voorbereid, met een geregeld leger en zo... Maar dat maakt die opstand
niet minder legitiem en niet minder noodzakelijk. Bovendien legde
dat leger de nadruk op zijn voorlopigheid en zijn bereidheid, of
zelfs zijn verlangen op te gaan in een grotere strijd. Het was zeker
ongewoon dat een guerrilla-beweging zich zo expliciet losmaakte
van het voorhoede-idee. De Zapatistas verklaarden dat zij niet uit
waren op de macht; dat het hun niet uitmaakte wie er aan de macht
kwam; dat zij zouden blijven vechten tot hun eisen waren verwezenlijkt.
Hun eisen klonken eenvoudig, maar als je erover doordenkt, zijn
ze nergens ter wereld verwezenlijkt (4).
Natuurlijk was
ik tegelijk ook sceptisch, o.a. over het feit dat de Zapatistas
in al hun oproepen, behalve hun eerste, hun oorlogsverklaring, niet
alleen alle volkeren maar ook alle regeringen van de wereld
aanspraken. Daar sluipt al direct een dubbelzinnigheid in hun poging
tot een dialoog met de "mensen zonder stem en zonder gezicht".
Ik geloofde toen echter tegelijk dat de dynamiek van de beweging
zulke tegenstrijdigheden zou kunnen overwinnen. Maar in plaats daarvan
hebben de dubbelzinnigheden en tegenstrijdigheden zich opgestapeld.
Als je de Zapata van voor tot achter doorleest, kan je trouwens
merken, dat we ons daar gaandeweg meer van bewust werden, en daar
bijgevolg ook stelling tegenover hebben genomen. Toch moet je achteraf
constateren, dat we, zeker in het begin, bevangen waren door een
zekere timiditeit, of een andere vorm van onvermogen om een rechtstreekse
kritiek naar de Zapatistas toe te formuleren, hoewel we ons wel
bewust waren van de eenzijdigheid van de dialoog met de Zapatistas.
En dat daar de schoen wrong. Want het is precies daar, op het gebied
van de communicatie dat `Links' die taak overneemt.
Sceptisch was
ik bijgevolg ook over de platformachtige solidariteitsbeweging die
er in Nederland meteen ontstond, waar allerlei clubjes op sprongen,
uit prestige overwegingen, of gewoon omdat het een hype was.
Hoewel ze in januari 1994, in de eerste nieuwsbrief, die toen nog
Mexico-nieuwsbrief heette, met zijn allen (5) hadden
beloofd "in ieder geval een jaar lang, eens in de twee maanden
[te] verschijnen" om "de schaarse berichtgeving in de
Nederlandse pers over de situatie in Mexico, en vooral over de opstand
van de Zapatistas in Chiapas, aan [te] vullen" bleven ze na
enkele maanden domweg weg. Zij zegden evenmin hun medewerking op
als dat ze openbaar maakten waarom. Noch hebben ze ooit duidelijk
gemaakt waarom ze in eerste instantie vonden dat ze belangstelling
moesten tonen. Alleen Resistencia Mexicana bleef nog een
tijdlang verbonden met de groep, viel echter door de mand als mantelorganisatie
van de in oorsprong maoïstische PROCUP-PDLP, en werd uitgestoten
(6).
Solidaire nieuwsgierigheid
"Solidaire
nieuwsgierigheid" - zo zou ik het engagement willen definiëren
waarmee ik mij in juni 94 bij het Solidariteitskomitee Mexico aansloot.
Dat betekent dat je niet alleen nieuwsgierig bent naar wat zich
daar allemaal afspeelt, maar dat je dat ook wilt meedelen. En dan
rol je er een beetje vanzelf in: je komt een keer langs, je ziet
mensen bezig met nieuws garen, je wil wel helpen met vertalen, je
ziet iemand met lange tanden (toen al!) een artikeltje in elkaar
flansen voor het volgende bulletin, je loopt niet meteen weer weg
maar denkt: de Zapatisten verdienen beter. En je probeert het beter
te doen. En prompt zit je in de redactie. Toen ik er bij kwam, was
het comité al aan het leeglopen. Alleen de ontmaskering van
Pablo (van Resistencia Mexicana) als aartsleugenaar in dienst
van de PROCUP-PDLP heb ik nog meegemaakt (en ik moet bekennen dat
ik er ook was ingetrapt); en Barend de Voogd, van SAP/Rebel zocht
nog een paar keer contact onder de pet van `Grenzeloos'.
Sindsdien bestond het volslagen informele comité voornamelijk
uit enkele individuen. Onafhankelijk maar heel heterogeen, wat ook
wel tot uiting komt in de Zapata nieuwsbrief. Het comité
was ook helemaal open en naast de tamelijk permanente kerngroep,
bestond het uit een wisselende groep sympathisanten die acties,
benefieten, info-avonden, radioprogramma's, e.d. organiseerden.
Ik hoorde bij de kerngroep, bij degenen die voor de continuïteit
zorgden. Met alle consequenties van dien. Naarmate de solidariteitsbeweging
zich internationaal meer ging structureren (institutionaliseren,
bureaucratiseren) kregen wij ongewild de rol van kader opgedrukt.
Wat voor nogal wat dilemma's heeft gezorgd. Een voorbeeld van zo'n
dilemma was onze halfslachtige deelname aan de internationale Consulta,
de grote `volksraadpleging' in augustus-september 1995, waartoe
het EZLN had opgeroepen, over de manier waarop het verder moest
met het EZLN als gewapende groep en/of als politieke factor in het
veranderingsproces van de (Mexicaanse) maatschappij. Aan de ene
kant werden we, als onderdeel van het netwerk van solidariteitscomités
vanuit Mexico opgeroepen om deze `raadpleging' in onze regio te
organiseren. Aan de andere kant was er nogal verschil van mening
in ons comité over de zin van deze consulta. Een deel van
het comité, waaronder Jeroen en ik, vonden het helemaal geen
`raadpleging' maar een voorgekookte sympathiebetuiging, met vragen
die zo gesteld waren, dat je er alleen maar `Ja' kon op antwoorden.
Wij zijn echter niet bij machte geweest deze kritiek te formuleren.
Ik denk dat hier ook wel een zekere angst heeft meegespeeld om de
verantwoordelijkheid op zich te nemen van eigengereid handelen.
En bijgevolg handelden we zoals militanten plegen te doen: we schoven
onze gevoelens, twijfels en kritiek terzijde voor een hoger doel.
Zonder nou direct een campagne te beginnen, hielpen we wel mee aan
het verspreiden van de vragenformulieren. En in de Zapata Nr. 6/7,
waarin de vragenlijst gepubliceerd werd, lieten we een bladzijde
leeg waarop de lezers gevraagd werd om hun "overig commentaar
en opmerkingen over het EZLN en zijn volksraadpleging". We
stelden ons dus `neutraal' op en lieten het oordeel over aan de
lezer. Niet dat wij of de Zapatistas daar wijzer van werden. We
kregen nauwelijks respons, laat staan kritiek.
En hier stuiten
we op een ander aspect van de rol van kader die je wordt opgedrongen:
die van deskundige, van autoriteit. Hoewel de belangstelling voor
de opstand van de Zapatistas hier onvergelijkelijk veel geringer
is gebleven dan in andere landen en vooral in Zuid Europa is het
toch vooral de passiviteit van het publiek wat het meest frustrerende
is. Sommigen komen dan wel vragen `wat ze kunnen doen', wat toch
moet betekenen dat men zich betrokken voelt, maar vervolgens doet
men geen enkele moeite om zich enigszins in de kwestie te verdiepen,
wat je toch moet doen, als je wilt weten wat je doet. Die verantwoordelijkheid
laten zij liever over aan het `comité', dwz aan een paar
mensen die deze moeite wel nemen en daarover maar al te graag met
anderen van gedachten zouden willen wisselen. Als je jezelf herkent
in de strijd, weet je trouwens vanzelf wel wat je kunt en wilt doen.
Zodra je je door anderen laat voorschrijven wat je moet doen, zodra
je anderen voor je laat denken, heb je de strijd al opgegeven.
Voor de volledigheid
moet ik hier nog aan toevoegen dat hier een hele categorie lezers
van de Zapata of mensen die we op een andere manier informatie
hebben verstrekt, buiten beschouwing zijn gelaten: zij die daarvan
gewoon kennis hebben genomen om er hun eigen dingen mee te doen.
De Droom van het Absolute
In de vorige nummers van de Zapata hebben we het uitgebreid
gehad over het project: Een Boot... een Vloot voor Chiapas.
Ontstaan vanuit een min of meer (steeds meer) dissidente groep
binnen de solidariteitsbeweging met de Zapatistas, was het een dwarse
manier om direct contact te zoeken met de Zapatistas in hun gebied,
om de hindernissen die door de bureaucratisering van de beweging
werden opgeworpen, als het ware te omzeilen.
Het idee was, volgens één van de eerste oproepen:
"Een vissersboot, een vrachtschip, een zeilschip of een andere
boot om te bouwen tot... Zapatistisch vaartuig. Niet als de Santa
María van Colombus op zoek naar het El Dorado in Amerika,
maar als een verbindingsschakel om de communicatie te bevorderen
tussen Europa en Chiapas, en tussen de verschillende ervaringen
en vormen van strijd alhier. [...] Het is de bedoeling geschenken
naar de Zapatistische gemeenschappen te brengen - niet als een aalmoes,
maar als een blijk van herkenning. Zoals bij de Argonauten van de
Stille Zuidzee (7) is het geven van geschenken bedoeld om
de communicatie op gang te brengen tussen gelijken. Een dynamiek
die de markteconomie verre te boven gaat in menselijke kwaliteit;
een operatie die winstbejag vervangt door vrijgevigheid, door de
lust van het samen delen."
Één
zeilboot, de Rêve d'Absolu [de Droom van het Absolute]
is in april 1997 inderdaad naar Mexico vertrokken en een groep "Vrienden
van de Boot" hebben her en der in Mexico rondgereisd, niet
alleen in Chiapas, maar ook in Oaxaca en Guerrero en in Mexico-stad.
Daarover is in de vorige Zapata uitgebreid verslag gedaan (8).
Daarin wordt ook al gesproken over een volgende reis, vanuit Amsterdam,
met "een antieke houten kotter die de Papillon [Vlinder]
heet" en gedragen door de Garbanzos Negros, een groep rondreizende
muzikanten en artiesten. "Het project moet een culturele uitwisseling
zijn. Wij van onze kant willen graag bepaalde aspecten van onze
cultuur laten zien, met kleine sketches om de mensen te vermaken
en te onderhouden maar ook uiting te geven aan onze verontrusting,
om daar samen over na te denken en naar oplossingen te zoeken. Tegelijk
willen we graag luisteren en leren van hun ervaringen en manier
van leven, cultuur en confidenties oprakelen, meedoen met het leven
van de gemeenschap." Zo presenteerden de Garbanzos Negros zichzelf,
in maart vorig jaar, ter gelegenheid van de opening van de rondreizende
tentoonstelling "Een Uitnodiging om Mee op Reis te gaan",
die het avontuur van de Rêve d'Absolu in Europa verder zou
moeten voeren. De Papillon zou eind dit jaar vertrekken. Maar al
spoedig haakten de Garbanzos af. En toen was er niemand meer te
vinden om met het project door te gaan.
De tentoonstelling daarentegen "zet haar weg goedmoedig voort.
Zij zet aan tot menig debat en vele overdenkingen. Zij verrijkt
zichzelf bij iedere etappe met nieuwe ontmoetingen en originele
en gevarieerde bijdragen. Zij biedt gelegenheid tot het leggen van
contacten tussen hier en daar, en hier onder ons." En zij zou
zich momenteel ergens in Zuidwest Frankrijk moeten bevinden, volgens
Terres à Terres, de initiatiefgroep van deze hele onderneming,
in een open brief van 1 februari 1999. Daarin worden ook nog alle
dorpen en streken genoemd waar de "Uitnodiging om Mee te Reizen"
langs is geweest, en er worden enkele alternatieve groeperingen
genoemd waarmee contacten zijn gelegd. En dat was het dan, na maandenlang
stilzwijgen. Daar straalt niet bepaald enthousiasme van af, ondanks
het positieve taalgebruik.
Op dezelfde blije toon wordt in die brief de verschijning aangekondigd
van het boek Invitation au Voyage dat de tentoonstelling eigenlijk
vanaf het begin had moeten begeleiden. Daarin zijn teksten, documenten,
reisverslagen, essay-achtige artikelen, tekeningen en foto's bijeengebracht
die op de één of andere manier met de Zapatistas te
maken hebben, evenals het logboek van de zeereis. Een publicatie
die helaas uitblinkt in onsamenhangendheid en innerlijke tegenstrijdigheid.
Libertaire aspiraties naast tamelijk platte politieke speculaties
over de verkiezingen in het jaar 2000. En de `directe' contacten
met de Zapatistas blijken zich vaak te hebben beperkt tot plechtige
ontvangsten door plaatselijke notabelen. De samenstellers zijn zich
daar min of meer van bewust: "Deze bundel kan bij de lezer
de indruk achterlaten van een twijfelachtig soort optimisme",
schrijven ze zelf in hun nawoord. En ook: "De teksten in dit
boek zijn niet geschreven of vertaald om de werkelijkheid te verdraaien
of te verfraaien, of om een laatste romantische mythe van de revolutie
op te bouwen ten behoeve van de Europese consumenten van dit fin
de siècle. Zij proberen eenvoudigweg verslag te doen van
enkele overdenkingen die zijn voortgekomen uit ontmoetingen die
daarginder hebben plaatsgevonden. De tegenstellingen die er bestaan
in de Zapatistische gemeenschappen en de Mexicaanse samenleving
komen niet veel aan bod in de bladzijden hiervoor. De auteurs hebben
er eenvoudigweg voor gekozen op een subjectieve manier te spreken
over verzetssituaties die hun interesseerden en die men in Europa
niet terugvindt, althans niet in die vorm." Het lijkt me dat
je op geen betere manier kan uitdrukken hoe de mooie dromen van
de `Vrienden van een boot... een vloot voor Chiapas", stuklopen
op de werkelijkheid. In plaats van die werkelijkheid om te vormen
door je dromen te verwezenlijken.
"Als wij,
als solidariteitsbeweging, ooit nog iets voor ze [de Zapatistas
die zich nog steeds verzetten] willen betekenen, zullen we ons dringend
moeten gaan bekwamen in de kunst van de opheffing van de politiek",
schreef ik in de vorige Zapata. Laten we 't uitbreiden. Het geldt
voor iedere sociale beweging als zij niet ten onder wil gaan in
de politiek.
¡YA BASTA!
Els van Daele
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1 Ideologie: daar zit het woordje `idee' in, van de ideeën
die steeds in en door de sociale strijd naar boven komen;
maar ook `logie', wat duidt op iets als wetenschappelijke pretentie,
die zulke ideeën inpikt om ze te isoleren
van hun praktische consequenties, en ze in te passen in een systeem
dat zich als het ware verheft boven het concrete
strijdtoneel om het van bovenaf te sturen. In de praktijk betekent
dit dat politieke partijen, vakbonden of nieuwere
vormen van permanente, afgescheiden organisatie die ideeën
uit de strijd als vers bloed opzuigen - `een frisse
wind' noemen ze het zelf - om hun structuren met goedgelovige
volgelingen te versterken.
Links: sinds het parlement bestaat, is het gewoonte
dat de oppositie tijdens de kamerdebatten links van
de voorzitter gaat zitten, en daar komt de term ook vandaan - ook
al realiseert de gemiddelde linkse jongere, vol
onvrede en met een groot hart, zich dat allang niet meer. 'Links'
verwijst naar 'oppositie' waarbij het om wedijver
om de politieke macht gaat, in plaats van opheffing ervan. En wat
de anarchisten en Zapatistas betreft: zij lieten
tot nu toe de macht gewoon links (of rechts) liggen en verschuiven
op die manier de oplossing van het probleem naar de toekomst. Door
`links' niet af te wijzen en aan te vallen als
dat moet, worden ze erdoor opgevreten.
2 In het voorwoord van de Engelse brochure: Letters and Communiques
from the Zapatista Army for National Liberation
(EZLN), gepubliceerd door het Solidariteitskomitee Mexico
3 Marco Consola is leider van de Rifondazione Communista
in Italië, Alain Krivine was ooit presidentskandidaat
van de Franse trotskistische partij, Danielle Mitterrand... die
kennen jullie wel; drie leden van de Europese
politieke elite die met elkaar gemeen hebben dat zij flink hebben
meegeholpen om de Zapatistische opstand in het
spektakel te integreren.
4 "Arbeid, land, huisvesting, voeding, gezondheid, opleiding,
onafhankelijkheid, vrijheid, gerechtigheid en vrede",
uit de eerste Verklaring uit het Lacandona-woud, van 1 januari 1994.
5 Resistencia Mexicana, Radio Corazon, Solidariteitsgroep
Politieke Gevangenen, SAP, Sympathisanten van
de Iraanse Volks Fedai (minderheid), Unity of Revolutionary Workers
(Rah-e-Kargar), Iraanse Studenten Associatie,
Iraanse Arbeidersvereniging in Ballingschap, het Fort van Sjakoo,
Jongerenorganisatie Rebel en diverse individuen
(naar het Colofon van de eerste nieuwsbrief). Het Fort van
Sjakoo hoort daar niet bij: het was en is tot nu toe de plek waar
het archief van het solidariteitskomitee is ondergebracht.
En van de individuen is er één de hele tijd gebleven.
6 Zie over deze affaire: "Internationale Solidariteitsbijeenkomst
in Barcelona", in Zapata Nr. 6/7, pp. 24-
25; en over de PROCUP-PDLP: "Revolutionair
Volksleger, Machtswellustelingen of Marionetten" Zapata
Nr. 11/12, pp. 19-20.
7 Naar The Argonauts of the Western Pacific van Bronislaw
Malinowski, over de economie van het geschenk
en het feest, de Kula bij de Trobrianders, in Oost-Nieuw Guinea,
ten tijde van de Eerste Wereldoorlog.
8 "Hoe een idee van onaangepaste lieden werkelijkheid
werd. Een vrije vertaling van teksten van Les Amis
du Bateau", bewerking en vertaling door Jefka.
|