Solidariteitskomitee Mexico
opgeheven sinds maart 1998, disuelto desde Marzo de 1998

Positieve verwachtingen van het negatieve denken

SCHAAMTE was het gevoel dat de jonge Marx vervulde tegenover het regime dat aan de vooravond van de revolutie van 1848 de mensheid beknelde. Schaamte over de schaamteloze, ongekende uitbuiting die met de Industriële Revolutie gepaard ging. En schaamte natuurlijk ook over de slapheid, de ijdelheid, de intriges, de leugenachtigheid van de oppositie, het Links van toen. "Schaamte is al een revolutie" schreef hij in maart 1843 aan de sceptische Arnold Ruge (in de sindsdien beroemd geworden Deutsch-Französiche Jahrbücher). Hij zag haar als een naar binnen gekeerde woede die, als zij zich meester zou maken van de hele samenleving, "een leeuw zou zijn, die zijn krachten bundelt voor de sprong". En hij zag het als een taak die schaamte te verdiepen en te verbreiden. Het is nu honderdvijftig jaar later en wie weet aan welke vooravond van welke revolutie we op dit moment staan, maar die schaamte is alleszins nog even gerechtvaardigd: dezelfde schaamteloze uitbuiting maar nu met oneindig veel meer technologische middelen - en vernietigingskracht; dezelfde slapheid, ijdelheid, intriges, leugenachtigheid van de oppositie, hoe `links' ook. En des te dieper moeten we ons schamen naarmate we ons meer hebben laten inpalmen door de linkse ideologie (1), van het al of niet leninistische marxisme tot de bevrijdingstheologie, inclusief het anarchisme of een mix van dat alles zoals het Zapatisme.


HET SOLIDARITEITSKOMITEE MEXICO I.O.
(= IN ONTBINDING)

Zoals de lezers van de Zapata, Mexico Nieuwsbrief Nr. 14 hebben kunnen lezen, zijn we binnen de redactie van het blad en binnen het Solidariteitskomitee Mexico steeds meer gaan twijfelen of het nog wel zin had om door te gaan. Jeroen deed in oktober vorig jaar al een "eerste en onvolledige poging tot evaluatie van onze activiteiten en standpunten" (2). Hoewel Jeroen zijn manuscript aan mij en Jefka heeft laten lezen, en wij daar kanttekeningen bij hebben geplaatst, die Jeroen dan weer grotendeels in zijn tekst heeft opgenomen, heeft hij die toch wat te voorbarig "het produkt van de drie overgebleven leden van ons Komitee" genoemd. In detail ben ik het grotendeels met hem eens maar in geheel kan ik me te weinig in vinden. Laat ik dus een poging wagen mijn standpunt te preciseren.

Omdat ik, met scepsis maar ook met huid en haar, aan alles heb deelgenomen, vind ik dat ik er nu niet stilletjes tussenuit kan knijpen en de boel de boel laten, hoe graag ik dat tegelijk zou willen. Een zekere vermoeidheid, teleurstelling en vooral een gevoel tekort te schieten heeft langzaam maar zeker de plaats ingenomen van het oorspronkelijke enthousiasme. De geschiedenis heeft zich weer een keer herhaald... als de zoveelste menselijke tragedie. De soldaten van het Zapatistische leger die op 1 januari 1994 zo fier de papieren bewijzen van hun onderdrukking uit het gemeentehuis van San Cristóbal op straat smeten, hebben zich nu verschanst in de bergen en hun omsingeling wordt met de dag wurgender. De Zapatistische gemeenschappen weren zich heldhaftig - met de moed der wanhoop - maar kunnen het gestage oprukken van het federale leger niet meer tegenhouden. En hun gewapende broeders en zusters zijn op geen enkele manier bij machte hen te verdedigen. Elke dag dringt het federale leger weer nieuwe dorpen binnen, steeds dieper in het oerwoud. Elke dag worden de Zapatistische gemeenschappen meer blootgesteld aan vernederingen door het leger en moordpartijen van privé legertjes, die als giftige paddestoelen oprijzen uit de vruchtbare bodem van rancune, uitzichtloze armoede en teleurgestelde verwachtingen. Buitenlandse waarnemers - pottenkijkers - worden steeds openlijker geweerd. De Mexicaanse politici schermen, zoals het vertegenwoordigers van de politieke economie die ze "neoliberalisme" noemen betaamt, met termen als "soevereiniteit" en "balkanisering", als voer voor hun Europese collega's. Vooral de term "balkanisering" doet het natuurlijk goed in discussies over "schending van de mensenrechten".

Tegen de Schone Schijn
In het vorige nummer van de Zapata, in het artikel "Tegen de Schone Schijn", kon ik al tot geen andere conclusie komen: deze tragedie is niet alleen te danken aan de wreedheid van de tegenstander maar ook aan de tekortkomingen van de hele Zapatistische beweging, van de CCRI tot het FZLN en de hele solidariteitsbeweging, inclusief ons eigen comité: "Terwijl de Zapatistas steeds meer verstrikt raken in politieke compromissen, rukt de vuile oorlog steeds verder op. Noch de met veel publiciteit omgeven oprichting van het FZLN, noch de karavaan van 1111 Zapatistas door heel Zuid-Mexico naar de hoofdstad, noch de plechtige Tweede Vergadering van het Nationale Indianencongres, die elkaar allemaal tegenkwamen in Mexico-stad, half september (1997), heeft dat kunnen tegenhouden. Noch de hele Zapatistische beweging in de rest van de wereld. Noch de Consola's, noch de Krivines of de Mitterrands (3), noch het `Netwerk', noch zelfs de paus, noch wij hebben het bloedbad van Acteal kunnen tegenhouden. En zullen ook de volgende niet tegenhouden." Door zich desondanks kritiekloos achter de steeds beperkter wordende eisen van de Zapatistas te blijven stellen, versluiert de solidariteitsbeweging deze wrede werkelijkheid. En door de institutionalisering (= bureaucratisering) van de beweging is zij in plaats van een middel tot communicatie steeds meer een hindernis geworden. En dan is het tijd om op te breken en andere wegen te zoeken.

Ik was één van degenen die zich aangesproken voelden door de oproep van de Zapatistas om met hen mee te vechten en ook mee te denken om hun lot - en onze gemeenschappelijke toekomst - ten goede te keren. Met luttele wapens maar met de moed om het avontuur te beginnen hebben zij een bres geslagen in de muur van onverschilligheid waarachter men hen levend had willen begraven (zodat er van hun gebied over een tijdje niets anders over zou blijven dan de prachtige ruïnes van Palenque en Bonampal, opgeluisterd met klank- en lichtspel en in klederdracht gestoken `afstammelingen van de Maya's', met op de achtergrond een imposante alles overheersende - het landschap en de mensen - olie-industrie en aanverwanten). Vanaf het begin maakten de Zapatistas duidelijk hoe onlosmakelijk zij het slagen van hun strijd verbonden achtten met die van iedereen. En die strijd wordt alsmaar dringender, niet alleen voor hen, maar voor ons allemaal.
Overal waar de opstand begint, opent die ongekende perspectieven, of dat nu in Mexico is op 1 januari 1994, of in Frankrijk in december 1995, of in Albanië in maart 1997, enz. De opstanden in Frankrijk (nou ja, `opstand'... eerder het piepkleine begin van wat misschien een opstand had kunnen worden) en met name in Albanië waren weliswaar `spontaan' en de opstand van de Zapatistas was tien jaar voorbereid, met een geregeld leger en zo... Maar dat maakt die opstand niet minder legitiem en niet minder noodzakelijk. Bovendien legde dat leger de nadruk op zijn voorlopigheid en zijn bereidheid, of zelfs zijn verlangen op te gaan in een grotere strijd. Het was zeker ongewoon dat een guerrilla-beweging zich zo expliciet losmaakte van het voorhoede-idee. De Zapatistas verklaarden dat zij niet uit waren op de macht; dat het hun niet uitmaakte wie er aan de macht kwam; dat zij zouden blijven vechten tot hun eisen waren verwezenlijkt. Hun eisen klonken eenvoudig, maar als je erover doordenkt, zijn ze nergens ter wereld verwezenlijkt (4).

Natuurlijk was ik tegelijk ook sceptisch, o.a. over het feit dat de Zapatistas in al hun oproepen, behalve hun eerste, hun oorlogsverklaring, niet alleen alle volkeren maar ook alle regeringen van de wereld aanspraken. Daar sluipt al direct een dubbelzinnigheid in hun poging tot een dialoog met de "mensen zonder stem en zonder gezicht". Ik geloofde toen echter tegelijk dat de dynamiek van de beweging zulke tegenstrijdigheden zou kunnen overwinnen. Maar in plaats daarvan hebben de dubbelzinnigheden en tegenstrijdigheden zich opgestapeld. Als je de Zapata van voor tot achter doorleest, kan je trouwens merken, dat we ons daar gaandeweg meer van bewust werden, en daar bijgevolg ook stelling tegenover hebben genomen. Toch moet je achteraf constateren, dat we, zeker in het begin, bevangen waren door een zekere timiditeit, of een andere vorm van onvermogen om een rechtstreekse kritiek naar de Zapatistas toe te formuleren, hoewel we ons wel bewust waren van de eenzijdigheid van de dialoog met de Zapatistas. En dat daar de schoen wrong. Want het is precies daar, op het gebied van de communicatie dat `Links' die taak overneemt.

Sceptisch was ik bijgevolg ook over de platformachtige solidariteitsbeweging die er in Nederland meteen ontstond, waar allerlei clubjes op sprongen, uit prestige overwegingen, of gewoon omdat het een hype was. Hoewel ze in januari 1994, in de eerste nieuwsbrief, die toen nog Mexico-nieuwsbrief heette, met zijn allen (5) hadden beloofd "in ieder geval een jaar lang, eens in de twee maanden [te] verschijnen" om "de schaarse berichtgeving in de Nederlandse pers over de situatie in Mexico, en vooral over de opstand van de Zapatistas in Chiapas, aan [te] vullen" bleven ze na enkele maanden domweg weg. Zij zegden evenmin hun medewerking op als dat ze openbaar maakten waarom. Noch hebben ze ooit duidelijk gemaakt waarom ze in eerste instantie vonden dat ze belangstelling moesten tonen. Alleen Resistencia Mexicana bleef nog een tijdlang verbonden met de groep, viel echter door de mand als mantelorganisatie van de in oorsprong maoïstische PROCUP-PDLP, en werd uitgestoten (6).

Solidaire nieuwsgierigheid
"Solidaire nieuwsgierigheid" - zo zou ik het engagement willen definiëren waarmee ik mij in juni 94 bij het Solidariteitskomitee Mexico aansloot. Dat betekent dat je niet alleen nieuwsgierig bent naar wat zich daar allemaal afspeelt, maar dat je dat ook wilt meedelen. En dan rol je er een beetje vanzelf in: je komt een keer langs, je ziet mensen bezig met nieuws garen, je wil wel helpen met vertalen, je ziet iemand met lange tanden (toen al!) een artikeltje in elkaar flansen voor het volgende bulletin, je loopt niet meteen weer weg maar denkt: de Zapatisten verdienen beter. En je probeert het beter te doen. En prompt zit je in de redactie. Toen ik er bij kwam, was het comité al aan het leeglopen. Alleen de ontmaskering van Pablo (van Resistencia Mexicana) als aartsleugenaar in dienst van de PROCUP-PDLP heb ik nog meegemaakt (en ik moet bekennen dat ik er ook was ingetrapt); en Barend de Voogd, van SAP/Rebel zocht nog een paar keer contact onder de pet van `Grenzeloos'.
Sindsdien bestond het volslagen informele comité voornamelijk uit enkele individuen. Onafhankelijk maar heel heterogeen, wat ook wel tot uiting komt in de Zapata nieuwsbrief. Het comité was ook helemaal open en naast de tamelijk permanente kerngroep, bestond het uit een wisselende groep sympathisanten die acties, benefieten, info-avonden, radioprogramma's, e.d. organiseerden. Ik hoorde bij de kerngroep, bij degenen die voor de continuïteit zorgden. Met alle consequenties van dien. Naarmate de solidariteitsbeweging zich internationaal meer ging structureren (institutionaliseren, bureaucratiseren) kregen wij ongewild de rol van kader opgedrukt. Wat voor nogal wat dilemma's heeft gezorgd. Een voorbeeld van zo'n dilemma was onze halfslachtige deelname aan de internationale Consulta, de grote `volksraadpleging' in augustus-september 1995, waartoe het EZLN had opgeroepen, over de manier waarop het verder moest met het EZLN als gewapende groep en/of als politieke factor in het veranderingsproces van de (Mexicaanse) maatschappij. Aan de ene kant werden we, als onderdeel van het netwerk van solidariteitscomités vanuit Mexico opgeroepen om deze `raadpleging' in onze regio te organiseren. Aan de andere kant was er nogal verschil van mening in ons comité over de zin van deze consulta. Een deel van het comité, waaronder Jeroen en ik, vonden het helemaal geen `raadpleging' maar een voorgekookte sympathiebetuiging, met vragen die zo gesteld waren, dat je er alleen maar `Ja' kon op antwoorden. Wij zijn echter niet bij machte geweest deze kritiek te formuleren. Ik denk dat hier ook wel een zekere angst heeft meegespeeld om de verantwoordelijkheid op zich te nemen van eigengereid handelen. En bijgevolg handelden we zoals militanten plegen te doen: we schoven onze gevoelens, twijfels en kritiek terzijde voor een hoger doel. Zonder nou direct een campagne te beginnen, hielpen we wel mee aan het verspreiden van de vragenformulieren. En in de Zapata Nr. 6/7, waarin de vragenlijst gepubliceerd werd, lieten we een bladzijde leeg waarop de lezers gevraagd werd om hun "overig commentaar en opmerkingen over het EZLN en zijn volksraadpleging". We stelden ons dus `neutraal' op en lieten het oordeel over aan de lezer. Niet dat wij of de Zapatistas daar wijzer van werden. We kregen nauwelijks respons, laat staan kritiek.

En hier stuiten we op een ander aspect van de rol van kader die je wordt opgedrongen: die van deskundige, van autoriteit. Hoewel de belangstelling voor de opstand van de Zapatistas hier onvergelijkelijk veel geringer is gebleven dan in andere landen en vooral in Zuid Europa is het toch vooral de passiviteit van het publiek wat het meest frustrerende is. Sommigen komen dan wel vragen `wat ze kunnen doen', wat toch moet betekenen dat men zich betrokken voelt, maar vervolgens doet men geen enkele moeite om zich enigszins in de kwestie te verdiepen, wat je toch moet doen, als je wilt weten wat je doet. Die verantwoordelijkheid laten zij liever over aan het `comité', dwz aan een paar mensen die deze moeite wel nemen en daarover maar al te graag met anderen van gedachten zouden willen wisselen. Als je jezelf herkent in de strijd, weet je trouwens vanzelf wel wat je kunt en wilt doen. Zodra je je door anderen laat voorschrijven wat je moet doen, zodra je anderen voor je laat denken, heb je de strijd al opgegeven.

Voor de volledigheid moet ik hier nog aan toevoegen dat hier een hele categorie lezers van de Zapata of mensen die we op een andere manier informatie hebben verstrekt, buiten beschouwing zijn gelaten: zij die daarvan gewoon kennis hebben genomen om er hun eigen dingen mee te doen.

De Droom van het Absolute

In de vorige nummers van de Zapata hebben we het uitgebreid gehad over het project: Een Boot... een Vloot voor Chiapas. Ontstaan vanuit een min of meer (steeds meer) dissidente groep binnen de solidariteitsbeweging met de Zapatistas, was het een dwarse manier om direct contact te zoeken met de Zapatistas in hun gebied, om de hindernissen die door de bureaucratisering van de beweging werden opgeworpen, als het ware te omzeilen.
Het idee was, volgens één van de eerste oproepen: "Een vissersboot, een vrachtschip, een zeilschip of een andere boot om te bouwen tot... Zapatistisch vaartuig. Niet als de Santa María van Colombus op zoek naar het El Dorado in Amerika, maar als een verbindingsschakel om de communicatie te bevorderen tussen Europa en Chiapas, en tussen de verschillende ervaringen en vormen van strijd alhier. [...] Het is de bedoeling geschenken naar de Zapatistische gemeenschappen te brengen - niet als een aalmoes, maar als een blijk van herkenning. Zoals bij de Argonauten van de Stille Zuidzee (7) is het geven van geschenken bedoeld om de communicatie op gang te brengen tussen gelijken. Een dynamiek die de markteconomie verre te boven gaat in menselijke kwaliteit; een operatie die winstbejag vervangt door vrijgevigheid, door de lust van het samen delen."

Één zeilboot, de Rêve d'Absolu [de Droom van het Absolute] is in april 1997 inderdaad naar Mexico vertrokken en een groep "Vrienden van de Boot" hebben her en der in Mexico rondgereisd, niet alleen in Chiapas, maar ook in Oaxaca en Guerrero en in Mexico-stad. Daarover is in de vorige Zapata uitgebreid verslag gedaan (8). Daarin wordt ook al gesproken over een volgende reis, vanuit Amsterdam, met "een antieke houten kotter die de Papillon [Vlinder] heet" en gedragen door de Garbanzos Negros, een groep rondreizende muzikanten en artiesten. "Het project moet een culturele uitwisseling zijn. Wij van onze kant willen graag bepaalde aspecten van onze cultuur laten zien, met kleine sketches om de mensen te vermaken en te onderhouden maar ook uiting te geven aan onze verontrusting, om daar samen over na te denken en naar oplossingen te zoeken. Tegelijk willen we graag luisteren en leren van hun ervaringen en manier van leven, cultuur en confidenties oprakelen, meedoen met het leven van de gemeenschap." Zo presenteerden de Garbanzos Negros zichzelf, in maart vorig jaar, ter gelegenheid van de opening van de rondreizende tentoonstelling "Een Uitnodiging om Mee op Reis te gaan", die het avontuur van de Rêve d'Absolu in Europa verder zou moeten voeren. De Papillon zou eind dit jaar vertrekken. Maar al spoedig haakten de Garbanzos af. En toen was er niemand meer te vinden om met het project door te gaan.
De tentoonstelling daarentegen "zet haar weg goedmoedig voort. Zij zet aan tot menig debat en vele overdenkingen. Zij verrijkt zichzelf bij iedere etappe met nieuwe ontmoetingen en originele en gevarieerde bijdragen. Zij biedt gelegenheid tot het leggen van contacten tussen hier en daar, en hier onder ons." En zij zou zich momenteel ergens in Zuidwest Frankrijk moeten bevinden, volgens Terres à Terres, de initiatiefgroep van deze hele onderneming, in een open brief van 1 februari 1999. Daarin worden ook nog alle dorpen en streken genoemd waar de "Uitnodiging om Mee te Reizen" langs is geweest, en er worden enkele alternatieve groeperingen genoemd waarmee contacten zijn gelegd. En dat was het dan, na maandenlang stilzwijgen. Daar straalt niet bepaald enthousiasme van af, ondanks het positieve taalgebruik.
Op dezelfde blije toon wordt in die brief de verschijning aangekondigd van het boek Invitation au Voyage dat de tentoonstelling eigenlijk vanaf het begin had moeten begeleiden. Daarin zijn teksten, documenten, reisverslagen, essay-achtige artikelen, tekeningen en foto's bijeengebracht die op de één of andere manier met de Zapatistas te maken hebben, evenals het logboek van de zeereis. Een publicatie die helaas uitblinkt in onsamenhangendheid en innerlijke tegenstrijdigheid. Libertaire aspiraties naast tamelijk platte politieke speculaties over de verkiezingen in het jaar 2000. En de `directe' contacten met de Zapatistas blijken zich vaak te hebben beperkt tot plechtige ontvangsten door plaatselijke notabelen. De samenstellers zijn zich daar min of meer van bewust: "Deze bundel kan bij de lezer de indruk achterlaten van een twijfelachtig soort optimisme", schrijven ze zelf in hun nawoord. En ook: "De teksten in dit boek zijn niet geschreven of vertaald om de werkelijkheid te verdraaien of te verfraaien, of om een laatste romantische mythe van de revolutie op te bouwen ten behoeve van de Europese consumenten van dit fin de siècle. Zij proberen eenvoudigweg verslag te doen van enkele overdenkingen die zijn voortgekomen uit ontmoetingen die daarginder hebben plaatsgevonden. De tegenstellingen die er bestaan in de Zapatistische gemeenschappen en de Mexicaanse samenleving komen niet veel aan bod in de bladzijden hiervoor. De auteurs hebben er eenvoudigweg voor gekozen op een subjectieve manier te spreken over verzetssituaties die hun interesseerden en die men in Europa niet terugvindt, althans niet in die vorm." Het lijkt me dat je op geen betere manier kan uitdrukken hoe de mooie dromen van de `Vrienden van een boot... een vloot voor Chiapas", stuklopen op de werkelijkheid. In plaats van die werkelijkheid om te vormen door je dromen te verwezenlijken.

"Als wij, als solidariteitsbeweging, ooit nog iets voor ze [de Zapatistas die zich nog steeds verzetten] willen betekenen, zullen we ons dringend moeten gaan bekwamen in de kunst van de opheffing van de politiek", schreef ik in de vorige Zapata. Laten we 't uitbreiden. Het geldt voor iedere sociale beweging als zij niet ten onder wil gaan in de politiek.

¡YA BASTA!

Els van Daele

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1 Ideologie: daar zit het woordje `idee' in, van de ideeën die steeds in en door de sociale strijd naar boven    komen; maar ook `logie', wat duidt op iets als wetenschappelijke pretentie, die zulke ideeën inpikt om    ze te isoleren van hun praktische consequenties, en ze in te passen in een systeem dat zich als het    ware verheft boven het concrete strijdtoneel om het van bovenaf te sturen. In de praktijk betekent dit dat    politieke partijen, vakbonden of nieuwere vormen van permanente, afgescheiden organisatie die ideeën    uit de strijd als vers bloed opzuigen - `een frisse wind' noemen ze het zelf - om hun structuren met    goedgelovige volgelingen te versterken.
   Links: sinds het parlement bestaat, is het gewoonte dat de oppositie tijdens de kamerdebatten links    van de voorzitter gaat zitten, en daar komt de term ook vandaan - ook al realiseert de gemiddelde    linkse jongere, vol onvrede en met een groot hart, zich dat allang niet meer. 'Links' verwijst naar    'oppositie' waarbij het om wedijver om de politieke macht gaat, in plaats van opheffing ervan. En wat de    anarchisten en Zapatistas betreft: zij lieten tot nu toe de macht gewoon links (of rechts) liggen en    verschuiven op die manier de oplossing van het probleem naar de toekomst. Door `links' niet af te    wijzen en aan te vallen als dat moet, worden ze erdoor opgevreten.
2 In het voorwoord van de Engelse brochure: Letters and Communiques from the Zapatista Army for    National Liberation (EZLN), gepubliceerd door het Solidariteitskomitee Mexico
3 Marco Consola is leider van de Rifondazione Communista in Italië, Alain Krivine was ooit    presidentskandidaat van de Franse trotskistische partij, Danielle Mitterrand... die kennen jullie wel; drie    leden van de Europese politieke elite die met elkaar gemeen hebben dat zij flink hebben meegeholpen    om de Zapatistische opstand in het spektakel te integreren.
4 "Arbeid, land, huisvesting, voeding, gezondheid, opleiding, onafhankelijkheid, vrijheid, gerechtigheid en    vrede", uit de eerste Verklaring uit het Lacandona-woud, van 1 januari 1994.
5 Resistencia Mexicana, Radio Corazon, Solidariteitsgroep Politieke Gevangenen, SAP, Sympathisanten    van de Iraanse Volks Fedai (minderheid), Unity of Revolutionary Workers (Rah-e-Kargar), Iraanse    Studenten Associatie, Iraanse Arbeidersvereniging in Ballingschap, het Fort van Sjakoo,    Jongerenorganisatie Rebel en diverse individuen (naar het Colofon van de eerste nieuwsbrief). Het Fort    van Sjakoo hoort daar niet bij: het was en is tot nu toe de plek waar het archief van het    solidariteitskomitee is ondergebracht. En van de individuen is er één de hele tijd gebleven.
6 Zie over deze affaire: "Internationale Solidariteitsbijeenkomst in Barcelona", in Zapata Nr. 6/7, pp. 24-
   25; en over de PROCUP-PDLP: "Revolutionair Volksleger, Machtswellustelingen of Marionetten"    Zapata Nr. 11/12, pp. 19-20.
7 Naar The Argonauts of the Western Pacific van Bronislaw Malinowski, over de economie van het    geschenk en het feest, de Kula bij de Trobrianders, in Oost-Nieuw Guinea, ten tijde van de Eerste    Wereldoorlog.
8 "Hoe een idee van onaangepaste lieden werkelijkheid werd. Een vrije vertaling van teksten van Les    Amis du Bateau", bewerking en vertaling door Jefka.

| terug naar laatste nummers (archief)| | terug naar inhoud alle nummers (archief)|

| presentación | | introduction |
| geschiedenis | | historia | | verwachtingen |
| erwartungen | | solidair | | solidarity | | solidarität | | solidaridad |


| zapata | | archief | | nieuws | | links | | mail | | zoek | | index |